Maandelijks archief: maart 2013

Een goede docent levert geld op

Als een docent, lesgevend aan leerlingen tussen 7 en 15 zijn leerlingen helpt hun studierendement te verhogen oefent zhij een algemene en langdurende positieve invloed uit p hun leven, niet alleen op schoolgebied; leerlingen die een goede docent hebben gehad, zullen minder snel als tiener zwanger worden, betere mogelijkheden hebben om zich aan de universiteit in te schrijven en betere verdienmogelijkheden hebben op volwassen leeftijd. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie die tweeeneenhalf miljoen leerlingen in een bestek van meer dan twintig jaar heeft gevolgd.

De studie, ondernomen door economen van Harvard en Colombia University, speelt een belangrijke rol in de discussie over het niveau van de docenten en de manieren om dat te meten. De voorstanders van het systeem bevestigen dat deze conclusies docenten verplichten zich rekenschap te geven van hun werk en een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de schoolresultaten van miljoenen leerlingen. De tegenstanders, waaronder enkele vakbonden, stellen dat het isoleren van het effect van een docent erg moeilijk is.

Bij gelijkblijvende omstandigheden verdient een leerling die tussen klas vier van de basisschool en klas 2 van de middelbare een uitstekende docent had 4600 dollar meer in zijn leven tegenover een leerling die een middelmatige docent gehad heeft. Een slechte docent vervangen door een gemiddelde zou de leerlingen een toename in salaris van ongeveer 266 duizend in hun leven opleveren. “Een slechte docent tien jaar aan het werk laten in plaats van hem te vervangen betekent hypothetisch 2,5 miljoen dollar inkomen verliezen.” aldus professor Friedman, een van de schrijvers van de studie.
Na de goede, middelmatige en slechte docenten onderscheiden te hebben hebben de economen het traject van de leerlingen onderzocht gedurende een lange periode: hun inkomen, mate van inschrijvingen aan een universiteit, de leeftijd waarop ze kinderen kregen, de waanplaats en wijk waar ze geëindigd zijn. De resultaten zijn indrukwekkend. Als je je beperkt tot de cijferscores verdwijnt het effect van een goede docent gewoonlijk na drie of vier jaar. Maar als je het in een breder perspectief ziet blijven de leerlingen van de positieve invloed van een goede docent jarenlang profiteren.
[La Repubblica, 11 januari 2012]

Is de hel exothermisch of endothermisch?

Bonusvraag aan het eind van een proefwerk:
Is de hel endothermisch (staat warmte af) of endothermisch (neemt warmte op)?

Antwoord van student:
Allereerst moeten we weten in welke mate de massa van de hel in de loop der tijd toeneemt of afneemt. Toename gebeurt doordat er zielen naar de hel gaan en afname doordat ze eruit komen. Ik denk dat we er met enige zekerheid vanuit kunnen gaan dat, als een ziel eenmaal in de hel terecht gekomen is, deze er nooit meer uitkomt.
Nu gaat het er dus om te achterhalen hoeveel zielen er naar de hel gaan. Daarvoor moeten we te rade bij de godsdiensten die hierover gaan. De meeste religies beweren dat je in ieder geval naar de hel gaat als je geen lid bent van hun godsdienst. Omdat er meer dan één godsdienst is en omdat niemand lid is van meerdere godsdiensten, kunnen we dus concluderen dat alle zielen naar de hel gaan. Op basis van geboorte en sterftecijfers kunnen we vervolgens berekenen dat het aantal zielen exponentieel toeneemt.
Nu kunnen we de mate waarin het volume van de hel toeneemt of afneemt bestuderen. Dat kan met de wet van Boyle; de temperatuur en druk van een gas daalt wanneer het volume toeneemt en stijgt wanneer het volume kleiner wordt. Volgens deze wet zal het volume van de hel bijvoorbeeld sterk moeten toenemen als je de druk en de temperatuur gelijk wilt houden bij het toevoegen van aanzienlijke hoeveelheden zielen.

De volgende mogelijkheden dienen zich nu aan:
1. Als de hel minder sterk in volume toeneemt terwijl er verhoudingsgewijs meer zielen binnengebracht worden dan zal de druk en de temperatuur zoveel stijgen dat de hel losbarst.
2 . Als de hel echter sterker in volume toeneemt dan de toename van het aantal zielen dan zal de druk en de temperatuur tot het vriespunt dalen.

Het antwoord:
Als we de uitspraak eergisteren van mijn vriendin onderschrijven; “de hel zal bevriezen voordat ik met jou naar bed ga” en als we rekening houden met het feit dat ik vannacht bij haar geslapen heb, dan moet de tweede optie waar zijn; dan is de hel exotherm en al bevroren. Daaruit kun je dan weer het volgende concluderen dat het geen zielen meer zal toelaten en helemaal zal verdwijnen. Dan blijft er dus alleen maar een hemel over. Dat bewijst bovendien dat er een God bestaat. Wat op zijn beurt weer verklaart waarom mijn vriendin vannacht steeds maar weer schreeuwde: “Oh mijn God.”

Deze student kreeg een 10

Nawoord Reflectie Portfolio

Aan het einde van een serieuze reflectie op zijn portfolio levensbeschouwing kwam een van mijn leerlingen met een nawoord. Ik geef het zo weer en heb de leerling beloofd dat ik er nog op zou reageren.
“Na vijf jaar levensbeschouwing komt er dan bij deze toch echt een einde aan. Over een kleine 10 minuten ben ik volledig klaar met deze opdracht en lever ik hem definitief in op Its Learning. Ik zou bijna de moeite willen nemen om een afscheidsrede te maken over levensbeschouwing maar er wacht toch echt nog heel wat PTA-stof op mij.

Sinds het begin zijn er enorm veel ontwikkelingen geweest met betrekking tot de klas, de omgeving, de wereld, U als docent en mij als leerling. Een aantal daarvan zijn te danken aan het denken over jezelf en je omgeving, anderen. Levensbeschouwing is een mooi vak gebleken en ik ben blij dat ik het mocht volgen. Ik had nooit verwacht dat ik er zo positief over zou gaan denken sinds de bovenbouw. Er is nu echter een definitief einde in aantocht, ik heb echter nog één mededeling en persoonlijke conclusie:

“Levensbeschouwing draaide voor mij voor vijf jaar over nadenken, vragen, en antwoorden. Ik ben dan ook blij om mijn laatste opdracht hiervoor af te sluiten met een vraag. U leest het goed, opnieuw een vraag. Vragen acht ik immers veel interessanter. Achter een vraag schuilt meer dan een antwoord, het gaat ook om het denkproces. Dus na twee jaar vragen van u wilde ik er een aan u stellen

“Denkt u dat het goed is om over alles na te denken? Er zijn in mijn ogen onderwerpen waar men als het ware ‘van af moet blijven’. Onderwerpen als liefde en de geest. Alles is namelijk zowel wetenschappelijk, psychologisch, biologisch, natuurkundig en levensbeschouwelijk te verklaren. Maar willen wij dat wel? Wil men weten hoe liefde psychologisch in elkaar zit? Ik denk dat het beter is om die paar ‘speciale’ onderwerpen zo te laten en ze eerder (in dit geval) met elkaar te beleven en er samen achter te komen wat het voor iemand betekend. Men moet niet altijd op zoek zijn naar een antwoord…”

Amerikaanse dominees en de evolutietheorie

De Amerikaanse dominees verwerpen in een overweldigende meerderheid de evolutie theorie en zijn evenzeer verdeeld of de aarde 6000 jaar oud is, op basis van een onderzoek door de Southern Baptist Convention uitgevoerd.

Wanneer werd gevraagd: “God gebruikte de evolutie om de mens te scheppen”, was 73 procent van de dominees het er mee oneens – 64 procent was het er sterk mee oneens – vergeleken met de 12 procent die het er wel mee eens was. Gevraagd of de aarde bij benadering 6000 jaar oud is, was 46 procent het er mee eens vergeleken met de 43 procent die het er niet mee eens was.

Het onderzoek van de Southern Baptist Convention, dat duizend Amerikaanse dominees ondervroeg, gaf ook als resultaat dat 74 procent ervan de bijbelse Adam en Eva als historische personen opvat. Ondanks de recente discussies die vragen stelden bij het letterlijke karakter van het scheppingsverhaal zijn de protestantse voorgangers in overgrote meerderheid creationisten en geloven in een letterlijke Adam en Eva.

Een Gallup onderzoek in 2010 stelde vast dat 40 procent van de Amerikanen geloven dat God de mens in zijn huidige vorm schiep tegenover 54 procent die stelt dat de mens zich over miljoenen jaren ontwikkelde.
[CNN Belief Blog, Dan Gilgoff]

Frank Bosman in de klas

Het is altijd interessant om bij een ander in de klas te kunnen kijken. Dat was mogelijk door een reportage in Trouw van Monic Slingeland in Trouw van 2 februari 2012. Enigszins verbaasd over het artikel was ik wel. In mijn ogen is het al vele tientallen jaren de gewoonte om waar mogelijk mensen van een bepaalde levensbeschouwing uit te nodigen en die in contact met de leerlingen te brengen. Als de gast goed gekozen is, kan die inderdaad een kijkje in de binnenkant van een levensvisie geven. Als de gast een verkeerde keuze is, dan maakt zhij meer kapot dan goed en was de docent beter uit geweest met een goede documentaire over dezelfde levensvisie.
Vermoedelijk was niet de werkvorm, maar de gast de reden waarom Trouw Slingeland een hele pagina ‘filosofie en religie’ ter beschikking stelde. De les zou gaan over het katholicisme van de “meest spraakmakende theoloog van 2011”, Frank Bosman.

Blijkbaar is de afstemming tussen docent levensbeschouwing en de gast niet denderend geweest, want driekwart van het artikel gaat over wat de gast meegebracht heeft aan eigen inbreng. Het gaat driekwart over Facebook, Twitter, South Park, vriendschap, maar nauwelijks over de katholiciteit van de gast. Citaat: “Vlak voor de bel gaat kunnen de leerlingen nog twee vragen stellen….”

Als Bosman binnengehaald was om te laten zien wat de levensbeschouwelijkheid van zaken als South park, Facebook en Twitter kan zijn, had hij keurig zijn ding gedaan. Als je wordt binnengehaald om te praten – in dialoog graag – over zijn christen of katholiek zijn, zijn alle aandachttrekkers als South Park en was dies meer zij alleen maar afleiders van waar het werkelijk om gaat.
Zo zie je maar weer hoe belangrijk het is om te weten waar je heen wil met je les en dat superduidelijke afspraken met gasten een conditio sine qua non zijn. Voor je het weet, zijn ze er met je les vandoor.

Facebookpagina levensbeschouwing

Op de door Bart – neem ik aan – op Facebook aangemaakte pagina levensbeschouwing http://www.levensbeschouwingalskunst.nl. kom je een grote variatie aan foto’s, cartoons, links naar video’s en websites tegen. Als er regelmatig een bezoek aan brengt, kom je zeker iets tegen wat van je gading is. Jammer is dat alleen de actuele zaken zichtbaar zijn. Er is volgens mij geen mogelijkheid om met trefwoorden meerdere berichten over hetzelfde op te zoeken. Dat zou het gemakkelijker maken om op ideeën voor lesonderdelen gebracht te worden.
Wat de interactiviteit zou kunnen vergroten – op voorwaarde dat meerdere mensen zich daartoe geroepen voelen – is anderen de mogelijkheid geven om ook levensbeschouwelijke berichten te plaatsen. Per slot van rekening zien meerdere mensen meer dan een persoon. Al moet ik wel zeggen dat ik er de voorkeur aan zou geven dit soort van zaken via een weblog of wiki te presenteren vanwege de mogelijkheid om van bepaalde zaken een overzicht te kunnen krijgen.

Ter vergelijking: de rechterkolom op onze webstek laat een groot aantal categorieën zien. Iedere bijdrage wordt gekoppeld aan een of meer categorieën. Als iemand op een van de categorieën rechts klikt, krijgt hij een overzicht van alle bijdragen die op de een of andere manier met dit onderwerp te maken hebben. Wil je variëren in lesmateriaal dan is de kans aanwezig dat je er iets kunt vinden.
In die zin is in mijn optiek Facebook en mogelijk ook Twitter minder geschikt voor levensbeschouwing. Het gaat bij deze media om zaken van het moment, die op een beperkte wijze moeten worden weergegeven. Ik merk het aan mijn eigen facebookaccount. Als ik door omstandigheden een week niet kijk, heb ik waarschijnlijk honderden items gemist, maar ik voel geen behoefte om daar nog in te duiken. Wil ik iets ‘weten’ van een ‘vriend’, dan kan ik diens naam intikken en een eind de geschiedenis ervan volgen, totdat het programma het weer voldoende vindt en ermee ophoudt.
Dit geldt in nog sterkere mate voor een twitteraccount levensbeschouwing: levensbeschouwing kan ik niet in 160 tekens zinvol aan de orde stellen. Waar een foto vaak meer is dan duizend woorden, mits goed gekozen, is een tweet een vorm van oneliner-isme dat alle subtiliteit, nuance of diepzinnigheid mist.

Ik ben er van overtuigd, dat op een goede manier ingezet een twitteraccount in de klas een mooie bijdrage kan leveren aan een discussie, maar omdat levensbeschouwing voor mij meer over dialoog en wederzijds begrip gaat, verwacht ik er vooralsnog niet te veel van.

Bloggende docenten 2

Bloggende docenten
In LIA 175 verwees ik maar een blogpost van Steve Wheeler, die zeven redenen aangaf waarom docenten zouden moeten bloggen.

Bart Hoogendijk reageerde daarop:
“Over bloggende docenten en het vak levensbeschouwing. Misschien niet expliciet gericht op de docent levensbeschouwing maar zeker wel verwant (bijvoorbeeld mijn 365-dagen-project over levensbeschouwing op straat): www.levensbeschouwingalskunst.nl.
Een playground op Facebook: www.facebook.com/levensbeschouwing
Youtubekanaal: www.youtube.com/levensbeschouwing
Twitter: @lb_als_kunst
Een levendige Linked-in groep lijkt wel iets voor de VDLG.
Materiaal delen gaat prima via de community levensbeschouwing op Kennisnet/Digischool, beheerd door Nick Zwart, die bovendien gekoppeld is aan Wikiwijs. Alleen de deelname is wat laag.”

Indrukwekkend
Wie de door Bart genoemde links natrekt vindt enkele opmerkelijke en interessante zaken. Laat dat even duidelijk zijn. In levensbeschouwing op straat laat hij via vooral foto’s zien dat levensbeschouwing overal te zien en te vinden is. Het idee om 365 dagen vol te maken met verwijzingen naar levensbeschouwelijke zaken is een vondst van jewelste.

Het kan zo een opdracht voor leerlingen worden: iedere leerling zorgt in de loop van het jaar voor een voor hem/haar treffende afbeelding, die opgeladen wordt naar een centrale plek binnen de elo of een buitenschools blog.

Het zou ook goed kunnen met de vraag om een levensbeschouwelijk motto, waardoor een reeks inspirerende teksten door leerlingen bijeengebracht een soort jaarkalender kunnen vormen. Op een blog of wiki gezet kunnen andere leerlingen er een reactie op plaatsen, een eigen reflectie.

Wat Bart aanstipt en zelf ook uitvoert (zie volgende bijdrage) is niet wat ik met bloggende docenten bedoeld heb. Het gaat niet om het uitwisselen van materialen e.d. Hoe belangrijk dat ook is, ervaring wijst uit, dat wat bij de ene docent werkt het bij de andere niet doet. Wat ik hoop is dat docenten levensbeschouwing professionals zijn die ook nadenken over het waarom en waartoe van hun vak, die zich vragen stellen bij hun eigen didactiek, die luisteren naar wat leerlingen over levensbeschouwing als verschijnsel en als vak te vertellen hebben.

Waar ik nog steeds voor pleit is een forum waar docenten hun licht laten schijnen over zaken die ze als docent levensbeschouwing hebben meegemaakt, overdacht, uitgeprobeerd. Niet de uitwisseling van materialen, maar de uitwisseling van reflecties eventueel over het gebruik van die materialen is daarbij voor mij primair. We lopen allemaal weleens met onze kop ergens tegenaan. Daarover schrijven en hopen dat anderen daar iets mee doen zou de docent en het vak goed doen, is mijn overtuiging. Ik heb een aantal uitgangspunten als docent levensbeschouwing: als ik die als bloggende docent zou uitschrijven en anderen reageren daarop, kan mijn horizon verruimd worden in plaats van dat ik me ingraaf voor een ordinaire stellingenoorlog.
Ik hoop dat het bestuur van de VDLG het eerder genoemde artikel nog eens ter hand zal nemen en zich buigt over de mogelijkheid om hier iets mee te doen.

De toekomst van LIA

Het bericht in de vorige LIA, dat er eind januari 2012 een einde is gekomen aan mijn leven in dienst van een werkgever en dat ik voortaan mijn financiële onafhankelijkheid (?) ga ervaren bij het ABP bracht menigeen ertoe te reageren, enerzijds om me alle goeds te wensen voor de derde leeftijd, te bedanken voor het werk dat in LIA gestoken is, anderzijds om zich af te vragen of hiermee ook een einde aan het verschijnen van LIA is gekomen.

De eerste groep wil ik danken voor de waardering die zij uitgesproken heeft, de tweede groep geruststellen, omdat ik voorlopig nog geen reden zien om ermee te stoppen. De rest van het schooljaar ben ik nog steeds bezig met de afwikkeling van de opdrachten die ik havo 5 het vorige semester heb gegeven; de contacten met mijn sectiegenoten en mede-auteurs zijn ook nog zeer levend en levendig de komende tijd; ik wil uitzoeken wat e-learning en soortgelijke zaken voor het vak levensbeschouwing te betekenen hebben; ik wil proberen enkele zaken die me nauw aan het hart gaan op papier te zetten en heb de intentie daarvan ook een publicatie te maken.

In feite komt het er op neer, dat of lichamelijke obstakels, zoals ziekte, aftakeling e.d. of geestelijke hindernissen in de vorm van het opdrogen van alle creativiteit of belangstelling voor het verschijnsel levensbeschouwing en de realisatie ervan in een levensbeschouwelijk curriculum mij kunnen dwingen om ermee te stoppen. Ik hoop tijdig in de gaten te hebben, dat mijn tijd is gekomen om iets anders te gaan doen. Mocht ik het zelf niet in de gaten hebben, dan hoop ik dat goedwillende collega’s mij er voorzichtig op attent willen maken.
7-2-2012

Godsdienst is het minst populaire vak

“Godsdienst is het minst populaire vak onder leerlingen van het voortgezet onderwijs en de bovenbouw van de basisschool, bleek uit een enquête door huiswerkinstituut Studiekring (70 vestigingen). Vier van de tien leerlingen zouden het vak liefst afschaffen en vervangen door lessen over sociale media of over games, bleek uit de enquête die eind vorig jaar werd gehouden.”
Dit bericht was te lezen als kadertje bij de reportage van Monic Slingeland “Godsdienstles over Twitter” in trouw van 2 februari 2012.
Uitgebreidere informatie kun je vinden op http://www.studiekring.nl/school-en-leren/uitslag-huiswerkenquete-leerlingen-liever-gamedesign-dan-godsdienst

Dat roept bij mij nogal wat vragen op:
Hebben we het dan over godsdienstles en niet over het vak levensbeschouwing?
Of gelden de opmerkingen van de leerlingen voor beide vakken?
Gaat het om een bepaald soort scholen van wie de leerlingen ondervraagd zijn?
Hebben leerlingen die geen ‘godsdienst’ krijgen de enquête ook zo ingevuld?
Is er op de een of andere manier achter te komen wat de motieven van de leerlingen zijn om het vak af te schaffen?

Als er collega’s zijn die kunnen reageren op deze verontrustende uitslagen, houd ik me aanbevolen voor die reacties. Zelf wil ik er in een latere LIA graag op terugkomen.
Mogelijk is het ook een speerpunt voor de VDLG om het image van het vak bij de leerlingen te verbeteren. Vrolijk word je er echt niet van.

Lady Gaga en Judas

Was het in 2005 Madonna die zelfs een proces aan haar broek kreeg van opgewonden SGP-jongeren, omdat ze hangend aan een kruis tijdens haar Confessions Tour haar lied ‘Live to Tell’ gezongen had, de afgelopen maanden hebben even opgewonden fatsoensrakkende christenen weer te stellen gehad met Lady Gaga, die juist haar album ‘Born This Way’ had uitgebracht en waarbij een clip gemaakt was bij het lied ‘Judas’.

We zien daarin de apostelen als een groep motorrijders met Gaga als Maria Magdalena achterop bij Judas naar de stad gaan. De tekst van het lied is hier te vinden:
http://www.metrolyrics.com/judas-lyrics-lady-gaga.html

OP de volgende webstek wordt het album onderzocht naar zijn ‘religieuze’ verwijzingen.
http://idolator.com/5872501/lady-gaga-born-this-way-religious-references
De diverse teksten van het album krijgen een ‘holy rating van 0 tot 5 kruizen. En er zijn maar weinig songs die het zonder kruis moeten stellen.

Lady Gaga zegt zelf een religieus en spiritueel persoon te zijn die bezeten is van religieuze kunst. De schrijver op de genoemde webstek: “In bijna ieder lied op dit nieuw album geeft de popster een hint naar of verwijst openlijk naar haar boodschappen van liefde, geloof en devotie door middel van religieuze beelden en metaforen. Hoe kun je anders verwachten van iemand die 13 jaar op een katholieke school zat?”

Ik heb de beelden van de clip naast de tekst van het lied gelegd en voor mezelf vastgesteld dat een tekst als: “Jesus is my virtue, and Judas it the demon I cling to’ heel duidelijk de spagaat van ons mensen weergeeft, We willen graag het goede doen, maar dat andere is o zo verleidelijk.

Mijn probleem met zulke songteksten en dit clips is dat complete verhalen gecomprimeerd worden in fladderende zinnen en snelle beelden, waardoor het voor mij moeilijk wordt om de werkelijke betekenis te pakken te krijgen. Ik ga er van uit dat woorden en beelden niet zo maar gebruikt worden, dat ze een betekenis hebben en met een bepaalde reden opgenomen zijn.
Worstelend met de tekst kom ik er bijvoorbeeld niet achter wat ik met de volgende strofe moet:
In the most Biblical sense,
I am beyond repentance
Fame hooker, prostitute wench, vomits her mind
But in the cultural sense
I just speak in future tense
Judas kiss me if offensed,
Or wear ear condom next time

Ook de koppeling van de tekst aan de beelden van de clip levert me in dit geval niets op.

Als je de beelden van de clip analyseert, dan zie je als grondpatroon het lijdensverhaal, waar Judas Jezus verraadt, maar tegelijkertijd doemen er tussen het dansen door nog zoveel beelden op dat ik me voortdurend afvraag hoe die te plaatsen of te verklaren.
In het uur dat ik met tekst en muziek ben bezig geweest zijn er te weinig zaken op hun plaats gevallen. Maar misschien moet je zo’n clip gewoon met de tekst ernaast – of misschien zelfs zonder tekst – aan de leerlingen laten zien en hen vervolgens laten opschrijven wat ze gezien hebben en wat ze er voor betekenis aan gegeven hebben.
Als een collega het al wel gelukt is, houd ik me aanbevolen voor een sprekende uitleg!

The Great Dictator Speech

In 1940 verschijnt The Great Dictator in de Amerikaanse bioscopen. Charly Chaplin speelt daarin de joodse kapper die leeft in Tomainia, waar Adenoid Hynkel aan de macht is gekomen als dictator met wereldomspannende aspiraties. De joodse kapper heeft een sterke gelijkenis met de dictator en als hij met zijn vriend Schultz de gevangenis ontlucht in militair uniform wordt hij door de troepen van Hynkel aangezien voor de dictator zelf. Hij moet voor de troepen een toespraak houden en die klinkt heel anders dan de machthebbers verwachtten.

Het is een van de mooiste toespraken in de geschiedenis van de film. Hij gaat over menselijkheid, hebzucht, gelijkheid, onderdrukking, macht van het volk, democratie en wat al niet meer.

Bij veel verschillende themata is dit fragment te gebruiken. Met name als het gaat om inspiratie – wat drijft je – is het een prachtig voorbeeld van wat woorden met mensen kunnen doen. De speech is in het Engels op youtube te vinden. Een mooie bewerking, met Nederlandse ondertitels, maar ook met beelden van actuele en brandende kwesties die de tekst nog grotere impact geven, is te vinden in de videodatabank van Thomas via http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/videodatabank/view/12347/

Voor wie de tekst niet kent, het begin ervan:
I’m sorry, but I don’t want to be an emperor. That’s not my business. I don’t want to rule or conquer anyone. I should like to help everyone, if possible, Jew, gentile, black man, white. We all want to help one another. Human beings are like that. We want to live by each other’s happiness — not by each other’s misery. We don’t want to hate and despise one another.
In this world there is room for everyone. And the good earth is rich and can provide for everyone. The way of life can be free and beautiful, but we have lost the way. Greed has poisoned men’s souls, has barricaded the world with hate, has goose-stepped us into misery and bloodshed. We have developed speed, but we have shut ourselves in. Machinery that gives abundance has left us in want. Our knowledge has made us cynical. Our cleverness, hard and unkind. We think too much and feel too little. More than machinery we need humanity. More than cleverness we need kindness and gentleness. Without these qualities, life will be violent and all will be lost.
The aeroplane and the radio have brought us closer together. The very nature of these inventions cries out for the goodness in men, cries out for universal brotherhood, for the unity of us all.
Rest van de Engelse toespraak is te vinden op http://en.wikiquote.org/wiki/The_Great_Dictator

Levensbeschouwelijk onderwijs is belangrijk

In een opiniërend artikel in, naar ik vermoed Trouw, maar mijn bronvermelding in deze is zeer onnauwkeurig, schrijft freelance historicus Theo Salemink over het belang van levensbeschouwelijke vorming. Hieronder zijn tekst van 25 augustus 2011:

“Vanaf 2007 kunnen scholen godsdienst of levensbeschouwelijke vorming als examenvak in de nieuwe tweede fase invoeren. Maar het lijkt erop dat slechts 30% van alle scholen van deze mogelijkheid gebruik wil maken. In mijn visie een gemiste kans voor die andere scholen.
Om het polemisch te stellen: als jongeren het voortgezet onderwijs verlaten spreken ze een aardig mondje Engels, zijn ze digitaal behoorlijk vaardig, weten ze vaak meer over seksualiteit dan hun ouders, maar over levensbeschouwingen in onze moderne wereld weten ze bar weinig.

Soft
Levensbeschouwelijk vorming hangt er bij de veel scholen maar wat bij. Het heeft vaak de klank van iets softs, iets ouderwets of wordt gemakshalve fragmentarisch ondergebracht bij filosofie of maatschappijleer. We willen onze kinderen voorbereiden op het moderne leven, maar dat moderne multiculturele en globaliserende leven barst van de levensbeschouwelijke kwesties en spanningen, hier in Nederland maar ook elders. En dat zal eerder toenemen dan afnemen. Een vooraanstaande socioloog ( Eisenstadt) merkte in dit verband op: “de illusie kan postvatten dat educatie alleen om technologie en economie draait… De brede context raakt uit het zicht” en verderop noemt hij dat treffend ‘de negatieve kant van de moderniteit’. En zo is dat.

Het ontbreken van een ‘structurele’ en moderne aanpak van levensbeschouwelijke vorming heeft allerlei oorzaken. In de tijd van de verzuiling was het een – traditioneel ingevuld – verplicht nummer van het bijzonder onderwijs. En vanuit liberale en socialistische hoek is er de bekende reactie op basis van een strikte scheiding van staat en kerk: godsdienst en levensbeschouwing is een privézaak. Dat doe je dus maar thuis.

Dit ook nu nog veel gehoorde argument zou vóór de tijd van de verzuiling enige kracht hebben, maar is in onze tijd niet langer houdbaar. Zeker niet vanuit een moderne, pluriforme opvatting van het vak Levensbeschouwing. Je kunt niet verwachten dat ouders thuis hun kinderen (kritisch) wegwijs maken in de wereld van christendom, islam, boeddhisme, atheïsme, humanisme, fundamentalisme en wat allemaal nog meer. Je verwacht van ouders toch ook niet dat ze hun kinderen zelf Engels of Wiskunde leren?

Stamcelonderzoek en euthanasie
Vanuit onderwijsland wordt hier soms aan toegevoegd dat ‘levensbeschouwing’ kinderen niet zo aanspreekt. Onzin! Ga vanavond aan de keukentafel eens met uw kinderen in debat over de levensbeschouwelijke kanten van aids, stamcelonderzoek, genetische manipulatie of euthanasie. U zit waarschijnlijk nog lang na te tafelen. Het spreekt kinderen niet meer of minder aan dan wiskunde; het is de manier waarop je het brengt.

Een modern en pluriform opgezette levensbeschouwelijke vorming kan veel jongeren inspireren en is bittere noodzaak in onze tijd waarin levensbeschouwelijke vragen steeds nadrukkelijker om een antwoord vragen. Een Nederlandse student die India en China bezoekt, zal dan iets meer snappen van de cultuur waarin hij zijn werk moet doen. En zal de fabrieksarbeider die in de kantine met een Marokkaanse collega praat, het niveau van praatjes over ramadan en hoofddoekjes misschien ontstijgen.

Omgekeerd zal die Marokkaanse arbeider enig besef krijgen van die zo veelgeprezen christelijk-humanistische traditie in ons land. Levensbeschouwelijke vorming als een kleine maar wezenlijke bijdrage aan het proces van integratie.

Identiteitsontwikkeling
Maar ook voor kinderen is levensbeschouwelijke vorming zinvol, zoals onlangs mevr.Bertram-Troost aantoonde in haar proefschrift. Voor de identiteitsontwikkeling van het kind is het uiterst zinvol in aanraking te komen met verschillende levensbeschouwingen. Dat geeft bij het kind – indien goed begeleid – geen verwarring, maar eerder verdieping en houvast. Hoe meer leerlingen leren over verschillende levensbeschouwingen, des te sterker zijn ze in staat vorm te geven aan hun eigen kijk op het leven. Een prikkelende conclusie die in onderwijsland tot nu toe nauwelijks werd opgemerkt.

Onze kinderen moeten we niet alleen voorbereiden op een kennismaatschappij maar ook op een waardensamenleving. Kritisch kennismaken met de hoofdlijnen van die waardensystemen zou een verplicht vak dienen te zijn op elke middelbare school. Immers, je wilt dat jongeren van onze tijd met iedereen over de wereld kunnen communiceren. Dus stel je Engels (terecht) verplicht. Wil je dat ze elkaar ook leren begrijpen of althans kunnen volgen, dan zal moderne en pluriforme levensbeschouwelijke vorming niet kunnen ontbreken. “

Reacties na de laatste lesdag

Kort nadat ik op facebook verslag heb gedaan van het feit dat donderdag 19 januari mijn laatste lesdag was, reageerden collega’s en oud-leerlingen op soms heel onverwachte wijze. Ik kan niet anders dan erg dankbaar zijn voor al die mensen die de moeite hebben genomen om aan te geven dat ze mijn lessen op de een of andere manier gewaardeerd hebben. Heel veel dank daarvoor. Hieronder de verschillende stemmen:

J.S.: Ik heb van uw lessen genoten! Geniet van je laatste dag!

H.A.: Dat waren interessante lessen! Dank u 🙂

S.B.: het einde van een tijdperk!

S-F,: Je verdient minimaal zo’n laatste lesdag!

M.S.: Hopelijk heeft u genoten van deze dag!

F.B.: De laatste werkdag van je leven moet toch mijlpaal zijn in het leven. Kijkend naar de foto’s moet het een mooie dag geweest zijn. Geniet van het (verdere) leven!

R.d.V.: Was een leuke laatste les! 🙂

M.S.: Van harte gefeliciteerd met het bereiken van uw pensioen. Ik hoop dat de komende tijd u een hoop moois mag brengen.

S.d.M.: Dat er nog maar veel levensvragen beantwoord mogen worden tijdens het genieten van het pensioen!

R.B.: een verlies voor het onderwijs, geen leugen.

D.K. : Geniet van uw welverdiend pensioen 😉 en toch nog bedankt voor de lessen, heb er toch wel wat van geleerd 😉 wilde ik toch nog zeggen nu het nog enigszins relevant is.

C.v.N.: Geniet van uw pensioen! U zal zeker gemist worden;)

C.B.: We zullen je missen. En daar is geen woord aan gelogen. Maareh: ik heb geen liedje gezongen? 38,5 jaar moet toch goed zijn voor minimaal vier liedjes!

M.v.d.V.: Geniet van uw pensioen! Ik kan me sommige van uw lessen nog goed herinneren na 20 jaar.

G-J. W.: End of an era.
The teacher that made me think hardest and deepest has taught his last period. The colleague that made me question and ponder has put on his cap, taken his bike and cycled home.

Now: reading, writing, gardening and probably loads of other clever stuff.

I bow my head and say goodbye.

N.N.: Ben ook nieuwsgierig….;-) Hopelijk hebben wij er ook les van gehad…

G-J. W.: Wim Mathijssen. Eén van de beste docenten die ik ken. En tegelijkertijd af en toe controversieel: mooie combinatie. En let op: vervelende opmerkingen over Wim verwijder ik gewoon. Be warned.

J.v.G.: Nou maar die kennen we nog wel van Maatschappijleer, met z’n pretogen:-) sympathieke vent.

P-R.: En of we die nog kennen! Waren mooie lessen en het controversiële kan ik me ook nog herinneren 😉 Kon dat achteraf alleen maar waarderen.

W.D.: Sinds wanneer is eigenlijk de J verdwenen, tussen Wim & Mathijssen? 🙂
Niettemin: veel geleerd van de beste man. Heb je toevallig een adres, opdat ik ‘m een kaartje met gelukwensen kan sturen?

F.B.: ik heb nog steeds al mijn levensbeschouwing-schriften en opdrachten van alle jaren. Alle andere vakken vond ik niet de moeite waard te bewaren, maar ik vond mijn creaties van levensbeschouwing te bijzonder om weg te doen.

R.v.M.: meneer mathijssen. Ik vond uw lessen altijd heel leuk en interessant. De meest bij gebleven les van mij is toch echt de les dat je jezelf moest tekenen en dat het blad dan door heel de klas ging. U stelde dan vragen en steeds moest je antwoord geven over de persoon die je voor je op het blad had. Nooit gedacht dat een klas mij zo kon raken (op een positieve manier)! Denk nog vaak terug aan deze en andere lessen van u.

Y. G.: Meneer Mathijsen, ook ik heb het altijd ervaren als goede lessen! Levensbeschouwing kreeg een leukere dimensie dankzij u lessen! Waaruit ook mij passie voor het onderwijs is ontstaan! Zeker de foto in de boekjes komt nog regelmatig voorbij. Tegenwoordig zelf ook voor de klas en zie hoe de leerlingen en de omgang ermee is, je kan er zeker van genieten! Ik wens u veel geluk! Groeten Y

T.M.: Het is alweer een hele tijd geleden (+- 12 jaar), maar nog steeds komen uw epische lessen en gedachtenspinsels in mijn gedachten voor. Ik heb ontzettend genoten en nog meer geleerd in de jaren dat ik levensbeschouwing van u kreeg. Hulde, hulde, hulde!

I.Z.: Beste meneer Mathijsen, u en uw lessen hebben een heel grote rol gespeeld in mijn studiekeuze voor Wijsbegeerte. Ik voel me zo ontzettend thuis bij deze studie, dat ik u daar erg dankbaar voor ben. En tijdens mijn stage heb ik ontdekt dat uw manier van lesgeven mij ook inspireert wanneer ik dat zelf probeer te doen. (Erg open en toegankelijk, speels.) En ook ik heb al mijn levensbeschouwelijke creaties bewaard. Hartelijk bedankt en een veel fijne rust gewenst!

M.v.d.V.: Creativiteit in mijn schrijven/denken kwam in uw lessen naar voren… Is me altijd bijgebleven dat u me dat vertelde!

E.L.: Ja, Ook ik heb mijn schriften en collages nog, en de wijze lessen in mijn hoofd. Vergeet de lol met sjakie en de chocoladefabriek niet!

Y.S.-F: Jep, ook hier alle schriften weggegooid, behalve die van levensbeschouwing, en tekenen. Ik heb nog een afspraak staan in mijn agenda op 12 mei 2013. Er zijn van die dingen die je bijblijven…

De laatste lesdag

Om kwart voor zeven op donderdag 19 januari 2012 stond ik op in de wetenschap dat dit de laatste keer zou zijn dat ik op dit uur uit mijn bed kwam om naar een baas te gaan. Alle volgende keren zullen eigen keuze zijn en niet op basis van een arbeidscontract.

Het weer werkte ook aardig mee voor een afscheid: ik ben met regenpak aan naar Breda gefietst en kwam begin Breda tot de ontdekking dat het water al in mijn sokken begon te kruipen.

In 1973 begon ik het eerste halfjaar zeker met colbert en stropdas. Om toch een soort inclusio te maken had ik deze dag voor een colbert gekozen, maar de stropdas is weggebleven.

Tegen half tien rende ik door de regen naar de E-vleugel en kwam tot de ontdekking dat E04 versierd was met vlaggetjes en ballons. Op het bord stond in het karakteristieke handschrift van collega Willem “Laatste lesdag, tijd voor een (kinder)feestje”. Eronder een tafel met een aantal versnaperingen die je bij een kinderfeestje kunt aantreffen en enkele kannen met ranja.
lokaal E04 tijdens mijn laatste lesdag
Toen de bel ging, kwamen de leerlingen van H5b naar boven, voorzien door Willem en Joost van een feesthoedje en een uitroltoetertje. Iedereen joelde, toeterde door elkaar en werd uiteindelijk wat rustiger, toen de beide heren de leerlingen van een bekertje ranja en een traktatie voorzagen. Ook liepen ze rond met soesjes, spekkies, haribozakjes en de door mij geleverde namaakmerci’s.

Het kon niet anders of ik moest ook een hoedje op. Toen Loulou en Mazime rondgingen met de cake bleken ze ook een slagroomspuit gevonden te hebben, die zowel op de cakes als op enkele leerlingen terechtkwamen.

Mijn les had ik verdeeld in een prezi-presentatie over je geld of je leven, want ze moeten er nog wel een fors stuk over schrijven, en het aloude zelfportret dat door de klas gaat vergezeld van een aantal vragen mijnerzijds. Ook al waren er enkele leerlingen die verzuchtten dat ze dat al voor de vijfde keer deden, het enthousiasme waarmee ze later aan de slag waren, bewees weer eens dat goede dingen heel lang blijven werken.
Mathijssen aan het werk tijdens het zelfportret

Tijdens de kleine pauze, waarin ik met de collega’s in de E-vleugel bleef, zijn in de personeelskamer de vlaaien soldaat gemaakt, die ik besteld had via het secretariaat. Tijdens de grote pauze ben ik naar de personeelskamer gegaan, waar diverse mensen me dankten voor de traktatie en met een goede toekomst wensten.

De drie lessen verliepen allemaal op een eenzelfde manier en in het laatste blok kwam rector Raymond van Velthoven me nog een bos bloemen overhandigen. De leerlingen waren leuk, enthousiast, gaven me een hand en bedankten me voor de lessen.

Het was een spannende, maar uiteindelijk voor mij zeer geslaagde laatste lesdag. Volgende week nog de laatste schooldag, waarop ik twee uur surveillance in H5 mag doen. Om het af te leren, denk ik.

Van kwantiteit naar kwaliteit

Relaties tussen mensen bestaan in allerlei soorten. Het varieert van de intense betrokkenheid van mensen die elkaar in de ogen hebben gekeken en hopeloos verliefd zijn tot de onverschillig naast elkaar in de schoolbanken zittende leerlingen, die niets van elkaar weten en niets met elkaar te maken willen hebben. Door het alfabet en een mentor zijn ze echter tot elkaar veroordeeld.
Opmerkelijk vind ik het gedrag van mensen, die in termen van kwantiteit over hun relaties spreken liever dan in kwaliteit. Leerlingen schrijven in hun teksten over de tientallen vrienden die ze hebben. Waarbij tussendoor ook nog even een onderscheid gemaakt wordt tussen vrienden en ‘echte’ vrienden. Nog verwarrender: zijn de vrienden de mensen die ik kennissen noem en de echte vrienden de mensen die aan een duidelijke definitie van vrienden voldoen?
Kwantiteit vind je ook op Facebook: vol trots schrijft iemand in een levensbeschouwelijk dagboek over vriendschap dat zij niet minder dan 250 vrienden heeft. Hoort iemand anders dat, dan heft hij triomfantelijk zijn hand op en vraagt om aandacht: ik heb er 325. Baas boven baas.
Vrienden op Facebook geven je een vertekend beeld van hun leven. Alledaagse dingen, zaken waar je trots op kunt zijn of anderen de ogen mee uit kunt steken, komen om de haverklap langs. Nooit de andere kant van de medaille: verdriet, teleurstelling, eenzaamheid, mislukkingen, het bestaat allemaal niet op facebook. Ook hier meer kwantiteit dan kwaliteit, want als facebook werkelijk het levensverhaal van iemand vertelt, dan is het een wel zeer armetierig bestaan, oppervlakkig en nietszeggend.
Hetzelfde geldt voor de school, zowel voor leerling als docent. Je kunt in een klas of in een personeelskamer zitten en geen weet hebben van wat er in anderen omgaat of wat er met anderen gebeurt. Je zit in een grote groep en wat je ervaart is nietszeggend en oppervlakkig gedaas en geleuter.
Als je je afkeert van kwantiteit en je meer oog voor kwaliteit van relaties wilt hebben, wat doe je dan? Hoe kun je onderscheid maken tussen een onbeduidende, betekenisloze relatie en een die er wel toe doet? Waar moet je dan naar kijken?
Mijn eigen oplossing zoek ik in het volgende twee vragen: 1. kan ik twee vragen aan je stellen die over jou gaan en waardoor je een verhaal gaat vertellen dat iets over jou zelf zegt. Iedereen heeft weleens over zichzelf iets losgelaten dat vervolgens wegzakt. Stel: je hebt drie maanden geleden een oma verloren die je dierbaar was. Als ik je dan morgen vraag, hoe het nu met je is, of je nog steeds aan je oma denkt, dan weet je dat de ander zich bij je verdriet betrokken voelt en krijg je ook het vertrouwen dat je gerust over je verdriet en huilpartijen kunt praten.
Mijn tweede vraag is vervolgens: kun jij twee vragen aan mij stellen, waardoor ik mijn verhaal kan vertellen en jij meer over mij te weten komt. Zonder wederzijdse – het moet niet altijd van een kant komen – betrokkenheid zal de relatie snel verwateren en overgaan.
Ik heb het hier niet over liefdes- of vriendschapsrelaties: daar moet je meteen twee keer ja horen, anders is er iets aan de hand. Het gaat mij hier om de alledaagse relaties waarmee we te maken krijgen: ook daar is meer te halen dan we soms denken. Een goede buur is nog steeds beter dan een verre vriend, zegt het spreekwoord.
Je zou de proef op de som kunnen nemen en om je heen kijken om te zien bij welke mensen mijn twee vragen met ja beantwoord kunnen worden.
Noem me gerust een pessimist: als het aantal werkelijke vrienden op de vingers van een hand te tellen valt, dan zal het aantal betekenisvolle alledaagse relaties waarschijnlijk de twee handen niet overschrijden.
[Verschenen in Keten nr. 366, november 2011]