Maandelijks archief: april 2013

Trouwen en scheiden in Nederland

Ik neem aan dat collega’s die zich met bepaalde thema’s bezighouden proberen de laatste gegevens aan de leerlingen door te geven en hen te vragen, wat hen die cijfers te zeggen hebben. De reactie op bepaalde cijfers zegt vaak heel veel over de levensbeschouwelijke standpunten die leerlingen innemen.
Hieronder een informatief stuk uit het Nederlands Dagblad van 20 oktober 2010:
“Trouwen is populair, maar de huwelijken zijn de laatste jaren minder standvastig geworden. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek woensdag op basis van het Onderzoek Gezinsvorming, een steekproef die om de vijf jaar wordt gehouden.

Van de stellen die begin jaren negentig trouwden, zal binnen twintig jaar een kwart zijn gescheiden. Uit eerdere cijfers bleek dat van de huwelijken die rond 1970 waren gesloten, een op de zes na twee decennia op de klippen was gelopen. Het aantal huwelijken dat geen stand houdt, neemt in die vergelijking dus toe.

Kritischer
Huwelijken houden minder stand omdat de echtelieden over het algemeen kritischer zijn geworden. Dat betoogt Jan Latten, woordvoerder van het CBS en hoogleraar demografie van de Universiteit van Amsterdam naar aanleiding van cijfers van het bureau die woensdag bekend werden. Daaruit blijkt dat huwelijken de laatste jaren eerder stranden. Emancipatie, eerst een tijdje alleen wonen en eerst samenwonen zorgen voor echtelieden die meer eisen van hun partner en het huwelijkse leven. ,,Partners zijn minder bereid zich in de relatie veel aan te passen,” aldus Latten. ,,Vroeger was veel vanzelfsprekend. Een vrouw verhuisde mee als de man ergens anders ging werken. Nu wordt er gedebatteerd, zijn er potentiele splijtzwammen. De een wil veel kinderen, de ander niet.”

Uit de cijfers vanaf 1950 van het CBS blijkt dat 1970 het ‘topjaar’ was wat betreft aantallen huwelijken. In dat jaar werden 123.631 paren in de echt verbonden. De decennia daarna is dat langzaam afgenomen tot het ‘dieptepunt’ in 2005 met 72.263 huwelijken. Vorig jaar wisselden 73.477 paren het jawoord. Wat scheidingen betreft spande 2001 de kroon met 37104 paren die het niet meer met elkaar uithielden. Gemeten vanaf 1950 heeft 1958 in de CBS-statistieken met 5280 het laagste aantal huwelijksontbindingen.
Vorig jaar gingen 30779 stellen uiteen. “Een partner heb je om permanent gelukkig te zijn. Anders hoeft het niet,” zegt Latten. “Als het huwelijk niet zo perfect is, denkt men eerder dan vroeger aan scheiden. De echtelieden vragen zich af: hoe was het toen ik alleen was? Wat voegt de relatie toe aan mijn geluk? Dat alternatief was er vroeger niet.”
Economie

Een betrekkelijk nieuw effect in de huwelijkscijfers is volgens Latten de stand van de economie. Ontevreden stellen blijken hun scheiding uit te stellen omdat ze er rekening mee houden dat ze hun huis niet kunnen verkopen. Ook huwelijken worden uitgesteld als er een dip in de economie is. “Je ziet nu dat een meerderheid trouwt als er een kind is. Men woont toch al samen en het gaat goed. Laten we gaan trouwen en een feest geven. Maar als het slecht gaat in de economie wordt er bezuinigd, ook op het trouwen.””

Is er leven na de geboorte?

Via een Italiaanse vriend van mijn zoon kreeg ik de volgende link toegestuurd: http://cogitoetvolo.it/tu-credi-nella-vita-dopo-il-parto/
Twee baby’s bediscussiëren een mogelijk leven na de geboorte. Wie de argumenten vergelijkt met die van mensen die niet in een leven na de dood geloven, ziet dat er veel overeenkomsten zijn. Mogelijk een idee om leerlingen te vragen of ze dergelijke argumenten al eens eerder hebben gehoord, wat ze ervan vinden en wat dit verhaal hen eventueel te vertellen heeft. Het zal zeer uiteenlopende reacties te zien geven.

Twee baby’s bevinden zich in de baarmoeder van een zwangere vrouw. Vraagt de een aan de ander:
“ Geloof jij in het leven na de geboorte?”
“ Ja, zeker. Er moet iets zijn na de geboorte. Misschien zijn we hier omdat we ons moeten voorbereiden op datgene wat we later zullen zijn.”
“Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zou dat leven dan moeten zijn?”
“Ik weet het niet met zekerheid…..Er zal meer licht zijn dan hier. Misschien zullen we op onze voeten lopen of ons voeden met de mond.”
“Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met de mond. Het is gewoon belachelijk. De navelstreng is waarmee we ons voeden. IK zeg je een ding: het leven na de geboorte is niet te begrijpen. De navelstreng is veel te kort.”
“Toch geloof ik dat er iets moet zijn, al zal het wel een beetje verschillend zijn van wat we hier gewend zijn.”
“Maar niemand is teruggekeerd van de andere kant, na de geboorte. De geboorte is het einde van het leven. En alles bijeengenomen is het leven niets anders dan een verdrietig bestaan in de duisternis die nergens naar leidt.”
“Goed, ik weet ook niet precies hoe het na de geboorte zal zijn, maar ik ben er zeker van dat we moeder zullen zien en zij zal zorg voor draagt.”
“Moeder? Geloof jij in de moeder? En waar denk je dat zij zich bevindt?”
“Waar? Ze is geheel en al om ons heen. We leven in haar en door haar. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”
“Kom zeg! Ik kan je echt niet geloven! Ik heb nog nooit een moeder gezien en dus is het logisch dat ze niet bestaat.”
“Goed, maar soms, wanneer we stil zijn, kun je haar horen zingen of aangeven hoe ze onze wereld koestert. Weet je wat ik je zeg? Ik denk dat er een werkelijk leven is dat ons wacht en dat we ons nu slechts daarvoor aan het voorbereiden zijn…”

hey-brother

Zelfmoordcijfer stijgt opnieuw

In de 38 jaar van mijn werkzame leven heb ik in het mij bekende lesmateriaal geen expliciete aandacht gezien voor het feit, dat het leven voor veel mensen elk jaar weer zo zinloos lijkt te zijn dat ze een einde aan hun leven maken. Daarnaast doen vier keer zo veel mensen een poging een einde aan hun leven te maken.
Deze navrante uitkomst op de vraag ‘Is het leven voor mij zinvol’ is voor mij al vele jaren aanleiding geweest om het thema zin, onzin en zelfdoding in het curriculum op te nemen. En tot mijn ontzetting ben ik de enige gebleven, lijkt het wel. Terwijl allerlei onderzoek erop wijst, dat aandacht op een bepaalde manier positief werken kan op de zinloosheidsgevoelens van ook leerlingen, in ieder geval dat het niet aanzet tot het negatieve gedrag, zoals velen vermoeden en waarom zij er niets mee doen.
Bovenstaande opmerkingen moest ik even kwijt naar aanleiding van het volgende krantenbericht, afkomstig van het ANP:

“1647 mensen hebben vorig jaar een einde aan hun leven gemaakt. Het aantal zelfdodingen ligt daarmee 47 hoger dan in 2010, zo blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het zelfdodingscijfer is voor het vierde opeenvolgende jaar gestegen en was vorig jaar 9,9 per 100.000 mensen. Het aantal zelfmoorden is daarmee op het zelfde niveau als eind jaren ’90 en het begin van deze eeuw.

In verschillende andere landen is net als in Nederland het aantal zelfdodingen sinds 2008, het begin van de financiële crisis, toegenomen. Het CBS kan echter niets zeggen over een mogelijke samenhang.

Mannen plegen vaker zelfmoord dan vrouwen, zeven op de tien mensen die zelfmoord pleegt, is man. Bij zowel mannen als vrouwen die een einde aan zijn of haar leven maakt, is bijna de helft tussen de 40 en 60 jaar. In grotere steden ligt het aantal zelfdodingen ongeveer 30 procent hoger dan in kleinere gemeenten.

De meest gekozen manier om een einde aan het leven te maken is door ophanging. Alleen bij jongeren onder de 20 jaar is voor de trein springen de meest gekozen methode.”

Welke reclame kan echt niet meer?

Reclames zijn per definitie waardegeladen en daarmee een dankbaar onderwerp voor levensbeschouwelijk kijken. Als opvattingen veranderen, veranderen de reclames mee, want zij drukken een tijdsgevoel uit. Als de samenleving stevig verandert, zie je dat bepaalde advertenties echt niet meer kunnen. Op de webstek van Hetkanwel is een selectie van die advertenties te zien.
Bij een foto van een verbaasde vrouw en een flesje tomatensap lees je: “ You mean a woman can open it?
Elders: ‘Hoe harder een vrouw werkt, des te leuker ziet ze er uit!”
Een vrouw die op de grond verlekkerd naar een schoen ligt te staren: “Keep her where she belongs…”
Een man met een sigaartje in zijn hand en een vrouw tegenover zich krijgt mee: “Blow in her face and she’ll follow you anywhere.”

Met dit webstekonderwerp kunnen we meerdere dingen doen:
De leerlingen krijgen de afbeeldingen te zien en de docent vraagt hen na te denken over de waarden die erin weerspiegeld worden.
De docent geeft vervolgens aan, dat volgens de auteur van het webstekartikel deze reclames echt niet meer kunnen. Voor de leerlingen: “Waarom zou de auteur dat zeggen? Wat zeg jij ervan?
Na de reclames die echt niet meer kunnen laat de auteur Emile van den Berg nog enkele moderne uitingen zien en zet er zijn bedenkingen onder. Hij meent dat ook in de toekomst bepaalde reclames niet meer kunnen. Als duidelijk voorbeeld: Het grootste sportevenement ter wereld wordt gesponsord door fast-foodketens en frisdrankfabrikanten. Voor de leerling een mooie opdracht om na te gaan welke reclames in de toekomst volgens hem of haar niet meer zullen kunnen en waarom? Anders gezegd: welke voor dan belangrijke waarden worden hier met voeten getreden?

Het artikel is te vinden op http://www.hetkanwel.net/2012/09/11/watdenkenwijover40jaarvanreclamevannu/

Nog een keer Dropbox

In LIA 154 heb ik eerder aandacht besteed aan Dropbox. Wie er niet mee bekend is, kan via de volgende link [http://www.zininschool.info/index.php/nieuw/artikel/minder-kopzorgen-met-dropbox] informatie over het gebruik ervan opdoen. Op de webstek van Mindshift werd aandacht besteed aan het gebruik ervan in het onderwijs. Ik citeer:
“Dropbox kan een goed gereedschap zijn voor leraren en leerlingen. Je kunt het gebruiken om kopieën van handouts op te slaan, presentaties te distribueren en als een manier voor leerlingen om huiswerkopdrachten in te leveren. Vergeleken met e-mail is het een gemakkelijke manier om huiswerk te droppen en het moment van inleveren wordt eveneens geregistreerd.
Dropbox kan ook een handig gereedschap zijn om de projecten en presentaties van leerlingen te hanteren. Leerlingen kunnen de visuele onderdelen van klaspresentaties inleveren en het is gemakkelijk voor de leraar om te bepalen of leerlingen een gegeven onderdeel van een project- of presentatieopdracht hebben voltooid. Het allerbeste: aangezien alle presentaties op dezelfde virtuele plaats zijn ingeleverd, kan iedere leerling toegang tot zijn of haar presentatie hebben via een inlogcode, wat een behoorlijke tijdwinst oplevert als je in 50 minuten door een aantal presentaties heen moet banjeren.
Leerlingen kunnen DropBox gebruiken op hun mobeltje om handouts te lezen, wat papierbesparend is. En ze kunnen hun bestanden net als jij synchroniseren op verschillende computers buiten de school.”
Wie een gratis account wil regelen, kan dat via http://db.tt/3RJNbChB .

Uit de sectie geklapt

De afgelopen jaren hebben we een groot aantal projecten geschreven, die de basis vormden voor het curriculum, dat we op mijn oude school, het Newmancollege, hebben kunnen invoeren. Verdergaand overleg zorgde ervoor dat we momenteel alweer enkele jaren een serie boeken onder de titel ‘Te Denken Geven 1 t/m 5’ het licht hebben doen zien. Uiteraard was dat curriculum sterk gekleurd door de opvattingen van de langst lesgevende docent. Maar nieuwe meesters hebben ook nieuwe bezems, die door de kamers van de oude meester gaan.
In die situatie komt de sterke kant van ons gehanteerde systeem naar voren.
Allereerst: de school accepteert dat we elk jaar onze boeken vernieuwen, omdat de prijs die ervoor betaald moet worden, duidelijk minder is dan andere secties voor hun boekenfondsuitgaven doorgeven. Als de boeken van een sectie veertig euro kosten en ze vier jaar mee moeten gaan, kan de sectie levensbeschouwing haar boek van tien euro vier keer aanschaffen.
Ten tweede: aan de kant van de uitgeverij zit de mogelijkheid om in te spelen op de wensen van de sectie, aangezien zij werkt met haar drukkers op basis van het printing-on-demandsysteem. Dat maakt het voor een school mogelijk om haar eigen curriculum te assembleren met het materiaal dat we zelf al hebben en materiaal wat een sectie wil toevoegen.

Het voorbeeld van het Newmancollege

Klas 1

In de editie van 2012 was een hoofdstuk ‘levensvragen dringen zich aan ons op’ geschrapt. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk ‘kijken naar elkaar’.
De ervaringen van het afgelopen jaar leidden ertoe dat in de editie 2013 het verdwenen hoofdstuk weer terug is, en dat het hoofdstuk ‘kijken nar elkaar’ voor een deel verdwijnt, voor een ander deel naar achteren wordt geschoven.

Klas 2
De gesprekken over klas twee, waarin aandacht besteed wordt aan de mensen van het boek, leverden op dat de niet-westerse godsdienstige levensbeschouwingen er bekaaid van af komen. Daarom werden de hoofdstukken over de mensen van het boek voor een deel ingekort en enkele moesten verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk over het hindoeïsme.

Klas 3
Was in 2012 het hoofdstuk over levensbeschouwing en film naar klas vier verplaatst, omdat dat precies paste bij ‘levensbeschouwing en de kleine verhalen’, in de editie 2013 komt het weer terug naar de derde. Enkele redenen: het vierdejaars programma is al overvol en de diepgang komt in het gedrang als we de er materiaal aan toevoegen. Het werken met portfolio-opdrachten levert op bepaalde momenten van het schooljaar erg veel werk op en we moeten zien te vermijden dat die pieken precies in de dagen voor het inleveren van de cijfers opduiken. Door levensbeschouwing en film aan het eind van het jaar te plannen hebben de docenten meer tijd om het voorhanden ingeleverde materiaal na te kijken, aangezien het bij levensbeschouwing en film meer gaat om een klassengesprek over de voorbijkomende levensvragen dan om het schrijven en inleveren van een doorwrocht essay.
Als tegenhanger van de hoofdstukken over het hedonisme, dat hier en daar veranderd is, hebben we een hoofdstuk over het boeddhisme opgenomen.

Klas 4
Zoals gezegd is ‘levensbeschouwing en film’ verdwenen, evenals het hoofdstuk over Oliner en het altruïsme. In de hoofdstukken over relaties en seksualiteit zijn enkele als moeilijk ervaren hoofdstukken verdwenen, maar er is nog geen goed alternatief voor gevonden.

Klas 5 havo en vwo
Voor het eerst hebben we gemeenschappelijk boek voor 5havo en 5vwo. Voor de havo zal het te veel zijn, omdat die een half jaar levensbeschouwing hebben. Maat de docent kan nu ervoor kiezen wat meer zappend met de eindexamenleerlingen langs diverse onderwerpen te gaan. Per slot van rekening is de lessituatie in een havo 5 die eindexamen gaat doen een andere dan die van v5, waar het nog anderhalf jaar van het eindexamen is en van wie ook een hogere en grotere intellectuele inspanning gevraagd kan worden.
De hoofdstukken over ‘zin, onzin en zelfdoding’ uit de editie 2012 zijn verdwenen, omdat een andere docent de lessen gaat geven. Aan de hoofdstukken over ‘levensbeschouwing en geld’ is een hoofdstuk toegevoegd waarin de leerlingen onderzoek doen naar hun eigen moneymindset ofwel geldwaardepatroon. Eveneens zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over ‘vindplaatsen van het religieuze’ en ‘de ontmoeting met God in ‘Joan of Arcadia’.

Met goede moed zijn de docenten weer aan het nieuwe schooljaar begonnen, zullen in de komende maanden nadenken over wat we van de leerlingen mogen vragen, wat in een goed curriculum levensbeschouwing moet zitten en tegen het eind van het jaar zullen ze veranderingen en nieuwe wensen bij de eindredacteur neerleggen. Per slot van rekening veranderen docenten, leerlingen en de werkelijkheid. Waarom zou dat dan niet kunnen en moeten gelden voor het materiaal waarmee ze elk jaar weer werken?

Lesbrief – De Jeugd van Tegenwoordig

De schoolmusical die Eva Mathijssen en Arto Boyadjian dit jaar geschreven hebben heet ‘De jeugd van tegenwoordig’. Informatie over de musical is te vinden via http://www.deschoolmusical.nl . Het verhaal gaat als volgt:
De leerlingen zitten bij elkaar en missen Khadiza. De geschiedenisleraar (Albert) van Hoffen gaat zijn laatste geschiedenisles geven, en wel over het jaar 1969. Als de les net begonnen is, komt Khadiza binnen die meldt dat haar verblijfsvergunning ingetrokken is. Het zou nu veilig genoeg zijn in Irak. De leerlingen zijn er beduusd van en reageren nauwelijks op de opmerking van van Hoffen: “Het enige verzet is collectief verzet.”
Hij laat hen een super8filmpje zien dat geschoten is tijdens een demonstratie in 1956 en waar van Hoffen duidelijk aanwezig is en de groep toespreekt. Er ontstaat een fictief gesprek tussen de jongeren van 1969 en die van 2012 en aan het eind ervan staan de moderne jongeren op de tafels in hun lokaal. Ze zijn bereid te protesteren tegen het feit dat Khadiza naar Irak teruggestuurd wordt. Al praten bedenken het plan van een sleep-in of een stay awake-verbijf op school. Na een gesprek met enkele leden van de schoolleiding krijgen ze ook officieel toestemming om de stay awake te houden.
Veel mensen doen mee met de stay awake en de volgende morgen blijft de klas achter om op te ruimen. Als ze daarmee bezig zijn, komt Khadiza binnen met de mededeling dat het protest geen resultaat heeft opgeleverd en haar familie toch terug moet naar Irak. De leerlingen zijn heel teleurgesteld dat hun protestnacht geen succes heeft gehad, maar worden door Khadiza terechtgewezen: “Jullie hebben de hele school in beweging
gezet, voor mij en m’n vader. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga dit niet vergeten. Nooit. Hoe vaak doen mensen dit nou, voor iemand, laat staan voor mij? Dat is toch bizar. Te gek voor woorden ook. Dat Norbert en Tobias het überhaupt ooit met elkaar eens zouden worden, dat neem ik mee. Dat jullie allemaal voor mij op tafel zijn gaan staan. Ook dat neem ik mee.”

Bij deze schoolmusical heb ik een lesbrief gemaakt, die goed te gebruiken is in de lessen levensbeschouwing. Een aantal elementen uit de lesbrief heb ik in andere onderdelen van het Newmancurriculum als eens gebruikt.
De opzet is als volgt:
Het verhaal
De vragen waar het om draait
Terug naar Irak
Wat voor protest
Wat heb jij er voor over?
Wat heeft het opgeleverd?

Om auteursrechtelijke redenen is de lesbrief alleen te lezen, niet te veranderen of af te drukken. Hij is te downloaden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/lesbriefjeugdvantegenwoordig.pdf.

Godsdeeltje

Het kan bijna niet anders, of in de hogere klassen met veel betaleerlingen kan de vraag naar het zogenaamde ‘godsdeeltje’ nar voren komen. Mijn beperkte natuurkundige kennis belet me om het ook maar enigszins te begrijpen, maar ik kan me voorstellen dat docenten levensbeschouwing toch graag weten waar de klok en de klepel precies hangen. Over het Higgsdeeltje en de naam ‘godsdeeltje’ schrijft de Nederlandse wikipedia:

“De bijnaam van het higgsboson is ‘Godsdeeltje’, in het Engels God particle. Deze naam zou volgens onderzoekers voor het eerst gebruikt zijn in 1993. De natuurwetenschapper en nobelprijswinnaaar Leon Lederman schreef een boek over het deeltje, getiteld The God Particle: If the Universe is the Answer, What is the Question?. Lederman zou tegen een aantal vrienden gezegd hebben, dat hij zijn boek The Goddamned Particle had willen noemen, om zo uiting te geven aan de frustraties over het niet kunnen vinden van het deeltje. Zijn uitgever zou die titel niet hebben geaccepteerd, mogelijk omdat het kwetsend voor gelovigen zou kunnen zijn. Hij zou de uiteindelijke titel hebben voorgesteld.
‘Lederman heeft een hoop uit te leggen’, zei de Britse wetenschapper Peter Higgs, die in de jaren zestig het bestaan van het veelbesproken deeltje voorstelde.
James Gillies, woordvoerder van het CERN, was meer vergevingsgezind ten aanzien van de bijnaam. ‘Het deeltje heeft natuurlijk niets met God te maken’, verklaarde hij. ‘Maar ik begrijp waarom mensen het zo noemen. Het higgsboson is cruciaal om de natuur te begrijpen.’ ”
Wie zich in deze materie op een onderhoudende manier wil verdiepen kan een mooie animatie vinden op http://www.phdcomics.com/higgs/

Afscheidsspeech

Eind juni heb ik officieel afscheid genomen van het Newmancollege, uitgeluid door rector en collega’s. Zelf heb ik geprobeerd mijn laatste statement te maken vanuit de 38 jaar lesgeven. Daarvoor heb ik het model van de cd-opdracht die we de vierdeklassers steeds geven: maak een eigen cd met tien nummers en leg uit waarom die voor jou belangrijk zijn. Mijn eigen bezig zijn op school had ik eveneens in tien onderdelen opgesplitst, daarbij een verhaal verteld en een stukje lied laten horen. Mijn eigen tekst en de liedjes werden gelardeerd met foto’s die ik de afgelopen 25 jaar regelmatig gemaakt heb en waar vele collega’s en (oud)-leerlingen voorbijkwamen, een soort van memory lane voor mezelf en soms anderen.

Wie wil zien hoe iemand afscheid neemt, of op zoek is naar ideeën voor een eigen afscheid kan de afscheidspresentatie bekijken via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/wimsafscheid.mp4.

Lesbrief bij schoolmusical Bende

Na de musicals ‘Rauw op je dak’, ‘Bende’ en ‘Kansloos’ hebben Eva Mathjssen en Arto Boyadjian zich aan hun vierde musical gewaagd ‘De Jeugd van Tegenwoordig’. Zij hebben vijf jaar geleden de laatste door de NCRV uitgebrachte kerstmusical gemaakt en hebben na het stopzetten van een twintigjarige traditie door de NCRV zelfstand het stokje overgenomen. Als je als docent betrokken bent bij het produceren van een schoolevenement, is het aan te bevelen een kijkje te nemen op http://www.deschoolmusical.nl. Ben je er niet rechtstreeks bij betrokken, dan is het misschien een idee de mensen die dat in hun portefeuille er opmerkzaam op te maken, want ook die mensen komen soms ideeën te kort.
Voor de musical ‘Bende’ heb ik de lesbrief gemaakt. Het thema van de musical en de lesbrief is ‘hokjesgeest’.
De inhoud van de lesbrief:
Over wie hebben we het?
Het verhaal van de musical
Over de hokjesgeest
Wat anderen ervan gezegd hebben
Waar is mijn hokje?
Kan ik uit mijn hokje komen?
In de schoenen van een ander
De tekst is uiteraard toegeschreven naar de inhoud van de musical, maar verschillende onderdelen kunnen collega’s mogelijk op ideeën brengen. Om auteursrechtelijke redenen is de tekst wel te downloaden en te lezen, maar niet te veranderen of af te drukken. Je vindt hem op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/lesbriefbende.pdf

Introductieles

Telkens weer duikt bijvoorbeeld in de community levensbeschouwing van tijd tot tijd de vraag op van vooral beginnende docenten wie ideeën heeft voor een introductieles. Deze vraag is enkele jaren geleden gesteld door Susannah Koppejan. De reacties die ze ontvangen heeft, heb ik destijds verwerkt in een pdf-bestand. Het is nog steeds op onze webstek te downloaden als je je wilt oriënteren op mogelijke introductielessen.
http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/introductieles.pdf . Een tweede document met een vijftigtal kennismakingsvragen is daar ook te vinden: http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/kennismakingsvragen.pdf .

Het belang van de waaromvraag

Op alle mogelijke manieren zal ik blijven proberen argumenten voor het instandhouden van het vak levensbeschouwing bijeen te zoeken. Mooi is dan dat je opa bent en zo nu en dan snuffelt in de pedagogische maandbladen die je bij je ouderende kinderen tegenkomt, Aan ‘Groter Groeien’. 2012 nr. 3 ontleen ik het volgende:
“Mama, waarom heeft oma grijs haar? Waarom moet ik naar school? Waarom zijn tomaten rood? Behoorlijk vermoeiend: al die waarom-vragen van je kind.
Uit Amerikaans onderzoek blijt dat het niet draait om aandacht trekken. Je kind wel ècht het naadje van de kous weten. Probeer dus serieus antwoord te geven.

Uit een ander onderzoek van de Universiteit van Novi Sad in Servië blijkt zelfs dat nieuwsgierig zijn gelukkig maakt. Tieners die zich waarom-vragen stellen zijn gelukkiger dan tieners die dat niet doen. Zij zijn minder eenzaam, hebben het gevoel dat hun leven meer zin heeft en zijn minder somber, gestrest en angstig. Het is dus slim om het waarom-gedrag van je kind te stimuleren, ook al is het soms heel vermoeiend.

Het advies van de onderzoekers: neem je kind altijd serieus en stel vragen terug, waardoor hij nadenkt. Z blijft je kleine levensbeschouwer [er stond eigenlijk ‘filosoof’] zich verbazen over de wereld om hem geen. Dat houdt hem scherp en maakt hem gelukkig.”

Reliwerk

Voor docenten levensbeschouwing is www.reliwerk.nl een aanbevelenswaardige webstek. Enerzijds, omdat je goed op de hoogte wordt gehouden van beschikbare vacatures in het levensbeschouwelijke werkveld, zowel in binnen- als buitenland.
Daarnaast heeft de webstek ook een uitstekende boekenrubriek betreffende zaken, die op de een of andere manier gerelateerd zijn aan levensbeschouwing in al zijn aspecten. Het is de moeite waard daar regelmatig kennis van te nemen.
Niet te versmaden zijn de regelmatig verschijnende interviews met reliprofessionals, die zeer zinnige dingen te zeggen hebben. Het archief laat je ook terugkijken tot de eerste interviews in 2011.
Voor wie surfen te arbeidsintensief wordt, kan zich abonneren op de RSS-feeds, waaruit je dan zelf kunt kiezen waar je aandacht aan wilt besteden.

Behoefte aan een multimediale presentatie?

Wie de moeite heeft genomen om onze projecten te bekijken, die we op de webstek hebben geplaatst, ziet bij het openen van een project onderaan de tekst ‘Powered by Uniflip’ staan.
We hebben voor deze oplossing gekozen omdat er duidelijke voordelen aan verbonden zijn. De mensen van Uniflip zorgen er voor dat een bestand dat hun software tot uniflippublicatie omvormt, vervolgens te lezen is op allerlei apparatuur. Wie een Ipad heeft, kan geen Flashbestanden lezen, want Apple heeft voor de tablets voor HTLM5 gekozen.
Dat is vervelend, want je wilt een document in deze moderne wereld overal en op ieder tijdstip tot je kunnen nemen. Als je bestand een flashdocument is, moet je je Ipad met rust laten en wachten tot je thuis bent, waar je wel Flashbestanden op je thuiscomputer kunt lezen. Uniflip maakt het allemaal gemakkelijker, want in een uniflipdocument zit een slimmigheid ingebouwd die ervoor zorgt dat het juiste bestandsformaat voor je leesapparaat gekozen wordt. Bij de Ipad een html5-versie, bij andere de flashversie.
Elke e-publicatie is mogelijk
Kan op ieder platform gelezen worden
Kan gedownload worden voor verdere verspreiding via mail, cd etc.
Wie geen downloads wil toestaan, kan ook kiezen voor alleen lezen.
[Wie het naadje van de kous wil weten: http://www.uniflip.com]

Waarom dit verhaal? Bij het op het plaatsen van onze projecten op het web heb ik bij Uniflip een bulk aan licenties afgenomen, omdat die goedkoper zijn dan enkele licenties.
Wie een licentie koopt, betaalt 79 dollar, wie er veertig aanschaft betaalt 39 dollar per licentie. Helaas zijn de in bulk aangeschafte licenties twee jaar geldig en vervallen dan. Ik heb nog een setje licenties over en bied ze aan aan collega’s die een digitale publicatie op prijs stellen. Het kan daarbij gaan om een brochure, die voor leerlingen publiek toegankelijk moet zijn, maar waarbij het in grotere getale aanschaffen een kostbare zaak kan worden.
Docenten hebben mogelijk extra lesmateriaal, dat ze op een gemakkelijke manier ter beschikking willen stellen, een eigen lesmethode, die ze graag gedigitaliseerd zien.
Het kan ook gaan om andere schriftelijke uitingen, zoals een vakwerkplan, dat een grotere verspreiding nodig. In de e-publicatie kunnen ook links opgenomen worden, naar andere pagina’s, maar ook naar webadressen. Verder kan een publicatie ook video’s invoegen, zoals een youtubefilm, evenals flashanimaties en zelfs achtergrondmuziek is mogelijk.

De omrekenprijs van 39 dollar komt neer op 31 euro, helaas zonder btw.
Wie behoefte heeft aan een dergelijke publicatie kan contact met me opnemen via een mailtje en daarin zijn wensen kenbaar maken.