Maandelijks archief: oktober 2013

Toon Tellegen 3

Een andere Toon Tellegentekst kwam ik tegen door mijn documenten op de computer te laten doorzoeken op de term ‘Tellegen’. Daarbij kwam als tweede tekst de jaarrede van Kees Hamers in 2005 naar voren.

[In zijn tekst kon Kees weinig goeds vinden in de term ‘participatiemaatschappij’, waar toen al sprake van was en waar Kees zijn profetische pijlen op richtte. We weten nu waartoe die mooie term heeft geleid de afgelopen maanden.]

Maar er loert wel gevaar. Niet zozeer van schoolbestuurderen. Velen van hen zijn doordrongen van de meerwaarde van levensbeschouwing in het vormingsaanbod. Nee, het gevaar zit ‘m erin dat wij een uitstervend ras dreigen te worden. Waar zijn immers de frisse jongens en meisjes die zich in groten getale melden om docent levensbeschouwing te worden?

Wij willen graag in het eindexamenprogramma, we willen graag dat het vak levensbeschouwing in alle veranderingen die plaatsvinden zichtbaar en herkenbaar blijft in de scholen, maar dat alles staat of valt met goed geschoolde en gemotiveerde leerkrachten. De toenemende aandacht voor levensbeschouwing in onze samenleving heeft helaas nog niet geleid tot een toenemende belangstelling voor een docentschap in die richting.

Daarom tot slot een verhaaltje van Toon Tellegen uit de bundel: “Bijna iedereen kan omvallen”

Denk je dat we ooit afgelopen zijn, eekhoorn?’ vroeg de mier op een keer.

De eekhoorn keek hem verbaasd aan.

‘Nou, zoals een feest afgelopen is,’ zei de mier. ‘Of  een reis.

De eekhoorn kon zich dat niet voorstellen.

Maar de mier keek uit het raam naar de verte tussen de bomen en zei: ‘Ik weet het niet, ik weet het niet…’ Er verschenen rimpels in zijn voorhoofd.

‘Maar hoe zouden we dan moeten aflopen?’ vroeg de eekhoorn.

Dat wist de mier niet.

‘Als een feest is afgelopen gaat iedereen naar huis,’ zei de eekhoorn. ‘En als een reis is afgelopen wrijf je in je handen en kijk je of er nog een potje honing in je kast staat. Maar als wij zijn afgelopen…’

De mier zweeg. Hij maakte een raar geluid met zijn voelsprieten.

‘Wat is dat voor een geluid?’ vroeg de eekhoorn. ‘Knakken,’ zei de mier.

Daarna bleef het lange tijd stil.

De mier stond op en begon, met zijn handen op zijn rug, door de kamer heen en weer te lopen.

‘Denk je erover na?’ vroeg de eekhoorn. ‘Ja,’ zei de mier. ‘Weet je het al?’ ‘Nee.’

De mier ging ten slotte weer zitten.

‘Ik weet het niet,’zei hij. ‘Ik weet vrijwel alles, dat weet je, eekhoorn…’

De eekhoorn knikte.

‘Wat ik niet weet,’ging de mier verder, ‘mag geen naam hebben. Maar of wij ooit aflopen…’

Hij schudde zijn hoofd.

De eekhoorn schonk nog een kopje thee in. De mier nam en onzeker slokje.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u een zinvolle dag toe

 

Toon Tellegen 2

In mijn eigen archief kwam ik een tekst tegen die een vriendin gebruikt heeft bij het afscheid van haar dochter en waarin ook een tekst van Toon Tellegen actief een rol speelde.

“Na de ontstellende mededeling twee jaar geleden, dat ze kanker had, is X begonnen met een hyvespagina. Vele malen heeft ze achter de laptop gezeten haar ervaringen en gevoelens aan haar vrienden en familieleden toevertrouwd.

Op haar werk terugkijkend kunnen we het volgende constateren:

X kon schrijven; hoe vreselijk de verhalen ook waren, ze wist ze zeer lezenswaardig te vertellen.

X kon verrassend uit de hoek komen. Na een lange uitweiding over de negatieve bijverschijnselen van de chemo kon ze haar man vragen, wanneer er medicijnen zouden komen, die als bijverschijnsel gaven, dat ze beter kon koken of goed zou gaan zingen en andere mooie activiteiten.

 

X vertelde haar pijnverhalen, haar worstelen met de ziekte, haar angsten

om de toekomst en haar man, maar ze kon het niet laten om woorden als ‘genieten van’, ‘mooi’, ‘blij zijn’, te gebruiken. De afgelopen twee jaar heeft ze gevochten om de positieve ervaringen in haar leven te vermeerderen. Ze wist in het duister toch nog lichte plekken te ontdekken.

 

Ze heeft nooit genoegen genomen met een half glas; ze wilde de hele fles aan geluk drinken. Ook in deze twee jaar heeft ze van alles om haar heen met volle teugen genoten. Het volgende gedicht van Toon Tellegen laat ons zien, hoe we ons X willen en kunnen herinneren:

 

Waarom schrijf ik

Ik schrijf omdat ik wil schrijven

Dat ik gelukkig ben.Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

 

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

 

Toon Tellegen 1

Op mijn vraag in LIA 199 naar wie verhalen van Toon Tellegen gebruikt in zijn of haar lessen kreeg ik twee duidelijke reacties. Voor beide uiteraard hartelijk dank!

De eerste is van Ad Uijtdewilligen, die opmerkte:

“Het verhaal van het nijlpaard van Toon Tellegen vind je in de methode Labyrint deel 1, blz 14. Het is uit ‘misschien wisten zij alles’.”

De tweede, uitgebreidere reactie komt van Bianca Boers, die schrijft: “Ik ben eerstegraads docent HVO (Humanistisch Vormings Onderwijs) en levensbeschouwing en heb een bedrijfje (genaamd ZININZIN) dat trainingen (nascholingen) verzorgt voor collega-docenten, kindercoaches, creatief therapeuten etc.

Ik maak graag gebruik van de verhalen van Toon Tellegen. Het bijzondere van het werken met metaforen is dat ze:

·    niet bedreigend zijn (worden ook gebruikt bij coaching/ noemt men ook wel helende verhalen)

·    onafhankelijkheid stimuleren

·    om natuurlijke weerstanden heen gaan

·    platform voor creativiteit aanbieden

·    subtiel zijn, de aandacht vragen en het onderbewuste aanspreken

·    beter onthouden worden (ezelsbruggetje effect)

Mijn favoriete verhaal is het verhaal over HET KLEINE ZWARTE DOOSJE (blz. 371). Ik heb dit verhaal gebruikt als voorbeeld van een fictief verhaal in de training ‘Iedereen verTELT’ om uit te leggen waarom er veel gebruik gemaakt wordt van metaforen bij levensbeschouwing. Het kleine zwarte doosje in dit verhaal staat symbool voor het geheugen. Het geheugen van een mens is te vergelijken met een doosje, waarin verhalen worden bewaard. Verhalen die je gehoord hebt en die je geraakt hebben. Verhalen die bij jou geboren zijn toen je op een bepaald moment gevraagd werd iets te vertellen over een gebeurtenis die voor jou belangrijk was. En verhalen van anderen, die zo’n indruk op je hebben gemaakt dat je ze in je eigen verhalendoosje bewaren wilt.

Ik gebruik dit verhaal ook vaak als inleiding bij het onderwerp ‘afscheid nemen’. Als verwerkingsopdracht laat ik de leerlingen een mooie herinneringsdoos maken.

Ik vond ook nog een werkblad met het verhaal ‘ DE EEKHOORN SCHROK MIDDEN IN DE NACHT WAKKER’ en ‘DENK JE DAT WE OOIT AFGELOPEN ZIJN?’. Ik weet helaas niet meer op welke bladzijde het verhaal staat.

Verder gebruik ik verschillende verhalen van Toon Tellegen vaak als inleiding bij een filosofisch (leer)gesprek. Zijn verhalen stimuleren de verwondering en het stilstaan bij eenvoudige alledaagse gebeurtenissen. Kunnen dieren zichzelf mooi vinden? Kan een dier menselijke eigenschappen hebben? Kunnen dieren zich vervelen? Kunnen dieren slecht zijn? Dat levert hele mooie gesprekken op!

Bij het onderwerp ‘Karaktereigenschappen’ gebruik ik ook de dieren uit de verhalen van Tellegen (het zouden ook mensen kunnen zijn). Mijn ervaring is dat leerlingen het makkelijker/prettiger vinden om naar aanleiding van de karaktereigenschappen van dieren over hun eigen karaktereigenschappen na te denken. In de training ‘ZINvol werken met portret en zelfportret; creatieve werkvormen bij identiteitsontwikkeling’ heb ik dit als voorbeeld uitgewerkt. De opdracht is dan ‘Op welk(e) dier(en) lijk jij?’ Als verwerkingsopdracht maken de leerlingen zelfportretten à la Dali.

De verhalen en werkvormen die ik genoemd heb zijn (aangepast op het niveau) zowel in de bovenbouw van de lagere school, op de middelbare school en in het volwassenenonderwijs te gebruiken.

 

 

 

Amerikaanse Taliban

Op Canvas, het Belgische tweede net, volgde ik de afgelopen weken een enerverende serie, The Newsroom, genaamd. Onderwerp van de serie is het wel en wee, met de nadruk op het tweede uiteraard, van de redactie van een nieuwsprogramma, Newsnight, dat gepresenteerd wordt door Will McAvoy. Hij ligt permanent in de clinch met de bazin van de holding, Leona, en haar zoon, die alleen naar de winstcijfers kijken en zeer dicht tegen de Tea Party aanliggen met hun ideeën. McAvoy is ook republikein, maar verafschuwt de ideeën en praktijken van de Tea Party aanhangers.

In een uitzending kraakt hij de ideeën van de de aanhangers van de Tea Party af en geeft hen weer als fundamentalisten. Zijn karakteristieken van  fundamentalisme:

• Ze houden van ideologische zuiverheid

• Ze vinden dat compromis een vorm van zwakte is

• Ze gaan uit van een letterlijke bijbellezing

• Ze wijzen de wetenschap af

• Ze negeren en ontkennen nieuwe informatie als die beschikbaar komt

• Ze vrezen de vooruitgang

• Ze doen er alles aan om tegenstanders te demoniseren

• Ze wensen controle over het vrouwenlichaam te houden

• Ze blinken uit in xenofobie

• Ze hebben een stammenmentaliteit

• Ze wijzen andere meningen categorisch af

• Ze hebben een ziekelijke haat tegenover de overheid

Kortom, zegt McAvoy, we hebben hier te maken met de Amerikaanse Taliban. Want al deze kenmerken zijn zonder meer van toepassing op de Afghaanse moslimfanatici, maar evenzeer op de mensen die zich doen gelden als voorvechters van de Amerikaanse Tea Party.

Mij lijkt het Newroomlijstje van wie fundamentalist is een aardige bijdrage om het gesprek met de leerlingen over fundamentalisme aan te gaan.