Maandelijks archief: december 2013

Amerikanen en de dood

In een studie van het Pew Research Center, dat begin november 2013 verscheen, komen opmerkelijke resultaten naar voren, als het gaat om de vraag of artsen door moeten gaan met behandelen, ook als er geen sprake is van hoop op verbetering of in de situatie dat men heel veel pijn te verdragen heeft.

In 1990 zei 15 procent van de Amerikaanse volwassenen, dat de artsen nooit moesten opgeven om de ziekte te bestrijden, in 2013 ondersteunt 31 procent dat standpunt.

De verdubbeling van het aantal, dat ‘nooit opgeven’ zegt, kan niet door de onderzoekers verklaard worden. Het was voor hen ook een verrassing. “Het zou kunnen zijn dat artsen altijd een beetje hoop aanbieden en nog een behandeling. Je weet niet wat de mogelijkheden zijn.” En dus misschien maar doorgaan, want je weet nooit.

Als het gaat om globale getallen is 57 procent van de volwassenen van mening, dat op een gegeven moment de behandeling gestaakt moet worden om de patiënt te laten overlijden.

De getallen worden opmerkelijker, als je naar religieuze visie of ras kijkt.

Meer dan 60 procent van de blanke evangelische christenen, katholieken en mensen zonder religieuze identiteit zouden hun arts vertellen te stoppen met behandelen. 72 procent van de doorsnee protestanten zou voor stoppen kiezen.

 

De duidelijke meerderheid van de zwarte protestanten (61 %) en de Spaanssprekende Amerikanen (57%) zeiden dat de artsen alles moeten blijven doen om hun leven te redden.

Uit de enquête kwam ook naar voren, dat  slechts 37 procent van de volwassenen aandacht aan dit probleem besteed heeft. 35 procent heeft zijn wensen opgeschreven, informeel of in een wilsbeschikking. Nog zo’n 27 procent zegt over hun visies met anderen gesproken te hebben.

Over de redenen met de behandeling te stoppen is men het redelijk eens. Een meerderheid van 57 procent zegt dat ze liever de kans krijgen te sterven dan te moeten doorgaan met een ongeneselijke ziekte met veel pijn. Bijna evenveel (52 procent) zou hetzelfde zeggen als de ziekte hen totaal afhankelijk van anderen zou maken voor hun verzorging. Dat komt overeen met wat het onderzoek opleverde aan een invulling van ‘kwaliteit van leven’. De mate van communicatie en genoegen in het leven waren beide belangrijker dan vrij zijn van pijn.

Bron:

Zeven leugens over het christendom die christenen zelf geloven

Stephen Mattson schreef een behartenswaardig artikel over de zeven leugens die christenen vaak zelf over hun christendom geloven. Ik noem zijn zeven leugens, pik er een citaat uit en wie het hele artikel wil lezen, kan de link onderaan deze bijdrage gebruiken.

1. Je bent altijd gelukkig

“Er is een ongezonde verwachting binnen veel geloofsgemeenschappen, dat van ons verwacht wordt altijd vrolijk in het leven te staan, alsof iets anders zijn dan een lachende, vreedzame en vrolijk spirtuele cheerleader schadelijk is voor het christendom.”

2. Je problemen zullen verdwijnen

“Sommige mensen gebruiken het christendom als een vorm van escapisme, een kruk, en een manier om de pijn, het lijden en de strijd in het leven te vermijden.”

3. Je zult ‘gezegend’ zijn.

“Als je zoekt naar rijkdom, voorspoed, comfort en zekerheid, is het christendom niet de juiste plaats.”

4. Zending en pastoraat is leuk en belonend werk.

“Beide zijn hard werken. Er is een reden waarom het burnout percentage absurd hoog is bij mensen die werk doen dat aan zending en pastoraat gerelateerd is.”

5. Al je vragen zullen beantwoord worden.

Het christendom is vol twijfel, onzekerheid, nuance en complexiteit. Er zijn enkele duidelijke antwoorden en de antwoorden die er zijn daarover wordt door honderden theologen gedebatteerd.”

6. De christelijke gemeenschap is groot.

“Veel mensen verlaten het christelijk geloof, niet omdat ze Jezus haten, maar omdat ze de mensen haten die hem vertegenwoordigen. Christenen doen mensen kwaad. Ze vechten, maken ruzie, krijsen, schreeuwen en doen vreselijke dingen.”

7. Het maakt je beter dan anderen

Dit is waarschijnlijk voor christenen de hardste waarheid om te slikken, maar ze zijn niet beter dan andere mensen. We lijken dan weer op de Farizeeërs die aasden opmacht en controle en autoriteit.”

Lees de hele tekst hier

Docenten moeten duidelijk zijn

Dat docenten vaak denken dat leerlingen het wel zullen begrijpen, is een ervaring die veel leerlingen met het hoofd doet knikken. Het is me al vele malen overkomen dat ik dacht een opdracht correct geformuleerd te hebben, maar dat de uitkomst van wat leerlingen ervan maakten me achter de oren deed krabben. Ook tijdens surveillance bij proefwerken van andere collega’s in de proefwerkweek was het handopsteken van leerlingen schering en inslag, omdat bepaalde zaken onduidelijk geformuleerd waren.

Op de webstek www.hetkanwel.nl staat een aardige foto van een opdracht Engels, waarbij de opdracht was een aantal woorden in alfabetische volgorde op te schrijven. Op de volgende link zie je wat een autistische jongen van 6 ervan gemaakt heeft:

 

Games en levensbeschouwing

Ik moet toegeven, dat me de lust ontbreekt om me in te laten met de regelmatig verschijnende nieuwe games, waar onze leerlingen zo graag heel veel tijd aan spenderen.  Zo nu en dan kom ik recensies van games tegen.

In een eerdere aflevering van LIA,  te lezen via deze link  maakte ik melding van een studie van Greg Perrault, die vaststelde dat religie in veel nieuwe games gelijkgesteld wordt aan geweld.

In Engeland is veel te doen geweest over het spel ‘Manhunt’, lees daarover hier

In het verleden is er ook in Nederland een webstek geweest, waar nagedacht werd over de relatie tussen games en ethiek. Je kon er ook een lesbrief downloaden over hetzelfde onderwerp, maar de link blijkt momenteel dood te zijn.

Bioshock Infinite

In een recensie in Spits enkele maanden geleden schreef Daniel Verlaan over het pas uitgekomen spel Bioshock Infinite. Het gaat over Booker DeWitt, ex-geheimagent bij het particuliere detectivebureau Pinkerton, die in zijn koffer een briefje vindt: Red het meisje Elizabeth en los je schuld in. “Even later neemt hij plaats in een rode fluwelen stoel, wordt hij met ijzeren klemmen vastgeketend en knalt hij vervolgens in een capsule naar de zwevende stad Columbia.

Columbia is de verwezenlijking van het Amerikaanse imperialisme uit het begin van de twintigste eeuw. Een eigen staat waar de evangelisatie van het christendom en een met xenofobie gevoed patriotisme centraal staan. De eerste ontmoeting met Columbia heeft echter een heel ander effect: de zwevende stad lijkt een weerspiegeling van de hemel. Je komt aan in een kathedraal waar een kerkkoor je heel rustig toezingt. Een misdienaar bevestigt de eerste gedachte: “Je bent in de hemel. Of in ieder geval heel dichtbij.”(…..) Religie is in BioShock: Infinite allesoverheersend. De inwoners van Columbia eren massaal Comstock, de profeet die ‘onder het oog van God’ Columbia heeft gesticht en sindsdien met ijzeren vuist regeert. Door heel Columbia hangen aanplakbiljetten waarop Comstock als grote leider wordt gepresenteerd en die jonge kinderen voor het jeugdleger oproepen. Een soort van pre-Hitlerjügend die opereert in een kleurrijke en o zo vredelievende stad waar iedereen je vriendelijk begroet.”

“Elizabeth speelt een enorm belangrijke rol in BioShock: Infinite. Ze helpt je tijdens schietgevechten door ammunitie en medicijnen naar je te gooien en kan een tear (de Nederlandse vertaling is scheur, geen traan) openen die een andere dimensie laat zien.(…..) Dat Elizabeth veel meer dan alleen een hulpje is, wordt al snel duidelijk. Ze is de personificatie van onschuld en biedt tegenwicht aan het gewelddadige en norse karakter van DeWitt. De eerste keer dat DeWitt een vijand doodschiet, is ze boos en verontwaardigd. Ze kan het niet geloven dat iemand zoiets zou doen. Waar je bij de meeste first-person shooters hersenloos knalt, tikt BioShock: Infinite je op de vingers en vraagt aan jou als speler of het neerknallen van mensen echt zo normaal is, ook al ben je een game aan het spelen.”

Op een andere plaats en tijd, maar in dezelfde krant – je leest er heel wat als je regelmatig de trein pakt – kwam ik het volgende berichtje tegen:

“‘Het is maar een spelletje’, zouden u en wij denken, maar niets blijkt minder waar. In de populaire game Bioshock Infinite begin je het spel door je te laten dopen in een religieuze  ceremonie. En dat trok de christelijke gamer Breen Malmberg niet, zo vertelt hij aan gamesite Kotaku.

Zijn eigen religieuze overtuiging weerhield hem ervan zijn character in het spel te laten ‘dopen’, dus kwam Malmberg niet zo heel ver in Bioshock Infinite. Zonder deze halve verdrinking kom je namelijk het hoofdgebied, Columbia, niet in.

“Aangezien de doop de basis is van de Christelijkheid – waar ik hartstochtelijk in geloof – word ik gedwongen een keuze te maken tussen extreme godslastering door dit te accepteren of het spel te beëindigen voor ik eigenlijk ben begonnen”, zo stelt de verongelijkte christengamer. Hij maakte hierom dus de laatste keuze: hij stopte met het spel.”

Bron

Leerlingen aan de slag

Mijn eigen lespraktijk en de daarop geënte opdrachten hebben altijd ruimte gegeven aan leerlingen om ook eigen stukjes van hun werkelijkheid aan een levensbeschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Zo waren leerlingen meestal erg  positief over de opdracht een levensbeschouwelijke cd-analyse te maken, die de laatste jaren tot het ontwerpen van een eigen tien liederenlijst is uitgegroeid – mede omdat leerlingen geen cd’s meer kopen. Ook een opdracht om een eigen levensbeschouwelijke filmanalyse te maken leverde ruimte voor een eigen inbreng op. Last but not least kunnen de leerlingen veel van hun levensbeschouwelijke eieren kwijt in het levensbeschouwelijke dagboek, waar ze zich uitspreken over zaken die wel belangrijk zijn, maar niet in het curriculum aanwezig zijn.

Bij deze vrije-keusopdrachten zou ook een levensbeschouwelijke game-analyse gevoegd kunnen worden. Aan de hand van enkele richtvragen kunnen leerlingen dan laten zien hoe levensbeschouwelijk en ethisch de games zijn waar ze zich mee bezighouden.

Ik suggereer enkele vragen – die ieder zelf kan uitbreiden naar eigen voorkeur – :

1. Geef een overzicht van de verhaallijn in het spel.

2. Wie zijn de hoofdrolspelers en wat is hun missie, doel, etc.?

3. In wat voor maatschappij speelt de game? Hoe ziet die eruit? Positief? Negatief? Wat zijn de zwakke en sterke kanten van deze virtuele samenleving?

4. Welke middelen worden gebruikt om doelen te bereiken? Worden er vragen bij de middelen gesteld?

5. Welke waarden komen sterk naar voren? Welke waarden botsen in het spel? Wat is de mogelijke uitkomst?

6. Voor welke ethische dilemma’s komen de hoofdpersonen te staan?

7. Zijn de gebruikte oplossingen ook jouw opossingen of zou jij het anders doen?

8. Stel dat je de virtuele werkelijkheid naar onze werkelijkheid kon overplaatsen, zou je daar dan gelukkig mee zijn of juist niet?

9. Hoe beoordeel jij het spel in termen van ‘menselijkheid’, ieder in zijn waarde laten, opkomen voor anderen, e.d.?