Maandelijks archief: maart 2015

Tien blunders van geniale wetenschappers

Wetenschap moeten we bloedserieus nemen, daar ben ik van overtuigd. Dat sommige wetenschappers zich wel erg bloedserieus nemen en weinig oog hebben voor andere vormen van waarheid zoeken is in de vorige bijdragen wel duidelijk geworden. Het kan nooit kwaad om aan die bloedserieusheid, die we ook bij leerlingen aantreffen als een vorm van eerstetaalarrogantie, wat te knagen. Niet om de poten onder de stoel van de wetenschappers uit te halen, maar om hen opmerkzaam te maken op gepaste bescheidenheid waar het om menselijk handelen gaat. Mijn onvolprezen lijstenfabriek ‘Listverse’ heeft bij monde van Radu Alexander een mooie lijst van tien wetenschappelijke blunders van geniale mensen geproduceerd. Daar komen mensen in voor als Tesla, Edison, Einstein,  Hoyle, Franklin, Hubble, Pauling, Darwin, Galileo en Newton zelfs. Goed lezen en op het gepaste moment in de strijd werpen.

http://listverse.com/2014/07/30/10-scientific-blunders-of-genius-minds/

 

179062209-e1406368796835
Albert_Einstein_1947
West_-_Benjamin_Franklin_Drawing_Electricity_from_the_Sky_ca_1816

Jezus!

Tachtigduizend exemplaren zijn er van gemaakt, een nieuw bedrijf is er voor opgericht. En sinds begin februari 2015 heeft Jezus naast vele andere bekende Nederlanders een eigen glossy.

Het lag in een flinke stapel van een halve meter zichtbaar in de Brunakiosk van station Breda. Toen ik het exemplaar ter afrekening aan de juffrouw gaf, keek ze me op een bepaalde manier aan en vroeg of ik het in een tasje wilde hebben, ook al zag ze dat ik een  rugzak bij me had, waar het gemakkelijk in paste. Toen realiseerde ik me de omwenteling die de afgelopen dertig jaar in Nederland heeft plaats gevonden. Kon je toen alleen maar besmuikt een tijdschrift kopen waar het bloot en de porno van afdroop, als je het nu doet, kraait er geen haan naar. Koop je nu een tijdschrift dat  over een duidelijk religieus figuur gaat, dan moet je het bijna tussen een krant vouwen om meewarige en verbijsterde blikken van omstanders te voorkomen.

In Trouw werd uitgever Peter van Dijk geïnterviewd over het verschijnen van Jezus! “We hebben de glossy bewust niet zelf gemaakt of alleen maar door christenen laten maken – anders was het voorspelbaar en saai geworden. We hebben gewoon de beste mensen gezocht. Arthur Japin is hoofdredacteur geworden. Hij snap Jezus best. In zijn boeken gaat het toch vaak over opoffering, genade en vergeving. Bovendien wilden we de beste mensen in hun vak inschakelen.”

Over christenen die zich aan de glossy ergeren:

“Op de site van de EO is te lezen dat mensen de glossy ‘gruwelijk spottend’ vinden en dat jullie Jezus zijn heiligheid afnemen. “Wie de Bijbel kent, weet dat Jezus dit nooit gewild zou hebben,”schreef iemand. Peter van Dijk:” De glossy is niet bedoeld voor christenen. Als we de glossy wel voor christenen gemaakt hadden gemaakt, dan was er trouwens ook gedoe ontstaan. Christenen hebben soms iets van GeenStijlbezoekers – op internet gaan ze helemaal los.”

Persoonlijk kan ik me niet voorstellen dat iemand zich aan deze glossy geërgerd kan hebben. Er staan een aantal zeer uitgebreide artikelen in over allerlei aspecten die met Jezus – vaak niet het christendom of kerk – te maken hebben. Er staan diverse artikelen van een of twee pagina’s, waarvan ik denk dat die een docent levensbeschouwing kunnen helpen bij zijn uitleg. Ook kom je een aantal uitspraken tegen, die je ook als christen aan het denken zullen zetten.

Een voorbeeld is het artikel van Karel Smouter:“Uniek, maar zwak, daar houden we van.” Ik citeer uit volle overtuiging zijn laatste twee alinea’s:

“We hebben leiders en verlossers die we koesteren vanwege hun menselijke zwaktes. We hebben politici met een zorgplicht. En we hebben een rechtsstaat waarin niet de vergelding, maar de tweede kans centraal staat.

Ik denk dat dit alles slechts kon ontstaan in een land dat eeuwenlang beïnvloed is door het geloof in een God die – volgens de overlevering – mensen dient. Een God die mens is geworden, zoals christenen vieren met Kerstmis. Een God die door een nederlaag het kampioenschap binnensleepte, zoals christenen herdenken met Pasen.

Een God met littekens, zoals Edward Shillito dichtte vanuit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog: “De andere goden waren sterk, maar u was zwak; zij reden, maar u struikelde naar een troon. Alleen Gods wonden kunnen spreken tot de onze en geen enkele God heeft wonden, behalve u.”

Interessant uitgewerkt zijn zaken als

  • waar heeft Jezus allemaal gelopen met de mogelijkheid om met je smartphone die plekken te ‘zien’;
  • De vrije dagen die we aan Jezus te danken hebben;
  • De Jezustattoes die her en der gemaakt worden;
  • Maria Magdalena en haar relatie met Jezus;
  • Jezus in boeken en brieven;
  • Sporen van Jezus in Nederland:
  • Allerlei jezusafbeeldingen op de gekste plekken, als je ze maar wilt zien:
  • Negen onwaarheden over Jezus;
  • Tegelwijsheden van Jezus;
  • Feiten over de crucifix;
  • Weg van Jezus – positief en negatief
  • 56 keer het laatste avondmaal;
  • Zoek Jezus op de manier van ‘Waar is Wally’.

De glossy Jezus! slaagt erin om op een positieve, niet evangeliserende of moraliserende wijze aandacht te vestigen op het belang van Jezus, ook in een geseculariseerde samenleving.

Mijn eigen motivatie

Het moet mogelijk zijn de motivatie van leerlingen systematisch te verhogen. Maar je ontkomt er niet aan dat soms de twijfel toeslaat. Het verhaal van de studiedag van de VDLG 2015 ging met name over het motiveren van anderen, je leerlingen met name, met wie je in de dagdagelijkse praktijk te maken hebt.

Dan nog zijn er momenten dat ik me heb afgevraagd: waar doe ik het voor? Er zijn altijd wel klassen of groepen bij wie je het gevoel hebt aan een dood paard te moeten sjorren. Er zijn leerlingen die nooit hun mond opendoen, uit verlegenheid, negativiteit of om heel andere redenen. En je ziet niet wat er in de hoofden omgaat, of er wel iets gebeurt met de stof die jij hen aanbiedt. Toetsen, die vooral reproductief van aard zijn, laten dan alleen maar zien of de leerling de avond(en) tevoren voor het proefwerk geleerd heeft. Of zhij er iets mee heeft, erdoor geraakt is, komt dan niet naar voren.

In een dergelijke situatie helpt het dan enorm als je opdrachten hebt, waarbij de leerling dieper in kan gaan op wat hem of haar in deze beweegt. Bij een aantal leerlingen had ik altijd het gevoel dat weinig van wat ik inbracht ook iets bij hen had gedaan. Des te verrassender is het dan om te merken in een reflecterende afrondende opdracht dat ze er wel degelijk mee bezig zijn geweest en dat ze in hun reflectie tot niveaus komen die ik – maar zij waarschijnlijk ook – niet voor mogelijk heb gehouden.

Op mijn oude school wordt in de tweede klas veel aandacht besteed aan de mensen van het boek, jodendom, christendom en islam. Bij de docent heerst dan vaak het gevoel dat zhij het wel belangrijk vindt om aan de orde stellen, maar dat het bij de leerlingen niet echt te merken is. Aan het eind van het jaar vraag je je dan af, of er iets moet veranderen, of jij het wel goed gedaan hebt. En andere brandende vragen.

Aan het eind van klas 3 eindigt de levensbeschouwelijke loopbaan van de mavoleerling en ook zhij krijgt dan de opdracht via de gemaakte opdrachten een eigen portfolio-afronding te schrijven. Als de docent – zoals afgelopen jaar gebeurde – bij best veel leerlingen te lezen krijgt, dat nu een half jaar verder de informatie en opdrachten over de mensen van het boek best geholpen heeft om een ander beeld van die mensen te krijgen en dat terugkijkend de informatie en lessen best  interessant waren, waar ze ook wat aan gehad hebben, dan  weet je als docent weer, dat de werkelijkheid vaak anders is dan ze lijkt. Dan kun je als docent weer verder, wetend dat je op de goede weg bent.

Maar je moet de leerlingen wel de mogelijkheid bieden om op de gelopen levensbeschouwelijke weg te reflecteren. Dat gebeurt in ieder geval als de leerling reflectie-opdrachten krijgt en aan het eind van zijn levensbeschouwelijk leerlingleven zijn eigen portfolio kritisch moet doorlopen om de stand van zaken op te nemen en een evaluatie schrijft van wat hij aan levensbeschouwelijk denken tot stand heeft gebracht.

Ik kan iedereen deze methode van harte aanbevelen.

Studiedag VDLG 2015

De jaarlijkse studiedag van de VDLG had dit jaar als thema ‘Boeien!?” . Ofwel hoe kan ik als docent de leerlingen boeien en motiveren in mijn lessen. Het moet gezegd: het was een boeiende studiedag met een goede inleider en interessante workshops.

Wat me opvalt na een groot aantal studiedagen bezocht te hebben: je wordt enthousiast gemaakt, je vindt een aantal nieuwe aandachtspunten of inzichten en je gaat goedgemutst weer naar huis, in de stellige overtuiging dat er nu iets gaat gebeuren. En als je weer enkele weken bezig bent, kom  je tot de ontdekking dat de studiedag wel weer erg lang geleden is en dat de fris verworven inzichten ondergesneeuwd zijn in de dagelijkse lespraktijk.

Deelnemers aan de studiedag hebben behalve het nodige reclamemateriaal ook het boek van inleider, sorry keynote spreker, Huub Nelis (en Yvonne van Sark) ‘Motivatie binnenstebuiten’ meegekregen. Een vlot geschreven boek, vol met verhalen van jongeren, en met volop aandachtspunten voor de centrale vraag: ‘Hoe kan ik jongeren motiveren en gemotiveerd houden?”

Wie een maand na de studiedag het boek doorgenomen heeft, zal zeker aanknopingspunten voor zijn of haar lespraktijk kunnen vinden.  Belangrijk is om dat in daden om te zetten.

Ik heb een eigen poging gedaan om de vinger aan de pols te blijven houden. Dat doe ik door de tien praktische inzichten om jongeren te helpen gemotiveerd te raken – in het boek aanwezig in de vorm van een folder – om te werken naar een lijst met vragen die ik mezelf op gezette tijden kan stellen om me gefocust te houden.

De tien praktische inzichten zet ik hier onder elkaar, steeds gevolgd door een of meer vragen met betrekking tot dat inzicht.

1. Intrinsieke motivatie kun je niet beïnvloeden.

• Schep ik voorwaarden voor intrinsieke motivatie?

• Bied ik ruimte voor eigen interessen en initiatief?

2. Realiseer je je invloed.

• Weet ik hoe mijn reactie op leerlingen hun manier van werken in mijn klas beïnvloed?

• Betrap ik mezelf op het negatief labelen van leerlingen, wat contraproductief zal werken?

• Benader ik leerlingen op een positieve manier, waardoor wij beiden positieve energie krijgen?

3. Help  jongeren hun motivatie te ontdekken.

• Deel ik met de jongeren wat mij inspireert?

• Laat ik leerlingen op een gelijkwaardige wijze over het vak praten?

• Heb ik nagedacht over de wijze waarop ik mijn passie voor het vak kan overbrengen?

4. Laat jongeren ervaren dat ze groeien.

• Laat ik jongeren ervaren dat ze vooruitgaan?

• Leer ik ze analyseren hoe ze het snelst vooruitkomen?

• Laat ik ze reflecteren op hun leerstrategieën?

• Laat ik hen regelmatig succes ervaren?

5. Geef keuzes en ruimte.

• Daag ik de jongere uit op zijn of haar niveau?

• Krijgen mijn leerlingen regelmatig de kans om eigen keuzes te maken?

• Kan ik de leerling uitdagen door gebruik te maken van competitieve elementen?

• Laat ik jongeren proberen hun eigen prestaties te verbeteren en met zichzelf de competitie aangaan?

6. Zorg voor verbinding.

• Investeer ik in een goede relatie met mijn leerlingen?

• Weet ik wat hen motiveert?

• Weet ik waar ze zich mee bezighouden?

7. Stimuleer een groei mindset.

• Benadruk ik het belang van oefenen voor de leerling?

• Laat ik zien dat ze groei vooral aan zichzelf te danken hebben?

• Laat ik zien dat succesvol zijn in studie e.d meer een marathon dan een sprint is?

8. Bied praktijkervaringen.

• Breng ik de leerlingen in contact met de echte wereld?

• Bied ik hen praktijkopdrachten, extra studiepunten, certificaten?

9. Ken de dromen en interessen van je leerlingen.

• Weet ik waar de interessen en passies van de leerlingen liggen?

• Spreek ik met hen in kleine gesprekjes over waar ze warm voor lopen?

10. Leren hoeft niet altijd leuk te zijn.

• Benoem ik de dingen die nu eenmaal moeten op deze leeftijd?

• Stimuleer ik de jongeren om door te zetten?

• Weten mijn leerlingen waarom ze bepaalde dingen moeten doen?

• Geef ik aan dat sommige dingen pas later hun nut bewijzen?

Met deze vragenlijst in je hand en het boek van de twee auteurs achter je kiezen moet het mogelijk zijn de opbrengst van de studiedag extra te verhogen.