Aanvaring met een ouder

In mijn inmiddels 35-jarige schoolcarrière heb ik het de ouders nooit allemaal naar de zin kunnen maken. Er zijn altijd wel enkele ouders geweest die opmerkingen moesten maken over de themata die we in de klas aan de orde stelden. De eerste jaren waren het ouders, die onze vrijzinnige lezing van Oude en Nieuwe Testament maar niks vonden en daarover contact met de schoolleiding opnamen. Opmerkelijk, want ik was degene die de lessen gaf. Mijn eerste rector was ook van het type van dik-hout-zaagt-men-planken, en hij sprak me aan over dat de ouders geklaagd hadden. Bij nadere informatie bleek het een ouder te zijn geweest, maar je kunt altijd denken dat een klagende ouder een heel nest klagers vertegenwoordigt.

Later waren het ouders die ongelukkig waren met opdrachten, waarin inkomensongelijkheid aan de orde kwam. Wie daarbinnen een tandarts een gediplomeerde loodgieter noemde, was zeker van een reactie. Er waren ook ouders die vonden dat hun kinderen geen levensbeschouwing hoefden te volgen, want ze hadden er al een: jehova getuigen bijvoorbeeld. Tot die ouders in de gaten kregen dat juist in het vak levensbeschouwing hun kind wel gerespecteerd werd en alle ruimte kreeg om vanuit zijn opvattingen te reflecteren op de behandelde onderwerpen. Van mormoonse en streng islamitische ouders hebben we daarna ook nooit meer een afkeurende reactie gehoord.

Mijn ervaringen van de laatste jaren betreffen de lessen over dood en zelfdoding. Een ouder, wiens dochter serieuze moeilijkheden had met het leven belde verontwaardigd de staf op zonder ondergetekende erin te kennen. De afdelingsleider was zo attent de vader naar mij door te verwijzen, waarna ik hem kon vertellen, dat we de eerste les over dit soort onderwerpen de leerlingen op het hart drukken, dat als ze problemen met de materie hebben ze ook een alternatieve opdracht kunnen maken.
De laatste ouder die het speelde via de interimafdelingsleider was van mening dat we veel te zware onderwerpen aan de orde stelden, dat we akelige films lieten zien en dat we in ons curriculum veel meer luchtigere onderwerpen moesten opnemen. Deze moeder eiste ook dat we een enquête onder de leerlingen van de betreffende klassen moesten houden om te zien hoe zij erover dachten. Meer daarover in de volgende bijdrage.

Een ervaren collega die ik het verhaal vertelde, suggereerde dat we nu te maken krijgen met de Happinezgeneratie, die als echte newagers de werkelijkheid van wat een mensenleven nu eenmaal is aan hun kinderen willen onthouden door hen vooral leuke, luchtige en niet te zware levenslessen te geven. Docenten die er hun beroep van maken het leven te problematiseren, waardoor de goede en minder goede kanten van het leven alle ruimte krijgen zijn dan vervelende beren op de weg, die de pas afgesneden moet worden.

Mijn vraag aan de collegae is of zij ook soortgelijke ervaringen hebben dan wel hoe ze daarmee gevaren zijn, met of zonder steun van de schoolleiding.