Amerikanen en de dood

In een studie van het Pew Research Center, dat begin november 2013 verscheen, komen opmerkelijke resultaten naar voren, als het gaat om de vraag of artsen door moeten gaan met behandelen, ook als er geen sprake is van hoop op verbetering of in de situatie dat men heel veel pijn te verdragen heeft.

In 1990 zei 15 procent van de Amerikaanse volwassenen, dat de artsen nooit moesten opgeven om de ziekte te bestrijden, in 2013 ondersteunt 31 procent dat standpunt.

De verdubbeling van het aantal, dat ‘nooit opgeven’ zegt, kan niet door de onderzoekers verklaard worden. Het was voor hen ook een verrassing. “Het zou kunnen zijn dat artsen altijd een beetje hoop aanbieden en nog een behandeling. Je weet niet wat de mogelijkheden zijn.” En dus misschien maar doorgaan, want je weet nooit.

Als het gaat om globale getallen is 57 procent van de volwassenen van mening, dat op een gegeven moment de behandeling gestaakt moet worden om de patiënt te laten overlijden.

De getallen worden opmerkelijker, als je naar religieuze visie of ras kijkt.

Meer dan 60 procent van de blanke evangelische christenen, katholieken en mensen zonder religieuze identiteit zouden hun arts vertellen te stoppen met behandelen. 72 procent van de doorsnee protestanten zou voor stoppen kiezen.

 

De duidelijke meerderheid van de zwarte protestanten (61 %) en de Spaanssprekende Amerikanen (57%) zeiden dat de artsen alles moeten blijven doen om hun leven te redden.

Uit de enquête kwam ook naar voren, dat  slechts 37 procent van de volwassenen aandacht aan dit probleem besteed heeft. 35 procent heeft zijn wensen opgeschreven, informeel of in een wilsbeschikking. Nog zo’n 27 procent zegt over hun visies met anderen gesproken te hebben.

Over de redenen met de behandeling te stoppen is men het redelijk eens. Een meerderheid van 57 procent zegt dat ze liever de kans krijgen te sterven dan te moeten doorgaan met een ongeneselijke ziekte met veel pijn. Bijna evenveel (52 procent) zou hetzelfde zeggen als de ziekte hen totaal afhankelijk van anderen zou maken voor hun verzorging. Dat komt overeen met wat het onderzoek opleverde aan een invulling van ‘kwaliteit van leven’. De mate van communicatie en genoegen in het leven waren beide belangrijker dan vrij zijn van pijn.

Bron: