Apt Pupil

Apt Pupil (kiene leerling) is het verhaal van een begaafde middelbare scholier, Todd Bowden, die een obsessie ontwikkelt voor de holocaustverhalen. Hij leest er alles over wat hij te pakken kan krijgen. Door zijn obsessie en weetgierigheid ontdekt hij dat Mr. Denker, een oude met een accent sprekende man in het dorp, in feite Kurt Dussander, ex-commandant van een van de nazi-concentratiekampen is. Hij grijpt met deze ontdekking de gelegenheid aan om de man te chanteren en hem te dwingen zijn concentratiekampervaringen uit de eerste hand aan hem te vertellen. Todd zal geen autoriteiten inlichten in ruil voor de verhalen na schooltijd. Elke middag gaat Todd met een smoes naar de oude man en laat hem zijn gruwelverhaal vertellen. Hij wil het zelfs zo realistisch doen, dat hij Dussander een SS-uniform laat aantrekken, dat hij bij een rekwisietenwinkel ontdekt heeft.
Todd raakt gefascineerd door de verhalen en onmiskenbaar verandert er iets in hem. Als hij op een middag tijdens basketballoefeningen een duif met een verlamde vleugel op de grond aantreft, knalt de jongen het diertje met de bal naar buiten.
Todd’s punten gaan achteruit en hij moet voor een gesprek met zijn ouders naar de decaan komen. De brief hierover onderschept hij en als hij alleen aankomt bij de decaan, blijkt meneer Denker er te zitten, die zich als zijn opa heeft ontpopt. Denker dwingt Todd zijn best te doen om zijn slechte punten op te halen. Boos dreigt Todd de oorlogsmisdadiger te zullen aangeven, als hij niet ophoudt zich met zijn leven te bemoeien. Denker maakt hem het volgende duidelijk: “Als ik gepakt wordt en ze me ondervragen, zal ik je naam eindeloos herhalen. Na zo’n schandaal wordt het nooit meer hetzelfde!”
Denker heeft hiermee Todd in zijn macht.
Denker doet een avond het SS-uniform aan en staat voor het raam, waar hij gezien wordt door een zwerver. Enkele dagen later ontmoet hij de zwerver opnieuw en neemt hij mee naar huis. Na een borrel steekt hij de man in zijn rug en de man belandt uiteindelijk in de kelder. Door de inspanning krijgt Denker een hartaanval en belt in nood Todd op. Todd komt onmiddellijk en hoort van Denker alias Dussander: ‘Ik heb hulp nodig en jij dus ook.”
Todd loopt de kelder binnen, wordt opgesloten door Denker en ziet de zwerver. Deze blijkt niet dood te zijn en Todd maakt met een spade het lugubere werk af. Vervolgens belt hij een ambulance en verbrandt snel alle herinneringen aan de nazi’s en het uniform.
In het ziekenhuis komt Denker op een kamer te liggen met de heer Kramer, die hem als joods overlevende herkent als de beul van Patin, verantwoordelijk voor de dood van zijn vrouw en kinderen.
Terwijl Dussander in het ziekenhuis ligt, houdt Todd de eindexamenspeech, die als onderwerp Icarus heeft. Een beeld voor zijn eigen bestaan? Op weg naar het spreekgestoelte met zijn ouders komen zij de decaan tegen, die wantrouwen krijgt als hij de verkeerde antwoorden van de ouders van Todd beluistert.
Dussander wordt gearresteerd in het ziekenhuis. Zijn huis wordt doorzocht en in de kelder wordt het begraven lichaam van de zwerver gevonden. De politie ondervraagt Todd die zich ternauwernood kan redden door de nodige leugens te vertellen. Todd weet aannemelijk te maken dat hij niets van het oorlogsverleden van Dussander wist en zelf ook slachtoffer is van de oorlogsmisdadiger.
De oorlogsmisdadiger zelf wordt bewaakt in het ziekenhuis, maar weet ongemerkt toch de slang van het infuus los te maken, waardoor hij weer hartstoornissen krijgt. Terwijl zijn schokkende lichaam de doodstrijd levert, belt de wantrouwende decaan bij het huis van Todd’s ouders aan en treft alleen Todd thuis. Wanneer Todd de kritische vragen van de decaan beluistert, maakt hij de man duidelijk dat hij een grens aan het overschrijden is. “Je hebt er geen idee van wat ik kan doen.” Hij suggereert de decaan zwart te zullen maken door hem te beschuldigen van ongewenste seksuele intimiteiten. “Als ik mijn mond open doen, komt het nooit meer goed, zelfs niet wanneer zal blijken, dat je niets gedaan hebt.”
Op dat moment trekt de monitor aan het ziekenhuisbed van Dussander een lange streep. De oorlogsmisdadiger is dood, zijn opvolger staat al klaar. Todd blijkt een kloon van Dussander te zijn geworden.

Hoewel het plot op sommige momenten enigszins ongeloofwaardig aandoet, blijven de vragen erachter fascineren:
Is het inderdaad zo, dat wie met pek omgaat ermee besmet wordt?
Waar komt de fascinatie voor de gruwelverhalen vandaan? Heeft die te maken met ‘het beest in onszelf’?
Is de karakterverandering van Todd – van begaafde student tot moordenaar en chanteur – mogelijk in onze eigen werkelijkheid, los van de film?
Hoe reconstrueer je de stappen die Todd gezet heeft om zich als deze ‘kiene leerling’,maar van wel van een oorlogsmisdadiger te kunnen ontwikkelen?
Is Todd een speelbal van Dussander of heeft hij ook bewuste stappen in het proces gezet?
Waarom laat iemand zich inpakken – Todd door Dussander, de decaan door Todd – als iemand dreigt met leugens de waarheid geweld aan te doen? Zijn leugens gemakkelijker te geloven dan de waarheid? Wat voor angst ligt hieraan ten grondslag?

Leerlingen die met deze film aan de slag gaan, hebben een zee van vragen te beantwoorden. De film kan hen een venster op een werkelijkheid openen, waar ze geen vermoeden van hebben gehad en die ze een plaats in hun leven moeten geven. Of de film houdt hen een spiegel voor en vraagt hen in hoeverre zij zich in de hoofdpersonen herkennen, in hun gedachten en gedragingen.
In beide gevallen heeft ‘Apt Pupil’ zijn levensbeschouwelijke waarde bewezen.