ASS-leerling en levensbeschouwing

In eerdere afleveringen van LIA heb ik geschreven over de ervaringen met leerlingen uit het autistisch spectrum (ASS). Onze school heeft als profiel gekozen voor het technasium en nu blijkt dat van de leerlingen die dat kiezen er meer ASS gerelateerd zijn dan in andere klassen. Dat roept bij docenten levensbeschouwing de vraag op, wat ze moeten doen om die leerlingen toch op een gepaste manier aan levensbeschouwing te laten doen, in de wetenschap dat sommige zaken die we erg belangrijk vinden in het vak bij deze leerlingen niet of nauwelijks ontwikkeld kunnen worden.
Binnen de sectie zijn we bezig om te bezien of het mogelijk is op niet al te ingewikkelde wijze de ASS-leerlingen een soort van persoonlijke leerweg te geven aan de hand van opdrachten op de elektronische leeromgeving van de school. We hebben ontdekt dat op Itslearning de mogelijkheid bestaat voor leerlingen individuele leerplannen op te stellen. Met de beheerder van de elo willen we komende weken bezien wat er werkelijk mogelijk is voor deze leerlingen via deze ingang.
Bijzonder verheugd was ik, toen ik na de publicatie in LIA opmerkzaam gemaakt werd op een scriptie, die over dit onderwerp geschreven is. Carien Boelsma-Hulsman schreef ‘Antenne voor autisme’ met als ondertitel ‘handreikingen voor het geven van waardevolle lessen levensbeschouwing aan leerlingen met een stoornis in het autistisch sprectrum’.
Haar scriptie bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk komen de wetenschappelijke gegevens van ASS aan de orde. Hoofdstuk 2 beschrijft het vak levensbeschouwing op het vmbo, waar ze les geeft en besteedt aandacht aan de methode ‘Antenne’ die voor dit type leerling ontwikkeld is. Hoofdstuk 3 is gewijd aan dit type leerling in het vak levensbeschouwing, zowel theoretisch als praktisch.
Veel aandacht besteedt Carien Boelsma aan de problemen die deze leerlingen tegenkomen puur door het taalgebruik van zowel de docent als de methode. Wat wij tweede taal noemen is voor deze leerlingen een vaak onoverkomelijke barrière. Non-verbale communicatie levert problemen op. Maar Carien wijst ook op de positieve kanten van leerlingen met ASS tijdens de lessen levensbeschouwing: “Leerlingen met ASS hebben een originele manier van denken, waardoor ze vooral in klassengesprekken andere leerlingen (en ook mij) flink aan het denken kunnen zetten. Daarnaast vragen ze regelmatig om verduidelijking, wat mij dwingt om het op een andere manier uit te leggen. Dit houdt mij scherp voor de klas. Ook zullen ze nooit een mening vertellen die niet de hunne is, zoals anderen dat doen die bang zijn om uitgelachen te worden of graag bij een bepaalde groep willen horen. Dit heeft wel tot gevolg dat ze kwetsbaar zijn in de groep. Aan de andere kant merk ik in veel klassen waarin een of meerdere leerlingen met ASS zitten, dat de rest van de leerlingen ook opener en eerlijker wordt. Een goed voorbeeld doet blijkbaar goed volgen. Een leerling met ASS dwingt me als docent om duidelijk, eenduidig en kort te verwoorden wat ik van een leerling verwacht. Dit is niet alleen van belang voor de leerling met ASS, maar ook voor de andere leerlingen, zeker in een klas leerlingen met een LWOO-indicatie.” (Pg. 28)
Een laatste interessante paragraaf is een lijst van aandachtspunten die je als docent met leerlingen met ASS tegenkomt en die Carien voorziet van tips en handvaten, hoe ermee om te gaan. Wie deze tips ter harte neemt, heeft daarmee een groot deel van de moeilijkheden die zhij met deze leerlingen kan hebben aan de kant kunnen zetten.
Carien was bereid om collegae, die in deze materie geïnteresseerd zijn, haar scriptie ter beschikking te stellen. We hebben hem geplaatst op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/boelsma.pdf .
Wie eigen ervaringen met deze leerlingen heeft: we plaatsen ze graag op de LIA-pagina’s!