Categorie archief: tweede taal

Toon Tellegen 3

Een andere Toon Tellegentekst kwam ik tegen door mijn documenten op de computer te laten doorzoeken op de term ‘Tellegen’. Daarbij kwam als tweede tekst de jaarrede van Kees Hamers in 2005 naar voren.

[In zijn tekst kon Kees weinig goeds vinden in de term 'participatiemaatschappij', waar toen al sprake van was en waar Kees zijn profetische pijlen op richtte. We weten nu waartoe die mooie term heeft geleid de afgelopen maanden.]

Maar er loert wel gevaar. Niet zozeer van schoolbestuurderen. Velen van hen zijn doordrongen van de meerwaarde van levensbeschouwing in het vormingsaanbod. Nee, het gevaar zit ‘m erin dat wij een uitstervend ras dreigen te worden. Waar zijn immers de frisse jongens en meisjes die zich in groten getale melden om docent levensbeschouwing te worden?

Wij willen graag in het eindexamenprogramma, we willen graag dat het vak levensbeschouwing in alle veranderingen die plaatsvinden zichtbaar en herkenbaar blijft in de scholen, maar dat alles staat of valt met goed geschoolde en gemotiveerde leerkrachten. De toenemende aandacht voor levensbeschouwing in onze samenleving heeft helaas nog niet geleid tot een toenemende belangstelling voor een docentschap in die richting.

Daarom tot slot een verhaaltje van Toon Tellegen uit de bundel: “Bijna iedereen kan omvallen”

Denk je dat we ooit afgelopen zijn, eekhoorn?’ vroeg de mier op een keer.

De eekhoorn keek hem verbaasd aan.

‘Nou, zoals een feest afgelopen is,’ zei de mier. ‘Of  een reis.

De eekhoorn kon zich dat niet voorstellen.

Maar de mier keek uit het raam naar de verte tussen de bomen en zei: ‘Ik weet het niet, ik weet het niet…’ Er verschenen rimpels in zijn voorhoofd.

‘Maar hoe zouden we dan moeten aflopen?’ vroeg de eekhoorn.

Dat wist de mier niet.

‘Als een feest is afgelopen gaat iedereen naar huis,’ zei de eekhoorn. ‘En als een reis is afgelopen wrijf je in je handen en kijk je of er nog een potje honing in je kast staat. Maar als wij zijn afgelopen…’

De mier zweeg. Hij maakte een raar geluid met zijn voelsprieten.

‘Wat is dat voor een geluid?’ vroeg de eekhoorn. ‘Knakken,’ zei de mier.

Daarna bleef het lange tijd stil.

De mier stond op en begon, met zijn handen op zijn rug, door de kamer heen en weer te lopen.

‘Denk je erover na?’ vroeg de eekhoorn. ‘Ja,’ zei de mier. ‘Weet je het al?’ ‘Nee.’

De mier ging ten slotte weer zitten.

‘Ik weet het niet,’zei hij. ‘Ik weet vrijwel alles, dat weet je, eekhoorn…’

De eekhoorn knikte.

‘Wat ik niet weet,’ging de mier verder, ‘mag geen naam hebben. Maar of wij ooit aflopen…’

Hij schudde zijn hoofd.

De eekhoorn schonk nog een kopje thee in. De mier nam en onzeker slokje.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u een zinvolle dag toe

 

Toon Tellegen 2

In mijn eigen archief kwam ik een tekst tegen die een vriendin gebruikt heeft bij het afscheid van haar dochter en waarin ook een tekst van Toon Tellegen actief een rol speelde.

“Na de ontstellende mededeling twee jaar geleden, dat ze kanker had, is X begonnen met een hyvespagina. Vele malen heeft ze achter de laptop gezeten haar ervaringen en gevoelens aan haar vrienden en familieleden toevertrouwd.

Op haar werk terugkijkend kunnen we het volgende constateren:

X kon schrijven; hoe vreselijk de verhalen ook waren, ze wist ze zeer lezenswaardig te vertellen.

X kon verrassend uit de hoek komen. Na een lange uitweiding over de negatieve bijverschijnselen van de chemo kon ze haar man vragen, wanneer er medicijnen zouden komen, die als bijverschijnsel gaven, dat ze beter kon koken of goed zou gaan zingen en andere mooie activiteiten.

 

X vertelde haar pijnverhalen, haar worstelen met de ziekte, haar angsten

om de toekomst en haar man, maar ze kon het niet laten om woorden als ‘genieten van’, ‘mooi’, ‘blij zijn’, te gebruiken. De afgelopen twee jaar heeft ze gevochten om de positieve ervaringen in haar leven te vermeerderen. Ze wist in het duister toch nog lichte plekken te ontdekken.

 

Ze heeft nooit genoegen genomen met een half glas; ze wilde de hele fles aan geluk drinken. Ook in deze twee jaar heeft ze van alles om haar heen met volle teugen genoten. Het volgende gedicht van Toon Tellegen laat ons zien, hoe we ons X willen en kunnen herinneren:

 

Waarom schrijf ik

Ik schrijf omdat ik wil schrijven

Dat ik gelukkig ben.Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

 

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

 

Toon Tellegen 1

Op mijn vraag in LIA 199 naar wie verhalen van Toon Tellegen gebruikt in zijn of haar lessen kreeg ik twee duidelijke reacties. Voor beide uiteraard hartelijk dank!

De eerste is van Ad Uijtdewilligen, die opmerkte:

“Het verhaal van het nijlpaard van Toon Tellegen vind je in de methode Labyrint deel 1, blz 14. Het is uit ‘misschien wisten zij alles’.”

De tweede, uitgebreidere reactie komt van Bianca Boers, die schrijft: “Ik ben eerstegraads docent HVO (Humanistisch Vormings Onderwijs) en levensbeschouwing en heb een bedrijfje (genaamd ZININZIN) dat trainingen (nascholingen) verzorgt voor collega-docenten, kindercoaches, creatief therapeuten etc.

Ik maak graag gebruik van de verhalen van Toon Tellegen. Het bijzondere van het werken met metaforen is dat ze:

·    niet bedreigend zijn (worden ook gebruikt bij coaching/ noemt men ook wel helende verhalen)

·    onafhankelijkheid stimuleren

·    om natuurlijke weerstanden heen gaan

·    platform voor creativiteit aanbieden

·    subtiel zijn, de aandacht vragen en het onderbewuste aanspreken

·    beter onthouden worden (ezelsbruggetje effect)

Mijn favoriete verhaal is het verhaal over HET KLEINE ZWARTE DOOSJE (blz. 371). Ik heb dit verhaal gebruikt als voorbeeld van een fictief verhaal in de training ‘Iedereen verTELT’ om uit te leggen waarom er veel gebruik gemaakt wordt van metaforen bij levensbeschouwing. Het kleine zwarte doosje in dit verhaal staat symbool voor het geheugen. Het geheugen van een mens is te vergelijken met een doosje, waarin verhalen worden bewaard. Verhalen die je gehoord hebt en die je geraakt hebben. Verhalen die bij jou geboren zijn toen je op een bepaald moment gevraagd werd iets te vertellen over een gebeurtenis die voor jou belangrijk was. En verhalen van anderen, die zo’n indruk op je hebben gemaakt dat je ze in je eigen verhalendoosje bewaren wilt.

Ik gebruik dit verhaal ook vaak als inleiding bij het onderwerp ‘afscheid nemen’. Als verwerkingsopdracht laat ik de leerlingen een mooie herinneringsdoos maken.

Ik vond ook nog een werkblad met het verhaal ‘ DE EEKHOORN SCHROK MIDDEN IN DE NACHT WAKKER’ en ‘DENK JE DAT WE OOIT AFGELOPEN ZIJN?’. Ik weet helaas niet meer op welke bladzijde het verhaal staat.

Verder gebruik ik verschillende verhalen van Toon Tellegen vaak als inleiding bij een filosofisch (leer)gesprek. Zijn verhalen stimuleren de verwondering en het stilstaan bij eenvoudige alledaagse gebeurtenissen. Kunnen dieren zichzelf mooi vinden? Kan een dier menselijke eigenschappen hebben? Kunnen dieren zich vervelen? Kunnen dieren slecht zijn? Dat levert hele mooie gesprekken op!

Bij het onderwerp ‘Karaktereigenschappen’ gebruik ik ook de dieren uit de verhalen van Tellegen (het zouden ook mensen kunnen zijn). Mijn ervaring is dat leerlingen het makkelijker/prettiger vinden om naar aanleiding van de karaktereigenschappen van dieren over hun eigen karaktereigenschappen na te denken. In de training ‘ZINvol werken met portret en zelfportret; creatieve werkvormen bij identiteitsontwikkeling’ heb ik dit als voorbeeld uitgewerkt. De opdracht is dan ‘Op welk(e) dier(en) lijk jij?’ Als verwerkingsopdracht maken de leerlingen zelfportretten à la Dali.

De verhalen en werkvormen die ik genoemd heb zijn (aangepast op het niveau) zowel in de bovenbouw van de lagere school, op de middelbare school en in het volwassenenonderwijs te gebruiken.

 

 

 

Is er leven na de geboorte?

Via een Italiaanse vriend van mijn zoon kreeg ik de volgende link toegestuurd: http://cogitoetvolo.it/tu-credi-nella-vita-dopo-il-parto/
Twee baby’s bediscussiëren een mogelijk leven na de geboorte. Wie de argumenten vergelijkt met die van mensen die niet in een leven na de dood geloven, ziet dat er veel overeenkomsten zijn. Mogelijk een idee om leerlingen te vragen of ze dergelijke argumenten al eens eerder hebben gehoord, wat ze ervan vinden en wat dit verhaal hen eventueel te vertellen heeft. Het zal zeer uiteenlopende reacties te zien geven.

Twee baby’s bevinden zich in de baarmoeder van een zwangere vrouw. Vraagt de een aan de ander:
“ Geloof jij in het leven na de geboorte?”
“ Ja, zeker. Er moet iets zijn na de geboorte. Misschien zijn we hier omdat we ons moeten voorbereiden op datgene wat we later zullen zijn.”
“Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zou dat leven dan moeten zijn?”
“Ik weet het niet met zekerheid…..Er zal meer licht zijn dan hier. Misschien zullen we op onze voeten lopen of ons voeden met de mond.”
“Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met de mond. Het is gewoon belachelijk. De navelstreng is waarmee we ons voeden. IK zeg je een ding: het leven na de geboorte is niet te begrijpen. De navelstreng is veel te kort.”
“Toch geloof ik dat er iets moet zijn, al zal het wel een beetje verschillend zijn van wat we hier gewend zijn.”
“Maar niemand is teruggekeerd van de andere kant, na de geboorte. De geboorte is het einde van het leven. En alles bijeengenomen is het leven niets anders dan een verdrietig bestaan in de duisternis die nergens naar leidt.”
“Goed, ik weet ook niet precies hoe het na de geboorte zal zijn, maar ik ben er zeker van dat we moeder zullen zien en zij zal zorg voor draagt.”
“Moeder? Geloof jij in de moeder? En waar denk je dat zij zich bevindt?”
“Waar? Ze is geheel en al om ons heen. We leven in haar en door haar. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”
“Kom zeg! Ik kan je echt niet geloven! Ik heb nog nooit een moeder gezien en dus is het logisch dat ze niet bestaat.”
“Goed, maar soms, wanneer we stil zijn, kun je haar horen zingen of aangeven hoe ze onze wereld koestert. Weet je wat ik je zeg? Ik denk dat er een werkelijk leven is dat ons wacht en dat we ons nu slechts daarvoor aan het voorbereiden zijn…”

hey-brother

Welke reclame kan echt niet meer?

Reclames zijn per definitie waardegeladen en daarmee een dankbaar onderwerp voor levensbeschouwelijk kijken. Als opvattingen veranderen, veranderen de reclames mee, want zij drukken een tijdsgevoel uit. Als de samenleving stevig verandert, zie je dat bepaalde advertenties echt niet meer kunnen. Op de webstek van Hetkanwel is een selectie van die advertenties te zien.
Bij een foto van een verbaasde vrouw en een flesje tomatensap lees je: “ You mean a woman can open it?
Elders: ‘Hoe harder een vrouw werkt, des te leuker ziet ze er uit!”
Een vrouw die op de grond verlekkerd naar een schoen ligt te staren: “Keep her where she belongs…”
Een man met een sigaartje in zijn hand en een vrouw tegenover zich krijgt mee: “Blow in her face and she’ll follow you anywhere.”

Met dit webstekonderwerp kunnen we meerdere dingen doen:
De leerlingen krijgen de afbeeldingen te zien en de docent vraagt hen na te denken over de waarden die erin weerspiegeld worden.
De docent geeft vervolgens aan, dat volgens de auteur van het webstekartikel deze reclames echt niet meer kunnen. Voor de leerlingen: “Waarom zou de auteur dat zeggen? Wat zeg jij ervan?
Na de reclames die echt niet meer kunnen laat de auteur Emile van den Berg nog enkele moderne uitingen zien en zet er zijn bedenkingen onder. Hij meent dat ook in de toekomst bepaalde reclames niet meer kunnen. Als duidelijk voorbeeld: Het grootste sportevenement ter wereld wordt gesponsord door fast-foodketens en frisdrankfabrikanten. Voor de leerling een mooie opdracht om na te gaan welke reclames in de toekomst volgens hem of haar niet meer zullen kunnen en waarom? Anders gezegd: welke voor dan belangrijke waarden worden hier met voeten getreden?

Het artikel is te vinden op http://www.hetkanwel.net/2012/09/11/watdenkenwijover40jaarvanreclamevannu/

Lesbrief – De Jeugd van Tegenwoordig

De schoolmusical die Eva Mathijssen en Arto Boyadjian dit jaar geschreven hebben heet ‘De jeugd van tegenwoordig’. Informatie over de musical is te vinden via http://www.deschoolmusical.nl . Het verhaal gaat als volgt:
De leerlingen zitten bij elkaar en missen Khadiza. De geschiedenisleraar (Albert) van Hoffen gaat zijn laatste geschiedenisles geven, en wel over het jaar 1969. Als de les net begonnen is, komt Khadiza binnen die meldt dat haar verblijfsvergunning ingetrokken is. Het zou nu veilig genoeg zijn in Irak. De leerlingen zijn er beduusd van en reageren nauwelijks op de opmerking van van Hoffen: “Het enige verzet is collectief verzet.”
Hij laat hen een super8filmpje zien dat geschoten is tijdens een demonstratie in 1956 en waar van Hoffen duidelijk aanwezig is en de groep toespreekt. Er ontstaat een fictief gesprek tussen de jongeren van 1969 en die van 2012 en aan het eind ervan staan de moderne jongeren op de tafels in hun lokaal. Ze zijn bereid te protesteren tegen het feit dat Khadiza naar Irak teruggestuurd wordt. Al praten bedenken het plan van een sleep-in of een stay awake-verbijf op school. Na een gesprek met enkele leden van de schoolleiding krijgen ze ook officieel toestemming om de stay awake te houden.
Veel mensen doen mee met de stay awake en de volgende morgen blijft de klas achter om op te ruimen. Als ze daarmee bezig zijn, komt Khadiza binnen met de mededeling dat het protest geen resultaat heeft opgeleverd en haar familie toch terug moet naar Irak. De leerlingen zijn heel teleurgesteld dat hun protestnacht geen succes heeft gehad, maar worden door Khadiza terechtgewezen: “Jullie hebben de hele school in beweging
gezet, voor mij en m’n vader. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga dit niet vergeten. Nooit. Hoe vaak doen mensen dit nou, voor iemand, laat staan voor mij? Dat is toch bizar. Te gek voor woorden ook. Dat Norbert en Tobias het überhaupt ooit met elkaar eens zouden worden, dat neem ik mee. Dat jullie allemaal voor mij op tafel zijn gaan staan. Ook dat neem ik mee.”

Bij deze schoolmusical heb ik een lesbrief gemaakt, die goed te gebruiken is in de lessen levensbeschouwing. Een aantal elementen uit de lesbrief heb ik in andere onderdelen van het Newmancurriculum als eens gebruikt.
De opzet is als volgt:
Het verhaal
De vragen waar het om draait
Terug naar Irak
Wat voor protest
Wat heb jij er voor over?
Wat heeft het opgeleverd?

Om auteursrechtelijke redenen is de lesbrief alleen te lezen, niet te veranderen of af te drukken. Hij is te downloaden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/lesbriefjeugdvantegenwoordig.pdf.

Het belang van de waaromvraag

Op alle mogelijke manieren zal ik blijven proberen argumenten voor het instandhouden van het vak levensbeschouwing bijeen te zoeken. Mooi is dan dat je opa bent en zo nu en dan snuffelt in de pedagogische maandbladen die je bij je ouderende kinderen tegenkomt, Aan ‘Groter Groeien’. 2012 nr. 3 ontleen ik het volgende:
“Mama, waarom heeft oma grijs haar? Waarom moet ik naar school? Waarom zijn tomaten rood? Behoorlijk vermoeiend: al die waarom-vragen van je kind.
Uit Amerikaans onderzoek blijt dat het niet draait om aandacht trekken. Je kind wel ècht het naadje van de kous weten. Probeer dus serieus antwoord te geven.

Uit een ander onderzoek van de Universiteit van Novi Sad in Servië blijkt zelfs dat nieuwsgierig zijn gelukkig maakt. Tieners die zich waarom-vragen stellen zijn gelukkiger dan tieners die dat niet doen. Zij zijn minder eenzaam, hebben het gevoel dat hun leven meer zin heeft en zijn minder somber, gestrest en angstig. Het is dus slim om het waarom-gedrag van je kind te stimuleren, ook al is het soms heel vermoeiend.

Het advies van de onderzoekers: neem je kind altijd serieus en stel vragen terug, waardoor hij nadenkt. Z blijft je kleine levensbeschouwer [er stond eigenlijk ‘filosoof’] zich verbazen over de wereld om hem geen. Dat houdt hem scherp en maakt hem gelukkig.”

Gekreukeld papier

Een oud-leerling van me, nu ook werkend in het onderwijs, zette de volgende beeldende tekst over pesten op zijn facebookpagina, die ik graag doorgeef als een goed verhaal voor in de klas.

“Een onderwijzeres in New York onderwees haar klas over de gevolgen van pesten. Ze gaf hen de volgende opdracht.
Ze gaf alle kinderen in de klas een stuk papier en zei hen het te verfomfaaien, het te verkreukelen, er een prop van te maken, het op de grond te gooien en er op te stampen. Kortom er echt een puinhoop van te maken, maar het niet te verscheuren.
De kinderen vonden dat wel een leuke opdracht en deden hun best het blad zo veel mogelijk te verkreukelen.
Toen kregen ze de opdracht om het papier voorzichtig weer open te vouwen, zodat het niet scheurde en het weer glad te strijken.
Ze liet hen zien hoe vol littekens en vuil het papier was geworden.
Toen zei ze de de klas dat ze het papier moesten zeggen dat het hen speet dat ze het zo verkreukeld hadden.
Maar hoe vaak ze ook zeiden dat het hen speet en hoe ze hun best ook deden om de kreukels weer uit het papier te halen, het lukte hen niet om het blad in de vorige gladde staat terug te krijgen.
Ze wees haar leerlingen op alle littekens die ze achterlieten.
En dat die littekens nooit meer zullen verdwijnen, hoe hard ze ook probeerden ze te repareren.
Dat is wat er gebeurt als een kind een ander kind pest.
Je kan zeggen dat het je spijt, je kan proberen het weer goed te maken, maar de littekens zijn er en die blijven.
Mensen van 80 kunnen nu nog navertellen hoe ze op de lagere school gepest werden. De kreukels gingen er niet meer uit.
De gezichten van de kinderen in de klas vertelden haar dat haar boodschap was overgekomen.

Het gevaar van een enkel verhaal

Van collega Aukje Becherif kreeg ik de volgende tip toegezonden:
Laat je niet verleiden door slechts een enkel verhaal, zegt de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie. Ga op zoek naar de schatten van andere culturen.

De schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie (32) groeide op in Oost-Nigeria, in de universiteitsstad Nsukka. Haar vader was daar professor in de statistiek aan de Universiteit van Nigeria, waar ook haar moeder werkte.
Als kind las Adichie verhalen van Britse en Amerikaanse schrijvers. Toen ze 7 jaar was, begon ze zelf te schrijven. “Al mijn personages waren blank en hadden blauwe ogen”, zegt ze later over die verhalen. “Ze speelden in de sneeuw en aten appels. En ze spraken veel over het weer en hoe heerlijk het was dat de zon zich een keer liet zien.”
Het is voor haar een voorbeeld hoe beïnvloedbaar en kwetsbaar mensen zijn wanneer ze worden blootgesteld aan slechts een verhaal. Op haar 19de vertrok Adichie naar de Verenigde Staten. Haar tweede roman Half of a Yellow Sun, uit 2006, die speelt rond de Biafra-oorlog in de jaren zestig, werd een bestseller in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en ook in Nigeria. In Amerikaanse en Britse kranten verschenen lovende kritieken.
Dit jaar verscheen de korteverhalenbundel The Thing Around Your Neck, vertaald als Het ding om je hals. Volkskrant-redacteur Wim Bossema schreef daarover: “Het overheersende thema is het leven tussen twee werelden, tussen Nigeria en de Verenigde Staten. Het ding om je hals is de beklemming van een jonge Nigeriaanse die in de Verenigde Staten, het land van grote auto’s en leven in villa’s, eenzaamheid en armoede vindt. ’s Nachts grijpt de ontheemding haar naar de keel en verstikt haar bijna voor ze in slaap valt.”

In juli 2009 hield zij een lezing onder dit titel “Het gevaar van één enkel verhaal”. Haar lezing is terug te vinden via de volgende link:

http://www.hartenziel.nl/artikel/Het_gevaar_van_een_enkel_verhaal

Koning Winter

Het is een bijzonder hartverwarmend gevoel als je bemerkt dat je eigen kinderen je passie voor tweede taal – wat immers het voertuig voor levensbeschouwelijk denken en spreken is – hebben overgenomen. Vandaar deze korte advertorialbijdrage.

Eva schreef een wintersprookje voor Slot Loevestein, ‘Koning Winter’ het verhaal van de jongen Konstantin, die niet weet wat bang zijn is en in het kasteel van Koning Winter op zoek gaat naar de sleutels die nodig zijn om het kistje met het hart van Koning Winter te vinden en daarmee de mooie Katja die Koning Winter afwees waarna deze de wereld vervloekt heeft met zijn eindeloze ijzigheid. Het kistje wordt bewaakt door de snerpende sneeuwuil, de pijnigende poolbeer en de ijzingwekkende ijsheks, die de moeder heet te zijn van Koning Winter. Zij heeft bij zijn geboorte zijn hart weggenomen zodat niemand hem ooit zou kunnen raken en pijn doen. Zij wilde haar kindje beschermen, maar heeft nu een zoon die van niemand, ook niet van zijn moeder houdt..

Het verhaal van Koning Winter wordt in de kerstvakantie vier maal opgevoerd in Slot Loevestein: op 27 en 28 december 2011 en 5 en 6 januari 2012. In groepen van maximaal 30 mensen maak je een tocht over het Loevesteinterrein en dwaal je binnen het slot zelf om het verhaal van Koning Winter te zien spelen door een grote groep amateurspelers die er zichtbaar lol in hebben. Vooral kinderen in de basisschoollleeftijd zullen zich graag laten meeslepen door het verhaal binnen een echte kasteelsetting. Meer informatie op http://www.slotloevestein.nl en vervolgens de link naar Winterfeest.

In samenwerking met Slot Loevestein is van het verhaal een (voor)leesboekje gemaakt. Broer Jan Willem leverde de passende tekeningen bij het verhaal, wat resulteerde in een aantrekkelijk lees- en kijkavontuur voor kinderen. Het boek is mee te nemen voor € 6,50 en toegezonden voor € 8,50. Op de pagina van het Koning Winterprogramma vind je de bestelmogelijkheden. Wie eerst wil zien wat hij te verwachten heeft, kan een flashbestand doorkijken, zoals ook mogelijk is met onze eigen levensbeschouwelijke projecten. De link voor het boek is tijdelijk http://flipflashpages.uniflip.com/3/58232/121437/pub/index.html

De originele Wallstreet Occupy Protester

Via facebook kwam de volgende poster onder mijn ogen. Leuk gevonden, maar mijns inziens is de reiniging van de tempel vooral bedoeld om aan te geven waar de plaats eigenlijk voor bedoeld is, terwijl Wallstreet vanaf het begin bedoeld was om geld te verdienen. De vergelijking loopt dus enigszins mank; het zou een mooie proefwerkvraag kunnen zijn om naar de mankheid te vragen.

tempelreiniging

Wie ben ik boek

Ik! Wie is dat?

Uit de achterflap: “In het boek “Ik! Wie is dat?’ word je aangespoord om na te denken over wie je bent en wat jij nu juist jou maakt. We willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wel wie je wilt zijn of speel je een rol?……”
Het boek is speciaal voor jongeren vanaf tien geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
ISBN: 978 90 487 0653 2 Prijs 14,95
www.dekinderuniversiteit.nl
www.zwijsen.nl

Deze tekst is ook als pdf te downloaden: IK!_Wie_is_dat.pdf

Mijn oordeel
Een fijn boek om aan puberende zoon of neef danwel dochter of nichtje te geven.
Een boek dat een aantal themata aanroert, waarvan de docent levensbeschouwing zich duidelijk af moet vragen of ze in zijn curriculum aanwezig zijn.
Een boek dat duidelijk maakt dat levensbeschouwing uiteindelijk het schrijven van je eigen levensverhaal is.
Een boek dat duidelijk maakt dat het levensbeschouwelijk dagboek een integrerend bestanddeel van een levensbeschouwelijk portfolio dient te zijn.
Een boek dat ook laat zien dat voor levensbeschouwing een groot aantal Bezugswissenschaften aanwezig dienen te zijn om leerlingen verantwoord in te leiden in de wereld van hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling.

Wie meer over de inhoud wil weten, kan hieronder een samenvatting van de verschillende hoofdstukken vinden.

Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn [Wie ben ik?]
Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ is afhankelijk van de plaats, tijd en persoon die de vraag stelt. De psychologen Kuhn en Portland vroegen mensen in 20 verschillende situaties antwoord op de vraag te geven. Als je kijkt naar de punten die op alle lijstjes staan, kom je toch tot een soort kern van jezelf, volgens hen.
Wie ik kan zeggen, heeft zelfbewustzijn ontwikkeld: een kind van twee noemt zichzelf bij de voornaam, zal het niet over ik hebben; een kind van vier al veel meer.
Waar dat zelfbewustzijn zit, is niet precies aan te geven; het blijkt in ieder geval niet op één plaats te zitten.
Je ben ik, van top tot teen. Als je een teen verliest, ben je dan nog jij? De meeste mensen zeggen ja, maar als je een beroemde toptennisser bent en door het verlies van die teen geen bal meer raak slaat, verandert dan je ik?
We leven in een tijd, waarin niet meer anderen zoals ouders en omgeving bepalen wat jij doet en gaat worden en denken, maar we leven in een iktijdperk. Wie je bent, je identiteit, bepaal je steeds meer zelf. Je identiteit is een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.
We hebben verschillende ikken in ons leven, met andere woorden, we spelen verschillende rollen, afhankelijk van de positie die we telkens innemen. Tegelijk kijken we niet naar anderen als mensen die rollen spelen: “Alles wat iemand doet en zegt, schrijven we toe aan die persoon.”

Je bent nooit alleen op de wereld [Ik, jij en wij]
Al in de oertijd leefden mensen in groepen. Dat was nodig om samen te jagen en samen te vechten tegen gevaarlijke gebeurtenissen of dieren of mensen.
Lid zijn van een groep bepaalt een deel van je identiteit. Je vertelt dat je dit bent, maar tegelijk ook, dat je dat niet bent.
Bij groepsgevoel hoort ook een ‘wij tegen zij’ gevoel. Je vindt dat de mensen in jouw groep slimmer, eerlijker en mooier zijn dan de mensen in een andere groep. Dat betekent dat jij dus ook mooier, slimmer etc, bent, want jij behoort tot die groep. Op die manier krik je je gevoel van eigenwaarde op.
We komen er dan ook sneller toe om de negatieve dingen aan HEN toe te schrijven, want WIJ doen zulke dingen niet.
We willen ook graag erbij horen, we zijn niet graag buitenbeentje. Mensen gaan heel ver om niet van de groep af te wijken. Het experiment van Asch laat zien dat mensen geneigd zijn de meerderheid van de groep te volgen, ook al is het zonneklaar dat het antwoord van die meerderheid fout is.
Wie zich niet wil aanpassen aan de groepsdruk, heeft het niet altijd gemakkelijk en moet over een positief zelfbeeld beschikken. Als je bereid bent, aan te geven dat je het er niet mee eens bent, is de kans groot, dat anderen ineens het met je eens durven te zijn. Opmerkelijk t.a.v. een positief zelfbeeld is, dat mooie mensen niet altijd gelukkiger of zelfverzekerder zijn dan minder mooie mensen. Hun probleem is dat ze vaak niet weten of ze gewaardeerd worden wegens hun mooie uiterlijk of om wat ze gepresteerd hebben. Daardoor twijfelen deze mensen vaak aan hun kunnen.
Ook in de verschillende groepen waartoe je behoort speel je altijd sociale rollen.

De oma van je oma, van je oma, van je oma [Ben ik een aap]
Honderdduizend oma’s geleden komen we uit bij een vrouw die twee miljoen jaar geleden leefde, een Australopithecus, een aapmens. Nog verder terug vinden we de mensaap-oma, die twee kinderen kreeg. De ene is stammoeder van de mens, de ander van de chimpansee, met wie we 99 procent van het DNA delen.
Dankzij de evolutie hebben de mensen zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, waardoor ze niet ten onder zijn gegaan, zoals andere diersoorten, die zich niet konden aanpassen.
Wat de mens is is een discussiepunt. Voorbeeld is het eten van vlees. Volgens de darwinisten is vlees eten natuurlijk, want de energie die uit vlees komt hebben we nodig gehad om onze grotere hersenen te ontwikkelen.
Daar staan de kantianen tegenover: mens is wie nee kan zeggen tegen zijn natuurlijke neigingen.
Darwin zegt we onszelf gerust een aap kunnen noemen. Kant zegt dat de mens een zelfbewust wezen is met een vrije wil, met verantwoordelijkheid. Dat heeft een dier niet. Als een hond een kind bijt, wordt niet de hond maar de eigenaar aansprakelijk en verantwoordelijk gesteld.

Stamppot of Allah [Wij en zij]
Twintig procent van de Nederlanders heeft buitenlandse wortels. Dat was honderd jaar geleden heel anders. Je woonde in een kleine gemeenschap, trouwde werkte en stierf in die gemeenschap en je kwam zelden buiten die gemeenschap. Dat is nu anders. En aan mensen die niet dezelfde achtergrond als zijzelf hadden moesten veel Nederlanders erg wennen. Anders zijn is een rare zaak, vonden ze. Hun vertrouwde beelden van Nederland en de Nederlander verdwenen en dat maakte hen onzeker en ze voelden zich onveilig.
We zullen nu moeten leren leven met de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving. Als mensen elkaar ontmoeten en elkaars gewoonten leren kennen en begrijpen, wordt de kloof al snel minder breed. Maar vaak wonen allochtonen en autochtonen in verschillende wijken en bezoeken verschillende scholen.
Hieraan gekoppeld is het gevoel van meer dan vijftig procent van de allochtonen dat ze weleens gediscrimineerd worden, vooral op hun werk. Onderzoek van de Universiteit van Tilburg bracht aan het licht, dat mensen het meest gediscrimineerd worden op de plaatsen waar bazen zeggen dat iedereen gelijk is. “Juist in die bedrijven gelooft niemand dat iemand anders (ongelijk) behandeld worden en kan er dus niet over gepraat worden.”

God en ik, ik en God [Waarin geloof je?]
God is een behoorlijk twistpunt tussen mensen. iedereen denkt dat hij gelijk heeft en dat heeft soms tot bloedige twisten geleid. Ook is waar dat mensen veel aan hun geloof hebben. Alle geloven hebben gemeenschappelijk dat ze lessen in het leven zijn. Geen enkele godsdienst is uit op vernietiging van de aarde.
Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft niet in God, en dat doen ze ook op verschillende manieren. Daarnaast hebben we ook nog een groot aantal ietsisten.
Opmerkelijk is dat in twee van de drie huizen een boeddhabeeld staat: een gezellige dikkerd oogt toch anders dan een lijdende Christus op een kruisbeeld.
Je geloof is mede van invloed op de manier waarop je tegen jezelf aankijkt.
Kijkend naar de rol van de mens in de ogen van hun God:
In de islam kiest de mens om dienaar van Allah te zijn.
In het christendom is de mens slecht, maar kan beter worden door het voorbeeld van Jezus.
In het boeddhisme hebben we geen ik; ik word steeds herboren in een nieuwe vorm omdat dat ik nog niet af is.
Een van de gevolgen van de moderne tijd, waarin de mensen steeds minder naar de kerk gaan, is dat de boodschap om een goed mens te proberen te zijn minder gehoord wordt. We zijn als het ware van God los. Letterlijk, dat iemand de regels van God niet meer naleeft. Figuurlijk, dat iemand zo op zijn eigen houtje bezig is dat het hem niet kan schelen of anderen er last van hebben.

Chips in je hoofd [Ik, versie 2.0]
De computer is momenteel al in staat de wereldkampioen schaken te verslaan. We gebruiken de computer, robots en andere zaken om ons leven te veraangenamen. Tegelijk worden we er ook door beïnvloed. Je speelt op internet met een avatar en iedereen denkt dat jij dat bent, omdat de anderen je nog nooit in het echt hebben gezien.
We maken van allerlei hulpmiddelen gebruik om onszelf beter te maken en te voelen. Studenten slikken Ritalin, niet omdat ze AGHD hebben, maar om een examen beter te kunnen maken.
We staan ambivalent tegenover de techniek. In boeken als Brave New World en 1984 staat de mens tegenover een zich ontwikkelde techniek die hem in zijn macht heeft. De mens moet vechten om weer vrij te worden.
We zien drie denkrichtingen als het gaat om het verbeteren van de mens met electronica.
De Kantianen zeggen: niet doen
De utilisten zijn van mening dat als het nuttig je het moet doen.
De autonomen vinden dat ieder mens zelf moet beslissen hoever hij daarin gaat.
Daarover moet de discussie gaan: in wat voor wereld wil ik wonen? Wie wil ik zijn?

Onbeschoft en asociaal [Steeds meer ‘ik’]
Veertig jaar geleden was de tijd van de verzuiling nagenoeg ten einde. Het tijdperk van de individualisering brak aan. Het individu werd belangrijk dan de groep waartoe hij behoorde.
Dat heeft zijn goede kanten. Daar is iedereen het over eens.
Sinds enkele jaren zien we ook dat er negatieve kanten aan zitten. Mensen denken dan vooral aan zichzelf. Het ‘ik’ is te belangrijk geworden. We hebben minder kinderen, zij krijgen veel meer aandacht dan die van vroeger.
We zijn rijker geworden, alles moet kunnen en mogen.
De opvoeding is veranderd. We zijn onbewust asociaal geworden.
De zingevingssystemen zijn niet meer actief zoals vroeger. Naastenliefde wordt vervangen door de 15 minuten roem op de televisie.
We willen respect en als we het niet denken te krijgen, worden we gefrustreerd.
Frustratie leidt vaak tot agressie, zinloos geweld [ sinds 1997]. We leven in een agressievere samenleving dan vroeger.

Hoe je een talent wordt [Je wordt wat je doet]
Wie schade oploopt in zijn hersenen, kan als het ware een ander worden. De hersenwetenschappers zeggen dat je ik bepaald wordt door je aanleg, je omgeving en je eigen invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die aanleg hebben, 10.000 uur nodig hebben om dat talent ook volledig uit te buiten: Mozart, Beatles, Bill Gates hebben allemaal die tijd doorgebracht alvorens ze tot uitzonderlijke bloei kwamen.
Door bepaalde dingen te oefenen, veranderen je hersenen. Wie verlegen is en zich erop toelegt om stoerder te worden en te doen, ziet een verandering in de hersenen.
Door nieuwe dingen te doen en te oefenen maken je hersenen nieuwe netwerken aan die die taak ter hand kunnen nemen.
Je hersenen kunnen niet alleen nieuwe dingen positief leren, maar ook negatieve gewoontes vormen een hersennetwerk. Duidelijk is wel dat wat je niet doet, zul je ook niet ontwikkelen.
Belangrijk: hoe meer nieuwe dingen je doet, hoe meer je hersenen worden uitgedaagd.

Een onderbroek van Björn Borg voelt anders [Je ben wat je hebt]
Ons zelfbeeld schijnt samen te hangen met wat we bezitten. Evolutiebiologen zeggen dat het te maken heeft met onze drang om te overleven.
Topbestuurders kijken niet naar wat ze verdienen, maar vergelijken hun salaris met anderen die meer verdienen. Jaloezie is de drijfveer.
Dingen die we kopen helpen ons om een beeld van onszelf te scheppen: ons imago.
Dat imago krijgt een extra impuls als we dingen hebben die anderen niet hebben.
Het geeft zelfvertrouwen èn het laat ons bij een groep horen.
Je uiterlijk bepaalt voor een deel hoe je omgeving op je reageert. Ga collecteren voor een goed doel in dure merkkleren en je haalt meer op.
Dure spullen kopen die we eigenlijk niet nodig hebben, heeft te maken met het snobeffect.
Er is ook sprake van het countersnobeffect: ik heb geen dingen nodig om iemand te zijn.
Je ziet de gevolgen van het imago-opkrikken in het toenemen van schulden bij mensen die luxe schulden hebben: een goed inkomen, maar veel te veel uitgaven aan luxe artikelen.
Op iemand die veel heeft kunnen mensen reageren met afgunstig zijn of benijden.
Wie hard voor een Iphone heeft gewerkt, werd benijd, maar men gunde hem het ding. Wie vertelt dat hij die van zijn vader heeft gekregen, kreeg afgunstige reacties en men gunde hem het ding niet!

Op avontuur met wonderlijke vragen [Waarom ik?]
Als over allerlei dingen die normaal lijken te zijn diepere vragen gaat stellen, word je een Alice en leef je in Wonderland.
Vragen die dieper gaan noemen we levensvragen, het zijn vragen die vaak een leven lang meegaan. We weten een heleboel over het hoe van de dingen, maar niet van het waarom.
“Door al die levenservaringen groeit je kijk op het leven. Je rijgt net zo lang je favorieten aan elkaar totdat er een glinsterend juweel overblijft: een halssnoer of stoere armband vol met kleine waarheden die samen een prachtig juweel zijn. OM dit sieraad met trots te dragen, moet het helemaal JIJ zijn.” [100]

De geheimzinnige dood [Het einde van ik]
Het ik houdt op bij de dood. Mensen proberen wel een antwoord te geven op wat erna komt.
In schema gezet zijn er twee uitersten: een van weten en een van geloven. Natuurwetenschappers meten; bijna dood ervaringen stellen vragen bij dit meten. Maar je moet zelf bepalen of die BDE’s ook werkelijk een kijkje achter het gordijn van de dood zijn.
Tussen weten en geloven is ook niet weten, zich laten verrassen, een knutselantwoord.
Wie iemand verliest, gaat een rouwperiode in, die ieder op een eigen manier meemaakt. rouwen blijkt het snelst te gaan als je de rottige gevoelens er gewoon laat zijn.
Ervaringen met de dood maken soms van mensen andere mensen. Ze leren dat leven niet draait om geld en succes, maar om liefde en samenzijn.
“Wanneer de dood plots dichtbij komt, beginnen veel volwassenen dus pas aan het echte leven. eigenlijk is dat doodzonde. Want draai het eens om. Heb je er ooit aan gedacht dat het niet voor niets is dat er een soort gordijn aan het einde van het leven hangt waar we niet achter kunnen kijken? Misschien is de zin van het leven: leven. Je bent niet geboren om dood te gaan, maar om te leven. Een mens heeft niet eeuwig de tijd. Maar weinig tijd maakt het leven gewild en kostbaar. Niet de dood is bijzonder, het leven is bijzonder.” [110]

Last van racisme?

Een oud-leerlinge schreef onderstaande tekst op haar facebookpagina:

Your car is Japanese. Your pizza is Italian. Your beer is German. Your wine is Spanish. Your democracy is Greek. Your coffee is Brazilian. Your tea is Chinese. Your watch is Swiss. Your fashion is French. Your shirt is Indian. Your shoes are Thai. Your radio is Korean. Your vodka is Russian. And then complain: Your neightbour is an immigrant? Pull yourself together!

Dagboek autistische leerling

Vandaag kreeg ik in de les te horen dat ik wat eerder naar huis moest komen. Mijn moeder had vandaag weer een gesprek in het ziekenhuis, dus ik dacht al wel dat het daarmee te maken had. Toen ik thuis kwam, zaten mijn vader en moeder beiden aan tafel en vertelden dat mijn moeder niet meer zou genezen van haar tumor. Ook mijn broer en zusje kwamen nog thuis en kregen hetzelfde te horen.
Iedereen was nogal aangeslagen door het bericht, wat op zich best logisch was. Maar eigenlijk is het ook weer niet logisch. Waarom zou je, dood ga je toch wel een keer. En bovendien, je er zorgen over maken helpt niets. Iedereen weet ook dat het geen nut heeft, maar toch is iedereen behoorlijk down. Hoe komt het dat mensen zo enorm emotioneel worden als het over sterven gaat?
Toch is het niet iets dat de aard van de mens zit. Dieren doen er veel minder moeilijk over als een van hun soortgenoten sterft. En er maar even van uitgaande dat Darwin gelijk had, is dit dus iets dat de mens zichzelf heeft aangedaan.
Maar waarom houdt iemands dood mensen dan zo bezig? Waarschijnlijk is het vooral het vooruitzicht dat iemand er niet meer zal zijn dat pijn doet, maar ook hiervoor geldt dat dat moment er toch komt, of je je er nou druk om maakt of niet.
Misschien is het dat mensen bang zijn zonder die persoon niet verder te kunnen. Dat ze er van overtuigd zijn dat de dingen die die persoon deed niet overgenomen kunnen worden door iemand anders. Dan rouwen ze eigenlijk meer om zichzelf dan om de dode.
Of mensen praten het zichzelf aan. Dan worden ze neerslachtig omdat ze steeds maar denken aan dat die persoon er straks niet meer is. Dan krijg je dus een cirkel. Mensen vinden iets verkeerd, omdat ze steeds maar denken dat het vervelend is. Blijft alleen nog over de vraag waarom ze dan denken dat ze het vervelend vinden, of terwijl waar dat cirkeltje begint. Misschien is dat iets wat ze als kind meekrijgen. Dat ze zien dat mensen verdrietig zijn als iemand sterft en dus onthouden dat bij dood verdriet hoort.

Fictie over autistische jongere levert invoeling op

Een van de reacties op mijn vraag in LIA 150 kwam van Miranda:
“Ik heet Miranda en geef levo en hvo op een cluster 4 school.
ik heb heel veel gehad aan het boek “Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht”, dit boek heeft mij en mijn collega’s erg geholpen omdat het lijkt alsof je meekijkt door zijn ogen.
Door dit boek heb ik beter contact met mijn leerlingen gekregen. Het helpt je om te begrijpen hoe een autist denkt en reageert op dingen.”

Het boek gaat over Christopher John Francis Boone, geschreven door Mark Haddon, die voor dit boek bekroond is met een Zilveren Zoen.
Christopher -”Ik ken alle landen van de wereld met hun hoofdstad en alle priemgetallen tot 7507″ – is autist en vindt op zeven minuten na middernacht de hond van mevrouw Shears, Wellington, doodgestoken met een spitvork. Hij aait het nog warme dier en vraagt zich af wie de hond vermoord heeft en waarom.

Hij woont alleen met zijn vader, omdat zijn moeder overleden is. Mevrouw Shears ontsteekt in woede als ze de dode hond ziet en beschuldigt Christopher ervan Wellington gedood te hebben. Als hij door de politie verhoord wordt en een agent pakt hem vast, slaat hij de man, wat hem op het bureau doet belanden. Dan besluit hij een detective te gaan schrijven over de moord op de hond en het speuren naar de dader.

De kracht van het boek zit hem in het feit dat Mark Haddon het in de eerste persoon heeft geschreven, wat de hoofdpersoon de kans biedt alles te zeggen, wat in hem opkomt. Zo kan het binnenperspectief van een autistisch kind haarfijn getekend worden. Het kost soms een halve pagina, maar dan begrijp je ook wat er in het hoofd van de jongen omgaat. Haddon laat Christopher ook reageren op tekeningen en schema’s en laat dan zien hoe die in de belevingswereld van Christopher een heel andere rol spelen dan bij andere mensen.

Behalve een roman over een autistische jongen, die je na lezing van het boek veel beter bent gaan begrijpen, is het boek ook een spannend verhaal, waarin Christopher erachter komt, wie de hond vermoord heeft, dat zijn moeder helemaal niet dood is en dat hij liever bij zijn moeder dan bij zijn vader woont.

Het blijkt weer eens te meer hoe zeer fictie in staat is de werkelijkheid beter weer te geven dan een droge opsomming van kenmerken van de autistische persoonlijkheid. Gewoon lezen, zou ik zeggen!