Boos op een boeddhatuintje

Jos van Noord kreeg op 5 februari 2013 de ruimte om in de Telegraaf een polemiek te beginnen in de richting van mensen die zich ongegeneerd allerlei boeddhistische zaken hebben toegeëigend zonder zich af te vragen of ze daarmee mensen wel eens konden kwetsen. Een aardige tekst om leerlingen na te laten denken als je lessen over het boeddhisme geeft.

“Hadden boeddhisten net zulke uitschuiftenen als veel moslims dan waren er al heel wat ruiten van onze ambassades in het Verre Oosten gesneuveld.
Wat veel boeddhisten, en trouwens ook heel wat hindoes, tegenvalt van Nederland is dat wij zó weinig van hun religie afweten dat wij op een volkomen gevoelloze manier omgaan met hun goden. Dat hun Boeddha hier als opleuking op een serie mobiele huur-wc’s werd afgebeeld was zelfs voor flegmatische Aziaten net even te veel. In Thailand ontstond dezer dagen forse deining over zo veel respectloze wansmaak.

Toiletverhuurder Boels haastte zich de Boeddha-wc’s uit de roulatie te nemen en liet prompt weten dat het beslist geen opzet was om ook maar iemand te beledigen. Maar in Azië kon men zich zo veel domheid niet goed voorstellen, hoewel de storm na excuses van de Nederlandse ambassadeur in Bangkok weer snel ging liggen.
Begin van het probleem is dat christenen, joden en moslims in principe op andere religies neerkijken, en dus vooral ook op elkaar. Elke van deze drie maakt aanspraak op het absolute gelijk en heeft daardoor ook het exclusieve recht op de ziel van de ander, of om die juist buiten te sluiten.
Doordat deze leer er eeuwenlang bij westerlingen en Arabieren werd ingetrechterd, worden andere religies, zoals het boeddhisme en hindoeïsme, standaard als inferieur of als infantiele afgoderij weggezet. Dat opent de weg naar misbruik van onbegrepen afbeeldingen van de Boeddha en Lord Krishna, omdat die voor ludiek, zen, wiet, yoga, psychedelisch en zelfs voor kamasutra-standjes worden versleten. Xoelapepelen, wierookstokjes en Bob Marley zijn weer helemaal terug!

De naam Boeddha Bar voor een taveerne, zoals ook in ons land voorkomt, is voor veel Aziaten onbegrijpelijk. Boeddhisten kunnen zo veel gebrek aan respect niet volgen, nog los van het feit dat de Boeddha evenveel te maken heeft met alcohol als moslims en joden met varkensvlees.
Wanneer zullen westerlingen begrijpen dat Aziatische godsdiensten geen goedkope handelswaar zijn, dat de afbeeldingen van hun vermeende ’afgoden’ ongepast zijn als decoratie op draagtasjes, servetjes, behang, tubes met cosmetica of als speelbal van domme grappen?

Zijn Aziatische godsdiensten, die ook in Europa en andere werelddelen steeds meer waarneembaar worden, gelijkwaardig aan onze traditionele religies? Verdienen zij respect? Of zijn deze ketters met hun afgoderij vogelvrij, hun godsbeeld hooguit commercieel bruikbaar als decoratie op wc-deuren of als exotisch alternatief voor de inheemse tuinkabouter?”
Bron: http://www.telegraaf.nl/watuzegt/waturaakt/21268774/__Boeddha-tuintje__.html