Categoriearchief: boeken

Studiebijbel

Eind oktober is de nieuwe Studiebijbel van de NBV verschenen. Het is een kloek gebonden boek van ruim 2200 pagina’s geworden. De vormgevers hebben voor een leesbare en prettig ogende lay-out zorggedragen. Op alle mogelijke manieren wordt de lezer die meer wil weten tegemoetgekomen. Onder aan de pagina tref je informatieve noten aan, verwijzingen naar relevante andere bijbelpassages vind je in de linker- en rechtermarge. Elk bijbelboek is voorzien van een uitgebreide inleiding. Door heel het boek heen staan 150 verhelderende kaderartikelen, die een beter licht werpen op bepaalde bijbelse zaken. Deze kaderartikelen van een pagina gaan over de geschiedenis [Perzië bijvoorbeeld], dagelijks leven [wie kent alle ins en outs van het zwagerhuwelijk?], godsdienstig leven [lampenstandaard ofwel menora]. Apart aandacht wordt besteed aan belangrijke vrouwen en mannen. De werkelijkheid van de bijbel krijgt mede reliëf door het gebruik van foto’s, kaarten en een duidelijke tijdlijn. Consequent hanteert deze Studiebijbel als godsnaam JHWH in het Oude Testament; in het Nieuwe Testament komen we God weer tegen.

Op vier plaatsen kom je kleurenkaterns tegen, volgens mij een unicum in de geschiedenis van bijbeluitgaven. Het eerste katern gaat over landschap en klimaat van Palestina en het Nabije Oosten, katern 3 en 3 laten de historische en bijbelse achtergronden zien van de wereld waarin het boek tot stand kwam en katern 4 informeert over archeologie en bijbel en bevat een uitgebreide tijdslijnm waarin de geschiedenis van het Nabije Oosten, Palestina en de Bijbel keurig naast elkaar gerangschikt zijn.

Een aanwinst voor iedere (school)bibliotheek. Prijs is € 79,00.

Om alles wat er niet meer is

“Om alles wat er niet meer is” is de intrigerende, door jongeren zelf gekozen titel van een belangwekkend boek. Het boek is gebaseerd op interviews met enkele tientallen jongeren die nabestaanden zijn geworden van iemand die zelfdoding gepleegd heeft. De twee auteurs zijn zeer deskundig in deze materie. Monique van ’t Erve begeleidt jonge nabestaanden van zelfdoding en verloor op veertienjarige leeftijd haar moeder aan zelfdoding. Riet Fiddelaers-Jaspers is rouwdeskundige en auteur van diverse boeken over rouw.

Zelfdoding meemaken hakt er gruwelijk in. Je blijft achter met een heel scala aan gevoelens, die heftig, steeds terugkerend en tegenstrijdig zijn. Boosheid en verdriet, maar ook schuld en opluchting. Gevoelens die eigenlijk te groot zijn voor opgroeiende kinderen, maar als iemand zichzelf doodt, kom je ze gewoon tegen.

De ervaring van de auteurs is dat deze jongeren geen behoefte hebben aan theoretische verklaringen, maar sterk verlangen naar verhalen van lotgenoten. Ze willen weten of hun eigen gevoelens door die van anderen zijn, ze willen weten dat ze niet gek zijn of gek worden als gevolg van de traumatische ervaringen die ze vaak heel lang ondergaan. Geconfronteerd met twijfels en vragen heeft de jongere behoefte aan bevestiging door leeftijdsgenoten die mee kunnen voelen, omdat ze in dezelfde hel hebben gezeten.

Aparte opzet
Het boek is geen verzameling interviews geworden, maar de reacties van de jongeren zijn thematisch gebundeld tot zestien hoofdstukken, waarin steeds verschillende jongeren hun ervaringen vertellen met dat thema. Het gaat dan om zaken als hoe, wat en waar kreeg je de waarheid te horen, voordat het gebeurde, afscheidsberichten, de uitvaart, troost en een luisterend oor, vervelende reacties, etc.

In ieder hoofdstuk zijn stukjes tekst van de jongeren verzameld, die heel direct vertellen wat er gebeurd en gevoeld is, soms allemaal in dezelfde richting wijzend, maar andere keren ook zeer verschillend in ervaring en reactie. Deze hoofdstukken beslaan tweederde van het boek en maken ieder weldenkend mens duidelijk dat alleen al vanwege het leed dat kinderen aangedaan wordt, zelfdoding geen wenselijke, misschien zelfs geen menselijke keuze is. Dat het toch gebeurt, ook bij mensen die zelf kinderen hebben, doet je daarmee tegelijk beseffen, dat iemand de band met de realiteit al verloren moet hebben om die daad te kunnen plegen. De rauwe, dieptrieste verhalen van de kinderen lezend kan ik slechts concluderen, dat ik weinig geloof hecht aan mensen die zeggen dat suïcide ook een bewuste keuze kan zijn.

Het laatste gedeelte van het boek is een privé deel, getiteld Wat helpt. Daarin komen in een zestal hoofdstukken met vragen en opdrachten en suggesties zaken aan de orde als wat is er gebeurd, gevoelens, herinneringen, troost, wat helpt en toekomst. De jongere wordt uitgedaagd om in woorden en beelden uiting te geven aan wat hem of haar naar aanleiding van de zelfdoding allemaal bezighoudt. Op deze manier kan zhij weer een beetje greep op het leven krijgen, een greep die hem of haar meestal ontschoten is.

Helemaal aan het eind vindt de lezer een boeken-, website- en adressenlijst waar zhij verder mee kan.

Op school?
Na lezing van het boek ben ik ervan overtuigd dat het in geen enkele bibliotheek van school dan wel de sectie levensbeschouwing zou mogen ontbreken. Dat wordt mede onderstreept door het feit dat het boek dankzij subsidie van de Vlaamse overheid op alle scholen voor voortgezet onderwijs is verspreid.

Nu we een aantal jaren gewerkt hebben met het levensbeschouwelijke dagboek kan ik zeggen dat tenminste enkele malen per jaar ervaringen met zelfdoding aan de orde komen. ‘Om alles wat er niet meer is’ kan enerzijds aan een jongere gegeven worden ter lezing en informatie, omdat het een boek is dat speciaal voor die leeftijdscategorie geschreven is, anderzijds zouden jongeren die bevriend zijn met een nabestaande er uit kunnen halen wat er door iemand heengaat die deze schokkende ervaring heeft meegemaakt. Als het boek in enkele exemplaren in de schoolbieb staat, kan een docent leerlingen die er baat bij kunnen hebben daarheen verwijzen. Het zal de geestelijke gezondheid van veel kinderen zeker verbeteren.

Monique van ’t Erve en Riet Fiddelaers-Jaspers, Om alles wat er niet meer is, jongeren over achterblijven na zelfdoding; Ten Have, Averbode, ISBN 978-90-784-3410-8, prijs 17, 95

Hoe bescherm ik mijn kind?

In de herfstvakantie heb ik het spannende boek ‘Houvast’ van Harlan Coben gelezen. De thematiek:

“Tia en Mike Baye hadden nooit gedacht dat ze in een stel overbezorgde ouders zouden veranderen. Maar hun tienerzoon Adam is ongewoon afwezig. En na de zelfmoord van zijn klasgenoot Spencer Hill zijn ze helemaal bezorgd. Ze installeren een programma op Adams computer en al na enkele dagen worden ze opgeschrikt door een e-mail van een onbekende afzender: ‘Hou je gedeisd en alles komt goed.’

Terwijl Betsy Hill een website voor haar zoon bekijkt, samengesteld door zijn klasgenoten, valt haar oog op een foto die lijkt te zijn gemaakt op de avond van zijn zelfmoord. Spencer was niet alleen… Betsy meent Adam Baye te herkennen op de foto – en als die vervolgens vermist wordt, voorspelt dit weinig goeds. Tia en Mike Baye zullen voor zichzelf de vraag moeten beantwoorden: wil je echt álles van je kinderen weten?”

In dezelfde tijd ben ik overgestapt naar Mac OS 10.5, het befaamde Leopard. Daarin rondsnuffelend kwam ik het volgende koopargument tegen: “Met Leopard legt de Mac alle activiteiten van je kinderen in een logbestand vast, om te voorkomen dat ze communiceren met mensen bij wie ze uit de buurt moeten blijven. In het logbestand wordt informatie opgeslagen over de websites die je kinderen hebben bezocht, de programma’s die ze hebben gebruikt en de mensen met wie ze hebben gechat. Ideaal dus om ervoor te zorgen dat je kind veilig online is. En wat helemaal mooi is: je kunt de voorzieningen voor ouderlijk toezicht op de Mac van je kinderen vanaf elke Mac in het netwerk wijzigen.” Ik weet gelukkig niets van Windowscomputers, maar vermoed dat er ook in deze wereld soortgelijke systemen bestaan.

Iedere ouder zal meteen zeggen dat het goed is om je kind te willen beschermen tegen zaken die vanuit de virtuele wereld je kind kunnen bedreigen. Tegelijk kan ik begrijpen dat een kind boven een bepaalde leeftijd [welke?] er van gruwt als zhij te weten zou komen dat haar ouders op de hoogte zijn van alle activiteiten die op haar computer verricht worden. IN het geval van de roman is het zo, dat alle toetsaanslagen geregistreerd worden en per dag naar een bepaald e-mailadres worden gezonden als logbestand, zodat ook de inhouden van de teksten e.d. bij de bespieder terechtkomen.

Deze wat verder uit te werken vraag ‘Tot hoever mag je gaan om je kind te beschermen?’ kan heel wat reactie losmaken bij leerlingen. Wie op zoek is naar een vraag die de kinderen meteen bij de strot pakt, heeft hier een hele goede aan.

Ik kan me de volgende vragen voorstellen:

• In welke situatie zullen ouders denken dat ze er goed aan doen?

• In welke situaties denk je dat je begrijpt waarom ze het doen?

• Welke waarden botsen hier?

• Hoe zou jij reageren als je de ouderlijke controle zou ontdekken?

• Kun je beredeneren binnen welke kaders jij de ouderlijke controle ook voor jou acceptabel vindt?

• Als je er tegen bent, hoe kunnen ouders dan optreden om hun kind te beschermen tegen zaken en mensen die hem/haar bedreigen?

Menselijk geluk

Michael W. Fordyce schreef twee boeken over het menselijke geluk, de natuur ervan en hoe het te bereiken. Deel een heet ‘The nature of happiness’ en gaat over de psychologie van geluk, de gelukkige persoonlijkheid, geluk en de menselijke natuur. Deel twee behandelt de veertien fundamenten van geluk. Zo is fundament 11: Wees jezelf. Voor mensen die graag verder doordenken is het een interessant boek. Het is te lezen op internet via de volgende link .

Nogmaals Wicca

Meerdere mensen hebben gereageerd op het bericht over mijn wicca-ende havo-3-leerling en meldden dat zij zelf ook leerlingen hadden die ermee bezig waren. Ik hoop dat zij hun leerlingen ook ertoe kunnen brengen het een en ander erover te schrijven, met name over de vraag hoe ze ertoe gekomen zijn om hiervoor te kiezen.

Een jeugdboek dat over een meisje dat aan wicca doet is ‘Het boek der Schaduwen’ door Tierman en Cate Tiernan. De NBD|Biblion recensie erover:

Morgan is gefascineerd door de nieuwe jongen op haar school, Cal. Hij is knap en mysterieus en doet aan wicca. Morgan ontdekt ook bij zichzelf magische gaven. Het eerste deel van vier boeken waarin wicca, een natuurreligie die vroeger hekserij genoemd werd, centraal staat. Door de realistische, hedendaagse omgeving is het voor de lezer niet altijd even gemakkelijk om als vanzelfsprekend in de magie te geloven. Er is veel aandacht voor de ontwikkeling die Morgan doormaakt. Ze leert erkennen wat ze is: een geboren heks. De andere karakters blijven vlakker: Cal wekt bijv. de indruk nogal een saaie piet te zijn. Als hij aan het woord komt, is dit vooral om uitleg te geven over wicca. Door deze passages lijkt het boek bij tijd en wijle meer op een voorlichtings- of promotiecampagne voor wicca dan een roman. Er gebeurt veel dat mysterieus is, maar de lezer zal nog een tijdje moeten wachten voor alles onthuld wordt. Dit boek is vooral een inleiding op de serie. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat, waaruit blijkt dat de auteur uitgebreid research gedaan heeft. Zie voor deel 2 ‘De heksenkring’*. www.wicca.nl.
[LIA 106]

Bedevaartsoorden in Europa

Twee maanden trok collega Dorine van der Heiden met haar partner Peter Lenssen in een busje naar de drie grote bedevaartsoorden in het Zuiden: Lourdes, Santiago de Compostella en Fatima.

De schat aan indrukken en ontmoetingen hebben ze nu gebundeld in een boek onder de titel “Voor ziel, cultuur en zaligheid”.

Het boek bevat een twintigtal verhalen met een heel verschillende inhoud. Wil je weten wie de mensen waren, aan wie het ontstaan van de bedevaartplaatsen gekoppeld, dan zijn die verhalen terug te vinden. De auteurs vertellen het verhaal na zoals het aan de mensen verteld werd. Ze bemoeien zich niet met de vragen die allerlei mensen voortdurend stellen wanneer ze over deze plaatsen horen. Dorine en Peter proberen zo goed mogelijk de gevoelens en ervaringen van de mensen weer te geven.

Wil je verhalen die weer een andere kant benaderen, dan zijn die er ook. Het verhaal van Pierre Bouffon, die te horen krijgt dat de verschijningen in Lourdes op bedrog zouden berusten laat zien hoe ingrijpend de werkelijkheid zou veranderen als het Lourdesgebeuren plotseling zou ophouden te bestaan. Of het hilarische verhaal van de de familie die zich aan de kant van de weg professioneel aan het schminken is om even later als tragisch brandhout de sanitaire stops langs te bedelen.

Inzicht in de motieven van menselijk handelen geven de verhalen over al die mensen die zich jaarlijks – en vaak gedurende vele jaren – inzetten om de vaak gehandicapte pelgrims te helpen bij het heiligdom te komen en hen verder ook goed te verzorgen. Het verhaal bijvoorbeeld over ‘een dienstbare man’, een vijfenvijftigjarige Portugees die getooid is met de bretels van de Servitas, de vrijwilligersorganisatie die in Fatima bedevaartgangers opvangt, begeleidt en verzorgt.

Daarnaast heb je verhalen over mensen die als pelgrim geraakt worden door hetgeen hen overkomt op die zowel heilige als commerciële plaatsen. Heel apart is het verhaal over ‘ dokteren in Fatima’, waarin een Nederlandse arts zich in Fatima vestigt om daar zieken te helpen. Ze komen niet uit wantrouwen tegen de buitenlander, maar hij wordt steeds onthechter in het leven. Als zijn vriend uit Nederland hem belt met de vraag of hij zijn compagnon kan worden, verbreekt hij alle banden en wil zich helemaal los van alles aan God binden. Op weg naar de put van de Engel maakt hij zich boos over de commerciële uitingen en slaat een aantal snuisterijen kapot, zo ongeveer als de tempelreiniging in het evangelieverhaal. Bij de put verzinkt hij in gebed. Achter hem doemt een woedende groep verkopers op …..

In hun verhalen hebben de auteurs een levensechte typering proberen te geven van allerlei soorten mensen die aan dit type heiligdom verbonden zijn. Ze laten zien dat niets menselijks daar vreemd is, maar ook dat er grootse momenten van menselijkheid te zien zijn.

Mij doet vooral deugd, dat ze alleen hun verhalen vertellen zonder enige vorm van kritiek, bijtende humor, cynisme of ongeloof. In de verhalen blijven de hoofdpersonen in hun waarde, wat de geloofwaardigheid van deze mensen alleen maar groter maakt.

Het boek van 157 pagina’s telt ook een aantal historische en sfeerfoto’s van de plaatsen en heiligdommen.

Voor ziel, cultuur en zaligheid

Dorine van der Heiden/Peter Lenssen

978-90-78407-28-7

www.uitgeverijtic.nl

Onderwijsdier in hart en nieren

De persoon van de docent doet er in hoge mate toe!

“Misschien is de reden waarom onder ons heiligheid zo schaars is, ons talent zo mager, ons inzicht in de waarheid zo flets, ons geloof zo onwerkelijk, onze algemene begrippen zo gemaakt en oppervlakkig, herin gelegen dat we elkaar ons hartsgeheim niet durven toevertrouwen.

We hebben ieder hetzelfde geheim en houden het voor onszelf; en we zijn bang vervreemd te raken door datgene wat ons in de werkelijkheid tot een eenheid zou kunnen verbinden.

We verzuimen de kwetsuren van ons wezen grondig te onderzoeken; we funderen ons godsdienstig belijden niet op de bodem van ons innerlijk, we poetsen de buitenkant schoon, we zijn vriendelijk en aardig voor elkaar in woord en daad, maar onze liefde groeit niet, ons hart sluit zich af en we zijn bang echt contact te laten ontkiemen. Dientengevolge is onze godsdienst, als sociaal systeem, leeg” (John Henri Newman op pagina 17-18)

Deze constatering heeft volgens Banning ook op andere sociale systemen dan alleen godsdienst betrekking. Hij ziet het ook in het onderwijs en dat is de reden, waarom hij in ‘Onderwijsdier in hart en nieren’ zijn autobiografische verhaal als vertrekpunt neemt om over onderwijs en pedagogie na te denken.

“Het is niet gebruikelijk om – wat men noemt – te koop te lopen met je vaardigheden en innerlijke ervaringen. Toch vind ik deze kenschetsing onterecht. Je hoeft je licht immers niet onder de korenmaat verborgen te houden. In die zin is dit levensverhaal een pleidooi om meer voor de dag te komen met de eigen ervaringen, positief en negatief. Leg de schroom af om voor je staan in het onderwijs uit te komen. Durf te reflecteren op je eigen ontwikkeling.” (19)

Autobiografie

Hoofdstuk 2 is een autobiografisch verhaal, waarin Bill laat zien dat de biografische gegevens in de onderwijsprofessionaliteit doorwerken. Boerenzoon, boerenjongensmystiek, katholicisme, bidden, priester willen worden, Rolduc, Stille dagen, zingen, ongeluk, mee leren leven, bio-energetica, ervaren van verlossing, aanvaarding in therapieweekenden, instinctieve ervaringen, dromen, de vlinder van Sanne, toeval en intuïtie, gevangen zijn in beeldvorming.

Uitgaande van de opvatting van Luc Stevens, dat de persoon van de docent er in hoogste mate toe doet, werkt hij die ervaringen in zijn derde hoofdstuk uit naar het onderwijs uit: “blik ik terug op mijn ervaringen en leg in de link naar de ontwikkeling van het pedagogisch vermogen.”

Autobiografie en pedagische ontwikkeling

In negen paragrafen komen in hoofdstuk 3 de eerder genoemde menselijke ervaringen terug in het onderwijs. Ik geef hierna de titel van de paragraaf weer en voeg daar een voor mij kenmerkend citaat aan toe:

Interconnectedness: ervaringen van verbondenheid die mensen doorheen alles kunnen ervaren

“Ze [de leerlingen] kunnen soms tegenvallen (al zegt dat vaak meer over jezelf als docent dan over de leerling), maar dat mag nooit betekenen dat je hen laat vallen.”

Stille Dagen: Ík weet nu dat ik meer ben dan wat ik presteer, dat ik ten diepste zelfs niet hoef te presteren om aanvaard te worden. Daarom kan ik ook anderen bevestigend tegemoet treden.”

Negatief gedrag is vaak een roep om bevestiging: “Leraren en leerlingen ontmoeten elkaar eerst als personen; ze beoordelen elkaar op basis van persoonlijke waarden. Onderwijs heeft aldus allereerst een intermenselijke betekenis en pas daarna een onderwijskundige, een professionele, pas daarna zien leraren en leerlingen elkaar in hun functies en rollen. De toon wordt gezet door de persoonlijke ontmoeting.”

Zangervaringen en resoneren: “Waar didactisch-vakinhoudelijk werken wordt losgekoppeld van het pedagogische aspect, dan verschraalt het lesklimaat en is er sprake van een ernstige deformatie.”

Bio-Energetica en het non-verbale in het onderwijs: “De genezing waar ik op een gegeven moment niet meer op durfde hopen, kwam toch tot stand. Dat maakt niet alleen dankbaar, maar geeft ook een diep vertrouwen dat er vaak meer mogelijk is dan je soms verwacht. Mensen hebben vaak meer in huis dan zij (wij) vaak denken.”

Instinctieve ervaringen: passie en gloed: “Leerlingen houden niet van softies die ik zou willen omschrijven als goed bedoelende mensen die de diepere instinctieve krachten niet geïntegreerd, maar eerder onderontwikkeld gelaten of zelfs verdrongen hebben.”

Wat betekenen dromen in dit verband ‘Ïk geloof echter ook dat iedere mens, iedere leerling ten diepste verlangt naar iets anders,naar iets wat werkelijk waardevol en menselijk is. Ook al uit dit verlangen zich soms op een volstrekt gedeformeerde wijze.”

Toeval: openstaan in het onderwijs: “Het lijkt me een goede zaak als docenten hun eigen ‘Fingerspritzengefuhl’ ontwikkelen om zo meer open te staan voor wat er ‘toevallig’ op hun weg komt.”

Beeldvorming, gij zult geen beelden maken: “Zo gauw we een beeld maken van een ander en dat specifieke beeld tot ijkpunt maken van onze communicatie, is er geen sprake meer van echte communicatie. ….Als zich in zijn hoofd [dat van de docent, wjm] bepaalde negatieve of sterk beperkende opvattingen over de klas of over een leerling hebben vastgezet, dan zal dat ipso facto effect hebben op de klas of de leerling.”

In hoofdstuk 4 vat hij zijn beschouwingen nog eens samen en maakt op overtuigende wijze duidelijk, dat ‘pedagogische groei mogelijk’, dat je het niet al in je hoeft te hebben om zo als onderwijsmens bezig te zijn, dat je je pedagogische professionaliteit kunt ontwikkelen. Een ontwikkeling die dringend nodig is, omdat een school waar alleen formele en didactische eisen gesteld worden geen echte school is, niet voor leerlingen, maar uiteindelijk ook niet voor docenten.

Conclusie

Ik heb zelf geprobeerd na te denken over die ervaringen die mij beïnvloed hebben. Ik vond minder karakteristieke ervaringen dan de vele, vaak ingrijpende, waar Bill over schrijft. Het waren wel ervaringen, die bij nader inzien mijn habitus als docent mede vorm gegeven hebben, al heb ik daar nooit zo bij stilgestaan.

Tot slot: aan de ene kant doet het me deugd dat een collega zo enthousiast schrijft over ook negatieve levenservaringen, die positief uitwerken op zijn pedagogische praktijk in de klas, aan de andere kant krijg ik nu en dan het gevoel, dat het allemaal wel erg mooi klinkt. Waar zijn de stenen, kiezels of rotsblokken, waar ik me aan stoot en die gewoon pijn doen, waar ik niets mee kan en die ik als realiteit te dragen heb? Er is ook de donkere kant in mijzelf, in mijn school en in mijn leerlingen, die niet weg te poetsen is, maar onder ogen te zien.

Is het mijn leeftijd, mijn terugkeer naar een minder optimistisch mensbeeld of een lichte jaloezie op alle mooie scènes die me deze reactie ontlokken?

Ik blijf er wel bij: als het boek van Banning docenten ertoe aanzet hun eigen ‘hele hebben en houden, huid en haar, ziel en zaligheid’ in kaart te brengen en na te denken over de vraag hoe dat hen beïnvloedt en misschien zelfs maakt tot de onderwijsmens, die ze zijn, boeken we veel vooruitgang.

Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen

Bill W.J.M. Banning

ISBN 9789055738311

€ 14,90