Categoriearchief: christendom

Jezus!

Tachtigduizend exemplaren zijn er van gemaakt, een nieuw bedrijf is er voor opgericht. En sinds begin februari 2015 heeft Jezus naast vele andere bekende Nederlanders een eigen glossy.

Het lag in een flinke stapel van een halve meter zichtbaar in de Brunakiosk van station Breda. Toen ik het exemplaar ter afrekening aan de juffrouw gaf, keek ze me op een bepaalde manier aan en vroeg of ik het in een tasje wilde hebben, ook al zag ze dat ik een  rugzak bij me had, waar het gemakkelijk in paste. Toen realiseerde ik me de omwenteling die de afgelopen dertig jaar in Nederland heeft plaats gevonden. Kon je toen alleen maar besmuikt een tijdschrift kopen waar het bloot en de porno van afdroop, als je het nu doet, kraait er geen haan naar. Koop je nu een tijdschrift dat  over een duidelijk religieus figuur gaat, dan moet je het bijna tussen een krant vouwen om meewarige en verbijsterde blikken van omstanders te voorkomen.

In Trouw werd uitgever Peter van Dijk geïnterviewd over het verschijnen van Jezus! “We hebben de glossy bewust niet zelf gemaakt of alleen maar door christenen laten maken – anders was het voorspelbaar en saai geworden. We hebben gewoon de beste mensen gezocht. Arthur Japin is hoofdredacteur geworden. Hij snap Jezus best. In zijn boeken gaat het toch vaak over opoffering, genade en vergeving. Bovendien wilden we de beste mensen in hun vak inschakelen.”

Over christenen die zich aan de glossy ergeren:

“Op de site van de EO is te lezen dat mensen de glossy ‘gruwelijk spottend’ vinden en dat jullie Jezus zijn heiligheid afnemen. “Wie de Bijbel kent, weet dat Jezus dit nooit gewild zou hebben,”schreef iemand. Peter van Dijk:” De glossy is niet bedoeld voor christenen. Als we de glossy wel voor christenen gemaakt hadden gemaakt, dan was er trouwens ook gedoe ontstaan. Christenen hebben soms iets van GeenStijlbezoekers – op internet gaan ze helemaal los.”

Persoonlijk kan ik me niet voorstellen dat iemand zich aan deze glossy geërgerd kan hebben. Er staan een aantal zeer uitgebreide artikelen in over allerlei aspecten die met Jezus – vaak niet het christendom of kerk – te maken hebben. Er staan diverse artikelen van een of twee pagina’s, waarvan ik denk dat die een docent levensbeschouwing kunnen helpen bij zijn uitleg. Ook kom je een aantal uitspraken tegen, die je ook als christen aan het denken zullen zetten.

Een voorbeeld is het artikel van Karel Smouter:“Uniek, maar zwak, daar houden we van.” Ik citeer uit volle overtuiging zijn laatste twee alinea’s:

“We hebben leiders en verlossers die we koesteren vanwege hun menselijke zwaktes. We hebben politici met een zorgplicht. En we hebben een rechtsstaat waarin niet de vergelding, maar de tweede kans centraal staat.

Ik denk dat dit alles slechts kon ontstaan in een land dat eeuwenlang beïnvloed is door het geloof in een God die – volgens de overlevering – mensen dient. Een God die mens is geworden, zoals christenen vieren met Kerstmis. Een God die door een nederlaag het kampioenschap binnensleepte, zoals christenen herdenken met Pasen.

Een God met littekens, zoals Edward Shillito dichtte vanuit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog: “De andere goden waren sterk, maar u was zwak; zij reden, maar u struikelde naar een troon. Alleen Gods wonden kunnen spreken tot de onze en geen enkele God heeft wonden, behalve u.”

Interessant uitgewerkt zijn zaken als

  • waar heeft Jezus allemaal gelopen met de mogelijkheid om met je smartphone die plekken te ‘zien’;
  • De vrije dagen die we aan Jezus te danken hebben;
  • De Jezustattoes die her en der gemaakt worden;
  • Maria Magdalena en haar relatie met Jezus;
  • Jezus in boeken en brieven;
  • Sporen van Jezus in Nederland:
  • Allerlei jezusafbeeldingen op de gekste plekken, als je ze maar wilt zien:
  • Negen onwaarheden over Jezus;
  • Tegelwijsheden van Jezus;
  • Feiten over de crucifix;
  • Weg van Jezus – positief en negatief
  • 56 keer het laatste avondmaal;
  • Zoek Jezus op de manier van ‘Waar is Wally’.

De glossy Jezus! slaagt erin om op een positieve, niet evangeliserende of moraliserende wijze aandacht te vestigen op het belang van Jezus, ook in een geseculariseerde samenleving.

Er bestaat geen naïef lezen

Materialistisch lezen van de bijbel kent verschillende aspecten. Allereerst is er de opvatting, dat een tekst niet losstaat van de sociaal-economische werkelijkheid, waarin die tekst tot stand komt. Voor het evangelie van Lucas wil dat zeggen, dat we onderzoeken binnen welk politiek en economisch milieu dit boek tot stand is gekomen, voor welke mensen het geschreven is en tot welke maatschappelijke klasse de schrijver heeft behoord. Mijn probleem daarbij is, dat ik geen exegeet ben, dat ik niet in staat ben binnen enkele weken een beschrijving te geven van de facetten die hierboven genoemd zijn. Daar komt ook voor de exegeet zelf het probleem bij, dat nogal wat zaken omtrent het evangelie van Lucas niet vaststaan: er zijn verschillen van mening over het tijdstip van ontstaan, over de plaats van ontstaan en over de groep voor wie Lucas heeft geschreven. Over Lucas zelf is ook niet veel bekend.

Stel, dat het goed mogelijk is een economische, politieke en ideologische analyse te geven van het milieu van het Lucasevangelie, dan kan dat een en ander verhelderen. Zo kan het van belang zijn te weten uit wat voor klassen de maatschappij ten tijde van Lucas bestaat. Dan is het mo­ gelijk in het evangelie van Lucas te achterhalen welke klassen er daar voorkomen en op welke manier daarover gesproken wordt. Dat levert gegevens op voor het politiek lezen van Jezus’ boodschap, gezien vanuit de opvattingen van Lucas.

Vragen bij een verhaal

Elders in dit nummer geeft Joop Smit een aantal vragen, die gesteld kunnen worden om verschillende elementen in een verhaal op te sporen. Hij noemt: de figuren, tijd en ruimte, de handeling en de idee van het verhaal. Zo bezig zijnde wordt in ieder geval aan een belangrijk gegeven van de materialistische lezing voldaan: je moet het verhaal nemen in zijn materialiteit, je moet het leven zoals het nu voor ons ligt. Maar voor een materialistische lezing zonder meer mis ik het verder vragen naar de maatschap­pelijke context, waarbinnen het verhaal speelt. Door deze vraag niet uitdrukkelijk te stellen loop je het gevaar, dat het verhaal in de lucht blijft hangen. De structuuranalyse, die hij zich voorstelt, kun je niet loskoppelen van de maat­schappelijke omgeving van het verhaal. Ook mis ik een vraag als: hoe verhouden de figuren zich tot elkaar, niet alleen in het verhaal, maar ook in de sociaal-economische werkelijkheid van die tijd. Wanneer een lezer niet weet, welke rol de priesters en levieten spelen in de joodse samenleving, kan hij ook niets zeggen over het al dan niet verstrekkende gehalte van de tekst. In feite gaat Smit hier wel op in als hij schrijft over ‘Wat er staat (IV)’. Daar geeft hij weer wat de maatschappelijke positie van de priester en de Samaritaan is. Ditzelfde is ook van belang als het gaat om anderen die in het evangelie voorkomen.

Mensen zijn nu eenmaal in een concrete maatschap­ pelijke samenhang geworteld en het verhaal zou een heel andere rol gaan spelen als de rollen in het verhaal omgekeerd waren geweest.

 

Ons lezen is ook bepaald

Behalve de vraag naar de sociaal-economische positie van het evangelie in zijn tijd is voor de materialistische lezing ook belangrijk de vraag naar de sociaal-economische situatie, waarbinnen het verhaal gelezen en uitgelegd wordt. Voortdurend moeten wij ons voor ogen houden, dat ook vandaag een evangelietekst niet ins Blaue hinein wordt gelezen, maar door concrete mensen in concrete situaties. Elke lezing is een politieke lezing, heb ik elders pogen duidelijk te maken 1). Dit voorondersteld zal het ook aannemelijk zijn, dat onze lezing van de bijbel een po­litieke lezing is. Belangrijke taak voor de materialistische lezing is voortdurend kritisch te zijn op de wijze, waarop het evangelie ge-, maar nog vaker misbruikt wordt door te wijzen op het politieke gehalte van de uitspraken die mensen doen.

Een voorbeeld van een lezing, die op verschil­lende manieren maatschappelijke gevolgen heeft, is die van Luther 2).

‘De mens valt in handen van rovers: d.w.z. de eindeloze stoet van mensen die het menselijke geslacht vormt, wordt door de duivel gewond, beroofd en geslagen. Tenslotte laat de duivel deze mens halfdood langs de weg liggen. Wij zijn mensen zonder gerechtigheid en waarheid en halfdood en daarom kunnen we onszelf niet helpen. Eigenlijk “leeft alleen het lichaam, dat alles zoekt, wat het nodig heeft, maar de ziel is dood. De mens is halfdood en maakt zich geen zorgen om hemelse dingen, en toch zijn we ervoor geschapen dat wij op aarde niet alleen aards, maar ook he­ mels zullen leven. Maar de duivel rooft ons het hemelse en laat ons met het aardse zitten. De mens kan zichzelf niet helpen. Dan komen de priesters en de leviet voorbij, d.w.z. de leraars. Maar dan komt tenslotte ook Christus, de Samaritaan, in de wereld. Hij komt naar deze mens toe en doet alles wat de parabel vertelt’. Een stukje verder in deze allegorische uitleg: ‘Vervolgens brengt hij ons naar de herberg, d.w.z. de christelijke kerk: daar laat hij zich dopen en het sacrament ontvangen, daar beveelt hij ons de pastores aan en geeft hun de beide Testamenten, opdat zij de mensen zullen verzorgen in hun “geloof, liefde en geduld’.

Weg zijn in dit verhaal de concrete mensen in hun concrete samenhang. Het gaat ineens over alle mensen, hun dode zielen en de duivel. Wat Luther doet is zijn eigen godsdienstige opvattingen teruglezen in de tekst. Het tot tweemaal toe herhaalde ‘de mens kan zichzelf niet helpen’ wijst heel duidelijk in de richting van zijn opvatting, dat de mens alleen door de genade Gods gered kan worden. Deze opvatting kan er maatschappelijk toe leiden, dat mensen passief worden, zich niet wensen in te zetten voor concrete veranderingen e.d. Het verhaal wordt geheel allegorisch opgepakt, komt in een geestelijke sfeer terecht en laat Christus al het werk doen. Het is Christus die ons redt door zijn kruisoffer van de valsigheden van de duivel. Nergens wordt meer gerept over datgene wat de Samaritaan doet. Jezus wordt zo plaatsvervangend gezien, het accent van de parabel verschuift en wordt afleidingsmanoeuvre. Het gaat om het handelen van Christus, de concrete mens komt er steeds verder vanaf te staan. Het toppunt van inlegkunde is de vergelijking van de herberg met de christelijke kerk. Dat ontneemt de angel volkomen aan het venijn, dat de parabel toch nog steeds in zich draagt. Wie de positie van de. priester en leviet maatschappelijk en politiek ziet, weet dat hier sprake is van de aloude tegenstelling tussen de priester en de profeet, de cultus en de gerechtigheid. De priester heeft, zoals Joop Smit zegt, belangrijker dingen te doen: hij moet offeren en kan dus volgens de reinheidswetten niet in aanraking met bloed of dode komen. En geloof maar, dat de gewonde langs de weg gebloed zal hebben!

Het verwijzen van Luther naar de herberg als de christelijke kerk is dan ook het tegendeel beweren van wat de parabel zou kunnen zeggen. Op deze manier wordt de parabel gebruikt ter rechtvaardiging van bepaalde zaken, die er helemaal niet in te lezen zijn.

Op deze wijze jezelf rekenschap geven van hetgeen er politiek en maatschappelijk meespeelt in de uitleg van iemand, kan zeer verhelderend werken en met name valse rechtvaardigingen doen opsporen. Luther is nog een aardige jongen vergeleken bij de dominees en priesters, die in de eerste wereldoorlog hun ‘volkse preken’ hielden: zij zagen in de barmhartige Samaritaan dikwijls de soldaten aan het front, die het vaderland – gevallen in de handen van Engelse, Russische en Franse roversbenden- redden, terwijl priester en leviet (d.w.z. pacifisten) voorbijgingen.

Een geweldig toneelstuk in drie bedrijven

Een andere lezing – even politiek als die van Luther – heeft Jean Cardonnel, een strijdbare Franse dominicaan gegeven 3):’Het wezenlijke verschil tussen de Samaritaan, de gewone man, de man uit het volk, en de priesters, economen, psychologen en machts- en gezagsdeskundigen ligt hierin, dat de eerstgenoemde geen religie, leer of nauwkeurige terreinverkenning nodig heeft om lief te kunnen hebben en om solidair te zijn. De parabel van die man uit Samaria, die man zonder vooraf vereist geloof en zonder godsdienstige voorgeschiedenis, heeft de opbouw van een geweldig toneelstuk in drie bedrijven. Het eerste bedrijf begint met de aankomst van de rovers. Het beeldt een naakt feit uit, n.l. dat geweld het weefsel van de geschiedenis is’.

Het eerste bedrijf van de parabel van de Samaritaan voert heel de geschiedenis of liever gezegd de voorgeschiedenis die zich in het teken van het geweld afspeelt ten tonele. In alle fabrieken ter wereld wordt de mens massaal geweld aangedaan. Het loonstelsel en daarmee medeplichtig de school en het gezin als kiemcel en grondeenheid van een samenleving, die geheel rond de productie is gebouwd, vormt de grimmige herleiding van de mens tot wat nodig is voor zijn onmiddellijke lijfsbehoud. Met een pakkende samenvatting tekent de bisschop van het Franse Atrecht, mgr. Huyghe aan: ‘Geen enkele arbeider is zeker van zijn werk. Hij kan onmiddellijk worden ontslagen, zonder enige mogelijkheid van beroep en om welk motief dan ook. Nog voor hij wordt aangenomen wordt hij gedwongen heel zijn leven op te biechten en zijn overtuigingen bekend te maken. En hij kan worden ontslagen om redenen die zijn geweten aangaan.

Sommigen beweren dat er op dit ogenblik geen klassen meer bestaan. Anderen betreuren de klassenstrijd. Ik voor mij stel vast, dat er tenminste twee klassen van mensen bestaan: de mensen die vragen om werk dat zij van vandaag op morgen kunnen verliezen, en de mensen die de absolute macht bezitten anderen te ontslaan’.

Het tweede bedrijf van de parabel bestaat In het stiekem voorbijgaan van de priester en de leviet, en met hen van allen, die zich afkeren van de ene echte werkelijkheid: de kreet van de verdrukte mens, die slachtoffer is van de geschiedenis van geweld. Een actueel voorbeeld geeft Yvonne Keuls in haar ontroerend boek Jan Rap en zijn Maat. Zij heeft op zich genomen om bij een groot bedrijf tweeduizend gulden los te peuteren, die voor het opvangcentrum, waar zij werkt, nodig zijn. Ze neemt een cliënt mee, Klaasje, een zestienjarige jongen, die alle vertrouwen in zijn medemensen heeft verloren na een aantal kindertehuisjaren en een scène met zijn pleegmoeder, die hem wegens tabaksgebruik een klap met de hondenriem over zijn gezicht geeft en hem dwingt het pakje shag op te eten. ‘Een hoge Piet van het eerste bedrijf dat ik wilde bezoeken had zich bereid verklaard mij om twee uur te ontvangen. Hij bleek best een aardige man. Hij liet mij praten en praten, vroeg eens wat, luisterde weer en schudde af en toe zijn hoofd over zoveel ellende en kwam dadelijk tot de conclusie, dat wij daar met zijn allen een stelletje idealistische idioten moesten zijn, on­ gevaarlijk zolang hij ons op een afstand kon houden. De beste methode daartoe leek hem het schenken van die tweeduizend gulden. ‘Dank u wel, meneer’ zei ik, ‘en dan is er nog iets’. Hij fronste meteen zijn wenkbrauwen, want hij vond mij maar knap lastig worden. Ik legde hem het geval Klaasje uit en toen werd die aardige man opeens een heel nare man. Die tweeduizend gulden okee, ze gaven wel meer geld aan goede doelen, bovendien…fiscaal nietwaar…maar een opleiding en de verantwoording dragen over zo’n jongen, die toch uiteindelijk… nietwaar… hij is toch in alles mislukt…nee, daar begon hij niet aan. Zo’n jongen kon bovendien de hele boel opruien en dat konden ze daar helemaal niet hebben’. Met andere woorden, kapitaal gaat nog steeds boven kansen voor kapotte mensen.

Dan begint voor Cardonnel het derde bedrijf. Nu de fatsoenlijke mensen het erbij hebben laten liggen, is het de beurt van de Naastenliefde om op het toneel te komen. Maar de man uit Samaria, de Naastenliefde, komt pas nà de strijd. De ellende van Caritas, Rode Kruis, Katholieke Hulp en dergelijke is dat zij zich niet om de oorzaken bekommeren. Verzorg en houd je mond. Hetzelfde wat ook tegen Yvonne Keuls wordt gezegd. Cardonnel: ‘Daarom stel ik de enige echte vraag: wat gebeurt er als de Naastenliefde niet na maar tijdens het gevecht aankomt? Mijn poging tot omkeer in Christus zal me ertoe brengen de vraag radicaal om te draaien: als ik er niet heenga wat zal er dan met hèm gebeuren, ja zelfs, als ik er niet heenga, wat zal er dan met mij gebeuren?’

De laatste vraag van Jezus wordt anders gesteld dan wij zouden verwachten gezien de vraag van de schriftgeleerde: wie is mijn naaste? Niet, wie van de drie in de gewonde de naaste heeft gezien die geholpen moet worden. Nee, hij vraagt, wie zich de naaste heeft gemaakt van de onbekende. Het gaat om een handeling van mezelf, een concrete actie in een concrete situatie.

De kracht van de interpretatie van Cardonnel, die zonder meer een ‘materialistische’ interpretatie genoemd mag worden, ligt in het feit, dat hij bij zijn uitleg de sociaal- economische horizon niet uit het oog verliest. Het gaat er Jezus niet om – zoals ook Joop Smit opmerkt – een vroom Rode Kruisverhaal te vertellen, maar een verhaal, dat de maatschappelijke opvattingen van zijn dagen radicaal omkeert. Dat weet je als je weet hebt van de maatschappelijke posities van de hoofdfiguren in het’ drama. Het is dan ook niet meer dan terecht, dat je bij een actualisatie naar vandaag  toe eveneens rekening houdt met de sociaal-economische werkelijkheid waarin we leven.

Niet de theorie, maar de praxis bevrijdt

De Italiaanse theoloog Giorgio Girardet heeft in een boekje over het evangelie van Lucas, het evangelie van de bevrijding, Jezus’ handelen in dit verband politiek-maatschappelijk geplaatst. Het gaat volgens hem om een concreet verhaal, waarmee Jezus zegt: ‘Jullie doctoren van de wet, priesters en mannen van de kerk, kunnen niet begrijpen wat de liefde tot de naaste is, de solidariteit, die je als mens verschuldigd bent tegenover anderen, omdat jullie maatschappelijke positie, jullie klassenpositie je oordeel verduistert en verhindert in de ander je naaste te zien. Maar de Samaritaan, juist omdat hij behoort tot een vervloekt en afgescheiden ras, juist omdat hij maatschappelijk lager staat dan de joden, die aan de Romeinen onderworpen waren, is in staat de situatie te begrijpen van de man die op straat is achtergelaten. Hij hoeft ook niet bang te zijn zich te verontreinigen, hij is al onrein, hij staat al buiten de maatschappij’.

Jezus theoretiseert niet: hij vertelt verhalen, hij maakt het concreet. Het is niet de theorie die de mens bevrijdt, maar een praxis, die ingebed ligt in een keuze die het hele leven betreft.

Zolang de Nederlandse christen niet in de gaten heeft hoezeer machtsfactoren vanuit de economie en politiek zijn handelen en denken, en dus ook zijn denken over de bijbel bepalen, zal het moeilijk blijven gevoelig te worden voor de politieke lezing van de barmhartige Samaritaan. Geen partijpolitieke lezing, maar een lezing, die rekening houdt met het verweven zijn van ons denken met machtsstructuren. De eerste pastor of catecheet in een middenstandswijk, die op goede gronden in de vakbeweging een moderne versie van de barmhartige Samaritaan ziet, moet ik helaas nog tegenkomen. Hij is meteen verdacht, verdacht in de ogen van de machthebbers, die zich nog steeds comfortabel voelen in hun christelijk jasje. Of hij verdacht zou zijn bij de mensen, die geen machthebber zijn, is niet van belang.

Immers, wiens brood men eet, diens woord men spreekt, die harde volkswaarheid geldt ook voor de Nederlandse kerk en de manier waarop ze nog steeds met het proletenboek, dat de bijbel is, omgaat.

 

Noten:

1. Hoe politiek is het evangelie? Ecclesia, tijdschrift voor kerkelijk groepswerk, 32e jaargang, nr.2, De Horstink, Amersfoort, 1977.

2. Dr.J.G.B.Jansen, De barmhartige Samaritaan in rovershanden? Apeldoorn 1974. In dit boekje vindt de lezer 25 interpretatiemodellen van de parabel van de barmhartige Samaritaan.

3. Dr.J.G.B.Jansen, a.w., pg.219-225.

Uit: School en Godsdienst 33(1979)1, 8-11. De materialistische bijbelbenadering kan mogelijkheden bieden voor een nieuw gebruik van de bijbel binnen de bevrijdingskatechese. In dit artikel laat de schrijver zien hoe je b.v. de parabel van de barmhartige Samaritaan politiek kunt lezen als een verhaal van onze tijd.

 

Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Allerzielen

Het is binnenkort weer 2 november, Allerzielen, en het eer bewijzen aan de doden is traditie op die dag in veel culturen. The Guardian heeft een galerij met foto’s van over de hele wereld bij elkaar gezet in op een webpagina, met tekst en uitleg ernaast. Wie een aantal foto’s zoekt om leerlingen te laten zien hoe intens, divers en uitbundig de dag van de doden wordt gevierd, heeft hier een goede bron aan.

http://www.theguardian.com/world/gallery/2012/nov/02/day-of-the-dead-pictures

Don Camilo is niet dood

Bij veel mensen brengt de naam ‘Don Camilo’ het beeld van een zwetende Fernandel in een traditioneel priester gewaad naar boven, die vooral op de lachspieren werkt. Wie de boeken van Giovannino Guareschi, maar ook de films beter leest en bekijkt, kan zien dat er meer aan de hand is. Voor mij is don Camilo de Italiaanse parochiegeestelijke die weliswaar in voortdurende strijd gewikkeld is met de communistische burgemeester, maar die bij alle mensen om hem heen de christelijke naastenliefde en vergevingsgezindheid op de voorgrond blijft zetten. Als dingen niet in orde zijn, kan don Camilo het niet nalaten zich ermee te bemoeien en een positieve afloop proberen te bewerkstelligen, desnoods tegen de visie van zijn meerderen in.

De afgelopen jaren hebben veel Italiaanse priesters een ander beeld van hun beroepsgroep laten zien. In de strijd tegen de maffia zijn al diverse priesters omgekomen, omdat ze de moed hadden vanaf de kansel de gewelddadige activiteiten van de maffiosi te veroordelen. In 1993 werd don Puglisi doodgeschoten door een maffiamoordenaar en na hem is anderen hetzelfde lot overkomen.

Nog in augustus 2014 uitte Totò Riina, de Siciliaanse maffiasuperboss die voor meer dan 100 moorden tot levenslang veroordeeld werd, in afgeluisterde gesprekken doodsbedreigingen aan het adres don Ciotti, organisator van Libera (een beweging die zich op allerlei manieren inzet in de strijd tegen de maffia).

Berucht is ook de wijze waarop met veiligheid en levens omgegaan wordt in de bouw en andere bedrijfstakken. Regels worden aan de laars gelapt, doden op de werkvloer is een bijna dagelijks gebeuren. 22 september vonden 4 mensen de dood door het vrijkomen van een giftige wolk bij een bedrijf, dat speciale afvalstoffen verwerkt. De woede om deze onnodige doden wordt fel verwoord door de parochiepriester don Renato:

“De politici hebben het bloed van deze jongens gedronken; het is beter dat ze een molensteen om de nek hangen en zich in zee werpen.” Het is een woedende, gewelddadige vervloeking die  gelanceerd wordt tussen de tranen door door don Renato Galiazzo, pastoor van Liettoli di Campolongo Maggiore bij Venetië. Vanaf het altaar van zijn kerk, gedurende de begrafenisdienst van Giuseppe Baldan, de vrachtwagenchauffeur die maandag jl. stierf met drie arbeiders als gevolg van een giftige wolk op de Coimpo van Adria (Rovigo) valt de priester hen die hij verantwoordelijk acht voor de tragedie aan.

“Zo kun je niet sterven,” heeft don Renato gezegd, “in de Veneto van 2014, als slachtoffers van een giftige wolk. Geen beschermende maskers. Er zijn sinds het begin van dit jaar 24 doden op de werkplaats gevallen, elke week een. Om thuis brood op de plank te hebben mag je niet doodgaan.” Vervolgens valt hij de politieke top aan:”Ze maken de wetten, maar geven er de voorkeur om hun belangen veilig te stellen in plaats van het respect voor de wet af te dwingen. Hoeveel controles op de veiligheid zou men kunnen uitoefenen met de uitkeringen aan de vertegenwoordigers van de regio?”

De priester verwijst ook naar de leiders, die in het centrum van het onderzoek naar de corruptie bij het project Mozes in Venetië staan, de ex-gouverneur Giancarlo Galan en de ex- verantwoordelijke voor de infrastructuur in Veneto, Renato Chisso. “ Wanneer ze in het nauw gedreven worden, zijn ze ineens niet in staat de gevangenis in te gaan. De een heeft ineens een zwak hart, de ander valt toevallig in de tuin bij het snoeien van de rozen. Wat een schande!”

(Bron: Repubblica 27 september 2014)

Kinderen en engelen

In een van de nieuwsbrieven van Phil Humbert trof ik deze reeks mooie uitspraken van jonge kinderen over engelen aan. Een glimlachtekst om het jaar mee te beginnen.

I only know the names of two angels. Hark and Harold.  — Gregory, 5

 Everybody’s got it all wrong. Angels don’t wear halos anymore. I forget why, but scientists are working on it. — Olive, 9

 It’s not easy to become an angel! First, you die. Then you go to heaven, then there’s still the flight training to go through. And then you got to agree to wear those angel clothes. -Matthew, 9

 Angels work for God and watch over kids when God has to go do something else. –Mitchell, 7

 My guardian angel helps me with math, but he’s not much good for Science. –Henry, 8

 Angels don’t eat, but they drink milk from Holy Cows!!! — Jack, 6

Angels talk all the way while they’re flying you up toheaven. The main subject is where you went wrong before you go dead.  –Daniel, 9

 When an angel gets mad, he takes a deep breath and counts to ten. And when he lets out his breath, somewhere there’s a tornado. –Reagan, 10

 Angels have a lot to do and they keep very busy. If you lose a tooth, an angel comes in through your window and leaves money under your pillow. Then when it gets cold, angels go south for the winter.  — Sara, 6

 Angels live in cloud houses made by God and his son, who’s a very good carpenter. –Jared , 8

 All angels are girls because they gotta wear dresses and boys didn’t go for it.–Antonio, 9

 My angel is my grandma who died last year. She got a big head start on helping me while she was still down here on earth.  –Katelynn, 9

 What I don’t get about angels is why, when someone is in love, they shoot arrows at them.  –Sarah, 7

 Some of the angels are in charge of helping heal sick animals and pets. And if they can’t make the animals better, they help the child get over it.  –Vicki, 8

 

De opmerkelijkste kerkborden van 2013

Wat je in Nederland amper ziet, maar in Amerika veel voorkomt, zijn de mansgrote borden die bij een lokale kerk staan en waarop in de vorm van een oneliner de lezer attent gemaakt wordt op wat er achter de deur van de kerk plaatsvindt. Dat gaat soms gepaard met veel humor, soms met veel arrogantie, soms met veel onwetendheid. De redactie van Christianity Today geeft er wekelijks aandacht aan en heeft aan het eind van vorig jaar de tien opmerkelijkste borden uitgekozen. Je kunt ze lezen via

http://www.christianitytoday.com/edstetzer/2013/december/top-church-signs-of-2013.html

 

Zeven leugens over het christendom die christenen zelf geloven

Stephen Mattson schreef een behartenswaardig artikel over de zeven leugens die christenen vaak zelf over hun christendom geloven. Ik noem zijn zeven leugens, pik er een citaat uit en wie het hele artikel wil lezen, kan de link onderaan deze bijdrage gebruiken.

1. Je bent altijd gelukkig

“Er is een ongezonde verwachting binnen veel geloofsgemeenschappen, dat van ons verwacht wordt altijd vrolijk in het leven te staan, alsof iets anders zijn dan een lachende, vreedzame en vrolijk spirtuele cheerleader schadelijk is voor het christendom.”

2. Je problemen zullen verdwijnen

“Sommige mensen gebruiken het christendom als een vorm van escapisme, een kruk, en een manier om de pijn, het lijden en de strijd in het leven te vermijden.”

3. Je zult ‘gezegend’ zijn.

“Als je zoekt naar rijkdom, voorspoed, comfort en zekerheid, is het christendom niet de juiste plaats.”

4. Zending en pastoraat is leuk en belonend werk.

“Beide zijn hard werken. Er is een reden waarom het burnout percentage absurd hoog is bij mensen die werk doen dat aan zending en pastoraat gerelateerd is.”

5. Al je vragen zullen beantwoord worden.

Het christendom is vol twijfel, onzekerheid, nuance en complexiteit. Er zijn enkele duidelijke antwoorden en de antwoorden die er zijn daarover wordt door honderden theologen gedebatteerd.”

6. De christelijke gemeenschap is groot.

“Veel mensen verlaten het christelijk geloof, niet omdat ze Jezus haten, maar omdat ze de mensen haten die hem vertegenwoordigen. Christenen doen mensen kwaad. Ze vechten, maken ruzie, krijsen, schreeuwen en doen vreselijke dingen.”

7. Het maakt je beter dan anderen

Dit is waarschijnlijk voor christenen de hardste waarheid om te slikken, maar ze zijn niet beter dan andere mensen. We lijken dan weer op de Farizeeërs die aasden opmacht en controle en autoriteit.”

Lees de hele tekst hier

Matterhorn

Op Witte Donderdag 2013 konden we kijken naar de derde versie van the Passion, het lijdensverhaal gebracht in de vorm van moderne Nederlandse liedjes, waarbij – voor zover ik heb gekeken-  het lijdensverhaalscenario stevig werd aangehouden. Op de een of andere manier ben ik afgehaakt, omdat het er voor mij wel allemaal dik bovenop lag.  Maar smaken verschillen nu eenmaal.

Matterhorn

Aangenaam verrast werd ik door het kijken naar de telefilm Matterhorn, die enkele dagen later werd uitgezonden. Ton Kars speelt daarin de weduwnaar Fred, die zijn vrouw verloren heeft en geen contact meer heeft met zijn zoon. Hij vindt zekerheid in afgemeten tijden en het kerkelijk leven. Dan ontmoet hij een niet met name genoemde zwerver, gespeeld door René van ’t Hof, die hij geld geeft. De volgende dag komt hij terug en Fred is er boos op, maar neemt hem mee naar binnen en geeft hem te eten.

Aan het eind van de film was ik erg van overtuigd dat in deze film, waarin God en Jezus amper ter sprake kwamen, de essentie van het christendom haarscherp getoond werd. Beter en ontroerender dan in The Passion.

Ik vertel hier het verhaal na met mijn duiding erbij.

Waarschuwing

Wie de film zelf nog wil zien en zich wil laten verrassen, moet niet verder lezen, maar dat later maar eens doen.

Erbarme dich

Verschillende keren is de tekst uit de Matthaüspassion te horen:

Erbarme dich, Mein Gott, Um meiner Zähren willen Schaue hier,
Herz und Auge weint vor dir Bitterlich. 

Heb medelijden, Mijn God, Omwille van mijn tranen. Zie toch,
Hart en ogen wenen Bitter om U

Geen dogmatische God, maar een God die zelfs Petrus die Jezus drie keer verloochend heeft, nog een nieuwe kans geeft. Een geheel ander godsbeeld dan de traditionele strenggelovigen erop na houden.

Mattheus 25

Als hij met de zwerver de kerk binnengaat, leest de dominee op dat moment de zeven werken van barmhartigheid uit Mattheus 25 voor.

31Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Opmerkelijk is steeds weer dat deze tekst wel gehoord wordt, maar nauwelijks uitgevoerd wordt. Als Fred met de zwerver binnenkomt, worden zij met argwaan bekeken, want vreemd en anders zijn is dodelijk in zo’n kring, hoewel het christelijk zou moeten heten.

Barmhartige Samaritaan

Hetzelfde zien we later als Fred met de zwerver van boodschappen terugkomt en hij door de ouderling, gespeeld door Porgy Fransen een snerende opmerking over de barmhartige Samaritaan toegesist krijgt.  ‘De barmhartige Samaritaan’ is ineens geen icoon meer voor diep beleef christendom, maar is ineens een scheldwoord geworden. Meteen zit er ook een insinuatie bij dat twee mannen die in een huis wonen, waarschijnlijk wel homo’s zullen zijn.

Verhaal

Fred maakte al lang plannen om naar de Matterhorn te gaan, omdat hij daar zijn vrouw ten huwelijk heeft gevraagd en hij die tijd nog eens terug wil halen, ook al is ze al weer enige tijd dood. Hij maakt een afspraak bij een mevrouw in een reiswinkel, maar vlucht weg als het allemaal te dichtbij komt.  Hij onderneemt ’s avonds een autorit naar de stad, waar hij even een dans- of nichtentent binnengaat en even later weer schielijk wegvlucht. Hij ontmoet de reisbureaumevrouw opnieuw en zij blijkt de echtgenote van de zwerver te zijn. De man heeft een ernstig auto-ongeluk gehad en is daardoor geestelijk compleet in de war geraakt. Ze is hem ook voortdurend kwijt omdat hij er steeds vandoor gaat. Ze accepteert dat haar man bij Fred onderdak krijgt, want daar vlucht hij niet weg.

Zoon

“We gaan trouwen,” zegt de zwerver tegen de ouderling en hij krijgt een klap van Fred. Later steekt hij de zwerver in vrouwenkleren en gaan ze de kerk binnen, waar een door Fred opgezet trouwritueel wordt uitgevoerd. De ouderling komt binnen en beschuldigt Fred ervan dat hij Trudy, de overleden vrouw van Fred, van hem heeft afgepakt en dat hij ook de zwerver van hem heeft afgenomen. Daarna nodigt Fred de ouderling uit om een borrel te drinken en ze eindigen in het huis van de ouderling. Daar treft hij in de doka een aantal foto’s van de zwerver aan.

Hij vraagt “Wil je vanavond op hem passen?” en beide mannen, de zwerver en de ouderling knikken ja. Fred belt de vrouw van de zwerver op en samen rijden ze naar de stad.

Daar gaan ze de tent binnen die Fred eerder snel verlaten had. Zijn zoon blijkt er te zingen en zingt de klassieker van Shirley Bassey ‘This is my life” . Fred wil na de eerste noten weggaan en wordt tegengehouden door de vrouw. Als de zoon verder zingt en zijn vader ziet, is de hele tekst tot hem gericht. Terwijl het lied verder gaat, zien we Fred en zijn zwerver de weg naar de Matterhorn opklimmen. Aangekomen omarmen ze elkaar.

Aan het eind van het lied komen de klanken van ‘Erbarme Dich’ weer terug en vinden vader en zoon elkaar weer.
This is my life

Funny how a lonely day,

can make a person say:

What good is my life

Funny how a breaking heart,

can make me start to say:

What good is my life

Funny how I often seem,

to think I’ll find another dream

In my life

Till I look around and see,

this great big world is part of me

And my life

This is my life

Today, tomorrow, love will come and find me

But that’s the way that I was born to be

This is me

This is me

This is my life

And I don’t give a damn for lost emotions

I’ve such a lot of love I’ve got to give

Let me live

Let me live

Sometime when I feel afraid,

I think of what a mess I’ve made

Of my life

Crying over my mistakes,

forgetting all the breaks I’ve had

In my life

I was put on earth to be,

a part of this great world is me

And my life

Guess I’ll just add up the score,

and count the things I’m grateful for

In my life

This is my life

Today, tomorrow, love will come and find me

But that’s the way that I was born to be

This is me

This is me

This is my life

And I don’t give a damn for lost emotions

I’ve such a lot of love I’ve got to give

Let me live

Let me live

This is my life

This is my life

This is my life

Op overtuigende wijze heeft Ebbinga zijn doel bereikt. In een interview met biosagenda.nl zegt hij: “Religie heeft een belangrijke functie. Maar ik probeer het niet zoals Maarten ’t Hart kapot te maken. In de slotscène zit toch een religieuze daad. De film gaat daarom over verlichting en het breken met dogmatiek, juist zonder van het geloof te vallen.”

http://www.biosagenda.nl/nieuws_matterhorn-breken-met-dogmatiek_3518.html

Nathans kinderen

Van collega Lonneke Knegtel kreeg ik de volgende tip: “Gisteren was ik bij een hele mooie theatervoorstelling over conflicten tussen Jodendom, Christendom en Islam: ‘Nathans kinderen’ van Kwatta. Het stuk is geschreven voor middelbare scholen en zeer geschikt voor levensbeschouwing”

De Volkskrantrecensent gaf het stuk 4 sterren en schreef erover:
‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen, zeggen ze, maar drie geloven in een wagen, is dat om moeilijkheden vragen? Het Nijmeegse jeugdtheatergezelschap Kwatta speelt in een trailer van nog geen 20 vierkante meter de komende weken een energieke jongerenversie van het beroemde toneelstuk Nathan de Wijze (1779) van Gotthold Ephraim Lessing, over religieuze (in)tolerantie.
Spelers en toeschouwers zitten op elkaars lip, wat de thematiek van (on)verdraagzaamheid krachtig onderstreept. Lessing schreef het toneelstuk 230 jaar geleden als reactie op orthodox fanatisme. Ondertussen is de thematiek niet minder actueel: uit naam van hun religie moorden mensen elkaar nog steeds uit. Om te laten zien dat de grote godsdiensten – het jodendom, het christendom en de islam — meer met elkaar verwant zijn dan de haat doet vermoeden, beschrijft Lessing een situatie (tijdens de Derde Kruistocht in Jeruzalem) waarin een rijke jood, een milde sultan en een gulzige bisschop beseffen dat ze door familie met elkaar verbonden zijn en dat de vraag wat de ware godsdienst is, geen antwoord duldt.
De Duitse schrijver Ulrich Hubbracht de vijf bedrijven terug tot een uur, dat zich afspeelt tijdens een
nacht en dag. In Nathans kinderen redt kruisrldder Kurt de (naar later blijkt geadopteerde) dochter Recha uit het brandende huis van haar vader, de rijke joodse koopman Nathan.
Kurt zelf is net gespaard door sultan Saladin omdat hij hem herinnert aan zijn dode broer (later blijkt het diens zoon te zijn). De bisschop hoort dat Recha een christenkind is – joden mochten geen christenkinderen adopteren. Met Saladin probeert hij Nathan te chanteren, door hem te vragen naar de ware godsdienst. Nathan antwoordt met de Parabel van de Drie Ringen: een metafoor voor het uitblijven van het antwoord en voor het belang van mensenliefde boven godliefde.’
http://www.kwatta.info/

Het opmerkelijke leven van Dolores Hart

In 1959 was ze 21 jaar en had gespeeld in films met Elvis Presley, George Hamilton en Montgomery Clift. Ze was degene die Elvis zijn eerste filmkus gaf op negentienjarige leeftijd. Enkele jaren later kreeg ze een miljoenencontract aangeboden en was ze verloofd met de zakenman Don Robinson uit Los Angeles.
Tijdens een interval van een Broadwaytoneelstuk verbleef hart op advies van vriendinnen in het klooster van Regina Laudis, waar men over gastverblijven beschikte.
Drie jaar later liet ze haar miljoenendeal, veelbelovende carrière en haar verloofde schieten om novice te worden. Haar definitieve gelofte legde ze af in 1970.

In een eerder interview zei ze: “Ik heb met deze roeping heel mijn leven geworsteld. Ik kan begrijpen waarom mensen twijfels hebben, want wie begrijpt God? Ik niet! Als je te maken krijgt met iets op dit niveau, heb je te maken met mysterie.”

Ergens anders omschrijft ze haar keuze als volgt: “Ik verliet Hollywood omdat ik een geheim ervoer dat roeping heet. Het is een roep die van een andere plaats, die we God noemen omdat we geen andere manier hebben om het te zeggen. Het is een roep om liefde. Waarom beklim jij een berg?”

Dolores Hart kwam afgelopen maand in het nieuws, omdat een documentaire over haar leven als slotzuster voor een Oscar genomineerd was. De titel ervan is “God is the bigger Elvis”. Ze is naar de uitreiking in haar habijt gegaan; helaas ging de Oscar naar een andere documentaire.

Opmerkelijk
Hart besloot het klooster in te gaan nadat ze een zevenjaars contract met MGM had getekend. Toen ze promotie moest maken voor de film ‘Come Fly with me’ vertelde ze dat vrienden wilde bezoeken. De limousine zette haar af bij Regina Laudis en abrupt stopte Dolores’ witte doekleven.

De overgang naar het kloosterleven was extreem moeilijk voor haar. Haar filmcarrière had haar slecht voorbereid op de discipline van het kloosterbestaan. Pas na zeven jaar voelde zich voldoende toegerust om zich bij de orde aan te sluiten.

Haar verloofde leefde nog steeds in Los Angeles en is nooit meer getrouwd. Hij bleef de vrouw die hij als Moeder Dolores nu kent ieder jaar bezoeken. “We zijn samen gegroeid. Zoals we in ons huwelijk gedaan zouden hebben. Ze is mijn leven.” Enkele maanden geleden is Don overleden.

Een ABC-interview van 15 minuten met zuster Dolores kan via youtube bekeken worden.

Het moet voor onze leerlingen bijna onvoorstelbaar zijn om zo’n keuze te maken. Daarom is het misschien wel aardig om hen ermee te confronteren en te laten zoeken naar de waarden die deze mensen erop na houden. Zowel Dolores als haar verloofde. Ook de opmerkingen over roeping en God en mysterie zijn zeer het bespreken waard.

Videogames stellen religie gelijk aan geweld

Nu de spellenindustrie volwassen is geworden en een fikse economische kracht heeft verworven, worden de verhaallijnen van de games ook gedetailleerder en genuanceerder. Veel videogames zijn ertoe overgegaan om religie in hun spel op te nemen als een sleutelaspect ten aanzien van plot en verhaallijnen.

Greg Perreault, een doctoraal student journalistiek, concludeert dat vele games van de nieuwere generatie religie gelijkstellen aan geweld in de verhaallijnen.
Perreault onderzocht vijf recente videogames die een zware nadruk leggen op religie in de verhaallijn. De videogames die hij bestudeerde waren “Mass Effect 2,” “Final Fantasy 13,” “Assassin’s Creed,” “Castlevania: Lords of Shadow” and “Elder Scrolls: Oblivion”. Perreault ontdekte dat al deze games religie problematiseren door ze nauw aan geweld te koppelen.
“In de meeste games was er een stevige nadruk op de Tempelridder en kruistochtmotieven. Niet alleen werd de gewelddadige kant van religie benadrukt, maar in ieder game schiep religie een probleem dat de hoofdpersoon moest overwinnen, hetzij in een directe confrontatie met godsdienstfanaten of omdat hij door godsdienstige schuldgevoelens opgejaagd werd.” aldus Perrault
“Het lijkt me niet dat spelontwerpers bewust proberen uit te halen naar georganiseerde religie. IK geloof dat ze religie alleen gebruiken om stimulerende plotpunten in hun verhaallijn te creëren. Als je naar videogames in zijn algemeenheid kijkt, bevatten de meeste geweld op de een of andere manier. Geweld is conflict en conflict is opwindend. Religie schijnt gekoppeld te worden aan geweld omdat het daarmee een meeslepend verhaal wordt.”
[Bron: God Discussion, 28-2-2012]

Is de hel exothermisch of endothermisch?

Bonusvraag aan het eind van een proefwerk:
Is de hel endothermisch (staat warmte af) of endothermisch (neemt warmte op)?

Antwoord van student:
Allereerst moeten we weten in welke mate de massa van de hel in de loop der tijd toeneemt of afneemt. Toename gebeurt doordat er zielen naar de hel gaan en afname doordat ze eruit komen. Ik denk dat we er met enige zekerheid vanuit kunnen gaan dat, als een ziel eenmaal in de hel terecht gekomen is, deze er nooit meer uitkomt.
Nu gaat het er dus om te achterhalen hoeveel zielen er naar de hel gaan. Daarvoor moeten we te rade bij de godsdiensten die hierover gaan. De meeste religies beweren dat je in ieder geval naar de hel gaat als je geen lid bent van hun godsdienst. Omdat er meer dan één godsdienst is en omdat niemand lid is van meerdere godsdiensten, kunnen we dus concluderen dat alle zielen naar de hel gaan. Op basis van geboorte en sterftecijfers kunnen we vervolgens berekenen dat het aantal zielen exponentieel toeneemt.
Nu kunnen we de mate waarin het volume van de hel toeneemt of afneemt bestuderen. Dat kan met de wet van Boyle; de temperatuur en druk van een gas daalt wanneer het volume toeneemt en stijgt wanneer het volume kleiner wordt. Volgens deze wet zal het volume van de hel bijvoorbeeld sterk moeten toenemen als je de druk en de temperatuur gelijk wilt houden bij het toevoegen van aanzienlijke hoeveelheden zielen.

De volgende mogelijkheden dienen zich nu aan:
1. Als de hel minder sterk in volume toeneemt terwijl er verhoudingsgewijs meer zielen binnengebracht worden dan zal de druk en de temperatuur zoveel stijgen dat de hel losbarst.
2 . Als de hel echter sterker in volume toeneemt dan de toename van het aantal zielen dan zal de druk en de temperatuur tot het vriespunt dalen.

Het antwoord:
Als we de uitspraak eergisteren van mijn vriendin onderschrijven; “de hel zal bevriezen voordat ik met jou naar bed ga” en als we rekening houden met het feit dat ik vannacht bij haar geslapen heb, dan moet de tweede optie waar zijn; dan is de hel exotherm en al bevroren. Daaruit kun je dan weer het volgende concluderen dat het geen zielen meer zal toelaten en helemaal zal verdwijnen. Dan blijft er dus alleen maar een hemel over. Dat bewijst bovendien dat er een God bestaat. Wat op zijn beurt weer verklaart waarom mijn vriendin vannacht steeds maar weer schreeuwde: “Oh mijn God.”

Deze student kreeg een 10

Amerikaanse dominees en de evolutietheorie

De Amerikaanse dominees verwerpen in een overweldigende meerderheid de evolutie theorie en zijn evenzeer verdeeld of de aarde 6000 jaar oud is, op basis van een onderzoek door de Southern Baptist Convention uitgevoerd.

Wanneer werd gevraagd: “God gebruikte de evolutie om de mens te scheppen”, was 73 procent van de dominees het er mee oneens – 64 procent was het er sterk mee oneens – vergeleken met de 12 procent die het er wel mee eens was. Gevraagd of de aarde bij benadering 6000 jaar oud is, was 46 procent het er mee eens vergeleken met de 43 procent die het er niet mee eens was.

Het onderzoek van de Southern Baptist Convention, dat duizend Amerikaanse dominees ondervroeg, gaf ook als resultaat dat 74 procent ervan de bijbelse Adam en Eva als historische personen opvat. Ondanks de recente discussies die vragen stelden bij het letterlijke karakter van het scheppingsverhaal zijn de protestantse voorgangers in overgrote meerderheid creationisten en geloven in een letterlijke Adam en Eva.

Een Gallup onderzoek in 2010 stelde vast dat 40 procent van de Amerikanen geloven dat God de mens in zijn huidige vorm schiep tegenover 54 procent die stelt dat de mens zich over miljoenen jaren ontwikkelde.
[CNN Belief Blog, Dan Gilgoff]

Lady Gaga en Judas

Was het in 2005 Madonna die zelfs een proces aan haar broek kreeg van opgewonden SGP-jongeren, omdat ze hangend aan een kruis tijdens haar Confessions Tour haar lied ‘Live to Tell’ gezongen had, de afgelopen maanden hebben even opgewonden fatsoensrakkende christenen weer te stellen gehad met Lady Gaga, die juist haar album ‘Born This Way’ had uitgebracht en waarbij een clip gemaakt was bij het lied ‘Judas’.

We zien daarin de apostelen als een groep motorrijders met Gaga als Maria Magdalena achterop bij Judas naar de stad gaan. De tekst van het lied is hier te vinden:
http://www.metrolyrics.com/judas-lyrics-lady-gaga.html

OP de volgende webstek wordt het album onderzocht naar zijn ‘religieuze’ verwijzingen.
http://idolator.com/5872501/lady-gaga-born-this-way-religious-references
De diverse teksten van het album krijgen een ‘holy rating van 0 tot 5 kruizen. En er zijn maar weinig songs die het zonder kruis moeten stellen.

Lady Gaga zegt zelf een religieus en spiritueel persoon te zijn die bezeten is van religieuze kunst. De schrijver op de genoemde webstek: “In bijna ieder lied op dit nieuw album geeft de popster een hint naar of verwijst openlijk naar haar boodschappen van liefde, geloof en devotie door middel van religieuze beelden en metaforen. Hoe kun je anders verwachten van iemand die 13 jaar op een katholieke school zat?”

Ik heb de beelden van de clip naast de tekst van het lied gelegd en voor mezelf vastgesteld dat een tekst als: “Jesus is my virtue, and Judas it the demon I cling to’ heel duidelijk de spagaat van ons mensen weergeeft, We willen graag het goede doen, maar dat andere is o zo verleidelijk.

Mijn probleem met zulke songteksten en dit clips is dat complete verhalen gecomprimeerd worden in fladderende zinnen en snelle beelden, waardoor het voor mij moeilijk wordt om de werkelijke betekenis te pakken te krijgen. Ik ga er van uit dat woorden en beelden niet zo maar gebruikt worden, dat ze een betekenis hebben en met een bepaalde reden opgenomen zijn.
Worstelend met de tekst kom ik er bijvoorbeeld niet achter wat ik met de volgende strofe moet:
In the most Biblical sense,
I am beyond repentance
Fame hooker, prostitute wench, vomits her mind
But in the cultural sense
I just speak in future tense
Judas kiss me if offensed,
Or wear ear condom next time

Ook de koppeling van de tekst aan de beelden van de clip levert me in dit geval niets op.

Als je de beelden van de clip analyseert, dan zie je als grondpatroon het lijdensverhaal, waar Judas Jezus verraadt, maar tegelijkertijd doemen er tussen het dansen door nog zoveel beelden op dat ik me voortdurend afvraag hoe die te plaatsen of te verklaren.
In het uur dat ik met tekst en muziek ben bezig geweest zijn er te weinig zaken op hun plaats gevallen. Maar misschien moet je zo’n clip gewoon met de tekst ernaast – of misschien zelfs zonder tekst – aan de leerlingen laten zien en hen vervolgens laten opschrijven wat ze gezien hebben en wat ze er voor betekenis aan gegeven hebben.
Als een collega het al wel gelukt is, houd ik me aanbevolen voor een sprekende uitleg!