Categoriearchief: dood

Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Allerzielen

Het is binnenkort weer 2 november, Allerzielen, en het eer bewijzen aan de doden is traditie op die dag in veel culturen. The Guardian heeft een galerij met foto’s van over de hele wereld bij elkaar gezet in op een webpagina, met tekst en uitleg ernaast. Wie een aantal foto’s zoekt om leerlingen te laten zien hoe intens, divers en uitbundig de dag van de doden wordt gevierd, heeft hier een goede bron aan.

http://www.theguardian.com/world/gallery/2012/nov/02/day-of-the-dead-pictures

Dood voor beginners

Deze informatie ontleen ik aan de webstek van www.reliwerk.nl:

Vanaf zondag 14 september zenden IKON en EO een achtdelige documentaireserie uit over de kunst van het sterven. Want of we nu willen of niet, dood gaan we allemaal. Maar wat weten we eigenlijk van sterven, afscheid nemen, rouwen en het leven na de dood? Zijn we er bang voor of verlangen we ernaar? En kunnen we het leren?

In een tijd waarin we ons hartstochtelijk vastklampen aan het leven, onder het motto: forever young is het adagium memento mori – gedenk te sterven – geen alledaagse levenswijsheid meer. We zijn als de dood voor de dood: carpe diem, pluk de dag. Maar als het onvermijdelijke einde daar is, hebben we dan nog rituelen om te rouwen? Lastige vragen en geen gemakkelijke antwoorden.

Sluit acht weken lang op rituele wijze de zondag af met Dood voor Beginners, uw survival kit op weg naar het einde, voor beginners & gevorderden.

Dood voor Beginners is te zien vanaf zondagavond 14 september om 23.45 uur op NPO 2.

Aflevering 1 – Ik ga niet dood (14 september)

Aflevering 2 – Als de dood

Aflevering 3 – De dood, de dokter en de anderen

Aflevering 4 – Uit het leven gestapt

Aflevering 5 – Het olifantenkerkhof

Aflevering 6 – Rituelen om te rouwen

Aflevering 7 – Aan gene zijde

Aflevering 8 – Memento Mori

Voor meer informatie: ikon.nl/doodvoorbeginners.

 

Toon Tellegen 2

In mijn eigen archief kwam ik een tekst tegen die een vriendin gebruikt heeft bij het afscheid van haar dochter en waarin ook een tekst van Toon Tellegen actief een rol speelde.

“Na de ontstellende mededeling twee jaar geleden, dat ze kanker had, is X begonnen met een hyvespagina. Vele malen heeft ze achter de laptop gezeten haar ervaringen en gevoelens aan haar vrienden en familieleden toevertrouwd.

Op haar werk terugkijkend kunnen we het volgende constateren:

X kon schrijven; hoe vreselijk de verhalen ook waren, ze wist ze zeer lezenswaardig te vertellen.

X kon verrassend uit de hoek komen. Na een lange uitweiding over de negatieve bijverschijnselen van de chemo kon ze haar man vragen, wanneer er medicijnen zouden komen, die als bijverschijnsel gaven, dat ze beter kon koken of goed zou gaan zingen en andere mooie activiteiten.

 

X vertelde haar pijnverhalen, haar worstelen met de ziekte, haar angsten

om de toekomst en haar man, maar ze kon het niet laten om woorden als ‘genieten van’, ‘mooi’, ‘blij zijn’, te gebruiken. De afgelopen twee jaar heeft ze gevochten om de positieve ervaringen in haar leven te vermeerderen. Ze wist in het duister toch nog lichte plekken te ontdekken.

 

Ze heeft nooit genoegen genomen met een half glas; ze wilde de hele fles aan geluk drinken. Ook in deze twee jaar heeft ze van alles om haar heen met volle teugen genoten. Het volgende gedicht van Toon Tellegen laat ons zien, hoe we ons X willen en kunnen herinneren:

 

Waarom schrijf ik

Ik schrijf omdat ik wil schrijven

Dat ik gelukkig ben.Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

 

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

 

Dagelijks leven

Het dagelijks leven spreekt bij iedereen voor zich. Je staat op, doet je ding, eet en gaat weer slapen. Je denkt er niet echt bij na, althans ik denk er niet bij na. Ik neem het leven zoals het komt en voor mij komt er altijd een morgen. Maar wat als die morgen nou eens niet komt? Daar ben ik de afgelopen weken ineens achter gekomen. Ik ben erachter gekomen dat het leven in één seconde afgelopen kan zijn. In een klap was de dood dichterbij als ooit te voren.

De afgelopen week is er een meisje doodgegaan, Zoë. Ik kende haar niet heel goed maar had weleens met haar gepraat en ze was een vriendin van veel mensen die ik kende. Het ene jaar praatte ik, stelde ik me voor en praatte ik met haar. Het andere jaar zie ineens overal RIP Zoë verschijnen. Ik vind dat shockerend, maar tegelijkertijd ook een reality-check. Want hetzelfde had met mij of met iemand waar ik om geef kunnen gebeuren. Zomaar, dan ben je er niet meer terwijl je nog een heel leven voor je had. Je hebt niet de dingen gedaan die je nog wilde doen, en je hebt veel te kort geleefd. Met die gedachte in mijn achterhoofd ben ik eens gaan nadenken. Welke dingen moet ik nog doen, dingen die ik perse wil doen? Ik maakte een lijstje en kwam er vervolgens achter dat het wel heel veel is. Dus heb ik dat lijstje maar weer weggegooid en bleef nog steeds met de dood van Zoë in mijn kop zitten. Neem ik het leven misschien voor lief? Denk ik te weinig na bij de dingen die ik doe, en wat voor consequenties daaraan vast zitten?

Ik ben eerlijk; ik kijk niet uit in het verkeer, en doe vaak waar ik zelf zin in heb zonder na te denken wat anderen er van vinden. Zou ik daar mee door moeten gaan, of zou ik mezelf anders op moeten stellen? Maar wat maakt het uit, als ik morgen dood ga heeft dat toch geen nut meer. Zo moet ik niet denken, ik word honderd punt. En in die jaren dat ik dan nog leef, dat ik bij de mensen ben waar ik om geef, in die jaren wil ik gewoon mijn ding doen. Zonder te denken aan een plotselinge dood die mijn leven zal veranderen. Als ik nu zo mijn levensbeschouwelijk dagboek even teruglees, denk ik dat ik vandaag, morgen en de dagen daarna toch maar ga uitkijken in het verkeer. Want niemand heeft iets aan me als ik onder een bus lig. Bovendien moet ik nog zoveel doen in mijn leventje waarin ik X ben. Ik wil een wereldreis maken, als ik dat heb gedaan is mijn leven voltooid. Niets te; ik wil trouwen en die shit. Daar geloof ik niet in, als er iemand is komt hij vanzelf wel op mijn padje. Ik geloof in het lot, en die is onomkeerbaar. Mijn leven staat al ergens in een boekje, en als ik er niet meer ben dan kan ik in dat boekje terugkijken om te zien of ik mijn leven wel goed heb geleefd. Daar ben ik nu dus mee bezig: mijn leven leven. Al is dat voor mij wel raar, want bij leven stel ik me iets anders voor als een dagboek schrijven. Het liefst hou ik mijn gedachtes voor mezelf, maar soms is het goed, en niet alleen omdat het moet. Carpe Diem

Orgaandonatie en levensbeschouwing

Uit NU.nl van 12 april 2012:
Religie speelt een grote rol bij het al dan niet af willen staan van organen na de dood. 6 op de 10 Nederlanders zonder religieuze overtuiging zijn bereid organen te doneren na de dood.

Bij moslims is dit slechts 27 procent terwijl bij overige religieuze groeperingen het aantal gemiddeld rond de 50 procent ligt. Gereformeerden staan er bijvoorbeeld iets positiever tegenover dan Nederlands hervormden.
Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gemiddeld geeft ruim de helft van de volwassen Nederlanders aan hun organen af te willen staan na overlijden. Meer mensen, namelijk bijna tweederde, zou graag een orgaan ontvangen als dit nodig is.
Een op de 20 wil nooit een orgaan van een ander ontvangen, 10 procent zou nooit een orgaan willen afstaan.

Leeftijd
Leeftijd speelt nauwelijks een rol bij de bereidheid om een orgaan af te staan. Qua ontvangen zijn de verschillen wel groot. Ongeveer 70 procent van de mensen onder de 45 jaar staat positief tegenover het ontvangen van organen, tegenover iets meer dan 40 procent van de 75-plussers.
Nederland scoort Europees gezien laag als het gaat om aantal donoren, zo bleek vorig jaar uit cijfers van Eurotransplant. Per miljoen inwoners zijn gemiddeld 13 donoren.
Op dit moment staan 3,1 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Maar desondanks zijn er vorig jaar in Nederland 140 mensen overleden omdat ze niet op tijd een donororgaan kregen. De gemiddelde wachttijd voor een nier is 4,5 jaar. Voor andere organen is dat gemiddeld 1 jaar.

Whitney Houston en Jezus

Uit ‘The Freethinker. The Voice of Atheism since 1881’:
Whitney Houston, die de hele christelijke rataplan heeft megemaakt – lid van een pinkstergemeente, bezocht een katholieke middelbare school en was als baptist opgevoed – was nogal ‘spiritueel’ in de dagen voor haar dood op 11 februari 2012 en vertelde vrienden over haar hartstochtelijk verlangen ‘Jezus te zien.”

Uren voor haar dood bediscussieerde ze een bijbelpassage, die betrekking had op Johannes de Doper, met een vriend. Daarna stelde ze weer: “Weet je, hij is zo cool… I wil werkelijk die Jezus zien.”

Wat kunnen we daarover zeggen, behalve wees voorzichtig met wat je wenst!

Als de wereld morgen zou eindigen

De Amerikaanse National Geographic Channel gaat een nieuwe serie over ‘Doomsday Preppers’ uitzenden. In het kader daarvan werden meer dan 1000 Amerikanen ondervraagd over allerlei zaken die met catastrofen te maken hebben. 85 Procent van de ondervraagden zeiden niet of te weinig voorbereid te zijn op een calamiteit.
Gevraagd naar wat zij waarschijnlijk zouden doen als morgen de wereld zou vergaan, zei 27 procent de conflicten en ruzies met geliefden te willen bijleggen en 24 procent koos ervoor seks te hebben. Van de laatste groep was de man-vrouwverhouding 2 staat tot 1. Een commentator van de NGC:”Wat hebben we deze Valentijnsdag geleerd? Als de wereld morgen aan zijn einde zou komen zouden legio Amerikanen ervoor kiezen hem te laten eindigen zoals hij begonnen is: met een ‘big bang.’”

Andere resultaten: Meer dan 62 procent van de Amerikanen denkt dat de wereld een grote catastrofe zal ervaren in minder dan 20 jaar.
Bijna drie van de vier mensen zien een grote ramp in hun leven als een daad van God, niet van de mens.

27 Procent gelooft dat de Maya-voorspelling van een rampzalige gebeurtenis in december 2012 best enige waarheid zal bevatten. Meer dan de helft van de natie gelooft dat als Romney of een van zijn Republikeinse medekandidaten het van Obama zal overnemen, een door de mens opgeroepen ramp meer waarschijnlijk wordt.

Meer informatie: http://tvblogs.nationalgeographic.com/2012/02/07/the-results-are-in-is-it-the-end-of-the-world-as-we-know-it-survey-says/
[14 februari 2012]

A simple plan

De film ‘A Simple Plan’ gaat inderdaad over een simpel plan: drie mannen vinden een neergestort vliegtuigje met een dode piloot en een tas met 4,5 miljoen dollar. Ze willen die 4,5 miljoen graag zelf houden en besluiten de buit op te bergen tot na de winter, als de dooi het inmiddels ingesneeuwde vliegtuig weer zichtbaar maakt en mogelijk mensen op zoek gaan naar het geld.
De film begint met een overweging van Hank, de hoofdpersoon, over wat zijn vader onder geluk verstond en aan het eind van de film zal Hank die simpele staat van geluk nooit meer meemaken.
De film is in feite een verhaal over kiezen, hebzucht en gelukkig zijn. De film kan heel goed in een aantal fragmenten worden onderverdeeld. Bij ieder onderdeel kan de film gestopt worden en de leerlingen gevraagd, wat zij zouden doen en waarom en als ze het fragment gezien hebben, kan de docent de waaromvraag stellen: waarom doen de mensen hier wat ze doen? Hadden ze anders kunnen handelen? Waarom deden ze dat niet?
Hieronder een samenvatting van het filmverhaal.
De cijfers aan het begin van een alinea verwijzen naar het tijdstip in de film, waarop het fragment begint.

A Simple Plan
(1998)
Goedgekeurd voor 16 jaar en ouder

Hank “Mijn vader vertelde me als kind wat een man nodig heeft om gelukkig te worden.
Simpele dingen eigenlijk… Een vrouw om van te houden, een fatsoenlijke baan, goede vrienden en buren en wederzijds respect. En een tijd lang – zonder dat ik me dat realiseerde – had ik dat alles. Ik was een gelukkig mens.”

Vrouw Sarah is zwanger

Hank, Lou en Jacob (broer van Hank) gaan op pad, bezoeken graf van hun vader. Op de terugweg sprint een vos met kippen in zijn bek. Auto remt en tikt tegen een boom. Ze gaan op pad om de vos te schieten. Ruziemakend komen ze op het spoor van een neergestort vliegtuig. De piloot zit er nog in, kraaien zijn bezig hem te eten. Ze ontdekken een tas met geld.

13.18 Hank “ Dit is een zaak voor de politie. Jij blijft hier, dan halen we de politie.”

13.30 Lou: “Als we het nu eens niet inleverden.”

We worden gepakt; we zijn medeplichtig;
Doe dan gewoon niet mee – medeplichtig
Als de vliegtuig vinden en geld missen , komen ze achter ons aan.
Illegaal geld en de politie kent die piloot niet eens.
Amerikaanse droom in een sporttas,
Je werkt voor de Amerikaanse droom, je verdient die zelf.

16.07 Als ik het dan eens bewaar… We wachten tot de lente, als er dan niemand om het geld is geweest, verdelen we het en smeren hem.
Waarom moet jij het bewaren?
Omdat ik het zo wil . Anders leveren we het nu meteen in.
Vertrouw je ons niet?
Met zoveel geld? Ik niet. Geen beloften; als er iemand komt zoeken, verbrand ik het.
Ze doen mee.
Tellen het geld eerst: 4.400.000 dollar.

Lou belooft niets tegen zijn vrouw Nancy te zeggen. Hank denkt dat hij het wel zal doen.
22.40 Hank komt thuis en stelt zijn vrouw de hypothetische vraag wat ze zou doen als ze 4 miljoen in het bos zou vinden. Ik houd het niet, want het is stelen.
Zoekgeraakt geld en niemand zoekt ernaar.
Van wie is het geld?
Van jou.
En van wie was het hiervoor?

Hij gooit het geld op tafel en ze begint te lachen. Aan tafel praten ze erover.
H: “Als we het houden, hoeven we ons geen zorgen te maken”
S: “Maar dat doen we nu toch ook niet. Je hebt een goede baan; we hebben het niet nodig.”
H.: “Maar niemand lijdt schade als we het houden.Dat zou pas een misdaad zijn: als iemand er schade door zou lijden.”
S.: “Het is verboden. Of iemand schade lijdt, maakt niet uit.Je wordt gesnapt en gaat naar de gevangenis.”
H.: “Er wordt niemand gesnapt. Het geld is het enige bewijs dat we iets fout doen.We bewaren het en kijken wat er gebeurt. Als iemand het zoekt, verbranden we het en zijn we er vanaf. Geen enkel risico. Alles is onder controle.”
S.: “En hoe is het Jacob en Lou?”
H.: “Zolang we het geld bewaren, trekken wij aan de touwtjes.”
In bed na de nieuwjaarsborrel thuis zegt Sarah: “je moet teruggaan naar het vliegtuig en een groot bedrag – zo’n 500.000 dollar – terugleggen; als ze dan het vliegtuig vinden, denken ze dat er nog niemand geweest is. Het zou de verdenking wegnemen, niemand laat zoveel geld liggen. Je vertelt Jacob niets. We moeten van nu af voorzichtig zijn, we moeten vooruitdenken.”

27.09 Zegt tegen Jacob dat ze terug naar het vliegtuig moeten, omdat hij de piloot aangeraakt heeft, Jacob op de uitkijk, moet doen alsof hij een band verwisselt. Boer op zoek naar de vos wil met zijn scooter naar het bos rijden. Jacob slaat hem met een stuk ijzer en hij lijkt dood te zijn. Hank zegt Jacob dat hij zal doen alsof het een ongeluk is en hij rijdt met de dode boer richting bos. De boer komt uit zijn bewusteloosheid en zegt:
“Je broer heeft me geslagen, Bel de politie maar.” Hank verstikt de boer tot hij echt dood is.
Hij laat de scooter met de boer erop van de brug schieten om het op een ongeluk te doen lijken. Jacob krijgt wroeging en wil zijn daad en alles erom heen opbiechten. Hank vertelt hem dan dat hij de boer gedood heeft, dus is het zijn beslissing.

36.30 Thuis met Sara kijken ze naar het nieuws, waar het bergen van de scooter te zien is. Sarah zegt, dat ze wilde dat hij Jacob niet meegenomen had. Ze is bang dat hij zal vertellen wat er gebeurd is. Hank: “Vertellen wat ik gedaan heb.” Sarah:”Dat deed je omdat je in de val zat. Je had geen keus.” Hank vraagt Sarah:” Had jij hetzelfde gedaan als je daar had gestaan? Ik moet weten of jij het ook had kunnen doen.”

Jacob vraagt hem naar hun boerderij te komen in de middagpauze. Het is de boerderij waar hun vader twee hypotheken op had, waarna hij failliet is gegaan. Jacob wil de boerderij terugkopen en er weer iets van maken, nu zij het geld hebben. Hank zegt dat ze er van door moeten als ze geld hebben, want anders kunnen ze het verkregen geld niet verklaren. “Je kunt de hele wereld hebben, Jacob,” zegt hij, maar Jacob zegt dat dit het enige is wat hij wil hebben. “Dit is mijn thuis, Hank.”

41.10 Sarah laat Hank een krantenknipsel zien, waaruit zou blijken dat het geld afkomstig is van een ontvoering van een rijke erfgename. ‘Nu weten we dat het gestolen is,” “We wisten dat het gestolen was, alleen niet van wie.”
“We dachten dat het drugsgeld was.”
“Nee, dit is juist goed. Ik dacht dat het gemerkt of zo zou zijn. Maar dat is niet, want het staat hier. Je bent een beetje paranoïde. Het is over. Het zit goed.”

44.01 Lou staat voor Hanks deur en wil zijn aandeel hebben. Hank: “We zouden het bewaren tot we zeker wisten dat alles veilig was.”
Lou: “Geef me maar een pakje. De rest haal ik later wel op.”
“Als je dat nog eens vraagt, verbrand ik het morgenochtend. Duidelijk?”
“ Je bluft.”
“Probeer het maar.”
“Jacob heeft me een geheimpje verteld, meneer de boekhouder. Ik weet wat er met Dwight Stevenson gebeurd is.”

Even later zegt Lou: “Ik ben platzak, ik heb schulden.”
Hank weet het verdelen van de buit uit te stellen tot Sarah bevallen is.

51.00 Sarah is bevallen en heeft het volgende voorstel: “Je moet zo’n minirecorder kopen. Dan nodig je Lou en Jacob uit, voeren hem dronken en laten hem de moord bekennen. Jij gaat eerst, dan Jacob en als Lou gaat praten neem je dat op. Als hij vervolgens moeilijk doet, kun je hem ermee confronteren. We kunnen het toch proberen, we hebben niets te verliezen.”

Hank nodigt Jacob uit om bij hen te komen eten. Ze praten over vroeger. Jacob zegt dat hun vader in hun situatie hetzelfde gedaan zou hebben als zij. Hij wilde altijd alles voor elkaar hebben, net genoeg om een rustig leven te kunnen leiden. Maar dat lukte hem nooit. Als het hem wel gelukt was, zou hij er nog zijn. Dan had hij het niet gedaan. Zelfmoord gepleegd.”

Hank blijkt in de veronderstelling verkeerd te hebben dat ze dronken waren en ze een ongeluk gehad hadden.
Jacob: “Hij had natuurlijk gedacht dat het verzekeringsgeld alles goed zou maken.”

1.06 Jacob helpt Hank de bekentenis te krijgen door een toneelstukje te spelen. Als Hank de band voor Lou afspeelt, wordt die woest en dreigt met een geweer. Jacob haalt zijn geweer uit de truck en er ontstaat een dreigende situatie. Jacob schiet en Lou is dood. Hank zegt tegen Nancy dat het zelfverdediging was en dat zij zijn deel zal krijgen. “Jullie krijgen helemaal niets van dat geld” roept ze en loopt naar de keuken, waar ze een revolver pakt en op Hank schiet. Hij doodt haar en weet Jacob zo ver te krijgen dat ze een geloofwaardig verhaal ophangen waarbij Lou in een dronken bui Nancy vermoordde en zich vervolgens tegen hen richtte.

1.20 Jacob wordt verdwaasd door de politieagent naar Hank gebracht en hij zegt: Voel je je weleens een slechterik? Ik wel.”

1.24 Carl – sheriff- vraagt Hank de volgende middag Jacob langs te sturen omdat een FBI-agent naar hen toekomt om over een neergestort vliegtuig te kijken. Hank wordt paniekerig en zegt tegen Sarah, dat ze het geld moeten pakken en naar het buitenland moeten vertrekken. Sarah houdt haar zinnen bij elkaar en zegt dat hij gewoon erheen moet gaan. “ De mensen zien jou als een normale, aardige man. Niemand verwacht dit soort dingen van jou.”

Sarah vermoedt dat er iets mis met de FBI-agent omdat die praat over een overval op een geldtransport. Sarah: ”Dan zouden er toch ook briefjes van 50 en 10 tussen moeten zitten. Heb je naar zijn legitimatie gevraagd, Ik bel morgen meteen met de FBI of er een agent Baxter werkt. Ik werk aan een plan.”

Hank: “ Een plan; het geld naar het vliegtuig terugbrengen en Stevenson vermoorden? Of Lou stiekem opnemen waardoor er nog twee mensen dood zijn? Weer zo’n plan? Ik heb ook een plan. Ik breng het geld terug. Alles.”

Sarah: “Is dat wat je wilt. Nog dertig jaar werken, wachtend tot je baas met pensioen gaat of sterft, zodat jij opslag krijgt? En Amanda? Moet zij opgroeien in goedkope of tweedehands kleren? Met speelgoed van andere mensen omdat wij niks kunnen kopen? En ik? Wat moet ik? De rest van mijn leven, 8 uur per dag met een valse glimlach met mijn neus in de boeken naar huis gaan om eten voor je te koken. Altijd dezelfde maaltijden, afhankelijk van de kortingsbonnen die week. Uit eten gaan bij speciale gelegenheden. Met een verjaardag of zo. Niet te veel bestellen. Geen voorgerecht. Thuis een toetje eten. Moet dat me gelukkig maken? En dan heb ik het nog niet over Jacob gehad. Bijstand en af en toe een baantje. Hoe lang duurt het voor hij alleen in dat huis vervuilt?”

Sarah belt de FBI en stelt vast de het een nep-agent is. Als ze Hank belt weigert hij de smoes te gebruiken die ze afgesproken hebben en gaat toch mee. Sarah belt Jacob die toch komt opdagen. Ze verspreiden zich in het natuurreservaat. Hank heeft een wapen uit Carls bureau meegenomen. Als het vliegtuig gevonden is, waarschuwt Hank Carl, maar die wordt neergeschoten voor hij er erg in heeft. Hank wordt gedwongen het vliegtuig in te gaan en laadt daar het wapen. Buitengekomen schiet hij de nepagent dood. Jacob wil niet meer liegen.
“Had een ander het geld maar gevonden.”
Hank vertelt het te vertellen verhaal, maar Jacob pakt het pistool van de nepagent en zegt: “Laat het maar lijken dat hij het gedaan heeft.” “Ik ben zo moe. Ik vind het niet erg. Het is goed zo, ik ben niet bang.
Ik wil hier niet mijn hele leven aan denken. Zuipen op de veranda …
Voor jou is het perfect. Je hebt een doel in je leven. Dat weet je. Ik wil hier niet meer zijn.”

“Als je van me houdt, doe je het. Ik geef je de kans. Ik zal je niet aankijken. Ik zal je niet aankijken, maar als je het niet doet, doe ik het zelf en dan we allebei de lul. Daar schieten we niets mee op. Ik doe het echt, Hank. Ik meen het.”

Hank schiet als hij ziet dat Jacob het pistool naar zijn hoofd brengt.

De echte FBI vertelt hem, dat ze het geld enkele uren in handen hebben gehad. Omdat het niet gemerkt mocht worden hebben 20 mensen de nummers opgeschreven en die wachten nu tot het geld op komt duiken.
Hank gaat naar huis en verbrandt het geld, Sarah: “We kunnen naar het buitenland vluchten.” maar hij duwt haar van zich af en verbrandt alles.

Sara werkt in de bieb en Hank in de molen. “Soms hebben we dagen dat we net normale mensen zijn die nergens aan denken, niet aan het geld, niet aan de moorden. Maar die dagen zijn op de vingers van een hand te tellen.”

117 minuten totaal

Lonneke kan niet loslaten

In lessen rondom dood en omgaan met dood gebruiken docenten soms ook afleveringen van BNNs “Over mijn lijk’ om te laten zien hoe mensen met hun eigen sterfelijkheid en het vooruitzicht niet langer te leven te hebben omgaan. In de Spits van 27 september wordt het verhaal van een van de jonge vrouwen verteld. Het kan in plaats van een aflevering of naast een aflevering gebruikt worden

Nog enkele maanden te leven
Lonneke te Kamp kreeg vorig jaar al van haar artsen te horen dat ze nog maar enkele maanden te leven heeft, maar ze is er nog steeds. De 28-jarige perst elk moment uit de dag om haar to-do-lijst af te werken. Zoals het veiligstellen van haar urnenbedrijfje.
‘Ik besloot dat ik alles kon’ heet de Loesje-verzamelbundel die dienst doet als leesvoer op haar toilet. Een toepasselijke titel voor Lonneke te Kamp, bekend van BNN’s Over Mijn Lijk, die sinds 2003 met ‘vecht – en levenslust’ borstkanker en uitzaaiingen in lever, botten en longen de baas probeert te blijven. Vastbesloten om eruit te halen wat erin zit, perst ze elke moment uit de dag. Om lol te maken met haar vriend, familie en om de toekomst van haar bedrijf Return veilig te stellen.
Ze heeft niet al te lang meer. In november 2010 vertelde haar oncoloog dat ze erop moest rekenen dat dit haar laatste kerst werd. „Ik heb altijd tegen mijn artsen gezegd: ik wil niet weten hoe lang ik nog heb, tot we moeten gaan denken in termen van maanden. Toen dat moment aanbrak, begon het wel te tieren in m’n kop.”
Ze verloor op haar twaalfde haar vader aan een hersentumor. Zelf was ze twintig jaar toen bij haar borstkanker werd vastgesteld. Ondanks een borstamputatie en chemotherapie kwam de ziekte terug; eerst in 2005 en vervolgens in 2008. „Ik leef al een poos in reservetijd”, weet ze. „Maar tegelijk heb ik lang gedacht: die dokter heeft toch ook geen glazen bol? Hij zegt ‘maximaal een jaar’, dan maak ik er minimaal een jaar van.”
Maar toch: vrienden zijn de laatste tijd tijdens bezoekjes driftig in de weer met hun fotocamera. Ze willen vaker afspreken. En opeens duiken mensen die ze al jaren uit het oog was verloren weer op. Lonneke zelf wil niet bij alles denken: dit was misschien de laatste keer. Maar haar lijf vertelt haar ondubbelzinnig dat het hard achteruit gaat: het effect van de chemo neemt af, de pijn juist toe. „Heel eerlijk gezegd begin ik hem nu wel te schijten.”

Lijfsbehoud

Vandaar dat ze vaart zet achter het lijfsbehoud van haar onderneming in door Gambiaanse houtsnijders vervaardigde urnen, een idee dat ze opdeed tijdens een bezoek aan dit deel van  Afrika.  Ongeveer vijftig urnen per jaar verkoopt ze, gemaakt door een handvol mannen die hiervan hun gezinnen kunnen onderhouden. „Ik wil niet dat Return overlijdt wanneer ik overlijd.” Dus is ze nu druk in de weer om het bedrijf straks over te kunnen laten gaan in een stichting, zodat Return blijft bestaan en alle verdiensten uit de verkoop van urnen terug zullen vloeien naar de stichting. En natuurlijk hoopt ze nog één keer fatsoenlijk afscheid te kunnen nemen van ‘haar jongens’ in Gambia.
„Echt gelukkig zal ik niet meer worden”, beseft ze. „Maar ik kan nog wel zoveel mogelijk geluksmomentjes verzamelen. Een etentje met al mijn vriendinnen op mijn verjaardag eind oktober, bijvoorbeeld. En gisteren was ik even hartstikke blij toen een vriendin vertelde dat ze zwanger is. Al spreken we dan beiden de gedachte niet uit dat ik het kindje waarschijnlijk nooit zal zien. Ook mooi was toen ik pas een vader en dochter heb geholpen bij het uitkiezen van een urn voor de moeder van het gezin. Kijk, ik zit niet in de wasmachines, hè. Ik vind het geweldig dat ik, een boerentrien uit de Achterhoek, mensen op één onderdeeltje in hun rouwproces kan bijstaan.”
Al heeft ze ‘een kop als een trekhaak’ door alle medicijnen, Lonneke kan nog niet loslaten. „Het gebeurt dat ik om twee uur ‘s middags een chemo heb, onderweg naar huis moet stoppen om te braken en dan toch om half vier met een afspraak in de showroom sta.”
Ze besluit: „De ziekte heeft veel van me afgepakt, maar me ook veel gegeven. Ik heb er niet om gevraagd. Ik had ook liever aan Lotto Weekend Miljonairs meegedaan dan aan Over Mijn Lijk. Maar ik heb, hopelijk, wel kunnen laten zien dat kanker niet alleen maar kaal, kotsen en doodgaan betekent.”

B. Breure 27-09- 2011 Spits

Psychologie tegen de dood op de weg

Op de weg die ik wekelijks drie maal per fiets afleg naar en van Breda, de Leurse Baan, hebben zich het afgelopen jaar enkele dodelijke ongelukken voorgedaan. Met name kwamen er toen jonge mensen om. Jonge mensen die nog een heel leven voor zich hadden, maar nu abrupt in de kiem gesmoord zijn. Bomen werden volgehangen met foto’s en bloemen, op de weg kwamen allerlei grote teksten te staan. En de gemeenten Breda en Etten-Leur gingen kijken wat er aan gedaan kon worden.
Om de bermen veiliger te maken namen de gemeenten maatregelen. Een theorie was dat de jongeren ‘s avonds laat in de berm terechtgekomen waren en dat de zachte berm hen verhinderde terug op de weg te komen, waardoor de auto tegen een boom botste.
De gemeenten deden ook aan psychologische beïnvloeding.  Na ampel overleg kwamen er drie grote zwarte borden met een witte tekst tot stand, waar ook het cijfer 60 te zien was. Niet harder dan zestig. De drie borden zien er zo uit.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het herseninfarct van opa

Leerlingen komen met zeer verrassende verhalen in de levensbeschouwelijke dagboeken. Onderstaand verhaal komt van een leerling uit V4, Roy, eind 2010 en is even puur als ontroerend.

“Een koude zaterdag in november 2010. Ik sta aan de start van de internationale Warandeloop in Tilburg. Ik sta in mijn korte broek en het Nederlandse shirt te wachten op het startschot. Het leven lacht mij toe ik heb op het moment alles voor elkaar. Ik vertegenwoordig mijn land bij atletiekwedstrijden, het gaat goed op school, mijn familie staat helemaal achter mij. Wat wil ik nog meer?

Na een iet wat mislukte race was ik toch positief over deze dag. Ik wilde graag door, bouwen aan mijn toekomst in de atletiekwereld. Met mijn familie aan mijn zij gaat dit ook lukken.

Toch kan een dag een hele andere wending krijgen: zo ook deze… Nadat ik thuis was gekomen en gezellig samen met mijn ouders gegeten had, kregen we een telefoontje…. Het was mijn tante met de melding dat mijn opa een hersenbloeding had gehad. Mijn wereld stortte even in. Hoe kon mijn mooie dag toch nog zo een helse dag worden? Er werd niet getwijfeld, 10 minuten later zaten we in de auto richting het ziekenhuis in Gent. ?Het eerste wat ik dacht, toen ik mijn opa daar zo lag liggen net na de operatie, was: Waarom hij? Dit is een vraag die niet te beantwoorden is; dat weet ik ook wel maar toch, je stelt hem wel. Verder wist ik mij even geen raad. Ik wist niet wat ik moest denken of voelen. Verdriet, bezorgdheid of toch niks? Dit vond ik heel lastig. Ik wist even niet zo goed met mijn gevoelens om te gaan. Ik denk toch dat op dat moment meer bij mij een gevoel heerste dat ik zelf niks kan doen. Dat is echt een dodelijk gevoel. Je moet maar afwachten.

Na een lange tijd ga ik toch maar naar huis: het ziet er naar uit dat we vanavond niks meer te horen krijgen. Zal hij het overleven was op dat moment mijn grootste vraag en zorg. Toch heb ik achteraf nooit het gevoel gehad dat hij het niet zo halen. Mijn opa is een zeer positief mens die nog veel kon. Ik denk dat dat hem er door heen heeft geholpen.

Na toch ongeveer een week van onzekerheid ging het steeds wat beter zeiden mijn ouders. Ik kon zelf niet mee vanwege school. Elke keer als ik dit hoorde raakte ik toch ook weer wat meer opgelucht. Het greep mij toch echt wel aan. Zo ben ik in deze week vaker mijzelf tegen gekomen dan ooit daarvoor. Ik denk dat ik pas kon beseffen als mij inderdaad iets ergs in mijn leven zou overkomen.

Een week na de gebeurtenis mocht ik weer voor het eerst bij mijn opa. Dit gesprek zal ik dan ook nooit meer vergeten. Toen ik even alleen met mijn opa was zei hij namelijk: “Roy ik zie dat je bezorgd bent: het komt allemaal wel goed. Maar vergeet alsjeblieft niet dat ik altijd achter je zal staan en je zal steunen in je sport of ik er nu nog ben ja of nee. Ik zal altijd naar je kijken; als het moet doe ik het vanaf boven. En vergeet nooit dat ik je grootste fan ben”

Dit werd mij op dat moment even te veel. Vanaf dit moment weet ik wel dat ik vol voor mijn sport ga en dat ik mijn opa niet teleur wil stellen.

Nu niet en nooit niet!
Opa dit is het verhaal over jou, maar gelukkig sta je nog langs het parcours.”

Ethisch dilemma voor Steve Jobs

Als doorgewinterde Apple-evangelist was het volgende bericht uit Global Ethics extra interessant:
” Heeft Steve Jobs, de bestuursvoorzitter van Apple, de ethische verplichting om meer duidelijkheid te geven over zijn medische toestand? Een aantal journalisten bogen zich over deze vraag, nadat Jobs, die met kanker gevochten heeft maar vaak veel details geheim hield, aangekondigd had dat hij een medisch verlof opnam, terwijl hij wel bestuursvoorzitter zou blijven.
De kwestie werd vergroot – al dan niet gerechtvaardigd – dat Jobs onmisbaar is voor Apple, aldus PC Magazine, dat opmerkte dat de beurskoers van Apple zo’n 6 procent duikelde onmiddellijk na de aankondiging.
BusinessWeek ethische columnist Bruce Weinstein schrijft dat er twee morele kwesties aan dit incident vastzitten: ” Allereerst, als hoogste baas bij Apple heeft Jobs hetzelfde recht op privacy als andere mensen? En als dit recht een beperkt recht is, hoeveel is Jobs dan ethisch verplicht te onthullen aan de aandeelhouders wat er aan de hand is?”
Wat de privacy bereft concludeert Weinstein dat bestuursvoorzitterschap met heel veel voordeeltjes komt, maar onder de ermee verbonden verantwoordelijkheden is er ‘een verplichting om dingen te doen die men niet graag doet, zoals dingen over jezelf onthullen die bijdragen aan het succesvol opereren van de zaak.’
‘Het is begrijpelijk waarom Jobs de Apple werknemers zou vertellen: “Mijn gezin en ik zouden het respect voor onze privacy zeer op prijs stellen’ schrijft Weinstein ‘en hoewel informatie over Jobs gezin geen publiek te boek gesteld feit behoort te zijn, is zijn eigen recht op privacy beperkt door wat hij de Apple aandeelhouders verschuldigd is.’

Wie ben ik boek

Ik! Wie is dat?

Uit de achterflap: “In het boek “Ik! Wie is dat?’ word je aangespoord om na te denken over wie je bent en wat jij nu juist jou maakt. We willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wel wie je wilt zijn of speel je een rol?……”
Het boek is speciaal voor jongeren vanaf tien geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
ISBN: 978 90 487 0653 2 Prijs 14,95
www.dekinderuniversiteit.nl
www.zwijsen.nl

Deze tekst is ook als pdf te downloaden: IK!_Wie_is_dat.pdf

Mijn oordeel
Een fijn boek om aan puberende zoon of neef danwel dochter of nichtje te geven.
Een boek dat een aantal themata aanroert, waarvan de docent levensbeschouwing zich duidelijk af moet vragen of ze in zijn curriculum aanwezig zijn.
Een boek dat duidelijk maakt dat levensbeschouwing uiteindelijk het schrijven van je eigen levensverhaal is.
Een boek dat duidelijk maakt dat het levensbeschouwelijk dagboek een integrerend bestanddeel van een levensbeschouwelijk portfolio dient te zijn.
Een boek dat ook laat zien dat voor levensbeschouwing een groot aantal Bezugswissenschaften aanwezig dienen te zijn om leerlingen verantwoord in te leiden in de wereld van hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling.

Wie meer over de inhoud wil weten, kan hieronder een samenvatting van de verschillende hoofdstukken vinden.

Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn [Wie ben ik?]
Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ is afhankelijk van de plaats, tijd en persoon die de vraag stelt. De psychologen Kuhn en Portland vroegen mensen in 20 verschillende situaties antwoord op de vraag te geven. Als je kijkt naar de punten die op alle lijstjes staan, kom je toch tot een soort kern van jezelf, volgens hen.
Wie ik kan zeggen, heeft zelfbewustzijn ontwikkeld: een kind van twee noemt zichzelf bij de voornaam, zal het niet over ik hebben; een kind van vier al veel meer.
Waar dat zelfbewustzijn zit, is niet precies aan te geven; het blijkt in ieder geval niet op één plaats te zitten.
Je ben ik, van top tot teen. Als je een teen verliest, ben je dan nog jij? De meeste mensen zeggen ja, maar als je een beroemde toptennisser bent en door het verlies van die teen geen bal meer raak slaat, verandert dan je ik?
We leven in een tijd, waarin niet meer anderen zoals ouders en omgeving bepalen wat jij doet en gaat worden en denken, maar we leven in een iktijdperk. Wie je bent, je identiteit, bepaal je steeds meer zelf. Je identiteit is een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.
We hebben verschillende ikken in ons leven, met andere woorden, we spelen verschillende rollen, afhankelijk van de positie die we telkens innemen. Tegelijk kijken we niet naar anderen als mensen die rollen spelen: “Alles wat iemand doet en zegt, schrijven we toe aan die persoon.”

Je bent nooit alleen op de wereld [Ik, jij en wij]
Al in de oertijd leefden mensen in groepen. Dat was nodig om samen te jagen en samen te vechten tegen gevaarlijke gebeurtenissen of dieren of mensen.
Lid zijn van een groep bepaalt een deel van je identiteit. Je vertelt dat je dit bent, maar tegelijk ook, dat je dat niet bent.
Bij groepsgevoel hoort ook een ‘wij tegen zij’ gevoel. Je vindt dat de mensen in jouw groep slimmer, eerlijker en mooier zijn dan de mensen in een andere groep. Dat betekent dat jij dus ook mooier, slimmer etc, bent, want jij behoort tot die groep. Op die manier krik je je gevoel van eigenwaarde op.
We komen er dan ook sneller toe om de negatieve dingen aan HEN toe te schrijven, want WIJ doen zulke dingen niet.
We willen ook graag erbij horen, we zijn niet graag buitenbeentje. Mensen gaan heel ver om niet van de groep af te wijken. Het experiment van Asch laat zien dat mensen geneigd zijn de meerderheid van de groep te volgen, ook al is het zonneklaar dat het antwoord van die meerderheid fout is.
Wie zich niet wil aanpassen aan de groepsdruk, heeft het niet altijd gemakkelijk en moet over een positief zelfbeeld beschikken. Als je bereid bent, aan te geven dat je het er niet mee eens bent, is de kans groot, dat anderen ineens het met je eens durven te zijn. Opmerkelijk t.a.v. een positief zelfbeeld is, dat mooie mensen niet altijd gelukkiger of zelfverzekerder zijn dan minder mooie mensen. Hun probleem is dat ze vaak niet weten of ze gewaardeerd worden wegens hun mooie uiterlijk of om wat ze gepresteerd hebben. Daardoor twijfelen deze mensen vaak aan hun kunnen.
Ook in de verschillende groepen waartoe je behoort speel je altijd sociale rollen.

De oma van je oma, van je oma, van je oma [Ben ik een aap]
Honderdduizend oma’s geleden komen we uit bij een vrouw die twee miljoen jaar geleden leefde, een Australopithecus, een aapmens. Nog verder terug vinden we de mensaap-oma, die twee kinderen kreeg. De ene is stammoeder van de mens, de ander van de chimpansee, met wie we 99 procent van het DNA delen.
Dankzij de evolutie hebben de mensen zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, waardoor ze niet ten onder zijn gegaan, zoals andere diersoorten, die zich niet konden aanpassen.
Wat de mens is is een discussiepunt. Voorbeeld is het eten van vlees. Volgens de darwinisten is vlees eten natuurlijk, want de energie die uit vlees komt hebben we nodig gehad om onze grotere hersenen te ontwikkelen.
Daar staan de kantianen tegenover: mens is wie nee kan zeggen tegen zijn natuurlijke neigingen.
Darwin zegt we onszelf gerust een aap kunnen noemen. Kant zegt dat de mens een zelfbewust wezen is met een vrije wil, met verantwoordelijkheid. Dat heeft een dier niet. Als een hond een kind bijt, wordt niet de hond maar de eigenaar aansprakelijk en verantwoordelijk gesteld.

Stamppot of Allah [Wij en zij]
Twintig procent van de Nederlanders heeft buitenlandse wortels. Dat was honderd jaar geleden heel anders. Je woonde in een kleine gemeenschap, trouwde werkte en stierf in die gemeenschap en je kwam zelden buiten die gemeenschap. Dat is nu anders. En aan mensen die niet dezelfde achtergrond als zijzelf hadden moesten veel Nederlanders erg wennen. Anders zijn is een rare zaak, vonden ze. Hun vertrouwde beelden van Nederland en de Nederlander verdwenen en dat maakte hen onzeker en ze voelden zich onveilig.
We zullen nu moeten leren leven met de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving. Als mensen elkaar ontmoeten en elkaars gewoonten leren kennen en begrijpen, wordt de kloof al snel minder breed. Maar vaak wonen allochtonen en autochtonen in verschillende wijken en bezoeken verschillende scholen.
Hieraan gekoppeld is het gevoel van meer dan vijftig procent van de allochtonen dat ze weleens gediscrimineerd worden, vooral op hun werk. Onderzoek van de Universiteit van Tilburg bracht aan het licht, dat mensen het meest gediscrimineerd worden op de plaatsen waar bazen zeggen dat iedereen gelijk is. “Juist in die bedrijven gelooft niemand dat iemand anders (ongelijk) behandeld worden en kan er dus niet over gepraat worden.”

God en ik, ik en God [Waarin geloof je?]
God is een behoorlijk twistpunt tussen mensen. iedereen denkt dat hij gelijk heeft en dat heeft soms tot bloedige twisten geleid. Ook is waar dat mensen veel aan hun geloof hebben. Alle geloven hebben gemeenschappelijk dat ze lessen in het leven zijn. Geen enkele godsdienst is uit op vernietiging van de aarde.
Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft niet in God, en dat doen ze ook op verschillende manieren. Daarnaast hebben we ook nog een groot aantal ietsisten.
Opmerkelijk is dat in twee van de drie huizen een boeddhabeeld staat: een gezellige dikkerd oogt toch anders dan een lijdende Christus op een kruisbeeld.
Je geloof is mede van invloed op de manier waarop je tegen jezelf aankijkt.
Kijkend naar de rol van de mens in de ogen van hun God:
In de islam kiest de mens om dienaar van Allah te zijn.
In het christendom is de mens slecht, maar kan beter worden door het voorbeeld van Jezus.
In het boeddhisme hebben we geen ik; ik word steeds herboren in een nieuwe vorm omdat dat ik nog niet af is.
Een van de gevolgen van de moderne tijd, waarin de mensen steeds minder naar de kerk gaan, is dat de boodschap om een goed mens te proberen te zijn minder gehoord wordt. We zijn als het ware van God los. Letterlijk, dat iemand de regels van God niet meer naleeft. Figuurlijk, dat iemand zo op zijn eigen houtje bezig is dat het hem niet kan schelen of anderen er last van hebben.

Chips in je hoofd [Ik, versie 2.0]
De computer is momenteel al in staat de wereldkampioen schaken te verslaan. We gebruiken de computer, robots en andere zaken om ons leven te veraangenamen. Tegelijk worden we er ook door beïnvloed. Je speelt op internet met een avatar en iedereen denkt dat jij dat bent, omdat de anderen je nog nooit in het echt hebben gezien.
We maken van allerlei hulpmiddelen gebruik om onszelf beter te maken en te voelen. Studenten slikken Ritalin, niet omdat ze AGHD hebben, maar om een examen beter te kunnen maken.
We staan ambivalent tegenover de techniek. In boeken als Brave New World en 1984 staat de mens tegenover een zich ontwikkelde techniek die hem in zijn macht heeft. De mens moet vechten om weer vrij te worden.
We zien drie denkrichtingen als het gaat om het verbeteren van de mens met electronica.
De Kantianen zeggen: niet doen
De utilisten zijn van mening dat als het nuttig je het moet doen.
De autonomen vinden dat ieder mens zelf moet beslissen hoever hij daarin gaat.
Daarover moet de discussie gaan: in wat voor wereld wil ik wonen? Wie wil ik zijn?

Onbeschoft en asociaal [Steeds meer ‘ik’]
Veertig jaar geleden was de tijd van de verzuiling nagenoeg ten einde. Het tijdperk van de individualisering brak aan. Het individu werd belangrijk dan de groep waartoe hij behoorde.
Dat heeft zijn goede kanten. Daar is iedereen het over eens.
Sinds enkele jaren zien we ook dat er negatieve kanten aan zitten. Mensen denken dan vooral aan zichzelf. Het ‘ik’ is te belangrijk geworden. We hebben minder kinderen, zij krijgen veel meer aandacht dan die van vroeger.
We zijn rijker geworden, alles moet kunnen en mogen.
De opvoeding is veranderd. We zijn onbewust asociaal geworden.
De zingevingssystemen zijn niet meer actief zoals vroeger. Naastenliefde wordt vervangen door de 15 minuten roem op de televisie.
We willen respect en als we het niet denken te krijgen, worden we gefrustreerd.
Frustratie leidt vaak tot agressie, zinloos geweld [ sinds 1997]. We leven in een agressievere samenleving dan vroeger.

Hoe je een talent wordt [Je wordt wat je doet]
Wie schade oploopt in zijn hersenen, kan als het ware een ander worden. De hersenwetenschappers zeggen dat je ik bepaald wordt door je aanleg, je omgeving en je eigen invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die aanleg hebben, 10.000 uur nodig hebben om dat talent ook volledig uit te buiten: Mozart, Beatles, Bill Gates hebben allemaal die tijd doorgebracht alvorens ze tot uitzonderlijke bloei kwamen.
Door bepaalde dingen te oefenen, veranderen je hersenen. Wie verlegen is en zich erop toelegt om stoerder te worden en te doen, ziet een verandering in de hersenen.
Door nieuwe dingen te doen en te oefenen maken je hersenen nieuwe netwerken aan die die taak ter hand kunnen nemen.
Je hersenen kunnen niet alleen nieuwe dingen positief leren, maar ook negatieve gewoontes vormen een hersennetwerk. Duidelijk is wel dat wat je niet doet, zul je ook niet ontwikkelen.
Belangrijk: hoe meer nieuwe dingen je doet, hoe meer je hersenen worden uitgedaagd.

Een onderbroek van Björn Borg voelt anders [Je ben wat je hebt]
Ons zelfbeeld schijnt samen te hangen met wat we bezitten. Evolutiebiologen zeggen dat het te maken heeft met onze drang om te overleven.
Topbestuurders kijken niet naar wat ze verdienen, maar vergelijken hun salaris met anderen die meer verdienen. Jaloezie is de drijfveer.
Dingen die we kopen helpen ons om een beeld van onszelf te scheppen: ons imago.
Dat imago krijgt een extra impuls als we dingen hebben die anderen niet hebben.
Het geeft zelfvertrouwen èn het laat ons bij een groep horen.
Je uiterlijk bepaalt voor een deel hoe je omgeving op je reageert. Ga collecteren voor een goed doel in dure merkkleren en je haalt meer op.
Dure spullen kopen die we eigenlijk niet nodig hebben, heeft te maken met het snobeffect.
Er is ook sprake van het countersnobeffect: ik heb geen dingen nodig om iemand te zijn.
Je ziet de gevolgen van het imago-opkrikken in het toenemen van schulden bij mensen die luxe schulden hebben: een goed inkomen, maar veel te veel uitgaven aan luxe artikelen.
Op iemand die veel heeft kunnen mensen reageren met afgunstig zijn of benijden.
Wie hard voor een Iphone heeft gewerkt, werd benijd, maar men gunde hem het ding. Wie vertelt dat hij die van zijn vader heeft gekregen, kreeg afgunstige reacties en men gunde hem het ding niet!

Op avontuur met wonderlijke vragen [Waarom ik?]
Als over allerlei dingen die normaal lijken te zijn diepere vragen gaat stellen, word je een Alice en leef je in Wonderland.
Vragen die dieper gaan noemen we levensvragen, het zijn vragen die vaak een leven lang meegaan. We weten een heleboel over het hoe van de dingen, maar niet van het waarom.
“Door al die levenservaringen groeit je kijk op het leven. Je rijgt net zo lang je favorieten aan elkaar totdat er een glinsterend juweel overblijft: een halssnoer of stoere armband vol met kleine waarheden die samen een prachtig juweel zijn. OM dit sieraad met trots te dragen, moet het helemaal JIJ zijn.” [100]

De geheimzinnige dood [Het einde van ik]
Het ik houdt op bij de dood. Mensen proberen wel een antwoord te geven op wat erna komt.
In schema gezet zijn er twee uitersten: een van weten en een van geloven. Natuurwetenschappers meten; bijna dood ervaringen stellen vragen bij dit meten. Maar je moet zelf bepalen of die BDE’s ook werkelijk een kijkje achter het gordijn van de dood zijn.
Tussen weten en geloven is ook niet weten, zich laten verrassen, een knutselantwoord.
Wie iemand verliest, gaat een rouwperiode in, die ieder op een eigen manier meemaakt. rouwen blijkt het snelst te gaan als je de rottige gevoelens er gewoon laat zijn.
Ervaringen met de dood maken soms van mensen andere mensen. Ze leren dat leven niet draait om geld en succes, maar om liefde en samenzijn.
“Wanneer de dood plots dichtbij komt, beginnen veel volwassenen dus pas aan het echte leven. eigenlijk is dat doodzonde. Want draai het eens om. Heb je er ooit aan gedacht dat het niet voor niets is dat er een soort gordijn aan het einde van het leven hangt waar we niet achter kunnen kijken? Misschien is de zin van het leven: leven. Je bent niet geboren om dood te gaan, maar om te leven. Een mens heeft niet eeuwig de tijd. Maar weinig tijd maakt het leven gewild en kostbaar. Niet de dood is bijzonder, het leven is bijzonder.” [110]

Lessen over dood

“Er zijn nogal wat leerlingen in mijn klas die levensbeschouwing een nutteloos vak vinden. Waarom zou je nou na moeten denken op school over zaken als de dood, het kwaad, geld, en suïcide? Ik denk persoonlijk juist dat dit zaken zijn die belangrijk zijn om over te hebben nagedacht voor je in de maatschappij terecht komt. Zaken als wiskunde, economie en Nederlands zorgen ervoor dat je een baan kunt krijgen in de toekomst, maar het vak levensbeschouwing buigt zich over vraagstukken waar je niet altijd bij stilstaat in je dagelijks leven. Juist door over dit soort zaken zou je kunnen struikelen als je er later mee te maken krijgt.” schrijft een leerling in zijn portfolioreflectie.

Een bewuste keuze
De afgelopen jaren hebben we in de tweede fase steeds uitgebreid aandacht besteed aan het thema dood. Redenen zijn voor ons als sectie:
– We kiezen in de tweede fase voornamelijk voor existentiele themata, die met de fundamenten van het leven te maken hebben. Dood is daar ongetwijfeld een van. – We zagen op verschillende manieren dat dood een taboe is gebleven. Niemand begint er zomaar ineens over, er moet steeds een externe aanleiding voor zijn. Taboes zijn er om bespreekbaar gemaakt te worden, dus besteden we er aandacht aan.
– Een belangrijk aspect van dood is het ritueel. Meer dan bij andere rituelen luistert het nauw hoe je afscheid neemt. Je kunt in feite maar een keer afscheidnemen, dus moet het ook goed gebeuren.
– Onze ervaring is dat met name de lessen over dood anders gaan dan andere lessen. Leerlingen zijn meer bereid om naar elkaar te luisteren en op bepaalde momenten haal je indrukwekkende toppen van onderlinge communicatie, iets wat we bij andere onderwerpen veel minder vinden. Omdat we levensbeschouwelijke communicatie hoog in het vaandel hebben staan.

Weerstanden
Veel leerlingen staan aanvankelijk erg sceptisch tegenover het thema en de lessen erin. Er zijn ook altijd helaas leerlingen die recentelijk ervaringen met dood hebben gehad of er zelfs midden in staan. We geven aan het begin van de lessenserie heel duidelijk aan dat we deze leerlingen de ruimte bieden om een alternatief thema in de mediatheek aan te pakken. Tegelijk vertellen we hen ook dat leerlingen die bereid zijn in de klas over hun ervaringen te vertellen een heel waardevolle bijdrage aan het gesprek en aan het leerproces kunnen leveren. Staan blijft, dat voor leerlingen ervaringen van leeftijdsgenoten meer impact hebben dan de ervaringen die -in dit geval – een docent van bovenmiddelbare leeftijd hen te vertellen heeft.
Soms komt het voor dat een leerling het gevoel heeft er gewoon bij te kunnen blijven terwijl hij of zij een heel recente ervaring met dood gehad heeft. Maar de tweede of derde les wordt het hem of haar toch te veel en dan verlaat de leerling huilend de klas. Een leerling die met haar meegaat, laat meteen zien hoe goed het is als iemand een eindje troostend met je meeloopt.
In sommige gevallen kiezen leerling ervoor het lesmateriaal over dood zelfstandig buiten de klas door te werken en schrijven ze ook de opdrachten aan het eind van de rit. Anderen vragen uitdrukkelijk om een andere opdrachtom het onderwerp dood ver van zich te houden.

Inhoud lessen
De afgelopen twintig jaar hebben we een kentering gezien in het omgaan met dood en afscheidnemen. In 1997 kon ik als citaat in ons lesmateriaal opnemen: “In de Amsterdamse crematoria duurt een uitvaart gemiddeld 17 minuten.” In een gesprek met de begrafenisondernemer bij het overlijden van mijn moeder vertelde ze dat de afgelopen jaren de officiële duur van een afscheid in het crematorium van een half uur naar drie kwartier was verruimd. Mensen blijken toch meer tijd nodig te hebben dan de industrie wenselijk achtte.
Toch gaan we er in het lesmateriaal van uit, dat er dominant perspectief in onze samenleving bestaat, die nog steeds ongemakkelijk met dood omgaat, moeite heeft er open over te praten en het toch nog met een zeker taboe omgeeft. Met het enigszins gechargeerde dominante perspectief beginnen we de lessen om vervolgens te vragen of de leerlingen zelf ervaringen hebben dat dit perspectief aan het kantelen is. Het laten zien van het dominante perspectief kan de leerlingen later helpen om de alternatieven beter te wegen en te waarderen, positief of negatief.

Vragenlijst
Een tweede element is de vragenlijst naar ervaringen met en ideeën over dood en afscheidnemen. Het is verbazingwekkend hoeveel reacties en gesprekken deze lijst oplevert. Uitgangspunt is heel simpel: ik stel de vragen en vraag om handopsteken bij de diverse mogelijke antwoorden. De leerlingen noteren de aantallen om een idee te hebben van hoe de verhoudingen in een klas liggen. Het zal duidelijk zijn dat een klas waar bijna niemand ervaringen met de dood heeft anders kan reageren dan een klas waar meer dan de helft aangeeft een sterfgeval te hebben meegemaakt.
Leerlingen worden uitgenodigd om hun antwoord toe te lichten, hun ervaringen te vertellen, maar we doen dat zonder mensen aan te wijzen. Als bij een bepaalde vraag niemand bereid is om een verhaal te vertellen, gaan we zonder meer door naar de volgende vraag. In de praktijk blijken er altijd leerlingen te zijn die hun verhaal willen vertellen, waardoor er een kaleidoscoop aan ervaringen naar voren komen. Het zijn vaak deze verhalen die in de afrondende opdrachten teruggehaald worden, omdat ze indruk maakten. Zelfs een behoorlijk drukke klas zal bij de bespreking van deze vragenlijst zich correct en vaak ingetogen gedragen.
De rest van ons lesmateriaal hebben we onderverdeeld in drie groepen:
a. de relatie tussen leven en dood
b. omgaan met sterven(den)
c. waardig afscheidnemen.

Denken over alternatieven
Bij deze drie groepen hebben we lees- en kijkmateriaal verzameld om de leerlingen kennis te laten nemen met verschillende visies op het subthema. Bij het thema over de relatie tussen leven en dood gebruiken we een artikel over de ontkenning van de dood van Ernst Becker, een youtubefilmpje met het lied “Niemand weet hoe laat het is” van Yoep van ‘t Hek, een tweede youtubefilmpje waarin de ‘ballade van de dood’ van Harrie Jekkers gevisualiseerd wordt en eindigen we met een documentaire over bijnadoodervaringen van de BBC “De dat dat ik stierf.”
De verschillende visies op de relatie tussen leven en dood kunnen vervolgens bevraagd worden door de leerlingen.
Op dezelfde manier gaan we aan het werk met de andere thema’s. Opvallend is dat we de laatste jaren steeds meer visueel materiaal gebruiken en minder de teksten uit het boek. De BNN-serie ‘Over mijn lijk”, de EO-series “Mijn laatste woorden” en “De Kist” onder andere leveren zeer bruikbare inkijkjes in de manier waarop mensen met hun eigen dood omgaan en hoe ze het ritueel vorm willen geven.
Bij het afscheidnemen benadrukken we ten eerste het waardig afscheidnemen en ten tweede het feit dat je het maar een keer kunt doen, dus moet er goed over nagedacht worden.
Als confrontatiemateriaal gebruiken we onder meer een aflevering van de serie ‘All Stars’, waarin van keeper Willem in het crematorium afscheid word genomen. Allerlei elementen uit de voetbalwereld worden in de dienst ingezet: de jongens komen met de kist binnen in hun voetbalshirts en op voetbalschoenen, er ligt een bal op de kist en een van de afscheidsteksten is een stukje verslag van een enerverende voetbalwedstrijd. Als de clubvoorzitter die beloofd had een woordje van afscheid te spreken niet komt opdagen, probeert ieder van de jongens op zijn eigen onbeholpen manier uit zijn woorden te komen, wat hilarische ontroerende momenten oplevert.
Gezien het uitgesproken karakter van de keuzes in deze afscheidsdienst komt een gesprek over wat kan en niet kan, mag en niet mag bij een waardig afscheid moeiteloos op gang.
Belangrijk onderdeel van een afscheidsdienst is een afscheidsrede. Daar besteden we een les aan. Omdat in het verleden leerlingen allemaal een afscheidsrede gemaakt hebben, kunnen we kiezen uit hele goede en bagger. We hebben een setje afscheidsredes gebundeld: afscheid van mijn vriendin, afscheid van het Newmancollege, afscheid van mijn zus, afscheid van het Newmancollege 2 en een afscheid van mijn oude televisie. Iedere leerling krijgt een tekst voor te bereiden en een van de leerlingen leest dan de tekst voor. De vraag die we stellen is: wat vind je van deze afscheidsrede? Wat maakt hem goed of slecht? Wat mis je erin?
Op deze manier formuleren leerlingen al pratend over de teksten een eigen visie op wat zij zelf onder een goede afscheidsrede verstaan. En die kennis kunnen ze later gebruiken bij de afrondende opdrachten.

Extra
Hoe langer we deze lessen over dood geven, des te meer gaan we beseffen dat we het eigenlijk meer over het leven hebben. Angst voor de dood is evolutionair gezien nodig om in leven te blijven; mensen met een bijnadoodervaring gaan het leven ineens heel anders zien. Na een goed afscheid is het gemakkelijk het leven weer op te vatten, etc. We waren vorig jaar dan ook erg blij met de film ‘The Bucket List’, waarin een automonteur die opgegeven is samen met een multimiljonair zijn lijst met tien dingen, die hij nog wil doen voor hij doodgaat ten uitvoer brengt. Door ongeveer de eerste helft weg te laten en ons te concentreren op de keuzes in de bucket list kunnen in een les van 70 minuten laten zien wat de verschillende keuzes voor invloed op het leven van de twee mannen en hun omgeving hebben. Hoezeer lessen over de dood eigenlijk over het leven gaan wordt in deze film kristalhelder.

Duur
Op onze school hebben we lessen van 70 minuten. De klassen hebben een uur per week. Wat de ideale lengte van een lessenserie over de dood is, daar zijn we nog niet uit. Wanneer we ruimschoots aandacht besteden aan dvd-materiaal en filmfragmenten, loopt een dergelijke lessenreeks snel naar een les of tien. In havo 5 betekent dat de helft van het programma, omdat we die klassen maar een half jaar hebben. In V5 komt het dan neer op een kwart van de lessen in het jaar. In evaluaties door leerlingen komt regelmatig de opmerking naar voren dat we wel veel tijd aan de dood hebben besteed. Van de andere kant heb ik zelf het idee dat we het over het leven hebben en probeer ik dat te benadrukken, wat een aantal leerlingen naar mijn kant van het verhaal doet overhellen. Om de discussie helder te krijgen wil ik dit jaar in mijn V5-klassen een lijstje met lessen + inhouden+ Av-materiaal laten rondgaan met de vraag wat eruit kan en wat in hun ogen noodzakelijk of wenselijk is om een goede lessenserie over dood en afscheidnemen te maken. Als uit hun opmerkingen naar voren komt, dat ik aan bepaalde zaken wel te veel tijd heb besteed, kunnen we daar een volgend jaar iets mee. Hoe lang de sectie een lessenserie laat duren, heeft uiteraard ook te maken met het belang dat de sectie aan een dergelijk thema hecht, los van wat de leerlingen denken en zeggen.

Afrondende opdrachten
Na afloop van de lessenserie verwachten we van de leerlingen, dat ze zelf twee levensbeschouwelijke vragen stellen, die ze beantwoorden gebruikmakend van het materiaal dat in de klas gepresenteerd is en de gesprekken erover. Om die laatste voor het nageslacht te bewaren, schrijft elke les een leerling een lesverslag waarin de belangrijkste zaken die in de klas aan de orde kwam worden genoteerd. De lesverslagen komen per thema op een wikipagina, waar ook leerlingen van andere klassen kunnen profiteren van wat hun collegae over dit onderwerp gezegd hebben.
Tweede onderdeel van de opdracht is het schrijven van een afscheidsrede, een orde van dienst maken en het uitwerken van een eigen bucket list met toelichting. Dit onderdeel is best pittig en ook hier geven we duidelijk aan, dat een afscheidsrede een stijlmiddel is, wat je kunt gebruiken voor het afscheid van een dode, maar ook van de school, van je kamer, van je huis vlak voor een verhuizing of zoals het voorbeeld eerder genoemd, van een oude televisie.

In de woorden van onze leerlingen
“Ik heb tijdens dit vak veel nagedacht over belangrijke onderwerpen. Onderwerpen die misschien taboe zijn en waar weinig over gesproken word. Ik vind het toch goed dat we het hierover gehad hebben. Het heeft geen nut dingen te verzwijgen die er wel zijn. Hierdoor verdwijnen ze niet of worden ze er niet minder op. Je kunt ze dan beter bespreekbaar maken en erover na laten denken. Hier heeft het vak levensbeschouwing voor gezorgd. Over de dood word bijvoorbeeld weinig gesproken. Toch is dit iets wat iedereen ooit in zijn leven zal meemaken en uiteindelijk gaan we ooit zelf een keer dood. “
“Toen mijn opa overleed, waren we ook bezig met het thema dood op school. Ik was daar eigenlijk wel blij mee. Het hielp met toch wel enigszins. Bepaalde opvattingen en ideeën die in de klas naar voren kwamen kon ik gebruiken in mijn verwerkingsproces. Dood was denk ik wel het moeilijkste onderwerp van alle levensbeschouwingopdrachten. Maar ik heb er denk ik wel het meeste van geleerd. Je moest over bepaalde dingen goed nadenken, waardoor je je bepaalde dingen beter bent gaan beseffen. Ik had bijvoorbeeld altijd wel een idee over het leven na de dood. Maar door die opdracht te maken heb ik me er meer in verdiept en alles beter op een rijtje kunnen zetten. “

De in het artikel genoemde vragenlijst is te vinden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/lessenoverzicht/tdg5v-12.pdf