Categoriearchief: e-learning

Narthexartikel verslidedoct

Het artikel dat ik schreef voor de laatste aflevering van jaargang 2014 van Narthex bleek zonder noten, dus bronnen, gepubliceerd te zijn. Tegelijk vormde het werk van Nancy Duarte een uitdaging om te zien wat  er met haar slidedocidee mogelijk was. Daarom heb ik de stoute schoenen aangetrokken en van mijn eigen artikel een slidedoc gemaakt.

Het voordeel is dat je software gebruikt die ja al kent (meestal dan toch). Als het goed gaat en je werkt volgens haar opzet, levert het materiaal op, dat vaak attractiever is dan de langere documenten die je doorgaans voorgeschoteld krijgt. Als het om leerlingen zou gaan, zouden ze het materiaal zelf kunnen bekijken, er vragen over kunnen stellen en die mee naar de klas nemen, een soort van flipping classroom, volgens mij.

Ander voordeel is dat je in het materiaal koppelingen kunt opnemen, die verwijzen naar materiaal buiten de slidedoc, zodat de lezer daar een uitstapje naar toe kan nemen als zhij dat nodig vindt.

Nog een voordeel is dat powerpoint- en keynotebestanden snel geconverteerd kunnen worden naar pdf, waardoor een soort boekje ontstaat – de koppelingen blijven werken -, naar een mp4-film – de koppelingen zijn werkloos-, naar een html-pagina, waarbij de koppelingen uiteraard blijven werken of naar afbeeldingen, die weer koppelingloos blijven.

Mijn artikel heb ik op verschillende manieren geconverteerd: naar pdf, html en film. Daarnaast heb ik ook een keynoteversie (ik werk niet voor niets met een Mac), die geconverteerd is naar een powerpoint (pptx)versie. De downloadlinks vind je op de volgende pagina 

Nog een keer Dropbox

In LIA 154 heb ik eerder aandacht besteed aan Dropbox. Wie er niet mee bekend is, kan via de volgende link [http://www.zininschool.info/index.php/nieuw/artikel/minder-kopzorgen-met-dropbox] informatie over het gebruik ervan opdoen. Op de webstek van Mindshift werd aandacht besteed aan het gebruik ervan in het onderwijs. Ik citeer:
“Dropbox kan een goed gereedschap zijn voor leraren en leerlingen. Je kunt het gebruiken om kopieën van handouts op te slaan, presentaties te distribueren en als een manier voor leerlingen om huiswerkopdrachten in te leveren. Vergeleken met e-mail is het een gemakkelijke manier om huiswerk te droppen en het moment van inleveren wordt eveneens geregistreerd.
Dropbox kan ook een handig gereedschap zijn om de projecten en presentaties van leerlingen te hanteren. Leerlingen kunnen de visuele onderdelen van klaspresentaties inleveren en het is gemakkelijk voor de leraar om te bepalen of leerlingen een gegeven onderdeel van een project- of presentatieopdracht hebben voltooid. Het allerbeste: aangezien alle presentaties op dezelfde virtuele plaats zijn ingeleverd, kan iedere leerling toegang tot zijn of haar presentatie hebben via een inlogcode, wat een behoorlijke tijdwinst oplevert als je in 50 minuten door een aantal presentaties heen moet banjeren.
Leerlingen kunnen DropBox gebruiken op hun mobeltje om handouts te lezen, wat papierbesparend is. En ze kunnen hun bestanden net als jij synchroniseren op verschillende computers buiten de school.”
Wie een gratis account wil regelen, kan dat via http://db.tt/3RJNbChB .

Afscheidsspeech

Eind juni heb ik officieel afscheid genomen van het Newmancollege, uitgeluid door rector en collega’s. Zelf heb ik geprobeerd mijn laatste statement te maken vanuit de 38 jaar lesgeven. Daarvoor heb ik het model van de cd-opdracht die we de vierdeklassers steeds geven: maak een eigen cd met tien nummers en leg uit waarom die voor jou belangrijk zijn. Mijn eigen bezig zijn op school had ik eveneens in tien onderdelen opgesplitst, daarbij een verhaal verteld en een stukje lied laten horen. Mijn eigen tekst en de liedjes werden gelardeerd met foto’s die ik de afgelopen 25 jaar regelmatig gemaakt heb en waar vele collega’s en (oud)-leerlingen voorbijkwamen, een soort van memory lane voor mezelf en soms anderen.

Wie wil zien hoe iemand afscheid neemt, of op zoek is naar ideeën voor een eigen afscheid kan de afscheidspresentatie bekijken via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/wimsafscheid.mp4.

Behoefte aan een multimediale presentatie?

Wie de moeite heeft genomen om onze projecten te bekijken, die we op de webstek hebben geplaatst, ziet bij het openen van een project onderaan de tekst ‘Powered by Uniflip’ staan.
We hebben voor deze oplossing gekozen omdat er duidelijke voordelen aan verbonden zijn. De mensen van Uniflip zorgen er voor dat een bestand dat hun software tot uniflippublicatie omvormt, vervolgens te lezen is op allerlei apparatuur. Wie een Ipad heeft, kan geen Flashbestanden lezen, want Apple heeft voor de tablets voor HTLM5 gekozen.
Dat is vervelend, want je wilt een document in deze moderne wereld overal en op ieder tijdstip tot je kunnen nemen. Als je bestand een flashdocument is, moet je je Ipad met rust laten en wachten tot je thuis bent, waar je wel Flashbestanden op je thuiscomputer kunt lezen. Uniflip maakt het allemaal gemakkelijker, want in een uniflipdocument zit een slimmigheid ingebouwd die ervoor zorgt dat het juiste bestandsformaat voor je leesapparaat gekozen wordt. Bij de Ipad een html5-versie, bij andere de flashversie.
Elke e-publicatie is mogelijk
Kan op ieder platform gelezen worden
Kan gedownload worden voor verdere verspreiding via mail, cd etc.
Wie geen downloads wil toestaan, kan ook kiezen voor alleen lezen.
[Wie het naadje van de kous wil weten: http://www.uniflip.com]

Waarom dit verhaal? Bij het op het plaatsen van onze projecten op het web heb ik bij Uniflip een bulk aan licenties afgenomen, omdat die goedkoper zijn dan enkele licenties.
Wie een licentie koopt, betaalt 79 dollar, wie er veertig aanschaft betaalt 39 dollar per licentie. Helaas zijn de in bulk aangeschafte licenties twee jaar geldig en vervallen dan. Ik heb nog een setje licenties over en bied ze aan aan collega’s die een digitale publicatie op prijs stellen. Het kan daarbij gaan om een brochure, die voor leerlingen publiek toegankelijk moet zijn, maar waarbij het in grotere getale aanschaffen een kostbare zaak kan worden.
Docenten hebben mogelijk extra lesmateriaal, dat ze op een gemakkelijke manier ter beschikking willen stellen, een eigen lesmethode, die ze graag gedigitaliseerd zien.
Het kan ook gaan om andere schriftelijke uitingen, zoals een vakwerkplan, dat een grotere verspreiding nodig. In de e-publicatie kunnen ook links opgenomen worden, naar andere pagina’s, maar ook naar webadressen. Verder kan een publicatie ook video’s invoegen, zoals een youtubefilm, evenals flashanimaties en zelfs achtergrondmuziek is mogelijk.

De omrekenprijs van 39 dollar komt neer op 31 euro, helaas zonder btw.
Wie behoefte heeft aan een dergelijke publicatie kan contact met me opnemen via een mailtje en daarin zijn wensen kenbaar maken.

Werken met What2learn

Mijn nieuwste ludieke ontdekking is de webstek http://www.what2learn.com. Deze Engelse webstek biedt docenten de mogelijkheid om testen te maken, die ook een hoge amusementswaarde hebben, met andere woorden, eerder spel dan toets zijn. Gelukkig blijkt dat leerlingen veel opsteken als ze spelend leren, dus beschouw ik het als een verrijkende uitvinding.

Het werken binnen deze webstek is niet gratis, kost 20 pound wat de sectie ongeveer 25 euro zal doen betalen.
Leerlingen kunnen onbeperkt de spellen doen; voor hen is alles gratis.
Per spel kun je acht vragen stellen.
Er zijn een groot aantal verschillende testtypen. [Hangman stye, Multiple Choice Games, Anagram puzzles, Vraag-en-antwoordtesten, lange antwoorden, matching activiteiten, Interactieve woordzoekers.
Binnen de verschillende types zijn er weer nieuwe mogelijkheden om uit te proberen. Alles bij elkaar een dertigtal, snel geteld.
Minpunt 1, is dat je de spellen op de webstek moet spelen. Je kunt ze niet downloaden en op een eigen plek installeren of opnemen in een elo.
Minpunt 2 is dat je verdomd goed moet controleren of alles qua spelling en antwoordcorrectheid goed is, want je kunt een eenmaal gemaakt spel niet meer wijzigen en helaas ook niet verwijderen. Ik hoop dat de makers wel die mogelijkheden gaan bieden.
Ik vind het in eerste instantie leuk om voor leerlingen die een hoofdstuk gedaan hebben een mogelijkheid te hebben om hen spelend aan het huiswerk te zetten. Ze komen er snel achter of ze alles kennen en vaak is dat een stimulans om weer eens serieus naar de goede antwoorden te gaan kijken.
Ik heb enkele pogingen gedaan op de webstek:
Het verhaal van Ganesha: http://www.what2learn.com/games/play/82477
Kernbegrippen van het hindoeïsme: http://www.what2learn.com/games/play/82489
De goden van het hindoeïsme: http://www.what2learn.com/games/play/82503
De rituelen van het hindoeïsme: http://www.what2learn.com/games/play/82469
Kastenstelsel in het hindoeïsme: http://www.what2learn.com/games/play/82494

Mobieltjes en actief leren

Leerlingen en in toenemende mate hun docenten kunnen niet meer zonder hun mobiel met internetverbinding. Om de haverklap worden ze tevoorschijn gehaald om te controleren wat er nu weer te melden viel. Docenten kunnen de vloedgolf proberen in te dammen, de kans dat het lukt lijkt me niet zo groot. Beter lijkt het me dan om uit te gaan van de stelling, dat als je ze niet kunt verslaan, je er de bondgenoot van moet worden. Omdat ik geen klassen meer heb, heb ik het volgende niet kunnen controleren, maar gezien de voorbeelden en het gemak waarmee er gewerkt kan worden, lijkt me Socrative een redelijke oplossing voor het mobieltjesprobleem.

Socrative is een – nu nog – gratis mogelijkheid om gebruikmakend van mobiele apparatuur die internetverbinding heeft spelelementen in het lesprogramma in te brengen.

Om dat in je eigen klas mogelijk te maken, moet je een account aanmaken via www.socrative.com.

Als het proces afgerond is , krijg je een ‘room number’, dat de leerlingen later moeten kiezen om een test te kunnen maken. Dat nummer kun je veranderen in wat je verder wilt: een naam, je eigen naam, of een ander getal bijvoorbeeld.

Je gaat als docent naar http://t.socrative.com; de leerlingen gaan naar http://m.socrative.com. De leerlingen word gevraagd een kamernummer in te vullen.

Ook als je nog geen testmateriaal in je account hebt opgeslagen, kun je er al mee werken. Je stelt mondeling een meerkeuzevraag of je schrijft die op bord. Je tikt op ‘multiple choice’ en de leerlingen krijgen de mogelijkheden At/mE voorgeschoteld. Hetzelfde gaat met goed/foutzinnen.

Kort antwoordvragen: Stel een vraag waarop een kort antwoord mogelijk is. Tik op ‘short answer’ Dat levert een antwoordruimte voor de leerling op zijn mobiel. Als je de leerlingen wilt laten stemmen op de beste antwoorden, tik dan op ‘Vote on responses’. Op het mobieltje van iedere leerling verschijnt een lijst met de gegeven antwoorden.

Quick Quiz: [eigen tempo]. Hierbij geef je de leerlingen een set vragen die al in Socrative staan. De eerste vraag is die naar hun naam. Als alle antwoorden in een test gegeven zijn, tik dan op ‘Live results’ om te zien wie geantwoord heeft en hoe die het deed. Als iedereen de test heeft gedaan, klik dan ‘End Activity & Send Report” Een excel spreadsheet met alle gegevens zal naar je gemaild worden. Meerkeuzevragen worden beoordeeld voor je en de totaalscore voor iedere leerling krijg je automatisch.

Space Race: Leerlingen gaan in kleine groepen van maximaal tien aan de slag om je opgeladen meerkeuzevragen te beantwoorden. Het team dat het verst in de toegewezen tijd komt, wint. Als je beslist dat de tijd voorbij is, klik de ‘End activity & send report’ knop, en je krijgt de spreekwoordelijke email.

Een test maken kan op twee manieren. De eerste is om alle werk in Socrative te doen en de test kort na het maken ervan te activeren. Kies MANAGE QUIZ en kies vervolgens CREATE QUIZ. De tweede manier houdt in dat je een Excelsjabloon invult. Kies MANAGE QUIZ . IMPORT A QUIZ.

Voorbeeld 1 – De vorige les hebben de leerlingen ‘Volle Maan’ gezien. Je hebt de volgende vraag: Wie van de hoofdpersonen zou jouw vriend niet kunnen zijn? [Je moet later wel kunnen uitleggen waarom niet!]
Hans
Andrea
Gothic
Esmee
Rick
De resultaten worden geprojecteerd en besproken. Wat het oplevert is een duidelijk idee over wat leerlingen onder vriendschap verstaan.

Voorbeeld 2 : je hebt een onderdeel van een groter geheel afgerond. Je hebt een test voorbereid en laat die door de leerlingen maken alvorens met het volgende onderdeel te beginnen. Aan de hand van het emailrapport kun je snel bepalen welke gebieden nog nadere aandacht verdienen en hoe de leerlingen sinds de vorige les zijn vooruitgegaan.

Voorbeeld 3: evaluatie aan het eind van de les:
De leerlingen moeten op basis van een reeds aanwezige enquête hun naam invullen, gevoelens over het thema formuleren en in eigen woorden vertellen wat volgens hen de doelstellingen van die les waren. Ook deze uitkomsten worden je toegezonden.

Wanneer is je klaslokaal achteropgeraakt?

De ontwikkelingen in het onderwijs gaan erg snel. Er is de afgelopen tien jaar meer in onderwijsmogelijkheden veranderd dan de dertig jaar daarvoor. Het betekent dat docenten de vinger aan de pols moeten blijven houden om bij te blijven bij de veranderingen die zich aandienen. Een Amerikaanse weblog over the teacher learning community heeft zeventien tekens dat je klaslokaal in de tijd is achtergebleven bijeengezet. Een mooie lijst om voor jezelf na te gaan, waar je wel en waar je nog niet geslaagd bent. En tegelijk ook om er kritisch naar te kijken. Want hoezeer ik de moderne technische mogelijkheden ook omarm, tot mijn allerlaatste les heb ik van bord en krijt en borstel gebruik gemaakt. En wat lees ik als teken drie:
3.)  You still have chalk.  Or a Dry Eraser.
So what!

De lijst:
1.)  Your students turn in their homework on printed paper…instead of digitally. 
2.)  For poster assignments, your students need glue, construction paper, and scissors… instead of using an online tool like Glogster.
3.)  You still have chalk.  Or a Dry Eraser.
4.)  You try to pull up a web resource on your computer to show the class and you receive a “This website has been blocked” message.
5.)  You cross your fingers every time you try to connect to the network to access the internet.
6.)  You don’t get interrupted by a cell phone ring, text message, or tweet alert at some point during the school year.
7.)  You spend most of your class time lecturing students… rather than getting them collaborating and learning from each other.
8.)  You have a set of Encyclopedias.
9.)   You consider using a PowerPoint presentation as satisfying the need to integrate technology in the classroom.
10.)  You create more content than your students do.
11.)  Your students aren’t teaching you something new (likely about technology) at least once a day.
12.)  You don’t have a classroom website or blog to post class information, homework assignments, and parent information online.
13.)  You don’t have a classroom set of computers, netbooks, ipads or other device for group work.
14.)  You don’t find at least one thing to call the IT department about every week. 
15.)  A student has never requested to complete a project using a new digital tool you’ve never heard of.
16.)  You’ve never used or heard of:  Collaborize Classroom, Prezi, Evernote, Glogster, MyFakeWall, Typewith.me, Storybird, JayCut, Wordle, or Tiki-Toci. 
17.)  You’ve never attended a FREE SimpleK12 webinar or joined the Teacher Learning Community.
Wie verder wil snuffelen op deze webstek of een commentaar wil plaatsen:
http://blog.simplek12.com/education/17-signs-your-classroom-is-behind-the-times/

Bloggende docenten 2

Bloggende docenten
In LIA 175 verwees ik maar een blogpost van Steve Wheeler, die zeven redenen aangaf waarom docenten zouden moeten bloggen.

Bart Hoogendijk reageerde daarop:
“Over bloggende docenten en het vak levensbeschouwing. Misschien niet expliciet gericht op de docent levensbeschouwing maar zeker wel verwant (bijvoorbeeld mijn 365-dagen-project over levensbeschouwing op straat): www.levensbeschouwingalskunst.nl.
Een playground op Facebook: www.facebook.com/levensbeschouwing
Youtubekanaal: www.youtube.com/levensbeschouwing
Twitter: @lb_als_kunst
Een levendige Linked-in groep lijkt wel iets voor de VDLG.
Materiaal delen gaat prima via de community levensbeschouwing op Kennisnet/Digischool, beheerd door Nick Zwart, die bovendien gekoppeld is aan Wikiwijs. Alleen de deelname is wat laag.”

Indrukwekkend
Wie de door Bart genoemde links natrekt vindt enkele opmerkelijke en interessante zaken. Laat dat even duidelijk zijn. In levensbeschouwing op straat laat hij via vooral foto’s zien dat levensbeschouwing overal te zien en te vinden is. Het idee om 365 dagen vol te maken met verwijzingen naar levensbeschouwelijke zaken is een vondst van jewelste.

Het kan zo een opdracht voor leerlingen worden: iedere leerling zorgt in de loop van het jaar voor een voor hem/haar treffende afbeelding, die opgeladen wordt naar een centrale plek binnen de elo of een buitenschools blog.

Het zou ook goed kunnen met de vraag om een levensbeschouwelijk motto, waardoor een reeks inspirerende teksten door leerlingen bijeengebracht een soort jaarkalender kunnen vormen. Op een blog of wiki gezet kunnen andere leerlingen er een reactie op plaatsen, een eigen reflectie.

Wat Bart aanstipt en zelf ook uitvoert (zie volgende bijdrage) is niet wat ik met bloggende docenten bedoeld heb. Het gaat niet om het uitwisselen van materialen e.d. Hoe belangrijk dat ook is, ervaring wijst uit, dat wat bij de ene docent werkt het bij de andere niet doet. Wat ik hoop is dat docenten levensbeschouwing professionals zijn die ook nadenken over het waarom en waartoe van hun vak, die zich vragen stellen bij hun eigen didactiek, die luisteren naar wat leerlingen over levensbeschouwing als verschijnsel en als vak te vertellen hebben.

Waar ik nog steeds voor pleit is een forum waar docenten hun licht laten schijnen over zaken die ze als docent levensbeschouwing hebben meegemaakt, overdacht, uitgeprobeerd. Niet de uitwisseling van materialen, maar de uitwisseling van reflecties eventueel over het gebruik van die materialen is daarbij voor mij primair. We lopen allemaal weleens met onze kop ergens tegenaan. Daarover schrijven en hopen dat anderen daar iets mee doen zou de docent en het vak goed doen, is mijn overtuiging. Ik heb een aantal uitgangspunten als docent levensbeschouwing: als ik die als bloggende docent zou uitschrijven en anderen reageren daarop, kan mijn horizon verruimd worden in plaats van dat ik me ingraaf voor een ordinaire stellingenoorlog.
Ik hoop dat het bestuur van de VDLG het eerder genoemde artikel nog eens ter hand zal nemen en zich buigt over de mogelijkheid om hier iets mee te doen.

Remind 101

Wie geen toegang tot een elo heeft of een andere manier om leerlingen collectief te benaderen en toch snel in contact wil komen met de leerlingen of ouders van een klas, kan mogelijk iets hebben aan de volgende dienst.
Ook mogelijk geschikt voor docenten die het gevoel hebben dat hun leerlingen slecht kijken op de berichten van de elo!
• Je tekent in bij remind101
• Je maakt een klas – dat kunnen de leerlingen zijn, maar ook de ouders van een klas, bijvoorbeeld als je ouder bent.
• Je krijgt te horen van het systeem nar welk nummer de betreffende mensen een sms met een bepaald bericht moeten sturen.
• Je geeft beide gegevens aan de mensen die het nodig hebben
• Als zij een bericht sturen komen ze op een lijst te staan die bij die code hoort.
• Je ziet wel de namen van de mensen, maar niet hun mobiele nummers, zij zien die van jou ook niet.
• Als je een bepaalde klas een bericht wil sturen, ga je naar de webstek, logt in, kiest de klas en stuur je een bericht, dat keurig ontvangen wordt door de betreffende leden van die groep.

Op dit moment is de dienst gratis en simpel te gebruiken.

Maak een DISC test

Het maken van allerlei soorten tests is een nationaal tijdverdrijf, lijkt het wel. Ik merk in ieder geval dat mijn leerlingen er echt eens voor gaan zitten als ik hen met een test confronteer, die hen wat meer inzicht in zichzelf kan geven. Sommige tests passen goed bij een bepaald thema, waardoor het later gemakkelijker voor de leerling is erover te reflecteren. Andere tests zijn aardig in de studieles, maar ook aan het eind van het jaar, als er nog wat tijd overgebleven is of de tijd om met iets nieuws te beginnen eigenlijk te krap is, kan een test uitkomst bieden.

De uitleg bij de DISC-test:
“Met deze DISC test kun je snel je persoonlijk profiel volgens het DISC model van Dr William Marston bepalen. Ontdek hoe de vier DISC gedragsstijlen Dominant, Invloed, Stabiel en Consciëntieus je houding jegens anderen en je dagelijkse gedrag voorspellen.

In het rapport van deze DISC test vind je een grafiek die jouw DISC profiel weergeeft plus een kernachtige typering van je persoonlijkheid. Ook vind je er uitgebreide uitleg over alle DISC factoren.

De DISC vragenlijst bestaat uit 25 blokjes van telkens vier stellingen. Invullen duurt vier tot vijf minuten.

DISC test instructie
Lees telkens alle stellingen in een blokje aandachtig
Kies vervolgens een stelling die je het meest bij jou vindt passen()
Lees dan de overige drie stellingen in hetzelfde blokje
Kies dan de stelling die je het minste bij jou vindt passen()
Per blokje van vier stellingen moet je dus een het meest bij jou passend en een het minst bij jou passend hebben gekozen.

Soms is het moeilijk om te kiezen. Maak dan toch je keuze zoals jij vindt dat het het beste bij je past. Er zijn geen goede of foute antwoorden in deze DISC test en voor alle blokjes moet je de keuzes maken.”

Als je de test gedaan hebt, krijg je op je mail de uitslag met uitleg toegezonden. Uiteraard heb ik de test zelf ook gemaakt en in de uitleg die erbij gegeven werd, kon ik heel wat trekken van mezelf herkennen.

De test is te vinden op http://www.123test.nl/disc-test/

Wikipedia op een andere manier

Iedereen maakt weleens gebruik van webstekken als wikipedia. Vooral leerlingen kunnen er ongegeneerd informatie plukken, die ze graag als zelf vergaard aan docenten willen presenteren. De toenemende mogelijkheden van internet leveren op dit terrein ook nieuwe experimenten op. Een goed voorbeeld daarvan is Qwiki. Wie een onderwerp in het Engels intypt, krijgt – indien aanwezig – een serie miniaturen naast elkaar te zien, een tekst erboven en een vrouwenstem die de tekst voorleest; ondertussen worden de miniaturen als grotere afbeeldingen getoond.

Behalve de informatie in beeld en geluid verschijnen er ook kadertjes met gerelateerde onderwerpen. Als je eerder gekozen onderwerp klaar is, verschijnen er ook deelaspecten van dat onderwerp. Ik tik ‘easter’ in en krijg de summiere informatie erover. daarna kan ik nog kiezen uit quattrodecimanism, passover, reform of the date of easter, chronology of Jesus, easter controversy, computus, resurrection of Jesus en Anno Domini.

Wie een eigen webstek of blog heeft, kan het onderwerp ook via een embedtag op de eigen site opnemen.

Wie voor een onderwerp eerst gebruikmaakt van de in LIA 168 aangeprezen wikimindmap en vervolgens de diverse mogelijkheden ook nog eens in qwiki opzoekt, krijgt een schat van informatie, voorzien van de nodige afbeeldingen. Wie leerlingen uit wil dagen om verder te gaan dan de oppervlakte heeft met deze webstek een goed gereedschap in handen.

Op nieuwe ideeën komen

Wie met een bepaald onderwerp aan de slag wil gaan, probeert zoveel mogelijk invalshoeken en aspecten te bedenken, alvorens de eerste zin op papier te zetten. Vroeger deden we dat op een kladblaadje, momenteel gebruiken we er een mindmap voor. Dat levert een aardig plaatje op van allerlei zaken die we in het oog moeten houden bij het aanpakken van ons onderwerp.

Nu is er ook een wikimindmap. Je kiest voor een van de wikipedia’s die we in velerlei talen hebben. Dus wij nemen de Nederlandse uitgave. In het zoektermenvak typen we ons onderwerp en enkele seconden later komt er een mooie lijst uit met allerlei termen die in de wikipedia aan dit onderwerp gekoppeld worden. Dat levert soms onvermoede en verrassende resultaten op, die je een heel andere kant op kunnen sturen dan je aanvankelijk gedacht hebt.

Behalve voor docenten lijkt het me ook te gebruiken door leerlingen in de tweede fase, die op zoek zijn naar een meer originele invalshoek bij het schrijven van een levensbeschouwelijk opstel of andere opdracht.
http://www.wikimindmap.org/

Kunnen we ook e-learning inzetten?

Aan internet zit – als alle verbindingen het goed doen – een fantastisch voordeel: je kunt er 7 dagen per week 24 uur per dag op terecht. Dat maakt het veel mensen mogelijk om op de meest vreemde tijden zaken te doen, informatie op te vragen, een formulier in te vullen en een cursus te volgen.

Wie op school over een elo beschikt en er voor zijn vak opdrachten op plaatst, ziet vaak aan de inlevertijden, dat leerlingen meestal geen ochtendwerkers, maar eerder late avondwerkers zijn, om nog maar niet te spreken van de nachtinleveraars. Als ik een deadline op 23.55 dinsdag zet, is er redelijk percentage, dat om 23.50 de gevraagde opdracht heeft opgeladen. Bij een opdracht die op papier moet worden ingeleverd bij de fysieke docente wordt de flexibiliteit al een stuk minder.

Waarschijnlijk komt vanuit die ervaring ook de vraag naar een e-learningmogelijkheid. Daarbij denk ik aan een module of onderdeel van een module, die op internet geplaatst wordt en waar de leerling op zijn eigen tijd aan kan werken en vervolgens ook kan inleveren.

Als leerlingen lesmateriaal op internet kunnen raadplegen, kan dat een voordeel zijn:
– Zieke leerlingen kunnen online -waar ze ook zijn – toch het materiaal inzien en opdrachten maken die ze dan via de elo kunnen inleveren;
– Leerlingen die een les missen door uitval van de docent kunnen de internetles thuis of in de mediatheek maken en door inleveren laten zien dat ze ermee bezig zijn geweest.
– Docenten die aan differentiatie willen doen, via het door ons geroemde gelaagde leerplan of in het kader van een leerarrangement bij een bepaald thema kunnen op deze manier een aantal mogelijkheden aanbieden, die niet in het boek te vinden zijn en waarvoor niet de kosten van drukken etc. gedragen hoeven te worden.
– Als de e-learning goed in elkaar steekt, kan een leerling die moeilijkheden met bepaalde zaken verwacht of heeft, nog eens goed oefenen met extra materiaal.

Een van onze projecten is ‘Surfen op de levenszee”. Het bevat 30 lessen, opgebouwd uit een verhaal rond zes leerlingen op een middelbare school gevolgd door informatie en diverse opdrachten rondom een thema. De bedoeling is eigenlijk dat een les in een lesuur kan worden genuttigd. Om te experimenteren met e-learning heb ik het eerste hoofdstuk omgezet in een e-learningmodule, die heel basaal is, maar de komende tijd probeer ik enkele andere lessen te maken.
Wie geïnteresseerd is, kan de e-learningmodule bekijken via de volgende link

Minder kopzorgen met Dropbox

Wie heeft het volgende nooit meegemaakt?
– Je hebt een bestand op je computer gemaakt voor de volgende les, maar vergeten het mee te nemen;
– Je hebt een bestand op je computer gewijzigd, maar vergeten het op je usb-stick te zetten, dus werk je nog met het ongewijzigde exemplaar;
– Je hebt een bestand nodig op je usb stick, maar die is zo klein dat je hem thuis hebt laten liggen;
– Je hebt op een schoolcomputer in een tussenuur een worddocument gemaakt, je werd door een collega gestoord met een uiteraard belangrijke vraag en een dag later weet je niet meer op welke computer het bestand is opgeslagen.

Als deze en soortgelijke ervaringen je onbekend zijn, hoef je eigenlijk niet verder te lezen, want dan heb je verder niks nodig. Maar het kan ook zijn, dat je in je sectie elkaar wilt helpen met uitgewerkte werkvormen, toetsen, extra materialen en die voortdurend naar elkaar mailt. Of je werkt samen met enkele andere collega’s in den lande en hebt beloofd relevant materiaal aan elkaar ter beschikking te stellen.

Dan is het misschien toch aardig om eens naar Drop Box te kijken.
Dropbox bestaat uit twee onderdelen: een programma dat je moet downloaden en een account op de dropboxservers. Ik heb twee computers thuis en een computer op school. Ik maak een dropbox account aan via internet. Ik download het programma op iedere computer die ik ervoor wil gebruiken en stel de daarmee gemaakte dropboxmap in op de dropbox account. Elke keer dat ik een bestand in een van de dropboxmappen plaats of een bestand naar de dropbox account op internet upload, zie ik het bestand zowel op de door mij gekozen computers als op het internet verschijnen.

Bestanden die ik voor school nodig heb, plaats ik in een dropboxmap. Zodra er toegang tot internet is, synchroniseert Dropbox de bestanden op de verschillende computers. Valt een computer tijdelijk uit, dan kan ik aan bestanden op de andere computer werken. Ben ik op school of elders, waar een internetverbinding is, dan kan ik via de dropbox account mijn dierbare bestanden openen en de leerlingen ermee lastig vallen.

Als ik met anderen samenwerk of anderen wil laten delen in mijn bestanden, dan kan ik via de share functie op internet mappen openzetten, niet voor de hele wereld, maar voor mensen die een e-mailbericht ontvangen hebben, dat mijn map over ‘levensbeschouwing’ met hen gedeeld wordt. Zij hebben dan via de hen toegezonden link toegang tot de gedeelde bestanden, die ze kunnen openen, wijzigen en verwijderen. Als eigenaar van de account kan ik te allen tijde de uitnodiging voor de gedeelde bestanden intrekken.

Mensen die in een sectie of werkverband samenwerken en bestanden willen delen, zouden een aparte Dropbox account kunnen openen, waar alleen de relevante bestanden in staan en via het downloaden van het Dropbox programma, dat verwijst naar de account heeft iedereen dezelfde mogelijkheden. Is het verband niet meer nodig, dan kan de dropbox account ook opgeheven worden.

Dropbox is gratis tot 2 gigabite. Wie meer wil aan ruimte of extra mogelijkheden, moet gaan betalen. Wie een account wil openen, dan dat via de volgende link.

Werken met een digitale tijdlijn

Docenten houden er vaak van zaken in een chronologische volgorde te zetten. Dat kun je doen met jaartallen, met gebeurtenissen, met biografische gegevens en zo meer.

Docenten laten die tijdlijn vaak door leerlingen maken. Dat gebeurt dan met papier en potlood of pen; het gebeurt soms op de computer en nu kan het ook voor niets op het internet.
Op de webstek Preceden kun je mooie en duidelijke tijdslijnen maken.

Je schrijft je in en kunt aan de slag. De tijdlijn die je maakt, kan allerlei gebeurtenissen bevatten, bijvoorbeeld een biografie. Bij het invullen van de gebeurtenis kun je de nodige extra informatie meegeven, die getoond wordt als je met de cursor over de gebeurtenis gaat. Een docent kan daarmee leerlingen verplichten meer informatie te geven dan een datum en een gebeurtenis, maar ook een kort verslag, de belangrijkste hoofdpersonen e.d.

Om de zaak niet te ingewikkeld te maken kun je lagen toepassen. Bij een biografie bijvoorbeeld: een laag voor de relaties, woonplaatsen, schoolleven, hobbies in de loop der jaren, etc.
In het onderwijs zou je leerlingen enkele tijdlijnen naast elkaar kunnen laten maken, bijvoorbeeld gebeurtenissen in de geschiedenis van jodendom, christendom en islam naast elkaar.

In eerste instantie zijn de tijdlijnen privé, maar ze kunnen ook publiek gemaakt worden of beperkt worden met een wachtwoord, dat aan een bepaalde groep mensen is meegedeeld.

Wie ermee gaat werken en zijn tijdlijnen publiek maakt, vraag ik vriendelijk die door te geven, zodat we collegae ook levensbeschouwelijke tijdlijnen kunnen laten zien.

Je vindt de webstek hier.