Categoriearchief: e-learning

Prezi – een interessant presentatiemedium

Prezi is een nieuwe manier om presentaties te maken. Je maakt ze in eerste instantie op internet en later kun je je bestand downloaden en als flash afspelen. Je kunt eventueel ook de prezi-presentatie embedden in je website, zoals met onderstaande prezi gedaan is.
Op de website http://prezi.com vind je enkele korte filmpjes, die snel duidelijk maken wat je met Prezi kunt doen. Interessant is de snelheid waarmee je een aantal zaken op het scherm kunt zetten, er een pad in aan kunt brengen, zodat de presentatie zich volgens het door jou gegeven pad afspeelt. Illustraties en dergelijke zijn ook toe te voegen en het geheel geeft een lekker dynamisch effect.

Het gaat anders dan bij Powerpoint, je werkt in Prezi meer intuitief en creatief; het maken van enkele eigen presentaties kan je snel over de streep trekken.

Een aardige bijkomstigheid is, dat er een gratis versie is, die een aantal beperkingen heeft. Maar voor mensen in het onderwijs bestaat te mogelijkheid door aan te geven welk schoolmaildres je hebt en wat de url van de schoolwebsite is om een betere versie te bemachtigen, die meer werkruimte geeft, maar ook de mogelijkheid om de presentatie te downloaden zodat je die ook offline kunt gebruiken. In de gewone gratis versie moet je alles via de internetverbinding doen, want de mogelijkheid tot downloaden is dan niet aanwezig.

De prezi die ik zelf gemaakt hebt, was bedoeld om een V5 klas te laten zien, wat het alternatieve model van ‘Your money or your life’ inhoudt en waarom dat model niet gaat over simpel boekhouden en zuinig zijn met je geld, maar in feite een door-en-door levensbeschouwelijk verhaal is. Het materiaal zelf staat in Te Denken Geven 5V, hoofdstuk 7.

Waardeprofielen

In TDG5V hebben we de lessen opgenomen die Pim de Haas aan zijn leerlingen gegeven heeft aan de hand van de zogenaamde waardeprofielen. We hebben daar zeer zinvol twee lesblokken mee gevuld en een afsluitende opdracht van gemaakt, die veel leerlingen uitgebreid gemaakt hebben.

1. De leerlingen komen naar de les met een uitdraai van de youngmentalitytest, die ze thuis gemaakt hebben.

2. Leerlingen met hetzelfde waardeprofiel gaan in groepjes van maximaal vier bijeenzitten en werken samen tijdens die les enkele groepsopdrachten uit. Een leerling notuleert en levert het versla gaan het eind bij de docent in. De docent maakt kopieen voor de andere groepsleden. Die kunnen ze gebruiken bij de persoonlijke uitwerking voor het portfolio.

3. De tweede les zoeken leerlingen van verschillende waardeprofielen elkaar op en zetten een interviewsessie in gang. Halverwege de les gaat ieder op zoek naar een nieuwe gesprekspartner.

4. Ijn mijn V5b en V5a kwam ik de volgende waardeprofielen tegen:
– honkvaste gemakzoekers 4 , –
– enthousiaste verkenners 6 , 2
– sociale aanpassers 4 , 4
– erkenningzoekers 1 , 2
– extraverte statuszoekers 3 , 15
– eigenzinnige idealisten 3 , 2

Je ziet dat de uitkomsten je kunnen verrassen. Soms zijn er waardeprofielen waar een of twee leerlingen aan voldoen. In V5a bleken er niet minder dan 15 extraverte statuszoekers te zijn.
Voor de eerste les kan dat betekenen dat het niet mogelijk is mensen met hetzelfde waardeprofiel bij elkaar te zetten; je laat dan de eenlingen met elkaar werken. In het geval van een halve klas die hetzelfde waardeprofiel heeft wordt het weer een stuk moeilijker de tweede les een interview met een ander waardeprofiel te houden.

Mijn ervaring is dat leerlingen zeer geanimeerd en gemotiveerd de ene les met gelijkgestemden, de tweede les met andersdenkenden aan de slag gaan.

De slotopdracht, in te leveren via de elo en persoonlijk te maken kwam op het volgende neer:
– Welke volgorde hebben jullie gegeven als groep aan de 10 waarden die in het boek staan? Graag uitleg over waar jij moeite mee had.
– Hoe is jullie beeld van een ideale wereld als groep, minimaal 8 aspecten opnemen.
– In hoeverre herken je jezelf in het ontvangen waardeprofiel?
– Welk profiel van de 6 gegeven profielen past het minst bij jou en waarom?
– de twee interviews met de medeleerlingen uit les 2

In het algemeen leverden de leerlingen de nodige pagina’s tekst in, waarin ze serieus ingingen op hetgeen zij al dan niet met de waardeprofielen hadden. In elk klas waren er wel enkele leerlingen die vonden dat ze zich voor geen meter in het aangereikte waardeprofiel herkenden; anderen waren verbaasd dat het zo goed paste. Veelvuldig kwam ook naar voren dat mensen met hetzelfde waardeprofiel toch behoorlijk konden verschillen in de ordening van de 10 waarden. Bijvoorbeeld: “veel vrienden hebben” werd vaak onder vuur genomen, omdat men van mening was dat niet het aantal vrienden telde maar de kwaliteit ervan.

Een verdere verdieping zou in een derde les gegeven kunnen worden door de waardevolgordes van de verschillende groepen naast elkaar te projecteren met de beamer en bekijken wat voor gevolgen de verschillende waardeprofielen hebben voor de volgorde van de waarden. Daarnaast zouden de vragen en opmerkingen die bij leerlingen opgekomen zijn tijdens de gesprekken en interviews ook aan de orde kunnen komen.

Collega’s op het net Jurgen Marechal

Het gaat langzaam maar gestaag vooruit. Er komen steeds meer docenten levensbeschouwing die er lol in hebben een eigen versie van een webstek te maken en die te vullen met materialen dat voor leerlingen snel en centraal toegankelijk is.

Mijn laatste vondst is de webstek van Jurgen Marechal, die de toepasselijk naam heeft gekregen van http://jurgenmarechal.nl. Het is een kleurrijke stek, die een duidelijke navigatiekolom aan de linkerkant heeft, waarmee men naar de verschillende onderdelen kan surfen. Je treft er de hoofdthema’s levensbeschouwing, studies, alfred rosenberg, archief, media en links aan.
De link: levensbeschouwing >lesmateriaal opent een pagina met een aantal artikelen van de webstekmaker, maar ook lesbrieven over concrete onderwerpen.
Bij de links wordt je meteen naar de betreffende webstek doorgestuurd: je vindt er diverse startpagina’s die voor ons vak van belang kunnen zijn, waar leerlingen met enige moeite materiaal kunnen vinden. Marechal heeft ook de links naar Facebook, Twitter en Hyves opgenomen, zodat anderen meteen kunnen zien waarmee hij bezig is.
Een aparte vermelding verdient de link naar het youtubekanaal, waar Jurgen enkele filmpjes heeft opgenomen, waarin men snel – in zo’n drie minuten – beelden en info over Jezus, christendom of de islam kan bekijken.
Een mooi initiatief, dat me maar met een vraag laat zitten: waarom is er een apart thema gewijd aan Alfred Rosenberg?

Facebook en onderwijs

Op 9 november 2009 meldde ik me aan voor een Facebook account. Een van de redenen is dat ik op gezette tijden mail van mensen kreeg die vroegen of zij mij als vriend op Facebook mochten beschouwen. Facebook is een van de grootste sites, waar sociaal genetwerkt kan worden. Via mijn mail merk ik ook dat Hyves met name door mijn leerlingen gebruikt wordt, een reden om me daar niet aan te melden. Een dag verder op Facebook en ik heb ineens een dikke 70 vrienden, die overal vandaan komen, collega’s docenten levensbeschouwing, oud-leerlingen van mijn school en anderen die via mijn gmail een uitnodiging hebben gekregen. Bij de nieuwe vrienden die je krijgt kom je vaak ook weer namen tegen van mensen die ineens een lichtje bij je doen branden en vervolgens zoek je contact. Het is of je een steen in de vijver gooit en steeds grotere kringen te zien krijgt.

Bezig onder andere met een tekst voor het jubileumboek ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van onze school ben ik via een schoolsite ook een aantal oud-leerlingen tegengekomen, soms uit de eerste jaren van mijn lerarenloopbaan. Enkele vragen stuurde ik hen en het is verbazingwekkend hoeveel mensen uitgebreid reageren en met hun verhaal je eigen geheugen weer eens opfrissen. Als docent ben je lichtjes gehandicapt, omdat je je hele loopbaan vooral met kinderen van 12 tot 18 te maken hebt. Dat kan je op een bepaald moment een beeld van de werkelijkheid geven, waarin jongeren er bekaaider van af komen dan eigenlijk noodzakelijk is.

Wie op reünies en via Facebook en andere sociale netwerken oud-leerlingen tegenkomt, krijgt dan een ander beeld van de werkelijkheid. Allerlei kinderen voor wie we ons hart vastgehouden hebben, blijken het in het volwassen leven uitstekend te doen en sommigen die ons aller vertrouwen kregen, varen in zwaar weer. Een reden te meer om contacten te houden met de mensen die gedurende enkele jeugdjaren aan je zorgen waren toevertrouwd.

De onderwijsvernieuwers in binnen- en buitenland propageren om allerlei reden en ook het gebruik van de sociale netwerken voor onderwijsdoeleinden. Ik ben er te weinig mee bezig geweest om er al een oordeel over te kunnen geven. Ik heb wel enkele plekken gevonden waar over sociale media en onderwijs wordt gesproken. Die staan aan het eind van deze bijdrage.

Maar misschien zijn er onder de collegae wel enkelen die langer dan ondergetekende bezig zijn met sociale media en onderwijs en over hun ervaringen het een en ander kunnen vertellen. Ik ben zeer nieuwsgierig.

LInks:
http://c4lpt.co.uk/handbook/examples.html
http://www.collegedegree.com/library/college-life/15-facebook-apps-perfect-for-online-education

Goedgelovig, een mooi spel

De Ikonwebstek voor jongeren die te vinden is op www.krux.nl heeft een interessant en speelbaar spel ontwikkeld.
“Weet jij feilloos de gebruiken tussen de religies te onderscheiden?
Het goedgelovig spel laat tien vragen voorbijkomen waarbij je moet raden in welke religie het voorkomt. Het spel kan gespeeld worden met minimaal twee en maximaal vijf religies. Uit een database van 125 vragen, worden willekeurig tien vragen gekozen. Na afloop verschijnt automatisch het behaalde resultaat met een overzicht van de vragen die goed en fout beantwoord zijn. Per vraag kun je een link volgen naar meer informatie over het onderwerp. Indien aanwezig kun je tevens een aflevering bekijken over het thema op uitzending gemist. Veel succes!” staat te lezen op de website.

Het spel kan hieronder gespeeld worden.

Leven zonder ELO

Het lijkt me in de 21e eeuw bijna ondenkbaar, dat er scholen zijn zonder ELO, maar je weet nooit. En zelfs als er een is, heb je soms zoveel te stellen met de software e.d., dat je eigenlijk een alternatief zou willen hebben.

Een mogelijkheid biedt eduset: ” an online classroom communication tool designed to make teachers’ lives easier’, zegt de webstek. Eduset biedt de mogelijkheid om een klas te maken, de e-mails van de leerlingen erin op te nemen, de leerlingen uit te nodigen om deel te nemen en hen de mogelijkheid te bieden commentaar te leveren op allerlei zaken die in de klasruimte zijn opgenomen.

Je plaatst er je opdrachten, voegt er een pdf-bestand van zaken die met de opdracht te maken hebben aan toe, maar ook zijn video’s en afbeeldingen evenals links te plaatsen. Zo zijn leerlingen altijd op de hoogte van de laatste opdrachten en kan de docent zijn materialen die belangrijk zijn altijd aanpassen, weghalen of verfijnen.

De leerlingen hebben de mogelijkheid te reageren op vragen die de docent stelt bij bijvoorbeeld een video en doordat de leerlingen hun commentaren op een plek plaatsen, kunnen ze ook zien wat anderen geschreven hebben en daarop reageren. Het kan de interactiviteit in de klas zeker bevorderen.

Alleen leerlingen die uitgenodigd zijn kunnen hun klaspagina zien en de docent bepaalt tot welk niveau zij deelnemen. Het is de docent die controle uitoefent, niemand anders.

Voor docenten die naar zo iets zoeken is een gratis test met een klas de moeite van het proberen waard. Je vindt de online klas hier

Bijspijkeren voor de tweede fase

Iedere docent komt aan het begin van het schooljaar leerlingen tegen, die van een andere school komen en vaak geen of een heel andere vorm van levensbeschouwing gehad hebben. Dat maakt het voor die leerlingen moeilijker om meteen op hetzelfde niveau als de eigen leerlingen mee te draaien. Meermalen ben ik tegengekomen dat een leerling enkele maanden nodig had om de typische eigenaardigheden van een vak dat zhij nooit gehad heeft te leren kennen. Het duur dan wel enige tijd voor iemand de levensbeschouwelijke bril heef leren opzetten.

Een mogelijkheid is om dit te accepteren en de leerling de tijd te gunnen. Maar met de korte tijd die je voor levensbeschouwing hebt, lijkt me dat geen goede strategie. Een tweede mogelijkheid is om een inhaalprogramma te ontwikkelen dat de leerling moet volgen en waarover zhij ook een toets moet maken. Nog idealer is het om een webgebaseerde inhaalmodule te hebben die de leerling in zijn eigen tempo en op eigen gekozen tijd kan volgen en waarover bijvoorbeeld drie weken later een toets gemaakt moet worden. Slaagt de leerling er niet in om die voldoende te maken, dan kan zhij terugverwezen worden naar de inhaalmodule om ervoor te zorgen dat het de volgende keer wel voldoende zal zijn.

In het verleden heb ik al eens aandacht besteed aan de simpele, maar krachtige e-learningmodulemaker EXE, waarmee dit soort zaken te realiseren zijn. Afgelopen jaar heb ik zelf de stoute schoenen aangetrokken en een poging gewaagd om het levensbeschouwelijke materiaal van ons curriculum in klas 1-3 uit te leggen via een EXE-module.

De module is geplaatst in onze moodle-webstek en toegankelijk voor wie zich heeft aangemeld als docent en inlogmogelijkheid heeft gekregen.
LIA 136 3-9-2009, gewijzigd op 25-3-2013

Samenwerkend leren met een wiki

Samenwerkend leren noemen we het. Het is soms aan te bevelen, vaak niet, denk ik soms. Een manier van samenwerkend leren heb ik gevonden in de vorm van een wiki. Ik neem het voorbeeld van de fascisme-wiki op onze webstek: http://www.uitgeverijwvdoever.nl/index.php/fascisme.
• Ik heb een overzichtsartikel gemaakt waarin de door mij gewenste onderdelen globaal beschreven worden. Je kunt ook ergens anders een artikel lenen.
• De themata die ik bestudeerd wil hebben heb ik klikbaar gemaakt. Ze verschijnen dan blauw in de tekst.
• Iedere leerling of groepje leerlingen krijgen een onderwerp toegewezen, met de opdracht het onderwerp in de tekst aan te klikken. Er verschijnt de mogelijkheid om een nieuwe pagina aan te maken. De pagina krijgt de naam van het onderwerp.
• De bedoeling is dat de leerlingen hun onderwerp zo goed mogelijk invullen, er komt in feite een achtergrondartikel over. Ze krijgen van mij per onderwerp enkele relevante, door mij gecontroleerde en goed gevonden urls, zodat de ruis van verkeerde sites in ieder geval vermeden kan worden. Ze mogen andere sites bezoeken, maar van alle informatie geven ze aan waar die vandaan komt.
• Als de opdracht klaar is, waar ze meestal enkele weken zelfstandige tijd buiten de lessen voor krijgen, zijn er voor de docent verschillende mogelijkheden:
– zhij leest de verschillende achtergrondartikelen en geeft er een beoordeling over.
– Zhij formuleert een aantal vragen door de verschillende onderwerpen heen die de leerlingen moeten gaan beantwoorden. Na bespreking ervan kunnen de vragen en antwoorden onderwerp van toets of test zijn, aangezien iedereen dezelfde informatie heeft gekregen.
– Zhij geeft andere groepen de opdracht naar fouten en moeilijke onbegrijpelijke zaken in de teksten van een ander te zoeken en die naar voren te brengen. Die fouten worden verbeterd.
– Zhij heeft de fouten zelf vastgesteld, ook aangegeven en soms zelfs veroorzaakt door enkele wijzigingen aan te brengen en geeft de opdracht aan de schrijvers ervan de zaken correct te maken.
– Zhj geeft alle leerlingen de opdracht hun tekst presentabel te maken, zodat een volgende les iedere groep een verhaal kan houden, wanneer de docent hem/haar/hen voor de klas roept.
LIA 132 10-6-2009

Leerlingen houden ervan een poster te maken. Het is een terugkerend verschijnsel: iedereen begint zuchtend en kletsend de tijdschriften door te werken, scheurt of knipt en zegt voortdurend niets te kunnen vinden. Gaandeweg concentreren de leerlingen zich en helpen elkaar met plaatjes en teksten. Tegen de tijd dat iedereen aan het laatste stadium bezig is, het schuiven en plakken van de gevonden materialen zie je rode wangen, fronsende wenkbrauwen, tong tussen de tanden en zweet op het voorhoofd.
Tegelijk is het een logistieke puinhoop. Als je een uur in een bepaald lokaal zit en je laat daar een poster/collage maken, dan weet je dat je een vette bezem nodig hebt om aan het eind van de les de zaak weer in orde te krijgen voor de collega, die na jou in het lokaal zit en niet bereid is om tussen de papiersnippers les te geven. Lijmlucht en inktafgevende periodieken gaan hand in hand.
Er is nu een alternatief. Op de website www.glogster.com/edu is het mogelijk een klasaccount te maken en leerlingen daar een eigen glog ofwel digitale poster te laten maken. De leerling kan gebruikmaken van eigen en bestaand materiaal, als het maar digitaal is. Er kan met geluid en video gewerkt worden. Het is een manier om leerlingen aan het werk te zetten om te laten zien hoe ze visueel een presentatie kunnen maken. Het is totaal anders dan powerpoint, veel creatiever en er komen ook veel mooiere dingen uit.

Een handleiding om met de edu-versie te werken: http://docs.google.com/Doc?id=dgqwv5cr_127g7nqc8fm

Enkele voorbeelden van mensen die ermee gewerkt hebben, zelf onderwijsmensen.
http://bdyck.glogster.com/Assignment-Sheets-1
http://edel335.glogster.com/Ana-and-Pam

Brenda Dyck wijdt er in haar blog een heel en positief artikel aan met links:
http://www.education-world.com/a_tech/columnists/dyck/dyck037.shtml
LIA 131 4-6-2009

Toetsen en internet

Collega Marc Engel reageerde op de bijdragen met betrekking tot de tests op internet in LIA 122 en 123. Marc heeft een drietal opmerkingen met betrekking tot toetsen levensbeschouwing via internet. Hij geeft collega’s die niet zo sterk zijn in internetgebruik wel enkele mooie mogelijkheden.

“1. Wij gebruiken bij ons op school het programma Wintoets 3.1 voor digitale testen. In de bovenbouw werken we daar al zo’n 6 of 7 jaar mee en op zich gaat het maken en beheren van testen prima. In de 4 testweken die we hebben wordt steevast het computerlokaal ingeroosterd. Klas 4 doet veelal meerkeuzetesten, v5 voornamelijk testen met open vragen. Wintoets is als programma eenvoudig te leren en heeft een vracht aan vraagtypes waar je akelig van wordt. Multimediale en andere bronnen vormen alleen maar een probleem omdat de verbindingen naar het netwerk soms niet zo soepel lopen, vanwege de verouderde infrastuctuur. Helaas is dat nog geen ideale vorm, want pas met versie 4 zal het mogelijk zijn om testen via internet af te nemen. Tekst op de website van de rode planeet : “Met WinToets 4.0 WEB kunt u online toetsen maken, online afnemen en online de uitslagen analyseren. Met naadloze import en export uit en naar WinToets 3.1 PRO.” Afwachten, dus, tot OMO eindelijk eens een complete licentie aankoopt voor die nieuwe versie voor alle scholen. Ikzelf vraag er al meer dan een jaar naar, maar onze systeembeheerder is niet zo scheutig met informatie en op ICT gebied gaat het bij ons op school maar langzaam. Maar misschien vertel ik je met dit eerste punt niets nieuws…..

2. Ik heb ongeveer 2 jaar geleden het programma InspireData (samen met Inspiration, handig voor visualisering en mind-mapping) gekocht via www.visiria.nl (zie ook www.inspiration.com) aangeschaft. (via slimdirect.nl kost dat nog geen 40 euro) Dat InspireData geeft leerlingen – maar natuurlijk ook de docent – de mogelijkheid om snel meer greep te krijgen op grote reeksen gegevens. Niet zo uitgebreid als Excel, maar wel veel makkelijker om te gebruiken. De grafische weergaven passen zich daarbij snel aan als er andere data worden geselecteerd. Kortom analyse is makkelijker. Enfin, volg dat op hun site maar eens. Sinds begin dit jaar is versie 1.5 beschikbaar en kan men werken in combinatie met een website. In principe is dat meer bedoeld voor enquetes en minder voor testen, maar ik zie niet zoveel verschil met de websites die jij noemt. Heb je eenmaal locaal een database ingericht en de enquetevragen geformuleerd, dan kun je die direct vanuit het programma publiceren op http://esurvey.inspiredata.com/ . Daarbij krijg je een nummer op, dat je aan je leerlingen geeft. Die gaan dan naar http://esurvey.inspiredata.com/ en vullen de enquetevragen in. Samen met dat nummer krijg je als maker nog een code op, die je de kans biedt om de resultaten tussentijds in te zien of uiteindelijk om de enquete te stoppen. Ter oriëntatie heb ik een enquete over een test beschikbaar voor je, zodat je kunt kijken of dit iets is, dat je zou bevallen. Het nummer dat je moet invullen is: 891975 Kijk ook eens op http://www.inspiredata.nl/ , een site van visiria, de nederlandse licentiehouder.

3. Sinds januari van dit jaar heb ik experimenteel gewerkt met Google docs&spreadsheets, inmiddels hernoemd tot Google Apps. Dat is een initiatief dat véél verder gaat hoor, dan testen afnemen via internet, dat vooraf. Maar het biedt wel die optie. Ik weet niet of je met Google Apps bekend bent, maar voor Educatieve instellingen is er een gratis versie beschikbaar. (de Open Universiteit bv is ertoe overgegaan om haar 22000 studenten ermee te laten werken, en in de States zijn er veel meer instellingen gebruik van gaan maken) In feite heb je een soort Office-set van applicaties ter beschikking (zoals ook zoho.com die een biedt). Je kunt met jouw eigen gmail adres ook google apps aanvragen en je start dan met een standaard account, waar je al 200 gebruikers in kunt toevoegen. Ik kwam vorig schooljaar zover dat ik gratis 2000 accounts mocht aanmaken, dus ruimschoots voldoende voor al mijn leerlingen. Enkel de domeinnaam (www.levensbeschouwing.org) kostte me (bij de toenmalige stand van de dollar) € 6,83. Aangezien ik mijn leerlingen graag wil laten samenwerken heb ik die Web 2.0 ontwikkeling gezien als een nieuwe kans. Op basis van hun email account binnen de website kunnen zij werken met een tekstverwerker, spreadsheets en presentaties, zonder behoefte aan programma’s op de eigen computer. Hun email postvak is rond de 7 Gb groot en op de gehele website kun je als beheerder de reclames uitzetten. Sinds enige maanden is er een nieuwe functie bij: sites. Met deze educatieve Google Apps kun je ook veel meer doen met ‘beheer op afstand’, bv het aanmaken en up to date houden van accounts van leerlingen. Samen met een vriend ben ik daar momenteel veel mee bezig. We willen natuurlijk proberen via de gegevens uit de schooladministratie de accounts voor leerlingen en docenten bij te houden en ook mailing lijsten automatisch te genereren, zodat het administratieve onderhoud zo min mogelijk tijd en moeite kost. De OMO scholen gaan binnenkort werken met Magister als schooladministratiepakket. We willen bereiken, dat van daaruit het beheer naar de Google Apps accounts mogelijk is. Verder heb ik ook – na dat experiment met levensbeschouwing.org – gekozen voor een aan de schoolnaam gerelateerd domein www.eckartnet.nl Als je wat wilt kennismaken met de mogelijkheden ga dan eens naar http://sites.google.com/a/eckartnet.nl/kennismaken/ waar ik voor onze leerlingen een aantal kennismakingsopdrachten heb gemaakt. Klikken op opdrachten zal voor jou geen gevolg hebben, overigens, bij gebrek aan een account. …. Enfin, dit Google Apps staat misschien nog in de kinderschoenen, maar ik vind de ontwikkelingen razendsnel gaan. Ik heb je er nog niet eens alles van verteld. Het was ook de bedoeling om te reageren op jouw LIA – verhalen over testen…. dus…. : Je kunt via de spreadsheet formulieren maken, die als enquete of als test worden ingevuld door leerlingen. Het voordeel is daarbij, dat jij als docent eigenaar blijft van het document. Niet – zoals bij de websites die jij beschrijft – Ben je er klaar mee, dan zorg je er eenvoudig voor dat niemand er nog bij kan. Enfin, misschien is ook dit een verdere studie waard voor docenten, die testen willen afnemen via websites. Zoals gezegd, het gaat veel verder dan alleen testen. Ik heb zojuist in mijn lokaal een smartboard gekregen en denk er hard over om alle ‘content’ voor het vak levensbeschouwing online te zetten, de boeken af te schaffen en met behulp van ‘thin clients’ de leerlingen aan de gang te zetten met hun opdrachten. Dat is overigens nog wel toekomstmuziek, aangezien hierbij de steun van de schoolleiding wel zeer gewenst is, dat snap je.”

Marc Engel

Don Mclean over Vincent

Op zoek naar een youtubefilmje over Vincent van Gogh kwam ik een clip tegen, waarin de tekst van Don Mcleans ‘Vincent’, wat over van Gogh gaat, door een aantal schilderijen van de meester zelf geïllustreerd werd. De tekst werd verduidelijkt door de schilderijen die eraan gekoppeld werden en waaruit ook het gefolterde leven van Vincent bleek. In minder dan vijf minuten komt de hele belevingswereld van Vincent naar voren. Zowel de tekst als de beelden hebben een duidelijke levensbeschouwelijke kern, die het bespreken ervan in een les over levensbeschouwing en cultuur de moeite waard maakt.

Andere testwebstek

In LIA 121 en 122 heb ik aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van de eGamesGenerator als mogelijkheid om tests en toetsen te maken. De affuenzatest heb ik gemaakt in een ander programma dat beschikbaar is via http://www.mystudiyo.com

Het verschil met de eGamesGenenator is dat mystudiyo slechts 1 vorm van quiz levert, namelijk de multiple choice vorm. Daarnaast kan een mystudiyoquiz multimediamateriaal bevatten, zoals foto’s, geluid en filmpjes. Het uiterlijk, de skin van de quiz, is ook gevarieerder dan bij de eGamesGenerator. Wat wel lastig is, is dat tests niet gedownload kunnen worden zoals bij eGamesGenerator, maar ingebed worden via een code in je eigen website. Als mystudiyo verdwijnt, ben je ook je quizzen kwijt.

Maar verder is het zonder meer het proberen waard.

Affluenzatest

Jaren geleden heb ik me gewaagd aan een lessenserie over levensbeschouwing en economie onder de titel “Je geld of je leven”. Ik heb het ook enkele malen gegeven totdat de ruimte ervoor binnen het programma te krap werd. Wat me toen wel opviel is dat leerlingen bij dit thema de grootst mogelijke moeite hebben om buiten het gangbare systeem te denken. Binnen de themata van de tweede fase leggen we de leerlingen uit:

* In elke cultuur is er sprake van een dominant perspectief. Wat is dat t.a.v. dit thema?
* Zijn er alternatieven denkbaar, die je in plaats van het dominante denken kunt plaatsen?
* Wat is na zorgvuldige afweging van beide mogelijkheden voor mij het beste?

Het kan in de lessen levensbeschouwing niet de bedoeling zijn de leerlingen voor te houden welk perspectief het beste is. Het gaat erom bij beide perspectieven vragen te stellen die het mogelijk maken later een verantwoordere keuze voor een van beide te maken. Als ze aan het eind van de lessen voor het dominante perspectief kiezen, hebben ze het in ieder geval bewust gedaan. En daar is dan veel mee gewonnen.

Omdat de lessentabel van het vwo bijgesteld is, voor de eerste keer in vele jaren naar boven: van 120 naar 160 uur, komt er ruimte vrij om dit thema weer op de agenda te plaatsen. Al experimenterend met verschillende werkvormen heb ik een affluenzatest gemaakt. Het gaat om 15 uitspraken die over omgaan met geld en goed gaan, waarvan de antwoorden een bepaald punt opleveren en aan het eind weet de leerling of zhij licht of juist zeer zwaar met het affluenzavirus besmet is.


De vragen 1 t/m 9 en 15 leveren 20 punten voor JA, voor NEE 10 punten.
De vragen 10 t/m 14 leveren voor Ja 0 punten, voor NEE 20 punten op.

Uitslag:
100-150 punten: je bent redelijk ongevoelig voor het affluenza virus.
160-220 punten: je loopt serieus gevaar, tenminste 2 aspirines nemen.
230 – 300: je moet alle creditkaarten doorknippen en snel naar de dokter gaan.

De test is ook klassikaal te maken door de test via de beamer te projecteren en de leerlingen na elke uitspraak zelf een plusje of minnetje te laten schrijven. Daarna krijgen ze de puntentelling en noteren de uitkomst, die vervolgens door iedereen voorgelezen wordt.

Andere egames

Gestimuleerd door het succes van de hedonismetest heb ik voor andere klassen die met TDG-materiaal werken ook enkele eGames uitgewerkt.

In de brugklas denken we na over de vragen die het vak levensbeschouwing met name aan de orde stelt, de levensvragen. Voor veel leerlingen soms een hele klus. Behalve de oefening in het boek hebben we ook een eGame met 40 vragen, die telkens in een test van 20 vragen aan de orde komen. Zo komen de leerlingen niet altijd dezelfde vragen tegen als ze de test bijvoorbeeld twee keer willen maken. Voor de leerlingen die met TDG1-onderbouw werken is de link te vinden op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/levensvragen.html

Verderop in TDG1-onderbouw vinden we een overzicht voor de leerlingen van de manieren waarop levensbeschouwingen onderverdeeld kunnen worden: georganiseerd – niet georganiseerd en godsdienstig-niet godsdienstig en de combinaties daarvan. De leerlingen kunnen hun kennis van zaken testen via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/soorten_levensbeschouwingen.html

Binnen het geheel van de inhoudsdimensies, dat ook in TDG1-onderbouw aan de orde komt hebben we natuurlijk ook de rituele dimensie. Het is voor leerlingen soms best moeilijk om teken, symbool, symbolische handeling, gewoonte en rite uit elkaar te houden. Om dat te oefenen en later na te bespreken kunnen ze surfen naar http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/rituele_dimensie.html

In de derde klas hebben we een aantal hoofdstukken over ethiek in TDG3-onderbouw. Daarin komt allereerst naar voren dat het globale onderscheid tussen levensvragen en zakelijke vragen verder verfijnd wordt naar levensbeschouwelijke, ethische en zakelijke vragen. Om dat te oefenen gaan de leerlingen naar http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/soorten_vragen.html.

Een ander belangrijk aspect van de ethische analyse zijn de waarden. Leerlingen moeten begrijpen dat voor mensen in verschillende situaties andere waarden gelden. Een test om dat na te gaan vinden de leerlingen op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/waarden.html.

We werken in onze lessen over ethiek in de derde klas met het ethische model van Situatie-analyse + Waardebepaling –>Normen aangeven. Groot probleem voor leerlingen is de situatie-analyse, waarin alleen maar zakelijke vragen en niets anders gesteld mogen worden. We testen de leerlingen op hun vaardigheid om te weten welke vragen ze wel en niet in die situatie-analyse mogen stellen via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/situatie-vragen.html

Web2 in het onderwijs

Mijn pleidooi voor het gebruik van wiki’s en andere zogenaamde web2 elementen in het onderwijs wordt prachtig ondersteund door een werkstuk van de Belgische studient Sander Barrevoet, die er een bruikbare wiki over ontwikkeld heeft en een eindwerkstuk met praktische voorbeelden, dat via de wiki gedownload kan worden. Wie in de vakantie op zijn gemak de mogelijkheden van web2 wil bestuderen, kan dat via http://web2inhetonderwijs.wikispaces.com/