Categoriearchief: levensbeschouwing

Is er leven na de geboorte?

Via een Italiaanse vriend van mijn zoon kreeg ik de volgende link toegestuurd: http://cogitoetvolo.it/tu-credi-nella-vita-dopo-il-parto/
Twee baby’s bediscussiëren een mogelijk leven na de geboorte. Wie de argumenten vergelijkt met die van mensen die niet in een leven na de dood geloven, ziet dat er veel overeenkomsten zijn. Mogelijk een idee om leerlingen te vragen of ze dergelijke argumenten al eens eerder hebben gehoord, wat ze ervan vinden en wat dit verhaal hen eventueel te vertellen heeft. Het zal zeer uiteenlopende reacties te zien geven.

Twee baby’s bevinden zich in de baarmoeder van een zwangere vrouw. Vraagt de een aan de ander:
“ Geloof jij in het leven na de geboorte?”
“ Ja, zeker. Er moet iets zijn na de geboorte. Misschien zijn we hier omdat we ons moeten voorbereiden op datgene wat we later zullen zijn.”
“Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zou dat leven dan moeten zijn?”
“Ik weet het niet met zekerheid…..Er zal meer licht zijn dan hier. Misschien zullen we op onze voeten lopen of ons voeden met de mond.”
“Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met de mond. Het is gewoon belachelijk. De navelstreng is waarmee we ons voeden. IK zeg je een ding: het leven na de geboorte is niet te begrijpen. De navelstreng is veel te kort.”
“Toch geloof ik dat er iets moet zijn, al zal het wel een beetje verschillend zijn van wat we hier gewend zijn.”
“Maar niemand is teruggekeerd van de andere kant, na de geboorte. De geboorte is het einde van het leven. En alles bijeengenomen is het leven niets anders dan een verdrietig bestaan in de duisternis die nergens naar leidt.”
“Goed, ik weet ook niet precies hoe het na de geboorte zal zijn, maar ik ben er zeker van dat we moeder zullen zien en zij zal zorg voor draagt.”
“Moeder? Geloof jij in de moeder? En waar denk je dat zij zich bevindt?”
“Waar? Ze is geheel en al om ons heen. We leven in haar en door haar. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”
“Kom zeg! Ik kan je echt niet geloven! Ik heb nog nooit een moeder gezien en dus is het logisch dat ze niet bestaat.”
“Goed, maar soms, wanneer we stil zijn, kun je haar horen zingen of aangeven hoe ze onze wereld koestert. Weet je wat ik je zeg? Ik denk dat er een werkelijk leven is dat ons wacht en dat we ons nu slechts daarvoor aan het voorbereiden zijn…”

hey-brother

Uit de sectie geklapt

De afgelopen jaren hebben we een groot aantal projecten geschreven, die de basis vormden voor het curriculum, dat we op mijn oude school, het Newmancollege, hebben kunnen invoeren. Verdergaand overleg zorgde ervoor dat we momenteel alweer enkele jaren een serie boeken onder de titel ‘Te Denken Geven 1 t/m 5’ het licht hebben doen zien. Uiteraard was dat curriculum sterk gekleurd door de opvattingen van de langst lesgevende docent. Maar nieuwe meesters hebben ook nieuwe bezems, die door de kamers van de oude meester gaan.
In die situatie komt de sterke kant van ons gehanteerde systeem naar voren.
Allereerst: de school accepteert dat we elk jaar onze boeken vernieuwen, omdat de prijs die ervoor betaald moet worden, duidelijk minder is dan andere secties voor hun boekenfondsuitgaven doorgeven. Als de boeken van een sectie veertig euro kosten en ze vier jaar mee moeten gaan, kan de sectie levensbeschouwing haar boek van tien euro vier keer aanschaffen.
Ten tweede: aan de kant van de uitgeverij zit de mogelijkheid om in te spelen op de wensen van de sectie, aangezien zij werkt met haar drukkers op basis van het printing-on-demandsysteem. Dat maakt het voor een school mogelijk om haar eigen curriculum te assembleren met het materiaal dat we zelf al hebben en materiaal wat een sectie wil toevoegen.

Het voorbeeld van het Newmancollege

Klas 1

In de editie van 2012 was een hoofdstuk ‘levensvragen dringen zich aan ons op’ geschrapt. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk ‘kijken naar elkaar’.
De ervaringen van het afgelopen jaar leidden ertoe dat in de editie 2013 het verdwenen hoofdstuk weer terug is, en dat het hoofdstuk ‘kijken nar elkaar’ voor een deel verdwijnt, voor een ander deel naar achteren wordt geschoven.

Klas 2
De gesprekken over klas twee, waarin aandacht besteed wordt aan de mensen van het boek, leverden op dat de niet-westerse godsdienstige levensbeschouwingen er bekaaid van af komen. Daarom werden de hoofdstukken over de mensen van het boek voor een deel ingekort en enkele moesten verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk over het hindoeïsme.

Klas 3
Was in 2012 het hoofdstuk over levensbeschouwing en film naar klas vier verplaatst, omdat dat precies paste bij ‘levensbeschouwing en de kleine verhalen’, in de editie 2013 komt het weer terug naar de derde. Enkele redenen: het vierdejaars programma is al overvol en de diepgang komt in het gedrang als we de er materiaal aan toevoegen. Het werken met portfolio-opdrachten levert op bepaalde momenten van het schooljaar erg veel werk op en we moeten zien te vermijden dat die pieken precies in de dagen voor het inleveren van de cijfers opduiken. Door levensbeschouwing en film aan het eind van het jaar te plannen hebben de docenten meer tijd om het voorhanden ingeleverde materiaal na te kijken, aangezien het bij levensbeschouwing en film meer gaat om een klassengesprek over de voorbijkomende levensvragen dan om het schrijven en inleveren van een doorwrocht essay.
Als tegenhanger van de hoofdstukken over het hedonisme, dat hier en daar veranderd is, hebben we een hoofdstuk over het boeddhisme opgenomen.

Klas 4
Zoals gezegd is ‘levensbeschouwing en film’ verdwenen, evenals het hoofdstuk over Oliner en het altruïsme. In de hoofdstukken over relaties en seksualiteit zijn enkele als moeilijk ervaren hoofdstukken verdwenen, maar er is nog geen goed alternatief voor gevonden.

Klas 5 havo en vwo
Voor het eerst hebben we gemeenschappelijk boek voor 5havo en 5vwo. Voor de havo zal het te veel zijn, omdat die een half jaar levensbeschouwing hebben. Maat de docent kan nu ervoor kiezen wat meer zappend met de eindexamenleerlingen langs diverse onderwerpen te gaan. Per slot van rekening is de lessituatie in een havo 5 die eindexamen gaat doen een andere dan die van v5, waar het nog anderhalf jaar van het eindexamen is en van wie ook een hogere en grotere intellectuele inspanning gevraagd kan worden.
De hoofdstukken over ‘zin, onzin en zelfdoding’ uit de editie 2012 zijn verdwenen, omdat een andere docent de lessen gaat geven. Aan de hoofdstukken over ‘levensbeschouwing en geld’ is een hoofdstuk toegevoegd waarin de leerlingen onderzoek doen naar hun eigen moneymindset ofwel geldwaardepatroon. Eveneens zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over ‘vindplaatsen van het religieuze’ en ‘de ontmoeting met God in ‘Joan of Arcadia’.

Met goede moed zijn de docenten weer aan het nieuwe schooljaar begonnen, zullen in de komende maanden nadenken over wat we van de leerlingen mogen vragen, wat in een goed curriculum levensbeschouwing moet zitten en tegen het eind van het jaar zullen ze veranderingen en nieuwe wensen bij de eindredacteur neerleggen. Per slot van rekening veranderen docenten, leerlingen en de werkelijkheid. Waarom zou dat dan niet kunnen en moeten gelden voor het materiaal waarmee ze elk jaar weer werken?

Reliwerk

Voor docenten levensbeschouwing is www.reliwerk.nl een aanbevelenswaardige webstek. Enerzijds, omdat je goed op de hoogte wordt gehouden van beschikbare vacatures in het levensbeschouwelijke werkveld, zowel in binnen- als buitenland.
Daarnaast heeft de webstek ook een uitstekende boekenrubriek betreffende zaken, die op de een of andere manier gerelateerd zijn aan levensbeschouwing in al zijn aspecten. Het is de moeite waard daar regelmatig kennis van te nemen.
Niet te versmaden zijn de regelmatig verschijnende interviews met reliprofessionals, die zeer zinnige dingen te zeggen hebben. Het archief laat je ook terugkijken tot de eerste interviews in 2011.
Voor wie surfen te arbeidsintensief wordt, kan zich abonneren op de RSS-feeds, waaruit je dan zelf kunt kiezen waar je aandacht aan wilt besteden.

Lessen die ik geleerd heb

Now that I’m ‘older’ (but refuse to grow up), here’s what
I’ve discovered:

I.  I started out with nothing, and I still have most of it.

2.  My wild oats have turned into prunes and All Bran.

3.  I finally got my head together; now my body is falling apart.

4.  Funny, I don’t remember being absent minded…

4.  Funny, I don’t remember being absent minded…

5.  All reports are in; life is now officially unfair.

6.  If all is not lost, where is it?

7.  It is easier to get older than it is to get wiser.

8.  Some days you’re the dog; some days you’re the hydrant.

9.  I wish the buck stopped here; I sure could use a few.

10.  Kids in the back seat cause accidents.

11.  Accidents in the back seat cause kids.

12.  It’s hard to make a comeback when you haven’t been anywhere.

13.  The only time the world beats a path to your door is when you’re in the bathroom.

14.  If God wanted me to touch my toes, he would have put them on my knees.

15.  When I’m finally holding all the cards, why does everyone decide to play chess?

16.  It’s not hard to meet expenses… they’re everywhere.

17.  The only difference between a rut and a grave is the length and depth.

18.  These days, I spend a lot of time thinking about the hereafter. I go somewhere to get something and then wonder what I’m here after.

19.  Funny, I don’t remember being absent minded…

20.  But fortunately, as Mark Twain observed, “The reports of my death have been greatly exaggerated!”

Steve Jobs als Messias

Hoewel ik een toegewijd, je zelfs fervent Applegebruiker sinds 1990 ben, is de massahysterie na het overlijden van Steve Jobs mij in het verkeerde keelgat gevallen. Vandaar dat ik het badinerende stuk uit de Volkskrant, op 8 oktober door Bert Wagendorp geschreven, graag doorgeef. De koppeling van elementen van Jobs leven en werken aan die van de man van Nazareth laat mooi zien hoe zelfs gewiekste marktkooplui tot een heiligenstatus kunnen geraken.

“Op 24 oktober, een maand eerder dan eigenlijk de bedoeling was, verschijnt bij uitgever Simon and Schuster de biografie van Steve Jobs. Auteur Walter Issacson voerde de laatste weken voor diens dood nog enkele laatste gesprekken met Jobs en nu is het heiligenleven bijna klaar.

Ik kan me, gezien de toon van de in memoriams, althans niet voorstellen dat het iets anders wordt.

Op de bestsellerlijst van Amazon.com staat de biografie nu al bovenaan en bij iTunes ook. Daar zal hij vermoedelijk nooit meer van de eerste plek verdwijnen, zoals in de boekwinkel van het Vaticaan de bijbel ook een eeuwige bestseller is.

Ik dacht altijd dat Steve Jobs een bijzonder goede manager en vooral een slimme marketeer was. In tien jaar tijd vervijfendertigvoudigde hij de beurswaarde van Apple, met gadgets als de iPod, de iPhone en de iPad, de iBook en iTunes.

Ik gebruik de meeste van die producten zelf, en met genoegen, dus ik vind Steve ook daarom een goeie kerel.

Maar Steve was veel meer, zo blijkt bij zijn verscheiden. In de eerste plaats moet het misverstand uit de weg dat Jobs ons zijn producten ‘verkocht’. Dat is veel te ordinair uitgedrukt. Hij ‘gaf’ ze ons. Of, liever gezegd, hij ‘gaf ze aan de wereld’. Daarmee veranderde hij deze. Hem neer te zetten als een bijdehante marktkoopman die een verdomd goede neus had voor wat zijn klanten wilden, doet afbreuk aan zijn diepere betekenis.

Hij was een ‘cultureel leider’, een ‘Einstein’, een ‘Frank Lloyd Wright’. Hij was een ‘kunstenaar’, van wie de 25 mooiste werken werden aangekocht door het MoMa in New York. Hij maakte poëzie van de technologie, hij verbond cultuur en techniek in superieure design. Hij was een visionair en een revolutionair. En dat zijn nog maar de meer bescheiden typeringen die ik her en der tegenkwam.

Hij veranderde jou en mij, zijn gelovigen. Hoe vaak keek je in 2000 op het scherm van je mobieltje? En nu? Nou dan.

Steve Jobs was, iets anders valt er niet van te maken, de messias van de digitale wereld – en het zal niet lang meer duren, of dat is de échte wereld. Hij kwam op aarde als een verschoppeling, maar stierf voor onze zonden, de aanschaf van al die pc’s met de shitsoftware van Microsoft.

Nadat hij bij zijn eigen Apple door John Sculley was verraden en gekuisigd, stond hij op uit de dood en keerde als Redder terug bij zijn volgelingen. Waarna hij Jobs koninkrijk op aarde vestigde, een prestatie die de echte Messias eerst nog maar eens moet zien te evenaren.

Alan Deutschman schreef er het boek The Second Coming of Steve Jobs over, waarmee Jobs’ goddelijke status was bevestigd.

Hij schonk ons de app.

Hoe zou het zijn met de tienduizenden Chinezen in de Foxconnfabriek in de provincie Shenzhen, waar de miljoenen iDingen worden geproduceerd en die zo’n grote rol speelt in het rendement van meer dan 33 procent dat Apple draait? Hoe is daar op de dood van de Grote Leider gereageerd?

Ik keek nog even naar Steve Jobs Bergrede, op een podium van Stanford University, uit 2005. Daar formuleerde Jobs zijn credo, dat voor zovelen op de wereld een leidraad is geworden: ‘Stay hungry, stay foolish.’ Het is wat anders dan ‘Heb uw naaste lief als uzelf’, maar het is óók een uitgangspunt.

Vlak voor zijn dood gaf Steve Jobs zijn ondergeschikten nog enkele adviezen over de lancering van de nieuwe iPhone.

Of hij ook nog de hand heeft gehad in zijn eigen iconisering weet ik niet. Maar zijn lancering naar het Hogere was in elk geval een zeer geslaagde. Ik ga de hagiografie zeker kopen.”

When you believe

Many nights we’ve prayed
With no proof anyone could hear
In our hearts a hopeful song
We barely understood

Now we are not afraid
Although we know there’s much to fear
We were moving mountains long
Before we knew we could

There can be miracles, when you believe
Though hope is frail, it’s hard to kill
Who knows what miracles you can achieve
When you believe, somehow you will
You will when you believe

In this time of fear
When prayers so often prove(s) in vain
Hope seems like the summer birds
Too swiftly flown away

Yet now I’m standing here
My heart’s so full I can’t explain
Seeking faith and speaking words
I never thought I’d say

There can be miracles, when you believe
Though hope is frail, it’s hard to kill
Who knows what miracles you can achieve
When you believe, somehow you will
You will when you believe

They don’t (always happen) when you ask
(Oh)
And it’s easy to give in to your fears
(Oh…Ohhhh)
But when you’re blinded by your pain
Can’t see your way straight throught the rain
(A small but )still resilient voice
Says (hope is very near)
(Ohhh)

Ik vind dit een prachtig lied omdat het over de onuitputtelijke liefde voor god gaat. Zoals de titel al zegt, als je gelooft. Ik vind het zo hoopvol als mensen zo 100% voor hun geloof gaan. Ik hoop ook dat ik later ook 100% voor het geloof ga. ‘Many nights we’ve prayed With no proof anyone could hear’. Hier herken ik mezelf heel erg in. ik heb vroeger elke avond een gebed gedaan, maar ik had nooit de zekerheid. Ik weet niet waarom ik die zekerheid nu nodig heb, ik denk omdat de moderne wereld dat ook wil. Sommige dagen zou ik terug willen naar de tijd dat er nog 100% naar god werd geluisterd. Maar ook weer niet helemaal, want ik heb totaal niets met de paus en katholicisme.

Obesitas, welbevinden en religiositeit

Obesitas
In september 2010 verscheen een onderzoek van Gallup naar de geestestoestand van mensen met zwaarlijvigheid. Niet alleen hebben deze mensen meer lichamelijke klachten dan de gemiddelde Amerikaan, maar ongeveer een kwart van de zwaarlijvige Amerikanen kampt met gevoelens van depressie, stress, zorg, angst en verdriet. Het gaat hier om 23,2 van de zwaarlijvige Amerikanen tegenover 14,3 % van de Amerikanen met een normaal gewicht.

De onderzoekers stellen wel vragen bij de richting van de relatie. Het is mogelijk dat Amerikanen met een diagnose van depressie en negatieve emoties hoogstwaarschijnlijk sneller zwaarlijvig zullen worden. Maar het kan ook zijn dat mensen die zwaarlijvig zijn een neergang in emotioneel welbevinden ervaren als gevolg van hun persoonlijke gewichtssituatie. Het meest waarschijnlijk is dat de resultaten een combinatie van beide mogelijkheden weerspiegelen.

Religiositeit
Het onderzoek van Gallup in 114 landen in 2009 toont aan dat religie een belangrijke rol blijft spelen in vele landen in de wereld. De globale gemiddelde hoeveelheid volwassenen die zeggen dat religie een belangrijke rol in hun leven speelt is 84 procent, onveranderd sinds enkele jaren. In tien landen en gebieden is religie belangrijk voor 98 % van de mensen.
Elke van bovenstaande landen is relatief arm met een inkomen per hoofd van de bevolking onder de 5000 dollar. Dit weerspiegelt de sterke verhouding tussen de sociaal-economische situatie van een land en de religiositeit van zijn inwoners.
In tegenstelling tot deze arme landen zien we dat in de rijkste landen met een per hoofd inkomen van hoger dan 25.000 dollar het percentage 47% is.

De Verenigde Staten is een van de landen die niet met de trend meegaan. Tweederde van de Amerikanen zeggen dat religie belangrijk is in hun dagelijkse leven. Onder de hogere-inkomenslanden geven Italië, Griekenland, Singapore en de inwoners van de Perzische Golf staten aan dat religie belangrijk is.
Estland, Rusland en Bela-russia zijn tot 1991 onder invloed geweest van de anti-religieuze houding van de USSR, terwijl ook Vietnam een vrij negatieve houding tegenover religieuze praktijken en opvattingen heeft gehad. Vandaar deze lage cijfers voor enkele landen die tot de armste in de wereld behoren.

Religie en welbevinden
Een nieuwe analyse van meer dan 550.000 interviews van de laatste anderhalf jaar leidt tot de vaststelling dat Amerikanen die het meest religieus zijn ook de hoogste niveaus van welbevinden hebben. Ook na controle van diverse demografische variabelen blijft het verband bestaan.
Gallup onderscheidt drie groepen:
– Erg religieus: religie is een belangrijk deel van het dagelijkse leven en bezoek aan de kerk/synagoge/tempel/moskee gebeurt iedere week of bijna iedere week. Deze groep omvat 42,7 % van de volwassen bevolking.
– Niet religieus: religie is geen belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven en bezoek aan de erediensten vindt zelden of nooit plaats. Deze groep omvat 29,7 % van de volwassenen.
– Gematigd religieus: alle anderen die niet in een van bovenstaande categorieën vallen, maar wel valide antwoorden gaven op religieuze vragen: 26,6 %.

De onderzoekers van Gallup schrijven:
„Het is ook mogelijk dat de relatie rechtstreeks is, dat religiositeit, gedefinieerd als een persoonlijk belang gesteld in religie en regelmatig bijwonen van de erediensten op zijn beurt tot een hoger niveau van welbevinden leidt. Deelnemen aan godsdienstige bijeenkomsten bevordert maatschappelijk verkeer en vriendschap met anderen en de Gallup analyses hebben duidelijk getoond day tijd, die sociaal besteed wordt en sociale netwerken zelf positief met welbevinden worden geassocieerd. Religie omvat in het algemeen een meer meditatieve staat en het geloof in een hogere macht, die beide breed gebruikt worden als manieren om stress en depressie te verminderen en geluk te bevorderen. Religie voorziet in mechanismen om met terugval en problemen in het leven om te gaan, wat op zijn beurt stress, zorg en woede kan verminderen. Veel religies, inclusief het christendom, wat de meest dominante religie in de VS is, benadrukken positieve relaties met je naasten en het doen van caritas, wat tot een meer positieve kijk op de werkelijkheid kan leiden.”

Vier morele kwesties verdelen de Amerikanen

Amerikanen zijn het in het algemeen globaal eens over 12 van de 16 gedragingen of maatschappelijke kwesties die tot publieke controverses leiden, waarbij er steeds een behoorlijke meerderheid is die iets moreel juist of moreel verkeerd vindt.

Daarentegen zijn de Amerikanen scherp verdeeld over zaken als zelfdoding begeleid door een arts, lesbische en homorelaties, abortus en een kind buiten het huwelijk krijgen. Het percentage dat het thema ondersteunt en afkeurt staan minder dan 15 procent van elkaar.

Zie het overzicht van Gallup.

De scherpste verschillen tussen mannen en vrouwen ten aanzien van deze kwesties vind je niet bij zaken als abortus e.d. maar bij kwesties die de ethische behandeling van dieren betreffen. De meerderheid van de mannen en minder dan de helft van de vrouwen beschouwen het gebruik van dierlijk bont voor kleding en medische proeven op dieren als moreel acceptabel. Ook is er een 24 procents kloof tussen mannen en vrouwen ten aanzien van de geoorloofdheid van het klonen van dieren.

The postsecular society

In Te Denken Geven 4, hoofdstuk 3 gaat het over de crisis van de levensbeschouwingen, culminerend in het verlies van de geloofwaardigheid van de grote verhalen en de alternatieven die uit deze crisis zijn voortgekomen. Een belangrijk onderdeel van het hoofdstuk is de verlichting, die zich als alternatief voor het christendom sinds de Franse revolutie heeft geafficheerd en pocht dat met haar opkomst de religie een zekere ondergang tegemoet gaat. In de documentaire ‘The Postsecular Society’ wordt deze visie met verve ondergraven door Charles Taylor, Karen Amstrong en John Gray. Zij maken ons duidelijk dat de religie nooit weg is geweest uit de samenleving en dat veel zogenaamde seculiere projecten door en door religieus genoemd kunnen worden. Hieronder de samenvatting van de documentaire, die 28 december 2008 door de BOS werd uitgezonden en ongeveer 45 minuten lang is.

Toespraak van Habermas over dit begrip: Waarom kunnen geseculariseerde samenlevingen post seculier genoemd worden. Religie heeft nog steeds invloed en relevantie. De these van de verlichting dat de religie zou verdwijnen als gevolg van de modernisering verliest terrein.

Gesprek met Charles Taylor
Hij schreef ‘the secular age’ over de geschiedenis van het secularisme met als hoofdvraag: “Hoe kan het dat we in 1500 allemaal religieus waren en het anno 2008 heel normaal vinden om dat niet te zijn?
Het modernisme zou leiden tot terugtrekken van religie uit het publieke domein en verval van religieuze praktijken. Theorie blijkt niet te kloppen. Trek naar de steden leverde methodisme en pinksterbeweging op. Er vindt ook een verandering van religie plaats, nieuwe soorten religie duiken op. New Age is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Mensen zeggen: “Ik ben niet religieus, ik ben spiritueel.”
Verval is ook niet algemeen. In een moderne natie als de VS zijn heel veel mensen nog steeds praktiserend.
Vroeger was je katholiek, later protestant binnen een natie: dat bepaalde je identiteit. Nu wonen mensen met verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen in hetzelfde land en bepaalt de religie niet meer de identiteit. Wat je wel ziet is de opleving van sterke nationalistische tendensen met een religieuze lading.

Karen Armstrong
Religie gaat meer over dingen doen dan dingen denken. Mensen proberen boven het dagelijkse leven uit te stijgen en transcendentie te ervaren. Voornamelijk door spirituele oefeningen. Centraal in alle religies is de praktijk van mededogen. Alle religies melden dat in het centrum van hun geloof de gulden regel staat: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Dat vereist dat we ons voortdurend van ons ego moeten ontdoen. Als je je ego ontstijgt, breng je jezelf in verband met transcendentie.
Vanaf de grotten van Lascaux en Altamira hebben gelovigen moeite gedaan voor hun godsdienst; tegenwoordig zie je mensen die dat niet meer willen. Hoewel het een complex verschijnsel is, kunnen we wel zeggen dat het in Europa te maken heeft met de afschuwelijke ervaring van de twintigste eeuw. Onze moderniteit is extreem gewelddadig doordat ze ons in staat heeft gesteld doelmatiger dan ooit te moorden.
Dat heeft de idee van een welwillende goede God aan het wankelen gebracht, terwijl de moderne wetenschap heeft bewezen dat een Schepper nu problematisch is. Vroeger hadden mensen een idee van God dat veel meer te vinden is in boeddhisme, taoïsme en andere oosterse denkwerelden. Daar wordt gezegd dat het bijna niet mogelijk is een beeld van God te hebben. Het probleem is dus deels dat mensen een te beperkt beeld van God hebben.

John Gray
Gray maakt in zijn laatste boek duidelijk hoe onze westerse seculiere denkbeelden geworteld zijn in de aloude religieuze tradities.
Traditionele denken over secularisme houdt er geen rekening mee dat hun denkbeelden over een seculiere maatschappij geworteld zijn in de westerse religie, met name in het christendom. Augustinus onderscheidde al de stad van God van de stad van de mens. Of kijk naar de uitspraak van Jezus: “Geef de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt…” De scheiding tussen een geestelijk en seculier rijk is de erfenis van de westerse godsdienst.
Je kunt atheïst worden en denken dat je volledig seculier bent geworden, maar tegelijkertijd ontkom je niet aan de diepgaande invloed van jodendom en christendom op ons denken.
Het voorbeeld van Dawkin, die een serie over Darwin gemaakt heeft, zegt zowel aan het eind van het boek ‘de zelfzuchtige genen’ als aan het eind van de serie:”De mens is het enige dier dat de vrijheid heeft om in opstand te komen tegen hun genetisch programma.”
Gray: “Waar komt die vrijheid vandaan? Is dat wetenschappelijk onderbouwd? Het geloof in een vrije wil komt uit het westerse monotheïsme, niet uit de wetenschap.”
Taylor: “De wetenschap doet, anders dan religie, niets met de belangrijke levensvragen. Wat is de zin van het leven? Wat is echte goedheid? Waarnaar moeten mensen streven? Hebben we hulp van buitenaf nodig? De natuurwetenschappen zijn niet eens in staat te verklaren waarom we staten hebben en waarom de geschiedenis zo is gelopen. Dat kun je niet verklaren uit de structuur van de hersenen. Het idee dat de wetenschap dezelfde vragen beantwoordt als religie is gewoon belachelijk.
Religie leidt tot geweld. Ja inderdaad, helemaal waar. Maar atheïstische ideologieën evenzeer. In de twintigste eeuw hadden we Stalin, Pol Pot en Hitler.
Gray: Enkele honderden jaren geleden raakte het christendom in verval. Maar het is niet zo dat zijn invloed op het denken in het algemeen afnam. De stromingen die op het christendom een aanval en een reactie waren moesten wel dezelfde psychologische behoeften bevredigen als het christendom eerder deed. Maar ze erfden ook dezelfde denkpatronen. Het idee dat de geschiedenis een soort vertelling was met een soort einddoel of zelfs de uiteindelijke verlossing van de gehele soort bleef bestaan. Diverse filosofieën in de 19e eeuw hadden dezelfde structuur. Het marxisme allereerst, dat de geschiedenis voorstelde als een serie conflicten die leidden tot het wereldcommunisme. Het idee dat de geschiedenis een eind heeft, is een religieus idee.
Het vrije markt denken, of liever de vrijemarktideologie, reproduceerde of herhaalde een eerder denkpatroon van eind negentiende eeuw. Spencer schreef toen al over een globale markt, waarin alle bestaande conflicten opgeheven zouden zijn en armoede en oorlog verdwenen waren.
Taylor: Religie is nooit weggeweest. dus het idee van ‘post-seculier’ is dan ook nonsens, tenzij je het ziet als een besef dat we ons vergist hebben, dat religie namelijk een factor blijft om rekening mee te houden.
Habermas: IK maak onderscheid tussen seculier en secularistisch. Je hebt de onverschillige houding van een seculier, niet gelovig persoon die agnostisch relateert aan religieuze argumenten. Secularisten nemen daarentegen een polemische houding aan tegen religieuze doctrines die publieke invloed behouden. Secularisme gaat tegenwoordig vaak uit van de natuurwetenschappen die zich baseren op sciëntistische aannames.
Armstrong: sommige godsdienstige mensen kan verweten worden dat ze de wetenschap de rug toekeren. Je ziet het bij christenen die bepaalde bijbelteksten op een moderne letterlijke manier lezen, zoals de schepping door God in zes dagen.
Wetenschap en kunst zijn verschillend, maar er moet contact tussen zijn, omdat de waarheid een is. Zij citeert Augustinus uit de vijfde eeuw: als een interpretatie van de bijbel in strijd is met de wetenschap, moet je die bijbeltekst anders lezen.
Calvijn: voor wetenschap moet je niet in de bijbel zijn, maar daarbuiten.
Gray: In oosterse religies is er een veel diffuser onderscheid tussen mens en niet-mens. Als Darwin destijds in het oosten zijn evolutietheorie gelanceerd zou hebben, zou er nauwelijks rumoer zijn geweest, omdat dat paste binnen de gangbare denkbeelden.
Taylor: Keats zei dat Newton de schoonheid van de regenboog vernielde door die te verklaren. Mensen zijn daardoor teleurgesteld. Of dat zo is hangt af van je houding ten opzichte van de wetenschap; je kunt zoals Dawkins, zeggen dat alles wetenschappelijk te verklaren is. Maar de wetenschap kan onze verwondering over de regenboog nooit verklaren. Wetenschappelijke verklaringen worden soms op zo’n manier beleefd en aangenomen als levensfilosofie dat die verwondering denigrerend wordt afgedaan als een subjectieve reactie. Als je zelf die opvatting over de wetenschap aanvaardt, raakt de wereld voor jou onttoverd. Maar het is een hele goede vraag: waarom zou een wetenschappelijke verklaring de geldigheid van je verwondering per se ondermijnen?
Gray: het idee van ordening en wetmatigheid, die we in de natuurwetenschappen tegenkomen gaat uit van een verklaring voor alles: een metafysische visie die de wereld beschouwt als constant en wetmatig. Dat idee is uiteindelijk ook religieus. Als je sceptischer bent, zeg je: het kan waar zijn, maar dat hoeft niet. Misschien is de wereld deels wetmatig maar op andere delen chaotisch. En aangezien onze ideeën over chaos en orde deels antropomorf zijn kan dat wat wij beschouwen als totaal chaotisch ook andere verschijnselen bevatten die anderszins wetmatig zijn.
Het idee van een universeel systeem van wetten die herleid kunnen worden tot enkele algemeen geldende wetten gaat uit van een natuurlijke orde die wellicht niet bestaat.
Taylor: Het belangrijkste is dat mensen diep van binnen voelen dat er meer is dan welvaart. Zelfs succesvolle mensen zeggen: er is iets wat ik moet voeden. Er is een vaag gevoel dat iets niet gevoed wordt. Het lijkt een beetje op iemand die een fantastisch stuk muziek ontdekt dat hij nog niet kende. Dan denkt hj: waaw, Beethovens laatste strijkkwartetten. Hij denkt: dit zegt me iets, dit voedt mij. Dit voedt een honger waarvan ik niet wist dat ik hem had.
Gray: ik denk dat de behoefte aan mythe en religie geprogrammeerd is in de menselijke soort. Misschien komt dat door ons doodsbesef. Andere dieren hebben dat niet of verwerven het niet gemakkelijk. Mensen moeten hun leven bekijken. Alle menselijke culturen hebben mythen en religieuze tradities gehad die hen in staat stelden om hun leven als samenhangend verhaal te zien. Dat gaat niet weg. Een grote 20e eeuwse verlichtingsdenker Freud doe nogal vijandig tegenover religie stond ontwikkelde later in zijn leven een subtielere visie op religie. Hij erkende de positieve effecten die religie heeft gehad op het leven in het westen. Maar ook toen hij zeer vijandig tegenover religie stond stelde Freud dat wat hij een illusie noemde niet per se onwaar hoefde te zijn. Hij zei: illusies zijn overtuigingen die we aanhangen zonder bewijs. Ze kunnen deels waar zijn maar we hangen ze aan uit bepaalde psychologische behoeften: de behoefte aan troost of aan de zin van ons bestaan. Hij dacht dat religie niet zou verdwijnen maar altijd een sterk element van het menselijke leven zou zijn. In dit opzicht lijkt het op seks, op de behoefte aan seks. Als de behoefte aan seks wordt onderdrukt, verdwijnt hij niet. Hij verschijnt opnieuw in groteske en bizarre vormen.
Armstrong: een bijzonder aspect van de menselijke geest is dat hij ervaringen, aspiraties en verlangens heeft die uitgaan boven hetgeen hij conceptueel kan bevatten. Daarnaast zijn we wezens die betekenis zoeken. Voor zover we weten doen andere dieren dat niet. Je ziet een hond niet worstelen met zijn positie of piekeren over het lot van honden elders op de wereld.
Wij worden heel gemakkelijk wanhopig als we geen waarde en betekenis kunnen geven aan ons leven. Religies hebben ons geholpen met de overtuiging dat het leven uiteindelijk betekenis en waarde heeft ondanks al het deprimerende bewijs van het tegendeel. Soms worden zulke betekenissen te simplistisch uitgedrukt zoals ‘in de hemel komen’ Maar mensen hebben betekenis in hun leven nodig. Ik denk dat sommige mensen hebben ondervonden dat het secularisme hun dat niet biedt. Voor anderen ligt dat anders. Anderen hebben besloten dat ze geen transcendentie meer willen zoeken in een kerk of een moskee.Zij vinden het in kunst, muziek, in ethiek of goede werken. Of zelfs sport, Sommigen zoeken het in drugs. Maar we blijven de neiging houden om te zoeken naar transcendentie.
Gray: Religie, mythen horen bij het menszijn. De behoefte aan mythen de behoefte aan verhalen, beelden en symbolen die het menselijke leven zin geven lijkt universeel te zijn. In een post-seculier tijdperk vullen oude en neo-fundamentalistische vormen van religie het vacuüm dat voortkomt uit de ineenstorting van seculiere projecten die zelf gevormd waren door religie. Het is paradoxaal: enerzijds is er nooit een seculier tijdperk geweest. dat was gewoon het tijdperk van ‘gemorste religie’ , van seculiere projecten die werden uitgedrukt in religieuze termen. Dat is nu voorbij. In die zin zijn we post-seculier. Ik geloof niet dat we onze religieuze erfenis kunnen uitroeien. Ik vind dat ook niet wenselijk. De westerse religieuze traditie was in sommige opzichten schadelijk. Ze is volgens mij buitensporig antropocentrisch. Mensen zijn de enige wezen die er echt toe doen. Die opvatting is overgenomen door diverse seculiere projecten zoals het communisme en marxisme. Dat leidde tot enorme milieuverontreiniging in de voormalige Sovjet-Unie en in maoïstisch China. Veel erger dan wat ook in het kapitalisme. Daarom kritiseer ik bepaalde aspecten van de westerse religie. Ik behoor zelf niet tot een religie. Maar het ideaal van tolerantie komt uit het jodendom en het christendom. Als we de westerse religie uitroeien en verbannen uit school zoals radicale secularisten willen, zou dat een ramp zijn. Dan zouden we onnoemelijk veel meer verliezen dan er te winnen valt.
Armstrong zegt dat de religies sterker de nadruk moeten leggen op compassion, het geven om anderen buiten je eigen groep.