Categoriearchief: film, tv, audiovisueel

Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Exodus: Gods and Kings

Ridley Scott, maker van de film ‘Gladiator’ draaide in 74 dagen zijn eigen nieuwe versie van het Exodusverhaal. De film heet ‘Exodus: Gods and Kings’ en komt half december uit in de Nederlandse bioscoop.

Meteen na het verschijnen van de trailer barstte de discussie over de kleur van de acteurs los. Volgens velen waren de Hebreeën destijds evenals de Egyptenaren geen blanken, dus hadden er andere acteurs in moeten spelen.

Scenarioschrijver Steve Zaillian maakt er op een andere manier dan in The Prince of Egypt een broer versus broerverhaal van, op zich een simpel gegeven, dat geplaatst wordt in een groter episch verband, dat te maken heeft met oorlog, rampen, plagen en letterlijke daden van God.

Wat mij in de gemiddelde Mozesfilm tegenstaat is allereerst de overdreven nadruk op de broedertwist tussen Mozes en de farao. Zowel in The Prince of Egypt als in deze film zal het ongetwijfeld dramatische conflict, waarover in het oude Exodusverhaal geen woord over te vinden is, het aloude bevrijdingsverhaal in de schaduw stellen. Laat je leerlingen het verhaal navertellen dan krijg je een compleet ander verhaal dan wat we in de bijbel kunnen lezen. De bevrijding uit de slavernij wordt een soort collateral fortune van de strijd tussen de twee broers.

Een ander negatief element is het al dan niet met speciale effecten laten zien van de plagen die Egypte teisteren. We weten allemaal dat we ook het Exodusverhaal als tweede taal moeten lezen en dat we historisch heel veel vragen moeten stellen bij de tien plagen. Nu ze bioscoopgroot te zien zullen zijn in al hun verschrikking en hevigheid zal het de docent weer meer moeite kosten om het tweedetaalkarakter ervan aan te geven. Want we hebben het toch zien gebeuren, hoor ik leerlingen al zeggen!

De trailer is te zien via https://www.youtube.com/watch?v=t-8YsulfxVI

Games en levensbeschouwing

Ik moet toegeven, dat me de lust ontbreekt om me in te laten met de regelmatig verschijnende nieuwe games, waar onze leerlingen zo graag heel veel tijd aan spenderen.  Zo nu en dan kom ik recensies van games tegen.

In een eerdere aflevering van LIA,  te lezen via deze link  maakte ik melding van een studie van Greg Perrault, die vaststelde dat religie in veel nieuwe games gelijkgesteld wordt aan geweld.

In Engeland is veel te doen geweest over het spel ‘Manhunt’, lees daarover hier

In het verleden is er ook in Nederland een webstek geweest, waar nagedacht werd over de relatie tussen games en ethiek. Je kon er ook een lesbrief downloaden over hetzelfde onderwerp, maar de link blijkt momenteel dood te zijn.

Bioshock Infinite

In een recensie in Spits enkele maanden geleden schreef Daniel Verlaan over het pas uitgekomen spel Bioshock Infinite. Het gaat over Booker DeWitt, ex-geheimagent bij het particuliere detectivebureau Pinkerton, die in zijn koffer een briefje vindt: Red het meisje Elizabeth en los je schuld in. “Even later neemt hij plaats in een rode fluwelen stoel, wordt hij met ijzeren klemmen vastgeketend en knalt hij vervolgens in een capsule naar de zwevende stad Columbia.

Columbia is de verwezenlijking van het Amerikaanse imperialisme uit het begin van de twintigste eeuw. Een eigen staat waar de evangelisatie van het christendom en een met xenofobie gevoed patriotisme centraal staan. De eerste ontmoeting met Columbia heeft echter een heel ander effect: de zwevende stad lijkt een weerspiegeling van de hemel. Je komt aan in een kathedraal waar een kerkkoor je heel rustig toezingt. Een misdienaar bevestigt de eerste gedachte: “Je bent in de hemel. Of in ieder geval heel dichtbij.”(…..) Religie is in BioShock: Infinite allesoverheersend. De inwoners van Columbia eren massaal Comstock, de profeet die ‘onder het oog van God’ Columbia heeft gesticht en sindsdien met ijzeren vuist regeert. Door heel Columbia hangen aanplakbiljetten waarop Comstock als grote leider wordt gepresenteerd en die jonge kinderen voor het jeugdleger oproepen. Een soort van pre-Hitlerjügend die opereert in een kleurrijke en o zo vredelievende stad waar iedereen je vriendelijk begroet.”

“Elizabeth speelt een enorm belangrijke rol in BioShock: Infinite. Ze helpt je tijdens schietgevechten door ammunitie en medicijnen naar je te gooien en kan een tear (de Nederlandse vertaling is scheur, geen traan) openen die een andere dimensie laat zien.(…..) Dat Elizabeth veel meer dan alleen een hulpje is, wordt al snel duidelijk. Ze is de personificatie van onschuld en biedt tegenwicht aan het gewelddadige en norse karakter van DeWitt. De eerste keer dat DeWitt een vijand doodschiet, is ze boos en verontwaardigd. Ze kan het niet geloven dat iemand zoiets zou doen. Waar je bij de meeste first-person shooters hersenloos knalt, tikt BioShock: Infinite je op de vingers en vraagt aan jou als speler of het neerknallen van mensen echt zo normaal is, ook al ben je een game aan het spelen.”

Op een andere plaats en tijd, maar in dezelfde krant – je leest er heel wat als je regelmatig de trein pakt – kwam ik het volgende berichtje tegen:

“‘Het is maar een spelletje’, zouden u en wij denken, maar niets blijkt minder waar. In de populaire game Bioshock Infinite begin je het spel door je te laten dopen in een religieuze  ceremonie. En dat trok de christelijke gamer Breen Malmberg niet, zo vertelt hij aan gamesite Kotaku.

Zijn eigen religieuze overtuiging weerhield hem ervan zijn character in het spel te laten ‘dopen’, dus kwam Malmberg niet zo heel ver in Bioshock Infinite. Zonder deze halve verdrinking kom je namelijk het hoofdgebied, Columbia, niet in.

“Aangezien de doop de basis is van de Christelijkheid – waar ik hartstochtelijk in geloof – word ik gedwongen een keuze te maken tussen extreme godslastering door dit te accepteren of het spel te beëindigen voor ik eigenlijk ben begonnen”, zo stelt de verongelijkte christengamer. Hij maakte hierom dus de laatste keuze: hij stopte met het spel.”

Bron

Leerlingen aan de slag

Mijn eigen lespraktijk en de daarop geënte opdrachten hebben altijd ruimte gegeven aan leerlingen om ook eigen stukjes van hun werkelijkheid aan een levensbeschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Zo waren leerlingen meestal erg  positief over de opdracht een levensbeschouwelijke cd-analyse te maken, die de laatste jaren tot het ontwerpen van een eigen tien liederenlijst is uitgegroeid – mede omdat leerlingen geen cd’s meer kopen. Ook een opdracht om een eigen levensbeschouwelijke filmanalyse te maken leverde ruimte voor een eigen inbreng op. Last but not least kunnen de leerlingen veel van hun levensbeschouwelijke eieren kwijt in het levensbeschouwelijke dagboek, waar ze zich uitspreken over zaken die wel belangrijk zijn, maar niet in het curriculum aanwezig zijn.

Bij deze vrije-keusopdrachten zou ook een levensbeschouwelijke game-analyse gevoegd kunnen worden. Aan de hand van enkele richtvragen kunnen leerlingen dan laten zien hoe levensbeschouwelijk en ethisch de games zijn waar ze zich mee bezighouden.

Ik suggereer enkele vragen – die ieder zelf kan uitbreiden naar eigen voorkeur – :

1. Geef een overzicht van de verhaallijn in het spel.

2. Wie zijn de hoofdrolspelers en wat is hun missie, doel, etc.?

3. In wat voor maatschappij speelt de game? Hoe ziet die eruit? Positief? Negatief? Wat zijn de zwakke en sterke kanten van deze virtuele samenleving?

4. Welke middelen worden gebruikt om doelen te bereiken? Worden er vragen bij de middelen gesteld?

5. Welke waarden komen sterk naar voren? Welke waarden botsen in het spel? Wat is de mogelijke uitkomst?

6. Voor welke ethische dilemma’s komen de hoofdpersonen te staan?

7. Zijn de gebruikte oplossingen ook jouw opossingen of zou jij het anders doen?

8. Stel dat je de virtuele werkelijkheid naar onze werkelijkheid kon overplaatsen, zou je daar dan gelukkig mee zijn of juist niet?

9. Hoe beoordeel jij het spel in termen van ‘menselijkheid’, ieder in zijn waarde laten, opkomen voor anderen, e.d.?

 

Amerikaanse Taliban

Op Canvas, het Belgische tweede net, volgde ik de afgelopen weken een enerverende serie, The Newsroom, genaamd. Onderwerp van de serie is het wel en wee, met de nadruk op het tweede uiteraard, van de redactie van een nieuwsprogramma, Newsnight, dat gepresenteerd wordt door Will McAvoy. Hij ligt permanent in de clinch met de bazin van de holding, Leona, en haar zoon, die alleen naar de winstcijfers kijken en zeer dicht tegen de Tea Party aanliggen met hun ideeën. McAvoy is ook republikein, maar verafschuwt de ideeën en praktijken van de Tea Party aanhangers.

In een uitzending kraakt hij de ideeën van de de aanhangers van de Tea Party af en geeft hen weer als fundamentalisten. Zijn karakteristieken van  fundamentalisme:

• Ze houden van ideologische zuiverheid

• Ze vinden dat compromis een vorm van zwakte is

• Ze gaan uit van een letterlijke bijbellezing

• Ze wijzen de wetenschap af

• Ze negeren en ontkennen nieuwe informatie als die beschikbaar komt

• Ze vrezen de vooruitgang

• Ze doen er alles aan om tegenstanders te demoniseren

• Ze wensen controle over het vrouwenlichaam te houden

• Ze blinken uit in xenofobie

• Ze hebben een stammenmentaliteit

• Ze wijzen andere meningen categorisch af

• Ze hebben een ziekelijke haat tegenover de overheid

Kortom, zegt McAvoy, we hebben hier te maken met de Amerikaanse Taliban. Want al deze kenmerken zijn zonder meer van toepassing op de Afghaanse moslimfanatici, maar evenzeer op de mensen die zich doen gelden als voorvechters van de Amerikaanse Tea Party.

Mij lijkt het Newroomlijstje van wie fundamentalist is een aardige bijdrage om het gesprek met de leerlingen over fundamentalisme aan te gaan.

 

Schoolmusical ‘Like’

Voor de vijfde keer zijn theatermakers Eva Mathijssen en Arto Boyadjian erin geslaagd een schoolmusical te schrijven, die zowel past bij de leefwereld van de doelgroep als een even actueel thema aansnijdt, namelijk het cyberpesten, warvan we weten dat het al verschillende dodelijke slachtoffers heeft gekend.

‘It’s like – you know – everybody does it’ meent Caroline – de Amerikaanse uitwisselingsstudent – als ze gevraagd wordt naar cyberpesten bij haar op school. In de schoolmusical ‘Like’ besluit de schoolkrantredactie te onderzoeken hoe het met het internetgedrag van hun schoolgenoten staat. Ze willen weten hoe een roddel zich via internet verspreidt. Bodil – het uiterst zelfverzekerde meisje dat de cartoons voor de schoolkrant tekent – biedt zichzelf aan als degene over wie de roddel verspreid mag worden. Immers: zij hebben de roddel bedacht en zo’n vaart zal het toch niet lopen..?”

Het loopt echter wel uit de hand en wat er met Bodil, de redactie en de pesters gebeurt is het onderwerp van de schoolmusical ‘Like’.

Meer informatie is te vinden op  http://www.deschoolmusical.nl , waar ook informatie te vinden is over de vorige vier door de scholen positief ontvangen musicals.

Voor deze musical heb ik een lesbrief geschreven.  (Cyber)pesten is een onderwerp dat de scholen stevig in beroering brengt, omdat het ook een beroerde manier is om met mensen om te gaan. In het pdf-document ‘lesbrief Like’ vind je de opdrachten voor de leerlingen , aangevuld met een docentenhandreiking terug. Het bestand is op de webstek te vinden, is echter vergrendeld, dus alleen te lezen, om auteursrechtelijke redenen.

 

Matterhorn

Op Witte Donderdag 2013 konden we kijken naar de derde versie van the Passion, het lijdensverhaal gebracht in de vorm van moderne Nederlandse liedjes, waarbij – voor zover ik heb gekeken-  het lijdensverhaalscenario stevig werd aangehouden. Op de een of andere manier ben ik afgehaakt, omdat het er voor mij wel allemaal dik bovenop lag.  Maar smaken verschillen nu eenmaal.

Matterhorn

Aangenaam verrast werd ik door het kijken naar de telefilm Matterhorn, die enkele dagen later werd uitgezonden. Ton Kars speelt daarin de weduwnaar Fred, die zijn vrouw verloren heeft en geen contact meer heeft met zijn zoon. Hij vindt zekerheid in afgemeten tijden en het kerkelijk leven. Dan ontmoet hij een niet met name genoemde zwerver, gespeeld door René van ’t Hof, die hij geld geeft. De volgende dag komt hij terug en Fred is er boos op, maar neemt hem mee naar binnen en geeft hem te eten.

Aan het eind van de film was ik erg van overtuigd dat in deze film, waarin God en Jezus amper ter sprake kwamen, de essentie van het christendom haarscherp getoond werd. Beter en ontroerender dan in The Passion.

Ik vertel hier het verhaal na met mijn duiding erbij.

Waarschuwing

Wie de film zelf nog wil zien en zich wil laten verrassen, moet niet verder lezen, maar dat later maar eens doen.

Erbarme dich

Verschillende keren is de tekst uit de Matthaüspassion te horen:

Erbarme dich, Mein Gott, Um meiner Zähren willen Schaue hier,
Herz und Auge weint vor dir Bitterlich. 

Heb medelijden, Mijn God, Omwille van mijn tranen. Zie toch,
Hart en ogen wenen Bitter om U

Geen dogmatische God, maar een God die zelfs Petrus die Jezus drie keer verloochend heeft, nog een nieuwe kans geeft. Een geheel ander godsbeeld dan de traditionele strenggelovigen erop na houden.

Mattheus 25

Als hij met de zwerver de kerk binnengaat, leest de dominee op dat moment de zeven werken van barmhartigheid uit Mattheus 25 voor.

31Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Opmerkelijk is steeds weer dat deze tekst wel gehoord wordt, maar nauwelijks uitgevoerd wordt. Als Fred met de zwerver binnenkomt, worden zij met argwaan bekeken, want vreemd en anders zijn is dodelijk in zo’n kring, hoewel het christelijk zou moeten heten.

Barmhartige Samaritaan

Hetzelfde zien we later als Fred met de zwerver van boodschappen terugkomt en hij door de ouderling, gespeeld door Porgy Fransen een snerende opmerking over de barmhartige Samaritaan toegesist krijgt.  ‘De barmhartige Samaritaan’ is ineens geen icoon meer voor diep beleef christendom, maar is ineens een scheldwoord geworden. Meteen zit er ook een insinuatie bij dat twee mannen die in een huis wonen, waarschijnlijk wel homo’s zullen zijn.

Verhaal

Fred maakte al lang plannen om naar de Matterhorn te gaan, omdat hij daar zijn vrouw ten huwelijk heeft gevraagd en hij die tijd nog eens terug wil halen, ook al is ze al weer enige tijd dood. Hij maakt een afspraak bij een mevrouw in een reiswinkel, maar vlucht weg als het allemaal te dichtbij komt.  Hij onderneemt ’s avonds een autorit naar de stad, waar hij even een dans- of nichtentent binnengaat en even later weer schielijk wegvlucht. Hij ontmoet de reisbureaumevrouw opnieuw en zij blijkt de echtgenote van de zwerver te zijn. De man heeft een ernstig auto-ongeluk gehad en is daardoor geestelijk compleet in de war geraakt. Ze is hem ook voortdurend kwijt omdat hij er steeds vandoor gaat. Ze accepteert dat haar man bij Fred onderdak krijgt, want daar vlucht hij niet weg.

Zoon

“We gaan trouwen,” zegt de zwerver tegen de ouderling en hij krijgt een klap van Fred. Later steekt hij de zwerver in vrouwenkleren en gaan ze de kerk binnen, waar een door Fred opgezet trouwritueel wordt uitgevoerd. De ouderling komt binnen en beschuldigt Fred ervan dat hij Trudy, de overleden vrouw van Fred, van hem heeft afgepakt en dat hij ook de zwerver van hem heeft afgenomen. Daarna nodigt Fred de ouderling uit om een borrel te drinken en ze eindigen in het huis van de ouderling. Daar treft hij in de doka een aantal foto’s van de zwerver aan.

Hij vraagt “Wil je vanavond op hem passen?” en beide mannen, de zwerver en de ouderling knikken ja. Fred belt de vrouw van de zwerver op en samen rijden ze naar de stad.

Daar gaan ze de tent binnen die Fred eerder snel verlaten had. Zijn zoon blijkt er te zingen en zingt de klassieker van Shirley Bassey ‘This is my life” . Fred wil na de eerste noten weggaan en wordt tegengehouden door de vrouw. Als de zoon verder zingt en zijn vader ziet, is de hele tekst tot hem gericht. Terwijl het lied verder gaat, zien we Fred en zijn zwerver de weg naar de Matterhorn opklimmen. Aangekomen omarmen ze elkaar.

Aan het eind van het lied komen de klanken van ‘Erbarme Dich’ weer terug en vinden vader en zoon elkaar weer.
This is my life

Funny how a lonely day,

can make a person say:

What good is my life

Funny how a breaking heart,

can make me start to say:

What good is my life

Funny how I often seem,

to think I’ll find another dream

In my life

Till I look around and see,

this great big world is part of me

And my life

This is my life

Today, tomorrow, love will come and find me

But that’s the way that I was born to be

This is me

This is me

This is my life

And I don’t give a damn for lost emotions

I’ve such a lot of love I’ve got to give

Let me live

Let me live

Sometime when I feel afraid,

I think of what a mess I’ve made

Of my life

Crying over my mistakes,

forgetting all the breaks I’ve had

In my life

I was put on earth to be,

a part of this great world is me

And my life

Guess I’ll just add up the score,

and count the things I’m grateful for

In my life

This is my life

Today, tomorrow, love will come and find me

But that’s the way that I was born to be

This is me

This is me

This is my life

And I don’t give a damn for lost emotions

I’ve such a lot of love I’ve got to give

Let me live

Let me live

This is my life

This is my life

This is my life

Op overtuigende wijze heeft Ebbinga zijn doel bereikt. In een interview met biosagenda.nl zegt hij: “Religie heeft een belangrijke functie. Maar ik probeer het niet zoals Maarten ’t Hart kapot te maken. In de slotscène zit toch een religieuze daad. De film gaat daarom over verlichting en het breken met dogmatiek, juist zonder van het geloof te vallen.”

http://www.biosagenda.nl/nieuws_matterhorn-breken-met-dogmatiek_3518.html

Afscheidsspeech

Eind juni heb ik officieel afscheid genomen van het Newmancollege, uitgeluid door rector en collega’s. Zelf heb ik geprobeerd mijn laatste statement te maken vanuit de 38 jaar lesgeven. Daarvoor heb ik het model van de cd-opdracht die we de vierdeklassers steeds geven: maak een eigen cd met tien nummers en leg uit waarom die voor jou belangrijk zijn. Mijn eigen bezig zijn op school had ik eveneens in tien onderdelen opgesplitst, daarbij een verhaal verteld en een stukje lied laten horen. Mijn eigen tekst en de liedjes werden gelardeerd met foto’s die ik de afgelopen 25 jaar regelmatig gemaakt heb en waar vele collega’s en (oud)-leerlingen voorbijkwamen, een soort van memory lane voor mezelf en soms anderen.

Wie wil zien hoe iemand afscheid neemt, of op zoek is naar ideeën voor een eigen afscheid kan de afscheidspresentatie bekijken via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/wimsafscheid.mp4.

Waar doen we het voor?

Levensbeschouwing moet het hebben van verhalen, zeggen we altijd tegen de leerlingen. Want verhalen, echt of fictief, kunnen mensen inspireren om ervoor te gaan, een trede hoger te komen of te kiezen een hele tijd op je tenen te lopen om een hoger niveau te bereiken. Ook docenten hebben dat nodig. Het is gemakkelijk om in de dagelijkse tredmolen het zicht op waar het eigenlijk om gaat te verliezen. Soms heb je dan een inspirerend verhaal nodig om weer zin en geloof in jezelf en de kinderen te krijgen.

De afgelopen maanden, december-januari 2011-12, kwam ik twee van die verhalen tegen. De eerste is een film “Take the lead’ met in de hoofdrol Antonio Banderas. Uit een internetsamenvatting:
“De professionele ballroomdanser Pierre Dulaine (Antonio Banderas) besluit als vrijwilliger les te gaan geven op een school in New York. Dansles welteverstaan. En dat aan een lastig groepje leerlingen dat na moet blijven. De scholieren staan in eerste instantie erg sceptisch tegenover Dulaine, zeker als ze merken wat hij hen komt leren, maar door zijn enorme toewijding weet hij hen langzaam maar zeker voor zich te winnen. Ze gaan zelfs een stap verder en combineren Dulaine’s klassieke dansstijl met hun eigen hiphop-muziek, waaruit een energieke mengvorm ontstaat. Dulaine spoort zijn leerlingen aan om mee te doen aan een prestigieuze danscompetitie. In ruil daarvoor leert hij ze waardevolle en inspirerende lessen over trots, respect en eer.
Het muzikale drama ‘Take the Lead’ is geïnspireerd op het ware verhaal van Pierre Dulaine, een professioneel ballroom danser die lesgeeft aan openbare middelbare scholen in New York City.”

Een fragment uit de film, de beroemde tangoscène:

De tweede is een driedelige documentaire ‘Gareth Malone Goes Glyndebourne’, waarvan zondag 8 januari 2012 tussen 13.00 en 14.00 uur de eerste aflevering te zien was. Gareth Malone is in 2010 aan de slag gegaan om 50 jongeren te vinden die niets met opera hadden en bereid waren in een nieuwe productie als koorleden mee te doen. Het is een boeiend verhaal geworden van jongeren die hun neus ophaalden, vroegen of ze ervoor betaald werden en vrij negatief het project ingingen, maar die gaandeweg steeds enthousiaster worden. Zeker als van de 100 auditerenden er maar 50 zullen overblijven is de spanning te snijden.
De komende zondagen worden de twee volgende afleveringen uitgezonden. Een voorbeeld op youtube:

De informatie over het Glyndebourneproject is hier te vinden:
http://glyndebourne.com/discover/gareth-malone-goes-glyndebourne

Ook al weet je dat alles keurig gemonteerd is met het oog op een spannende documentaire of film, het geeft je toch weer een lekker frisse kijk op datgene waartoe jongeren, mits goed begeleid en enthousiast gemaakt, in staat zijn. Het mag slechts een verhaal zijn; ik kan er daarna weer met frisse moed tegenaan.

Het is als met het exodusverhaal: ook al weet je dat het zo niet gebeurd is, vele mensen hebben zich laten inspireren door dit verhaal en zijn hun eigen exoduservaring begonnen. Met andere woorden: se non è vero, è bene trovato!

A simple plan

De film ‘A Simple Plan’ gaat inderdaad over een simpel plan: drie mannen vinden een neergestort vliegtuigje met een dode piloot en een tas met 4,5 miljoen dollar. Ze willen die 4,5 miljoen graag zelf houden en besluiten de buit op te bergen tot na de winter, als de dooi het inmiddels ingesneeuwde vliegtuig weer zichtbaar maakt en mogelijk mensen op zoek gaan naar het geld.
De film begint met een overweging van Hank, de hoofdpersoon, over wat zijn vader onder geluk verstond en aan het eind van de film zal Hank die simpele staat van geluk nooit meer meemaken.
De film is in feite een verhaal over kiezen, hebzucht en gelukkig zijn. De film kan heel goed in een aantal fragmenten worden onderverdeeld. Bij ieder onderdeel kan de film gestopt worden en de leerlingen gevraagd, wat zij zouden doen en waarom en als ze het fragment gezien hebben, kan de docent de waaromvraag stellen: waarom doen de mensen hier wat ze doen? Hadden ze anders kunnen handelen? Waarom deden ze dat niet?
Hieronder een samenvatting van het filmverhaal.
De cijfers aan het begin van een alinea verwijzen naar het tijdstip in de film, waarop het fragment begint.

A Simple Plan
(1998)
Goedgekeurd voor 16 jaar en ouder

Hank “Mijn vader vertelde me als kind wat een man nodig heeft om gelukkig te worden.
Simpele dingen eigenlijk… Een vrouw om van te houden, een fatsoenlijke baan, goede vrienden en buren en wederzijds respect. En een tijd lang – zonder dat ik me dat realiseerde – had ik dat alles. Ik was een gelukkig mens.”

Vrouw Sarah is zwanger

Hank, Lou en Jacob (broer van Hank) gaan op pad, bezoeken graf van hun vader. Op de terugweg sprint een vos met kippen in zijn bek. Auto remt en tikt tegen een boom. Ze gaan op pad om de vos te schieten. Ruziemakend komen ze op het spoor van een neergestort vliegtuig. De piloot zit er nog in, kraaien zijn bezig hem te eten. Ze ontdekken een tas met geld.

13.18 Hank “ Dit is een zaak voor de politie. Jij blijft hier, dan halen we de politie.”

13.30 Lou: “Als we het nu eens niet inleverden.”

We worden gepakt; we zijn medeplichtig;
Doe dan gewoon niet mee – medeplichtig
Als de vliegtuig vinden en geld missen , komen ze achter ons aan.
Illegaal geld en de politie kent die piloot niet eens.
Amerikaanse droom in een sporttas,
Je werkt voor de Amerikaanse droom, je verdient die zelf.

16.07 Als ik het dan eens bewaar… We wachten tot de lente, als er dan niemand om het geld is geweest, verdelen we het en smeren hem.
Waarom moet jij het bewaren?
Omdat ik het zo wil . Anders leveren we het nu meteen in.
Vertrouw je ons niet?
Met zoveel geld? Ik niet. Geen beloften; als er iemand komt zoeken, verbrand ik het.
Ze doen mee.
Tellen het geld eerst: 4.400.000 dollar.

Lou belooft niets tegen zijn vrouw Nancy te zeggen. Hank denkt dat hij het wel zal doen.
22.40 Hank komt thuis en stelt zijn vrouw de hypothetische vraag wat ze zou doen als ze 4 miljoen in het bos zou vinden. Ik houd het niet, want het is stelen.
Zoekgeraakt geld en niemand zoekt ernaar.
Van wie is het geld?
Van jou.
En van wie was het hiervoor?

Hij gooit het geld op tafel en ze begint te lachen. Aan tafel praten ze erover.
H: “Als we het houden, hoeven we ons geen zorgen te maken”
S: “Maar dat doen we nu toch ook niet. Je hebt een goede baan; we hebben het niet nodig.”
H.: “Maar niemand lijdt schade als we het houden.Dat zou pas een misdaad zijn: als iemand er schade door zou lijden.”
S.: “Het is verboden. Of iemand schade lijdt, maakt niet uit.Je wordt gesnapt en gaat naar de gevangenis.”
H.: “Er wordt niemand gesnapt. Het geld is het enige bewijs dat we iets fout doen.We bewaren het en kijken wat er gebeurt. Als iemand het zoekt, verbranden we het en zijn we er vanaf. Geen enkel risico. Alles is onder controle.”
S.: “En hoe is het Jacob en Lou?”
H.: “Zolang we het geld bewaren, trekken wij aan de touwtjes.”
In bed na de nieuwjaarsborrel thuis zegt Sarah: “je moet teruggaan naar het vliegtuig en een groot bedrag – zo’n 500.000 dollar – terugleggen; als ze dan het vliegtuig vinden, denken ze dat er nog niemand geweest is. Het zou de verdenking wegnemen, niemand laat zoveel geld liggen. Je vertelt Jacob niets. We moeten van nu af voorzichtig zijn, we moeten vooruitdenken.”

27.09 Zegt tegen Jacob dat ze terug naar het vliegtuig moeten, omdat hij de piloot aangeraakt heeft, Jacob op de uitkijk, moet doen alsof hij een band verwisselt. Boer op zoek naar de vos wil met zijn scooter naar het bos rijden. Jacob slaat hem met een stuk ijzer en hij lijkt dood te zijn. Hank zegt Jacob dat hij zal doen alsof het een ongeluk is en hij rijdt met de dode boer richting bos. De boer komt uit zijn bewusteloosheid en zegt:
“Je broer heeft me geslagen, Bel de politie maar.” Hank verstikt de boer tot hij echt dood is.
Hij laat de scooter met de boer erop van de brug schieten om het op een ongeluk te doen lijken. Jacob krijgt wroeging en wil zijn daad en alles erom heen opbiechten. Hank vertelt hem dan dat hij de boer gedood heeft, dus is het zijn beslissing.

36.30 Thuis met Sara kijken ze naar het nieuws, waar het bergen van de scooter te zien is. Sarah zegt, dat ze wilde dat hij Jacob niet meegenomen had. Ze is bang dat hij zal vertellen wat er gebeurd is. Hank: “Vertellen wat ik gedaan heb.” Sarah:”Dat deed je omdat je in de val zat. Je had geen keus.” Hank vraagt Sarah:” Had jij hetzelfde gedaan als je daar had gestaan? Ik moet weten of jij het ook had kunnen doen.”

Jacob vraagt hem naar hun boerderij te komen in de middagpauze. Het is de boerderij waar hun vader twee hypotheken op had, waarna hij failliet is gegaan. Jacob wil de boerderij terugkopen en er weer iets van maken, nu zij het geld hebben. Hank zegt dat ze er van door moeten als ze geld hebben, want anders kunnen ze het verkregen geld niet verklaren. “Je kunt de hele wereld hebben, Jacob,” zegt hij, maar Jacob zegt dat dit het enige is wat hij wil hebben. “Dit is mijn thuis, Hank.”

41.10 Sarah laat Hank een krantenknipsel zien, waaruit zou blijken dat het geld afkomstig is van een ontvoering van een rijke erfgename. ‘Nu weten we dat het gestolen is,” “We wisten dat het gestolen was, alleen niet van wie.”
“We dachten dat het drugsgeld was.”
“Nee, dit is juist goed. Ik dacht dat het gemerkt of zo zou zijn. Maar dat is niet, want het staat hier. Je bent een beetje paranoïde. Het is over. Het zit goed.”

44.01 Lou staat voor Hanks deur en wil zijn aandeel hebben. Hank: “We zouden het bewaren tot we zeker wisten dat alles veilig was.”
Lou: “Geef me maar een pakje. De rest haal ik later wel op.”
“Als je dat nog eens vraagt, verbrand ik het morgenochtend. Duidelijk?”
“ Je bluft.”
“Probeer het maar.”
“Jacob heeft me een geheimpje verteld, meneer de boekhouder. Ik weet wat er met Dwight Stevenson gebeurd is.”

Even later zegt Lou: “Ik ben platzak, ik heb schulden.”
Hank weet het verdelen van de buit uit te stellen tot Sarah bevallen is.

51.00 Sarah is bevallen en heeft het volgende voorstel: “Je moet zo’n minirecorder kopen. Dan nodig je Lou en Jacob uit, voeren hem dronken en laten hem de moord bekennen. Jij gaat eerst, dan Jacob en als Lou gaat praten neem je dat op. Als hij vervolgens moeilijk doet, kun je hem ermee confronteren. We kunnen het toch proberen, we hebben niets te verliezen.”

Hank nodigt Jacob uit om bij hen te komen eten. Ze praten over vroeger. Jacob zegt dat hun vader in hun situatie hetzelfde gedaan zou hebben als zij. Hij wilde altijd alles voor elkaar hebben, net genoeg om een rustig leven te kunnen leiden. Maar dat lukte hem nooit. Als het hem wel gelukt was, zou hij er nog zijn. Dan had hij het niet gedaan. Zelfmoord gepleegd.”

Hank blijkt in de veronderstelling verkeerd te hebben dat ze dronken waren en ze een ongeluk gehad hadden.
Jacob: “Hij had natuurlijk gedacht dat het verzekeringsgeld alles goed zou maken.”

1.06 Jacob helpt Hank de bekentenis te krijgen door een toneelstukje te spelen. Als Hank de band voor Lou afspeelt, wordt die woest en dreigt met een geweer. Jacob haalt zijn geweer uit de truck en er ontstaat een dreigende situatie. Jacob schiet en Lou is dood. Hank zegt tegen Nancy dat het zelfverdediging was en dat zij zijn deel zal krijgen. “Jullie krijgen helemaal niets van dat geld” roept ze en loopt naar de keuken, waar ze een revolver pakt en op Hank schiet. Hij doodt haar en weet Jacob zo ver te krijgen dat ze een geloofwaardig verhaal ophangen waarbij Lou in een dronken bui Nancy vermoordde en zich vervolgens tegen hen richtte.

1.20 Jacob wordt verdwaasd door de politieagent naar Hank gebracht en hij zegt: Voel je je weleens een slechterik? Ik wel.”

1.24 Carl – sheriff- vraagt Hank de volgende middag Jacob langs te sturen omdat een FBI-agent naar hen toekomt om over een neergestort vliegtuig te kijken. Hank wordt paniekerig en zegt tegen Sarah, dat ze het geld moeten pakken en naar het buitenland moeten vertrekken. Sarah houdt haar zinnen bij elkaar en zegt dat hij gewoon erheen moet gaan. “ De mensen zien jou als een normale, aardige man. Niemand verwacht dit soort dingen van jou.”

Sarah vermoedt dat er iets mis met de FBI-agent omdat die praat over een overval op een geldtransport. Sarah: ”Dan zouden er toch ook briefjes van 50 en 10 tussen moeten zitten. Heb je naar zijn legitimatie gevraagd, Ik bel morgen meteen met de FBI of er een agent Baxter werkt. Ik werk aan een plan.”

Hank: “ Een plan; het geld naar het vliegtuig terugbrengen en Stevenson vermoorden? Of Lou stiekem opnemen waardoor er nog twee mensen dood zijn? Weer zo’n plan? Ik heb ook een plan. Ik breng het geld terug. Alles.”

Sarah: “Is dat wat je wilt. Nog dertig jaar werken, wachtend tot je baas met pensioen gaat of sterft, zodat jij opslag krijgt? En Amanda? Moet zij opgroeien in goedkope of tweedehands kleren? Met speelgoed van andere mensen omdat wij niks kunnen kopen? En ik? Wat moet ik? De rest van mijn leven, 8 uur per dag met een valse glimlach met mijn neus in de boeken naar huis gaan om eten voor je te koken. Altijd dezelfde maaltijden, afhankelijk van de kortingsbonnen die week. Uit eten gaan bij speciale gelegenheden. Met een verjaardag of zo. Niet te veel bestellen. Geen voorgerecht. Thuis een toetje eten. Moet dat me gelukkig maken? En dan heb ik het nog niet over Jacob gehad. Bijstand en af en toe een baantje. Hoe lang duurt het voor hij alleen in dat huis vervuilt?”

Sarah belt de FBI en stelt vast de het een nep-agent is. Als ze Hank belt weigert hij de smoes te gebruiken die ze afgesproken hebben en gaat toch mee. Sarah belt Jacob die toch komt opdagen. Ze verspreiden zich in het natuurreservaat. Hank heeft een wapen uit Carls bureau meegenomen. Als het vliegtuig gevonden is, waarschuwt Hank Carl, maar die wordt neergeschoten voor hij er erg in heeft. Hank wordt gedwongen het vliegtuig in te gaan en laadt daar het wapen. Buitengekomen schiet hij de nepagent dood. Jacob wil niet meer liegen.
“Had een ander het geld maar gevonden.”
Hank vertelt het te vertellen verhaal, maar Jacob pakt het pistool van de nepagent en zegt: “Laat het maar lijken dat hij het gedaan heeft.” “Ik ben zo moe. Ik vind het niet erg. Het is goed zo, ik ben niet bang.
Ik wil hier niet mijn hele leven aan denken. Zuipen op de veranda …
Voor jou is het perfect. Je hebt een doel in je leven. Dat weet je. Ik wil hier niet meer zijn.”

“Als je van me houdt, doe je het. Ik geef je de kans. Ik zal je niet aankijken. Ik zal je niet aankijken, maar als je het niet doet, doe ik het zelf en dan we allebei de lul. Daar schieten we niets mee op. Ik doe het echt, Hank. Ik meen het.”

Hank schiet als hij ziet dat Jacob het pistool naar zijn hoofd brengt.

De echte FBI vertelt hem, dat ze het geld enkele uren in handen hebben gehad. Omdat het niet gemerkt mocht worden hebben 20 mensen de nummers opgeschreven en die wachten nu tot het geld op komt duiken.
Hank gaat naar huis en verbrandt het geld, Sarah: “We kunnen naar het buitenland vluchten.” maar hij duwt haar van zich af en verbrandt alles.

Sara werkt in de bieb en Hank in de molen. “Soms hebben we dagen dat we net normale mensen zijn die nergens aan denken, niet aan het geld, niet aan de moorden. Maar die dagen zijn op de vingers van een hand te tellen.”

117 minuten totaal

Lonneke kan niet loslaten

In lessen rondom dood en omgaan met dood gebruiken docenten soms ook afleveringen van BNNs “Over mijn lijk’ om te laten zien hoe mensen met hun eigen sterfelijkheid en het vooruitzicht niet langer te leven te hebben omgaan. In de Spits van 27 september wordt het verhaal van een van de jonge vrouwen verteld. Het kan in plaats van een aflevering of naast een aflevering gebruikt worden

Nog enkele maanden te leven
Lonneke te Kamp kreeg vorig jaar al van haar artsen te horen dat ze nog maar enkele maanden te leven heeft, maar ze is er nog steeds. De 28-jarige perst elk moment uit de dag om haar to-do-lijst af te werken. Zoals het veiligstellen van haar urnenbedrijfje.
‘Ik besloot dat ik alles kon’ heet de Loesje-verzamelbundel die dienst doet als leesvoer op haar toilet. Een toepasselijke titel voor Lonneke te Kamp, bekend van BNN’s Over Mijn Lijk, die sinds 2003 met ‘vecht – en levenslust’ borstkanker en uitzaaiingen in lever, botten en longen de baas probeert te blijven. Vastbesloten om eruit te halen wat erin zit, perst ze elke moment uit de dag. Om lol te maken met haar vriend, familie en om de toekomst van haar bedrijf Return veilig te stellen.
Ze heeft niet al te lang meer. In november 2010 vertelde haar oncoloog dat ze erop moest rekenen dat dit haar laatste kerst werd. „Ik heb altijd tegen mijn artsen gezegd: ik wil niet weten hoe lang ik nog heb, tot we moeten gaan denken in termen van maanden. Toen dat moment aanbrak, begon het wel te tieren in m’n kop.”
Ze verloor op haar twaalfde haar vader aan een hersentumor. Zelf was ze twintig jaar toen bij haar borstkanker werd vastgesteld. Ondanks een borstamputatie en chemotherapie kwam de ziekte terug; eerst in 2005 en vervolgens in 2008. „Ik leef al een poos in reservetijd”, weet ze. „Maar tegelijk heb ik lang gedacht: die dokter heeft toch ook geen glazen bol? Hij zegt ‘maximaal een jaar’, dan maak ik er minimaal een jaar van.”
Maar toch: vrienden zijn de laatste tijd tijdens bezoekjes driftig in de weer met hun fotocamera. Ze willen vaker afspreken. En opeens duiken mensen die ze al jaren uit het oog was verloren weer op. Lonneke zelf wil niet bij alles denken: dit was misschien de laatste keer. Maar haar lijf vertelt haar ondubbelzinnig dat het hard achteruit gaat: het effect van de chemo neemt af, de pijn juist toe. „Heel eerlijk gezegd begin ik hem nu wel te schijten.”

Lijfsbehoud

Vandaar dat ze vaart zet achter het lijfsbehoud van haar onderneming in door Gambiaanse houtsnijders vervaardigde urnen, een idee dat ze opdeed tijdens een bezoek aan dit deel van  Afrika.  Ongeveer vijftig urnen per jaar verkoopt ze, gemaakt door een handvol mannen die hiervan hun gezinnen kunnen onderhouden. „Ik wil niet dat Return overlijdt wanneer ik overlijd.” Dus is ze nu druk in de weer om het bedrijf straks over te kunnen laten gaan in een stichting, zodat Return blijft bestaan en alle verdiensten uit de verkoop van urnen terug zullen vloeien naar de stichting. En natuurlijk hoopt ze nog één keer fatsoenlijk afscheid te kunnen nemen van ‘haar jongens’ in Gambia.
„Echt gelukkig zal ik niet meer worden”, beseft ze. „Maar ik kan nog wel zoveel mogelijk geluksmomentjes verzamelen. Een etentje met al mijn vriendinnen op mijn verjaardag eind oktober, bijvoorbeeld. En gisteren was ik even hartstikke blij toen een vriendin vertelde dat ze zwanger is. Al spreken we dan beiden de gedachte niet uit dat ik het kindje waarschijnlijk nooit zal zien. Ook mooi was toen ik pas een vader en dochter heb geholpen bij het uitkiezen van een urn voor de moeder van het gezin. Kijk, ik zit niet in de wasmachines, hè. Ik vind het geweldig dat ik, een boerentrien uit de Achterhoek, mensen op één onderdeeltje in hun rouwproces kan bijstaan.”
Al heeft ze ‘een kop als een trekhaak’ door alle medicijnen, Lonneke kan nog niet loslaten. „Het gebeurt dat ik om twee uur ‘s middags een chemo heb, onderweg naar huis moet stoppen om te braken en dan toch om half vier met een afspraak in de showroom sta.”
Ze besluit: „De ziekte heeft veel van me afgepakt, maar me ook veel gegeven. Ik heb er niet om gevraagd. Ik had ook liever aan Lotto Weekend Miljonairs meegedaan dan aan Over Mijn Lijk. Maar ik heb, hopelijk, wel kunnen laten zien dat kanker niet alleen maar kaal, kotsen en doodgaan betekent.”

B. Breure 27-09- 2011 Spits

De duiklok en de vlinder

Tijdens de eerste les over zin en onzin van het leven zochten we naar de grenzen van zin en onzin. Wanneer is het leven zinloos geworden, was een vraag van diverse leerlingen. Ze hadden zelf wel herkenbare voorbeelden, die mij iets te gemakkelijk gingen. Ik herinnerde me enkele jaren geleden de film Le scaphandre et le papillon, het verhaal van de hoofdredacteur van Elle, Jean-Dominique Bauby, die een hersenbloeding krijgt, in het ziekenhuis wakker wordt en ontdekt dat hij nog bij zijn volle verstand is maar alleen met zijn linkeroog kan knipperen. Bauby slaagt erin zijn zelfmedelijden opzij te zetten en besluit het boek te schrijven waarvoor hij al een contract met een uitgeverij had getekend voor het ongeluk. Alleen met zijn linkeroog knipperend lukt het hem het gehele boek te dicteren aan Claude, zijn hulp en secretaresse.

Om te laten zien hoe Bauby toch weer zin geeft, liet ik een fragment van de film zien, ongeveer 20 minuten, van minuut 20 tot 42 ongeveer. We zien daarin het volgende:
De logopediste Heriëtte heeft een alfabetkaart ontwikkeld, waarop de letters in volgorde van de mate van gebruik in het dagelijkse leven staan geordend. Ze leest de letters voor en als het de gewenste letter is, moet Bauby een keer knipperen: ja. Twee keer knipperen betekent nee.
Vervolgens krijgt hij gezoek van Pierre Roussin, een journalist aan wie Bauby zijn plaats in het vliegtuig afstond, waarna het gekapt werd en Roussin meer dan vier jaar in gijzeling heeft gezeten. Hij wist zijn menselijkheid te bewaren door elke dag de grote wijnmerken van Bordeaux te herhalen om zo niet in een zinloze hel te verzeilen. “Houd u vast aan de mens die u bent en u overleeft het.” wilde Roussin hem komen zeggen, ook al heeft Bauby nooit contact met hem opgenomen nadat zijn collega uit de gijzeling in Frank was teruggekeerd.

Een van zijn eerste gedicteerde zinnen aan Henriëtte is: “Ik wil dood”, wat de logopediste heel boos maakt, maar waarvoor ze zich later excuseert. Iets verderop in de film ziet hij beelden van kusten die in zee vallen en hem het leven als een reeks mislukkingen laten zien.
Als hij door die fase van zelfmedelijden heen is, zegt hij tot zichzelf: “Behalve mijn ogen heb ik mijn verbeelding en mijn geheugen nog.” Hij besluit dan het boek te schrijven waar hij al een contract voor heeft en hij gaat aan de slag.

Hoewel er in een film met een hoofdrolspeler die alleen met een oog kan knippen weinig actie zit, viel het me op dat het de leerlingen toch boeide en hen confronteerde met de grenzen van wat zij zelf onder zin verstaan. In de klassen waar zin voortdurend samenviel voor de leerlingen met geluk en genieten, kwam de beslissing van Bauby om niet meer dood te willen als een complete verrassing.
Een aanrader.

Vrienden zonder grenzen 2

In Lia 171 vroeg ik collegae wie er hoe gewerkt heeft met de serie ‘Vrienden zonder grenzen’. Er waren twee belangwekkende reacties, die collegae een indruk kunnen geven van de bruikbaarheid van de afleveringen.

Paul Goossens, docent aan het VHL Rijnsburg schreef: “Wat “Vrienden zonder grenzen” betreft, ik heb alleen ervaring met de eerste serie (Fatma en Kees). De leerlingen van het VMBO (klas 2 en 3) waar ik die serie gebruikte, waren dolenthousiast over de eigentijdse filmpjes en konden goed discussiëren over de achterliggende vooroordelen. Voor de HAVO heb ik wat twijfels gezien het taalgebruik. Ik heb de filmpjes bij de HAVO-klassen gebruikt, maar kreeg daar veel meer de reactie van “Wow, dat is heavy”. Ze vonden de filmpjes daar dus niet minder boeiend, maar zijn dit taalgebruik toch minder gewend, lijkt het. Maar het is maar net op wat voor school en omgeving je lesgeeft. Zelf geef ik geen les in een verstedelijkt gebied, daar zal het materiaal ook meer algemeen bruikbaar zijn dan in een meer dorpse ons-kent-ons omgeving. Ook in een wat strenger christelijke omgeving (waar ik nu werk) zou ik goed van te voren afwegen of het passend is.”

Hannie Hoefnagels reageerde met: “Rond het jaar 2005 hebben wij serie 1 van Vrienden zonder Grenzen gebruikt. Zowel in vmbo2, als havo en vwo 3 als vwo4. In alle lagen sloeg de film heel goed aan. Waarmee je vraag of de serie specifiek voor vmbo is, al meteen is beantwoord. Nee, in alle jaarlagen konden leerlingen zich in de problematiek herkennen en zich ook met een personage identificeren, wat een belangrijke kracht van deze serie is.
We gebruiken de serie nu eigenlijk niet meer omdat we andere digitale middelen hebben, havo 3 en vwo 4 geen lb. meer hebben, we een nieuwe methode hebben en er ook nog ander mooi materiaal is.”

Kansloos, de tweede keer

In de laatste LIA voor de schoolvakantie maakte ik melding van de nieuwe kerst/schoolmusical, die Eva Mathijssen en Arto Boyadjian geproduceerd hebben. De tekst heb ik gelezen, de liedjes beluisterd, en ik kan zeggen dat het een product is geworden, waar veel jongeren met plezier aan zullen werken.
Een aantal scholen is intussen al ermee begonnen om tegen de kerstvakantie een eigen uitvoering van de musical te geven.
De verschillende jongeren komen goed uit de verf, zijn heel verschillend in hun karakters. Het verhaal: een groepje hangjongeren – van het gezellige soort – komt huns ondanks in conflict met ‘gewone’ jongens en die laten het er uit zien alsof zij de slachtoffers zijn. De wijkagent en de maatschappelijk werkster willen dat de jongeren een soort van taakstraf krijgen en ze moeten meewerken aan een kerstevenement voor daklozen. Als ze dan bij ‘gewone’ mensen om hulp gaan vragen in de vorm van eetbare zaken e.d. krijgen ze de kous op de kop, want het etiket van hangjongere dan wel dakloze doet mensen vreemd reageren.
Ze slagen er toch in iets te organiseren, ware het niet dat er -bijna letterlijk – roet in het eten wordt gegooid.
Wie geïnteresseerd is, kan meer informatie vinden op http://www.deschoolmusical.nl . Er is een tekstboek met aanwijzingen, een cd met voorgezongen muziek en alleen de muziek, niet minder dan 11 lekkere liedjes, een lesopzet voor wie met de problematiek van daklozen en vooroordelen aan de slag wil gaan. Er is een vmbo en een havo-vwo-versie. Er is de mogelijkheid om een workshop met tips en activiteiten te volgen, al dan niet op school.
Mocht je school nog steeds een saaie kerstafronding hebben, maak dan beslissers en enthousiastelingen attent op dit materiaal. De reacties van wie een van de vorige twee musicals heeft gekozen en laten spelen, waren zonder meer positief.

Vrienden zonder grenzen

Op schooltv.nl las ik de volgende tekst:
Educatief minidrama over vraagstukken van de vmbo-jeugd. Leerlingen herkennen de problemen van de hoofdrolspelers van Vrienden zonder grenzen en kunnen zich al dan niet identificeren met de oplossingen.
“De eerste reeks Vrienden zonder grenzen (6 afleveringen) gaat over de liefde tussen de Nederlandse Kees en de buitenlandse Fatma, wat niet door iedereen wordt geaccepteerd. Na de eerste drie afleveringen volgen drie filmpjes gemaakt door leerlingen naar aanleiding van het programma.

De tweede reeks (3 afleveringen) gaat over het ontdekken van de eigen seksualiteit. Astrid komt er achter dat ze eigenlijk niet verliefd is op haar vriendje Lars, maar dat ze gevoelens heeft voor vriendin Tuana. Astrid vindt het moeilijk om hier met iemand over te praten.

In de derde reeks (4 afleveringen) staan vier jongeren centraal die samen een pand bewonen. In elke aflevering staat één van de personages en de bijbehorende verhaallijn centraal. Lezen is in de afleveringen een natuurlijke bezigheid van de verschillende personages. Uw leerlingen lezen de teksten die in het programma voorkomen, voeren de bijbehorende opdrachten uit en ontdekken dat zij door goed te lezen problemen het hoofd kunnen bieden.”
Het gaat om een project dat in vmbo klas 1-3 te gebruiken is bij Nederlands en levensbeschouwing. Mijn vraag aan de collegae is of je het al eens gebruikt hebt, wat je ervaringen zijn en of de doelgroep specifiek vmbo is of dat er ook mogelijkheden zijn bij andere onderwijsstromen. Wie reageert?

http://www.schooltv.nl/docent/project/1552290/vrienden-zonder-grenzen/1552339/producten/

Nieuwe kerstmusical

Zo schrijf je twee enthousiast ontvangen kerstmusicals voor de NCRV en zo besluit de NCRV hun koers te wijzigen en ineens – na 19 jaar – te stoppen met die traditie. Nog niet bijgekomen van het bericht kregen Arto Boyadjian (componist) en Eva K. Mathijssen (schrijfster) mailtjes van scholen die onderdeel van de kerstmusical-traditie waren “of zij niet nog iets op de plank hadden liggen?” “Euh nee,” moest tot hun spijt hun antwoord zijn. En die spijt ging knagen… Arto en Eva hadden met zo veel plezier aan Rauw op je dak (2008) en Bende (2009) gewerkt, ze hadden in die korte tijd zoveel geleerd over wat middelbare scholieren kunnen en willen en wat hen bezig houdt, dat het zonde zou zijn om werkloos toe te zien hoe iets wat een geweldige ervaring voor middelbare scholen is gewoon ophoudt.

Gevoed door de reacties die ze kregen hebben ze besloten om de traditie gewoon zelf voort te zetten. Elk jaar schrijven ze een nieuwe schoolmusical, te beginnen met de schoolmusical Kansloos. Die -heel in het kort- gaat over een groep rondhangjongeren die hun tijd verdrijven met graffiti, en die als ze in de kraag gevat worden van de agent de keus krijgen: strafblad of ‘vrijwilligerswerk’. Hoe kansloos ze het ook vinden ze kiezen voor het laatste. De maatschappelijk werkster stuurt ze naar een daklozencentrum, om ze te confronteren dat hun leven helemaal niet zo kansloos is.

Elke schoolmusical kan opgevoerd worden rond kerst, maar ook op elk ander moment in het jaar (dan passen ze hem aan). En die musical komt in een compleet pakket, met het script, de muziek (op cd en op bladmuziek), tips en adviezen, een creatieve lesbrief om nog meer mensen op uw school bij de productie te kunnen betrekken en een lesbrief waardoor de thema’s van desbetreffende schoolmusical ook in klasverband besproken en uitgediept kunnen worden.

Nieuwsgierig? Bezoek dan www.deschoolmusical.nl