Categoriearchief: geluk

Een denkoefening

Geen macabere grap of sick joke, maar een intense manier om na te denken over wat we als vanzelfsprekend aannemen.
Als je moest kiezen tussen een arm en twee benen of twee armen en een been, wat zou het dan worden? Wat voor maatstaven neem je mee in je beslissingsproces. Waar heb je het meeste aan: je armen of je benen? Wat zou het gevolg voor je leven zijn van beide keuzes en als je alles overziet, wat is dan de beste keus?

Je zou kunnen verwijzen naar het verhaal van Nathalie du Toit, de in 1984 in Zuid-Afrika geboren vrouw, die een bij de knie geamputeerd linkerbeen heeft.
Nadat ze bij de Paralympische Zomerspelen 2004 in Athene 5 gouden medailles won in het zwembad, kwalificeerde Du Toit zich via de Wereldkampioenschappen open water 2008 in Sevilla met een vierde plaats voor de 10 kilometer openwaterzwemmen bij Olympische Spelen van Peking eveneens in 2008. Uiteindelijk werd ze daar zestiende. Zij was tevens vlaggendraagster bij de openingsceremonie.
Du Toit werd achtenveertigste bij de verkiezing voor Great South Africans. [bron: wikipedia]

images

Over de streep

Van de weblog va Wilfred Rubens haalde ik de volgende kritische vragen:
“Onlangs heeft de KRO de eerste aflevering uitgezonden van ‘Over de Streep’. Dit programma gaat over Challenge Day. Dit is een bijzondere methode (oorspronkelijk afkomstig uit de VS), die onder meer wordt gebruikt om pesten op scholen tegen te gaan en wederzijds respect te stimuleren. De methode kent verschillende werkvormen, waarmee leerlingen worden uitgedaagd “om verborgen gevoelens naar elkaar uit te spreken”. Het achterliggende idee is dat, als je elkaar beter kent, je meer respect voor elkaar krijgt.
Wellicht het meest confronterende onderdeel is de werkvorm waarbij een begeleider een vraag stelt aan de groep leerlingen (maximaal 100), en zij moeten antwoorden door over een streep te stappen. Bijvoorbeeld: stap over de streep als je ooit op deze school gepest bent?
Verleden jaar heeft de KRO al een documentaire over deze methode uitgezonden. De Challenge Day werd toen bij het IJburgcollege in Amsterdam toegepast.
Op de website van Challenge Day vind je meer informatie over de formule (opmerken-kiezen-doen), de voorbereiding en inbedding in het onderwijs. Zo is er veel aandacht voor nazorg, en is er op elke vier leerlingen één volwassen begeleider. Ook lees je hier positieve (Amerikaanse) testimonials. Edvard Houtkoop is deelschoolleider bij het IJburg College en tweette mij vanochtend, hoe hij terugkijkt op de Challenge Day:
Positief, ook de tweede keer afgelopen voorjaar. Waardevolle dag ook voor jezelf. Moet wel passen binnen rest leerlingbegeleiding.
Ik vind het een boeiende aanpak. O.a. omdat het zo veel los maakt. Zie bijvoorbeeld de bedenkingen van hoogleraar Bob van der Meer. Ik zie de mogelijke kracht van deze methode, maar heb nog de volgende vragen:
• Creëer je daadwerkelijk een veilige omgeving, ook als je de Challenge Day opneemt en uitzendt?
• Er is sprake van redelijk veel fysiek contact (knuffels, arm om de schouder). Hoe werkt dat bij leerlingen uit culturen waar terughoudend wordt omgegaan met lichamelijk contact?
• Wat is de impact van de uitzendingen voor de digitale identiteit van jongeren, ook op langere termijn? De uitzendingen staan immers online.
• Ik heb de indruk dat jongeren vooraf niet wisten wat hun te wachten stonden. Is dat ethisch, met name gezien het feit dat opnames worden gemaakt van de Challenge Day?
• Hoe waarborg je een goede inbedding binnen het onderwijs? Doe je dat niet dan kun je volgens mij juist onveiligheid creëren. Scholen zijn vaak goed in het organiseren van gebeurtenissen, maar minder goed in het organiseren van processen (denk ook aan professionalisering van docenten).
• Kun je inderdaad in één dag een collectief creëren?
• Werkt deze methode niet juist groepsdruk in de hand, waardoor leerlingen dingen over zichzelf vertellen die zij eigenlijk niet willen vertellen?
• Welke persoonlijke informatie is relevant (van invloed op jouw functioneren binnen een groep) om te vertellen? Als docent en collega-leerling hoef je niet alles te weten van een leerling. Bepaalde informatie kan zelfs ‘afleidend’ werken of verkeerd geïnterpreteerd worden. Zijn leerlingen zelf in staat om te bepalen welke informatie relevant is?
• In welke mate hebben leerlingen invloed op de montage van de documentaire? Kunnen leerlingen aangeven dat zij bepaalde uitspraken en fragmenten niet terug willen laten komen in de uitzending? Hebben zij bedenktijd?”
http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2011/08/vragen-bij-over-de-streep-.html

http://www.dayofchange.nl/videos

Bruto Nationaal Geluk

Op de blog van www.secondsight.nl schrijft Jan Bletz op 14 april over onderzoek dat gedaan wordt naar het welzijn en geluk van mensen. Ik citeer de auteur:

“Nederlanders zijn in de afgelopen decennia steeds welvarender en hoger opgeleid geraakt. Maar we zijn niet gelukkiger geworden. Het geluksgevoel is al decennialang stabiel gebleven. Motivaction deed onderzoek naar de meest invloedrijke factoren voor geluk, en wat blijkt? Vooral je mentaliteit is van invloed op hoe gelukkig je bent.

Geluk is voor een deel maakbaar. Een duurzame relatie, je verbonden voelen met anderen, participatie in de samenleving en het benutten van je talenten bevorderen geluk. En je mentale instelling speelt ook een rol: tijdstress, negatief denken en/of te veel dromen maakt ons eerder ongelukkig. Ook je levensvisie speelt een rol. Meer materialistisch ingestelde milieus zijn in Nederland in opkomst, maar minder gelukkig dan andere groepen.
Dit alles blijkt uit een onderzoek van het bureau Motivaction.

Het recente debat  sluit aan op een discussie over het Bruto Nationaal Geluk als alternatief voor het Bruto Binnenlands Product. En ook trendforecaster Li Edelkoort ziet Wellbeing als een van de belangrijkste trends voor de komende jaren.
Het begrip BNG komt van Koning Jigme Singye Wangchuk van Bhutan die als reactie op de kritiek op de slechte economie van zijn land in 1972 als antwoord een andere maatstaf ontwikkelde. De vier pijlers van BNG zijn volgens hem:
• de bevordering van billijke en duurzame sociaal-economische ontwikkeling,
• behoud en bevordering van culturele waarden,
• behoud van het natuurlijke milieu, en
• goed bestuur van ondernemingen.

President Sarkozy van Frankrijk gaf enkele jaren geleden de opdracht om nieuwe maatstaven in kaart te brengen die verder gingen dat het Bruto Binnenlands Product. Componenten als welzijn en duurzaamheid zouden moeten worden meegewogen bij het meten van economische vooruitgang.
Ook premier David Cameron heeft vorig jaar zijn bureau voor statistiek opdracht gegeven het welzijn van de Britten op te nemen in de periodieke onderzoeken. Hij wil niet langer alleen het GDP (Gross Domestic Product) weten maar ook het GWB (General Well-Being).
In Nederland werkt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan een meetmethode, die meer meet dan alleen de economische vooruitgang in euro’s, en laat zich daarbij onder andere adviseren door de Canadese econoom Marc Anielski. Anielski schreef het boek The Economics of Happiness (2007) waarin hij een bruikbaar model beschrijft dat behalve het Bruto Binnenlands Product wel vijftig andere indicatoren gebruikt.”

Wie ben ik boek

Ik! Wie is dat?

Uit de achterflap: “In het boek “Ik! Wie is dat?’ word je aangespoord om na te denken over wie je bent en wat jij nu juist jou maakt. We willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wel wie je wilt zijn of speel je een rol?……”
Het boek is speciaal voor jongeren vanaf tien geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
ISBN: 978 90 487 0653 2 Prijs 14,95
www.dekinderuniversiteit.nl
www.zwijsen.nl

Deze tekst is ook als pdf te downloaden: IK!_Wie_is_dat.pdf

Mijn oordeel
Een fijn boek om aan puberende zoon of neef danwel dochter of nichtje te geven.
Een boek dat een aantal themata aanroert, waarvan de docent levensbeschouwing zich duidelijk af moet vragen of ze in zijn curriculum aanwezig zijn.
Een boek dat duidelijk maakt dat levensbeschouwing uiteindelijk het schrijven van je eigen levensverhaal is.
Een boek dat duidelijk maakt dat het levensbeschouwelijk dagboek een integrerend bestanddeel van een levensbeschouwelijk portfolio dient te zijn.
Een boek dat ook laat zien dat voor levensbeschouwing een groot aantal Bezugswissenschaften aanwezig dienen te zijn om leerlingen verantwoord in te leiden in de wereld van hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling.

Wie meer over de inhoud wil weten, kan hieronder een samenvatting van de verschillende hoofdstukken vinden.

Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn [Wie ben ik?]
Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ is afhankelijk van de plaats, tijd en persoon die de vraag stelt. De psychologen Kuhn en Portland vroegen mensen in 20 verschillende situaties antwoord op de vraag te geven. Als je kijkt naar de punten die op alle lijstjes staan, kom je toch tot een soort kern van jezelf, volgens hen.
Wie ik kan zeggen, heeft zelfbewustzijn ontwikkeld: een kind van twee noemt zichzelf bij de voornaam, zal het niet over ik hebben; een kind van vier al veel meer.
Waar dat zelfbewustzijn zit, is niet precies aan te geven; het blijkt in ieder geval niet op één plaats te zitten.
Je ben ik, van top tot teen. Als je een teen verliest, ben je dan nog jij? De meeste mensen zeggen ja, maar als je een beroemde toptennisser bent en door het verlies van die teen geen bal meer raak slaat, verandert dan je ik?
We leven in een tijd, waarin niet meer anderen zoals ouders en omgeving bepalen wat jij doet en gaat worden en denken, maar we leven in een iktijdperk. Wie je bent, je identiteit, bepaal je steeds meer zelf. Je identiteit is een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.
We hebben verschillende ikken in ons leven, met andere woorden, we spelen verschillende rollen, afhankelijk van de positie die we telkens innemen. Tegelijk kijken we niet naar anderen als mensen die rollen spelen: “Alles wat iemand doet en zegt, schrijven we toe aan die persoon.”

Je bent nooit alleen op de wereld [Ik, jij en wij]
Al in de oertijd leefden mensen in groepen. Dat was nodig om samen te jagen en samen te vechten tegen gevaarlijke gebeurtenissen of dieren of mensen.
Lid zijn van een groep bepaalt een deel van je identiteit. Je vertelt dat je dit bent, maar tegelijk ook, dat je dat niet bent.
Bij groepsgevoel hoort ook een ‘wij tegen zij’ gevoel. Je vindt dat de mensen in jouw groep slimmer, eerlijker en mooier zijn dan de mensen in een andere groep. Dat betekent dat jij dus ook mooier, slimmer etc, bent, want jij behoort tot die groep. Op die manier krik je je gevoel van eigenwaarde op.
We komen er dan ook sneller toe om de negatieve dingen aan HEN toe te schrijven, want WIJ doen zulke dingen niet.
We willen ook graag erbij horen, we zijn niet graag buitenbeentje. Mensen gaan heel ver om niet van de groep af te wijken. Het experiment van Asch laat zien dat mensen geneigd zijn de meerderheid van de groep te volgen, ook al is het zonneklaar dat het antwoord van die meerderheid fout is.
Wie zich niet wil aanpassen aan de groepsdruk, heeft het niet altijd gemakkelijk en moet over een positief zelfbeeld beschikken. Als je bereid bent, aan te geven dat je het er niet mee eens bent, is de kans groot, dat anderen ineens het met je eens durven te zijn. Opmerkelijk t.a.v. een positief zelfbeeld is, dat mooie mensen niet altijd gelukkiger of zelfverzekerder zijn dan minder mooie mensen. Hun probleem is dat ze vaak niet weten of ze gewaardeerd worden wegens hun mooie uiterlijk of om wat ze gepresteerd hebben. Daardoor twijfelen deze mensen vaak aan hun kunnen.
Ook in de verschillende groepen waartoe je behoort speel je altijd sociale rollen.

De oma van je oma, van je oma, van je oma [Ben ik een aap]
Honderdduizend oma’s geleden komen we uit bij een vrouw die twee miljoen jaar geleden leefde, een Australopithecus, een aapmens. Nog verder terug vinden we de mensaap-oma, die twee kinderen kreeg. De ene is stammoeder van de mens, de ander van de chimpansee, met wie we 99 procent van het DNA delen.
Dankzij de evolutie hebben de mensen zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, waardoor ze niet ten onder zijn gegaan, zoals andere diersoorten, die zich niet konden aanpassen.
Wat de mens is is een discussiepunt. Voorbeeld is het eten van vlees. Volgens de darwinisten is vlees eten natuurlijk, want de energie die uit vlees komt hebben we nodig gehad om onze grotere hersenen te ontwikkelen.
Daar staan de kantianen tegenover: mens is wie nee kan zeggen tegen zijn natuurlijke neigingen.
Darwin zegt we onszelf gerust een aap kunnen noemen. Kant zegt dat de mens een zelfbewust wezen is met een vrije wil, met verantwoordelijkheid. Dat heeft een dier niet. Als een hond een kind bijt, wordt niet de hond maar de eigenaar aansprakelijk en verantwoordelijk gesteld.

Stamppot of Allah [Wij en zij]
Twintig procent van de Nederlanders heeft buitenlandse wortels. Dat was honderd jaar geleden heel anders. Je woonde in een kleine gemeenschap, trouwde werkte en stierf in die gemeenschap en je kwam zelden buiten die gemeenschap. Dat is nu anders. En aan mensen die niet dezelfde achtergrond als zijzelf hadden moesten veel Nederlanders erg wennen. Anders zijn is een rare zaak, vonden ze. Hun vertrouwde beelden van Nederland en de Nederlander verdwenen en dat maakte hen onzeker en ze voelden zich onveilig.
We zullen nu moeten leren leven met de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving. Als mensen elkaar ontmoeten en elkaars gewoonten leren kennen en begrijpen, wordt de kloof al snel minder breed. Maar vaak wonen allochtonen en autochtonen in verschillende wijken en bezoeken verschillende scholen.
Hieraan gekoppeld is het gevoel van meer dan vijftig procent van de allochtonen dat ze weleens gediscrimineerd worden, vooral op hun werk. Onderzoek van de Universiteit van Tilburg bracht aan het licht, dat mensen het meest gediscrimineerd worden op de plaatsen waar bazen zeggen dat iedereen gelijk is. “Juist in die bedrijven gelooft niemand dat iemand anders (ongelijk) behandeld worden en kan er dus niet over gepraat worden.”

God en ik, ik en God [Waarin geloof je?]
God is een behoorlijk twistpunt tussen mensen. iedereen denkt dat hij gelijk heeft en dat heeft soms tot bloedige twisten geleid. Ook is waar dat mensen veel aan hun geloof hebben. Alle geloven hebben gemeenschappelijk dat ze lessen in het leven zijn. Geen enkele godsdienst is uit op vernietiging van de aarde.
Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft niet in God, en dat doen ze ook op verschillende manieren. Daarnaast hebben we ook nog een groot aantal ietsisten.
Opmerkelijk is dat in twee van de drie huizen een boeddhabeeld staat: een gezellige dikkerd oogt toch anders dan een lijdende Christus op een kruisbeeld.
Je geloof is mede van invloed op de manier waarop je tegen jezelf aankijkt.
Kijkend naar de rol van de mens in de ogen van hun God:
In de islam kiest de mens om dienaar van Allah te zijn.
In het christendom is de mens slecht, maar kan beter worden door het voorbeeld van Jezus.
In het boeddhisme hebben we geen ik; ik word steeds herboren in een nieuwe vorm omdat dat ik nog niet af is.
Een van de gevolgen van de moderne tijd, waarin de mensen steeds minder naar de kerk gaan, is dat de boodschap om een goed mens te proberen te zijn minder gehoord wordt. We zijn als het ware van God los. Letterlijk, dat iemand de regels van God niet meer naleeft. Figuurlijk, dat iemand zo op zijn eigen houtje bezig is dat het hem niet kan schelen of anderen er last van hebben.

Chips in je hoofd [Ik, versie 2.0]
De computer is momenteel al in staat de wereldkampioen schaken te verslaan. We gebruiken de computer, robots en andere zaken om ons leven te veraangenamen. Tegelijk worden we er ook door beïnvloed. Je speelt op internet met een avatar en iedereen denkt dat jij dat bent, omdat de anderen je nog nooit in het echt hebben gezien.
We maken van allerlei hulpmiddelen gebruik om onszelf beter te maken en te voelen. Studenten slikken Ritalin, niet omdat ze AGHD hebben, maar om een examen beter te kunnen maken.
We staan ambivalent tegenover de techniek. In boeken als Brave New World en 1984 staat de mens tegenover een zich ontwikkelde techniek die hem in zijn macht heeft. De mens moet vechten om weer vrij te worden.
We zien drie denkrichtingen als het gaat om het verbeteren van de mens met electronica.
De Kantianen zeggen: niet doen
De utilisten zijn van mening dat als het nuttig je het moet doen.
De autonomen vinden dat ieder mens zelf moet beslissen hoever hij daarin gaat.
Daarover moet de discussie gaan: in wat voor wereld wil ik wonen? Wie wil ik zijn?

Onbeschoft en asociaal [Steeds meer ‘ik’]
Veertig jaar geleden was de tijd van de verzuiling nagenoeg ten einde. Het tijdperk van de individualisering brak aan. Het individu werd belangrijk dan de groep waartoe hij behoorde.
Dat heeft zijn goede kanten. Daar is iedereen het over eens.
Sinds enkele jaren zien we ook dat er negatieve kanten aan zitten. Mensen denken dan vooral aan zichzelf. Het ‘ik’ is te belangrijk geworden. We hebben minder kinderen, zij krijgen veel meer aandacht dan die van vroeger.
We zijn rijker geworden, alles moet kunnen en mogen.
De opvoeding is veranderd. We zijn onbewust asociaal geworden.
De zingevingssystemen zijn niet meer actief zoals vroeger. Naastenliefde wordt vervangen door de 15 minuten roem op de televisie.
We willen respect en als we het niet denken te krijgen, worden we gefrustreerd.
Frustratie leidt vaak tot agressie, zinloos geweld [ sinds 1997]. We leven in een agressievere samenleving dan vroeger.

Hoe je een talent wordt [Je wordt wat je doet]
Wie schade oploopt in zijn hersenen, kan als het ware een ander worden. De hersenwetenschappers zeggen dat je ik bepaald wordt door je aanleg, je omgeving en je eigen invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die aanleg hebben, 10.000 uur nodig hebben om dat talent ook volledig uit te buiten: Mozart, Beatles, Bill Gates hebben allemaal die tijd doorgebracht alvorens ze tot uitzonderlijke bloei kwamen.
Door bepaalde dingen te oefenen, veranderen je hersenen. Wie verlegen is en zich erop toelegt om stoerder te worden en te doen, ziet een verandering in de hersenen.
Door nieuwe dingen te doen en te oefenen maken je hersenen nieuwe netwerken aan die die taak ter hand kunnen nemen.
Je hersenen kunnen niet alleen nieuwe dingen positief leren, maar ook negatieve gewoontes vormen een hersennetwerk. Duidelijk is wel dat wat je niet doet, zul je ook niet ontwikkelen.
Belangrijk: hoe meer nieuwe dingen je doet, hoe meer je hersenen worden uitgedaagd.

Een onderbroek van Björn Borg voelt anders [Je ben wat je hebt]
Ons zelfbeeld schijnt samen te hangen met wat we bezitten. Evolutiebiologen zeggen dat het te maken heeft met onze drang om te overleven.
Topbestuurders kijken niet naar wat ze verdienen, maar vergelijken hun salaris met anderen die meer verdienen. Jaloezie is de drijfveer.
Dingen die we kopen helpen ons om een beeld van onszelf te scheppen: ons imago.
Dat imago krijgt een extra impuls als we dingen hebben die anderen niet hebben.
Het geeft zelfvertrouwen èn het laat ons bij een groep horen.
Je uiterlijk bepaalt voor een deel hoe je omgeving op je reageert. Ga collecteren voor een goed doel in dure merkkleren en je haalt meer op.
Dure spullen kopen die we eigenlijk niet nodig hebben, heeft te maken met het snobeffect.
Er is ook sprake van het countersnobeffect: ik heb geen dingen nodig om iemand te zijn.
Je ziet de gevolgen van het imago-opkrikken in het toenemen van schulden bij mensen die luxe schulden hebben: een goed inkomen, maar veel te veel uitgaven aan luxe artikelen.
Op iemand die veel heeft kunnen mensen reageren met afgunstig zijn of benijden.
Wie hard voor een Iphone heeft gewerkt, werd benijd, maar men gunde hem het ding. Wie vertelt dat hij die van zijn vader heeft gekregen, kreeg afgunstige reacties en men gunde hem het ding niet!

Op avontuur met wonderlijke vragen [Waarom ik?]
Als over allerlei dingen die normaal lijken te zijn diepere vragen gaat stellen, word je een Alice en leef je in Wonderland.
Vragen die dieper gaan noemen we levensvragen, het zijn vragen die vaak een leven lang meegaan. We weten een heleboel over het hoe van de dingen, maar niet van het waarom.
“Door al die levenservaringen groeit je kijk op het leven. Je rijgt net zo lang je favorieten aan elkaar totdat er een glinsterend juweel overblijft: een halssnoer of stoere armband vol met kleine waarheden die samen een prachtig juweel zijn. OM dit sieraad met trots te dragen, moet het helemaal JIJ zijn.” [100]

De geheimzinnige dood [Het einde van ik]
Het ik houdt op bij de dood. Mensen proberen wel een antwoord te geven op wat erna komt.
In schema gezet zijn er twee uitersten: een van weten en een van geloven. Natuurwetenschappers meten; bijna dood ervaringen stellen vragen bij dit meten. Maar je moet zelf bepalen of die BDE’s ook werkelijk een kijkje achter het gordijn van de dood zijn.
Tussen weten en geloven is ook niet weten, zich laten verrassen, een knutselantwoord.
Wie iemand verliest, gaat een rouwperiode in, die ieder op een eigen manier meemaakt. rouwen blijkt het snelst te gaan als je de rottige gevoelens er gewoon laat zijn.
Ervaringen met de dood maken soms van mensen andere mensen. Ze leren dat leven niet draait om geld en succes, maar om liefde en samenzijn.
“Wanneer de dood plots dichtbij komt, beginnen veel volwassenen dus pas aan het echte leven. eigenlijk is dat doodzonde. Want draai het eens om. Heb je er ooit aan gedacht dat het niet voor niets is dat er een soort gordijn aan het einde van het leven hangt waar we niet achter kunnen kijken? Misschien is de zin van het leven: leven. Je bent niet geboren om dood te gaan, maar om te leven. Een mens heeft niet eeuwig de tijd. Maar weinig tijd maakt het leven gewild en kostbaar. Niet de dood is bijzonder, het leven is bijzonder.” [110]

Film: Groundhog Day

Vlak voor Kerst 2010 werd Groundhog Day op rtl-7 vertoond. Het is een film uit 1993 met in de hoofdrol Bill Murray and Andie MacDowell. Als Phill Connors, een bekende televisieweerman, en Rita, de producer [krijgt in de film geen achternaam] elkaar ontmoeten, hebben ze de opdracht om de Groundhog Day te verslaan.

“Groundhog Day is een jaarlijkse gebeurtenis in het gehuchtje Punxsutawney waarop bosmarmot Phil voorspelt hoe lang de winter nog zal aanhouden door wel of niet naar zijn schaduw te kijken. Deze gebeurtenis wordt jaarlijks op 2 februari georganiseerd. Phil Connors (Bill Murray) is een nukkige weerman van een lokaal televisiestation. Hij wordt samen met producente Rita (Andie MacDowell) en cameraman Larry (Chris Elliott) op pad gestuurd om verslag te doen van deze gebeurtenis. Connors heeft totaal geen zin om de kleine opdracht voor de zoveelste keer te doen en vindt het maar gezeur. Hij doet de reportage met duidelijke tegenzin, wat irritatie bij zijn team oplevert. Rita waardeert Punxsutawney en Groundhog Day wel en ergert zich aan Connors’ gedrag.

Als het team ’s avonds terug naar huis wil, zet er een gigantische sneeuwstorm op en is het drietal gedwongen om in het dorp te blijven. De volgende morgen wordt Connors wakker en hoort hij exact dezelfde grappen en hetzelfde nummer (I’ve Got You Babe) op de radio. Op straat ontmoet hij dezelfde mensen (die hij allemaal heikneuters vindt) die precies hetzelfde zeggen. Ook gebeuren precies dezelfde dingen. Tot zijn ontsteltenis blijkt het wéér Groundhog Day te zijn en moet hij dus weer het verslag doen.” [Wikipedia]

Aanvankelijk komen met name de onaardige kanten van Phill naar voren: zijn arrogantie doet hem de werkelijkheid om hem heen vergeten en komt zo voortdurend in aanvaring met andere mensen, die er een andere visie op na houden. Als hij enkele drinkebroers de vraag stelt, wat er gebeurt als je maar een dag hebt, komen ze gedrieën tot de conclusie dat je dan nergens voor verantwoordelijk voor hoeft te zijn, want er komt geen morgen. Dus gaan ze in een dronken bui op weg en worden vervolgens door politiewagens achternagezeten.

Phills reactie doet denken aan de puberale reacties van jongeren, die weten ongestraft iets te kunnen doen en dan ineens een ander waardepatroon hanteren. Je ziet dat ook in de film Hollow Man, waarin een wetenschapper de kans krijgt onzichtbaar te worden en er vervolgens in slaagt anderen allerlei onaangename dingen aan te doen in plaats van zich af te vragen hoe hij zijn onzichtbaarheid voor nobelere doeleinden kan gebruiken.

Phill gaat erg lang door om mensen te manipuleren. Elke keer als hij bijvoorbeeld een gesprek met een vrouw heeft die hij wil versieren, gebruikt hij de informatie die hij deze dag heeft gekregen tijdens het afspraakje de volgende dag, zodat zij opgetogen en verrast reageert, in de veronderstelling een maatje gevonden te hebben. Terwijl in feite alles pure manipulatie is. Hetzelfde probeert hij ook bij zijn producer Rita, want wat moet je in een gat, als elke dag toch weer hetzelfde verloopt? Rita is niet gemakkelijk te krijgen en als hij een keer de verstrekte gegevens repeteert omdat hij die moet onthouden voor de volgende dag, vraagt ze hem woedend of hij soms vriendinnen gebeld heeft om een goede indruk te maken en haar zo in bed te krijgen.

Gaandeweg ontdooit de arrogante Phill en begint hij de dorpelingen te waarderen. Doordat hij weet wat er elke dag gaat gebeuren, kan hij diverse ongelukken voorkomen. Dat mensen hem daarvoor bedanken en hem een jofele vent vinden, begint hij zelf als positief te waarderen. Zijn gedrag verandert verder en Rita valt dan toch voor hem. Als ze samen naar bed gaan, gebeurt er niets manipulatiefs, in feite gebeurt er niets, alleen zegt hij lieve woorden tegen de al bijna slapende vrouw. De volgende morgen wordt hij tegen zijn verwachting wakker met Rita naast hem. Ze is niet verdwenen en als hij uit het raam kijkt is het echt een dag later. De doem van het steeds weer moeten meemaken van de tweede februari is doorbroken.

Aan het eind van de film lijkt het erop dat hij in het dorpje met de moeilijke naam wil blijven wonen.

Leerlingen die aan de slag willen gaan in een extra- of zelfstandige opdracht, zouden kunnen kijken naar de volgende aspecten:
– Wat zou ik doen als ik deze ene dag voortdurend zou moeten overdoen, terwijl de anderen niet weten dat het zo is?
– Wat maakt Phill tot de man die hij in het begin is?
– Is zijn verandering naar het eind van de film toe geloofwaardig? Hoe zo?
– Wanneer ben je aan het manipuleren en wanneer ben je authentiek, als je naar het gedrag van Phill kijkt?
– zou je het verschil tussen manipulatie en jezelf zijn ook in je eigen bestaan kunnen onderscheiden?
– Wat is uiteindelijke beoordeling van deze film? Wat zegt hij je levensbeschouwelijk?

Over de liefde

Een levensbeschouwelijk dagboek over de verliefdheid van een leerlinge:

Het is iets waar we allemaal vroeg of laat mee te maken krijgen, de een wat vroeger dan de ander. Ik had er al heel vroeg last van. Een maatje op de camping waar ik dagen achtereen mee optrok, die aan mijn bed zat en er geen moment vandaan ging toen ik ziek was.
Nu heb ik een vriendje, en het is volgens mij behoorlijk “echt”. Ik wil constant bij hem zijn, ik denk bijna aan niks anders meer. Helemaal sinds ik hem van mijn ouders door de week niet meer mag zien. Ik heb mijn rapport gehad, en het was niet slecht, maar ik ben met de helft twee of drie tiende punt naar beneden gegaan, en daar waren mijn ouders niet blij mee.
Het gevolg: een uur per dag op msn, m’n vriendje alleen op woensdagavond zien als ik naar het koor moet (dan mag hij naar de kerk komen, zie ik hem twee minuten vóór het begint en drie minuten als het afgelopen is, dan moet hij weer naar huis) en verder alleen leren. De schat komt wel elke woensdag naar het koor, omdat hij me mist. Dat vind ik zó lief van hem, hij fietst zelfs door de stromende regen. Ik zou hetzelfde voor hem doen, als ik mocht. Ik mag ’s avonds ook niet meer gaan fietsen, dus komt hij meestal naar mij.

Ik heb het gevoel dat mijn hart stilstaat als ik hem zie. Als hij me vastpakt, staat mijn huid bijna in brand. Ik denk dat dit het dichtst bij houden van komt voor mij. Veel beter kan het niet worden denk ik. Ik mis hem al als hij zich omdraait en wegfietst.
Mijn moeder zegt dat ze zich ook zo voelde toen ze papa net had leren kennen, en dat dat iets minder was geworden nu maar dat ze nog steeds een steen in haar maag voelde als papa niet bij haar is. Dat heb ik ook met mijn vriendje. Als hij niet bij me is, ben ik rusteloos en schieten de gedachten als afgeschoten pijltjes door mijn hoofd. Zodra ik dichter bij hem in de buurt kom, wordt ik rustig en blijer. Niet dat ik me depri voel als hij er niet is, maar ik wordt gewoon heel blij van hem. Ik hoorde van zijn moeder en zijn zus dat hij niet kan ophouden over me te praten, dat hij bij elk gesprek mijn naam wel een keer laat vallen, dat hij mijn naam noemt in zijn slaap. Hij had tegen zijn moeder gezegd dat hij me zo miste dat het pijn deed.

Het kost hem moeite niet de fiets te pakken en naar me toe te komen als ik woorden heb gehad met mijn ouders en ik hem niet mag zien. Hij is zó lief voor me. Voor onze verjaardagen (die zijn precies twee dagen achter elkaar, ik zes januari en hij de zevende) hebben we kettinkjes gekocht, twee halve hartjes die in elkaar passen, waar onze namen in gegraveerd staan. Hij draagt die met mijn naam, ik die met de zijne. Ik ben er echt blij mee, het geeft me het gevoel dat hij toch een beetje bij me is, waar ik ook ben.
Dit is een blijvertje, denk ik. De mensen in mijn omgeving zijn van mij gewend dat als ik verkering heb, het na een maand of twee, misschien drie wel uit is. Nu we bijna vier maanden hebben, begint iedereen zich toch wel af te vragen of het serieus is. Wat ons betreft wel, ik wil hem niet kwijt. Hij zegt dat hij me zijn hart zou geven als het kon. Dat zijn leven stilstaat als ik niet bij hem ben.

Dit gevoel gaat niet zo makkelijk meer weg, denk ik.
Hoop ik.

Negen op tien Nederlanders zijn gelukkig

Negen van de tien Nederlanders van twintig jaar en ouder waren in 2009 gelukkig of tevreden met hun leven. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het persoonlijk geluk onder Nederlanders is volgens de onderzoekers al jarenlang redelijk constant. De gelukkigste mensen zijn net getrouwde mensen. In deze groep is 95 procent gelukkig. Na het eerste jaar van het huwelijk daalt het geluksgevoel terug naar dat van de gemiddelde Nederlander.

Gescheiden of weduwe
Mensen die net gescheiden zijn of een partner hebben verloren zijn een stuk minder tevreden. Maar zeven op de tien van deze mensen zegt gelukkig te zijn. Na vijf jaar is de pijn van het verlies gesleten en stijgt het geluk weer. Vrouwen hebben gemiddeld meer tijd nodig om er weer bovenop te komen dan mannen.

Door: Marlies Scheper
Bron: CBS – 05-10-2010

Film: Pranzo di Ferragosto

Een van mijn sinterklaascadeaus dit jaar was de dvd van ‘Pranzo di Ferragosto’, waar ik met heel veel plezier naar gekeken heb. Gianni di Gregorio, bekend als mede-scenarioschrijver van Gomorra, speelde al lang met het idee van deze film. Ook hij heeft lang zijn moeder verzorgd en ook hem is een keer gevraagd of hij de moeder van zijn conciërge wilde huisvesten, zodat die er een keer tussen uit kon. Hij weigerde dit, maar het idee heeft hem niet meer losgelaten.

Di Gregorio heeft jaren naar een regisseur gezocht voor een verfilming van zijn idee, maar ving steeds bot. Daarom besloot hij de film zelf te maken. Tevens speelt hij zelf de hoofdrol erin. Het werd een film die op het filmfestival van Venetië driemaal werd bekroond en de publiekspoll van de IFFR op de zevende plaats eindigde.

Gianni is de ouder wordende zoon, die zijn moeder verzorgt en daarom nauwelijks werk heeft. Vermoedelijk leven ze van het karige pensioen van de moeder en willen voor de buitenwereld niet toegeven dat ze blut zijn. Gianni gaat naar de slijter en neemt er twee flessen Chablis mee, die hij op de rekening bij laat schrijven, waar ondertussen al ruim vijftig euro schuld op staat.

[Ferragosto is een van de belangrijkste katholieke feestdagen in Italia. De Italianen vieren dan de Assunzione della Beata Vergine Maria, Maria Tenhemelopneming, de dag dat de Maagd Maria naar de hemel gaat en herenigd wordt met haar zoon Jezus. Op deze dag is iedereen vrij en ligt het openbare leven stil. Bijna overal worden sagre e feste, feesten gehouden en in veel dorpen en steden zijn er processies waarbij Maria een rondgang op de schouders maakt, gevolgd door een stoet gelovigen.
Als deze feestdag doordeweeks valt, maken veel werkende mensen gebruik van un ponte: ze nemen vrij tussen deze dag en het weekend en maken er een kleine vakantie van, voorzover ze niet al op vakantie zijn. Valt de feestdag aan het begin van de week, dan komt er van die ponte niet veel terecht. Maar wel veel drukte op de weg. Je bent dus gewaarschuwd! ] bron Italie.nl

Terwijl de rest van Rome de stad verlaten heeft, blijft Gianni achter met zijn moeder en zijn schulden. Tot de huismeester van het gebouw hem komt vragen zijn moeder voor enkele dagen onderdak te geven in ruil voor kwijtschelding van een aantal openstaande posten. Zijn moeder dringt aan om het te doen, dan zitten ze vervolgens wat minder krap. Als de huismeester zijn moeder komt brengen, blijkt er ook een tante meegekomen te zijn. Gianni zet alle zeilen bij om de oude dames die ieder een eigen wil en karakter hebben ter wille te zijn.

Als later op de dag zijn huisarts langskomt en hem een onderzoek voorschrijft om hem gerust te stellen, vraagt deze of Gianni zijn moeder ook twee dagen zou kunnen laten logeren, dan kan hij naar buiten voor deze feestdag. Gianni krijgt een rits met medicijnen en eetvoorschriften voor de moeder van de arts mee. Ze mag geen tomatensugo en diverse soorten kaas gebruiken, waardoor zo ongeveer de hele Italiaanse lekkere keuken aan haar neus voorbij moet gaan.

Dankzij de tante komt er een romige pasta op tafel en Gianni schenkt graag voor de dames en nog meer voor zichzelf. De volgende ochtend hebben de dames geen zin om al naar huis te gaan en Gianni gaat met zijn drinkvriend Viking op weg om wat vers eten te bemachtigen, want alle winkels zijn die dag dicht. Hij komt terug met enkele vissen en de pranzo van Ferragosto is een succes. De vrouwen eten wat ze lekker vinden en kijken niet naar voedingsvoorschriften, maar genieten met volle teugen. Als Gianni de dokter belt om diens moeder op te komen halen, zijn de honderdjes euro die hem voorgehouden worden voldoende om ervoor te zorgen dat het feestmaal van de vier oudjes nog wel even door kan gaan.

Verterend, grappig, hartverwarmend en pretentieloos, waren de recenserende opmerkingen; het is een heerlijke eetfilm geworden, waardoor je trek krijgt in een echte Italiaanse maaltijd zonder opsmuk, maar wel verdraaid lekker.

Een gelukstest

Als intro geeft de test: “Geluksgevoelens lijken vluchtig en ongrijpbaar te zijn. Toch is dat niet helemaal waar. Er zijn namelijk een aantal duidelijke bouwstenen aan te wijzen die geluk mogelijk maken en versterken. De volgende test gaat daarover.”

De test gaat over ervaringen en polst of iemand die nooit, soms, geregeld of vaak heeft. Afhankelijk daarvan zal het geluk toenemen of minder zijn.

Regelmatig kom ik in de klas gespreksmomenten tegen waarin leerlingen argumenteren, wat geluk is, hoe het beïnvloed kan worden, wat geld met geluk te maken heeft en veel meer. Een docent die in zijn/haar lessen aandacht aan geluk besteedt, kan mogelijk iets met deze test. Uiteraard doe je de test ook zelf. Mijn uitslag: u bent redelijk gelukkig, maar er kan nog meer bereikt worden.

De test is te vinden op http://www.123test.nl/geluk/

Eenzaamheid in Nederland

Driekwart van de Nederlanders is van mening dat steeds meer mensen zich eenzaam voelen door de toenemende individualisering. Dat eenzaamheid een groot probleem is binnen de Nederlandse samenleving is te zien aan een forse stijging van het aantal Nederlanders dat zelf aangeeft zich eenzaam te voelen. Tien procent van de Nederlandse bevolking – meer dan 1.100.000 mensen – geeft aan zich vaak eenzaam te voelen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van meetjaar 2003 (5%). Eenzaamheid treft niet alleen ouderen: 12% van de 18 – 24 jarigen geeft aan zich vaak eenzaam te voelen.

Het Leger des Heils laat regelmatig in kaart brengen hoe de Nederlandse bevolking aankijkt tegen sociale issues in onze samenleving. Motivaction heeft in opdracht van het Leger des Heils onlangs zo’n representatief onderzoek uitgevoerd. In het onderzoeksrapport ‘Geloof jij dat je betrokken bent’ staan een aantal opvallende feiten.

Tevredenheid en zingeving
Vergeleken met vijf jaar terug zijn minder Nederlanders tevreden met hun leven. Het betreft vaker mensen die zich buitengesloten voelen, alsmede zich niet verbonden voelen met de omgeving. Mensen die ontevreden zijn hebben vaker geen vrienden of hebben nooit vrienden gehad. In de meting van zeven jaar geleden (2001) gaf 27% aan het eens te zijn met de stelling ‘ik heb echt behoefte aan iets wat mijn dagelijks leven nog zinvoller maakt’, nu is dat 34%. Acht procent van de geënquêteerden geeft aan dat het leven geen zin heeft (2003: 3%).

Toename problematische schulden
670.000 mensen (6%) hebben financiële schulden die ze niet op eigen kracht kunnen aflossen. Mensen die financiële zorgen hebben, geven vaker aan zich buitengesloten te voelen en zich weinig verbonden te voelen met de omgeving. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking is van mening dat deze problemen de maatschappij geen goed doen en leiden tot een toename van eenzaamheid. Dit sluit aan bij de dagelijkse ervaringen van medewerkers van het Leger des Heils dat het hebben van problematische schulden belemmerend werkt bij het oplossen van andere problemen.

Opvatting over daklozen en andere kwetsbare groepen

Nederlanders hebben in vergelijking met voorgaande jaren een realistischer beeld van daklozen en kwetsbare groepen in de samenleving. De problematiek rond deze groepen wordt erkend. Minder Nederlanders wijten de problemen waarin deze kwetsbare groepen zich bevinden aan de kwetsbaren zelf. Desondanks maken minder Nederlanders zich zorgen over deze groepen, hetgeen een dalende actieve betrokkenheid impliceert. Met het te dichtbij komen van de problemen in de samenleving, lijkt het NIMBY-effect (Not In My BackYard) in onze maatschappij te groeien.

Samenvattend
Sociale issues worden waargenomen of zelfs persoonlijk ervaren. Nederlanders weten steeds beter wat de problematiek is van kwetsbare groepen. Tegelijkertijd maakt de gemiddelde Nederlander zich minder zorgen om kwetsbare groepen zoals eenzamen en mensen die niet meer meedoen in de samenleving. De actieve betrokkenheid vermindert. Dit blijkt ook uit het gegeven dat de overgrote meerderheid van mening is dat mensen in Nederland te veel op zichzelf zijn gericht en te weinig rekening houden met anderen. Nederlanders relateren dit echter niet aan het eigen leven en de eigen verantwoordelijkheid. De reactie van Ine Voorham, directeur van de Stichting Leger des Heils Welzijns- & Gezondheidszorg hierop is: ‘Iets voor een ander kunnen betekenen maakt de ander en jezelf gelukkig. Duizenden professionals en vrijwilligers van het Leger des Heils ervaren dat. Zo’n ervaring gun ik eigenlijk iedereen’. ‘Geloof jij dat je betrokken bent?’ is daarmee een passende titel van het onderzoeksrapport.

Bron: Geloof jij dat je betrokken bent?, Leger des Heils 09.01.2009
LIA 133 15-6-2009

De filosofie van de heuvel

In 2008 vertrok Ila Pfeijffer, multitalent, met zijn Russische vriendin Gelya Bogatishcheva op de fiets naar Rome, vertrekkend vanuit Leiden.
Na terugkeer schreef hij daarover in 2009 “de filosofie van de heuvel, Op de fiets naar Rome” (Arbeiderspers 2009) Gelya maakte de foto’s bij het boek.
Totaal onvoorbereid vertrokken ze op een plotselinge ingeving van Gelya. Hij op een blauwe Batavus voor 85 euro gekocht, zij op een gele mountainbike.

Toen het vlakke land in België plaats maakte voor heuvels, was het tijd voor Pfeijffer om een filosofie van de heuvel te ontwikkelen.
De eerste filosofie kreeg hij van Gelya: berg is vlak, dat is de waarheid. Daar kan hij niets mee, want de berg zag er niet vlak uit en voelde ook niet vlak aan.
Hij ontwikkelde een tweede filosofie: opzij kijken in plaats van naar boven. Het gaat niet om de berg, maar om het landschap.
Daarna kwam de derde filosofie: gaat een beetje sneller dan lopen.
De vierde vond hij uit: elke heuvel is een reus die heel lekker ligt te slapen en om hem niet wakker te maken moet je zo licht mogelijk fietsen.

Opmerkelijk zijn de volgende bespiegelingen over plannen en niet-plannen:
“Naar Rome fietsen is een makkie als je niet naar Rome fietst. Iedereen is in staat elke dag een stukje naar het zuiden te fietsen. En als je niet nadenkt over snelheid, afstand of een mogelijk doel, gaat alles vanzelf. Volgens het klassieke Japanse model van de do, de weg, voert de reis naar de top van de heilige berg Fuji. Eerst moet je een lange kronkelige weg volgen naar de voet van de berg. Je komt hindernissen tegen en dorpjes waar je spullen kunt vergaren die van  pas komen voor de beklimming. Het zal jaren duren totdat je de voet van de berg bereikt en voordat de eigenlijke beklimming kan beginnen. Al die tijd is Fuji zichtbaar in de verte. Maar de top is in nevelen gehuld. Het doel van je grote lange reis is gedurende de hele reis onzichtbaar. Dat is omdat het niet gaat om het doel. Het doel is de reis. (84)

En:
“Gelya’s vrolijke flodderfilosofie van ‘prosto tak’ schrijft voor dat we ‘gewoon zo’ leven, van het ene moment buitelend in het andere. Ze vindt het stom om over de toekomst na te denken, want er gebeurt toch wat er gebeurt. En als je alles van tevoren hebt bedacht, gebeurt het toch anders. En als het precies zo gebeurt als je had bedacht, is het al saai terwijl het gebeurt, omdat je het precies zo al tevoren had bedacht. En bovendien gebeuren dingen alleen maar als je ze laat gebeuren. Als je plannen maakt, gebeurt er niets, omdat je alleen maar bezig bent met je plannen en niet met wat er gebeurt.(…..)
Door zo te reizen wordt de reis een reeks momenten in plaats van een reeks frustraties over gefnuikte plannen en ongehaalde doelstellingen. Teleurstellingen zijn er niet omdat er geen verwachtingen waren. Er is alleen een ver, abstract doel, dat steeds abstracter en minder belangrijk wordt.” (110)
Na ruim veertig dagen bereiken de twee Rome, maar de verwachte juichstemming blijft uit. “We hadden niet echt een stemming. Er overheerste een gevoel van leegte en van een vreemd soort onverschilligheid. Het doel was bereikt en daarmee heeft het doel al zijn glans verloren.”  (198)

Aan het eind van zijn boek komt Pfeijffer tot de werkelijke filosofie van de heuvel: “De filosofie van de heuvel was achteraf heel simpel. Bijna te banaal om op te schrijven. De beklimming en afdaling horen bij elkaar. Ze zullen elkaar blijven opvolgen tot het einde der tijden. En de beste manier om daarover na te denken is er niet over na te denken, maar erop te vertrouwen.” (208)

De hiervoor geciteerde passages lijken me aardig geschikt om leerlingen in de tweede fase hun hersenen erover te laten doordenken.
• Wat zijn de voordelen van een dergelijke houding?
• Wat zijn de nadelen ervan?
• Welke manier maakt me gelukkiger?
• Welke manier maakt me tevredener?
• Kun je een dergelijke houding je hele leven volhouden of is het iets voor een ‘vakantietijd’?
• Hoe zou jouw filosofie van de heuvel eruit zien?

Maar ook voor wie niets met deze vragen heeft, is het een boek dat met veel humor de stukjes naar het Zuiden beschrijft, de moeilijkheden, de emotionele hoogte- en dieptepunten. De twee Romereizigers komen in Rome aan, maar besluiten meteen om de trein te nemen naar Genua, waar ze na negen uur stoptreinen (fietsen mogen niet in de intercity’s mee) in La Superba aankomen en er anderhalf jaar blijven.
Tegenwoordig wonen ze nagenoeg permanent in Genua en is zojuist Pfeijffers boek “La Superba” over Genua verschenen.
Lia 199 – 21 maart 2013

Dossier Geluk

Vorig jaar heeft Trouw in een aantal artikelen zich gebogen over geluk en hoe dat te worden. Er verschenen 12 artikelen pver de volgende zaken:

1. Gelukkig worden door te bewegen

2. Gelukkig op het werk

3. Geld maakt gelukkiger

4. De triomfen van de cognitieve gedragstherapie

5. Het boeddhisme trekt grauwsluiers weg

6. Wees onbaatzuchtig in de liefde

7. Depressies horen bij het leven

8. Wie gelukkiger wil worden moet levenslang op dieet

9. Geluksles op school

10. De filosoof Joep Dohmen

11. Familietherapeute else-Marie van den Eerenbeemt

12. Gelukkg het nieuwe jaar in

Wie toegang heeft tot het Trouwarchief kan alle artikelen vinden via http://www.trouw.nl/deverdieping/dossiers/article829152.ece
3-6-2009

Menselijk geluk

Michael W. Fordyce schreef twee boeken over het menselijke geluk, de natuur ervan en hoe het te bereiken. Deel een heet ‘The nature of happiness’ en gaat over de psychologie van geluk, de gelukkige persoonlijkheid, geluk en de menselijke natuur. Deel twee behandelt de veertien fundamenten van geluk. Zo is fundament 11: Wees jezelf. Voor mensen die graag verder doordenken is het een interessant boek. Het is te lezen op internet via de volgende link .

Het geheim van geluk

Geluk vinden is een van de moeilijkste opdrachten die mensen zichzelf opgeven. Want wanneer vind je dat geluk? En het belangrijkste: hoe vind je geluk? Geluk is voor ieder mens anders. De een wordt gelukkig van het zien van een bijzondere bloem, auto of film. De ander van familie of vriendschap. Geluk is niet iets wat op een dag voor je deur staat om het te kunnen ontvangen. Geluk is zeker geen toeval. Gelukkig worden kun je alleen maar zelf regelen. Geluk vinden dus ook. Maar dat is moeilijk want mensen zijn gewend zichzelf altijd te vergelijken met anderen, en te streven naar perfectie. En misschien moet dat juist even worden weggelaten om ruimte te maken voor geluk. Want geluk betekent niet dat alles perfect is, het is puur blij zijn met wat je hebt en waar je van houdt. En toch… is dat het dan? Er zijn zoveel mensen die blij zijn met wat ze hebben. Maar zijn zij ook gelukkig? Is geluk niet veel groter of ingewikkelder? Wat is het geheim van geluk?

Een verhaal:

Een koopman stuurde zijn zoon naar de wijste aller wijzen om het geheim van het geluk te leren kennen. De jongen liep veertig dagen door de woestijn, tot hij bij een prachtig kasteel boven op een berg kwam. Daar woonde de wijze die de jongen zocht. Maar in plaats van een heilige aan te treffen, stapte onze held een zaal binnen waar een enorme bedrijvigheid heerste: kooplui liepen in en uit, in alle hoeken stonden groepjes mensen te praten, een klein orkest speelde lieflijke melodieën, en er was een rijke dis aangericht met de verrukkelijkste gerechten uit dat deel van de wereld. De wijze praatte met iedereen en de jongen moest twee uur wachten voor hij aan de beurt was. De wijze luisterde aandachtig naar de reden van de komst van de jongen, maar zei dat hij op dat moment helaas geen tijd had om hem het geheim van het geluk uit te leggen. Hij stelde hem voor een wandeling door het paleis te maken en twee uur later terug te komen. “Ik wil je echter wel iets vragen,” zei de wijze tot slot, terwijl hij de jongen een theelepel overhandigde waaraan twee druppels olie hingen. “Ik wil je vragen deze lepel onder het lopen zo vast te houden dat de olie er niet afvalt.” De jongen begon de trappen van het paleis op en af te lopen, met zijn ogen strak gericht op de lepel. Na twee uur keer hij terug naar de wijze. “En,” vroeg die, “heb je de Perzische tapijten in de eetkamer gezien? En de tuin waarover de meester der hoveniers tien jaar heeft gedaan? En de schitterende perkamentrollen in mijn bibliotheek?”

Beschaamd bekende de jongen dat hij niets gezien had. Zijn enige zorg was geweest de druppels olie niet te morsen die de wijze hem had toevertrouwd. “Ga dan terug en maak kennis met de wonderen van mijn wereld,” zei de wijze. “Je kunt een man niet vertrouwen als je zijn huis niet kent.”

Al wat kalmer geworden pakte de jongen de lepel en begon opnieuw door het paleis te wandelen, maar dit keer lette hij op alle kunstwerken die aan het plafond en de muren hingen. Hij zag de tuinen, de bergen rondom, de pracht van de bloemen, de geraffineerde plaatsing van de kunstwerken. Toen hij terugkwam bij de wijze bracht hij gedetailleerd verslag uit van wat hij had gezien. “Maar waar zijn de twee druppels olie die ik je heb toevertrouwd?” vroeg de wijze. De jongen keek naar de lepel en merkte dat hij die gemorst had.

“Dit nu is de enige raad die ik je kan geven,” zei de wijste aller wijzen. “Het geheim van het geluk schuilt in het kijken naar alle wonderen van de wereld zonder ooit de twee druppels olie op je lepel te vergeten.”

Uit: De alchemist, Paulo Coelho

Onmogelijk! Is het eerste wat ik dacht, na dit verhaal. Een mooi verhaal is het, maar onuitstaanbaar. Hoe is geluk nu te vinden volgens de tekst? NIET! Hoe kun je de olie op je lepel in de gaten houden en tegelijkertijd de wonderen van de wereld volgen?

Toch wel: Balans, was mijn conclusie. Er moet evenwicht zijn tussen de lepel en de wereld. Je moet niet alleen een levensgenieter zijn, die niets om regels geeft en alleen maar doet wat hij wil zonder ooit verantwoording te nemen. Ook niet alleen de keurige zakenman die niets anders doet dan werken, werken en werken om láter als hij met pensioen zal gaan te genieten van zijn leven. Maar een tussenvorm zien te vinden. Een mens proberen te zijn die geniet van het leven, maar ook verantwoordelijkheid op zich durft te nemen en denkt aan de mensen om hem heen. Overal moet je als mens eigenlijk een balans in zien te vinden. Tussen gezond en ongezond eten, tussen je goede en slechte eigenschappen, tussen je lichaam en je geest, kortom een balans in heel je leven.

Omdat te kunnen bereiken moet je jezelf goed kennen, zodat je juiste keuzes kunt maken. Positief denken lijkt me ook belangrijk bij het op zoek gaan naar geluk. Als je positief blijft stimuleert je dat om door te zetten. Je laten inspireren of helpen door mensen om je heen helpt misschien ook bij het zoeken van geluk, en naar het vinden van balans. Misschien is het geheim van geluk een lastige opgave, die je alleen samen kunt oplossen. Want als de één nu de lepel in de gaten houdt, kun jij genieten van de wereld en af en toe wissel je eerlijk om.

[Aniek W. V5 2007]

De formule voor geluk

Scott Adams, die verantwoordelijk is voor het dilbertblog schrijft in een van zijn blogbijdragen over de geluksformule. Hij doet de volgende poging:

Geluk = gezondheid+ geld+ sociaal leven + zin.

OM de geluksformule extra bruikbaar te maken moet volgens hem de hoogste prioriteit eerst verschijnen. Gezondheid is een hogere prioriteit dan geld, wat weer een hogere prioriteit is dan sociaal leven.

De prioriteiten laten zien wat belangrijk is. Je hebt altijd een geldbron nodig, maar de prioriteitenlijst laat zien dat je geen baan moet nemen die je gezondheid kan bedreigen. Het heeft meer zin om gezond te leven en dan die gezondheid gebruiken om een betere baan te krijgen.

In een volgende bijdrage reageert Scott op de mensen die zich met de plaats van zin hebben beziggehouden. Hij zegt: “Vanuit de prioriteiten gezien is het verstandig eerst voor jezelf te zorgen voordat je begint te zoeken naar een hogere zin. Je bent niet veel waard voor een ander als je gezondheid wankel is, je financiele problemen hebt of emotioneel een wrak bent. Zog dat je in orde bent, voordat je naar buiten gaat.

Zin heeft te maken met het dienen van een doel dat groter is dan jezelf. Er zijn genoeg grotere doelen waaruit je kunt kiezen. Je kunt de walvissen redden, de armen voeden, de daklozen een huis bezorgen, voor vrede marcheren, je idee van God dienen etc. De details doen er niet toe.”

Als ik met leerlingen aan de slag zou willen gaan met geluk, lijkt me deze ingang geen gekke. Ik stel de volgende opdracht voor:

1. Lees de geluksformule van Scott Adams. Hij geeft aan dat de eerste prioriteit vooraan komt. Hij heeft vier elementen voor zijn geluksformule.
2. Maak je eigen geluksformule van vier elementen die in de juiste volgorde staan qua prioriteit.
3. Leg voor jezelf [en eventueel later voor anderen in of buiten de klas], waarom je deze onderdelen hebt gekozen.
4. Vertaal ieder van de onderdelen in praktische zaken, dingen die je kunt doen om dat onderdeel van de formule te verwerkelijken.
5. Presenteer je geluksformule aan de klas en laat anderen erop reageren.