Categoriearchief: God

Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Mikhail Katsnelson

Een heel ander geluid dan dat van de boze biologen is te horen van de Russische wetenschapper Mikhail Katsnelson. Hij is door Elma Drayer voor Trouw geïnterviewd en heeft de volgende mooie citaten:

Hij geldt als een van de knapste fysici van deze tijd, en is behalve dichter ook belijdend christen. Zelf vindt de Nijmeegse hoogleraar Mikhail Katsnelson, geboren in de toenmalige Sovjet-Unie, dat geen contradictie. ‘Ik verzet me tegen de gedachte dat de wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn.’

Nee, zegt hij, hij gelooft niet dat de natuurwetenschap op een dag alle raadselen zal oplossen. “Als je de kranten moet geloven is de wetenschappelijke vooruitgang enorm. Dat komt ook door de slechte gewoonte van mijn collega’s om publiekelijk wel te vertellen over hun successen en niet over hun falen. Omdat ik géén buitenstaander ben, weet ik hoe extreem moeilijk wetenschap in werkelijkheid is. Je kunt alleen volkomen zeker zijn over enkele zeer eenvoudige systemen. Ik ben sowieso heel sceptisch over wetenschappelijke vooruitgang.”

(….)

Menigeen denkt dat religie en natuurwetenschap niet samengaan.

“Waarom niet? De wereldbeschouwing van de Sovjet-Unie was gebaseerd op wetenschap. Alles wat je niet wetenschappelijk kon aantonen was onwaar of niet belangrijk. Als je deze visie nog steeds aanhangt, dan kan natuurwetenschap inderdaad niet samengaan met religie. Maar zo heb ik er nooit tegenaan gekeken. Ik ben een praktisch mens, in de zin dat ik iets nodig had om mijn mystieke ervaring te ordenen en te kanaliseren. De natuurwetenschap kon me daar niet bij helpen, de christelijke traditie wel. Nu kon ik bidden, rituelen volgen, een bijbels onderscheid maken tussen kwade en goede entiteiten. Als ik me daartoe niet had gewend, was ik vermoedelijk gek geworden.”

Natuurwetenschap en religie, vindt Katsnelson, spelen zich af ‘op twee totaal verschillende’ niveaus. “Ik verzet me tegen de gedachte dat wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn. Als ik wil begrijpen wat magnetisme is dan kan ik dat niet vinden in de Bijbel. Omgekeerd is de menselijke psyche veel te gecompliceerd voor de wetenschappelijke benadering. Ik betwijfel sowieso of je daarover ook maar iets wetenschappelijk betrouwbaars kunt beweren. Religie biedt wél antwoorden. Religie gáát over de ziel, over de mens, over zijn plaats in de wereld. Mijn geloof vertelt me hoe ik mijn vrienden en mijn vijanden moet behandelen. Vanuit mijn geloof kan ik uitleggen waarom eerlijkheid goed is, en bedrog slecht. In al dat soort zaken heb ik niets aan de wetenschap.”

Wetenschap helpt u niet bij de moraal, bedoelt u?

“Om een probleem wetenschappelijk op te lossen moet je diep nadenken, je moet lezen wat andere mensen erover hebben geschreven, jaren onderzoek doen. Als je moet kiezen tussen goed en kwaad heb je daar geen tijd voor. Dan moet je meteen beslissen.”

Stel, zegt Katsnelson, iemand heeft je iets aangedaan en je komt hem tegen. “Moet je hem de hand schudden? Omhelzen? Moet je hem zeggen op te hoepelen? Moet je hem doden? Ik kan niet dertig jaar van mijn leven besteden aan uitzoeken wat het juiste is. Ik heb iets anders nodig, en wel onmiddellijk. Weet u, als de wetenschap zou beweren dat ik mijn vijanden moet doden terwijl mijn religie dat verbiedt, dan zou dat een contradictie zijn. Maar mijn wetenschap zegt daar niets over. Dus hoe kun je volhouden dat wij alles in de werkelijkheid wetenschappelijk moeten benaderen?”

Godsdeeltje

Het kan bijna niet anders, of in de hogere klassen met veel betaleerlingen kan de vraag naar het zogenaamde ‘godsdeeltje’ nar voren komen. Mijn beperkte natuurkundige kennis belet me om het ook maar enigszins te begrijpen, maar ik kan me voorstellen dat docenten levensbeschouwing toch graag weten waar de klok en de klepel precies hangen. Over het Higgsdeeltje en de naam ‘godsdeeltje’ schrijft de Nederlandse wikipedia:

“De bijnaam van het higgsboson is ‘Godsdeeltje’, in het Engels God particle. Deze naam zou volgens onderzoekers voor het eerst gebruikt zijn in 1993. De natuurwetenschapper en nobelprijswinnaaar Leon Lederman schreef een boek over het deeltje, getiteld The God Particle: If the Universe is the Answer, What is the Question?. Lederman zou tegen een aantal vrienden gezegd hebben, dat hij zijn boek The Goddamned Particle had willen noemen, om zo uiting te geven aan de frustraties over het niet kunnen vinden van het deeltje. Zijn uitgever zou die titel niet hebben geaccepteerd, mogelijk omdat het kwetsend voor gelovigen zou kunnen zijn. Hij zou de uiteindelijke titel hebben voorgesteld.
‘Lederman heeft een hoop uit te leggen’, zei de Britse wetenschapper Peter Higgs, die in de jaren zestig het bestaan van het veelbesproken deeltje voorstelde.
James Gillies, woordvoerder van het CERN, was meer vergevingsgezind ten aanzien van de bijnaam. ‘Het deeltje heeft natuurlijk niets met God te maken’, verklaarde hij. ‘Maar ik begrijp waarom mensen het zo noemen. Het higgsboson is cruciaal om de natuur te begrijpen.’ ”
Wie zich in deze materie op een onderhoudende manier wil verdiepen kan een mooie animatie vinden op http://www.phdcomics.com/higgs/

Why God never received a Phd

De volgende aardige humoristische tekst kwam ik op Facebook tegen:

Why God never received a PhD

He had only one major publication.
It was in Hebrew.
It had no references.
It wasn’t published in a refereed journal.
Some even doubt he wrote it by himself.
It may be true that he created the world, but what has he done since then?
His cooperative efforts have been quite limited.
The scientific community has had a hard time replicating his results.
He never applied to the ethics board for permission to use human subjects.
When one experiment went awry he tried to cover it by drowning his subjects.
When subjects didn’t behave as predicted, he deleted them from the sample.
He rarely came to class, just told students to read the book.
Some say he had his son teach the class.
He expelled his first two students for learning.
Although there were only 10 requirements, most of his students failed his tests.
His office hours were infrequent and usually held on a mountain top.
No record of working well with colleagues.

When you believe

Many nights we’ve prayed
With no proof anyone could hear
In our hearts a hopeful song
We barely understood

Now we are not afraid
Although we know there’s much to fear
We were moving mountains long
Before we knew we could

There can be miracles, when you believe
Though hope is frail, it’s hard to kill
Who knows what miracles you can achieve
When you believe, somehow you will
You will when you believe

In this time of fear
When prayers so often prove(s) in vain
Hope seems like the summer birds
Too swiftly flown away

Yet now I’m standing here
My heart’s so full I can’t explain
Seeking faith and speaking words
I never thought I’d say

There can be miracles, when you believe
Though hope is frail, it’s hard to kill
Who knows what miracles you can achieve
When you believe, somehow you will
You will when you believe

They don’t (always happen) when you ask
(Oh)
And it’s easy to give in to your fears
(Oh…Ohhhh)
But when you’re blinded by your pain
Can’t see your way straight throught the rain
(A small but )still resilient voice
Says (hope is very near)
(Ohhh)

Ik vind dit een prachtig lied omdat het over de onuitputtelijke liefde voor god gaat. Zoals de titel al zegt, als je gelooft. Ik vind het zo hoopvol als mensen zo 100% voor hun geloof gaan. Ik hoop ook dat ik later ook 100% voor het geloof ga. ‘Many nights we’ve prayed With no proof anyone could hear’. Hier herken ik mezelf heel erg in. ik heb vroeger elke avond een gebed gedaan, maar ik had nooit de zekerheid. Ik weet niet waarom ik die zekerheid nu nodig heb, ik denk omdat de moderne wereld dat ook wil. Sommige dagen zou ik terug willen naar de tijd dat er nog 100% naar god werd geluisterd. Maar ook weer niet helemaal, want ik heb totaal niets met de paus en katholicisme.

The postsecular society

In Te Denken Geven 4, hoofdstuk 3 gaat het over de crisis van de levensbeschouwingen, culminerend in het verlies van de geloofwaardigheid van de grote verhalen en de alternatieven die uit deze crisis zijn voortgekomen. Een belangrijk onderdeel van het hoofdstuk is de verlichting, die zich als alternatief voor het christendom sinds de Franse revolutie heeft geafficheerd en pocht dat met haar opkomst de religie een zekere ondergang tegemoet gaat. In de documentaire ‘The Postsecular Society’ wordt deze visie met verve ondergraven door Charles Taylor, Karen Amstrong en John Gray. Zij maken ons duidelijk dat de religie nooit weg is geweest uit de samenleving en dat veel zogenaamde seculiere projecten door en door religieus genoemd kunnen worden. Hieronder de samenvatting van de documentaire, die 28 december 2008 door de BOS werd uitgezonden en ongeveer 45 minuten lang is.

Toespraak van Habermas over dit begrip: Waarom kunnen geseculariseerde samenlevingen post seculier genoemd worden. Religie heeft nog steeds invloed en relevantie. De these van de verlichting dat de religie zou verdwijnen als gevolg van de modernisering verliest terrein.

Gesprek met Charles Taylor
Hij schreef ‘the secular age’ over de geschiedenis van het secularisme met als hoofdvraag: “Hoe kan het dat we in 1500 allemaal religieus waren en het anno 2008 heel normaal vinden om dat niet te zijn?
Het modernisme zou leiden tot terugtrekken van religie uit het publieke domein en verval van religieuze praktijken. Theorie blijkt niet te kloppen. Trek naar de steden leverde methodisme en pinksterbeweging op. Er vindt ook een verandering van religie plaats, nieuwe soorten religie duiken op. New Age is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Mensen zeggen: “Ik ben niet religieus, ik ben spiritueel.”
Verval is ook niet algemeen. In een moderne natie als de VS zijn heel veel mensen nog steeds praktiserend.
Vroeger was je katholiek, later protestant binnen een natie: dat bepaalde je identiteit. Nu wonen mensen met verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen in hetzelfde land en bepaalt de religie niet meer de identiteit. Wat je wel ziet is de opleving van sterke nationalistische tendensen met een religieuze lading.

Karen Armstrong
Religie gaat meer over dingen doen dan dingen denken. Mensen proberen boven het dagelijkse leven uit te stijgen en transcendentie te ervaren. Voornamelijk door spirituele oefeningen. Centraal in alle religies is de praktijk van mededogen. Alle religies melden dat in het centrum van hun geloof de gulden regel staat: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Dat vereist dat we ons voortdurend van ons ego moeten ontdoen. Als je je ego ontstijgt, breng je jezelf in verband met transcendentie.
Vanaf de grotten van Lascaux en Altamira hebben gelovigen moeite gedaan voor hun godsdienst; tegenwoordig zie je mensen die dat niet meer willen. Hoewel het een complex verschijnsel is, kunnen we wel zeggen dat het in Europa te maken heeft met de afschuwelijke ervaring van de twintigste eeuw. Onze moderniteit is extreem gewelddadig doordat ze ons in staat heeft gesteld doelmatiger dan ooit te moorden.
Dat heeft de idee van een welwillende goede God aan het wankelen gebracht, terwijl de moderne wetenschap heeft bewezen dat een Schepper nu problematisch is. Vroeger hadden mensen een idee van God dat veel meer te vinden is in boeddhisme, taoïsme en andere oosterse denkwerelden. Daar wordt gezegd dat het bijna niet mogelijk is een beeld van God te hebben. Het probleem is dus deels dat mensen een te beperkt beeld van God hebben.

John Gray
Gray maakt in zijn laatste boek duidelijk hoe onze westerse seculiere denkbeelden geworteld zijn in de aloude religieuze tradities.
Traditionele denken over secularisme houdt er geen rekening mee dat hun denkbeelden over een seculiere maatschappij geworteld zijn in de westerse religie, met name in het christendom. Augustinus onderscheidde al de stad van God van de stad van de mens. Of kijk naar de uitspraak van Jezus: “Geef de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt…” De scheiding tussen een geestelijk en seculier rijk is de erfenis van de westerse godsdienst.
Je kunt atheïst worden en denken dat je volledig seculier bent geworden, maar tegelijkertijd ontkom je niet aan de diepgaande invloed van jodendom en christendom op ons denken.
Het voorbeeld van Dawkin, die een serie over Darwin gemaakt heeft, zegt zowel aan het eind van het boek ‘de zelfzuchtige genen’ als aan het eind van de serie:”De mens is het enige dier dat de vrijheid heeft om in opstand te komen tegen hun genetisch programma.”
Gray: “Waar komt die vrijheid vandaan? Is dat wetenschappelijk onderbouwd? Het geloof in een vrije wil komt uit het westerse monotheïsme, niet uit de wetenschap.”
Taylor: “De wetenschap doet, anders dan religie, niets met de belangrijke levensvragen. Wat is de zin van het leven? Wat is echte goedheid? Waarnaar moeten mensen streven? Hebben we hulp van buitenaf nodig? De natuurwetenschappen zijn niet eens in staat te verklaren waarom we staten hebben en waarom de geschiedenis zo is gelopen. Dat kun je niet verklaren uit de structuur van de hersenen. Het idee dat de wetenschap dezelfde vragen beantwoordt als religie is gewoon belachelijk.
Religie leidt tot geweld. Ja inderdaad, helemaal waar. Maar atheïstische ideologieën evenzeer. In de twintigste eeuw hadden we Stalin, Pol Pot en Hitler.
Gray: Enkele honderden jaren geleden raakte het christendom in verval. Maar het is niet zo dat zijn invloed op het denken in het algemeen afnam. De stromingen die op het christendom een aanval en een reactie waren moesten wel dezelfde psychologische behoeften bevredigen als het christendom eerder deed. Maar ze erfden ook dezelfde denkpatronen. Het idee dat de geschiedenis een soort vertelling was met een soort einddoel of zelfs de uiteindelijke verlossing van de gehele soort bleef bestaan. Diverse filosofieën in de 19e eeuw hadden dezelfde structuur. Het marxisme allereerst, dat de geschiedenis voorstelde als een serie conflicten die leidden tot het wereldcommunisme. Het idee dat de geschiedenis een eind heeft, is een religieus idee.
Het vrije markt denken, of liever de vrijemarktideologie, reproduceerde of herhaalde een eerder denkpatroon van eind negentiende eeuw. Spencer schreef toen al over een globale markt, waarin alle bestaande conflicten opgeheven zouden zijn en armoede en oorlog verdwenen waren.
Taylor: Religie is nooit weggeweest. dus het idee van ‘post-seculier’ is dan ook nonsens, tenzij je het ziet als een besef dat we ons vergist hebben, dat religie namelijk een factor blijft om rekening mee te houden.
Habermas: IK maak onderscheid tussen seculier en secularistisch. Je hebt de onverschillige houding van een seculier, niet gelovig persoon die agnostisch relateert aan religieuze argumenten. Secularisten nemen daarentegen een polemische houding aan tegen religieuze doctrines die publieke invloed behouden. Secularisme gaat tegenwoordig vaak uit van de natuurwetenschappen die zich baseren op sciëntistische aannames.
Armstrong: sommige godsdienstige mensen kan verweten worden dat ze de wetenschap de rug toekeren. Je ziet het bij christenen die bepaalde bijbelteksten op een moderne letterlijke manier lezen, zoals de schepping door God in zes dagen.
Wetenschap en kunst zijn verschillend, maar er moet contact tussen zijn, omdat de waarheid een is. Zij citeert Augustinus uit de vijfde eeuw: als een interpretatie van de bijbel in strijd is met de wetenschap, moet je die bijbeltekst anders lezen.
Calvijn: voor wetenschap moet je niet in de bijbel zijn, maar daarbuiten.
Gray: In oosterse religies is er een veel diffuser onderscheid tussen mens en niet-mens. Als Darwin destijds in het oosten zijn evolutietheorie gelanceerd zou hebben, zou er nauwelijks rumoer zijn geweest, omdat dat paste binnen de gangbare denkbeelden.
Taylor: Keats zei dat Newton de schoonheid van de regenboog vernielde door die te verklaren. Mensen zijn daardoor teleurgesteld. Of dat zo is hangt af van je houding ten opzichte van de wetenschap; je kunt zoals Dawkins, zeggen dat alles wetenschappelijk te verklaren is. Maar de wetenschap kan onze verwondering over de regenboog nooit verklaren. Wetenschappelijke verklaringen worden soms op zo’n manier beleefd en aangenomen als levensfilosofie dat die verwondering denigrerend wordt afgedaan als een subjectieve reactie. Als je zelf die opvatting over de wetenschap aanvaardt, raakt de wereld voor jou onttoverd. Maar het is een hele goede vraag: waarom zou een wetenschappelijke verklaring de geldigheid van je verwondering per se ondermijnen?
Gray: het idee van ordening en wetmatigheid, die we in de natuurwetenschappen tegenkomen gaat uit van een verklaring voor alles: een metafysische visie die de wereld beschouwt als constant en wetmatig. Dat idee is uiteindelijk ook religieus. Als je sceptischer bent, zeg je: het kan waar zijn, maar dat hoeft niet. Misschien is de wereld deels wetmatig maar op andere delen chaotisch. En aangezien onze ideeën over chaos en orde deels antropomorf zijn kan dat wat wij beschouwen als totaal chaotisch ook andere verschijnselen bevatten die anderszins wetmatig zijn.
Het idee van een universeel systeem van wetten die herleid kunnen worden tot enkele algemeen geldende wetten gaat uit van een natuurlijke orde die wellicht niet bestaat.
Taylor: Het belangrijkste is dat mensen diep van binnen voelen dat er meer is dan welvaart. Zelfs succesvolle mensen zeggen: er is iets wat ik moet voeden. Er is een vaag gevoel dat iets niet gevoed wordt. Het lijkt een beetje op iemand die een fantastisch stuk muziek ontdekt dat hij nog niet kende. Dan denkt hj: waaw, Beethovens laatste strijkkwartetten. Hij denkt: dit zegt me iets, dit voedt mij. Dit voedt een honger waarvan ik niet wist dat ik hem had.
Gray: ik denk dat de behoefte aan mythe en religie geprogrammeerd is in de menselijke soort. Misschien komt dat door ons doodsbesef. Andere dieren hebben dat niet of verwerven het niet gemakkelijk. Mensen moeten hun leven bekijken. Alle menselijke culturen hebben mythen en religieuze tradities gehad die hen in staat stelden om hun leven als samenhangend verhaal te zien. Dat gaat niet weg. Een grote 20e eeuwse verlichtingsdenker Freud doe nogal vijandig tegenover religie stond ontwikkelde later in zijn leven een subtielere visie op religie. Hij erkende de positieve effecten die religie heeft gehad op het leven in het westen. Maar ook toen hij zeer vijandig tegenover religie stond stelde Freud dat wat hij een illusie noemde niet per se onwaar hoefde te zijn. Hij zei: illusies zijn overtuigingen die we aanhangen zonder bewijs. Ze kunnen deels waar zijn maar we hangen ze aan uit bepaalde psychologische behoeften: de behoefte aan troost of aan de zin van ons bestaan. Hij dacht dat religie niet zou verdwijnen maar altijd een sterk element van het menselijke leven zou zijn. In dit opzicht lijkt het op seks, op de behoefte aan seks. Als de behoefte aan seks wordt onderdrukt, verdwijnt hij niet. Hij verschijnt opnieuw in groteske en bizarre vormen.
Armstrong: een bijzonder aspect van de menselijke geest is dat hij ervaringen, aspiraties en verlangens heeft die uitgaan boven hetgeen hij conceptueel kan bevatten. Daarnaast zijn we wezens die betekenis zoeken. Voor zover we weten doen andere dieren dat niet. Je ziet een hond niet worstelen met zijn positie of piekeren over het lot van honden elders op de wereld.
Wij worden heel gemakkelijk wanhopig als we geen waarde en betekenis kunnen geven aan ons leven. Religies hebben ons geholpen met de overtuiging dat het leven uiteindelijk betekenis en waarde heeft ondanks al het deprimerende bewijs van het tegendeel. Soms worden zulke betekenissen te simplistisch uitgedrukt zoals ‘in de hemel komen’ Maar mensen hebben betekenis in hun leven nodig. Ik denk dat sommige mensen hebben ondervonden dat het secularisme hun dat niet biedt. Voor anderen ligt dat anders. Anderen hebben besloten dat ze geen transcendentie meer willen zoeken in een kerk of een moskee.Zij vinden het in kunst, muziek, in ethiek of goede werken. Of zelfs sport, Sommigen zoeken het in drugs. Maar we blijven de neiging houden om te zoeken naar transcendentie.
Gray: Religie, mythen horen bij het menszijn. De behoefte aan mythen de behoefte aan verhalen, beelden en symbolen die het menselijke leven zin geven lijkt universeel te zijn. In een post-seculier tijdperk vullen oude en neo-fundamentalistische vormen van religie het vacuüm dat voortkomt uit de ineenstorting van seculiere projecten die zelf gevormd waren door religie. Het is paradoxaal: enerzijds is er nooit een seculier tijdperk geweest. dat was gewoon het tijdperk van ‘gemorste religie’ , van seculiere projecten die werden uitgedrukt in religieuze termen. Dat is nu voorbij. In die zin zijn we post-seculier. Ik geloof niet dat we onze religieuze erfenis kunnen uitroeien. Ik vind dat ook niet wenselijk. De westerse religieuze traditie was in sommige opzichten schadelijk. Ze is volgens mij buitensporig antropocentrisch. Mensen zijn de enige wezen die er echt toe doen. Die opvatting is overgenomen door diverse seculiere projecten zoals het communisme en marxisme. Dat leidde tot enorme milieuverontreiniging in de voormalige Sovjet-Unie en in maoïstisch China. Veel erger dan wat ook in het kapitalisme. Daarom kritiseer ik bepaalde aspecten van de westerse religie. Ik behoor zelf niet tot een religie. Maar het ideaal van tolerantie komt uit het jodendom en het christendom. Als we de westerse religie uitroeien en verbannen uit school zoals radicale secularisten willen, zou dat een ramp zijn. Dan zouden we onnoemelijk veel meer verliezen dan er te winnen valt.
Armstrong zegt dat de religies sterker de nadruk moeten leggen op compassion, het geven om anderen buiten je eigen groep.

Reclame namens God

Vanaf september 2008 heeft een Fort Lauderdale reclameteam een aantal advertenties ontworpen, die binnen en buiten de bus worden getoond en 17 verschillende boodschappen van God weergeven.

1. “Let’s Meet At My House Sunday Before the Game ” – God

2. “C’mon Over And Bring The Kids ” – God

3. “What Part of “Thou Shalt Not…” Didn’t You Understand?” – God

4. “We Need To Talk” – God

5. “Keep Using My Name in Vain And I’ll Make Rush Hour Longer” – God

6. “Loved The Wedding, Invite Me To The Marriage” – God

7. “That “Love Thy Neighbor” Thing, I Meant It.” – God

8. “I Love You…I Love You…I Love You…” – God

9. “Will The Road You’re On Get You To My Place?” – God

10. “Follow Me.” – God

11. “Big Bang Theory, You’ve Got To Be Kidding.” – God

12. “My Way Is The Highway.” – God

13. “Need Directions?” – God

14. “You Think It’s Hot Here?” – God

15. “Tell The Kids I Love Them.” – God

16. “Need a Marriage Counselor? I’m Available.” – God

17. “Have You Read My #1 Best Seller? There Will Be A Test.” – God

Jamie Cullum. Oh God

Het aardige van de opdracht ‘cd-analyse’ is dat je ongemerkt toch een aantal songs tegenkomt, waarvan je als docent levensbeschouwing denkt: “Hier zitten mooie levensbeschouwelijke gedachten achter.” Er is veel meer levensbeschouwelijks in de wereld van de jongerenmuziek dan menige volwassene aanneemt. De volgende tekst van Jamie Cullum is er een voorbeeld van.

Wat ik me wel afvraag, wat een leerling met deze tekst doet als zhij er een betekenis aan moet geven. Zelf denk ik dat ze veel moeite zullen hebben met de zin: “So who’s the last resort… ” . Ik zal hem volgend jaar eens laten analyseren.

I know it’s been a while since I have talked to you
But maybe you’re the one who makes the winds blow
We’re looking at the stars without explanation
We contemplate as kings and simple men on trial
Our little world’s fragile

Oh God can you tell us when it’s going to stop
Maybe it’s not just down to you
Oh God can we win back what we have lost
So who’s the last resort… Oh God

Tumbling towards unclear destinations
Do they wash away the pain,
The wind and the searing rains
As our powers interchange

Oh God can you tell us when it’s going to stop
Maybe it’s not just down to you
Oh God can we win back what we have lost
So who’s the last resort… oh God

Oh God can you tell us when it’s going to stop
Maybe it’s not just down to you
Oh God can we win back what we have lost
So who’s the last resort.

LIA 134, 20 -6-2009

God aangeklaagd

Een tweede mogelijk bruikbaar verhaal is dat van de 71 jarige democratische senator Ernie Chambers uit Nebraska.

” Op 14 september 2007 heeft Ernie Chambers een aanklacht tegen God ingediend bij de rechtbank in Nebraska. Volgens het document, door de 71-jarige senator – volgens velen de meest felle niet blanke in heel het land – opgesteld zouden God en zijn volgelingen verantwoordelijk zijn voor de voortdurende terroristische dreigingen met als gevolg schade voor miljoenen mensen in heel de wereld. Bedreigingen, die gebruik maken van de persoonlijke geschiedenis van God om geloofwaardig te worden. In zijn document laadt Chambers ook de verantwoordelijkheid op God voor aardbevingen, orkanen, oorlogen en de geboorte van misvormde kinderen. God wordt ervan beschuldigd op schriftelijke wijze documenten verspreid te hebben die ertoe dienen om angst, spanning, terreur en onzekerheid te zaaien om op die manier mensen ertoe te brengen hem te gehoorzamen.

Chambers wil onder andere laten zien dat iedereen voor een hof ter verantwoording kan worden geroepen. Zijn voornaamste doel was van de rechters een vonnis te krijgen, waarin van God geëist zou worden dat hij iedere vorm van bedreiging naar de wereld toe zou moeten stoppen. In oktober van dit jaar heeft rechter Marlon Park afwijzend beschikt over het verzoek van Chambers. Reden: “Het is onmogelijk een officieel adres van God te krijgen.” Hij baseert zich op een wet in Nebraska, volgens welke een persoon die een ander een proces aandoet een adres van de gedaagde moet hebben, om zich te kunnen verdedigen in het gerechtshof.

Chambers: “Het hof heeft het bestaan van God toegegeven. De consequentie van deze beslissing is dat de alwetendheid van God wordt erkend. Dus als het waar is dat hij alles weet, moet hij ook op de hoogte zijn van dit geval.”

Geloof in God

Kerkverlating vindt voornamelijk plaats bij jongeren, maar ook bij ouderen taant het traditionele christelijke geloof. Hoewel driekwart van 55-plussers in Nederland zichzelf gelovig vindt, blijkt dat nog slechts een kwart van alle ouderen in een persoonlijke God gelooft. Bij katholieken is dat een derde.

Freelancejournalist Arjan Broers analyseerde in opdracht van de katholieke ouderenbond Unie KBO cijfers van onderzoeksinstituut Kaski. Hij stelt in zijn publicatie ‘Het zoeken niet moe’ vast dat de meeste ouderen het geloof beschrijven als een zoekproces en niet als een rigide systeem waarin de belangrijkste geloofszaken onwrikbaar vastliggen. Zij willen hulp zoeken bij allerlei bronnen, tradities en ideeën.

Enkele andere conclusies:
* De oudere Nederlander blijkt minder dan vroeger naar de kerk te gaan, maar hecht nog wel aan kerkelijke rituelen. Velen vinden de morele opvattingen van de kerk te streng.
* Meer dan de helft van de Nederlanders boven 55 jaar gelooft in een hoge macht of ‘iets’. Dit ‘ietsisme’ blijkt ook bij meelevende katholieke ouderen de meest voorkomende vorm van geloof.
* Bidden blijft populair. Drie op de vijf ouderen bidt zeker één keer per week. Onder katholieken is dat aantal groter. Ook kiezen zij graag kerkelijke rituelen om bijvoorbeeld een vijftigjarig huwelijk te vieren.
[Bron: In feite 26-9-07 Hugo Louter]
LIA 114 3-6-2009

Toneel en God

„Op zoek naar troost vind ik die in schoonheid. Eigenlijk is kunst het enige dat de plaats van God kan innemen, omdat het iets leert over het leven wat boven de praktijk van alledag uitstijgt. En toneel is, als podiumkunst,mooier dan film of tv,omdat het je emotionele ervaring uitbreidt door het bijeen zijn van echte mensen. Omdat je met elkáár lacht en huilt. Niet toevallig is toneel in de kerk ontstaan.”

Ursul de Geer in een interview in Trouw 29-2-2008

God en de vrouwen

The Seamstress

One day, when a seamstress was sewing while sitting close to a river, her thimble fell into the river. When she cried out, the Lord appeared and asked, “My dear child, why are you crying?”

The seamstress replied that her thimble had fallen into the water and she needed it to help support her family.

The Lord dipped His hand into the water and pulled up a golden thimble set with pearls.

“Is this your thimble?” the Lord asked

The seamstress replied, “No.”

The Lord again dipped into the river. He held out a silver thimble ringed with sapphires.

“Is this your thimble?” the Lord asked.

Again, the seamstress replied, “No.”

The Lord reached down again and came up with a leather thimble. “Is this your thimble?” the Lord asked.

The seamstress replied, “Yes.”

The Lord was pleased with the woman’s honesty and gave her all three thimbles to keep, and the seamstress went home happy.

Some years later, the seamstress was walking with her husband along the riverbank, and her husband fell into the river and disappeared under the water. When she cried out, the Lord again appeared and asked her, “Why are you crying?”

“Oh Lord, my husband has fallen into the river!”

The Lord went down into the water and came up with George Clooney.

“Is this your husband?” the Lord asked.

“Yes,” cried the seamstress .

The Lord was furious. “You lied! That is an untruth!”

The seamstress replied, “Oh, forgive me, Lord. You see, I was afraid that if I said ‘no’ to George Clooney, you would have come up with Brad Pitt. Then if I said ‘no’ to him, you would have come up with my husband. Had I then said ‘yes,’ you would have given me all three. Lord, I’m not in the best of health and would not be able to take care of all three husbands, so THAT’S why I said ‘yes’ to George Clooney.

And so the Lord let her keep him.

The moral of this story is: Whenever a woman lies, it’s for a good and honorable reason, and in the best interest of others.

That’s our story, and we’re sticking to it.

Signed,

All Us Women

De atheïst en de beer

Om het jaar wat luchtig te beginnen, een vrolijk verhaal over een atheïst en een beer. Het is uiteraard als grap bedoeld, maar er is ook een aardige proefwerkvraag van te maken. U leest die aan het eind van het verhaaltje.

Een atheïst liep door het woud: “Wat een geweldige bomen! Wat een machtige rivieren! Wat een mooiere dieren!”, zei hij tot zichzelf.

Terwijl hij langs de rivier liep, hoorde hij iets ritselen in de struiken achter hem. Hij keek om en zag een twee meter hoge grizzly beer op hem af komen.

Hij rende zo snel hij kon het pad op. Hij keek over zijn schouders en zag dat de beer hem aan het inhalen was.

Hij keek nog eens over zijn schouder en de beer was nog veel dichterbij. Hij struikelde en viel op de grond. Hij rolde door om op te staan, maar zag dat de beer recht boven hem was, zijn linkerklauw naar hem uitstak en zijn rechterklauw ophief om hem te slaan.

Op dat moment riep de atheïst uit: “Oh, mijn God!”

De tijd stopte.

De beer bevroor.

Het woud was doodstil.

Een helder licht scheen over de man en een stem klonk vanuit de hemel: “ Jij ontkent mijn bestaan al deze jaren, onderwijst anderen dat ik niet besta en maakt van de schepping een kosmisch toeval. Verwacht je nu van mij dat ik je uit deze benarde situatie help? Moet ik je wel tot de gelovigen rekenen?”

De atheïst keek recht in het licht: “Het zou hypocriet van me zijn U te vragen om mij nu plotseling als een christen te behandelen, maar misschien kunt u van de beer een christen maken?”

“Dat is goed,” zei de stem.

Het licht verdween. De geluiden uit het woud kwamen weer tot leven. En de beer bracht zijn beide klauwen samen, boog zijn hoofd en sprak: “ Heer, zegen deze spijs, die ik dankzij uw gulheid mag ontvangen door Christus onze heer, Amen.”

Een aardige proefwerk- of discussievraag hierbij lijkt me:

Wat had de atheïst verwacht dat de beer zou doen als hij christen was geworden en waarom dat dan?

Mijn eigen gedachten hierbij waren:

• Hij verwacht dat de beer ineens begrijpt dat hij zich aan het zesde gebod” gij zult niet doden’ moet houden;

• Christenen zijn geweldloos, liever de linkerwang toekeren.

• Christenen hebben hun vijanden lief, dus laat de beer hem met rust.

Mogelijk komen leerlingen op nog veel creatievere oplossingen.

Coelho en God

Wat mensen over Paolo Coelho ook kunnen zeggen, verhalen vertellen kan hij. Speciale aandacht verdient zijn maandelijks verschijnende aflevering op warrior of the light, waar hij veel met verhalen en verhaaltjes uit velerlei tradities doet. Je kunt je ook op de e-mailnieuwsbrief abonneren, dan krijg je elke maand de tekst toegezonden.

Een mooi voorbeeld van een goed verhaal is het volgende:

The whole in everything

When Ketu turned twelve years old he was sent to a master, with whom he studied until he was twenty-four. Upon finishing his training, he came back home filled with pride.

His father asked him: “How can we know what we can’t see? How can we know that God the Almighty is everywhere?”

The young man began to recite the sacred scriptures, but his father interrupted him:

“That’s all too complicated. Isn’t there an easier way for us to learn about the existence of God?”

“Not that I know of, my father. Today I am a learned man and I need this knowledge to explain the mysteries of divine wisdom.”

“I have wasted my time and money sending my son to the monastery,” complained the father. And taking Ketu by the hand, he led him to the kitchen. There he filled a basin with water and poured in a little salt. Then they went for a stroll in the city. When they came back home, the father told Ketu:

“Bring the salt that I put in the basin.” Ketu looked for the salt but did not find it because it had already dissolved in the water.

“So you can’t see the salt any more?” asked the father.

“No, the salt’s invisible.”

“Then taste a little of the water that’s on the surface of the basin. How does it taste?”

“Salty.”

“Try a little of the water in the middle: how does it taste?”

“As salty as on the surface.”

“Now taste the water at the bottom of the basin and tell me what it tastes like.”

Ketu tried it and it had the same taste as he had felt before.

“You have studied for many years and can’t explain simply how Invisible God is in all parts,” said the father.

“Using a basin of water, and calling God “salt”, I could make any peasant understand that. Please, dear son, forget the wisdom that moves us away from men and look again for the Inspiration that draws us closer.”

Ontleend aan “Warrior of the Light, a www.paulocoelho.com.br publication.”

God ter sprake brengen in een tv-serie

Enkele jaren geleden [LIA52 en 53] heb ik aandacht besteed aan de opvallende televisieserie ‘Joan of Arcadia’. Tot mijn verbazing en vreugde is de serie nu opnieuw te zien op RTL8. Omdat de serie vrij laat kwam, ik vaak vergat de video aan te zetten en we nu bijna uitsluitend nog met dvd werken, is het prettig om de serie op te nemen en vervolgens te bezien, waar in het curriculum fragmenten in te zetten zijn. Joan Girardi is een 16-jarig meisje die van alles meemaakt in en buiten de school, met en zonder haar vrienden, maar in elke aflevering komt ze God in de een of andere excentrieke vorm tegen.

Bezig met het ontwikkelen van enkele lessen rondom God en godsbeelden heb ik het idee dat deze serie enkele interessante vraagstukken rondom God op een serieuze manier aan de orde stelt.
Teresa Blythe, redactrice van het tijdschrift ‘Presbyterians Today’ heeft ze alle 40 afleveringen gezien en serieus bekeken. Ze heeft bij iedere aflevering een minigids gemaakt om de aflevering te bespreken. Als dat in Amerika kan, kan het in Nederland ook. Wat is er op tegen om leerlingen de kans te geven op een onderhoudende manier met een aantal niet misselijke levensvragen en -situaties om te laten gaan? Een voorbeeld van een gids van Blythe.

Inleiding

Where is God in the midst of tragedy? It is a question every person who believes in God faces at one time or another. Joan gets to ask God point-blank, but she finds out that the answer is a mystery,

Creepy Guy (God): I leave hints all over the place. I’m all about hints.

In this episode Joan experiences what Paul describes as “now we see in a mirror, dimly, but then we will see face to face (1 Cor. 13:12). When Joan asked God if she could see “the big picture’ (face to face), she passed out. It was too much for her.

So the deeper question in this episode is, can we live with the mystery of not knowing exactly what God has in store for us in life, in death or life beyond death? And, what kind of ripples will our lives create?

Episode-in-a-nutshell

Rocky, the terminally ill boy Joan used to baby-sit, dies and Joan must face her feelings about mortality. Joan goes to the funeral and eulogizes Rocky as “pretty much a weirdo” who was obsessed with death and “made death funny. Until today.”

Joan’s thoughts soon turn from Rocky to Adam, who has become increasingly morose. She learns that Adam’s mother committed suicide three years ago, using pills, and Adam has not been the same since. She also discovers that Adam is too afraid to read the suicide note his mother left behind.

God tells Joan that people’s lives create “ripples.” Rocky’s ripples were good, but the ripples from Adam’s mother’s suicide were not. After Adam gains the courage to hear the suicide note, Helen (Joan’s mother) reads it to him, and he is relieved that he was a blessing in his mother’s life and not a stressor that led to her death. Adam and Joan kiss and make up after several weeks of hard feelings over Joan tearing up one of his sculptures (in “The Devil Made Me”).

The city of Arcadia loses its entire government as the FBI investigates a corruption scandal. This leaves Will without a job since the sheriff took over the law enforcement of the town. Will agrees to become a beat cop—quite a demotion—in order not to uproot his family again and to avoid a boring desk job.

Luke and Grace create a science fair project together, building a strange moving projectile that accidentally destroys the project Friedman and Glynis proudly created.

Questions for discussion

• Creepy Guy (God) tells Joan that he is all about hints. Have you ever received a hint from God? How did you know it was a hint? How did you know it was from God? Where do you generally look for hints from God?

• Are hints from God enough for you? Has there ever been a time when you needed more clarity than you might get from a hint? Have you ever gotten more than a hint from God?

• Read 1 Corinthians 13:8-13. What are your feelings about only knowing “in part” in this world? How comfortable are you with the mystery of God? With the mysteries of life and death?

• Read Matthew 18:15-22 about resolving disputes. Compare Joan’s apology with those instructions. How does Joan demonstrate her forgiveness and love for Adam? Is there an “Adam” in your life—someone you have hurt and want to reconcile with? How does asking for forgiveness create “good ripples” even if the apology is not accepted?

• Why was it important for Adam to read his mother’s suicide note? If you were Adam, would you have wanted to read the note? Why or why not?

• Regarding his mother’s note, Adam tells Joan (he calls her Jane), “I tried all night, Jane. I couldn’t do it. I can’t go out into the cold …. I need some kind of warning.” Who do you turn to when you need strength to do something hard? Why do you think Adam turned to Helen, Joan’s mother, instead of Joan for the reading of the note?

• How did the actor who plays Adam use body language to portray the changes in Adam’s life as a result of hearing the comforting words in the suicide note? Describe what you saw and how you interpreted his body language. How good are you at reading your friends’ or family members’ body language? In what ways can body language be even more accurate than a person’s words? (Describe a situation.)

• Why do you suppose that, in this episode, Joan is not given any tasks by God to complete? Do you believe God is as “task-oriented” as this show usually depicts God? Is God more interested in what we “do” than in who we “are”?

• This episode introduces the notion of God’s interest in the “ripples” we produce in the world—a notion that resurfaces from time to time in the series. What kind of ripples do you think your life creates? If you were to ask someone who knows you well, what might they say about your “ripples”? What are some ways we might allow God to transform our negative ripples?