Categoriearchief: het vak levensbeschouwing

Toon Tellegen 3

Een andere Toon Tellegentekst kwam ik tegen door mijn documenten op de computer te laten doorzoeken op de term ‘Tellegen’. Daarbij kwam als tweede tekst de jaarrede van Kees Hamers in 2005 naar voren.

[In zijn tekst kon Kees weinig goeds vinden in de term ‘participatiemaatschappij’, waar toen al sprake van was en waar Kees zijn profetische pijlen op richtte. We weten nu waartoe die mooie term heeft geleid de afgelopen maanden.]

Maar er loert wel gevaar. Niet zozeer van schoolbestuurderen. Velen van hen zijn doordrongen van de meerwaarde van levensbeschouwing in het vormingsaanbod. Nee, het gevaar zit ‘m erin dat wij een uitstervend ras dreigen te worden. Waar zijn immers de frisse jongens en meisjes die zich in groten getale melden om docent levensbeschouwing te worden?

Wij willen graag in het eindexamenprogramma, we willen graag dat het vak levensbeschouwing in alle veranderingen die plaatsvinden zichtbaar en herkenbaar blijft in de scholen, maar dat alles staat of valt met goed geschoolde en gemotiveerde leerkrachten. De toenemende aandacht voor levensbeschouwing in onze samenleving heeft helaas nog niet geleid tot een toenemende belangstelling voor een docentschap in die richting.

Daarom tot slot een verhaaltje van Toon Tellegen uit de bundel: “Bijna iedereen kan omvallen”

Denk je dat we ooit afgelopen zijn, eekhoorn?’ vroeg de mier op een keer.

De eekhoorn keek hem verbaasd aan.

‘Nou, zoals een feest afgelopen is,’ zei de mier. ‘Of  een reis.

De eekhoorn kon zich dat niet voorstellen.

Maar de mier keek uit het raam naar de verte tussen de bomen en zei: ‘Ik weet het niet, ik weet het niet…’ Er verschenen rimpels in zijn voorhoofd.

‘Maar hoe zouden we dan moeten aflopen?’ vroeg de eekhoorn.

Dat wist de mier niet.

‘Als een feest is afgelopen gaat iedereen naar huis,’ zei de eekhoorn. ‘En als een reis is afgelopen wrijf je in je handen en kijk je of er nog een potje honing in je kast staat. Maar als wij zijn afgelopen…’

De mier zweeg. Hij maakte een raar geluid met zijn voelsprieten.

‘Wat is dat voor een geluid?’ vroeg de eekhoorn. ‘Knakken,’ zei de mier.

Daarna bleef het lange tijd stil.

De mier stond op en begon, met zijn handen op zijn rug, door de kamer heen en weer te lopen.

‘Denk je erover na?’ vroeg de eekhoorn. ‘Ja,’ zei de mier. ‘Weet je het al?’ ‘Nee.’

De mier ging ten slotte weer zitten.

‘Ik weet het niet,’zei hij. ‘Ik weet vrijwel alles, dat weet je, eekhoorn…’

De eekhoorn knikte.

‘Wat ik niet weet,’ging de mier verder, ‘mag geen naam hebben. Maar of wij ooit aflopen…’

Hij schudde zijn hoofd.

De eekhoorn schonk nog een kopje thee in. De mier nam en onzeker slokje.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u een zinvolle dag toe

 

Uit de sectie geklapt

De afgelopen jaren hebben we een groot aantal projecten geschreven, die de basis vormden voor het curriculum, dat we op mijn oude school, het Newmancollege, hebben kunnen invoeren. Verdergaand overleg zorgde ervoor dat we momenteel alweer enkele jaren een serie boeken onder de titel ‘Te Denken Geven 1 t/m 5’ het licht hebben doen zien. Uiteraard was dat curriculum sterk gekleurd door de opvattingen van de langst lesgevende docent. Maar nieuwe meesters hebben ook nieuwe bezems, die door de kamers van de oude meester gaan.
In die situatie komt de sterke kant van ons gehanteerde systeem naar voren.
Allereerst: de school accepteert dat we elk jaar onze boeken vernieuwen, omdat de prijs die ervoor betaald moet worden, duidelijk minder is dan andere secties voor hun boekenfondsuitgaven doorgeven. Als de boeken van een sectie veertig euro kosten en ze vier jaar mee moeten gaan, kan de sectie levensbeschouwing haar boek van tien euro vier keer aanschaffen.
Ten tweede: aan de kant van de uitgeverij zit de mogelijkheid om in te spelen op de wensen van de sectie, aangezien zij werkt met haar drukkers op basis van het printing-on-demandsysteem. Dat maakt het voor een school mogelijk om haar eigen curriculum te assembleren met het materiaal dat we zelf al hebben en materiaal wat een sectie wil toevoegen.

Het voorbeeld van het Newmancollege

Klas 1

In de editie van 2012 was een hoofdstuk ‘levensvragen dringen zich aan ons op’ geschrapt. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk ‘kijken naar elkaar’.
De ervaringen van het afgelopen jaar leidden ertoe dat in de editie 2013 het verdwenen hoofdstuk weer terug is, en dat het hoofdstuk ‘kijken nar elkaar’ voor een deel verdwijnt, voor een ander deel naar achteren wordt geschoven.

Klas 2
De gesprekken over klas twee, waarin aandacht besteed wordt aan de mensen van het boek, leverden op dat de niet-westerse godsdienstige levensbeschouwingen er bekaaid van af komen. Daarom werden de hoofdstukken over de mensen van het boek voor een deel ingekort en enkele moesten verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk over het hindoeïsme.

Klas 3
Was in 2012 het hoofdstuk over levensbeschouwing en film naar klas vier verplaatst, omdat dat precies paste bij ‘levensbeschouwing en de kleine verhalen’, in de editie 2013 komt het weer terug naar de derde. Enkele redenen: het vierdejaars programma is al overvol en de diepgang komt in het gedrang als we de er materiaal aan toevoegen. Het werken met portfolio-opdrachten levert op bepaalde momenten van het schooljaar erg veel werk op en we moeten zien te vermijden dat die pieken precies in de dagen voor het inleveren van de cijfers opduiken. Door levensbeschouwing en film aan het eind van het jaar te plannen hebben de docenten meer tijd om het voorhanden ingeleverde materiaal na te kijken, aangezien het bij levensbeschouwing en film meer gaat om een klassengesprek over de voorbijkomende levensvragen dan om het schrijven en inleveren van een doorwrocht essay.
Als tegenhanger van de hoofdstukken over het hedonisme, dat hier en daar veranderd is, hebben we een hoofdstuk over het boeddhisme opgenomen.

Klas 4
Zoals gezegd is ‘levensbeschouwing en film’ verdwenen, evenals het hoofdstuk over Oliner en het altruïsme. In de hoofdstukken over relaties en seksualiteit zijn enkele als moeilijk ervaren hoofdstukken verdwenen, maar er is nog geen goed alternatief voor gevonden.

Klas 5 havo en vwo
Voor het eerst hebben we gemeenschappelijk boek voor 5havo en 5vwo. Voor de havo zal het te veel zijn, omdat die een half jaar levensbeschouwing hebben. Maat de docent kan nu ervoor kiezen wat meer zappend met de eindexamenleerlingen langs diverse onderwerpen te gaan. Per slot van rekening is de lessituatie in een havo 5 die eindexamen gaat doen een andere dan die van v5, waar het nog anderhalf jaar van het eindexamen is en van wie ook een hogere en grotere intellectuele inspanning gevraagd kan worden.
De hoofdstukken over ‘zin, onzin en zelfdoding’ uit de editie 2012 zijn verdwenen, omdat een andere docent de lessen gaat geven. Aan de hoofdstukken over ‘levensbeschouwing en geld’ is een hoofdstuk toegevoegd waarin de leerlingen onderzoek doen naar hun eigen moneymindset ofwel geldwaardepatroon. Eveneens zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over ‘vindplaatsen van het religieuze’ en ‘de ontmoeting met God in ‘Joan of Arcadia’.

Met goede moed zijn de docenten weer aan het nieuwe schooljaar begonnen, zullen in de komende maanden nadenken over wat we van de leerlingen mogen vragen, wat in een goed curriculum levensbeschouwing moet zitten en tegen het eind van het jaar zullen ze veranderingen en nieuwe wensen bij de eindredacteur neerleggen. Per slot van rekening veranderen docenten, leerlingen en de werkelijkheid. Waarom zou dat dan niet kunnen en moeten gelden voor het materiaal waarmee ze elk jaar weer werken?

Afscheidsspeech

Eind juni heb ik officieel afscheid genomen van het Newmancollege, uitgeluid door rector en collega’s. Zelf heb ik geprobeerd mijn laatste statement te maken vanuit de 38 jaar lesgeven. Daarvoor heb ik het model van de cd-opdracht die we de vierdeklassers steeds geven: maak een eigen cd met tien nummers en leg uit waarom die voor jou belangrijk zijn. Mijn eigen bezig zijn op school had ik eveneens in tien onderdelen opgesplitst, daarbij een verhaal verteld en een stukje lied laten horen. Mijn eigen tekst en de liedjes werden gelardeerd met foto’s die ik de afgelopen 25 jaar regelmatig gemaakt heb en waar vele collega’s en (oud)-leerlingen voorbijkwamen, een soort van memory lane voor mezelf en soms anderen.

Wie wil zien hoe iemand afscheid neemt, of op zoek is naar ideeën voor een eigen afscheid kan de afscheidspresentatie bekijken via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/wimsafscheid.mp4.

Het belang van de waaromvraag

Op alle mogelijke manieren zal ik blijven proberen argumenten voor het instandhouden van het vak levensbeschouwing bijeen te zoeken. Mooi is dan dat je opa bent en zo nu en dan snuffelt in de pedagogische maandbladen die je bij je ouderende kinderen tegenkomt, Aan ‘Groter Groeien’. 2012 nr. 3 ontleen ik het volgende:
“Mama, waarom heeft oma grijs haar? Waarom moet ik naar school? Waarom zijn tomaten rood? Behoorlijk vermoeiend: al die waarom-vragen van je kind.
Uit Amerikaans onderzoek blijt dat het niet draait om aandacht trekken. Je kind wel ècht het naadje van de kous weten. Probeer dus serieus antwoord te geven.

Uit een ander onderzoek van de Universiteit van Novi Sad in Servië blijkt zelfs dat nieuwsgierig zijn gelukkig maakt. Tieners die zich waarom-vragen stellen zijn gelukkiger dan tieners die dat niet doen. Zij zijn minder eenzaam, hebben het gevoel dat hun leven meer zin heeft en zijn minder somber, gestrest en angstig. Het is dus slim om het waarom-gedrag van je kind te stimuleren, ook al is het soms heel vermoeiend.

Het advies van de onderzoekers: neem je kind altijd serieus en stel vragen terug, waardoor hij nadenkt. Z blijft je kleine levensbeschouwer [er stond eigenlijk ‘filosoof’] zich verbazen over de wereld om hem geen. Dat houdt hem scherp en maakt hem gelukkig.”

Eenuursvak en proefwerkweek

Via de list levensbeschouwing kwam er een oproep van collega Verhoeven over de manier waarop secties en docenten levensbeschouwing omgaan met het m.i. schandalige feit dat levensbeschouwing – vaak een eenuursvak – volop mee moet draaien in de proefwerkweek. Het betekent een onaanvaardbare werkdrukverzwaring, die alleen ons vak treft en waar directies weinig aandacht voor schijnen te hebben.
Huub Verhoeven heeft volgens eigen zeggen veel interessante reacties gehad. Omdat ik in Italië vertoefde, heb ik zijn verhaal pas recent onder ogen gekregen en ik heb er de volgende opmerkingen over.
Uit mijn verhaal hieronder blijkt mijn voorkeur voor het weghalen van levensbeschouwing uit de proefwerkweek, omdat de kern van levensbeschouwelijk denken niet in proefwerkopgaven te vatten is en leerlingen daar ook van doordrongen moeten worden. Dat gebeurt niet door deelname aan het proefwerkweekcircus.
En kom asjeblieft niet met opmerkingen als: “Je telt pas mee, als je in de proefwerkweek meedoet!” De waardering voor ons vak op mijn oude school is alleen maar toegenomen, nadat de leerlingen verlost waren van het leren van weetjes voor een proefwerk om die daarna wel snel te vergeten.
————–
Hoe overleven ik en mijn vak de proefwerkweek?
Als je een eenuursvak bent en je wordt door de schoolleiding, die zelf nooit meer aan correcties van proefwerken hoeft te doen, gedwongen om met het proefwerkweekcircus mee te doen, dan loop je psychisch en fysiek gevaar.
Psychisch, omdat je je in allerlei bochten moet wringen om ervoor te zorgen dat het proefwerk zo leraarvriendelijk mogelijk is, want anders komt gevaar nummer twee al snel om de hoek kijken: wie 20 klassen heeft – wat geenszins onmogelijk is bij lesuren van 40 – 50 minuten en een volle baan – zit tot laat op de avond zich wezenloos te werken aan het doorploegen van honderden proefwerken van leerlingen met slechte handschriften.

Er zijn verschillende mogelijkheden om er iets aan te doen.

1. Zorg voor docentvriendelijke proefwerken
Bovenstaande is jaren onze werkelijkheid geweest. Creatief als we waren hebben we er het een en ander op verzonnen. We hebben ons suf gezocht naar een model om leraarvriendelijke proefwerken te maken. Tenslotte hebben het gevonden in een door ons toen al zeer betreurd model: we maakten een proefwerk
met reeksen van steeds 10 goed/foutzinnen
Waarbij we niet met ABBAAABBBA werkten, want dat kost ook hopen tijd om na te kijken
Maar steeds een al dan niet bestaand woord als goed antwoord hadden, bijvoorbeeld ZINKPUTTER. Met een oogopslag kon je dan zien wat de leerling fout had gedaan, wat de snelheid van het nakijken zeer verbeterde. We hadden in het algemeen een serie van 120 goed-foutzinnen, waarbij 40 fouten een 6 opleverde.
In noodsituaties kon je dit werk ook uitbesteden aan een lieftallige echtgenote of studerende zoon of dochter, die gezellig langs kwam.

Bij dit model dat ons door de moeilijke tijden heeft geholpen zijn de volgende opmerkingen te maken:
Leraarvriendelijk blijkt vaak leerlingonvriendelijk te zijn. Goed-foutzinnen moeten goed gelezen worden, zijn taalgevoelig, toetsen zijn zeer eendimensionaal, want bijna uitsluitend reproductief. Goede leerlingen worden in de maling genomen, slechte leerlingen worden bevoordeeld.
Goed-foutzinnen zijn van de andere kant relatief gemakkelijk, in die zin dat weinig leerlingen onvoldoendes hebben, maar er ook nooit een dikke negen of tien valt. Subtiele accenten in een zin worden snel over het hoofd gezien.
Probleem is ook dat je een toetsonderdeel moet hebben waar veel feiten over te vragen zijn, anders wordt het een gekunsteld geheel dat de leerlingen snel doorzien.
Het kan moeilijker gemaakt worden door twee zinnen aan elkaar te koppelen en vier mogelijkheden aan te bieden. A is goed, B is fout, A is goed, B is goed, etc. Deze manier vraagt meer detectivewerk van de leerling, want zhij moet op zoek gaan naar de feitelijke correctheid in twee zinnen. De gemiddelde cijfers bij deze vorm zij meestal stukken lager. De gemiddelden hierbij zijn bijna altijd lager dan bij een traditioneel openvragenproefwerk.
De leerling kan gemakkelijk gokken, wat meestal een vijf oplevert, Als je alle linkerantwoorden neemt, kom je op een laag cijfer, maar nooit lager dan een 4. Docenten hebben immers de neiging de goede en foute antwoorden af te wisselen, wat de leerlingen kansen geeft. We zitten niet zo in elkaar dat we een hele rij linkse letter goed maken en de rechtse fout. Leerlingen gaan denken dat al zoveel linkse antwoorden gegeven zijn, er ook een aantal rechtse gekozen moeten worden. En ze veranderen hun antwoorden op grond van de veronderstelde wetmatigheden van de docent.
Iets minder docentvriendelijk is de combinatie van goed-foutzinnen en enkele open vragen, die veel leeswerk vragen en korte gemakkelijk na te kijken antwoorden opleveren.
De school geeft bij ons ook steeds aan dat de leerling de hele proefwerktijd aan het werk moet blijven, dus zorg voor voldoende werk, is de terugkerende oekaze van mensen die zelf geen correctiewerk hebben. Maar dan blijft wel staan dat alles wat je extra geeft ook nagekeken moet worden. Een alternatief is dan om een kruiswoordpuzzel of woordzoeker te maken, die als bonuspunt ingevuld moet worden, bijvoorbeeld met materiaal uit vorige onderwerpen of jaren.

2. Pleit bij de directie op didactische en technische gronden om de klassen te clusteren zodat je per half jaar de helft van het aantal klassen hebt.

3. Pleit voor niet-deelname aan de proefwerkweek voor levensbeschouwing.

Een mogelijke brief van de sectie aan de schoolleiding

Beste schoolleiders,

De sectie levensbeschouwing heeft het volgende vastgesteld. Aangezien iedere proefwerkweek levensbeschouwing wordt opgenomen in het rooster kijkt de gemiddelde docent levensbeschouwing tegen een vracht correctiewerk aan, die ertoe leidt dat zhij gemiddeld drie keer zoveel tijd kwijt is aan correctiewerk dan collegae die en een klas meerdere uren per week hebben en of eindexamenklassen hebben.
Maken we een rekensommetje: 26 klassen van gemiddeld 25 leerlingen levert 650 proefwerken op die nagekeken moeten worden. Als een proefwerk nakijken gemiddeld 4 minuten kost – krap bemeten – kijkt de docent ruim 43 uur na, daarbij het invoeren van punten en het vaststellen van rapportpunten niet meegerekend.

We willen graag met u van gedachten wisselen over de mogelijkheden die we zien om iets aan deze onverkwikkelijke situatie te doen. We hebben voor onszelf drie mogelijke scenario’s opgesteld.

De situatie handhaven zoals die is en van de sectie accepteren dat ze docentvriendelijke proefwerken maakt. Proefwerken die de helft van de reguliere correctietijd vragen kosten minder arbeidstijd. Een tweede mogelijkheid is om de proefwerken via de computer te laten afnemen, zodat de correctie ook digitaal gebeurt.

Docentvriendelijke proefwerken zijn meestal alleen maar reproductieproefwerken, wat niet de bedoeling van de sectie is. Technisch zal het niet mogelijk zijn om alle leerlingen van een bepaald jaar of afdeling tegelijk achter de computers te zetten.

Vandaar dat dit scenario niet onze voorkeur verdient.

De klassen clusteren
De werkdruk kan ook verminderd worden door de klassen zo te roosteren dat elke klas een half jaar twee uur per week levensbeschouwing krijgt, zodat in de proefwerkweek de helft van het aantal klassen bevraagd en gecorrigeerd moet worden.

Deze keuze zou zeker soelaas bieden, maar de sectie begrijpt ook dat roostertechisch een en ander moeilijk kan liggen en voor technische problemen kan zorgen. Vandaar onze voorkeur voor scenario 3.

Levensbeschouwing gaat uit de proefwerkweek
Kijken we naar de doelstelling van het vak levensbeschouwing, dan zouden we die kunnen omschrijven als ‘bijdragen aan de levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling van de jongeren zodat de voorwaarden geschapen worden om tot mensen met een eigen verantwoorde levensbeschouwing uit te groeien’.

Dat gebeurt ons inziens niet door de leerlingen feiten aan te leren en die te toetsen, maar hen uit te dagen na te denken over die feiten, zich af te laten vragen wat die feiten voor hen betekenen en daarover op de een of andere manier te reflecteren.
Reflectie vindt niet plaats binnen de setting van een proefwerkweek, waar stress e.d. de boventoon voeren, Reflectie-opdrachten zijn derhalve ongewenst in de proefwerkweek.

Scenario drie heeft diverse voordelen:
De docent kan zijn werkzaamheden over het jaar verdelen. Hij kan -niet gehinderd door de hete adem van de proefwerkweek – relevante opdrachten voor de leerlingen formuleren die deze in zijn eigen tijd zonder stress kan maken.
De leerling zal meer waardering voor het vak levensbeschouwing krijgen, omdat hij in de gaten krijgt dat werken aan relevante opdrachten meer voldoening geeft dan het maken van proefwerken die vooral op reproductie zijn gestoeld.
De ouders krijgen meer waardering voor het vak omdat ze zien dat het reflecteren van hun kinderen positief uitwerkt in hun volwassenwording
Laten we de leerlingen aan het eind van hun levensbeschouwelijke loopbaan op school een totaalreflectie schrijven op wat zij de afgelopen 5 jaar aan levensbeschouwelijke opdrachten hebben gemaakt, dan zal de overgrote meerderheid tot de conclusie komen dat het vak levensbeschouwing voor hen zin heeft gehad.
De directie weet dat de sectie de kwaliteit zal bewaken door haar accent op relevante opdrachten, die van leerlingen meer vragen dan reproductie, zodat de zorg van de schoolleiding ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs in ieder geval een sectie minder betreft.

In de hoop op een vruchtbare gedachtewisseling,

,,,,,,

Nawoord Reflectie Portfolio

Aan het einde van een serieuze reflectie op zijn portfolio levensbeschouwing kwam een van mijn leerlingen met een nawoord. Ik geef het zo weer en heb de leerling beloofd dat ik er nog op zou reageren.
“Na vijf jaar levensbeschouwing komt er dan bij deze toch echt een einde aan. Over een kleine 10 minuten ben ik volledig klaar met deze opdracht en lever ik hem definitief in op Its Learning. Ik zou bijna de moeite willen nemen om een afscheidsrede te maken over levensbeschouwing maar er wacht toch echt nog heel wat PTA-stof op mij.

Sinds het begin zijn er enorm veel ontwikkelingen geweest met betrekking tot de klas, de omgeving, de wereld, U als docent en mij als leerling. Een aantal daarvan zijn te danken aan het denken over jezelf en je omgeving, anderen. Levensbeschouwing is een mooi vak gebleken en ik ben blij dat ik het mocht volgen. Ik had nooit verwacht dat ik er zo positief over zou gaan denken sinds de bovenbouw. Er is nu echter een definitief einde in aantocht, ik heb echter nog één mededeling en persoonlijke conclusie:

“Levensbeschouwing draaide voor mij voor vijf jaar over nadenken, vragen, en antwoorden. Ik ben dan ook blij om mijn laatste opdracht hiervoor af te sluiten met een vraag. U leest het goed, opnieuw een vraag. Vragen acht ik immers veel interessanter. Achter een vraag schuilt meer dan een antwoord, het gaat ook om het denkproces. Dus na twee jaar vragen van u wilde ik er een aan u stellen

“Denkt u dat het goed is om over alles na te denken? Er zijn in mijn ogen onderwerpen waar men als het ware ‘van af moet blijven’. Onderwerpen als liefde en de geest. Alles is namelijk zowel wetenschappelijk, psychologisch, biologisch, natuurkundig en levensbeschouwelijk te verklaren. Maar willen wij dat wel? Wil men weten hoe liefde psychologisch in elkaar zit? Ik denk dat het beter is om die paar ‘speciale’ onderwerpen zo te laten en ze eerder (in dit geval) met elkaar te beleven en er samen achter te komen wat het voor iemand betekend. Men moet niet altijd op zoek zijn naar een antwoord…”

Frank Bosman in de klas

Het is altijd interessant om bij een ander in de klas te kunnen kijken. Dat was mogelijk door een reportage in Trouw van Monic Slingeland in Trouw van 2 februari 2012. Enigszins verbaasd over het artikel was ik wel. In mijn ogen is het al vele tientallen jaren de gewoonte om waar mogelijk mensen van een bepaalde levensbeschouwing uit te nodigen en die in contact met de leerlingen te brengen. Als de gast goed gekozen is, kan die inderdaad een kijkje in de binnenkant van een levensvisie geven. Als de gast een verkeerde keuze is, dan maakt zhij meer kapot dan goed en was de docent beter uit geweest met een goede documentaire over dezelfde levensvisie.
Vermoedelijk was niet de werkvorm, maar de gast de reden waarom Trouw Slingeland een hele pagina ‘filosofie en religie’ ter beschikking stelde. De les zou gaan over het katholicisme van de “meest spraakmakende theoloog van 2011”, Frank Bosman.

Blijkbaar is de afstemming tussen docent levensbeschouwing en de gast niet denderend geweest, want driekwart van het artikel gaat over wat de gast meegebracht heeft aan eigen inbreng. Het gaat driekwart over Facebook, Twitter, South Park, vriendschap, maar nauwelijks over de katholiciteit van de gast. Citaat: “Vlak voor de bel gaat kunnen de leerlingen nog twee vragen stellen….”

Als Bosman binnengehaald was om te laten zien wat de levensbeschouwelijkheid van zaken als South park, Facebook en Twitter kan zijn, had hij keurig zijn ding gedaan. Als je wordt binnengehaald om te praten – in dialoog graag – over zijn christen of katholiek zijn, zijn alle aandachttrekkers als South Park en was dies meer zij alleen maar afleiders van waar het werkelijk om gaat.
Zo zie je maar weer hoe belangrijk het is om te weten waar je heen wil met je les en dat superduidelijke afspraken met gasten een conditio sine qua non zijn. Voor je het weet, zijn ze er met je les vandoor.

Facebookpagina levensbeschouwing

Op de door Bart – neem ik aan – op Facebook aangemaakte pagina levensbeschouwing http://www.levensbeschouwingalskunst.nl. kom je een grote variatie aan foto’s, cartoons, links naar video’s en websites tegen. Als er regelmatig een bezoek aan brengt, kom je zeker iets tegen wat van je gading is. Jammer is dat alleen de actuele zaken zichtbaar zijn. Er is volgens mij geen mogelijkheid om met trefwoorden meerdere berichten over hetzelfde op te zoeken. Dat zou het gemakkelijker maken om op ideeën voor lesonderdelen gebracht te worden.
Wat de interactiviteit zou kunnen vergroten – op voorwaarde dat meerdere mensen zich daartoe geroepen voelen – is anderen de mogelijkheid geven om ook levensbeschouwelijke berichten te plaatsen. Per slot van rekening zien meerdere mensen meer dan een persoon. Al moet ik wel zeggen dat ik er de voorkeur aan zou geven dit soort van zaken via een weblog of wiki te presenteren vanwege de mogelijkheid om van bepaalde zaken een overzicht te kunnen krijgen.

Ter vergelijking: de rechterkolom op onze webstek laat een groot aantal categorieën zien. Iedere bijdrage wordt gekoppeld aan een of meer categorieën. Als iemand op een van de categorieën rechts klikt, krijgt hij een overzicht van alle bijdragen die op de een of andere manier met dit onderwerp te maken hebben. Wil je variëren in lesmateriaal dan is de kans aanwezig dat je er iets kunt vinden.
In die zin is in mijn optiek Facebook en mogelijk ook Twitter minder geschikt voor levensbeschouwing. Het gaat bij deze media om zaken van het moment, die op een beperkte wijze moeten worden weergegeven. Ik merk het aan mijn eigen facebookaccount. Als ik door omstandigheden een week niet kijk, heb ik waarschijnlijk honderden items gemist, maar ik voel geen behoefte om daar nog in te duiken. Wil ik iets ‘weten’ van een ‘vriend’, dan kan ik diens naam intikken en een eind de geschiedenis ervan volgen, totdat het programma het weer voldoende vindt en ermee ophoudt.
Dit geldt in nog sterkere mate voor een twitteraccount levensbeschouwing: levensbeschouwing kan ik niet in 160 tekens zinvol aan de orde stellen. Waar een foto vaak meer is dan duizend woorden, mits goed gekozen, is een tweet een vorm van oneliner-isme dat alle subtiliteit, nuance of diepzinnigheid mist.

Ik ben er van overtuigd, dat op een goede manier ingezet een twitteraccount in de klas een mooie bijdrage kan leveren aan een discussie, maar omdat levensbeschouwing voor mij meer over dialoog en wederzijds begrip gaat, verwacht ik er vooralsnog niet te veel van.

Bloggende docenten 2

Bloggende docenten
In LIA 175 verwees ik maar een blogpost van Steve Wheeler, die zeven redenen aangaf waarom docenten zouden moeten bloggen.

Bart Hoogendijk reageerde daarop:
“Over bloggende docenten en het vak levensbeschouwing. Misschien niet expliciet gericht op de docent levensbeschouwing maar zeker wel verwant (bijvoorbeeld mijn 365-dagen-project over levensbeschouwing op straat): www.levensbeschouwingalskunst.nl.
Een playground op Facebook: www.facebook.com/levensbeschouwing
Youtubekanaal: www.youtube.com/levensbeschouwing
Twitter: @lb_als_kunst
Een levendige Linked-in groep lijkt wel iets voor de VDLG.
Materiaal delen gaat prima via de community levensbeschouwing op Kennisnet/Digischool, beheerd door Nick Zwart, die bovendien gekoppeld is aan Wikiwijs. Alleen de deelname is wat laag.”

Indrukwekkend
Wie de door Bart genoemde links natrekt vindt enkele opmerkelijke en interessante zaken. Laat dat even duidelijk zijn. In levensbeschouwing op straat laat hij via vooral foto’s zien dat levensbeschouwing overal te zien en te vinden is. Het idee om 365 dagen vol te maken met verwijzingen naar levensbeschouwelijke zaken is een vondst van jewelste.

Het kan zo een opdracht voor leerlingen worden: iedere leerling zorgt in de loop van het jaar voor een voor hem/haar treffende afbeelding, die opgeladen wordt naar een centrale plek binnen de elo of een buitenschools blog.

Het zou ook goed kunnen met de vraag om een levensbeschouwelijk motto, waardoor een reeks inspirerende teksten door leerlingen bijeengebracht een soort jaarkalender kunnen vormen. Op een blog of wiki gezet kunnen andere leerlingen er een reactie op plaatsen, een eigen reflectie.

Wat Bart aanstipt en zelf ook uitvoert (zie volgende bijdrage) is niet wat ik met bloggende docenten bedoeld heb. Het gaat niet om het uitwisselen van materialen e.d. Hoe belangrijk dat ook is, ervaring wijst uit, dat wat bij de ene docent werkt het bij de andere niet doet. Wat ik hoop is dat docenten levensbeschouwing professionals zijn die ook nadenken over het waarom en waartoe van hun vak, die zich vragen stellen bij hun eigen didactiek, die luisteren naar wat leerlingen over levensbeschouwing als verschijnsel en als vak te vertellen hebben.

Waar ik nog steeds voor pleit is een forum waar docenten hun licht laten schijnen over zaken die ze als docent levensbeschouwing hebben meegemaakt, overdacht, uitgeprobeerd. Niet de uitwisseling van materialen, maar de uitwisseling van reflecties eventueel over het gebruik van die materialen is daarbij voor mij primair. We lopen allemaal weleens met onze kop ergens tegenaan. Daarover schrijven en hopen dat anderen daar iets mee doen zou de docent en het vak goed doen, is mijn overtuiging. Ik heb een aantal uitgangspunten als docent levensbeschouwing: als ik die als bloggende docent zou uitschrijven en anderen reageren daarop, kan mijn horizon verruimd worden in plaats van dat ik me ingraaf voor een ordinaire stellingenoorlog.
Ik hoop dat het bestuur van de VDLG het eerder genoemde artikel nog eens ter hand zal nemen en zich buigt over de mogelijkheid om hier iets mee te doen.

Godsdienst is het minst populaire vak

“Godsdienst is het minst populaire vak onder leerlingen van het voortgezet onderwijs en de bovenbouw van de basisschool, bleek uit een enquête door huiswerkinstituut Studiekring (70 vestigingen). Vier van de tien leerlingen zouden het vak liefst afschaffen en vervangen door lessen over sociale media of over games, bleek uit de enquête die eind vorig jaar werd gehouden.”
Dit bericht was te lezen als kadertje bij de reportage van Monic Slingeland “Godsdienstles over Twitter” in trouw van 2 februari 2012.
Uitgebreidere informatie kun je vinden op http://www.studiekring.nl/school-en-leren/uitslag-huiswerkenquete-leerlingen-liever-gamedesign-dan-godsdienst

Dat roept bij mij nogal wat vragen op:
Hebben we het dan over godsdienstles en niet over het vak levensbeschouwing?
Of gelden de opmerkingen van de leerlingen voor beide vakken?
Gaat het om een bepaald soort scholen van wie de leerlingen ondervraagd zijn?
Hebben leerlingen die geen ‘godsdienst’ krijgen de enquête ook zo ingevuld?
Is er op de een of andere manier achter te komen wat de motieven van de leerlingen zijn om het vak af te schaffen?

Als er collega’s zijn die kunnen reageren op deze verontrustende uitslagen, houd ik me aanbevolen voor die reacties. Zelf wil ik er in een latere LIA graag op terugkomen.
Mogelijk is het ook een speerpunt voor de VDLG om het image van het vak bij de leerlingen te verbeteren. Vrolijk word je er echt niet van.

Levensbeschouwelijk onderwijs is belangrijk

In een opiniërend artikel in, naar ik vermoed Trouw, maar mijn bronvermelding in deze is zeer onnauwkeurig, schrijft freelance historicus Theo Salemink over het belang van levensbeschouwelijke vorming. Hieronder zijn tekst van 25 augustus 2011:

“Vanaf 2007 kunnen scholen godsdienst of levensbeschouwelijke vorming als examenvak in de nieuwe tweede fase invoeren. Maar het lijkt erop dat slechts 30% van alle scholen van deze mogelijkheid gebruik wil maken. In mijn visie een gemiste kans voor die andere scholen.
Om het polemisch te stellen: als jongeren het voortgezet onderwijs verlaten spreken ze een aardig mondje Engels, zijn ze digitaal behoorlijk vaardig, weten ze vaak meer over seksualiteit dan hun ouders, maar over levensbeschouwingen in onze moderne wereld weten ze bar weinig.

Soft
Levensbeschouwelijk vorming hangt er bij de veel scholen maar wat bij. Het heeft vaak de klank van iets softs, iets ouderwets of wordt gemakshalve fragmentarisch ondergebracht bij filosofie of maatschappijleer. We willen onze kinderen voorbereiden op het moderne leven, maar dat moderne multiculturele en globaliserende leven barst van de levensbeschouwelijke kwesties en spanningen, hier in Nederland maar ook elders. En dat zal eerder toenemen dan afnemen. Een vooraanstaande socioloog ( Eisenstadt) merkte in dit verband op: “de illusie kan postvatten dat educatie alleen om technologie en economie draait… De brede context raakt uit het zicht” en verderop noemt hij dat treffend ‘de negatieve kant van de moderniteit’. En zo is dat.

Het ontbreken van een ‘structurele’ en moderne aanpak van levensbeschouwelijke vorming heeft allerlei oorzaken. In de tijd van de verzuiling was het een – traditioneel ingevuld – verplicht nummer van het bijzonder onderwijs. En vanuit liberale en socialistische hoek is er de bekende reactie op basis van een strikte scheiding van staat en kerk: godsdienst en levensbeschouwing is een privézaak. Dat doe je dus maar thuis.

Dit ook nu nog veel gehoorde argument zou vóór de tijd van de verzuiling enige kracht hebben, maar is in onze tijd niet langer houdbaar. Zeker niet vanuit een moderne, pluriforme opvatting van het vak Levensbeschouwing. Je kunt niet verwachten dat ouders thuis hun kinderen (kritisch) wegwijs maken in de wereld van christendom, islam, boeddhisme, atheïsme, humanisme, fundamentalisme en wat allemaal nog meer. Je verwacht van ouders toch ook niet dat ze hun kinderen zelf Engels of Wiskunde leren?

Stamcelonderzoek en euthanasie
Vanuit onderwijsland wordt hier soms aan toegevoegd dat ‘levensbeschouwing’ kinderen niet zo aanspreekt. Onzin! Ga vanavond aan de keukentafel eens met uw kinderen in debat over de levensbeschouwelijke kanten van aids, stamcelonderzoek, genetische manipulatie of euthanasie. U zit waarschijnlijk nog lang na te tafelen. Het spreekt kinderen niet meer of minder aan dan wiskunde; het is de manier waarop je het brengt.

Een modern en pluriform opgezette levensbeschouwelijke vorming kan veel jongeren inspireren en is bittere noodzaak in onze tijd waarin levensbeschouwelijke vragen steeds nadrukkelijker om een antwoord vragen. Een Nederlandse student die India en China bezoekt, zal dan iets meer snappen van de cultuur waarin hij zijn werk moet doen. En zal de fabrieksarbeider die in de kantine met een Marokkaanse collega praat, het niveau van praatjes over ramadan en hoofddoekjes misschien ontstijgen.

Omgekeerd zal die Marokkaanse arbeider enig besef krijgen van die zo veelgeprezen christelijk-humanistische traditie in ons land. Levensbeschouwelijke vorming als een kleine maar wezenlijke bijdrage aan het proces van integratie.

Identiteitsontwikkeling
Maar ook voor kinderen is levensbeschouwelijke vorming zinvol, zoals onlangs mevr.Bertram-Troost aantoonde in haar proefschrift. Voor de identiteitsontwikkeling van het kind is het uiterst zinvol in aanraking te komen met verschillende levensbeschouwingen. Dat geeft bij het kind – indien goed begeleid – geen verwarring, maar eerder verdieping en houvast. Hoe meer leerlingen leren over verschillende levensbeschouwingen, des te sterker zijn ze in staat vorm te geven aan hun eigen kijk op het leven. Een prikkelende conclusie die in onderwijsland tot nu toe nauwelijks werd opgemerkt.

Onze kinderen moeten we niet alleen voorbereiden op een kennismaatschappij maar ook op een waardensamenleving. Kritisch kennismaken met de hoofdlijnen van die waardensystemen zou een verplicht vak dienen te zijn op elke middelbare school. Immers, je wilt dat jongeren van onze tijd met iedereen over de wereld kunnen communiceren. Dus stel je Engels (terecht) verplicht. Wil je dat ze elkaar ook leren begrijpen of althans kunnen volgen, dan zal moderne en pluriforme levensbeschouwelijke vorming niet kunnen ontbreken. “

Reacties na de laatste lesdag

Kort nadat ik op facebook verslag heb gedaan van het feit dat donderdag 19 januari mijn laatste lesdag was, reageerden collega’s en oud-leerlingen op soms heel onverwachte wijze. Ik kan niet anders dan erg dankbaar zijn voor al die mensen die de moeite hebben genomen om aan te geven dat ze mijn lessen op de een of andere manier gewaardeerd hebben. Heel veel dank daarvoor. Hieronder de verschillende stemmen:

J.S.: Ik heb van uw lessen genoten! Geniet van je laatste dag!

H.A.: Dat waren interessante lessen! Dank u 🙂

S.B.: het einde van een tijdperk!

S-F,: Je verdient minimaal zo’n laatste lesdag!

M.S.: Hopelijk heeft u genoten van deze dag!

F.B.: De laatste werkdag van je leven moet toch mijlpaal zijn in het leven. Kijkend naar de foto’s moet het een mooie dag geweest zijn. Geniet van het (verdere) leven!

R.d.V.: Was een leuke laatste les! 🙂

M.S.: Van harte gefeliciteerd met het bereiken van uw pensioen. Ik hoop dat de komende tijd u een hoop moois mag brengen.

S.d.M.: Dat er nog maar veel levensvragen beantwoord mogen worden tijdens het genieten van het pensioen!

R.B.: een verlies voor het onderwijs, geen leugen.

D.K. : Geniet van uw welverdiend pensioen 😉 en toch nog bedankt voor de lessen, heb er toch wel wat van geleerd 😉 wilde ik toch nog zeggen nu het nog enigszins relevant is.

C.v.N.: Geniet van uw pensioen! U zal zeker gemist worden;)

C.B.: We zullen je missen. En daar is geen woord aan gelogen. Maareh: ik heb geen liedje gezongen? 38,5 jaar moet toch goed zijn voor minimaal vier liedjes!

M.v.d.V.: Geniet van uw pensioen! Ik kan me sommige van uw lessen nog goed herinneren na 20 jaar.

G-J. W.: End of an era.
The teacher that made me think hardest and deepest has taught his last period. The colleague that made me question and ponder has put on his cap, taken his bike and cycled home.

Now: reading, writing, gardening and probably loads of other clever stuff.

I bow my head and say goodbye.

N.N.: Ben ook nieuwsgierig….;-) Hopelijk hebben wij er ook les van gehad…

G-J. W.: Wim Mathijssen. Eén van de beste docenten die ik ken. En tegelijkertijd af en toe controversieel: mooie combinatie. En let op: vervelende opmerkingen over Wim verwijder ik gewoon. Be warned.

J.v.G.: Nou maar die kennen we nog wel van Maatschappijleer, met z’n pretogen:-) sympathieke vent.

P-R.: En of we die nog kennen! Waren mooie lessen en het controversiële kan ik me ook nog herinneren 😉 Kon dat achteraf alleen maar waarderen.

W.D.: Sinds wanneer is eigenlijk de J verdwenen, tussen Wim & Mathijssen? 🙂
Niettemin: veel geleerd van de beste man. Heb je toevallig een adres, opdat ik ‘m een kaartje met gelukwensen kan sturen?

F.B.: ik heb nog steeds al mijn levensbeschouwing-schriften en opdrachten van alle jaren. Alle andere vakken vond ik niet de moeite waard te bewaren, maar ik vond mijn creaties van levensbeschouwing te bijzonder om weg te doen.

R.v.M.: meneer mathijssen. Ik vond uw lessen altijd heel leuk en interessant. De meest bij gebleven les van mij is toch echt de les dat je jezelf moest tekenen en dat het blad dan door heel de klas ging. U stelde dan vragen en steeds moest je antwoord geven over de persoon die je voor je op het blad had. Nooit gedacht dat een klas mij zo kon raken (op een positieve manier)! Denk nog vaak terug aan deze en andere lessen van u.

Y. G.: Meneer Mathijsen, ook ik heb het altijd ervaren als goede lessen! Levensbeschouwing kreeg een leukere dimensie dankzij u lessen! Waaruit ook mij passie voor het onderwijs is ontstaan! Zeker de foto in de boekjes komt nog regelmatig voorbij. Tegenwoordig zelf ook voor de klas en zie hoe de leerlingen en de omgang ermee is, je kan er zeker van genieten! Ik wens u veel geluk! Groeten Y

T.M.: Het is alweer een hele tijd geleden (+- 12 jaar), maar nog steeds komen uw epische lessen en gedachtenspinsels in mijn gedachten voor. Ik heb ontzettend genoten en nog meer geleerd in de jaren dat ik levensbeschouwing van u kreeg. Hulde, hulde, hulde!

I.Z.: Beste meneer Mathijsen, u en uw lessen hebben een heel grote rol gespeeld in mijn studiekeuze voor Wijsbegeerte. Ik voel me zo ontzettend thuis bij deze studie, dat ik u daar erg dankbaar voor ben. En tijdens mijn stage heb ik ontdekt dat uw manier van lesgeven mij ook inspireert wanneer ik dat zelf probeer te doen. (Erg open en toegankelijk, speels.) En ook ik heb al mijn levensbeschouwelijke creaties bewaard. Hartelijk bedankt en een veel fijne rust gewenst!

M.v.d.V.: Creativiteit in mijn schrijven/denken kwam in uw lessen naar voren… Is me altijd bijgebleven dat u me dat vertelde!

E.L.: Ja, Ook ik heb mijn schriften en collages nog, en de wijze lessen in mijn hoofd. Vergeet de lol met sjakie en de chocoladefabriek niet!

Y.S.-F: Jep, ook hier alle schriften weggegooid, behalve die van levensbeschouwing, en tekenen. Ik heb nog een afspraak staan in mijn agenda op 12 mei 2013. Er zijn van die dingen die je bijblijven…

De laatste lesdag

Om kwart voor zeven op donderdag 19 januari 2012 stond ik op in de wetenschap dat dit de laatste keer zou zijn dat ik op dit uur uit mijn bed kwam om naar een baas te gaan. Alle volgende keren zullen eigen keuze zijn en niet op basis van een arbeidscontract.

Het weer werkte ook aardig mee voor een afscheid: ik ben met regenpak aan naar Breda gefietst en kwam begin Breda tot de ontdekking dat het water al in mijn sokken begon te kruipen.

In 1973 begon ik het eerste halfjaar zeker met colbert en stropdas. Om toch een soort inclusio te maken had ik deze dag voor een colbert gekozen, maar de stropdas is weggebleven.

Tegen half tien rende ik door de regen naar de E-vleugel en kwam tot de ontdekking dat E04 versierd was met vlaggetjes en ballons. Op het bord stond in het karakteristieke handschrift van collega Willem “Laatste lesdag, tijd voor een (kinder)feestje”. Eronder een tafel met een aantal versnaperingen die je bij een kinderfeestje kunt aantreffen en enkele kannen met ranja.
lokaal E04 tijdens mijn laatste lesdag
Toen de bel ging, kwamen de leerlingen van H5b naar boven, voorzien door Willem en Joost van een feesthoedje en een uitroltoetertje. Iedereen joelde, toeterde door elkaar en werd uiteindelijk wat rustiger, toen de beide heren de leerlingen van een bekertje ranja en een traktatie voorzagen. Ook liepen ze rond met soesjes, spekkies, haribozakjes en de door mij geleverde namaakmerci’s.

Het kon niet anders of ik moest ook een hoedje op. Toen Loulou en Mazime rondgingen met de cake bleken ze ook een slagroomspuit gevonden te hebben, die zowel op de cakes als op enkele leerlingen terechtkwamen.

Mijn les had ik verdeeld in een prezi-presentatie over je geld of je leven, want ze moeten er nog wel een fors stuk over schrijven, en het aloude zelfportret dat door de klas gaat vergezeld van een aantal vragen mijnerzijds. Ook al waren er enkele leerlingen die verzuchtten dat ze dat al voor de vijfde keer deden, het enthousiasme waarmee ze later aan de slag waren, bewees weer eens dat goede dingen heel lang blijven werken.
Mathijssen aan het werk tijdens het zelfportret

Tijdens de kleine pauze, waarin ik met de collega’s in de E-vleugel bleef, zijn in de personeelskamer de vlaaien soldaat gemaakt, die ik besteld had via het secretariaat. Tijdens de grote pauze ben ik naar de personeelskamer gegaan, waar diverse mensen me dankten voor de traktatie en met een goede toekomst wensten.

De drie lessen verliepen allemaal op een eenzelfde manier en in het laatste blok kwam rector Raymond van Velthoven me nog een bos bloemen overhandigen. De leerlingen waren leuk, enthousiast, gaven me een hand en bedankten me voor de lessen.

Het was een spannende, maar uiteindelijk voor mij zeer geslaagde laatste lesdag. Volgende week nog de laatste schooldag, waarop ik twee uur surveillance in H5 mag doen. Om het af te leren, denk ik.

Geen kwartaalcijfers

Onderstaand artikel verscheen in Narthex, jaargang 11, nr 4 in het kader van een themanummer ‘Mensen in beweging’ over motivatie voor het onderwijs en voor het vak levensbeschouwing.

Het zou me verbazen als bij de tientallen inzendingen die de Narthexredactie zal hebben ontvangen over de twee vragen, die de basis zijn van dit decembernummer er een tussen zit, die op beide vragen volmondig ja zou zeggen. Een praktijkmens die een dergelijk artikel zou schrijven hoort niet voor de klas te staan, want is een blamage voor het vak en het docentschap. Maar waarschijnlijk zal een beamende docent het al lang voor gezien gehouden hebben, omdat je met beide aannames het geen jaar in het onderwijs vol zou houden.
De teneur van dit decembernummer zal dus positief en opwekkend van aard zijn, wat natuurlijk ook de bedoeling van de redactie is geweest met deze twee prikkelende vragen. Wat hieronder staat is mijn persoonlijke verhaal en ik verbind er geen algemene geldigheid aan!

Leerlingen en motivatie
Als zou blijken dat leerlingen weinig motivatie voor het vak levensbeschouwing hebben zou me dat niet verbazen. Ik vraag er nooit naar, maar ze mogen het me wel vertellen of schrijven. Als leerlingen vragen waar levensbeschouwing goed voor is, zeg ik vaak ‘nergens voor, maar doe maar gewoon wat er staat.” In een schoolsysteem, waarin zowel ouders, docenten, directies en stuurlui aan de wal er geen been in zien om te spreken over vakken voor en achter de streep, kan ik toch niet verwachten dat die opgroeiende pubers die visies zouden tegenspreken. Er zijn harde vakken die ergens goed voor zijn, denken ze. En er zijn vakken die soft zijn en waarvan het moeilijk is direct de waarde ervan aan te geven. “Alles van waarde is weerloos.” schreef Lucebert al en daar hebben levensbeschouwing en beeldende vorming meer last van dan economie, wiskunde en Engels.
Moet ik me daar druk over maken? Het lijkt me zinloos, want vechten tegen de bierkaai, zolang de samenleving niet aan den lijve ervaren heeft dat dat weerloze de meerwaarde van een mensenleven uitmaakt en daar con amore ruimte voor zal geven. Accepteer wat je niet kunt veranderen en richt je op wat wel mogelijk is.

Mijn motivatie
De grootste fout die ik als onderwijsmens gemaakt heb was dat ik in het begin van mijn wankele schreden op het docentenpad dacht dat de leerlingen op mijn ideeën zaten te wachten. Ik was laaiend enthousiast over allerlei nieuwe ideeën die ik in Nijmegen had opgedaan, wilde de leerlingen met name in de bovenbouw kennis laten maken met allerlei denkers die een zuiverende invloed op het christendom hadden gehad, zoals Marx, Freud, Nietzsche en Jung en ik was zeer teleurgesteld toen zelfs de leerlingen van 6 gym mijn enthousiasme met zombiegezichten beantwoordden.
Daarna heb ik mijn verwachtingspatroon bijgesteld tot ‘alles wat hen aan het denken zet is mooi meegenomen.’ Dat heeft meer vruchten afgeworpen dan ik zelf verwacht had. Het is niet voor niets dat we ons zelfgeschreven curriculum de titel ‘Te Denken Geven’ hebben meegegeven.
Je – ik tenminste – geeft dit vak, omdat je overtuigd bent van de waarheid van de uitspraak van Lucebert en je alles in het werk wilt stellen om de leerling diezelfde waarheid te doen ervaren. Dat betekent in de eerste plaats dat je fikse eisen aan de leerlingen stelt – meneer, we moeten bij u altijd zo diep denken! – , dat je soms de hofnar van de school bent – die visie van u vind ik echt om me te bescheuren – , dat je een dwarsligger bent – meneer, dit zijn echt walgelijke ideeën – en dat je beseft dat de leerling op de meest verrassende momenten die Lucebertervaring kunnen krijgen.
Zolang ik blijf geloven dat die ervaring mogelijk is, kan geen enkel onderzoek over de ongemotiveerdheid van de leerling mij schelen, want ik weet waar ik mee bezig ben. Ik ben geen CEO van een bedrijf, die – heel kwalijk – zich blindstaart op de kwartaalcijfers, maar ik houd graag de grote lijn in de gaten. En die grote lijn zegt me steeds weer dat leerlingen wel degelijk met levensbeschouwelijke zaken bezig zijn en vaak nog zeer intens ook.

Perspectief zien
Mijn motivatie haal ik, zoals gezegd, met name uit de overtuiging dat de leerlingen gaandeweg ontdekken en ervaren dat levensbeschouwelijke vragen en zoeken naar antwoorden geen vrijblijvende tijdspassering van enkele malloten, maar een noodzakelijk onderdeel is van op een verantwoorde manier volwassen worden.
Van de andere kant kan het bieden van een perspectief de leerlingen ook helpen zicht te krijgen op het vak en daarmee de motivatie vergroten. Vanaf de eerste klas laten we de leerlingen weten dat ze een aantal opdrachten gaan maken die in hun portfolio terecht moeten komen, zodat ze over vijf jaar voldoende materiaal hebben om een reflectie over hun levensbeschouwelijke ontwikkeling te maken. Die opdrachten zijn bedoeld om de diepte in te gaan, verder te kijken dan de oppervlakte, om aan te zetten tot verwondering of verbazing.
De eerste jaren kijken leerlingen je vaak aan met een gezicht van ‘wat doe ik eigenlijk?’. Niet verwonderlijk, omdat in mijn ogen heel veel leerlingen de eerste twee jaar, soms zelfs de eerste drie jaar van de middelbare school niet echt serieus levensbeschouwelijk kunnen reflecteren. Pas als de vragen rondom toekomst, relaties en werk zich gaan voordoen, zien leerlingen vaak dat het hierbij om meer dan zakelijke, dus zinvragen gaat. Gelukkig voor hen leiden veel leerlingen tot hun 15e ,16e een beschermd leven, waarin de dwingende levensvragen nog niet met de deur in huis vallen, maar dat verandert daarna snel.
Door op gezette tijden de leerlingen te vragen op deelaspecten van hun portfolio te reflecteren komen ze er snel achter dat ze een soms dramatische ontwikkeling hebben meegemaakt. “Kon ik zo iets in de brugklas schrijven?” klinkt het dan ongelovig, maar de feiten liggen er gewoon. Dit soort ervaringen doet hen dan beseffen dat het nadenken over vaak voorlopige antwoorden op allerlei moeilijke vragen nog niet zo gek is en hen de gelegenheid biedt om op een verantwoorde manier tot een eigen stellingname of handelwijze te komen.

Portfolioreflectie
Aan het eind van hun levensbeschouwelijk traject gekomen schrijven de leerlingen aan de hand van een aantal richtvragen een reflectie op hun portfolio. Ze moeten daarbij gebruikmaken van citaten uit hun eigen werk. Op dat moment hebben ze tussen de veertig en vijftig opdrachten in hun portfolio staan. Vermoedelijk kost het hen een dag om dat allemaal nog eens door te lezen en vervolgens een tekst van minimaal zes kantjes erover te schrijven.
Het resultaat is voor bijna alle leerlingen opzienbarend. Een derde van hun leven komt ineens voorbij en zij zien hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling weerspiegeld in hun teksten. Terugkijkend is hun bijna unanieme conclusie dat ze nu ervaren hebben dat het vak levensbeschouwing er wel terdege toe doet, dat ze blij zijn deze soms wel zware en uitgebreide opdrachten gemaakt te hebben, want ze zijn erg zinvol gebleken.
Geen kwartaalcijfers, zei ik eerder, maar de ogen gericht op de lange termijn. Als de leerlingen aan het eind van het levensbeschouwelijke traject de conclusie trekken dat het zinvol en soms zelfs nuttig is geweest, ook met het oog op hun toekomst [want bijna niemand gooit het gecreëerde portfolio nog weg] wie praat er dan nog over het zogenaamde gebrek aan motivatie van de docent en de leerling?
Wim Mathijssen

Eigen keuze wordt vergemakkelijkt

Wie in zijn eigen tempo de verschillende projecten bekijkt, zal spoedig merken dat er in meerdere projecten hetzelfde materiaal te vinden is. Ze zijn de versies van Te Denken Geven versie 2010 opgenomen naast die van 2011. Alleen het project voor de tweede klas over de mensen van het boek is dit jaar ongewijzigd gebleven, alle andere projecten hebben een inhoudelijke verandering ondergaan. In jaar een hebben we een andere opzet gekozen in samenwerking met sectie levensbeschouwing van de KSE. Verderop wordt de opzet uitgelegd. In klas drie bleken we te veel materiaal te hebben en is de levensbeschouwelijke filmanalyse naar jaar 4 gegaan. Daar vonden we een mooie plaats achter het hoofdstuk over levensbeschouwing en cultuur. Hebben we in de eerste hoofdstukken de leerlingen laten ontdekken dat ze toch wel duidelijk postmoderne mensen zijn, voor wie de grote verhalen hun geloofwaardigheid hebben verloren en die op zoek gaan naar kleinere verhalen voor hun zingeving, dan komt in het hoofdstuk over levensbeschouwing en cultuur naar voren, dat popmuziek, film, cabaret en andere kleine verhalen veel mensen antwoorden op hun levensvragen kunnen geven. In dat kader kan het hoofdstuk over levensbeschouwing en film goed geplaatst worden.
Bij sommige jaren zijn toch maar bepaalde onderdelen geschrapt, meestal wegens tijdgebrek, soms omdat niet de juiste ingang tot de leerling te vinden was. Andere keren hebben we een thema weer uitgebreid of juist kleiner gemaakt, omdat bepaalde onderdelen niet hebben gewerkt in onze setting. Soms hebben we plotseling het licht gezien en een werkvorm gevonden die uitdagend is voor de leerlingen.
Een ander onderdeel zijn de projecten van de KSE. De sectie levensbeschouwing heeft met Queeste een heel andere invalshoek gekozen dan de sectie van het Newmancollege. In de tweede fase is wel een aantal jaren samengewerkt en hebben we de tdgtf-projecten samen opgezet. Wie deze projecten bekijkt en vervolgens het materiaal van Newman en KSE vergelijkt, ziet dat beide secties toch een eigen kant zijn opgegaan met het beschikbare materiaal.
Het is deze manier van werken die tot vruchtbaarheid kan leiden. Mensen van de ene sectie zien wat de andere sectie gedaan heeft en denken daar zelf nog eens over na. Vervolgens kan men op een eigen manier het beschikbare materiaal assembleren tot een eigen curriculum, al dan niet aangevuld met eigen materialen.
Docenten die een eigen versie van TDG willen samenstellen kunnen dankzij de flashbestanden gemakkelijk een eigen keuze maken!