Categoriearchief: jongeren

Maand tegen het pesten in de VS

Ook de Verenigde Staten hebben last van pestgedrag. Dagelijks verschijnen er berichten over de vaak ernstige gevolgen die pesten op school en daarbuiten voor jongeren hebben. Daarom is er ook elk jaar de maand tegen het pesten, waarin op allerlei manieren aandacht voor dit hardnekkige probleem wordt gevraagd.

De webstek ‘www.about.com’, waar een groot aantal enthousiaste deskundigen een thema voor hun rekening nemen heeft ook een subgroep die informatie geeft via de webstek http://bullying.about.com .

Wie deze webstek bezoekt krijgt een groot aantal artikelen te lezen die zich met allerlei aspecten van pestgedrag bezighouden. Ik noem er enkele:

  • 5 practical ways for teens to confront bullying daily;
  • 6 types of digital drama teens face;
  • 5 things teens need to hear about bystanders and bullying;
  • 5 things teen wish parents kew about bullying;
  • How to tell your best friend her child is bullying;
  • Why bullies shift blame and how to hold them accountable.

Freak

De afgelopen jaren hebben Eva Mathijssen en Arto Boyadjian elk jaar voor een schoolmusical gezorgd, zij schreef en hij maakte de muziek. De schoolmusical of kerstmusical van dit jaar heet ‘Freak’. Hoofdpersoon is een meisje, dat Freek heet en in het bezit is van een wijnvlek op aar gezicht. Binnenkomend op een nieuwe school krijgt ze een camouflagecrème van haar stiefmoeder, waardoor ze er ‘normaal’ uitziet en ze aansluiting krijgt bij de populaire meidengroep van de klas. Tot op een regenachtige dag de crème uitloopt en de wijnvlek weer zichtbaar wordt. Einde van de vriendschap en begin van een pestperiode, waarin ze voor ‘freak’ wordt uitgescholden.

Ze vertrekt naar een nieuwe school, waar alleen maar freaks op zitten en daar wordt ze gekoeioneerd omdat ze te weinig freak en te veel normaal is. Ze weet het vertrouwen te winnen van een meisje dat een masker draagt, omdat ze derdegraads brandwonden heeft en die ook nog eens de dochter van de directeur van het internaat te zijn. Na de nodige strubbelingen slagen ze erin weer zichzelf te worden en een positief zelfbeeld te ontwikkelen.

Evenals vorige keren heb ik bij de musical, waarover informatie gevonden kan worden op http://www.deschoolmusical.nl , een lesbrief gemaakt over de manier waarop mensen met gezichtsafwijkingen en zichzelf omgaan. Daarbij is gebruik gemaakt van de inhoud van de musical, maar ook heb ik enkele documentaires over dit thema erbij gebruikt. De tekst van deze lesbrief is te lezen op http://www.zininschool.info/download/freaklesbrief.pdf

Generatie Braaf

Koppenmakers van kranten zijn meesters in het bedenken van spannende koppen en citaten in hun dagelijkse werk. Zo stootte ik op 13 september in Trouw op een levensgrote kop ‘Generatie BRAAF’ en het artikel erbij ging over de veranderende gewoonten bij tieners en adolescenten. In de inleidende tekst was te lezen: “Tieners zijn verstandiger geworden: ze hoeven niet meer zo nodig te blowen of al op jonge leeftijd te drinken.”

Met dat in het achterhoofd zou je denken dat de krant zou openen met iets als ‘Generatie Verstandig’, maar het moest een insinuerende titel worden en dus werd het ‘Generatie Braaf’, zoals we eerder al de Generatie Nix of de Verloren Generatie hadden.

Toch zijn er enkele aardige uitkomsten te vermelden uit het grote onderzoek van het Trimbosinstituut en de Universiteit Utrecht, waarop ook gereflecteerd wordt door enkele onderzoekers.

  • Scholieren roken minder, drinken op jongere leeftijd minder, wachten langer tot ze met iemand naar bed gaan en blowen is uit de mode.
  • De huidige lichting pubers vindt grensoverschrijdend gedrag minder nodig en minder stoer.
  • Dat pubers verstandig zijn, wordt door veel ouderen genegeerd, want ze willen negatieve dingen over pubers lezen.
  • Het maatschappelijk klimaat t.a.v. roken en drinken is duidelijk veranderd, waardoor er gedragsverandering plaatsvindt.
  • De opvoeding is veel gelijkwaardiger dan vroeger: ouders zeggen zelf vroeger ook wel iets verkeerd gedaan te hebben en waarschuwen tegelijk voor de nadelen.
  • Er is minder noodzaak om je als puber af te zetten: scholieren hebben het goed met hun ouders.
  • Het valt nu al op dat achttienjarigen gericht zijn op het mogen uitgaan en daarbij ook op de alcohol.
  • Er is een duidelijk verschil in gedrag tussen enerzijds de havo-vwo-pubers en de vmbo-ers aan de andere kant. Bij de laatsten zijn de problemen groter, maar over het algemeen zie je bij hen ook de trend naar verstandig leven.
  • De nadruk op maximaal ontplooien in heel de samenleving betekent ook dat je gezonde keuzes moet maken.

Sweet sixteen en nu?

Enkele jaren geleden kon je een opmerkelijke beweging bij Nederlandse jongeren bespeuren, nl. de toenemende populariteit van de sweet sixteen party. Het evenement is komen overwaaien vanuit Amerika, waar heel veel jongeren en hun ouders het bereiken van de zestienjarige leeftijd zien als een vorm van ‘coming of age’, de overgang van kind naar volwassene.

Zeker met het wegvallen van religieuze overgangsrituelen, zoals vormsel, belijdenis doen e.d. moeten er andere meer sprekende manieren gevonden worden om de initiatie in de volwassenheid gestalte te geven.

In de Nederlandse samenleving ging tot voor kort de wereld van de volwassenen open bij het bereiken van de zestienjarige leeftijd. Je mocht alcohol gaan gebruiken, roken en als seksueel wezen was je geen minderjarige meer. Alleen het rijden van een auto was nog voorbehouden aan de achttienjarigen.

Wie op Google ‘sweet sixteen party’ intikt komt hele series handleidingen tegen hoe een daverende sweet sixteen party te organiseren, waar nog lang over nagesproken zal worden. Ook in de levensbeschouwelijke dagboeken van leerlingen kwam ik regelmatig de verwijzing naar dit opgroeiritueel tegen.

Mijn vraag is nu, in hoeverre bepaalde wetten, zoals geen alcohol onder de 18, van invloed zijn op het vieren van de begeerde leeftijd. Verschuift het feest van 16 naar 18, omdat dan de werkelijke wettelijke doorbraak naar de volwassenheid plaatsvindt? Of maken de nieuwe gezondheidsregels niets of weinig uit, als het gaat om het vieren van de beroemde ‘coming of age’?

Mogelijk hebben collega’s er concrete ervaringen mee!?

Kinderen en engelen

In een van de nieuwsbrieven van Phil Humbert trof ik deze reeks mooie uitspraken van jonge kinderen over engelen aan. Een glimlachtekst om het jaar mee te beginnen.

I only know the names of two angels. Hark and Harold.  — Gregory, 5

 Everybody’s got it all wrong. Angels don’t wear halos anymore. I forget why, but scientists are working on it. — Olive, 9

 It’s not easy to become an angel! First, you die. Then you go to heaven, then there’s still the flight training to go through. And then you got to agree to wear those angel clothes. -Matthew, 9

 Angels work for God and watch over kids when God has to go do something else. –Mitchell, 7

 My guardian angel helps me with math, but he’s not much good for Science. –Henry, 8

 Angels don’t eat, but they drink milk from Holy Cows!!! — Jack, 6

Angels talk all the way while they’re flying you up toheaven. The main subject is where you went wrong before you go dead.  –Daniel, 9

 When an angel gets mad, he takes a deep breath and counts to ten. And when he lets out his breath, somewhere there’s a tornado. –Reagan, 10

 Angels have a lot to do and they keep very busy. If you lose a tooth, an angel comes in through your window and leaves money under your pillow. Then when it gets cold, angels go south for the winter.  — Sara, 6

 Angels live in cloud houses made by God and his son, who’s a very good carpenter. –Jared , 8

 All angels are girls because they gotta wear dresses and boys didn’t go for it.–Antonio, 9

 My angel is my grandma who died last year. She got a big head start on helping me while she was still down here on earth.  –Katelynn, 9

 What I don’t get about angels is why, when someone is in love, they shoot arrows at them.  –Sarah, 7

 Some of the angels are in charge of helping heal sick animals and pets. And if they can’t make the animals better, they help the child get over it.  –Vicki, 8

 

Games en levensbeschouwing

Ik moet toegeven, dat me de lust ontbreekt om me in te laten met de regelmatig verschijnende nieuwe games, waar onze leerlingen zo graag heel veel tijd aan spenderen.  Zo nu en dan kom ik recensies van games tegen.

In een eerdere aflevering van LIA,  te lezen via deze link  maakte ik melding van een studie van Greg Perrault, die vaststelde dat religie in veel nieuwe games gelijkgesteld wordt aan geweld.

In Engeland is veel te doen geweest over het spel ‘Manhunt’, lees daarover hier

In het verleden is er ook in Nederland een webstek geweest, waar nagedacht werd over de relatie tussen games en ethiek. Je kon er ook een lesbrief downloaden over hetzelfde onderwerp, maar de link blijkt momenteel dood te zijn.

Bioshock Infinite

In een recensie in Spits enkele maanden geleden schreef Daniel Verlaan over het pas uitgekomen spel Bioshock Infinite. Het gaat over Booker DeWitt, ex-geheimagent bij het particuliere detectivebureau Pinkerton, die in zijn koffer een briefje vindt: Red het meisje Elizabeth en los je schuld in. “Even later neemt hij plaats in een rode fluwelen stoel, wordt hij met ijzeren klemmen vastgeketend en knalt hij vervolgens in een capsule naar de zwevende stad Columbia.

Columbia is de verwezenlijking van het Amerikaanse imperialisme uit het begin van de twintigste eeuw. Een eigen staat waar de evangelisatie van het christendom en een met xenofobie gevoed patriotisme centraal staan. De eerste ontmoeting met Columbia heeft echter een heel ander effect: de zwevende stad lijkt een weerspiegeling van de hemel. Je komt aan in een kathedraal waar een kerkkoor je heel rustig toezingt. Een misdienaar bevestigt de eerste gedachte: “Je bent in de hemel. Of in ieder geval heel dichtbij.”(…..) Religie is in BioShock: Infinite allesoverheersend. De inwoners van Columbia eren massaal Comstock, de profeet die ‘onder het oog van God’ Columbia heeft gesticht en sindsdien met ijzeren vuist regeert. Door heel Columbia hangen aanplakbiljetten waarop Comstock als grote leider wordt gepresenteerd en die jonge kinderen voor het jeugdleger oproepen. Een soort van pre-Hitlerjügend die opereert in een kleurrijke en o zo vredelievende stad waar iedereen je vriendelijk begroet.”

“Elizabeth speelt een enorm belangrijke rol in BioShock: Infinite. Ze helpt je tijdens schietgevechten door ammunitie en medicijnen naar je te gooien en kan een tear (de Nederlandse vertaling is scheur, geen traan) openen die een andere dimensie laat zien.(…..) Dat Elizabeth veel meer dan alleen een hulpje is, wordt al snel duidelijk. Ze is de personificatie van onschuld en biedt tegenwicht aan het gewelddadige en norse karakter van DeWitt. De eerste keer dat DeWitt een vijand doodschiet, is ze boos en verontwaardigd. Ze kan het niet geloven dat iemand zoiets zou doen. Waar je bij de meeste first-person shooters hersenloos knalt, tikt BioShock: Infinite je op de vingers en vraagt aan jou als speler of het neerknallen van mensen echt zo normaal is, ook al ben je een game aan het spelen.”

Op een andere plaats en tijd, maar in dezelfde krant – je leest er heel wat als je regelmatig de trein pakt – kwam ik het volgende berichtje tegen:

“‘Het is maar een spelletje’, zouden u en wij denken, maar niets blijkt minder waar. In de populaire game Bioshock Infinite begin je het spel door je te laten dopen in een religieuze  ceremonie. En dat trok de christelijke gamer Breen Malmberg niet, zo vertelt hij aan gamesite Kotaku.

Zijn eigen religieuze overtuiging weerhield hem ervan zijn character in het spel te laten ‘dopen’, dus kwam Malmberg niet zo heel ver in Bioshock Infinite. Zonder deze halve verdrinking kom je namelijk het hoofdgebied, Columbia, niet in.

“Aangezien de doop de basis is van de Christelijkheid – waar ik hartstochtelijk in geloof – word ik gedwongen een keuze te maken tussen extreme godslastering door dit te accepteren of het spel te beëindigen voor ik eigenlijk ben begonnen”, zo stelt de verongelijkte christengamer. Hij maakte hierom dus de laatste keuze: hij stopte met het spel.”

Bron

Leerlingen aan de slag

Mijn eigen lespraktijk en de daarop geënte opdrachten hebben altijd ruimte gegeven aan leerlingen om ook eigen stukjes van hun werkelijkheid aan een levensbeschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Zo waren leerlingen meestal erg  positief over de opdracht een levensbeschouwelijke cd-analyse te maken, die de laatste jaren tot het ontwerpen van een eigen tien liederenlijst is uitgegroeid – mede omdat leerlingen geen cd’s meer kopen. Ook een opdracht om een eigen levensbeschouwelijke filmanalyse te maken leverde ruimte voor een eigen inbreng op. Last but not least kunnen de leerlingen veel van hun levensbeschouwelijke eieren kwijt in het levensbeschouwelijke dagboek, waar ze zich uitspreken over zaken die wel belangrijk zijn, maar niet in het curriculum aanwezig zijn.

Bij deze vrije-keusopdrachten zou ook een levensbeschouwelijke game-analyse gevoegd kunnen worden. Aan de hand van enkele richtvragen kunnen leerlingen dan laten zien hoe levensbeschouwelijk en ethisch de games zijn waar ze zich mee bezighouden.

Ik suggereer enkele vragen – die ieder zelf kan uitbreiden naar eigen voorkeur – :

1. Geef een overzicht van de verhaallijn in het spel.

2. Wie zijn de hoofdrolspelers en wat is hun missie, doel, etc.?

3. In wat voor maatschappij speelt de game? Hoe ziet die eruit? Positief? Negatief? Wat zijn de zwakke en sterke kanten van deze virtuele samenleving?

4. Welke middelen worden gebruikt om doelen te bereiken? Worden er vragen bij de middelen gesteld?

5. Welke waarden komen sterk naar voren? Welke waarden botsen in het spel? Wat is de mogelijke uitkomst?

6. Voor welke ethische dilemma’s komen de hoofdpersonen te staan?

7. Zijn de gebruikte oplossingen ook jouw opossingen of zou jij het anders doen?

8. Stel dat je de virtuele werkelijkheid naar onze werkelijkheid kon overplaatsen, zou je daar dan gelukkig mee zijn of juist niet?

9. Hoe beoordeel jij het spel in termen van ‘menselijkheid’, ieder in zijn waarde laten, opkomen voor anderen, e.d.?

 

Het belang van de waaromvraag

Op alle mogelijke manieren zal ik blijven proberen argumenten voor het instandhouden van het vak levensbeschouwing bijeen te zoeken. Mooi is dan dat je opa bent en zo nu en dan snuffelt in de pedagogische maandbladen die je bij je ouderende kinderen tegenkomt, Aan ‘Groter Groeien’. 2012 nr. 3 ontleen ik het volgende:
“Mama, waarom heeft oma grijs haar? Waarom moet ik naar school? Waarom zijn tomaten rood? Behoorlijk vermoeiend: al die waarom-vragen van je kind.
Uit Amerikaans onderzoek blijt dat het niet draait om aandacht trekken. Je kind wel ècht het naadje van de kous weten. Probeer dus serieus antwoord te geven.

Uit een ander onderzoek van de Universiteit van Novi Sad in Servië blijkt zelfs dat nieuwsgierig zijn gelukkig maakt. Tieners die zich waarom-vragen stellen zijn gelukkiger dan tieners die dat niet doen. Zij zijn minder eenzaam, hebben het gevoel dat hun leven meer zin heeft en zijn minder somber, gestrest en angstig. Het is dus slim om het waarom-gedrag van je kind te stimuleren, ook al is het soms heel vermoeiend.

Het advies van de onderzoekers: neem je kind altijd serieus en stel vragen terug, waardoor hij nadenkt. Z blijft je kleine levensbeschouwer [er stond eigenlijk ‘filosoof’] zich verbazen over de wereld om hem geen. Dat houdt hem scherp en maakt hem gelukkig.”

Gekreukeld papier

Een oud-leerling van me, nu ook werkend in het onderwijs, zette de volgende beeldende tekst over pesten op zijn facebookpagina, die ik graag doorgeef als een goed verhaal voor in de klas.

“Een onderwijzeres in New York onderwees haar klas over de gevolgen van pesten. Ze gaf hen de volgende opdracht.
Ze gaf alle kinderen in de klas een stuk papier en zei hen het te verfomfaaien, het te verkreukelen, er een prop van te maken, het op de grond te gooien en er op te stampen. Kortom er echt een puinhoop van te maken, maar het niet te verscheuren.
De kinderen vonden dat wel een leuke opdracht en deden hun best het blad zo veel mogelijk te verkreukelen.
Toen kregen ze de opdracht om het papier voorzichtig weer open te vouwen, zodat het niet scheurde en het weer glad te strijken.
Ze liet hen zien hoe vol littekens en vuil het papier was geworden.
Toen zei ze de de klas dat ze het papier moesten zeggen dat het hen speet dat ze het zo verkreukeld hadden.
Maar hoe vaak ze ook zeiden dat het hen speet en hoe ze hun best ook deden om de kreukels weer uit het papier te halen, het lukte hen niet om het blad in de vorige gladde staat terug te krijgen.
Ze wees haar leerlingen op alle littekens die ze achterlieten.
En dat die littekens nooit meer zullen verdwijnen, hoe hard ze ook probeerden ze te repareren.
Dat is wat er gebeurt als een kind een ander kind pest.
Je kan zeggen dat het je spijt, je kan proberen het weer goed te maken, maar de littekens zijn er en die blijven.
Mensen van 80 kunnen nu nog navertellen hoe ze op de lagere school gepest werden. De kreukels gingen er niet meer uit.
De gezichten van de kinderen in de klas vertelden haar dat haar boodschap was overgekomen.

Jongerentrend: God is a designer

Let wel: designer is hier het onderwerp en niet God. De uitdrukking heeft te maken met de vraag, wie de nieuwe goden zijn in onze samenleving. Enkele jaren geleden was dat de DJ, nu is het weer over en moeten we creatievelingen zien als de nieuwe goden. Uit de trendletter van SecondSight van 11 mei 2012:

In het Second Sight Yearbook 2012 – met daarin een overzicht van de trends voor dit jaar, schreef Tom Palmaerts al over de jongerentrend ‘God is a designer’. Voor het nummer ‘Making Worlds’ vroegen we hem verder op deze trend in te gaan. Volgens Tom – trend- en youthwatcher bij het Europese trendwatchbureau Trendwolves – moet de term ‘God is a DJ’ vervangen worden door ‘God is a designer’.

Creatieve ondernemers zijn de nieuwe goden. Creatie is een statussymbool onder jongeren en staat voor onafhankelijkheid, volgers, fans en respect. Traditionele statussymbolen als auto’s en huizen zijn minder belangrijk. Echte influencers herken je niet aan hun woorden maar aan hun creaties. Creaties vertellen een verhaal en bieden meer toegevoegde waarde dan een overload aan content.
http://www.secondsight.nl/making-worlds/god-is-a-designer-2/

Allochtone jongeren lijken steeds meer op de autochtone

In Trouw van 4 april 2012 stond een podiumartikel van de hand van twee onderzoekers van Bureau Motivaction, die gespecialiseerd zijn in onderzoek onder nieuwe Nederlanders.
Auteurs zijn Marjolein Eigenfeld en Ahmed Ait Moha.
Het hele artikel is te lezen via http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3235987/2012/04/04/Allochtone-jongeren-lijken-op-autochtone.dhtml.

Ik citeer enkele interessante passages:
“Uit recent onderzoek van Motivaction onder Nieuwe Nederlanders blijkt dat twee derde van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar ‘oude’ en ‘nieuwe’ waarden combineert. Dit blijkt onder meer uit de wijze waarop de ramadan wordt gevierd. “

“Deze ontwikkeling vraagt om een andere manier van denken. Het vraagt om een oriëntatie die geloof en tradities niet ziet als een teken van mislukte integratie. Een eigentijdse kijk vraagt erom vanuit de overeenkomsten te kijken, in plaats van de verschillen te benadrukken. Veel jonge Turkse en Marokkaanse Nederlanders lijken sterk, en steeds meer, op hun autochtone peers.

Het is bovendien meer dan alleen een consumentistische houding die zij delen, ook zingeving vinden beide groepen belangrijk. Onderzoek onder jongeren van nu, de zogeheten grenzeloze generatie, toont aan dat een groot deel van de autochtone jongeren een groeiende behoefte heeft aan richting en inspiratie in een complexe samenleving. In de opvoeding in veel Turkse en Marokkaanse gezinnen speelt zingeving een grote rol.

We zouden op een andere manier moeten kijken naar hedendaagse jongeren. Hoe geven zij vorm aan hun hang naar zingeving, en hoe kunnen zij elkaar hierin vinden? Geen vanzelfsprekende opgave voor een samenleving waar levensbeschouwing naar het privé-domein is verdrongen of helemaal geen rol meer speelt. Laten we het om te beginnen eens niet meer hebben over integratie, en ons richten op participatie. Dat doet meer recht aan de realiteit.”

Computer en school

Sinds enkele weken heeft Trouw een nieuwe columnist, die over onderwijs en aanverwante zaken schrijft. Gerwin van der Werf had me meteen te pakken toen hij 4 april 2012 een bijdrage wijdde aan de School met de iPad. Hij is er niet van onder de indruk en heeft daarvoor stevige argumenten:
“Enige tijd geleden stond in The New York Times een artikel over de Waldorf School in Silicon Valley, de school waar werknemers van Google en Apple hun kinderen naar toe sturen. Computers zijn er taboe. “Het idee dat mijn kind beter leert lezen en rekenen op een iPad is bespottelijk,” zegt een manager communicatie bij Google in dat artikel. Hij bezit een universitaire graad in informatica. Hij wil het beste voor zijn kinderen, en het beste, dat is kennelijk iets met boeken, potloden en papier. Met technologie omgaan leren ze vanzelf wel. “ It’s supereasy, it’s like learning to use toothpaste. At Google and all these places we make technology as brain-dead easy to use as possible.”
De grote vernieuwers op het gebied van computertechnologie begrijpen het: onderwijs draait om menselijk contact. Best vreemd dat je jan en alleman daar voortdurend aan moet herinneren.”

Te dik en toch het podium op

Iedereen kent ondertussen het verhaal van Susan Boyle, die als muurbloem de zangwedstrijd op ITV binnenkwam, waarbij je iedereen ZAG denken, wat heeft die hier te zoeken. Toch bleek ze een gouden stem te hebben en kon ze daarmee de zaal, vervolgens de jury en later een miljoenenpubliek voor zich innemen.

Ub de Britain’s Got talent 2012 gebeurt iets soortgelijks. Ditmaal zijn het twee jongeren, Charlotte Jaconelli van 16, met een popstem, en Jonathan Antoine, 17, met een operastem, die als duo ‘The Prayer’, eerder samen gezongen door Andrea Bocelli en Celine Dion. Jonathan is een zeer zwaarlijvige jongen zonder enige uitstraling als hij met Charlotte, een leuke en knappe tiener, het podium opgaat. Als ze opkomen, hoor je voorzitter Simon Cowell, een eerste klas klootzak als je het mij vraagt, tegen een medejurylid zeggen: “Just when you think things couldn’t get any worse.”

Ze treden op als een duo en binnen een minuut valt de hele zaal, inclusief jury, voor deze gezamenlijke act.
Als het op de vraag aankomt, of ze door mogen, reageert de voorzitter: “Als je haar laat vallen, Jonathan, kom je zeker verder.” Hij is er heel duidelijk over: we zijn als duo gekomen en we blijven een duo.”

Het is een fraai voorbeeld van twee mensen die voor elkaar gaan. Jonathan en Charlotte zijn door de muziekdocente als duo bij elkaar gezet en het heeft goed uitgewerkt. Charlotte heeft Jonathan aangespoord om door te gaan met zingen en ook op te treden, ook al is hij dik en verlegen.

Een mooi optreden om leerlingen te laten zien, dat mensen onvermoede kanten hebben, als je hen maar de kans geeft en je voor hen openstelt.

Videogames stellen religie gelijk aan geweld

Nu de spellenindustrie volwassen is geworden en een fikse economische kracht heeft verworven, worden de verhaallijnen van de games ook gedetailleerder en genuanceerder. Veel videogames zijn ertoe overgegaan om religie in hun spel op te nemen als een sleutelaspect ten aanzien van plot en verhaallijnen.

Greg Perreault, een doctoraal student journalistiek, concludeert dat vele games van de nieuwere generatie religie gelijkstellen aan geweld in de verhaallijnen.
Perreault onderzocht vijf recente videogames die een zware nadruk leggen op religie in de verhaallijn. De videogames die hij bestudeerde waren “Mass Effect 2,” “Final Fantasy 13,” “Assassin’s Creed,” “Castlevania: Lords of Shadow” and “Elder Scrolls: Oblivion”. Perreault ontdekte dat al deze games religie problematiseren door ze nauw aan geweld te koppelen.
“In de meeste games was er een stevige nadruk op de Tempelridder en kruistochtmotieven. Niet alleen werd de gewelddadige kant van religie benadrukt, maar in ieder game schiep religie een probleem dat de hoofdpersoon moest overwinnen, hetzij in een directe confrontatie met godsdienstfanaten of omdat hij door godsdienstige schuldgevoelens opgejaagd werd.” aldus Perrault
“Het lijkt me niet dat spelontwerpers bewust proberen uit te halen naar georganiseerde religie. IK geloof dat ze religie alleen gebruiken om stimulerende plotpunten in hun verhaallijn te creëren. Als je naar videogames in zijn algemeenheid kijkt, bevatten de meeste geweld op de een of andere manier. Geweld is conflict en conflict is opwindend. Religie schijnt gekoppeld te worden aan geweld omdat het daarmee een meeslepend verhaal wordt.”
[Bron: God Discussion, 28-2-2012]

Coming of Age

Een belangrijk thema, zowel in romans als in films, is het volwassen worden van jongeren. Op velerlei wijzen is dit proces gethematiseerd en in de grote meerderheid van de gevallen is het een verhaal met een positieve uitkomst, zij het meestal na enige strubbelingen die de spanning erin moeten brengen.

Een heel apart verhaal is de roman ‘Staal’ van de jonge Italiaanse schrijfster Silvia Avallone, die in Italië met enkele prijzen ging slepen en een hele tijd op nummer 1 van de bestsellerlijst heeft gestaan. Al is dat zeker geen garantie voor een authentieke roman, ik durf te zeggen, dat ze een fraaie prestatie geleverd heeft en een roman heeft geschreven die je blijft boeien.

Het is het verhaal van Anne en Francesca, twee dertienjarige meisjes, die ontdekken dat hun zich ontwikkelende lichaam hen tot het middelpunt van de kleine wereld van Piombino maakt. Piombino is een stad met een fikse staalindustrie aan de Middelllandse Zee en ligt tegenover Elba. De meeste mensen zijn nog nooit naar Elba geweest, het is het gebied van de toeristen en de rijken; en zij wonen en werken in Piombino in naargeestige woonkazernes, waar de verdovende middelen het leven een stuk veraangenamen. In Dante’s termen: Elba is de hemel, Piombino is op zjn best het vagevuur en op zijn slechtst de hel.

Anna en Francesca zag ik regelmatig in mijn klas en elke docent kent ze: enkele zeer van zichzelf bewuste meiden in ieder geval wat hun lichamelijkheid betreft, die een leidende rol in een klas kunnen spelen, omdat ze het testosteron van de jongens kunnen richten en ze zich de arrogantie aan kunnen meten zich boven andere minder bedeelde meiden te verheffen. In feite zijn het zielige onzekere meiden die de voortdurende bewondering van anderen nodig hebben om te denken dat ze iets betekenen. Narcisme ten top, en als binnen afzienbare tijd de belangstelling van de omgeving naar andere meiden gaat, vallen ze in een diep gat.

In haar roman laat Avallone de sociale achtergrond sterk meewegen. Je bent in Piombino geboren en ook al behoor je tot de top twee van je leeftijd, je zult genadeloos ingehaald worden en je leven op een ander niveau in Piombino slijten dan je op 13-jarige leeftijd gedacht hebt. Het gaat in haar roman over mensen die nergens meer in geloven; het enige wat ze kunnen en doen, is het creëren van een valse wereld door drugs, seks en drank. Alleen de moeder van Anna blijft geloven in het ideaal van de gelijke mens en deelt pamfletten uit op bepaalde plaatsen en tijden. Alle anderen praten over een beter leven, maar laten door een vorm van zelfdestructief gedrag zien, dat ze er diep van binnen niets van geloven.

Het is geen prettige volwassenheid waarin Avallone de beide meiden laat eindigen. Anna wordt verliefd op een oude vriend van haar broer Alessio, heeft er anderhalf jaar een complete seksuele relatie mee, maar raakt wel gedesillusioneerd. Op een leeftijd, waarin je aan alle kanten geestelijk en lichamelijk aan het ontwikkelen bent een leven leiden dat bijna uitsluitend volwassen is, moet wel sporen nalaten in iemand volwassenwording. Francesca en haar moeder worden lens geslagen door haar vader, zij ontdekt haar lesbische kant in zich en ontwikkelt een flinke mannenhaat. Dat maakt het haar mogelijk om kil en zakelijk te gaan optreden in een stripbar en zo haar geld te verdienen.

Beide meiden groeien uit elkaar en aan het eind komen ze elkaar bij Anna thuis weer tegen. Sandra, Anna’s moeder, stelt hen voor een tochtje naar Elba te maken, wat gemakkelijk kan op een dag. Dat is het enige hoopgevende aan het eind van de roman: als de meiden de werkelijkheid van Elba ondergaan hebben, zal blijken dat het eiland helemaal niet de hemel is, maar een andere werkelijkheid, waar het ook ploeteren en werken is om er het leven mogelijk te maken. Misschien lukt het de meisjes zo om een realistischer beeld van zichzelf en de wereld te krijgen.
[Silvia Avallone, Staal (Italiaanse titel: ‘Acciaio’, De Bezige Bij, 2010, 19,90]

Waar doen we het voor?

Levensbeschouwing moet het hebben van verhalen, zeggen we altijd tegen de leerlingen. Want verhalen, echt of fictief, kunnen mensen inspireren om ervoor te gaan, een trede hoger te komen of te kiezen een hele tijd op je tenen te lopen om een hoger niveau te bereiken. Ook docenten hebben dat nodig. Het is gemakkelijk om in de dagelijkse tredmolen het zicht op waar het eigenlijk om gaat te verliezen. Soms heb je dan een inspirerend verhaal nodig om weer zin en geloof in jezelf en de kinderen te krijgen.

De afgelopen maanden, december-januari 2011-12, kwam ik twee van die verhalen tegen. De eerste is een film “Take the lead’ met in de hoofdrol Antonio Banderas. Uit een internetsamenvatting:
“De professionele ballroomdanser Pierre Dulaine (Antonio Banderas) besluit als vrijwilliger les te gaan geven op een school in New York. Dansles welteverstaan. En dat aan een lastig groepje leerlingen dat na moet blijven. De scholieren staan in eerste instantie erg sceptisch tegenover Dulaine, zeker als ze merken wat hij hen komt leren, maar door zijn enorme toewijding weet hij hen langzaam maar zeker voor zich te winnen. Ze gaan zelfs een stap verder en combineren Dulaine’s klassieke dansstijl met hun eigen hiphop-muziek, waaruit een energieke mengvorm ontstaat. Dulaine spoort zijn leerlingen aan om mee te doen aan een prestigieuze danscompetitie. In ruil daarvoor leert hij ze waardevolle en inspirerende lessen over trots, respect en eer.
Het muzikale drama ‘Take the Lead’ is geïnspireerd op het ware verhaal van Pierre Dulaine, een professioneel ballroom danser die lesgeeft aan openbare middelbare scholen in New York City.”

Een fragment uit de film, de beroemde tangoscène:

De tweede is een driedelige documentaire ‘Gareth Malone Goes Glyndebourne’, waarvan zondag 8 januari 2012 tussen 13.00 en 14.00 uur de eerste aflevering te zien was. Gareth Malone is in 2010 aan de slag gegaan om 50 jongeren te vinden die niets met opera hadden en bereid waren in een nieuwe productie als koorleden mee te doen. Het is een boeiend verhaal geworden van jongeren die hun neus ophaalden, vroegen of ze ervoor betaald werden en vrij negatief het project ingingen, maar die gaandeweg steeds enthousiaster worden. Zeker als van de 100 auditerenden er maar 50 zullen overblijven is de spanning te snijden.
De komende zondagen worden de twee volgende afleveringen uitgezonden. Een voorbeeld op youtube:

De informatie over het Glyndebourneproject is hier te vinden:
http://glyndebourne.com/discover/gareth-malone-goes-glyndebourne

Ook al weet je dat alles keurig gemonteerd is met het oog op een spannende documentaire of film, het geeft je toch weer een lekker frisse kijk op datgene waartoe jongeren, mits goed begeleid en enthousiast gemaakt, in staat zijn. Het mag slechts een verhaal zijn; ik kan er daarna weer met frisse moed tegenaan.

Het is als met het exodusverhaal: ook al weet je dat het zo niet gebeurd is, vele mensen hebben zich laten inspireren door dit verhaal en zijn hun eigen exoduservaring begonnen. Met andere woorden: se non è vero, è bene trovato!