Categoriearchief: levensbeschouwelijk dagboek

Dagelijks leven

Het dagelijks leven spreekt bij iedereen voor zich. Je staat op, doet je ding, eet en gaat weer slapen. Je denkt er niet echt bij na, althans ik denk er niet bij na. Ik neem het leven zoals het komt en voor mij komt er altijd een morgen. Maar wat als die morgen nou eens niet komt? Daar ben ik de afgelopen weken ineens achter gekomen. Ik ben erachter gekomen dat het leven in één seconde afgelopen kan zijn. In een klap was de dood dichterbij als ooit te voren.

De afgelopen week is er een meisje doodgegaan, Zoë. Ik kende haar niet heel goed maar had weleens met haar gepraat en ze was een vriendin van veel mensen die ik kende. Het ene jaar praatte ik, stelde ik me voor en praatte ik met haar. Het andere jaar zie ineens overal RIP Zoë verschijnen. Ik vind dat shockerend, maar tegelijkertijd ook een reality-check. Want hetzelfde had met mij of met iemand waar ik om geef kunnen gebeuren. Zomaar, dan ben je er niet meer terwijl je nog een heel leven voor je had. Je hebt niet de dingen gedaan die je nog wilde doen, en je hebt veel te kort geleefd. Met die gedachte in mijn achterhoofd ben ik eens gaan nadenken. Welke dingen moet ik nog doen, dingen die ik perse wil doen? Ik maakte een lijstje en kwam er vervolgens achter dat het wel heel veel is. Dus heb ik dat lijstje maar weer weggegooid en bleef nog steeds met de dood van Zoë in mijn kop zitten. Neem ik het leven misschien voor lief? Denk ik te weinig na bij de dingen die ik doe, en wat voor consequenties daaraan vast zitten?

Ik ben eerlijk; ik kijk niet uit in het verkeer, en doe vaak waar ik zelf zin in heb zonder na te denken wat anderen er van vinden. Zou ik daar mee door moeten gaan, of zou ik mezelf anders op moeten stellen? Maar wat maakt het uit, als ik morgen dood ga heeft dat toch geen nut meer. Zo moet ik niet denken, ik word honderd punt. En in die jaren dat ik dan nog leef, dat ik bij de mensen ben waar ik om geef, in die jaren wil ik gewoon mijn ding doen. Zonder te denken aan een plotselinge dood die mijn leven zal veranderen. Als ik nu zo mijn levensbeschouwelijk dagboek even teruglees, denk ik dat ik vandaag, morgen en de dagen daarna toch maar ga uitkijken in het verkeer. Want niemand heeft iets aan me als ik onder een bus lig. Bovendien moet ik nog zoveel doen in mijn leventje waarin ik X ben. Ik wil een wereldreis maken, als ik dat heb gedaan is mijn leven voltooid. Niets te; ik wil trouwen en die shit. Daar geloof ik niet in, als er iemand is komt hij vanzelf wel op mijn padje. Ik geloof in het lot, en die is onomkeerbaar. Mijn leven staat al ergens in een boekje, en als ik er niet meer ben dan kan ik in dat boekje terugkijken om te zien of ik mijn leven wel goed heb geleefd. Daar ben ik nu dus mee bezig: mijn leven leven. Al is dat voor mij wel raar, want bij leven stel ik me iets anders voor als een dagboek schrijven. Het liefst hou ik mijn gedachtes voor mezelf, maar soms is het goed, en niet alleen omdat het moet. Carpe Diem

Twijfel aan mezelf

In de levensbeschouwelijke dagboeken die onze leerlingen vier keer per jaar inleveren, laten ze vaak hun worsteling met het leven zien. Voordeel is dat ze schriftelijk uiting geven aan wat hen bezighoudt en dat vergroot ongemerkt hun zelfinzicht. Astrid schreef de volgende tekst:

“Om verstandige keuzes in het leven te maken is veel zelfkennis nodig. Dit is echter niet eenvoudig omdat mensen vaak over weinig zelfkennis beschikken. We hebben de afgelopen eeuwen veel ontwikkelingen doorgemaakt. Met de kennis die we hiermee hebben opgedaan kunnen we ongelofelijke dingen. Echter, op psychologisch gebied zijn we maar heel weinig vooruit gegaan. Veel mensen lijden onder bijvoorbeeld jaloezie, depressies, wraakzucht, stress en angsten. Hoe is het mogelijk dat we zo veel kennis hebben maar toch slecht leven?

Van kleins af stapelen we een heleboel kennis op die we in het dagelijks leven toe kunnen passen. Wat helaas ontbreekt, is de kennis van onszelf. Waarom maakt zelfkennis geen deel uit van de kennis die wij op jonge leeftijd meekrijgen? Waarom bestaat er niet zoiets als een studie zelfkennis? Zelfkennis is erg belangrijk en kan het leven een stuk aangenamer maken. Zelfkennis helpt om jaloezie, wraak, depressies en angsten te begrijpen. Is dat dan helemaal niet belangrijk?

En hoe kan worden verwacht dat mensen normaal met elkaar om kunnen gaan wanneer ze zich zelf niet goed kennen? Wanneer iemand over genoeg zelfkennis beschikt, heeft dit een positieve bijdrage aan de relatie met anderen. Mensen zullen hierdoor makkelijker met elkaar om kunnen gaan en relaties zullen dus soepeler lopen.

Heeft het beschikken over veel zelfkennis alleen positieve kanten? Ik denk dat zelfkennis mensen ook tegen kan werken. Mensen kunnen zich laten belemmeren door het feit dat wordt gedacht dat zij zichzelf goed kennen. Er wordt wel eens gezegd: ‘Ik ben nu eenmaal zo’. Hierdoor zijn deze mensen minder geneigd om nieuwe kanten van zichzelf te laten zien en te ontdekken. Dus zou het dan misschien juist beter zijn om het streven naar zelfkennis los te laten?

Het lijkt allemaal erg ingewikkeld want zelfkennis is niet iets wat van de een op de andere dag uit de lucht komt vallen. Zelfkennis is iets wat je in de loop van de jaren van jezelf meekrijgt, maar hoe moet je met zelfkennis om gaan? Iedereen heeft positieve en negatieve eigenschappen en het is juist de kunst om deze in balans te houden. Toch is dit erg lastig want je kunt de balans tussen de positieve en negatieve eigenschappen niet altijd zelf in de hand houden. De omgeving bepaalt voor een gedeelte ook hoe je bent, of in ieder geval hoe je jezelf aan de buitenwereld laat zien. Er wordt vaak wel gezegd dat je wijs wordt van het vallen en opstaan dat je gedurende het opgroeien zult doen, en dit is natuurlijk erg logisch want iedereen maakt fouten en verkeerde keuzes maar die zijn er voor om van te leren. Hebben de gebeurtenissen die zich in het verleden hebben afgespeeld effect op de manier hoe mensen over zichzelf denken? Ik denk dat er een heleboel factoren spelen die invloed hebben op je zelfkennis. Zelfkennis wordt namelijk ook bepaald door de waardering die we voor onszelf hebben.

Als je hierover nadenkt dan is iedereen erg kwetsbaar. Als je je afvraagt wie je werkelijk bent door kritisch naar jezelf te kijken, dan kunnen weinig mensen daar een duidelijk antwoord op geven. Maar als je de gevoelens van jezelf niet kunt begrijpen, hoe is het dan mogelijk om een relatie met anderen op te bouwen? Hoe kunnen mensen dan goed met elkaar omgaan? Mensen kijken vaak niet meer naar gevoelens om zelfkennis op te doen maar naar het gedrag. Het is vrij voorspelbaar dat wij het ons daardoor zelf soms erg moeilijk maken doordat ons gedrag zo beïnvloedbaar is door onze omgeving.
Ook gaan we ons vergelijken met andere personen waarvan we denken dat ze op ons lijken. Echter, geeft dit niet een heel erg oppervlakkig beeld van onszelf?

Zoals ik al eerder zei, een ander belangrijk punt dat onze zelfkennis bepaalt, is de waardering die we voor onszelf hebben. Doordat we ons gaan vergelijken met anderen kan dit dus verkeerd uitpakken. Wanneer wij ons bijvoorbeeld gaan vergelijken met een ander persoon die beter is, dan gaan wij aandacht schenken aan en daardoor vooral de nadruk leggen op de dingen waarin we minder goed zijn. Hierdoor ontstaat een negatief zelfbeeld wat weer gevolgen heeft op de manier waarop wij over dingen denken en hoe wij met onszelf om gaan.

Het is dus niet alleen lastig om jezelf goed te leren kennen, maar het is ook lastig om om te gaan met de positieve en negatieve dingen van jezelf. Jezelf leren kennen is natuurlijk een persoonlijk onderwerp, maar is het misschien niet beter dat hier meer aandacht aan wordt geschonken? Als ik kijk naar mezelf dan durf ik te zeggen dat ik niet zoveel zelfkennis heb. Natuurlijk kan ik wel wat eigenschappen van mezelf opnoemen maar ik kan er vaak niet goed mee omgaan. Voor mij is het leven op dit moment een groot toneelstuk waarin ik anderen voor de gek houd, en alleen maar omdat ik niet mezelf durf te zijn. Het nadeel hiervan is vooral dat ik op dit moment niet meer weet wie ik wel ben. Ik wil niet dat mensen me goed leren kennen en daardoor mijn zwakke plekken zullen weten, want dat is de enige manier waarop mensen mij kunnen kwetsen. Ik weet ook dat ik eigenlijk nooit zo ben geweest, maar het is mij ook niet makkelijk gemaakt en daardoor ben ik erg aan mezelf gaan twijfelen.”

Het herseninfarct van opa

Leerlingen komen met zeer verrassende verhalen in de levensbeschouwelijke dagboeken. Onderstaand verhaal komt van een leerling uit V4, Roy, eind 2010 en is even puur als ontroerend.

“Een koude zaterdag in november 2010. Ik sta aan de start van de internationale Warandeloop in Tilburg. Ik sta in mijn korte broek en het Nederlandse shirt te wachten op het startschot. Het leven lacht mij toe ik heb op het moment alles voor elkaar. Ik vertegenwoordig mijn land bij atletiekwedstrijden, het gaat goed op school, mijn familie staat helemaal achter mij. Wat wil ik nog meer?

Na een iet wat mislukte race was ik toch positief over deze dag. Ik wilde graag door, bouwen aan mijn toekomst in de atletiekwereld. Met mijn familie aan mijn zij gaat dit ook lukken.

Toch kan een dag een hele andere wending krijgen: zo ook deze… Nadat ik thuis was gekomen en gezellig samen met mijn ouders gegeten had, kregen we een telefoontje…. Het was mijn tante met de melding dat mijn opa een hersenbloeding had gehad. Mijn wereld stortte even in. Hoe kon mijn mooie dag toch nog zo een helse dag worden? Er werd niet getwijfeld, 10 minuten later zaten we in de auto richting het ziekenhuis in Gent. ?Het eerste wat ik dacht, toen ik mijn opa daar zo lag liggen net na de operatie, was: Waarom hij? Dit is een vraag die niet te beantwoorden is; dat weet ik ook wel maar toch, je stelt hem wel. Verder wist ik mij even geen raad. Ik wist niet wat ik moest denken of voelen. Verdriet, bezorgdheid of toch niks? Dit vond ik heel lastig. Ik wist even niet zo goed met mijn gevoelens om te gaan. Ik denk toch dat op dat moment meer bij mij een gevoel heerste dat ik zelf niks kan doen. Dat is echt een dodelijk gevoel. Je moet maar afwachten.

Na een lange tijd ga ik toch maar naar huis: het ziet er naar uit dat we vanavond niks meer te horen krijgen. Zal hij het overleven was op dat moment mijn grootste vraag en zorg. Toch heb ik achteraf nooit het gevoel gehad dat hij het niet zo halen. Mijn opa is een zeer positief mens die nog veel kon. Ik denk dat dat hem er door heen heeft geholpen.

Na toch ongeveer een week van onzekerheid ging het steeds wat beter zeiden mijn ouders. Ik kon zelf niet mee vanwege school. Elke keer als ik dit hoorde raakte ik toch ook weer wat meer opgelucht. Het greep mij toch echt wel aan. Zo ben ik in deze week vaker mijzelf tegen gekomen dan ooit daarvoor. Ik denk dat ik pas kon beseffen als mij inderdaad iets ergs in mijn leven zou overkomen.

Een week na de gebeurtenis mocht ik weer voor het eerst bij mijn opa. Dit gesprek zal ik dan ook nooit meer vergeten. Toen ik even alleen met mijn opa was zei hij namelijk: “Roy ik zie dat je bezorgd bent: het komt allemaal wel goed. Maar vergeet alsjeblieft niet dat ik altijd achter je zal staan en je zal steunen in je sport of ik er nu nog ben ja of nee. Ik zal altijd naar je kijken; als het moet doe ik het vanaf boven. En vergeet nooit dat ik je grootste fan ben”

Dit werd mij op dat moment even te veel. Vanaf dit moment weet ik wel dat ik vol voor mijn sport ga en dat ik mijn opa niet teleur wil stellen.

Nu niet en nooit niet!
Opa dit is het verhaal over jou, maar gelukkig sta je nog langs het parcours.”

Over de liefde

Een levensbeschouwelijk dagboek over de verliefdheid van een leerlinge:

Het is iets waar we allemaal vroeg of laat mee te maken krijgen, de een wat vroeger dan de ander. Ik had er al heel vroeg last van. Een maatje op de camping waar ik dagen achtereen mee optrok, die aan mijn bed zat en er geen moment vandaan ging toen ik ziek was.
Nu heb ik een vriendje, en het is volgens mij behoorlijk “echt”. Ik wil constant bij hem zijn, ik denk bijna aan niks anders meer. Helemaal sinds ik hem van mijn ouders door de week niet meer mag zien. Ik heb mijn rapport gehad, en het was niet slecht, maar ik ben met de helft twee of drie tiende punt naar beneden gegaan, en daar waren mijn ouders niet blij mee.
Het gevolg: een uur per dag op msn, m’n vriendje alleen op woensdagavond zien als ik naar het koor moet (dan mag hij naar de kerk komen, zie ik hem twee minuten vóór het begint en drie minuten als het afgelopen is, dan moet hij weer naar huis) en verder alleen leren. De schat komt wel elke woensdag naar het koor, omdat hij me mist. Dat vind ik zó lief van hem, hij fietst zelfs door de stromende regen. Ik zou hetzelfde voor hem doen, als ik mocht. Ik mag ’s avonds ook niet meer gaan fietsen, dus komt hij meestal naar mij.

Ik heb het gevoel dat mijn hart stilstaat als ik hem zie. Als hij me vastpakt, staat mijn huid bijna in brand. Ik denk dat dit het dichtst bij houden van komt voor mij. Veel beter kan het niet worden denk ik. Ik mis hem al als hij zich omdraait en wegfietst.
Mijn moeder zegt dat ze zich ook zo voelde toen ze papa net had leren kennen, en dat dat iets minder was geworden nu maar dat ze nog steeds een steen in haar maag voelde als papa niet bij haar is. Dat heb ik ook met mijn vriendje. Als hij niet bij me is, ben ik rusteloos en schieten de gedachten als afgeschoten pijltjes door mijn hoofd. Zodra ik dichter bij hem in de buurt kom, wordt ik rustig en blijer. Niet dat ik me depri voel als hij er niet is, maar ik wordt gewoon heel blij van hem. Ik hoorde van zijn moeder en zijn zus dat hij niet kan ophouden over me te praten, dat hij bij elk gesprek mijn naam wel een keer laat vallen, dat hij mijn naam noemt in zijn slaap. Hij had tegen zijn moeder gezegd dat hij me zo miste dat het pijn deed.

Het kost hem moeite niet de fiets te pakken en naar me toe te komen als ik woorden heb gehad met mijn ouders en ik hem niet mag zien. Hij is zó lief voor me. Voor onze verjaardagen (die zijn precies twee dagen achter elkaar, ik zes januari en hij de zevende) hebben we kettinkjes gekocht, twee halve hartjes die in elkaar passen, waar onze namen in gegraveerd staan. Hij draagt die met mijn naam, ik die met de zijne. Ik ben er echt blij mee, het geeft me het gevoel dat hij toch een beetje bij me is, waar ik ook ben.
Dit is een blijvertje, denk ik. De mensen in mijn omgeving zijn van mij gewend dat als ik verkering heb, het na een maand of twee, misschien drie wel uit is. Nu we bijna vier maanden hebben, begint iedereen zich toch wel af te vragen of het serieus is. Wat ons betreft wel, ik wil hem niet kwijt. Hij zegt dat hij me zijn hart zou geven als het kon. Dat zijn leven stilstaat als ik niet bij hem ben.

Dit gevoel gaat niet zo makkelijk meer weg, denk ik.
Hoop ik.

Liefde is geen chocolade eten

Het levensbeschouwelijk dagboek hieronder is van een leerling, die opeens het licht gezien heeft en ervaart dat menselijke liefde/verliefdheid een aparte ervaring is die nergens mee te vergelijken valt. Tegelijk komt in zijn verhaal sterk naar voren dat hij zich niet wil laten overspoelen door de gevoelens die ermee gepaard gaan. Hij wil ook in de liefde de ratio blijven gebruiken, omdat hem dat veiliger en gezonder lijkt.

De tekst kan m.i. aardig dienen als intro voor een les over relaties, liefde en verliefdheid, want veel leerlingen zullen er een uitgesproken mening over hebben. Hij leidt in ieder geval wel tot serieuze gesprekken over de al dan niet vermeende tegenstelling tussen liefde en ratio.

Liefde
Voor mij was liefde altijd een vreemd iets wat onnodig was en gewoon kon worden nagebootst met veel chocolade.

Maar sinds kort denk ik er anders over, ik ben verliefd. Wat een vreemde sensatie is dit. Wat ik eerst gewoon deed, daar denk ik nu bij na, dus is liefde wel iets positiefs? Ik denk van wel, ik denk dat iemand wel liefde nodig heeft, dan bedoel ik niet het soort liefde als dat een moeder van haar kind houdt, nee liefde als in elk moment bij elkaar willen zijn, dit persoon missen als hij/zij er niet is. Dat soort liefde. Ik dacht niet dat ik vatbaar was voor zulke sterke emotiestromen, want zo zie ik liefde. Nu is dit niet een hele nieuwe ervaring, maar hij is toch anders dan andere keren. Waarom weet ik niet… Maar liefde is volgens mij telkens anders. Hoe zou je hetzelfde kunnen voelen voor 2 verschillende personen? In mijn ogen kan dit niet.

Maar goed, liefde, het onverklaarbare, zorgt er eenmaal voor dat je je beter voelt. Dus positief is het, maar het verwart je, je kan niet geconcentreerd blijven, je wilt bij die persoon zijn, je huiswerk en schoolprestaties lijden er onder. Of niet? Kan een mens zo autonoom zijn dat hij/zij dit soort emoties kan onderdrukken of tenminste beheersen? Ik denk het wel, Ik vind dat ik hier zelf heel goed mee overweg kan gaan. Dit wil niet zeggen dat ik niet 100% voor deze persoon wil gaan, juist wel, ik denk juist dat doordat ik rationeel ben ik dit wel kan doen, ik kan rationeel denken zelfs als er iets als liefde een rol speelt.

Ik ben normaal niet van het kleffe gebeuren, dat gehang aan elkaar, het handje vasthouden, dat hoefde van mij niet. Maar nu wel!, dus ik ben ook van mening dat liefde je manier van denken beïnvloedt, hoewel ik wel vind dat je dit onder controle kan houden, ik vind zelfs dat je dit moet doen. Wij mensen zijn volgens mij zo ver gekomen door rationeel te denken.

De middeleeuwen zijn een periode geweest ,waar er op gebied van wetenschap niets gebeurde. De ontwikkeling stond stil, waarom? Omdat mensen zich te veel lieten leiden door hun emoties. De verlichting was ook een periode van grote wetenschappelijke groei. Waarom? Omdat mensen na gingen denken niet omdat zij zichzelf lieten leiden door hun emoties. Niet dat de emotionele kant ons niet verder heeft geholpen, maar de belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen kwamen door de rationaliteit.

Mijn conclusie is dus:
Liefde is dus een mooi iets, maar je moet het onder controle houden en ervan genieten.

Love is in the air

Onze ervaring met levensbeschouwelijke dagboeken is dat leerlingen geneigd zijn vooral over negatieve zaken te reflecteren. Immers, in de brugklas horen ze al, dat met name bij dieptepunten de levensvragen eruit springen. Vraag je hen al in de brugklas om een gebeurtenis die hen sterk is bijgebleven en waarover ze zich vragen gesteld hebben, dan komen er nogal wat sterfgevallen van grootouders, familieleden en huisdieren op het bord te staan.
Vandaar dat we bijzonder bij zijn met die levensbeschouwelijke dagboeken die stilstaan bij hoogtepunten in het leven, omdat daar met name de zinvraag positief beantwoord wordt.
Hieronder het levensbeschouwelijke dagboek van een V5-leerlinge onder de titel:

Love is in the air

Het is vakantie, iedereen is aan het genieten van het lekkere weer en van elkaar. Het is namelijk weer lente en dan zit de liefde weer volop in de lucht. Als je om je heen kijkt zie je overal verliefde stelletjes, zelfs je ouders doen weer een stuk kleffer met elkaar. Zou er nou echt iets in de lucht zitten waardoor de hormonen weer door ons lijf gaan gieren?
Maar als je dan iemand hebt waar je helemaal gek op bent, is dat dan liefde? Je kunt het ook van de chemische kant bekijken. Je hersenen maken een stofje aan waaraan je verslaafd raakt (heb ik wel eens gehoord tijdens een biologieles). Maar het heeft dan niets romantisch meer. Maar goed wat is nu echte liefde, en is iedereen daar wel naar op zoek? Je hebt van die mensen die altijd de eeuwige vrijgezel willen zijn, zouden die dan minder behoefte hebben aan het stofje dat hun hersenen aanmaakt?
Ik vind het niet echt leuk om de liefde van de chemische kant te bekijken. De liefde heeft juist de kracht om dingen die helemaal niet logisch zijn, voor jou heel logisch te maken. Je hebt het gevoel dat je de hele wereld aankunt, je ziet alles van de positieve kant, en je kunt daarom ook veel meer. Maar liefde kan ook een negatief effect hebben. Het kan heel lastig zijn, je moet constant aan de ander denken. Je kunt je nergens meer op concentreren, of je ziet de mooie lach van je grote liefde al weer voor je ogen dwarrelen. Met veel tegenzin probeer je je schoolwerk toch zo goed mogelijk te maken, maar dat valt niet altijd mee.
In de zomer is ook iedereen met elkaar aan het flirten, we zijn allemaal meer geïnteresseerd in de ander. Dus je hebt waarschijnlijk ook meer kans van slagen. Maar wat heeft een zeker persoon wat jou geïnteresseerd maakt in hem/haar? Is dat het uiterlijk, stralen we in de zomer allemaal als een zonnetje? Je gaat naar mijn mening het eerst op iemands uiterlijk af. Hij/zij heeft een leuke glimlach of mooie ogen, wat voor kleding draagt hij. Dat vergelijk je dan een met je droombeeld. En als er dan toch een aantal overeenkomsten zijn kijk je pas verder. Dan kijk je naar iemands gedrag en karakter. Hoe ligt hij/zij in de groep, is hij/zij tegen iedereen aardig, met wie praat hij/zij zoal. Daarna ga raak je aan de praat met elkaar en kijk je of je elkaar ligt en wie weet springen de vonken wel over. Pas dan kom je meer te weten over iemands innerlijk. Er wordt dan wel altijd gezegd dat uiterlijk niet van belang is, het is wel het eerste wat je ziet van iemand. En het heeft daarom ook de grootste invloed. Dus hoe komen we er bij dat uiterlijk helemaal niet belangrijk zou zijn?
Maar wat mag je nu wel doen en wat mag je beslist niet doen op een eerste date? Of wat als je iemand in de stad tegen komt? Wat is er dan gepast? Mag je juist niet zoenen, wat veel mensen ook niet doen bij een eerste date. Of moet je juist zoenen omdat je anders niet geïnteresseerd lijkt? En wil je meteen een relatie met diegene of is dit gewoon leuk voor een keer? Er is meestal ook veel drank in het spel tijdens het uitgaan, dus dan reageren mensen anders dan normaal. Dus hoe kan je daar dan ooit je liefde tegenkomen?
Liefde blijft een ingewikkeld spel, als je het zo kunt noemen. Voor sommige mensen is het inderdaad een spelletje en maken er soms zelfs een wedstrijd van met weddenschap en al. Ik vind dat je niet serieus met de liefde bezig bent als je daaraan mee doet. Je kunt er namelijk veel mensen mee kwetsen. Je speelt dan wel met iemands hart. En je hart is je gevoeligste plekje.
1-5-2007

Spijt hebben

Een levensbeschouwelijk dagboek van een bovenbouwleerling:

Spijt hebben van iets. Een raar gevoel eigenlijk, toch? Je kunt het niet echt beschrijven en toch weet iedereen meteen wat je bedoeld. Meestal hebben we spijt van kleine dingetjes. Je vergeet iets belangrijks, laat een lange tijd niets van je horen terwijl je had beloofd te bellen, je leert niet voor een proefwerk terwijl je een voldoende hard nodig hebt, je kent het wel. Maar blijkbaar heb je ook een ander soort spijt, maar dan groter. Ik zag laatst iemand op tv in een documentaire. Het was een vrouw, al aardig op leeftijd, die op sterven lag. Tijdens het interview vertelde ze dat ze spijt had van haar leven. Van de dingen die ze niet heeft gedaan en van de dingen die ze wel heeft gedaan. Als ze haar leven opnieuw zou mogen doen had ze die kans meteen gegrepen. De interviewer antwoordde hierop dat iedereen fouten maakt en we daar juist van kunnen leren, haar antwoord was ‘ik heb niet geleerd’.
Dit ene stukje deed me nadenken over mijn eigen leven, welke fouten ik heb gemaakt en de dingen waarvan ik heb geleerd. Ik wil namelijk geen spijt hebben van het leven dat ik heb geleid, ik wil met een glimlach terug kunnen kijken op mijn leven. Ik wil van elke herinnering kunnen genieten. Maar er is nog zoveel dat ik wil doen en ik heb nu al zo weinig tijd om het te doen en daar baal ik zo van! Het enige waar ik nu mee bezig ben is school, school, school. Iedereen loopt er maar op te hameren dat we moeten kiezen en moeten kijken naar onze toekomst. Maar wat als ik geen toekomst meer heb? Wat als het morgen voorbij is? Vorig jaar heb ik een ongeluk gehad. Heel onverwacht, heel plotseling. Maar het had ook mijn einde kunnen zijn. En weet je, dat besef ik nu pas. Ik besef nu pas dat als ik onder die auto was gekomen of als de auto veel sneller had gereden, ik gewoon dood had kunnen zijn. En dan nu, nu ik het opschrijf, word ik eigenlijk een beetje bang voor de dood. Al is het misschien niet voor de dood zelf, maar meer voor de dingen die ik zal missen. De tijd die ik niet meer zal hebben, de mensen die ik niet meer zal zien en al die andere dingen. Al die dingen die ik nog wil doen zouden dan gewoon weg zijn. En dan vraag ik me af of ik niet te druk bezig ben met school en werk enz. en mijn leven eigenlijk langzaam opraakt terwijl ik alleen maar bezig ben verder te gaan, alleen maar vooruit te kijken terwijl je nooit weet of je wel een toekomst hebt. Leef ik niet te veel in de toekomst? Zou ik me iets minder moeten focussen op school en meer op de dingen die ik wil doen, die ik nog wil bereiken voor het mijn tijd is? Als ik kijk naar mijn nichtje in A., vraag ik me dat nog meer af. Zij is zo iemand die school niet te zwaar nam. Ze deed haar best, maar pushte zichzelf niet zo. En als ze geen zin had dan had ze geen zin, punt. Ze genoot ook van het leven tijdens haar schoolperiode en toch is ze afgelopen week cum laude afgestudeerd!
Nou wil ik natuurlijk niet zeggen dat ik niet geniet van mijn leven nu, natuurlijk geniet ik ervan! Ik geniet van het uitgaan, van mijn vriendinnen en alle andere kleine dingen. Ik ben alleen bang dat ik ook spijt krijg als het mijn tijd is, net als de vrouw in de documentaire.

Vriendschap en liefde

Mijn afgelopen week is erg vreemd verlopen, ik heb nieuwe vrienden gemaakt en de relatie met mijn vriendin is na bijna anderhalf jaar verbroken. Dit vond ik wel een goede aanleiding om eens na te gaan denken over wat een relatie of vriendschap voor mij betekent.

De reden dat de relatie met mijn vriendin uit ging lag bij ons allebei, zij verwachtte ontzettend veel van mij, ze wilde dat ik elk moment dat ik kon bij haar was. Dat is een goed teken natuurlijk maar voor mij vergde het erg veel, uiteindelijk te veel. In het begin probeerde ik alles om de relatie te behouden, we spraken vaak af en hadden veel lol. Maar voor mij had het ook een andere, wat negatievere kant. Mijn vriendin was niet de enige persoon waar ik leuke dingen mee wil doen, mijn andere vrienden vonden het op een gegeven moment wel irritant dat ik er nooit voor hun was. Voor mij is vriendschap met elkaar leuke dingen doen, en niet alleen met mijn vriendin, ik heb bij ons op het dorp nog een aantal andere vrienden waar ik ook lol mee wil hebben, samen naar de stad, met zijn allen bij iemand de hele avond thuis hangen en gewoon gezellig doen. In mijn andere vrije tijd tennis ik met een goede vriend en ik kan gewoon niet alle dagen in de week vrij maken om mijn vriendin buiten school om te zien, ik zie haar tenslotte ook al elke dag op school. Vriendschap was voor mij uiteindelijk de reden om er een punt achter te zetten. Ik heb het er erg moeilijk mee gehad en heb mezelf ook afgevraagd, is dit het waard? Maar ik denk uiteindelijk van wel, het is net of er een hele last van mijn schouders is. We zijn nu gewoon vrienden en doen wat alle andere, normale vrienden ook doen, we praten gewoon met elkaar, gaan ook nog wel poolen in de stad zoals we al vaker hebben gedaan. De relatie is verbroken maar de vriendschap niet, en daar ben ik blij om, ik kan niet een relatie verbreken en dan die persoon nooit meer aankijken of aanspreken.

Ik heb de afgelopen tijd ook weer een goed aantal nieuwe vriendschappen opgebouwd. Ik zit sinds een paar maanden in een nieuw groepje voor de tennistraining, een van de jongens daar blijkt dezelfde interesses te hebben als ik en nu zit ik minstens één keer per week bij hem thuis op de bank over alles en niets te praten. Toen het uit was met mijn vriendin was hij een ontzettend goede steun voor me, dit is voor mij een teken dat er een goede vriendschap is, iemand die je helpt door dik en dun is een goede vriend. Omdat vriendschap zo veel voor mij betekent ben ik blij met de vrienden die ik heb, ze steunen me waar nodig, en ik help en steun hen waar nodig. Wat is een leven zonder vriendschappen? Ik denk dat het een hele sombere wereld moet zijn als je er altijd alleen voor staat.

Docenten die lessen geven over vriendschap, liefde of relaties zouden de bovenstaande tekst kunnen gebruiken om leerlingen te vragen hoe ze daarop reageren en wat ze zelf zouden doen.

Dagboek autistische leerling

Vandaag kreeg ik in de les te horen dat ik wat eerder naar huis moest komen. Mijn moeder had vandaag weer een gesprek in het ziekenhuis, dus ik dacht al wel dat het daarmee te maken had. Toen ik thuis kwam, zaten mijn vader en moeder beiden aan tafel en vertelden dat mijn moeder niet meer zou genezen van haar tumor. Ook mijn broer en zusje kwamen nog thuis en kregen hetzelfde te horen.
Iedereen was nogal aangeslagen door het bericht, wat op zich best logisch was. Maar eigenlijk is het ook weer niet logisch. Waarom zou je, dood ga je toch wel een keer. En bovendien, je er zorgen over maken helpt niets. Iedereen weet ook dat het geen nut heeft, maar toch is iedereen behoorlijk down. Hoe komt het dat mensen zo enorm emotioneel worden als het over sterven gaat?
Toch is het niet iets dat de aard van de mens zit. Dieren doen er veel minder moeilijk over als een van hun soortgenoten sterft. En er maar even van uitgaande dat Darwin gelijk had, is dit dus iets dat de mens zichzelf heeft aangedaan.
Maar waarom houdt iemands dood mensen dan zo bezig? Waarschijnlijk is het vooral het vooruitzicht dat iemand er niet meer zal zijn dat pijn doet, maar ook hiervoor geldt dat dat moment er toch komt, of je je er nou druk om maakt of niet.
Misschien is het dat mensen bang zijn zonder die persoon niet verder te kunnen. Dat ze er van overtuigd zijn dat de dingen die die persoon deed niet overgenomen kunnen worden door iemand anders. Dan rouwen ze eigenlijk meer om zichzelf dan om de dode.
Of mensen praten het zichzelf aan. Dan worden ze neerslachtig omdat ze steeds maar denken aan dat die persoon er straks niet meer is. Dan krijg je dus een cirkel. Mensen vinden iets verkeerd, omdat ze steeds maar denken dat het vervelend is. Blijft alleen nog over de vraag waarom ze dan denken dat ze het vervelend vinden, of terwijl waar dat cirkeltje begint. Misschien is dat iets wat ze als kind meekrijgen. Dat ze zien dat mensen verdrietig zijn als iemand sterft en dus onthouden dat bij dood verdriet hoort.

Een jongen over afvallen

“Sinds 6 weken heb ik mijn leven totaal overhoop gehaald. Ik heb iets gedaan waardoor ik zelf ben veranderd en waardoor ik gezonder door het leven kan gaan. Ik wil het hier dus ook overgaan hebben: de impact van het afvallen van gewicht.

6 weken geleden ben ik met begonnen met het dieet van Sonja Bakker. Dit heeft de afgelopen tijd veel dingen veranderd in mijn leven en het heeft mij de laatste weken heel erg beziggehouden. Er zijn mij enkele dingen en gevolgen opgevallen waar ik toch veel over na denk. Ik ben in 6 weken tijd maar liefst 13 kilo kwijt geraakt en dit voelt natuurlijk geweldig goed. Ik word overladen met complimenten en mijn zelfvertrouwen heeft een enorme “powerboost” gekregen. Dit verandert heel sterk de kijk die je hebt op bepaalde dingen. Je bent veel vrijer en durft meer en je gaat dus ook veel beter presteren op bijvoorbeeld sport, werk en school. Dit zorgt weer dat je nog meer lof krijgt en nog harder aan je dieet vasthoudt omdat het gewoon een positief resultaat oplevert.

Maar ik heb ook wat nadelen hier van gemerkt. Ik heb me de laatste tijd betrapt op het bijna obsessief bezig zijn met mijn uiterlijk en gewicht. Natuurlijk weet ik dat ijdelheid zonde is en je lichaam goed onderhouden en schoonhouden ook geen overbodige luxe is, toch ben ik wel eens bang dat ik te veel er mee bezig ben. Ik sta dagelijks op de weegschaal, voel me als ik niet gesport heb schuldig, zit met volledige concentratie naar Home-Shopping programma’s te kijken en koop boeken om er beter uit te zien. Het is een menselijke reactie dat je altijd meer wilt alleen in dit geval is het een mooie paradox: ik wil MEER afvallen en MINDER wegen. Ik vind deze “symptonen” best beangstigend. Ik ben absoluut niet bang om anorexia of wat te krijgen alleen ik zie wel dat deze ontwikkelingen wel invloed hebben op mijn denk wijze en de manier waarop ik leef.

Ik kan me nu best of beter voorstellen dat bijvoorbeeld meisjes van 13, onzeker en vol in de puberteit, kans kunnen lopen om eetstoornissen te krijgen. Ze zijn dagelijks bezig met hun lichaam en je staat continu onder druk van modellen die nog dunner en nog knapper zijn als jij. Ik heb nu meer begrip voor deze mensen en denk nu ook dat het een best groot gevaar is. Eerst onderschatte ik het en dacht dat deze mensen uit waren op aandacht. Ik dacht dat ze zich gewoon aanstelden, terwijl ik nu pas weet dat de druk best groot is. je wil steeds meer afvallen en gaat steeds harder je best doen… en dat voor een jongen. Laat staan wat al die ijdele vrouwen wel niet te verduren hebben. Voorlopig ga ik nog even door met afvallen want ik ben er ook nog niet, alleen wanneer ik zo ver ben hoop ik wel te stoppen en dat het geen verslaving blijkt te zijn… dat zou wat zijn, van een eetverslaving naar een dieetverslaving . . .

Het onnut van het levensbeschouwelijke dagboek

Op velerlei manieren heb ik al de loftrompet gestoken van het levensbeschouwelijke dagboek, dat we op onze school ingevoerd hebben als onderdeel van het portfolio levensbeschouwing. Leerlingen hebben er in eerste instantie veel moeite mee, om verder te denken dan de dagelijkse routines. Maar in de loop van de jaren zie je de kwaliteit toenemen en blijken ze steeds verder door te dringen in het web van levensbeschouwelijke vragen en antwoorden.

Niet iedereen is er tevreden over en soms hoor je dat op bedekte toon. Soms is er ook een leerling die haar ongenoegen over wat wij eisen gestalte geeft in de vorm van een levensbeschouwelijk dagboek. Een paradoxale handeling: schrijven in een levensbeschouwelijk dagboek over de onzin van het levensbeschouwelijk dagboek. Tegelijk geeft een dergelijke tekst ook goed weer, dat leerlingen geen moeite hebben om zich uit te spreken en ook niet de angst hebben dat een negatieve opmerking over (elementen uit het) vak levensbeschouwing hen ook een negatieve kwalificatie als punt zal opleveren. Voor ons een bewijs dat zij voldoende veiligheid ervaren om hun zegje te doen.

De tekst van leerlinge J.
Nu begin ik aan het schrijven van mijn 14e levensbeschouwelijk dagboek (als het goed is). Al dertien keer hiervoor ongeveer heb ik een pagina lang vol getypt over hoe ik over een onderwerp denk. Al dertien keer hiervoor heb ik mijn kostbare tijd moeten besteden aan het typen van onzin. Waarom? Dat vraag ik mezelf telkens weer af. Vanaf de eerste klas werden we al gedwongen tot het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek.

Voor een deel kan ik wel begrijpen waarom u ons dit laat doen. U wilt ons laten nadenken over een onderwerp, laat ons nadenken over wat dit onderwerp voor ons betekent en laat ons onze gedachten daarover op papier (in word) zetten. Maar vindt u dit zelf ook niet een beetje tijdsverspilling? U kan dan alles nakijken (wat vast ook niet een van uw leukste bezigheid is) en oordelen of u het wel levensbeschouwelijk genoeg vindt. Ikzelf zou het niet leuk vinden om van tientallen kinderen hun mening over een onderwerp te lezen. Zou het daarom niet beter zijn om het schrijven van levensbeschouwelijke dagboeken af te schaffen?

Als ik eerlijk ben verzin ik maar altijd het een en ander bij het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek. Nadenken over levensbeschouwelijke onderwerpen doe ik toch al wel. Hoe belangrijk is liefde voor mij? Heb ik behoefte aan een vriendje? Zal de kredietcrises ooit effect hebben op mij? Bestaat de Kerstman? Iedereen denkt wel eens na over levensbeschouwelijke onderwerpen is het dan echt zo nodig dat wij deze opschrijven en inleveren? Over bepaalde onderwerpen kan ik echt goed praten en denk ik veel over na maar zal ik nooit in een levensbeschouwelijk dagboek zetten. Sommige dingen zijn gewoon privé en daar heeft een leraar niets mee te maken. Dus vandaar dat ik telkens weer een of ander onderwerp tevoorschijn moet toveren en er weer een verhaaltje omheen moet verzinnen en een stuk erbij schrijven wat dat onderwerp nou voor mij betekent.

Na een pagina (met een zo groot mogelijk lettertype en een heel grote titel zodat ik een pagina vol krijg) vol te hebben geschreven lever ik het in. U kijkt het daarna na en er is weer kostbare tijd verspild voor ons beide. Een week later weet ik niet eens wat ik ook alweer had gezegd in het levensbeschouwelijke dagboek en twee weken later weet ik niet eens meer het onderwerp. Misschien dat u nog een levensbeschouwelijk dagboek gebruikt voor de Keten en u er hier en daar nog een aantal bewaart omdat u deze geniaal vind. De rest verdwijnt in een map op uw computer tussen de rest van de bestanden.

Het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek is en zal voor mij gewoon tijdsverspilling blijven en het beste lijkt mij het afschaffen van het schrijven van levensbeschouwelijke dagboeken. Als u mijn gedachtes en meningen over iets wilt weten kunt u dat ook gewoon in de klas vragen. Maar als u het echt zo nodig vindt om ons al die moeite te laten doen om onze gedachte op papier te zetten en u daar blij van wordt… dan wil ik best nog twee jaartjes een kantje voltypen met onzin!

Het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek

Mensen schrijven dagboeken. Veel leerlingen doen dat ook, soms gedurende lange tijd, soms af en toe, soms zoveel als ze kunnen. In een dagboek beschrijf je de gebeurtenissen van elke dag die je meegemaakt hebt, dingen die belangrijk voor je zijn geweest en die indruk op je gemaakt hebben.

Als je opschrijft wat er zoal van dag tot dag gebeurd is, schrijf je een gewoon dagboek. Je zou het kunnen vergelijken met een krant, maar dan een persoonlijke. Afhankelijk van je interessen filter je de dingen die je meemaakt. Het dagboek van een modebewuste meid zal er zeker anders uitzien dan het dagboek van een NAC-aanhanger. De laatste ziet weinig modetrends en schrijft er dus ook niet over, terwijl de eerste niets zal vermelden over de voetbalwedstrijden waar haar vader en broer heengaan. Het kan dus zijn dat twee mensen die samen op stap gaan en over die dag een dagboek schrijven, twee totaal verschillende verhalen over die dag te vertellen zullen hebben.

Op een bepaalde manier is dat natuurlijk al een vorm van levensbeschouwing. Als levensbeschouwing gaat over de waarden, zingevende zaken en datgene wat mij raakt in mijn binnenste, is het duidelijk dat de keuzes die iedereen maakt in zijn of haar dagboek een levensbeschouwelijke keuze is. Bezig zijn met de eigen privé –omstandigheden is een keuze, schrijven over de mensen om je heen is een andere keuze. Je kunt je laten leiden door geld, maar ook door je medelijden. In beide gevallen levert het een ander dagboek op.

Als je iemand vraagt een week een dagboek bij te houden en het resultaat aan het eind is een opsomming van alles wat geld gekost en opgeleverd heeft, dan hebben we te maken met een levensbeschouwelijk dagboek. Als je iemand vraagt een week alles te benaderen vanuit een financieel gezichtspunt, krijgen we een economisch of financieel dagboek. In het eerste geval heeft iemand zijn eigen persoonlijke = levensbeschouwelijke bril opgezet en die heeft nogal wat financiële aspecten. In het tweede geval heeft iemand zijn levensbeschouwelijke bril afgezet en een financiële opgezet. Dat maakt nogal wat verschil.

Wat we in de opdracht van het levensbeschouwelijk dagboek van je vragen is een stukje dieper te duiken. Je maakt elke dag dingen mee. Die kun je als vanzelfsprekend aannemen en verder gaan. Je kunt ook je verwonderen over die dingen die je meemaakt en als het ware de waaromvraag stellen. Je staat elke dag op. Waarom zou je opstaan? Wat betekent het feit dat je opstaat? Doe je dat omdat je denkt een goede dag te zullen meemaken? Doe je het omdat je gedwongen wordt door anderen? Vind je blijven liggen zonde van je tijd, want je hebt wel betere dingen te doen? Wat zou er gebeuren als je vaker bleef liggen? Ben je dan tevreden met jezelf? Past dat bij je eigen kijk op jezelf? Als je vaak het idee hebt dat je beter in bed kunt blijven, wat zegt dat dan van jezelf? Zal iemand die met een redelijk enthousiasme de nieuwe dag begroet anders antwoorden op de vraag “Wie ben ik?” dan iemand die het liefst diep onder zijn dekbed zou willen wegkruipen?

Zo zie je dat het zogenaamd vanzelfsprekende eigenlijk totaal niet vanzelfsprekend is. Natuurlijk begrijpen we goed dat je niet bij iedere handeling je de ‘waaromvraag’ moet gaan stellen. Dan zou je nooit meer tot handelen komen. Maar het kan geen kwaad zo nu en dan vraagtekens te stellen bij de dingen die zogenaamd normaal zijn. De mooiste denkbeelden, de fraaiste kunstwerken en de handigste uitvindingen zijn het resultaat van het steeds stellen van de vraag “waarom zou ik het zo doen, kan het niet anders, beter?” De kans is beslist aanwezig, dat ook jij andere ideeën krijgt waar je later blij mee bent als je je aanleert de waaromvraag wat vaker te stellen.

Allerlei vragen

Als je zo naar een dag kijkt, komen er allerlei zaken naar boven, die met je eigen leven te maken hebben en best belangrijk zijn. Ik geef enkele voorbeelden:

• Wat betekent het al dan niet in een prettig gezin op te groeien?

• Wat betekent vriendschap voor me?

• Waar liggen de grenzen van vriendschap?

• Wat heb ik voor mijn toekomst over?

• Ben ik in staat nee te zeggen tegen zaken die mijn vrienden voorstellen en die ik eigenlijk afwijs?

• Levert overdadig alcoholgebruik in het weekend iets op?

• Hoe tolerant ben ik?

• Wat geef ik om de zorgen van een ander?

• Waaruit blijkt dat mijn ouders van me houden?

• Heb ik enig idee wat voor mij een passend beroep is?

• Wat wil ik van een relatie?

• Hoe belangrijk zijn jongens/meisjes voor me?

Schematisch gesproken zou een levensbeschouwelijk dagboek er als volgt uit kunnen zien:

• Je noemt een aantal zaken die er die dag gebeurd zijn;

• Je stelt jezelf enkele vragen bij die zaken die levensbeschouwelijk gekleurd zijn;

• Je beantwoordt die vragen in enkele regels.

Toch is dat niet het niveau wat we van je verwachten. Het dagboek dat met de meeste lof gaat lopen ziet er volgens ons als volgt uit:

• Je schrijft over een of twee vragen/ideeën die voor jou aanleiding zijn om het levensbeschouwelijke dagboek te schrijven;

• Je geeft aan welke gebeurtenissen aanleiding tot die gedachten waren;

• Je werkt je vraag/vragen uitgebreid uit.

Dat betekent dat we liever een vraag diepgaand beantwoord zien dan drie vragen min of meer oppervlakkig. De oppervlakkige manier levert nooit meer op dan 5,8; voor de diepgaande benadering gaan we graag stukken hoger.

Eisen

• Zet bovenaan de pagina ‘levensbeschouwelijk dagboek’ en het nummer van je dagboek ( 1, 2 ….5)

• Geef het dagboek een titel, zodat de lezer weet waar het over gaat;

• Zet daaronder de datum

• Zet daaronder je naam en klas

• Schrijf vervolgens de tekst van je dagboek: omvang 1 pagina tik, Times 12, regelafstand 1 en normale kantlijnen (circa 22 mm aan beide zijden)

• Schrijf na je tekst op, of de docent de tekst mag gebruiken als voorbeeld van een goed dagboek, zodat anderen erdoor op ideeën gebracht kunnen worden. Als het wel mag, maar zonder naamsvermelding, noteer dat dan ook hieronder.

Voorbeelden

Een dagboek dat iedereen wel kent, maar waarschijnlijk niet algemeen gelezen is, is het dagboek van Anne Frank. Ze schrijft er in over de gebeurtenissen in het achterhuis waar enkele gezinnen tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zijn. Ze vertelt over de dagelijkse lusten en lasten, maar regelmatig schrijft ze ook wat wij hierboven het echte levensbeschouwelijke dagboek hebben genoemd. Wil je enkele stukken daarvan lezen dan moet je in het boek naar de volgende datums kijken:

• Zaterdag 7 november 1942

• Zondag 11 juli 1943

• Vrijdag 24 december 1943

• Zondag 2 januari 1944

• Donderdag 6 januari 1944

• Dinsdag 7 maart 1944

• Vrijdag 28 april 1944

• Dinsdag 1 augustus 1944 (de laatste dag van het dagboek)

Voorbeeldstukjes

“Mijn ouders hadden ruzie vanochtend. Ik weet eigenlijk amper nog waar het over ging, maar het knalde behoorlijk in huis. Mijn vader is met een kwade kop weggereden en heeft mijn moeder niet eens een zoen gegeven. Het lijkt wel of de ruzies steeds vaker voorkomen en ze elkaar steeds minder aardig gaan vinden. Ik durf niet te vragen of ze uit elkaar willen gaan. Daar moet ik echt niet aan denken. Je bent dan alles kwijt waar je zovele jaren aan gehecht bent geraakt. Mijn leven zou ineens veranderen. Twee verschillend plekken waar een ouder woont, ik zou me net een nomade voelen, die van de ene plek naar de andere trekt. Waar ben je dan eigenlijk thuis? Bij geen van beiden? Betekent dat dan, dat je je steeds minder prettig bij de andere ouder gaat voelen? Als ik de verhalen van enkele klasgenoten hoor, dan gaat het ruzie maken ook na de scheiding nog gewoon door. Bij je moeder moet je dan horen over de rotkanten van je vader en omgekeerd. Terwijl je er eigenlijk helemaal niets mee te maken hebt. Het is toch hun relatie die op de klippen is gestrand; ik ben alleen maar het kind, van wie ze gewoon moeten houden, meer niet………..”

Tijdens de studieles zijn we bezig geweest met het nadenken over wat de beste opleiding voor ons is. Ik zit met een mooi probleem; ik wil iets worden waar ik volgens sommige leraren geen capaciteiten voor heb. Mijn hartenwens is om kinderarts te worden, maar ik zit op de havo. Ik ben redelijk goed in de exacte vakken, maar de decaan zegt dat ik voor de universiteit wel een vwo diploma nodig heb. Ik vraag me soms af of ik al die tijd en moeite er wel in wil stoppen, of het de moeite waard is. Maar tegelijk denk ik, dat ik het nooit zal halen als ik op deze manier al ga twijfelen. Wil ik een kans maken, dan moet ik me in dat toekomstideaal vastbijten en doorgaan tot ik het werkelijk gehaald heb of duidelijk is geworden dat het voor mij een onbereikbaar ideaal is. Als ik er niet voor ga, zal ik nooit weten of ik het eventueel kan halen. En als ik dan dertig ben, en denk: “waarom ben je niet doorgegaan?” kan ik het me de rest van mijn leven blijven verwijten. ….”

Het geheim van geluk

Geluk vinden is een van de moeilijkste opdrachten die mensen zichzelf opgeven. Want wanneer vind je dat geluk? En het belangrijkste: hoe vind je geluk? Geluk is voor ieder mens anders. De een wordt gelukkig van het zien van een bijzondere bloem, auto of film. De ander van familie of vriendschap. Geluk is niet iets wat op een dag voor je deur staat om het te kunnen ontvangen. Geluk is zeker geen toeval. Gelukkig worden kun je alleen maar zelf regelen. Geluk vinden dus ook. Maar dat is moeilijk want mensen zijn gewend zichzelf altijd te vergelijken met anderen, en te streven naar perfectie. En misschien moet dat juist even worden weggelaten om ruimte te maken voor geluk. Want geluk betekent niet dat alles perfect is, het is puur blij zijn met wat je hebt en waar je van houdt. En toch… is dat het dan? Er zijn zoveel mensen die blij zijn met wat ze hebben. Maar zijn zij ook gelukkig? Is geluk niet veel groter of ingewikkelder? Wat is het geheim van geluk?

Een verhaal:

Een koopman stuurde zijn zoon naar de wijste aller wijzen om het geheim van het geluk te leren kennen. De jongen liep veertig dagen door de woestijn, tot hij bij een prachtig kasteel boven op een berg kwam. Daar woonde de wijze die de jongen zocht. Maar in plaats van een heilige aan te treffen, stapte onze held een zaal binnen waar een enorme bedrijvigheid heerste: kooplui liepen in en uit, in alle hoeken stonden groepjes mensen te praten, een klein orkest speelde lieflijke melodieën, en er was een rijke dis aangericht met de verrukkelijkste gerechten uit dat deel van de wereld. De wijze praatte met iedereen en de jongen moest twee uur wachten voor hij aan de beurt was. De wijze luisterde aandachtig naar de reden van de komst van de jongen, maar zei dat hij op dat moment helaas geen tijd had om hem het geheim van het geluk uit te leggen. Hij stelde hem voor een wandeling door het paleis te maken en twee uur later terug te komen. “Ik wil je echter wel iets vragen,” zei de wijze tot slot, terwijl hij de jongen een theelepel overhandigde waaraan twee druppels olie hingen. “Ik wil je vragen deze lepel onder het lopen zo vast te houden dat de olie er niet afvalt.” De jongen begon de trappen van het paleis op en af te lopen, met zijn ogen strak gericht op de lepel. Na twee uur keer hij terug naar de wijze. “En,” vroeg die, “heb je de Perzische tapijten in de eetkamer gezien? En de tuin waarover de meester der hoveniers tien jaar heeft gedaan? En de schitterende perkamentrollen in mijn bibliotheek?”

Beschaamd bekende de jongen dat hij niets gezien had. Zijn enige zorg was geweest de druppels olie niet te morsen die de wijze hem had toevertrouwd. “Ga dan terug en maak kennis met de wonderen van mijn wereld,” zei de wijze. “Je kunt een man niet vertrouwen als je zijn huis niet kent.”

Al wat kalmer geworden pakte de jongen de lepel en begon opnieuw door het paleis te wandelen, maar dit keer lette hij op alle kunstwerken die aan het plafond en de muren hingen. Hij zag de tuinen, de bergen rondom, de pracht van de bloemen, de geraffineerde plaatsing van de kunstwerken. Toen hij terugkwam bij de wijze bracht hij gedetailleerd verslag uit van wat hij had gezien. “Maar waar zijn de twee druppels olie die ik je heb toevertrouwd?” vroeg de wijze. De jongen keek naar de lepel en merkte dat hij die gemorst had.

“Dit nu is de enige raad die ik je kan geven,” zei de wijste aller wijzen. “Het geheim van het geluk schuilt in het kijken naar alle wonderen van de wereld zonder ooit de twee druppels olie op je lepel te vergeten.”

Uit: De alchemist, Paulo Coelho

Onmogelijk! Is het eerste wat ik dacht, na dit verhaal. Een mooi verhaal is het, maar onuitstaanbaar. Hoe is geluk nu te vinden volgens de tekst? NIET! Hoe kun je de olie op je lepel in de gaten houden en tegelijkertijd de wonderen van de wereld volgen?

Toch wel: Balans, was mijn conclusie. Er moet evenwicht zijn tussen de lepel en de wereld. Je moet niet alleen een levensgenieter zijn, die niets om regels geeft en alleen maar doet wat hij wil zonder ooit verantwoording te nemen. Ook niet alleen de keurige zakenman die niets anders doet dan werken, werken en werken om láter als hij met pensioen zal gaan te genieten van zijn leven. Maar een tussenvorm zien te vinden. Een mens proberen te zijn die geniet van het leven, maar ook verantwoordelijkheid op zich durft te nemen en denkt aan de mensen om hem heen. Overal moet je als mens eigenlijk een balans in zien te vinden. Tussen gezond en ongezond eten, tussen je goede en slechte eigenschappen, tussen je lichaam en je geest, kortom een balans in heel je leven.

Omdat te kunnen bereiken moet je jezelf goed kennen, zodat je juiste keuzes kunt maken. Positief denken lijkt me ook belangrijk bij het op zoek gaan naar geluk. Als je positief blijft stimuleert je dat om door te zetten. Je laten inspireren of helpen door mensen om je heen helpt misschien ook bij het zoeken van geluk, en naar het vinden van balans. Misschien is het geheim van geluk een lastige opgave, die je alleen samen kunt oplossen. Want als de één nu de lepel in de gaten houdt, kun jij genieten van de wereld en af en toe wissel je eerlijk om.

[Aniek W. V5 2007]

Waarom sneed ik mezelf?

De levensbeschouwelijke dagboeken van leerlingen zijn een onuitputtelijke bron van kennis van die leerlingen, maar ook doorkijkjes in het leven van onze leerlingen die soms met zaken zitten waar volwassenen geen weet hebben. Een voorbeeld is het volgende levensbeschouwelijke dagboek van José [niet haar echte naam], die in anderhalve pagina getuigenis aflegt van haar strijd tegen een negatief zelfbeeld en de manier waarop ze met veel moeite er weer bovenop gekomen is. Toen ik haar vroeg om toestemming om dit dagboek te publiceren, reageerde ze heel positief en schreef: “Ik vind dat het belangrijk is dat mensen weten dat je uit elke dal kan komen.”

Ik denk zelf dat haar verhaal ook goed te gebruiken is om in een klas haar vechten, zichzelf de schuld geven en andere herkenbare zaken aan de orde te stellen.

Een andere manier zou kunnen zijn om de tekst aan leerlingen voor te leggen en hen te vragen een brief vanuit henzelf aan José te sturen. De teksten van de brieven kunnen dan

* in groepjes met elkaar besproken worden als er voldoende veiligheid is;

* door de docent verzameld en gelezen worden en vervolgens enkele veelzeggende reacties anoniem in de klas aan de orde gesteld worden. Voor alle veiligheid is het mogelijk een idee de reacties van leerlingen uit de ene klas te gebruiken in een andere.

Mocht iemand van José’s tekst gebruikmaken, dan houd ik me aanbevolen voor een selectie uit de reacties, uiteraard om die aan mijn dappere leerlinge door te geven.

Haar tekst:

Ik begin mijn verhaal bij het begin en dat is de basisschool.

Op de basisschool werd ik gepest, bijna elke dag. Ik had maar twee vriendinnen, maar dat waren eigenlijk ook niet echt vriendinnen. Ze wilden wel met me omgaan, maar ze kozen toch voor de groep die mij pestte. Ik heb het nooit durven te zeggen, want ik schaamde me daar voor. In groep 5 kreeg ik een bril en toen werd ik alleen nog maar meer gepest. Ik snapte niet waarom ik werd gepest. Waarom was ik dan zo anders dan de rest? Door de onzekerheid en de wil om geaccepteerd te worden dacht ik dat het aan mijn uiterlijk lag, maar hoe vertel jij je ouders dat je andere kleren wil? Dat kon dus niet. Dus ik ging harder leren. Toen werd ik de stuud, dus dat had ook al geen effect. Dus ik ging afvallen. Toen zat ik in groep 7. Ik was 10. En ik begon met afvallen. Mijn ouders hadden het toen nog niet door. Maar er kwam geen effect, ze bleven me pesten. Dus in groep 8 pakte ik het afvallen anders aan. Ik snoepte niet meer en ik at nog maar 1 boterham in de middag en de spullen die ik had mee gekregen naar school, at ik niet op. Want ze mochten me niet zien eten. Toen zagen de mensen dat ik ging afvallen. Ik kon me alleen nog maar op mijn gewicht focussen. Mijn ouders werden bezorgd en mijn zus en leraar ook. Maar ze konden er niets aan doen.

Toen kwam ik op het middelbaar onderwijs. Ik dacht dat als ik nog wat meer zou afvallen, dat ik dan hier wel vrienden zou maken. Dus ik bleef afvallen. En inderdaad, ik kreeg vrienden. En ze vonden het geweldig dat ik zo dun was. Maar was ik wel zo dun? Ik begon meer te twijfelen en at ook nu niet meer in de grote pauze, bang dat ze me vies zouden vinden omdat ik at. Mijn moeder kwam erachter en die werd boos door de angsten. Ik at al wat meer, maar ik werd zwaarder, dus ik wilde weer afvallen. Dus dat deed ik ook.

In de tweede ging ik veel om met Mascha en Liesbeth. En ik was nog steeds heel dun. Maar mijn gewicht was gestegen. Ik kreeg vormen, maar dat maakte me niet uit. Ik maakte me zorgen om mijn gewicht. In het begin van de tweede kreeg in een vriend. En dat is de jongen die mij had aangerand. Ik had het tegen niemand verteld, net als het feit dat ik werd gepest op de basisschool. Maar de mensen bleven vragen waarom het uit was. Ze konden er maar niet over ophouden. En toen had ik het na drie maanden huilend verteld. Ze konden het niet geloven. Ik ben daarvoor een tijdje bij de counselor geweest. Ik gaf mezelf de schuld. Waarom had ik hem niet tegen gehouden? Waarom had hij mij als doelwit gekozen? Was ik dan echt zo makkelijk om verliefd te laten worden? De vragen spookten door mijn hoofd, maar er kwamen geen antwoorden op. Ik zie die jongen nu nooit meer. Gelukkig maar. Maar sindsdien ben ik begonnen met snijden. Maar waarom? Komt het door die aanranding? Of door de pesterijen? Ik stelde me voor alles wat fout ging, verantwoordelijk. En mensen vonden dat wel handig, het was toch altijd José’s fout. Dus laten we haar standaard maar de schuld geven. Mascha en Liesbeth hadden geen idee wat er allemaal in mijn hoofd rondspookte. Dat hebben ze ook nooit geweten of begrepen. Ze zagen niet dat ik dood ging van binnen. En doordat ze het niet zagen, stond ik er helemaal alleen voor, want ik vond het beschamend om hulp te zoeken. Dus ik bleef in een vicieus cirkeltje en kwam er niet meer uit. Ik zakte er alleen nog maar verder in. Toen had ik heel veel doodswensen. En ik zag de leuke dingen van het leven niet meer. Iedereen om mij heen was gelukkig, maar ik kon niet begrijpen waar ze het over hadden. Ik heb alleen geluk gevoeld toen ik nog heel klein was. Toen ik nog veilig bij m’n moeder thuis was.

Mascha en Liesbeth en andere mensen vonden het wel leuk om mij afgelopen schooljaar in de uitwisseling met Italië slet te noemen. Ik had toen een vriend. En ik had in Italië sjans van een Italiaan. En toen was ik in hun ogen een slet. Ik vond het nergens op slaan, want zoiets zeg je niet over een persoon en al helemaal niet over een persoon die je een vriendin noemt. Dus ik heb ze laten vallen. Ze deden nog stommer tegen mij dan ooit. Ik voelde me heel slecht en gaf mezelf er de schuld van. Dus ik zat weer in de zoveelste dal en ik sneed weer en ik ging weer afvallen. De mensen waar ik nu mee omga hielpen mij uit die dal. En gaven mij het gevoel dat ik voor de eerste keer in mijn leven echt geaccepteerd werd door mensen buiten mijn familie. Ze gaven mij weer zelfvertrouwen en hadden geen voorwaardes aan hun vriendschappen. Ik ben ze nog steeds dankbaar voor. Maar ik trek me nog steeds alles van iedereen aan. Ik trek de schuld nog steeds onbewust naar mezelf. En daardoor heb ik nog wel van die dagen dat ik liever dood ben dan levend. Maar ik begin telkens meer dingen te zien, die positief op mij inwerken. Net als de kleine dingen die mijn vrienden tegen mij zeggen.

Mijn ouders heb ik het een maand geleden verteld. En toen heb ik ook verteld over de pesterijen op de basisschool. Mijn moeder wist al wel van de aanranding, maar mijn vader nog niet. En ook dat heb ik hem laatst verteld. Ze schrokken, maar vonden het fijn dat ik het vertelde. Maar vonden het wel jammer dat ik niet eerder ermee was gekomen, want dan konden ze me helpen, zeiden ze. Maar ze weten ook dat ik me niet liet helpen.

Ik kijk bijna dagelijks naar mijn littekens op mijn linkerpols en mijn rechterbovenbeen. Dan denk ik terug aan de momenten dat ik dat had gedaan. En ik heb er geen enkel spijt van. Uit elke dal ben ik sterker terug gekomen. En als ik naar die littekens kijk, zie ik de momenten weer voor me, en de redenen waarom ik sneed. En dan kijk ik naar de geweldige vrienden die ik nu heb. En zie dat ik nu eerlijk kan zeggen; ik ben gelukkig. Want ik heb de mensen gevonden die mij respecteren en accepteren om hoe ik van binnen ben en niet om hoe ik eruit zie. En daar ben ik heel erg dankbaar voor.
[LIA 107 – 31-5-2009]

Wicca in havo 3

Levensbeschouwelijke dagboeken laten vaak onverwachte kanten van leerlingen zien. Ik was ook heel verrast dat een tengere, schuchtere en dromerige jongen uit havo 3 zich in zijn levensbeschouwelijk dagboek ineens ontpopte als een aanhanger van Wicca. Hij beschreef zijn ideeën op de volgende manier:

Op mijn twaalfde wilde ik van alles weten over geesten oproepen en zo, en toen zag ik een keer het woord Wicca, gelezen op een website en zo ging ik meer lezen over Wicca want ik wilde er meer van weten. Toen ik wist dat het een religie is gebaseerd op het goddelijke van de natuur en jezelf wilde ik mezelf gaan inwijden. Nou had ik een vriendin die al aan Wicca deed maar ook nog niet ingewijd was en zij wilde zichzelf ook inwijden en mijn broer en mijn vriendin wilden zich óók al inwijden en dus hebben we onszelf ingewijd in een stuk bos in de buurt. Nu zijn we officieel Wiccans.

Ik wilde vooral Wiccan worden omdat het een heel vrije religie is, je mag alles doen zolang je maar niet iemand anders of de natuur ermee schaadt. Dat is voor mij het belangrijkste, een geloof waarbij je (bijna) alles mag en waarbij je alleen word tegengehouden door je eigen verbeeldingskracht. Want bij Wicca werk je vooral met verbeeldingskracht waarmee je energieën andere richtingen opstuurt. Dat is magie.

Een belangrijk onderdeel van Wicca zijn de jaarfeesten, ook wel sabbats of esbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin. De Sabbats zijn jaarfeesten die vroeger ook van belang waren bij de natuur, zo was Yule de kortste dag van het jaar, bij Yule vieren we de zonnewende, de dagen worden weer langer. Zo heeft ieder feest een betekenis, en ik probeer ze allemaal te vieren, maar soms vergeet ik er een en dan steek ik maar gewoon wat wierook (wierook = Heilige rook) op. De Esbats zijn de vollemaansfeesten, er zijn er in totaal 13, en bij deze feesten roepen Wiccans de krachten van de maan (het is bewezen dat ze echt bestaan, denk maar aan eb en vloed) aan om zichzelf ‘op te laden’ en nieuwe energie voor de komende maand te krijgen. Ik heb tot nu toe één keer een Esbat meegevierd en ik vond het heel erg leuk om onder volle maan dat ritueel te doen. Ik heb het daarna ook meteen in mijn Boek de Schaduwen gezet, dat is een boek dat iedere heks heeft en waar ze hun rituelen, gedichten en ervaringen opschrijven.

Houdt de Wet van 3 in Ere,

Driemaal zullen Uw daden wederkeren.

Leer deze Wet, en leer hem goed,

dat wat je zaait, je ook oogsten moet.

Dat is de wet van drie, wij geloven dat alles wat je doet drie keer zo hard bij je terugkomt, dus als je iets goeds doet, zul je er ook iets goeds voor terug krijgen, maar als je iets slechts doet, dan krijg je er ook iets slechts voor terug.

Nog een reden waarom ik Wiccan werd: het groepsgevoel om samen met mijn vrienden (die ook Wiccan zijn) de feesten mee te feesten, dat vind ik heel belangrijk, om samen iets te doen.

Ik heb al een paar keren geprobeerd om in contact te komen met mijn gids, ook wel beschermengel genoemd. Maar het is me nog geen enkele keer gelukt om écht in contact te komen, maar er is wel een keer een kaars zomaar uitgegaan terwijl ik niet eens blies of wat dan ook.

Ik hoop dat ik nog heel lang een goede Wiccan zal zijn. Blessed be.