Categoriearchief: levensbeschouwelijk dagboek

Over het levensbeschouwelijk dagboek

Volwassen worden
Als je naar mijn levensbeschouwelijke dagboeken, gaan deze in de onderbouw over vriendschap, respect en de toekomst, ze zijn kort en behoorlijk vaag. In de vierde schreef ik over ‘de zinloosgeweld-tegel’ en de liefde gebruikmakend van de teksten van Hans Teeuwen. Dit jaar ging het over gedichten en de labiele mens. De theorieën werden complexer, meer doordacht en langer. Ik denk dat zeker de levensbeschouwelijke dagboeken goed mijn ‘ontwikkeling’ van de derde naar de vierde laten zien. Het is misschien cliché om heel de tijd over volwassen worden te praten, maar het voelt echt alsof ik in de vierde opeens mezelf, mijn echte ik heb gevonden. Het meisje wat ik graag wilde zijn en zich niet meer naar de ‘regels’ van de skater/alternatieve jongeren probeerde te vormen. Het was niet zo dat ik opeens de rebelse tiener werd die overal schijt aan had, maar iemand die ‘eindelijk’ zijn ware ‘identiteit’ (zo klinkt het nogal maffia) laat zien.

Dagboek als persoon
Ik ben heel blij eigenlijk met het feit dat we levensbeschouwelijke dagboeken moesten schrijven. Ik kon daar mijn verhaal in kwijt en hoefde niet na te denken over wat ik erin schreef. Ik kon de volledige waarheid er in kwijt en hoefde niks weg te laten. Want in het normale leven kan je niet tegen je vrienden alles vertellen en je echte gevoelens helemaal uitleggen. Ik kon dat wel mooi in de levenbeschouwelijke dagboeken omdat u bijna niets weet van mijn privé leven en het daarom ook niet boeiend is (voor mij) wat ik u vertelde omdat u er toch bijna niets van afwist en ook niet hoe ik normaal er over deed of sprak. Ik heb de dagboeken als een soort persoon gezien waar ik mijn verhaal aan kwijt kon en mijn echte gevoelens aan kon vertellen.

Op een rijtje zetten
Zoals ik al schreef hebben de levensbeschouwelijke dagboeken mij erg geholpen bij bepaalde gebeurtenissen. Mijn dagboeken in de eerste en tweede klas waren enorm slecht omdat ik ten eerste niet goed snapte waarom we dat nou ingodsnaam zouden moeten maken en ten tweede dacht ik er niet zo over na. Ik schreef gewoon op wat ik ging doen en wat ik had gedaan en klaar was kees dacht ik. Gelukkig ging ik daar in de 4e en 5e wel anders over denken. In deze periode gebeurde zijn er een paar dingen in mijn leven gebeurd waar je toch wel over na gaat denken. De Dagboeken hielpen mij daarbij. Ik kon ten eerste mijn hart erin luchten, en ten tweede de vragen die in mijn hoofd rond spookte op papier zetten. Het feit dat ik dat kon doen heeft mij enorm deugd gedaan.

Steeds serieuzer
De eerste dagboeken van mij waren best kinderachtig en als ik ze lees denk ik: ik ben volwassener geworden. Ze werden steeds serieuzer naarmate ik ouder werd. En ze begonnen ook ergens over te gaan. Ik wist eerst nooit waar ik over moest schrijven, maar later kwam het vanzelf. Er is altijd wel een keuze in je leven. En daar kan je dan misschien een goed levensbeschouwelijk dagboek over schrijven. Ik zou nu nog wel dagboeken kunnen schrijven. Vroeger ging dat heel moeilijk dus ik denk dat ik wel vooruitgegaan ben. Ik denk dat ik meer mijn gevoelens kan uiten en dat ik mijn mening durf te geven. ik denk dat bij veel personen dit in het begin heel moeilijk is. alles is nieuw en je bent opeens best ver weg van je veilige huis. Je kent allemaal nieuwe mensen en het is in het begin allemaal wennen. Ik heb al mijn levensbeschouwelijke dagboeken bewaard en het is erg grappig om ze terug te lezen!

Frustraties
De levensbeschouwelijke dagboeken waren het enige waar ik echt mijn frustraties in kwijt kon. Het was de simpelste opdracht, maar wel de opdracht waar ik het meest aan heb gehad. Daar kun je dus als leraar ook je vraagtekens bij zetten, of de overige opdrachten wel goed genoeg waren.

Opluchting
Veel conclusies kan ik trekken uit de verschillende levensbeschouwelijke dagboeken die ik geschreven heb. Ik ben erachter gekomen dat ik door middel van de levensbeschouwelijke dagboeken mijn problemen beter op een rij kon zetten en beter wist wat er allemaal in mijn hoofd omging enz. Ik heb echt van die dagboeken geleerd, ook heb ik geleerd om gewoon over mijn problemen of gedachtes te kunnen praten. Nou ja, het is niet echt praten maar het voelde in ieder geval dat ik ergens mijn ei kwijt kon. Als een soort opluchting heb ik die dagboeken geschreven. Vaak kwamen er veel emoties naar boven als ik zo een dagboek schreef, maar achteraf ben ik daar blij mee geweest, ik heb mezelf eventjes geuit. Dat deed me goed. Ik heb dus goed geleerd hoe mijn gedachtes, gevoelens, emoties en mijn leven er voor stonden op zo een moment. Vaak had ik niet leuke onderwerpen waarover ik schreef, maar op een of andere manier vind ik dat ik mezelf dingen duidelijk kon maken. Zodat alles in mijn hoofd op een rij kwam staan en dat ik er niet zo veel meer aan hoefde te denken omdat alles netjes gesorteerd was en vooral omdat het ‘op papier’ stond. Dat lucht gewoon op. Mijn definitieve conclusie is dus dat ik erg veel van mezelf te weten kom door middel van het schrijven van de levensbeschouwelijke dagboeken.

Ik heb een eetprobleem

Al weer enkele jaren laten we leerlingen iedere periode een levensbeschouwelijk dagboek schrijven. De leerlingen bewaren die met andere producten om aan het eind van hun levensbeschouwelijke loopbaan op het Newmancollege een retrospectie te maken. Een van mijn leerlingen heeft gedurende drie jaar regelmatig aandacht geschonken aan haar eetprobleem en laten zien hoe ze ermee worstelde, wat het voor haar zelfbeeld betekent en hoe ze er uit is gekomen. Wie lessen geeft over lichaam en zelfbeeld, heeft mogelijk iets aan de ervaringen die hieronder verteld worden. Mocht je er iets mee doen, laat het dan even weten: ik heb mijn leerlinge beloofd dat ik door zou geven als haar schrijfsels ergens gebruikt zouden worden.

18-02-2004
Het is vandaag woensdag. Vandaag was de dag dat ik aan mijn moeder ging vertellen van mijn eetprobleem. Mijn moeder wist nog van niets. ‘s Ochtends was dat eigenlijk wel raar. Zij was gewoon met de normale dingen bezig die ze elke dag doet. Ik natuurlijk ook, maar ik met een heel ander gevoel dan zij. Zij wist natuurlijk ook nog niet waarom ze met mij naar de GGD moest, dus ze had ook wel een raar gevoel, maar ik vond het heel spannend. En wilde het eigelijk niet. De GGD had mijn moeder erbij gehaald, maar ik wilde dat niet, toch had ze het gedaan. Als ik daarover na ga denken word ik heel boos op de GGD, want ze blijven wel altijd schijnheilig zeggen dat ze beroepsgeheim hebben maar daar heb ik nu dus niets van gemerkt. Maar als ik via hun ogen ga kijken, dan snap ik wel waarom ze mijn moeder erbij betrokken hebben. Alleen mijn moeder kan mij helpen van een eetprobleem af te komen.

Om 16.00 hadden we de afspraak. Mijn vriendinnen konden die dag aan me merken dat ik het er moeilijk mee had. Ze waren de laatste weken heel lief voor me geweest sinds ze wisten van mijn eetprobleem. Dat is zo fijn om te zien hoeveel je vriendinnen dus eigenlijk om je geven. Ze wensten me heel veel succes toen ik wegging. In de auto zeiden mijn moeder en ik niet veel tegen elkaar, we hadden allebei dat bepaalde gevoel van spanning.

Bij de GGD binnen hebben we – GGD en ik – alles verteld aan mijn moeder. Ze moest ervan huilen. Daar kreeg ik heel veel verschillende gevoelens bij. Ten eerste dat ik het zo erg vond wat ik haar had aangedaan en eigenlijk alleen maar aan mezelf heb gedacht. Daarna voelde ik weer blijdschap omdat ik zag dat mijn moeder zoveel om me gaf.

Daarna moest ik veel gaan nadenken, over hoe ik komende weken verder wilde gaan. Had ik het er voor over om weer normaal te gaan eten? Kon ik het aan om weer iets aan te komen? Kon ik proberen om op een dag toch weer iets te eten en dat dan niet uit te kotsen? Wilde ik dat proberen? Ik heb er uiteindelijk voor gekozen omdat wel te proberen. En met de hulp van de GGD zou dat ook wel lukken. We spraken voor de week erna af om te kijken hoe het dan zou gaan en hoe we verder gingen.

Toen ik thuis was belde Tamara mij al meteen. Dat voelde zo fijn, om vriendinnen te hebben die je echt steunen die dus echt om je geven en willen dat het goed met je komt. Door mijn vriendinnen had ik weer wat vertrouwen erin gekregen, daardoor had ik weer een beetje moed gekregen om er voor te vechten om van mijn probleem af te komen.

16-05-04
We waren in Italië van 12 tot 18 mei. Mijn Italiaanse gastgezin was niet zo leuk, en mijn Italiaan viel ook tegen. Op zondag 16 mei was er een familiedag gepland. Het gezin zelf moest dan iets verzinnen om die dag te doen. De meeste Italianen van mijn klasgenoten gingen met meerdere gezinnen iets doen. Maar mijn Italiaan ging niet met anderen. Daar baalde ik heel erg van, en hoe vaak hij ook bleef zeggen hoe leuk het wel niet werd, ik had er geen zin in. We moesten om 10 uur ons bed uit. We zouden die dag naar een camping gaan in Venetië, daar waren zijn oom en tante. Vanaf die camping zouden we met de boot naar Torcello, een eiland bij Venetië, gaan. Zijn zus en zijn zwager reden met ons mee naar Venetië. Op de camping stonden zijn oom en tante al op ons te wachten. We gingen met een boot naar het eilandje. Toen vond ik het al niet leuk. Ze praatten allemaal Italiaans. Ik heb geen een keer kunnen praten. Op het eiland aangekomen gingen we naar een huisje. Daar waren 2 oma’s van hem en zijn opa. We waren nu dus met Giacomo, zijn vader, moeder, oom, tante, zwager, zus, opa, oma, oma en ik. Tien Italianen en één Nederlander. Ik heb die dag dus bijna niet gepraat. Heel soms heb ik even met mijn Italiaan gepraat.

Ik voelde me die dag dus al echt niet op m’n gemak. Ik wilde heel graag naar mijn vriendinnen toe. Maar ik kon ze ook niet bellen, want het is heel duur en bijna niemand van m’n vriendinnen had beltegoed. De hele dag heb ik dus met een opgekropt verdrietig gevoel gezeten.

Rond 4 uur ‘s middags gingen we al uitgebreid eten. Mijn Italiaan zei al tegen me dat we veel vis hadden, terwijl ik dat niet lust. Ze begonnen met heel kleine visjes. Daar heb ik er 2 van op, ik wilde natuurlijk wel beleefd zijn. Daarna kwam een iets grotere vis, die heb ik afgeslagen. Omdat ik geen vis lust, gaven zij me extra aardappeltjes. Na die aardappels zat ik echt al vol. En ik wist natuurlijk wat er komen ging, ze gingen nog meer eten op tafel zetten. Er kwam een nog grotere vis, die heb ik ook afgeslagen en aan de zus vertelt dat ik echt vol zat. Zij wist van mijn eetprobleem, ze kan goed Engels dus ik heb het haar uitgelegd. Er kwam nog een schaal met een soort inktvisringen. Ik lust dat niet en hoefde het ook niet. Maar die mensen bleven aandringen, en ik bleef natuurlijk nee zeggen. Het kon me nu even niet schelen of ik vriendelijk moest blijven of niet, ik wilde niet dat ik alles zou verpesten, waar ik de laatste maanden zo m’n best voor heb gedaan. Uiteindelijk gooide zijn opa toch eten op mijn bord. Ik heb het laten staan. Toen keek die opa heel raar, en de zus van mijn Italiaan legde toen uit dat ik een eetprobleem had. Die opa keek me aan en lachte me uit. Tenminste, dat dacht ik, hij moest lachen toen hij het hoorde, voor mij komt het dan over of hij me uitlacht. Toen kwam er nog een salade met aardbeien. Ik dacht dat ze nu wel zouden snappen dat ik écht niet hoefde. Maar nog bleven ze aandringen. Toen was er echt iets gebroken in me, ook door die opa, ze snapten daar echt niet hoe ik me voelde. Voor mij werd alles alleen maar erger. Ik wilde zo snel mogelijk weg daar. Ik voelde me van binnen heel erg vol. Uiteindelijk hield ik het echt niet meer, ik ben naar de wc gerend en heb m’n vinger in m’n keel gestoken. Het móest gewoon. Eventjes voelde ik me opgelucht, maar al snel kwamen al de negatieve gevoelens naar boven. Ik miste mijn vriendinnen, mijn familie, mijn eigen huis en bed, de Italianen deden stom tegen me, maar het ergste was nog dat ik m’n vinger in m’n keel had gestoken. Ik kon echt wel janken. Ik kon er op dat moment met niemand over praten. Ik was daar zo verdrietig van, maar ondertussen boos op mezelf. Al ongeveer 2 of 3 maanden ging het goed. En dan net in Italië moet het fout gaan, op een dag waar ik met niemand kan praten. We moesten nog een halve dag. Ik was er helemaal niet met mijn gedachten bij, ik dacht alleen maar aan de negatieve dingen. Éindelijk om half 7 gingen we terug. Toen we in de auto zaten kreeg ik een sms van Tamara. Ik had haar al ingelicht dat het slecht met me ging, ze vroeg of ik ‘s avonds naar het centrum zou komen. Dat wilde ik natuurlijk maar al te graag, ik wilde heel graag met iemand praten. Ik vroeg aan mijn Italiaan of we ‘s avonds naar het centrum konden gaan. Eerst mocht het van zijn ouders niet. Ik was natuurlijk heel erg teleurgesteld. Uiteindelijk mocht het toch wel en zouden we rond 9 uur naar het centrum gaan.

Toen ik Tamara en mijn andere klasgenoten zag was ik zo blij. Eindelijk kon ik weer gewoon Nederlands praten. Tamara wilde weten wat er die middag aan de hand was. We gingen even een rondje lopen. Ik heb toen alles verteld wat er gebeurd was en moest toen huilen. De hele dag wilde ik al wel huilen, maar dat kon natuurlijk niet bij al die Italianen. Gelukkig was Tamara heel lief voor me en ze zei dat ik het maar zo snel mogelijk moest vergeten. Ze was gelukkig helemaal niet boos, daar was ik bang voor. Ze heeft me getroost en weer moed ingepraat.

Vanaf het moment dat ik Tamara en mijn andere vriendinnen zag was ik weer helemaal gelukkig. Ik heb het die dag echt niet leuk gehad. Ik heb bijna niet kunnen praten. En ik heb natuurlijk de hele dag met rotgevoel gezeten. Gelukkig kon ik er met mijn vriendinnen over praten en zij praatten me weer moed in.

Ergens in 2005
Sinds een maand zit ik bij een diëtiste, iets wat ik al heel lang wilde en eindelijk mocht ik er, na een aantal gesprekken met mijn huisarts, naar toe. Ik was helemaal blij want ik wil dit al anderhalf jaar! Ik ben er nu twee keer geweest en dat ging heel goed. De tweede keer dat ik er kwam bleek ik 2 kilo te zijn afgevallen. Ik was helemaal gelukkig en het was voor mij een goede stimulans om ermee door te gaan.

Dat is nu ongeveer 2 weken geleden en morgen moet ik weer terug. Maar nu twijfel ik er opeens aan of ik er wel mee door wil gaan. Ik heb er de laatste week heel veel over nagedacht. Want ik was 2 kilo afgevallen en daar was ik heel blij mee, maar daarna heb ik me eigenlijk niet meer goed aan de afspraken gehouden die ik met de diëtiste had gemaakt. En eigenlijk maakte het me allemaal niet meer zoveel uit. Ik heb niet meer het gevoel dat ik héél graag af wil vallen. Of ik heb er niet genoeg discipline voor om me aan de afspraken te houden. Want aan de ene kant wil ik nog wel graag afvallen, maar ik wil er niet al die moeite voor doen. Ik wil ook nog steeds lekkere dingen eten. Dus dan vraag ik me af: Wil ik dan eigenlijk wel heel graag afvallen? Want als ik het echt héél graag had gewild, zou ik me wel aan de afspraken houden en gezond eten en al het lekkers laten staan. Maar ik heb deze laatste 1-2 weken wel gewoon lekkere koeken en snoep gepakt wanneer ik dat wilde, ik dacht er niet veel bij na. En in de periode van mijn eetprobleem kreeg ik dan ’s avonds heel veel spijt, maar dat kreeg ik nu ook niet. Ik dacht ook een beetje: Ik ben nu toch 2 kilo afgevallen, dus dit mag wel! Maar terwijl ik dat elke dag dacht, kwam ik toch steeds weer aan. Ik ben net op de weegschaal gaan staan en ik ben nu 3 kilo aangekomen. En eigenlijk, maakt het me niet eens zoveel uit.

Maar aan de andere kant denk ik dan ook weer dat ik maar beter wel gewoon naar de diëtiste weer kan gaan. Want misschien baal ik over 1 of 2 maanden weer heel erg dat ik ben aangekomen en gaat het weer de fout in.

Dus heb ik besloten om morgen toch maar naar de diëtiste te gaan en te kijken hoe het verder gaat. Misschien dat ik na het gesprek met haar weer wel wil afvallen, of in ieder geval weer de discipline terug krijg om me aan het dieet te houden.

23-8-2006
Ik heb de laatste jaren veel dagboeken gemaakt over mijn eetprobleem, daarom vond ik het toepasselijk om daar ook mijn laatste levensbeschouwelijke dagboek over te maken.

We waren op vakantie in Frankrijk. Mijn zusje en ik hadden een heel groot winkelcentrum gezien en zouden die dag samen gaan shoppen. We stonden in een winkel en ik had een heel leuk jasje aan, maar ik wilde even kijken hoe het jasje op een broek stond. Dus ik ging in de winkel een broek halen. Ik pakte maat 38, want ik was al van maat 36 naar maat 38 gegaan omdat ik de laatste tijd wat was aangekomen. Maar ik wilde 38 aandoen en ik kreeg hem gewoon niet aan, ik moest maat 40 gaan halen! Als ik nog in de tijd van mijn eetprobleem had gezeten had ik heel de winkel bij elkaar geschreeuwd denk. Nu vond ik het ook best kut, maar het moest maar even.

Toch dacht ik er die dag nog even over na Ik vond het toch best erg dat ik aangekomen was. Maar ik wist ook wel dat ik de laatste paar weken/maanden veel aangekomen was. Toch maakte ik me er niet zo heel druk over. Ik ben hartstikke gelukkig nu met hoe ik ben en hoe ik eruit zie. Eigenlijk gaat het hartstikke goed met me, ook al weeg ik iets meer. Ik denk ook echt niet vaak meer aan eten en mijn gewicht en daar ben ik heel blij om. Ik ben gelukkig hoe mijn leven nu is.

Ik heb een hele lieve vriend die veel om me geeft en waar ik me altijd op mijn gemak bij voel. Ik schaam me ook niet voor mijn lichaam, wat ik een aantal jaar geleden wel altijd deed bij vriendjes. Mijn vriend vind mij mooi hoe ik er zo uit zie en dat doet me goed.

Mijn moeder steunt me ook nog altijd, die vindt me goed zoals ik er nu uit zie. Ze heeft ook door dat ik me de laatste tijd niet meer zo druk maak om mijn gewicht. Daar is ze heel blij om, maar toch probeert ze er nog voorzichtig mee te zijn. Dat merk ik aan haar en dat vind ik heel lief. Ze is nog altijd bang om een foute opmerking te maken. Want in de tijd van mijn eetprobleem was een opmerking over mijn uiterlijk al snel heel fout en at ik (bij wijze van spreken) weer 2 hele dagen niet, omdat ik zo in zat over die opmerking. Nu maakt ze steeds hele lieve opmerkingen die me goed doen.

Ik ben blij zoals ik nu ben en hoe mijn leven nu is. Ik ben gewoon gelukkig nu. Ik ben blij dat ik niet meer in die periode zit, ik zou er ook echt nooit meer terug naar willen. In die tijd ging het zo slecht met me, lichamelijk maar ook geestelijk. Ik ben mijn vriendinnen, mijn moeder, de GGD en school (een paar leraren wisten ervan en hebben me ook gesteund en geholpen) heel erg dankbaar nu voor alles wat ze voor mij gedaan hebben. Ik ben gelukkig nu en dat wil ik graag zo houden.