Categoriearchief: lichaam

Freak

De afgelopen jaren hebben Eva Mathijssen en Arto Boyadjian elk jaar voor een schoolmusical gezorgd, zij schreef en hij maakte de muziek. De schoolmusical of kerstmusical van dit jaar heet ‘Freak’. Hoofdpersoon is een meisje, dat Freek heet en in het bezit is van een wijnvlek op aar gezicht. Binnenkomend op een nieuwe school krijgt ze een camouflagecrème van haar stiefmoeder, waardoor ze er ‘normaal’ uitziet en ze aansluiting krijgt bij de populaire meidengroep van de klas. Tot op een regenachtige dag de crème uitloopt en de wijnvlek weer zichtbaar wordt. Einde van de vriendschap en begin van een pestperiode, waarin ze voor ‘freak’ wordt uitgescholden.

Ze vertrekt naar een nieuwe school, waar alleen maar freaks op zitten en daar wordt ze gekoeioneerd omdat ze te weinig freak en te veel normaal is. Ze weet het vertrouwen te winnen van een meisje dat een masker draagt, omdat ze derdegraads brandwonden heeft en die ook nog eens de dochter van de directeur van het internaat te zijn. Na de nodige strubbelingen slagen ze erin weer zichzelf te worden en een positief zelfbeeld te ontwikkelen.

Evenals vorige keren heb ik bij de musical, waarover informatie gevonden kan worden op http://www.deschoolmusical.nl , een lesbrief gemaakt over de manier waarop mensen met gezichtsafwijkingen en zichzelf omgaan. Daarbij is gebruik gemaakt van de inhoud van de musical, maar ook heb ik enkele documentaires over dit thema erbij gebruikt. De tekst van deze lesbrief is te lezen op http://www.zininschool.info/download/freaklesbrief.pdf

Is er leven na de geboorte?

Via een Italiaanse vriend van mijn zoon kreeg ik de volgende link toegestuurd: http://cogitoetvolo.it/tu-credi-nella-vita-dopo-il-parto/
Twee baby’s bediscussiëren een mogelijk leven na de geboorte. Wie de argumenten vergelijkt met die van mensen die niet in een leven na de dood geloven, ziet dat er veel overeenkomsten zijn. Mogelijk een idee om leerlingen te vragen of ze dergelijke argumenten al eens eerder hebben gehoord, wat ze ervan vinden en wat dit verhaal hen eventueel te vertellen heeft. Het zal zeer uiteenlopende reacties te zien geven.

Twee baby’s bevinden zich in de baarmoeder van een zwangere vrouw. Vraagt de een aan de ander:
“ Geloof jij in het leven na de geboorte?”
“ Ja, zeker. Er moet iets zijn na de geboorte. Misschien zijn we hier omdat we ons moeten voorbereiden op datgene wat we later zullen zijn.”
“Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zou dat leven dan moeten zijn?”
“Ik weet het niet met zekerheid…..Er zal meer licht zijn dan hier. Misschien zullen we op onze voeten lopen of ons voeden met de mond.”
“Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met de mond. Het is gewoon belachelijk. De navelstreng is waarmee we ons voeden. IK zeg je een ding: het leven na de geboorte is niet te begrijpen. De navelstreng is veel te kort.”
“Toch geloof ik dat er iets moet zijn, al zal het wel een beetje verschillend zijn van wat we hier gewend zijn.”
“Maar niemand is teruggekeerd van de andere kant, na de geboorte. De geboorte is het einde van het leven. En alles bijeengenomen is het leven niets anders dan een verdrietig bestaan in de duisternis die nergens naar leidt.”
“Goed, ik weet ook niet precies hoe het na de geboorte zal zijn, maar ik ben er zeker van dat we moeder zullen zien en zij zal zorg voor draagt.”
“Moeder? Geloof jij in de moeder? En waar denk je dat zij zich bevindt?”
“Waar? Ze is geheel en al om ons heen. We leven in haar en door haar. Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”
“Kom zeg! Ik kan je echt niet geloven! Ik heb nog nooit een moeder gezien en dus is het logisch dat ze niet bestaat.”
“Goed, maar soms, wanneer we stil zijn, kun je haar horen zingen of aangeven hoe ze onze wereld koestert. Weet je wat ik je zeg? Ik denk dat er een werkelijk leven is dat ons wacht en dat we ons nu slechts daarvoor aan het voorbereiden zijn…”

hey-brother

Homohuwelijk en slavernij

In zijn CNN-blog schrijft Stephen Prothero regelmatig over de verhouding tussen politiek en religie in de Verenigde Staten. Hij ging op 10 mei 2012 in op de discussie over het homohuwelijk.
“ In paginagrote advertenties in de kranten van North Carolina, dat zich in zijn wetgeving uitsprak tegen het homohuwelijk, zei Billy Graham: “De bijbel is er duidelijk over – Gods definitie van het huwelijk is dat tussen man en vrouw.” In een interview met Robin Roberts van ABC zei president Obama, dat wanneer hij en zijn vrouw “over ons geloof nadenken, is het grondprincipe niet alleen Christus die zich voor ons opofferde aan het kruis, maar het is ook de Gulden Regel, dat je anderen moet behandelen zoals jij door hen behandeld wilt worden.”

Prothero merkt fijntjes op dat beide mannen feiten weglieten die hun zaak niet ondersteunden. Graham repte nergens van de vele polygamie die je in de christelijke bijbel kunt vinden. Obama negeerde de vele passages, waarin met name mannelijke homoseksualiteit stevig wordt afgekeurd.

Prothero vallen in dit debat twee dingen op: “Het eerste is dat beide kanten het debat in religieuze termen voeren. Konden de republikeinen vroeger beweren dat de democraten een seculiere agenda proberen te verwezenlijken, nu zitten ze in veel moeilijkere positie om te beweren dat links een ‘neptheologie’ predikt, zoals Santorum Obama verweet.
Ten tweede is het opvallend dat dit debat het slavernijdebat van voor de burgeroorlog in Amerika spiegelt. Toen lazen de voorstanders van de slavernij sleutelpassages in de bijbel op een commonsense manier en concludeerden dat God voor de slavernij was. Terwijl tegenstanders van de slavernij meer naar de ‘geest’ dan naar de ‘letter’ van de bijbelse tekst zochten met als conclusie dat slavernij in strijd was met zowel ‘je naaste liefhebben’ als de Gulden Regel. …. Veel Amerikaanse christenen in die tijd WISTEN gewoon, dat slavernij verkeerd was, dus leerden ze de bijbel op een andere manier te lezen.”
Prothero geeft de Grahamvleugel het advies nog eens goed naar het debat over de slavernij te kijken, nu er een brede beweging in de VS is die positiever is komen te staan tegenover het homohuwelijk. Hij besluit: “Wanneer zij prediken wat ze zien als de ‘duidelijke’ boodschap van de Schrift, zwemmen ze niet alleen tegen het tijd van de geschiedenis in. Ze brengen ook nog eens hun eigen godsdienstige traditie in gevaar.”

Wie de transcriptie van Obama’s interview met de ABC-verslaggever wil nalezen kan dat op http://sojo.net/blogs/2012/05/10/transcript-president-obamas-abc-news-interview-same-sex-marriage

http://www.allout.org/ is eem webstek, waar mensen kunnen tekenen dat ze de houding van Obama voor het homohuwelijk op prijs stellen.

Orgaandonatie en levensbeschouwing

Uit NU.nl van 12 april 2012:
Religie speelt een grote rol bij het al dan niet af willen staan van organen na de dood. 6 op de 10 Nederlanders zonder religieuze overtuiging zijn bereid organen te doneren na de dood.

Bij moslims is dit slechts 27 procent terwijl bij overige religieuze groeperingen het aantal gemiddeld rond de 50 procent ligt. Gereformeerden staan er bijvoorbeeld iets positiever tegenover dan Nederlands hervormden.
Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gemiddeld geeft ruim de helft van de volwassen Nederlanders aan hun organen af te willen staan na overlijden. Meer mensen, namelijk bijna tweederde, zou graag een orgaan ontvangen als dit nodig is.
Een op de 20 wil nooit een orgaan van een ander ontvangen, 10 procent zou nooit een orgaan willen afstaan.

Leeftijd
Leeftijd speelt nauwelijks een rol bij de bereidheid om een orgaan af te staan. Qua ontvangen zijn de verschillen wel groot. Ongeveer 70 procent van de mensen onder de 45 jaar staat positief tegenover het ontvangen van organen, tegenover iets meer dan 40 procent van de 75-plussers.
Nederland scoort Europees gezien laag als het gaat om aantal donoren, zo bleek vorig jaar uit cijfers van Eurotransplant. Per miljoen inwoners zijn gemiddeld 13 donoren.
Op dit moment staan 3,1 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Maar desondanks zijn er vorig jaar in Nederland 140 mensen overleden omdat ze niet op tijd een donororgaan kregen. De gemiddelde wachttijd voor een nier is 4,5 jaar. Voor andere organen is dat gemiddeld 1 jaar.

Een denkoefening

Geen macabere grap of sick joke, maar een intense manier om na te denken over wat we als vanzelfsprekend aannemen.
Als je moest kiezen tussen een arm en twee benen of twee armen en een been, wat zou het dan worden? Wat voor maatstaven neem je mee in je beslissingsproces. Waar heb je het meeste aan: je armen of je benen? Wat zou het gevolg voor je leven zijn van beide keuzes en als je alles overziet, wat is dan de beste keus?

Je zou kunnen verwijzen naar het verhaal van Nathalie du Toit, de in 1984 in Zuid-Afrika geboren vrouw, die een bij de knie geamputeerd linkerbeen heeft.
Nadat ze bij de Paralympische Zomerspelen 2004 in Athene 5 gouden medailles won in het zwembad, kwalificeerde Du Toit zich via de Wereldkampioenschappen open water 2008 in Sevilla met een vierde plaats voor de 10 kilometer openwaterzwemmen bij Olympische Spelen van Peking eveneens in 2008. Uiteindelijk werd ze daar zestiende. Zij was tevens vlaggendraagster bij de openingsceremonie.
Du Toit werd achtenveertigste bij de verkiezing voor Great South Africans. [bron: wikipedia]

images

Waar doen we het voor?

Levensbeschouwing moet het hebben van verhalen, zeggen we altijd tegen de leerlingen. Want verhalen, echt of fictief, kunnen mensen inspireren om ervoor te gaan, een trede hoger te komen of te kiezen een hele tijd op je tenen te lopen om een hoger niveau te bereiken. Ook docenten hebben dat nodig. Het is gemakkelijk om in de dagelijkse tredmolen het zicht op waar het eigenlijk om gaat te verliezen. Soms heb je dan een inspirerend verhaal nodig om weer zin en geloof in jezelf en de kinderen te krijgen.

De afgelopen maanden, december-januari 2011-12, kwam ik twee van die verhalen tegen. De eerste is een film “Take the lead’ met in de hoofdrol Antonio Banderas. Uit een internetsamenvatting:
“De professionele ballroomdanser Pierre Dulaine (Antonio Banderas) besluit als vrijwilliger les te gaan geven op een school in New York. Dansles welteverstaan. En dat aan een lastig groepje leerlingen dat na moet blijven. De scholieren staan in eerste instantie erg sceptisch tegenover Dulaine, zeker als ze merken wat hij hen komt leren, maar door zijn enorme toewijding weet hij hen langzaam maar zeker voor zich te winnen. Ze gaan zelfs een stap verder en combineren Dulaine’s klassieke dansstijl met hun eigen hiphop-muziek, waaruit een energieke mengvorm ontstaat. Dulaine spoort zijn leerlingen aan om mee te doen aan een prestigieuze danscompetitie. In ruil daarvoor leert hij ze waardevolle en inspirerende lessen over trots, respect en eer.
Het muzikale drama ‘Take the Lead’ is geïnspireerd op het ware verhaal van Pierre Dulaine, een professioneel ballroom danser die lesgeeft aan openbare middelbare scholen in New York City.”

Een fragment uit de film, de beroemde tangoscène:

De tweede is een driedelige documentaire ‘Gareth Malone Goes Glyndebourne’, waarvan zondag 8 januari 2012 tussen 13.00 en 14.00 uur de eerste aflevering te zien was. Gareth Malone is in 2010 aan de slag gegaan om 50 jongeren te vinden die niets met opera hadden en bereid waren in een nieuwe productie als koorleden mee te doen. Het is een boeiend verhaal geworden van jongeren die hun neus ophaalden, vroegen of ze ervoor betaald werden en vrij negatief het project ingingen, maar die gaandeweg steeds enthousiaster worden. Zeker als van de 100 auditerenden er maar 50 zullen overblijven is de spanning te snijden.
De komende zondagen worden de twee volgende afleveringen uitgezonden. Een voorbeeld op youtube:

De informatie over het Glyndebourneproject is hier te vinden:
http://glyndebourne.com/discover/gareth-malone-goes-glyndebourne

Ook al weet je dat alles keurig gemonteerd is met het oog op een spannende documentaire of film, het geeft je toch weer een lekker frisse kijk op datgene waartoe jongeren, mits goed begeleid en enthousiast gemaakt, in staat zijn. Het mag slechts een verhaal zijn; ik kan er daarna weer met frisse moed tegenaan.

Het is als met het exodusverhaal: ook al weet je dat het zo niet gebeurd is, vele mensen hebben zich laten inspireren door dit verhaal en zijn hun eigen exoduservaring begonnen. Met andere woorden: se non è vero, è bene trovato!

Het laatste avondmaal 1

In De Gazet van Antwerpen was vorig jaar 23 maart 2010 het volgende te lezen:
“Schilderijen van het Laatste Avondmaal zijn in de loop van de geschiedenis een steeds rijker gevulde tafel gaan tonen.
De laatste 1.000 jaar is de hoeveelheid afgebeeld eten op het schilderij – dat de laatste momenten van Jezus met zijn leerlingen toont – met haast Bijbelse proporties toegenomen. Tussen de jaren 1.000 en 2.000 groeide de hoofdschotel met 69%. De kleinere schotels groeiden met 66% en het brood nam 23% in omvang toe.

Onderzoekers kwamen tot die conclusie nadat ze een computer de grootte van het voedsel vanop 52 verschillende schilderijen lieten vergelijken.

De bevindingen worden in het aprilnummer van het blad International Journal of Obesity gepubliceerd.”

Newman, de school van de roze kardinaal

De Newman blijkt onder de Bredase scholen zeer in trek te zijn. Een record aantal van 363 aanmeldingen. Een vreugde die ook last kan worden, aangezien de school berekend wordt op 250 brugklassers. Meer betekent loten of een ander selectiemechanisme toepassen.

Misschien kunnen we in de toekomst meer aandacht aan onze naamgever besteden. John Henry Newman (1801 -1890) was de eerste 44 jaar van zijn leven anglicaan, de volgende 45 jaren rooms-katholiek en hij schopte het zelfs tot kardinaal zonder ooit bisschop te zijn geweest. Een prestatie die voor weinigen is weggelegd.
In zijn leven zie ik tenminste drie elementen die, mits goed gehanteerd, het aantal leerlingen tot aanvaardbare proporties kan terugbrengen.

Allereerst is er zijn heilige overtuiging, dat de mens altijd en overal zijn eigen geweten moet volgen, een opmerkelijke gedachte voor iemand die katholiek werd, toen de macht van de pausen op een absoluut hoogtepunt was. Niet aan de leiband van het gezag lopen, was zijn devies en dat hield hij stug vol. Dat is voor weinig mensen echt weggelegd. Autoriteiten hebben graag gewillige en gehoorzame dienaren; dienaren vinden het gemakkelijk het gezag te volgen, want dan hoef je niet na te denken. Daar krijg je alleen maar hoofdpijn en ellende van.

Een tweede element is het relativerende in Newmans visie. Alles van verschillende kanten bekijken voor je tot een eindoordeel komt, wikken en wegen en niets zomaar aannemen. “Dr. Newman is de meest gevaarlijke man van Engeland,” schreef bisschop Talbot over John Henry Newman. Newman gold bij velen als een stoorzender, een dwarsligger, een eigenheimer die stevig bestreden moest worden.

Het derde element is het roze randje van kardinaal Newman. Toen hij 11 augustus 1890 overleed, was het zijn wens ter aarde besteld te worden in het graf, waar 15 jaar eerder zijn vriend Ambrose St.John begraven was. Bij het overlijden van zijn vriend schreef Newman: “Ik kan me niet voorstellen dat echtgenoten elkaar erger zouden missen dan ik Ambrose mis.”
De vriendschap tussen Newman en Ambrose was van een intimiteit en intensiteit die een ‘gewone’ vriendschap oversteeg. St John was niet zomaar een vriend van Newman, hij was DE vriend. Vermoedelijk zou Newman weinig op hebben gehad van zaken als de jaarlijkse Gay Parade, maar dat er openheid naar homoseksuele relaties zou bestaan, had hij waarschijnlijk wel fijn gevonden.

Met deze drie elementen moet de Newmanreclamecommissie – sorry, de pr-groep – toch een wervende tekst kunnen schrijven. Natuurlijk blijven we beweren dat we een school met pit zijn, maar we laten ook merken dat we gecharmeerd zijn van een bepaald type pittige leerlingen.

De newmanleerling op wie we zitten te wachten is een individu met een eigen mening, een eigen wil, niet bang om tegen de stroom in te gaan, kritisch en betrokken.
Diezelfde newmanleerling durft een dwarsligger te zijn als het nodig is, weigert dogmatisch wetenschappelijk of godsdienstig te denken, ziet van alles ook de andere kant, van de mooie de schaduwkant, van het alledaagse het juweeltje dat erin verscholen zit.
De echte newmanleerling heeft ook oog voor het anderszijn van zijn medemensen; hij accepteert de homo, de gothic en de vreemdeling, vooral als die geen Nederlands paspoort heeft. Zhij is zich bewust van mogelijke vooroordelen, wijst benepen nationalisme af en kiest voor de hele wereld.

Als we dit beeld van de newmanleerling op de markt gooien, ben ik er zeker van dat een aantal ouders rechtsomkeer maken omdat ze hun kind niet willen toevertrouwen aan mensen die gecharmeerd zijn van een vrijheidslievende, dwarsliggende, homo-erotische Engelse kardinaal.
Dan hebben we toch ons doel bereikt!
De Keten, april 2011

Opiniepeiling over abortus

Eind vorig jaar kwam ik een bericht tegen over www.birthornot.com in NRC- Next, waarin gesproken werd over een echtpaar Pete en Alisha, die voor de derde keer zwanger waren en zich afvroegen of ze nu het kind zouden houden of een abortus zouden moeten kiezen. De vrouw had de jaren ervoor twee miskramen gehad en dat hakte er flink in. Ze vroegen zich af, of ze nu met deze zwangerschap door zouden moeten gaan.

In de opiniepeiling werd niet minder dan twee miljoen keer gestemd en van alle kanten kwam er commentaar. De mogelijkheid tot abortus was open tot negen december en de poll ging twee dagen eerder dicht. Hoewel ik er in eerste instantie het mijne van dacht heb ik verder geen aandacht aan geschonken, ook geen stem uitgebracht, omdat ik van mening was dat je altijd in een specifieke situatie een ethisch oordeel moet vellen en ik wist niets van deze mensen.

Enkele dagen geleden kwam de website weer onder mijn aandacht en ben ik gaan lezen wat de beide mensen te vertellen hadden, nu de mediastorm weer geluwd is. Zowel Pete als Alisha hebben bijdragen op hun webstek geplaatst en duidelijk is dat ze het niet altijd met elkaar eens zijn. Ik geef enkele van hun gedachten weer.

Frauduleuze stemmen
Nadat de poll gesloten is, is het echtpaar aan het werk gegaan om de echte van de valse stemmen te onderscheiden. Je kunt uiteraard maar een keer stemmen, maar die afspraak is door veel mensen met grote voeten getreden. Aan het eind van het traject was 22,37 procent van de stemmen voor ‘houden van de baby’ ofwel 448.777 stemmen, waarvan er 243.588 ongeldig waren. Voor abortus was 77,63 procent ofwel 1.557.586 stemmen, waarvan er 1.484.691 ongeldig waren. Na schifting bleek de verhouding houden tegenover abortus 73,79 tegenover 26,21 procent te zijn.

Alisha
Alisha schrijft verbijsterd te zijn door het aantal frauduleuze stemmen. Waarom mensen dat doen, is haar volstrekt onduidelijk. Het ging hier niet om een abstract principe, maar om een specifiek potentieel leven, wat iets heel anders is.
Ze vindt, dat het ook duidelijk maakt dat mensen vaak op een one-issue gaan stemmen, zonder het grote geheel van de samenleving in het vizier te houden. Wie voor de doodstraf, voor legalisering van iets etc. is krijgt de stemmen, terwijl de rest van het programma niet bekeken wordt.
De afgelopen maanden heeft ze wel duidelijkheid gekregen over de stemmers:
– Nogal wat mensen krijgen een kick van het stemmen, dat ze ondoordacht en emotioneel doen;
– Veel mensen stemmen niet omdat ze zich niet in de persoonlijke sfeer van het echtpaar willen mengen en te weinig weten van de concrete situatie;
– Een groep neemt hun vraag serieus en gaat er in de commentaren ook dieper op in, in de hoop dat ze hun keuze zouden delen.
Alisha geeft ook aan dat ze in de gaten heeft gekregen dat je als vrouw vindt dat ze zelf moet kiezen, maar dat maakt je niet automatisch tot een ‘Anti-Life’ mens. En als je Pro-Life bent, betekent dat niet dat je daarmee ‘Anti-Choice’ bent.
“Ik vind abortus o.k. in gevallen van verkrachting of incest, of als het leven van de moeder in gevaar komt. Ik begrijp de vrouwen, die als tiener of alleenstaande een ‘vergissing’ begaan en zich alleen en verloren voelen en een zwangerschap niet aankunnen. Ik ben er wel voor dat vrouwen zich sterk maken om meer verantwoordelijkheid voor hun lichaam en het potentiële leven dat ze kunnen dragen. Tegelijk weten we ook dat seks tot zwangerschap kan leiden en dat voorbehoedende middelen en maatregelen nodig zijn. Die zwangerschapspreventie kan falen, en daarom is abortus een mogelijkheid. Wie meerdere abortussen achter elkaar heeft en abortus als voorbehoedmiddel gebruikt, kan misschien beter kiezen voor sterilisatie o.i.d., maar ik blijf van mening dat de vrouw uiteindelijk zelf dient te beslissen.”

Pete
Veel van bovengenoemde zaken kan Pete meevoelen, maar zijn teksten neigen tot iets meer tot een anti-abortus standpunt. Hij stelt vast dat het aantal abortussen wegens verkrachting en incest 0,4 procent bedraagt en dat voor 1 procent het levensbedreigende karakter van de zwangerschap reden tot abortus is. Dan blijven er nog 96 procent over die eigen keuze zijn.
Zijn aandachtspunt is met name het gebruik van de termen ‘Pro-Life’ en ‘Pro-Choice’. Het zijn termen die een serieuze discussie over abortus bijna onmogelijk maken. Er zijn pro-life-mensen, die voor de doodstraf zijn; er zijn pro-choice-mensen die de regering de keuzemogelijkheden van de burger willen laten verkleinen. Hij noemt ook het Gallup-onderzoek van 2009, waaruit bleek dat 51 procent van de Amerikanen op dat moment tegen abortus was tegen 42 procent die abortus wilden toestaan.

Voor wie het wil weten: het echtpaar heeft besloten het kind te houden; de twintigweekse echo heeft geen uitsluitsel over het geslacht van het kind gegeven, omdat het kind ‘de beentjes over elkaar had geslagen’. We duimen voor een behouden zwangerschap.
23-3-2011

Een jongen over afvallen

“Sinds 6 weken heb ik mijn leven totaal overhoop gehaald. Ik heb iets gedaan waardoor ik zelf ben veranderd en waardoor ik gezonder door het leven kan gaan. Ik wil het hier dus ook overgaan hebben: de impact van het afvallen van gewicht.

6 weken geleden ben ik met begonnen met het dieet van Sonja Bakker. Dit heeft de afgelopen tijd veel dingen veranderd in mijn leven en het heeft mij de laatste weken heel erg beziggehouden. Er zijn mij enkele dingen en gevolgen opgevallen waar ik toch veel over na denk. Ik ben in 6 weken tijd maar liefst 13 kilo kwijt geraakt en dit voelt natuurlijk geweldig goed. Ik word overladen met complimenten en mijn zelfvertrouwen heeft een enorme “powerboost” gekregen. Dit verandert heel sterk de kijk die je hebt op bepaalde dingen. Je bent veel vrijer en durft meer en je gaat dus ook veel beter presteren op bijvoorbeeld sport, werk en school. Dit zorgt weer dat je nog meer lof krijgt en nog harder aan je dieet vasthoudt omdat het gewoon een positief resultaat oplevert.

Maar ik heb ook wat nadelen hier van gemerkt. Ik heb me de laatste tijd betrapt op het bijna obsessief bezig zijn met mijn uiterlijk en gewicht. Natuurlijk weet ik dat ijdelheid zonde is en je lichaam goed onderhouden en schoonhouden ook geen overbodige luxe is, toch ben ik wel eens bang dat ik te veel er mee bezig ben. Ik sta dagelijks op de weegschaal, voel me als ik niet gesport heb schuldig, zit met volledige concentratie naar Home-Shopping programma’s te kijken en koop boeken om er beter uit te zien. Het is een menselijke reactie dat je altijd meer wilt alleen in dit geval is het een mooie paradox: ik wil MEER afvallen en MINDER wegen. Ik vind deze “symptonen” best beangstigend. Ik ben absoluut niet bang om anorexia of wat te krijgen alleen ik zie wel dat deze ontwikkelingen wel invloed hebben op mijn denk wijze en de manier waarop ik leef.

Ik kan me nu best of beter voorstellen dat bijvoorbeeld meisjes van 13, onzeker en vol in de puberteit, kans kunnen lopen om eetstoornissen te krijgen. Ze zijn dagelijks bezig met hun lichaam en je staat continu onder druk van modellen die nog dunner en nog knapper zijn als jij. Ik heb nu meer begrip voor deze mensen en denk nu ook dat het een best groot gevaar is. Eerst onderschatte ik het en dacht dat deze mensen uit waren op aandacht. Ik dacht dat ze zich gewoon aanstelden, terwijl ik nu pas weet dat de druk best groot is. je wil steeds meer afvallen en gaat steeds harder je best doen… en dat voor een jongen. Laat staan wat al die ijdele vrouwen wel niet te verduren hebben. Voorlopig ga ik nog even door met afvallen want ik ben er ook nog niet, alleen wanneer ik zo ver ben hoop ik wel te stoppen en dat het geen verslaving blijkt te zijn… dat zou wat zijn, van een eetverslaving naar een dieetverslaving . . .

Photoshoppende tieners zijn mediawijzer

Fotoshoppende tieners zijn zich meer bewuster van beeldmanipulatie in de media en daardoor zijn ze minder ontevreden over hun eigen uiterlijk.
Dat mediawijsheid kan bijdragen aan het persoonlijk welbevinden van tieners, is een opmerkelijke resultaat van onderzoek onder 500 tieners van 11-17 jaar, uitgevoerd door stichting Mijn Kind Online bij de lancering van de tweede editie van de Mediawijzer-krant die MKO samen met Kidsweek maakt. Mediawijsheid is dus iets wat je niet alleen uit de boekjes leert, maar vooral ook door zelf aan de slag te gaan met het maken van media. Dat kinderen graag op school meer willen leren over het maken van media, kwam vorig jaar uit het onderzoek dat de eerste editie van de Mediawijzer-krant begeleidde. Het hele onderzoek is via www.mijnkindonline.nl te downloaden, zie hier.
Resultaten:
• 61% wil beroemd worden
• Ruim een derde van de meisjes wil dunner zijn
• Tweederde is tevreden met het eigen uiterlijk
• Hoe meer media tieners zien, hoe meer ze willen veranderen aan zichzelf
• Ruim de helft bewerkt hun eigen foto
• 62% denkt dat bijna alle foto’s in bladen en reclames gefotoshopt zijn
• Fotoshop-vaardige tieners zijn bewuster van manipulatie foto’s in de media
• Tieners die operatie willen, zijn minder goed op de hoogte van beeldbewerking door de media
• 96% vindt flink bewerken met Photoshop niet okee.
Dit en andere resultaten komen voort uit het onderzoek ‘(on)bewerkt beroemd’ dat Marion Duimel heeft uitgevoerd voor stichting Mijn Kind Online in samenwerking met www.mediawijzer.net.
Het onderzoek hoort bij de themaweek van het Expertisecentrum Mediawijsheid, ‘Lekker beroemd’, over imago-management. Doel is om kinderen, hun ouders en hun leraren voor te lichten over hoe media werken. Wat is de invloed van media op je identiteit, je imago? Hoe gebruik je media om je imago te managen? Hoe presenteer je je zelf online? Aan de themaweek doen tal van organisaties en bekende Nederlanders mee, van TMF en Zappelin tot de acteurs van SpangaS, Yolanthe van Ceauberg van Kasbergen en Gerard Joling, zie www.mediawijzer.net

61% wil beroemd worden
Van de 11-17-jarigen zegt 61 % beroemd te willen worden. Jongens die beroemd willen worden, hopen dat vooral te doen als sporter en als wetenschapper, expert of uitvinder. Meisjes vergaren liever faam als zangeres, actrice of fotomodel.
Ruim een derde van de meisjes wil dunner zijn
Uit het onderzoek, dat vooral ingaat op de relatie tussen het zelfbeeld van de jongeren en het zien van ideaalbeelden in de media, blijkt verder dat ruim een kwart van de tieners graag dunner wil zijn, vooral meisjes. Op de tweede plaats staat een mooiere huid en op de derde plaats een andere lengte. Ruim een derde van de tieners wil niets veranderen. Leeftijd speelt daarbij een grote rol: hoe ouder de tiener hoe vaker hij/ zij iets wil veranderen.

Tweederde is tevreden met het eigen uiterlijk
Tweederde is wel tevreden met zijn uiterlijk en slechts 5% zegt echt ontevreden te zijn. Hun ogen vinden ze het vaakst mooi aan zichzelf. De neus is iets wat de minste tieners mooi vinden. Een op de zeven ondervraagde tieners die iets wil veranderen aan zichzelf, zou wel een operatie willen, al is slechts 3% bereid ervoor te betalen.

Hoe meer media tieners zien, hoe meer ze willen veranderen aan zichzelf
Hoe meer tieners ideaalbeelden zien in de media, zoals in programma’s als Hollands Next Topmodel, Extreme Make-over en showprogramma’s, hoe vaker ze iets willen veranderen aan hun lichaam. Ze willen vooral iets veranderen aan hun lichaam, huid en dunner zijn. Maar ook vinden tieners meer mooi aan zichzelf naarmate ze naar meer media kijken, vooral hun ogen, mond en haar.

Ruim de helft bewerkt hun eigen foto
Driekwart van de tieners fotografeert zichzelf wel eens. Ruim de helft bewerkt hun foto’s vervolgens, vooral meisjes zijn hiermee bezig. De top drie is foto’s zwart-wit en lichter of donkerder maken, bijsnijden (croppen) en tekst eroverheen zetten. Pukkeltjes wegwerken doet één op de vijf tieners. Driekwart van de fotobewerkers zet na dergelijke creatieve aanpassingen hun foto online.
62% denkt dat bijna alle foto’s in bladen en reclames gefotoshopt zijn
16% gaat ervan uit dat dit ongeveer driekwart is en 22% denkt dat de helft, een kwart of niets bewerkt is. Leeftijd en schooltype zijn daarbij belangrijk: hoe jonger en hoe lager het opleidingsniveau, hoe groter zij het aandeel onbewerkte foto’s in de media inschatten. Zij doorzien dus een stuk minder dat beelden vaak niet echt zijn.

Fotoshop-vaardige tieners zijn bewuster van manipulatie foto’s in de media
Hoe frequenter tieners foto’s maken van zichzelf en hoe meer ze die foto’s bewerken, hoe hoger zij het aandeel gephotoshopte beelden in de media inschatten. Zij zijn dus bewuster van de mate waarin beelden in tijdschriften, op internet en televisie worden gemanipuleerd. “Deze resultaten laten zien dat kinderen ‘mediawijs’ worden door zelf media te leren maken. Het onderzoek onderstreept de noodzaak om al op de basisschool kinderen vaardigheden bij te brengen en zo aandacht te besteden aan mediawijsheid. Je moet zo vroeg mogelijk beginnen”, vindt de stichting Mijn Kind Online.

Tieners die operatie willen minder goed op de hoogte van fotoshoppen door de media
Opvallend is dat de tieners die geopereerd willen worden, minder goed op de hoogte zijn van het aandeel geshopte beelden in de media dan de tieners die geen operatie willen. Zij denken dus vaker dat de modellen er echt zo mooi uitzien. Tieners er extra op wijzen dat bijna niemand er zo uit ziet kan dus geen kwaad.

96% vindt flink bewerken met Photoshop niet okee
Een kwart vindt het stom dat mensen foto’s van zichzelf bewerken. Ruim de helft vindt alleen de foto verbeteren door hem bijvoorbeeld lichter of donkerder te maken goed. De huid mooier maken is volgens hen ‘not done’. Ongeveer een vijfde vindt het ook goed als de huid mooier gemaakt wordt. Slechts 4% is het eens met de fotobewerkingen waarin mensen ook dunner gemaakt worden.
Mijn Kind Online meent dat door de grote aandacht voor uiterlijk in de media en de daarbij horende ‘celebrity culture’ waarin jongeren opgroeien, deze jonge mensen sterk worden beïnvloed in de fase waarin ze bezig zijn met hun identiteit. Daardoor kijken ze kritisch naar hun eigen uiterlijk en vormen er een eigen oordeel over, mogelijk met ontevredenheid tot gevolg.

Hoe hoger de opleiding, hoe bewuster men een kritische houding tegenover media heeft kunnen ontwikkelen, hoe zelfverzekerder dat maakt en hoe minder die media-invloed leidt tot ontevredenheid over het eigen uiterlijk. “Dat houdt in dat media-les ook zou kunnen bijdragen aan het vormen van een gezond zelfbeeld van jongeren, waardoor het bijdraagt aan het persoonlijk welzijn”, aldus MKO.
Marion Duimel en Justine Pardoen

LIA 133 15-6-2009

Het maakbare lichaam

Een belangrijk onderdeel van Te Denken Geven 3 zijn de hoofdstukken over het maakbare lichaam. Als men vroeger zei: “Ik heb een lichaam en ik ben….” en vandaag de dag menigeen zegt: “Ik ben mijn lichaam”, dan heeft er een stevige verschuiving plaatsgevonden t.a.v. van de manier waarop mensen identiteit verwerven. Omdat voor ons de vraag “Wie ben ik?” de centrale vraag van het vak levensbeschouwing is, achten we het gewenst aan deze ontwikkeling aandacht te besteden.
De pagina’s 27-41 van Te Denken Geven 3 hebben we ervoor gereserveerd.

LIA 119 3-6-2009

Nog eens het scheppingsverhaal

Op een aantal reclamezuilen verscheen enige tiid terug een advertentie van het merk ‘After Eden’. Het lijkt me een mooie opdracht om leerlingen te vragen wat die advertentie in godsnaam met de bijbel te maken heeft. Het zal een aantal leerlingen de nodige hoofdbrekens kosten alvorens in de gaten te hebben dat in de tijd van Eden vrouwen geen beha’s hoefden te dragen. Want de mens en zijn vrouw waren naakt en zij schaamden zich niet. [naar Gen 2, 25]

Het moet mogelijk zijn om met dit fraaie beeld de leerlingen te interesseren voor het paradijs- en zondevalverhaal.

P1010023_7

veertig dagen zonder seks

Het EO-programma ’40 dagen zonder seks’ moet nog beginnen en nu al snakken veel kerken, jongerenorganisaties en scholen naar een discussie over seksualiteit. Bij de EO en presentator Arie Boomsma zijn daartoe al tientallen verzoeken binnengekomen.

In het programma worden vier meiden en drie jongens gevolgd tijdens hun uitdaging om veertig dagen geen seks te hebben. Ze worden gevolgd door de camera tijdens het uitgaan en gaan in gesprek met presentator Arie Boomsma over snackseks en liefde.

„Iedereen vindt het blijkbaar toch moeilijk om erover te praten en ze grijpen het programma nu aan om dat wel te gaan doen”, vertelt Boomsma.

Hij spreekt van zes tot zeven verzoeken per week die bij hem of de EO binnenkomen. De Evangelische Omroep wil niet zelf in die discussie stappen of daarin de leiding nemen, licht Boomsma toe. „Met ’40 dagen zonder seks’ willen we alleen de brug zijn naar die discussie.”

Uit een onderzoek van de EO, uitgevoerd door Ruigrok/NetPanel, blijkt dat christelijke jongeren over het algemeen weinig openheid ervaren als het gaat om seksualiteit. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat 64 procent van de gelovige jongeren niet open over seksualiteit kan praten

in de kerk of in het gezin. Bovendien blijkt dat bijna de helft van alle jongeren naar porno kijkt

(41 procent) tegenover een op de drie christelijke jongeren (35 procent). Uit het onderzoek komt ook naar voren dat christelijke jongeren vaker liegen dan niet-christelijke jongeren over de vraag of ze wel eens geslachtsgemeenschap hebben gehad.

Van alle jongeren ontkent 17 procent dat ze seks hebben gehad, terwijl dat wel zo is.

Op de site van de EO is de nodige informatie te vinden. Een trailer met informatie over de afleveringen, waar allesbehalve vrome praat wordt verkocht door de jongeren geeft een realistisch beeld van wat de kijker kan verwachten. Na de 7 (?) afleveringen is ook een dvd verkrijgbaar met alle uitzendingen erop.

Hieronder de achtergrondverhalen van de eerste twee afleveringen.

Seksdate of trouwmeisje?

Nederland 3 dinsdag 8 januari 2008 om 20:30

Niels – 40 dagen zonder seks

In de eerste aflevering volgen we Niels (21). Hij studeert HBO Facility Management en woont nog bij zijn ouders. Niels heeft veel vriendinnen, maar maakt onderscheid tussen meisjes om mee te trouwen en ‘losse’ meisjes.

Zijn mobiele telefoon is zijn grootste wapen om aan seks te komen. Niels: “Ik krijg regelmatig een sms-je of ik langs wil komen. Meestal vragen ze dan of ik ‘film kom kijken’. Dan weet ik wel hoe laat het is…”

Niels wil weten hoe hij reageert als hij 40 dagen geen seks heeft en hij wil kijken of hij zich weer durft open te stellen voor een ‘trouwmeisje’. Maar als zijn 40 dagen zijn ingegaan, blijft zijn inbox volstromen. En als hij dan ook nog met zijn klas naar Madrid gaat op excursie wordt het voor Niels wel heel erg moeilijk.

‘Ik kan geen nee zeggen tegen seks’

Nederland 3 dinsdag 15 januari 2008 om 20:30

Bregje – 40 dagen zonder seks

Bregje (18) doet MBO Multimedia en kan absoluut geen nee zeggen tegen seks. Bregje staat in het dorp waar ze woont er om bekend dat ze nogal makkelijk in bed te krijgen is.

Bregje: “Ik doe mee aan 40 dagen zonder seks omdat ik wil leren om vaker nee te zeggen en dat ik echt niet zo’n slet ben zoals veel mensen in mijn omgeving denken”.

Maar of dat gaat lukken? Direct na het ingaan van Bregjes 40 dagen staat er namelijk een heftig uitgaansavondje op het programma. En dan blijken oude patronen toch moeilijk te doorbreken. Als ze dan ook nog met een vriendin op vakantie gaat naar Blanes, is het maar de vraag of Bregje haar 40 dagen tot een goed einde gaat brengen.
[Trouw 2-1-2008]

Waarom sneed ik mezelf?

De levensbeschouwelijke dagboeken van leerlingen zijn een onuitputtelijke bron van kennis van die leerlingen, maar ook doorkijkjes in het leven van onze leerlingen die soms met zaken zitten waar volwassenen geen weet hebben. Een voorbeeld is het volgende levensbeschouwelijke dagboek van José [niet haar echte naam], die in anderhalve pagina getuigenis aflegt van haar strijd tegen een negatief zelfbeeld en de manier waarop ze met veel moeite er weer bovenop gekomen is. Toen ik haar vroeg om toestemming om dit dagboek te publiceren, reageerde ze heel positief en schreef: “Ik vind dat het belangrijk is dat mensen weten dat je uit elke dal kan komen.”

Ik denk zelf dat haar verhaal ook goed te gebruiken is om in een klas haar vechten, zichzelf de schuld geven en andere herkenbare zaken aan de orde te stellen.

Een andere manier zou kunnen zijn om de tekst aan leerlingen voor te leggen en hen te vragen een brief vanuit henzelf aan José te sturen. De teksten van de brieven kunnen dan

* in groepjes met elkaar besproken worden als er voldoende veiligheid is;

* door de docent verzameld en gelezen worden en vervolgens enkele veelzeggende reacties anoniem in de klas aan de orde gesteld worden. Voor alle veiligheid is het mogelijk een idee de reacties van leerlingen uit de ene klas te gebruiken in een andere.

Mocht iemand van José’s tekst gebruikmaken, dan houd ik me aanbevolen voor een selectie uit de reacties, uiteraard om die aan mijn dappere leerlinge door te geven.

Haar tekst:

Ik begin mijn verhaal bij het begin en dat is de basisschool.

Op de basisschool werd ik gepest, bijna elke dag. Ik had maar twee vriendinnen, maar dat waren eigenlijk ook niet echt vriendinnen. Ze wilden wel met me omgaan, maar ze kozen toch voor de groep die mij pestte. Ik heb het nooit durven te zeggen, want ik schaamde me daar voor. In groep 5 kreeg ik een bril en toen werd ik alleen nog maar meer gepest. Ik snapte niet waarom ik werd gepest. Waarom was ik dan zo anders dan de rest? Door de onzekerheid en de wil om geaccepteerd te worden dacht ik dat het aan mijn uiterlijk lag, maar hoe vertel jij je ouders dat je andere kleren wil? Dat kon dus niet. Dus ik ging harder leren. Toen werd ik de stuud, dus dat had ook al geen effect. Dus ik ging afvallen. Toen zat ik in groep 7. Ik was 10. En ik begon met afvallen. Mijn ouders hadden het toen nog niet door. Maar er kwam geen effect, ze bleven me pesten. Dus in groep 8 pakte ik het afvallen anders aan. Ik snoepte niet meer en ik at nog maar 1 boterham in de middag en de spullen die ik had mee gekregen naar school, at ik niet op. Want ze mochten me niet zien eten. Toen zagen de mensen dat ik ging afvallen. Ik kon me alleen nog maar op mijn gewicht focussen. Mijn ouders werden bezorgd en mijn zus en leraar ook. Maar ze konden er niets aan doen.

Toen kwam ik op het middelbaar onderwijs. Ik dacht dat als ik nog wat meer zou afvallen, dat ik dan hier wel vrienden zou maken. Dus ik bleef afvallen. En inderdaad, ik kreeg vrienden. En ze vonden het geweldig dat ik zo dun was. Maar was ik wel zo dun? Ik begon meer te twijfelen en at ook nu niet meer in de grote pauze, bang dat ze me vies zouden vinden omdat ik at. Mijn moeder kwam erachter en die werd boos door de angsten. Ik at al wat meer, maar ik werd zwaarder, dus ik wilde weer afvallen. Dus dat deed ik ook.

In de tweede ging ik veel om met Mascha en Liesbeth. En ik was nog steeds heel dun. Maar mijn gewicht was gestegen. Ik kreeg vormen, maar dat maakte me niet uit. Ik maakte me zorgen om mijn gewicht. In het begin van de tweede kreeg in een vriend. En dat is de jongen die mij had aangerand. Ik had het tegen niemand verteld, net als het feit dat ik werd gepest op de basisschool. Maar de mensen bleven vragen waarom het uit was. Ze konden er maar niet over ophouden. En toen had ik het na drie maanden huilend verteld. Ze konden het niet geloven. Ik ben daarvoor een tijdje bij de counselor geweest. Ik gaf mezelf de schuld. Waarom had ik hem niet tegen gehouden? Waarom had hij mij als doelwit gekozen? Was ik dan echt zo makkelijk om verliefd te laten worden? De vragen spookten door mijn hoofd, maar er kwamen geen antwoorden op. Ik zie die jongen nu nooit meer. Gelukkig maar. Maar sindsdien ben ik begonnen met snijden. Maar waarom? Komt het door die aanranding? Of door de pesterijen? Ik stelde me voor alles wat fout ging, verantwoordelijk. En mensen vonden dat wel handig, het was toch altijd José’s fout. Dus laten we haar standaard maar de schuld geven. Mascha en Liesbeth hadden geen idee wat er allemaal in mijn hoofd rondspookte. Dat hebben ze ook nooit geweten of begrepen. Ze zagen niet dat ik dood ging van binnen. En doordat ze het niet zagen, stond ik er helemaal alleen voor, want ik vond het beschamend om hulp te zoeken. Dus ik bleef in een vicieus cirkeltje en kwam er niet meer uit. Ik zakte er alleen nog maar verder in. Toen had ik heel veel doodswensen. En ik zag de leuke dingen van het leven niet meer. Iedereen om mij heen was gelukkig, maar ik kon niet begrijpen waar ze het over hadden. Ik heb alleen geluk gevoeld toen ik nog heel klein was. Toen ik nog veilig bij m’n moeder thuis was.

Mascha en Liesbeth en andere mensen vonden het wel leuk om mij afgelopen schooljaar in de uitwisseling met Italië slet te noemen. Ik had toen een vriend. En ik had in Italië sjans van een Italiaan. En toen was ik in hun ogen een slet. Ik vond het nergens op slaan, want zoiets zeg je niet over een persoon en al helemaal niet over een persoon die je een vriendin noemt. Dus ik heb ze laten vallen. Ze deden nog stommer tegen mij dan ooit. Ik voelde me heel slecht en gaf mezelf er de schuld van. Dus ik zat weer in de zoveelste dal en ik sneed weer en ik ging weer afvallen. De mensen waar ik nu mee omga hielpen mij uit die dal. En gaven mij het gevoel dat ik voor de eerste keer in mijn leven echt geaccepteerd werd door mensen buiten mijn familie. Ze gaven mij weer zelfvertrouwen en hadden geen voorwaardes aan hun vriendschappen. Ik ben ze nog steeds dankbaar voor. Maar ik trek me nog steeds alles van iedereen aan. Ik trek de schuld nog steeds onbewust naar mezelf. En daardoor heb ik nog wel van die dagen dat ik liever dood ben dan levend. Maar ik begin telkens meer dingen te zien, die positief op mij inwerken. Net als de kleine dingen die mijn vrienden tegen mij zeggen.

Mijn ouders heb ik het een maand geleden verteld. En toen heb ik ook verteld over de pesterijen op de basisschool. Mijn moeder wist al wel van de aanranding, maar mijn vader nog niet. En ook dat heb ik hem laatst verteld. Ze schrokken, maar vonden het fijn dat ik het vertelde. Maar vonden het wel jammer dat ik niet eerder ermee was gekomen, want dan konden ze me helpen, zeiden ze. Maar ze weten ook dat ik me niet liet helpen.

Ik kijk bijna dagelijks naar mijn littekens op mijn linkerpols en mijn rechterbovenbeen. Dan denk ik terug aan de momenten dat ik dat had gedaan. En ik heb er geen enkel spijt van. Uit elke dal ben ik sterker terug gekomen. En als ik naar die littekens kijk, zie ik de momenten weer voor me, en de redenen waarom ik sneed. En dan kijk ik naar de geweldige vrienden die ik nu heb. En zie dat ik nu eerlijk kan zeggen; ik ben gelukkig. Want ik heb de mensen gevonden die mij respecteren en accepteren om hoe ik van binnen ben en niet om hoe ik eruit zie. En daar ben ik heel erg dankbaar voor.
[LIA 107 – 31-5-2009]