Categoriearchief: lichaam

Leerlingen en onzinervaringen

Tienerleed
Het leven van een tiener gaat niet over rozen, begin ik te merken. Over allerlei ellende die je op onze leeftijd tegen kunt komen, kan ik een heel boek schrijven. Ik heb een tijd gehad dat ik het echt niet meer zag zitten. Op school ging het niet zo goed. Het was nog niet eens Kerst en ik zat me al druk te maken over de mogelijkheid dat ik zou blijven zitten. Thuis waren er problemen. Ik had niemand om mee te praten. Als ik zou willen waarschijnlijk wel, maar ik ben zo iemand die alles eerst opkropt. Ik voelde me ontzettend alleen. ’s Avonds in bed huilde ik me vaak in slaap en toen heb ik wel een paar keer gedacht: ”Wat doe ik nog hier? van mij hoeft het niet meer!” Maar iets uitvoeren kon ik (gelukkig?) niet. Iets hield me tegen; wat dat was weet ik niet. Waarschijnlijk was ik toch te bang om zoiets te doen. Niemand weet dat ik zo dacht, alleen mijn drie vriendinnen heb ik het pas geleden verteld. Ze verklaren mij volgens mij echt voor gestoord, maar ze weten ook niet hoe ik me toen voelde. Het is gewoon niet uit te leggen.Afgelopen tijd ben ik geestelijk sterk in de weer geweest met twee moeilijke zaken in mijn leven.Begin van dit jaar was ik ongelofelijk depressief. Een goede vriend van mij is toen verongelukt. Niemand wist hoe ik daarmee zat. Ik vond hem namelijk heel erg leuk, misschien zelfs meer dan dat! De volgende dag op school hoefde iemand maar over het ongeluk te beginnen en de tranen kwamen al. Dat heeft zo een week geduurd. Na de crematie was dat wel een stuk over. Maar ik kon er toen eigenlijk met niemand over praten. Niels was dood en het leven ging door. Omdat niemand wist van mijn gevoelens voor deze jongen, kon ik het eigenlijk niet steeds over hem hebben. Ik heb mijn verdriet toen vooral verwerkt in het schrijven van gedichten en in mijn dagboek. Vooral die gedichten helpen bij mij erg goed. Het is alsof ik na elk gedicht weer een beetje van mijn verdriet heb weggeschreven. Maar vooral die eerste week dacht ik steeds: ”Ik wil niet meer… ik wil naar Niels toe!” Ik schreef toen: Het leven, zo onrechtvaardig. Waarom jij? Ik houd me flink en blijf vrolijk, maar tranen zijn er in het binnenste van mij. Waarom jij? Die vraag blijft maar door mijn hoofd gaan. Het is zo moeilijk te begrijpen: waarom ging jij bij ons vandaan? Je bent weg van deze aarde voorgoed Ik zal je nooit meer zien; niemand weet hoeveel pijn me dat doet.? In het begin dacht ik nog elke dag aan hem. Na verloop van tijd werd het vanzelf minder. Omdat ik zo slecht erover kon praten, hebben de gedichten me heel sterk geholpen om alles van me af te schrijven. Langzamerhand dacht ik alleen nog bij speciale dingen aan hem, bijvoorbeeld bij zijn verjaardag.
Nog steeds dat onbeschrijfelijke gevoel je te moeten missen.
Al die gedachten en herinneringen,je kunt ze niet wissen.
Ze zullen er altijd blijven, een deel worden van mijn leven.
Ik zal aan je blijven denken, niet te veel daar zal ik naar streven.
Aan je denken doet toch alleen maar pijn en verdriet.
Wat ik er ook van vind,terugkomen doe je niet!
Mijn leven gaat door maar heel diep in mijn hart
is een speciaal plekje?voor altijd voor jou…..
En nu, bijna een jaar na zijn dood, kan ik gewoon over hem praten zonder meteen een brok in mijn keel te krijgen. Het constant over hem denken is ook voorbij. Gelukkig maar, hoe hard het ook klinkt, maar je wordt er zelf niet echt vrolijker op. Het heeft lang geduurd, maar het is me gelukt dit verdriet te verwerken. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik zelf veel over de dood ben ga nadenken.
Het is alweer zo lang geleden maar ik herinner me alles nog
tot op de dag van vandaag.
Waarom jij?
Dat blijft nog altijd de grote vraag
Het verdriet om jou wordt minder
ja zeker, het slijt.
Maar je raakt bij mij nooit in vergetelheid.
Met mijn andere moeilijkheid zal ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben dik, niet meer te dik. Altijd al geweest trouwens en dat is het hem nu juist. Dat eeuwige vet ben ik zat! Op de lagere school was er al dat eeuwige schelden en zeuren. Als die opmerkingen nu eens origineel waren, maar nee, zelfs dat niet. De laatste jaren van de basisschool waren toch nog wel leuk. Iedereen was ondertussen aan het idee gewend. Er kwam nog weleens een enkele opmerking, maar daar trok ik mezelf niet veel meer van aan. Op het moment, dat iedereen er vrede mee had dat ik niet zo’n figuur had als iedereen – en ikzelf eigenlijk ook – , kwam ik hier op de middelbare school. En jawel hoor, de ellende begon weer van voren af aan.Je zou toch denken dat leerlingen op een grote school zich ook te groot voelen voor dit soort kinderachtige dingen, maar wat viel dat tegen!
Ik voelde mezelf ook steeds ronder worden bij elke opmerking die ik te horen kreeg. Vol goede moed begon ik aan allerlei diëten, maar er kwam geen enkel resultaat. Ik werd alleen misselijk en chagrijnig. Maar ook op deze school waren ze er op den duur wel aan gewend. Maar enkele maanden geleden heb ik weer eens al mijn woede en verdriet in een gedicht gestopt. Ik was voor de zoveelste keer weer bezig met een dieet. Naomi zou op een vrijdag haar verjaardag vieren. Toen begonnen ze meteen met opmerkingen, dat ik dit en dat niet mocht hebben in combinatie met weer iets anders. Ze legden me mijn dieet uit. Toen werd ik echt kwaad, want ik was al chagrijnig wegens een verknald proefwerk. Ik ben tegen mijn vriendinnen ongelofelijk uitgevallen. Ik heb gezegd dat ik dan beter thuis kon blijven met een bak wortels. Dat was ook weer niet hun bedoeling, zeiden ze. Maar ik kon wel janken.

Niemand begreep dus hoe erg ik er zelf mee zat en ik schreef daarom dit gedicht. Ik zag alles hartstikke negatief en met mezelf afkraken heb ik in zo’n situatie ook geen enkele moeite.
Een grote bonk vet
en verder weinig anders meer:
zo kun je me omschrijven
na elk dieet weer.
Zelf vind ik het ook niet alles
maar als je weet wat ik allemaal al heb gedaan
Misschien dat je dan kunt begrijpen.
dat mijn hoop al ver is heengegaan.
Een vinger in mijn keel
en zo mijn maag weer omkeren
ik heb het nooit gedurfd
maar misschien moet ik het eens proberen.
Of als kluizenaar gaan leven
nooit meer naar een verjaardag of op visite gaan
om zo de confrontatie met taart, koekjes,
chips en snoep tegen te gaan.
Er moet wel iets veranderen
Want één blik in de spiegel
en je raadt al wat ik zie……
Staat mijn toekomst dan hierboven beschreven?
Ik weet het niet.
Maar daarna werd ik het zelf ook beu. Ik was gewoon te dik. Wat de anderen ook te zeggen hadden over mijn figuur, er moest het nodige van af. Een vinger in mijn keel zou een oplossing kunnen zijn, maar ik weet ook wel dat dat niet dè oplossing kan zijn. Ik vraag me af of het wel zou kunnen.Maar van een vriendin kreeg ik een dieet en het bleek heel goed vol te houden. Ik ben er nu al enkele maanden mee bezig en met goede resultaten. Vrijwel niemand heeft de laatste tijd gezegd dat ik dik was. Ze zeggen nu wel dat je het goed aan me kunt zien dat ik zoveel afgevallen ben…….?Maar het doet me niets, ìk voel me nu lekker en daar gaat het om.

“Ik wil ermee stoppen”
Lieve Sas,?Het spijt me, ik kon niet anders.Het ligt niet aan jou. Ik zal je missen.Sorry! Liefs, Kaar.
Nu Karin de afscheidsbrief voor haar hartsvriendin had geschreven, was ze helemaal klaar. Ze had net haar tanden gepoetst en ’welterusten’ naar beneden geroepen. Ze kroop in bed en slikte alle pillen door die ze de afgelopen maanden had gespaard. Niemand kon haar meer stoppen. Het idee om zelfmoord te plegen spookte zeker al een half jaar door Karins hoofd. Niet dat ze de laatste tijd geen plezier meer had, ze ging ieder weekend met Saskia uit en dat was altijd dikke pret. Ook op school ging het erg goed. Ze zat in de vijfde van de HAVO en haar eindexamen ging ze zeker halen. Karin had geen vriend. Wel aanzoeken genoeg hoor, maar voor haar geen vastigheid. Waarom zag ze het dan niet meer zitten? Ze had toch alles wat haar hartje begeerde? Nee dus. Het grote probleem heerste bij haar thuis. In ieder gezin is weleens ruzie, maar die worden meestal snel weer bijgelegd. Bij Karin thuis niet. Bij Karin thuis waren er eeuwig ruzies. Ruzies over kleding, school, werk, familie, vrienden, uitgaan; zelfs over de afwas, het strijken en de televisiezenders. Had pa eens geen ruzie met ma, dan begon een van de twee wel tegen Karin of haar broertje Bas. De sfeer was werkelijk ondraaglijk. Twee maanden geleden moesten Karin en Bas bij hun ouders aan tafel komen. Ze keken heel serieus en Karin wist eigenlijk al wat er zou gaan komen. En ja hoor: ze vertelden dat het zo niet langer kon en dat ze zo snel mogelijk wilden gaan scheiden. Bas begon te huilen en rende naar zijn kamertje. Karin bleef zitten en wachtte op wat er nog meer zou komen. Haar vader zou zo lang bij opa en oma gaan wonen en Karin en Bas bleven dan bij hun moeder. Misschien dat de ruzies nu eindelijk eens ophielden, dat het thuis een beetje leefbaar werd. Maar nee, dit bleek te mooi om waar te zijn. De situatie bleef precies hetzelfde als voorheen en een normaal gesprek kon nog steeds niet gevoerd worden. Karin had het er nooit met Saskia over. Ze wilde haar niet met zo’n probleem opzadelen. Saskia had al problemen genoeg op school. Voor haar was het eigenlijk wel zeker dat ze voor haar examen zou zakken en daar zat ze behoorlijk mee in haar maag. De kindertelefoon of het vertrouwensteam op school vond Karin maar niks; ze had geen zin haar ellende met vreemden te delen. De enige uitweg die Karin nog zag was een eind aan haar leven te maken. Haar ouders zouden haar toch niet missen en de rest van haar familie… ach, daar had ze de laatste tijd eigenlijk ook geen contact meer mee. Alleen voor Saskia zou het een ramp zijn. Ze waren vanaf de kleuterschool onafscheidelijk geweest; ze hadden samen van alles uitgevreten en beleefd. Saskia was dan ook de enige die Karin in haar besluit had doen twijfelen. De volgende morgen werd Karin wakker in het ziekenhuis. Toen ze die morgen niet op tijd beneden was, was haar moeder naar boven gegaan en had haar afscheidsbrief gevonden. Toen ze Karin niet wakker kreeg, belde ze het alarmnummer en in het ziekenhuis moest Karins maag leeggepompt worden. Karin keek vreemd om zich heen. Waar was ze? Waarom was ze niet dood? Naast haar bed zaten haar vader en moeder, Bas en Saskia. Haar moeder huilde. Ze vroeg Karin hoe ze zich voelde, ze noemde haar zelfs lieverd. Al die belangstelling opeens: was haar moeder echt blij of deed ze maar alsof? Ook Saskia zat te huilen en zei dat ze zo blij was dat Karin er nog was. Toen Karin dit hoorde, was ze diep in haar hart ook blij dat haar poging mislukt was. Ze pakte Saskia’s hand en voelde een golf van geluk en liefde. Even later zat ze alleen met Saskia op bed. Ze vertelde haar het hele verhaal. Van alle ruzies en het feit dat ze die niet meer aankon. Saskia luisterde aandachtig en stelde gelukkig geen akelige vragen. Saskia zei haar dat Karins moeder zo gelukkig was dat Karin nog leefde, ze had aan een stuk door haar naam gefluisterd. De hele morgen zaten ze samen op het ziekenhuisbed te praten en uiteindelijk had Karin beloofd een goed gesprek met haar ouders te zullen voeren. De enige voorwaarde die Karin had was dat Saskia erbij zou zijn. Het gesprek verliep rustig; zonder enige stemverheffing of verwijten. Het was lang geleden dat Karin zo met haar ouders had kunnen praten. Haar moeder had zo’n spijt dat ze altijd maar had lopen vitten en pas nu zag ze in hoe fout ze was geweest. Ook haar vader mompelde zo iets er achter aan. Karin vertelde dat ze had gedacht dat haar ouders haar toch niet zouden missen. Haar moeder huilde tranen met tuiten, zei hoeveel ze van Karin hield en dat ze haar echt niet kon missen. Ook zei ze dat ze best zou begrijpen als Karin ergens anders wilde gaan wonen; haar daden waren immers onvergeeflijk. Maar ergens anders wonen wilde Karin helemaal niet. Ze wilde haar ouders een nieuwe kans geven, een nieuwe start maken.

Het is nu inmiddels drie weken geleden dat Karin haar ouders een nieuwe kans gaf. Het gaat goed met haar. Ze begint langzaam aan weer een beetje te leven. Voor haar examen gaat ze waarschijnlijk wel slagen en ze gaat ‘s zaterdagavonds ook weer met Saskia uit. Met haar klassenleraar heeft ze al een paar keer gepraat over alles wat er gebeurd is. Hij lijkt haar te begrijpen en ze vindt het fijn om het met hem erover te hebben. Ook haar klasgenootjes reageerden heel lief. En thuis….thuis is het leefbaar. Niet alles gaat perfect, maar haar moeder doet echt haar best. Ook haar vader belt regelmatig om te vragen hoe het met haar is en wat ze allemaal op school beleefd heeft. Karin is blij dat ze nog leeft, ze moet er niet aan denken als ze er nu niet meer zou zijn. Ook heeft ze een jongen ontmoet die behoorlijk de ware Jacob lijkt te zijn. Karin is positief over haar toekomst en ziet het leven weer helemaal zitten. Ze ziet in, dat zelfmoord geen goede oplossing is, praten met anderen juist wel.

Waarom heb ik dit gedicht geschreven?
Een tijdje terug was mijn leven een echte puinzooi. Het leek er op alsof alles wat ik deed gedoemd was te mislukken. Ik had met iedereen ruzie. Iedereen irriteerde mij. Niemand deed iets goeds – in mijn ogen-. Ik voelde me eenzaam en dacht dat iedereen me in de steek liet. Terwijl het eigenlijk andersom was. Ik was degene die anderen wegjoeg met mijn botte opmerkingen. Ik voelde me zo onbegrepen. Op een gegeven moment wilde niemand, of nee, niemand wist hoe ze met mij moesten praten zonder afgesnauwd te worden. Ik werd steeds bozer op de mensen om me heen. Ik reageerde mijn woede op iedereen af. Thuis had ik steeds vaker ruzie met mijn moeder. Maar als je ruzie hebt met je ouder, dan werkt dat als een bal die je tegen de muur aan gooit en die met dubbele kracht terugstuitert, erg vervelend dus.?Het ging steeds slechter met mij en het werd een tijd dat zelfmoordgedachten steeds vaker in mijn geest opkwamen. Ik heb ooit geprobeerd aan mijn beste vriendin te vertellen, dat ik overwoog om zelfmoord te plegen. Want zo iets is best moeilijk te vertellen, want je loopt er niet graag mee te koop. Zo van: ”Ik zie het leven niet meer zitten, dus ik ga maar zelfmoord plegen.” Ze geloofd e me niet en dacht dat ik een geintje maakte. Hoewel ik me dat niet kan voorstellen; over zelfmoord maak je toch geen geintjes? Maar ik besloot er toch mee door te gaan. En zomaar op een dag besloot ik dat dit de dag was dat ik wilde sterven. De zon scheen, het was lekker warm, de perfecte dag. Ja, nu kan ik er grapjes over maken, maar toen echt niet.?Daar zat ik dan met een mes in mijn handen en een zelfmoordgedachte in mijn hoofd. Ik had wel een dag uitgekozen dat mijn familie niet thuis was. Op het moment dat ik het mes aan mijn pols zette, hoorde ik diep in mij een stem van binnen. Ik bedoel, ik wil niet heilig overkomen, of zo, ik ben niet een echte gelovige, denk ik. Maar de stem zei tegen mij het niet te doen. Waarop ik hardop heb geantwoord dat het leven voor mij niet meer hoefde. Er was voor mij op dat moment geen reden om door te gaan met leven, maar de stem beloofde mij dat hij zou helpen. Hij vertelde me dat er nog mensen waren die om me gaven; en dat ik hen veel verdriet zou doen als ik zou doorzetten. En dat was wel het laatste wat ik hen wilde aandoen: ik wilde niet meer leven omdat het leven me zo had gekwetst. De stem haalde me over om het nog een keer te proberen. En dat deed ik dus. En ik kan nu wel zeggen dat ik blij ben naar hem geluisterd te hebben. Het is een van de beste beslissingen die ik ooit gemaakt heb.

Ik geniet nu meer van het leven en wat het me schenkt aan gelukkige momenten… en de rotmomenten neem ik dan maar voor lief. De stem had trouwens gelijk. Er waren inderdaad mensen die om me geven. Ik had ze alleen niet gezien. Het waren er weliswaar een handjevol, maar genoeg voor mij om verder te leven. Ik heb van die tijd veel geleerd. Ik heb nu veel meer zelfvertrouwen. Ikk heb geleerd om niet meer zo zelfzuchtig te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat je ook geholpen wilt worden als je in zo’n situatie zit. Ik ben ook geholpen. Niet door een persoon, maar door iets heel anders… door dat deel in mij dat van het leven houdt. Het deel dat mij is geschonken door iemand van daarboven, of je het nu God of iets anders noemt. Ik kan gewoon niet ontkennen dat er iets meer is dan wij mensen alleen. Het klinkt -vind ik zelf – raar, maar zo voel ik het: als ik iets leuks meemaak of ik kom ongeschonden uit iets negatiefs, dan zeg ik zachtjes tegen mezelf: ”Dank je wel, wie je ook bent en waar je ook bent. Dank je wel, dat je over mij waakt.” Ik werd later ook sterk aangesproken door een grafschrift: ”Ik hoop dat je nu hebt gevonden waar je naar zocht en wat wij je blijkbaar niet konden geven.” Het was het grafschrift van een jongen, die zelfmoord bleek te hebben gepleegd. Als je zelf bijna zelfmoord hebt gepleegd, weet je waarom zo’n jongen de stap heeft genomen. Het komt er allemaal op neer dat de jongen problemen had, zoals zovelen van ons. Het enige verschil tussen hem en mij is, dat ik toch sterk genoeg bleek te zijn om mijn problemen in de ogen te kijken en naar een oplossing te zoeken. Misschien was die jongen niet zo sterk of zag hij het nut van zoeken niet meer in. Er zijn zoveel pubers die die problemen hebben, en er zijn er heel wat die over zelfmoord nadenken en gelukkig zijn het er enkelen die ook echt doorzetten. Ik vind nu dat ik laf was om die mogelijkheid bijna te kiezen. Ik was gewoon te laf om te leven. Te laf geweest om mijn problemen te bespreken of een andere uitweg te zoeken. Maar gelukkig ben ik een van hen die niet doorgezet hebben.?Ik heb nu een weg gevonden om met mijn problemen om te gaan: ik heb mijn dagboek en mijn beste vriendin. Het opschrijven van al je problemen geeft je een goede uitweg om alles wat er die dag gebeurd is van je af te zetten. Mijn beste vriendin weet nu hoe ik in elkaar zit en zij voelt mij perfect aan. Ze weet gelijk of het goed met mij gaat of dat ik lieg. Soms wel vervelend, maar ik ben hartstikke blij, dat ze er is.

Ik heb een eetprobleem

Al weer enkele jaren laten we leerlingen iedere periode een levensbeschouwelijk dagboek schrijven. De leerlingen bewaren die met andere producten om aan het eind van hun levensbeschouwelijke loopbaan op het Newmancollege een retrospectie te maken. Een van mijn leerlingen heeft gedurende drie jaar regelmatig aandacht geschonken aan haar eetprobleem en laten zien hoe ze ermee worstelde, wat het voor haar zelfbeeld betekent en hoe ze er uit is gekomen. Wie lessen geeft over lichaam en zelfbeeld, heeft mogelijk iets aan de ervaringen die hieronder verteld worden. Mocht je er iets mee doen, laat het dan even weten: ik heb mijn leerlinge beloofd dat ik door zou geven als haar schrijfsels ergens gebruikt zouden worden.

18-02-2004
Het is vandaag woensdag. Vandaag was de dag dat ik aan mijn moeder ging vertellen van mijn eetprobleem. Mijn moeder wist nog van niets. ‘s Ochtends was dat eigenlijk wel raar. Zij was gewoon met de normale dingen bezig die ze elke dag doet. Ik natuurlijk ook, maar ik met een heel ander gevoel dan zij. Zij wist natuurlijk ook nog niet waarom ze met mij naar de GGD moest, dus ze had ook wel een raar gevoel, maar ik vond het heel spannend. En wilde het eigelijk niet. De GGD had mijn moeder erbij gehaald, maar ik wilde dat niet, toch had ze het gedaan. Als ik daarover na ga denken word ik heel boos op de GGD, want ze blijven wel altijd schijnheilig zeggen dat ze beroepsgeheim hebben maar daar heb ik nu dus niets van gemerkt. Maar als ik via hun ogen ga kijken, dan snap ik wel waarom ze mijn moeder erbij betrokken hebben. Alleen mijn moeder kan mij helpen van een eetprobleem af te komen.

Om 16.00 hadden we de afspraak. Mijn vriendinnen konden die dag aan me merken dat ik het er moeilijk mee had. Ze waren de laatste weken heel lief voor me geweest sinds ze wisten van mijn eetprobleem. Dat is zo fijn om te zien hoeveel je vriendinnen dus eigenlijk om je geven. Ze wensten me heel veel succes toen ik wegging. In de auto zeiden mijn moeder en ik niet veel tegen elkaar, we hadden allebei dat bepaalde gevoel van spanning.

Bij de GGD binnen hebben we – GGD en ik – alles verteld aan mijn moeder. Ze moest ervan huilen. Daar kreeg ik heel veel verschillende gevoelens bij. Ten eerste dat ik het zo erg vond wat ik haar had aangedaan en eigenlijk alleen maar aan mezelf heb gedacht. Daarna voelde ik weer blijdschap omdat ik zag dat mijn moeder zoveel om me gaf.

Daarna moest ik veel gaan nadenken, over hoe ik komende weken verder wilde gaan. Had ik het er voor over om weer normaal te gaan eten? Kon ik het aan om weer iets aan te komen? Kon ik proberen om op een dag toch weer iets te eten en dat dan niet uit te kotsen? Wilde ik dat proberen? Ik heb er uiteindelijk voor gekozen omdat wel te proberen. En met de hulp van de GGD zou dat ook wel lukken. We spraken voor de week erna af om te kijken hoe het dan zou gaan en hoe we verder gingen.

Toen ik thuis was belde Tamara mij al meteen. Dat voelde zo fijn, om vriendinnen te hebben die je echt steunen die dus echt om je geven en willen dat het goed met je komt. Door mijn vriendinnen had ik weer wat vertrouwen erin gekregen, daardoor had ik weer een beetje moed gekregen om er voor te vechten om van mijn probleem af te komen.

16-05-04
We waren in Italië van 12 tot 18 mei. Mijn Italiaanse gastgezin was niet zo leuk, en mijn Italiaan viel ook tegen. Op zondag 16 mei was er een familiedag gepland. Het gezin zelf moest dan iets verzinnen om die dag te doen. De meeste Italianen van mijn klasgenoten gingen met meerdere gezinnen iets doen. Maar mijn Italiaan ging niet met anderen. Daar baalde ik heel erg van, en hoe vaak hij ook bleef zeggen hoe leuk het wel niet werd, ik had er geen zin in. We moesten om 10 uur ons bed uit. We zouden die dag naar een camping gaan in Venetië, daar waren zijn oom en tante. Vanaf die camping zouden we met de boot naar Torcello, een eiland bij Venetië, gaan. Zijn zus en zijn zwager reden met ons mee naar Venetië. Op de camping stonden zijn oom en tante al op ons te wachten. We gingen met een boot naar het eilandje. Toen vond ik het al niet leuk. Ze praatten allemaal Italiaans. Ik heb geen een keer kunnen praten. Op het eiland aangekomen gingen we naar een huisje. Daar waren 2 oma’s van hem en zijn opa. We waren nu dus met Giacomo, zijn vader, moeder, oom, tante, zwager, zus, opa, oma, oma en ik. Tien Italianen en één Nederlander. Ik heb die dag dus bijna niet gepraat. Heel soms heb ik even met mijn Italiaan gepraat.

Ik voelde me die dag dus al echt niet op m’n gemak. Ik wilde heel graag naar mijn vriendinnen toe. Maar ik kon ze ook niet bellen, want het is heel duur en bijna niemand van m’n vriendinnen had beltegoed. De hele dag heb ik dus met een opgekropt verdrietig gevoel gezeten.

Rond 4 uur ‘s middags gingen we al uitgebreid eten. Mijn Italiaan zei al tegen me dat we veel vis hadden, terwijl ik dat niet lust. Ze begonnen met heel kleine visjes. Daar heb ik er 2 van op, ik wilde natuurlijk wel beleefd zijn. Daarna kwam een iets grotere vis, die heb ik afgeslagen. Omdat ik geen vis lust, gaven zij me extra aardappeltjes. Na die aardappels zat ik echt al vol. En ik wist natuurlijk wat er komen ging, ze gingen nog meer eten op tafel zetten. Er kwam een nog grotere vis, die heb ik ook afgeslagen en aan de zus vertelt dat ik echt vol zat. Zij wist van mijn eetprobleem, ze kan goed Engels dus ik heb het haar uitgelegd. Er kwam nog een schaal met een soort inktvisringen. Ik lust dat niet en hoefde het ook niet. Maar die mensen bleven aandringen, en ik bleef natuurlijk nee zeggen. Het kon me nu even niet schelen of ik vriendelijk moest blijven of niet, ik wilde niet dat ik alles zou verpesten, waar ik de laatste maanden zo m’n best voor heb gedaan. Uiteindelijk gooide zijn opa toch eten op mijn bord. Ik heb het laten staan. Toen keek die opa heel raar, en de zus van mijn Italiaan legde toen uit dat ik een eetprobleem had. Die opa keek me aan en lachte me uit. Tenminste, dat dacht ik, hij moest lachen toen hij het hoorde, voor mij komt het dan over of hij me uitlacht. Toen kwam er nog een salade met aardbeien. Ik dacht dat ze nu wel zouden snappen dat ik écht niet hoefde. Maar nog bleven ze aandringen. Toen was er echt iets gebroken in me, ook door die opa, ze snapten daar echt niet hoe ik me voelde. Voor mij werd alles alleen maar erger. Ik wilde zo snel mogelijk weg daar. Ik voelde me van binnen heel erg vol. Uiteindelijk hield ik het echt niet meer, ik ben naar de wc gerend en heb m’n vinger in m’n keel gestoken. Het móest gewoon. Eventjes voelde ik me opgelucht, maar al snel kwamen al de negatieve gevoelens naar boven. Ik miste mijn vriendinnen, mijn familie, mijn eigen huis en bed, de Italianen deden stom tegen me, maar het ergste was nog dat ik m’n vinger in m’n keel had gestoken. Ik kon echt wel janken. Ik kon er op dat moment met niemand over praten. Ik was daar zo verdrietig van, maar ondertussen boos op mezelf. Al ongeveer 2 of 3 maanden ging het goed. En dan net in Italië moet het fout gaan, op een dag waar ik met niemand kan praten. We moesten nog een halve dag. Ik was er helemaal niet met mijn gedachten bij, ik dacht alleen maar aan de negatieve dingen. Éindelijk om half 7 gingen we terug. Toen we in de auto zaten kreeg ik een sms van Tamara. Ik had haar al ingelicht dat het slecht met me ging, ze vroeg of ik ‘s avonds naar het centrum zou komen. Dat wilde ik natuurlijk maar al te graag, ik wilde heel graag met iemand praten. Ik vroeg aan mijn Italiaan of we ‘s avonds naar het centrum konden gaan. Eerst mocht het van zijn ouders niet. Ik was natuurlijk heel erg teleurgesteld. Uiteindelijk mocht het toch wel en zouden we rond 9 uur naar het centrum gaan.

Toen ik Tamara en mijn andere klasgenoten zag was ik zo blij. Eindelijk kon ik weer gewoon Nederlands praten. Tamara wilde weten wat er die middag aan de hand was. We gingen even een rondje lopen. Ik heb toen alles verteld wat er gebeurd was en moest toen huilen. De hele dag wilde ik al wel huilen, maar dat kon natuurlijk niet bij al die Italianen. Gelukkig was Tamara heel lief voor me en ze zei dat ik het maar zo snel mogelijk moest vergeten. Ze was gelukkig helemaal niet boos, daar was ik bang voor. Ze heeft me getroost en weer moed ingepraat.

Vanaf het moment dat ik Tamara en mijn andere vriendinnen zag was ik weer helemaal gelukkig. Ik heb het die dag echt niet leuk gehad. Ik heb bijna niet kunnen praten. En ik heb natuurlijk de hele dag met rotgevoel gezeten. Gelukkig kon ik er met mijn vriendinnen over praten en zij praatten me weer moed in.

Ergens in 2005
Sinds een maand zit ik bij een diëtiste, iets wat ik al heel lang wilde en eindelijk mocht ik er, na een aantal gesprekken met mijn huisarts, naar toe. Ik was helemaal blij want ik wil dit al anderhalf jaar! Ik ben er nu twee keer geweest en dat ging heel goed. De tweede keer dat ik er kwam bleek ik 2 kilo te zijn afgevallen. Ik was helemaal gelukkig en het was voor mij een goede stimulans om ermee door te gaan.

Dat is nu ongeveer 2 weken geleden en morgen moet ik weer terug. Maar nu twijfel ik er opeens aan of ik er wel mee door wil gaan. Ik heb er de laatste week heel veel over nagedacht. Want ik was 2 kilo afgevallen en daar was ik heel blij mee, maar daarna heb ik me eigenlijk niet meer goed aan de afspraken gehouden die ik met de diëtiste had gemaakt. En eigenlijk maakte het me allemaal niet meer zoveel uit. Ik heb niet meer het gevoel dat ik héél graag af wil vallen. Of ik heb er niet genoeg discipline voor om me aan de afspraken te houden. Want aan de ene kant wil ik nog wel graag afvallen, maar ik wil er niet al die moeite voor doen. Ik wil ook nog steeds lekkere dingen eten. Dus dan vraag ik me af: Wil ik dan eigenlijk wel heel graag afvallen? Want als ik het echt héél graag had gewild, zou ik me wel aan de afspraken houden en gezond eten en al het lekkers laten staan. Maar ik heb deze laatste 1-2 weken wel gewoon lekkere koeken en snoep gepakt wanneer ik dat wilde, ik dacht er niet veel bij na. En in de periode van mijn eetprobleem kreeg ik dan ’s avonds heel veel spijt, maar dat kreeg ik nu ook niet. Ik dacht ook een beetje: Ik ben nu toch 2 kilo afgevallen, dus dit mag wel! Maar terwijl ik dat elke dag dacht, kwam ik toch steeds weer aan. Ik ben net op de weegschaal gaan staan en ik ben nu 3 kilo aangekomen. En eigenlijk, maakt het me niet eens zoveel uit.

Maar aan de andere kant denk ik dan ook weer dat ik maar beter wel gewoon naar de diëtiste weer kan gaan. Want misschien baal ik over 1 of 2 maanden weer heel erg dat ik ben aangekomen en gaat het weer de fout in.

Dus heb ik besloten om morgen toch maar naar de diëtiste te gaan en te kijken hoe het verder gaat. Misschien dat ik na het gesprek met haar weer wel wil afvallen, of in ieder geval weer de discipline terug krijg om me aan het dieet te houden.

23-8-2006
Ik heb de laatste jaren veel dagboeken gemaakt over mijn eetprobleem, daarom vond ik het toepasselijk om daar ook mijn laatste levensbeschouwelijke dagboek over te maken.

We waren op vakantie in Frankrijk. Mijn zusje en ik hadden een heel groot winkelcentrum gezien en zouden die dag samen gaan shoppen. We stonden in een winkel en ik had een heel leuk jasje aan, maar ik wilde even kijken hoe het jasje op een broek stond. Dus ik ging in de winkel een broek halen. Ik pakte maat 38, want ik was al van maat 36 naar maat 38 gegaan omdat ik de laatste tijd wat was aangekomen. Maar ik wilde 38 aandoen en ik kreeg hem gewoon niet aan, ik moest maat 40 gaan halen! Als ik nog in de tijd van mijn eetprobleem had gezeten had ik heel de winkel bij elkaar geschreeuwd denk. Nu vond ik het ook best kut, maar het moest maar even.

Toch dacht ik er die dag nog even over na Ik vond het toch best erg dat ik aangekomen was. Maar ik wist ook wel dat ik de laatste paar weken/maanden veel aangekomen was. Toch maakte ik me er niet zo heel druk over. Ik ben hartstikke gelukkig nu met hoe ik ben en hoe ik eruit zie. Eigenlijk gaat het hartstikke goed met me, ook al weeg ik iets meer. Ik denk ook echt niet vaak meer aan eten en mijn gewicht en daar ben ik heel blij om. Ik ben gelukkig hoe mijn leven nu is.

Ik heb een hele lieve vriend die veel om me geeft en waar ik me altijd op mijn gemak bij voel. Ik schaam me ook niet voor mijn lichaam, wat ik een aantal jaar geleden wel altijd deed bij vriendjes. Mijn vriend vind mij mooi hoe ik er zo uit zie en dat doet me goed.

Mijn moeder steunt me ook nog altijd, die vindt me goed zoals ik er nu uit zie. Ze heeft ook door dat ik me de laatste tijd niet meer zo druk maak om mijn gewicht. Daar is ze heel blij om, maar toch probeert ze er nog voorzichtig mee te zijn. Dat merk ik aan haar en dat vind ik heel lief. Ze is nog altijd bang om een foute opmerking te maken. Want in de tijd van mijn eetprobleem was een opmerking over mijn uiterlijk al snel heel fout en at ik (bij wijze van spreken) weer 2 hele dagen niet, omdat ik zo in zat over die opmerking. Nu maakt ze steeds hele lieve opmerkingen die me goed doen.

Ik ben blij zoals ik nu ben en hoe mijn leven nu is. Ik ben gewoon gelukkig nu. Ik ben blij dat ik niet meer in die periode zit, ik zou er ook echt nooit meer terug naar willen. In die tijd ging het zo slecht met me, lichamelijk maar ook geestelijk. Ik ben mijn vriendinnen, mijn moeder, de GGD en school (een paar leraren wisten ervan en hebben me ook gesteund en geholpen) heel erg dankbaar nu voor alles wat ze voor mij gedaan hebben. Ik ben gelukkig nu en dat wil ik graag zo houden.

Het maakbare lichaam

Het maakbare lichaam [Te Denken Geven 3]

Een belangrijk onderdeel van het derdejaarsprogramma in TDG3 is ‘het maakbare lichaam’. Alle leerlingen weten hoe sterk zij gefocused zijn op hun uiterlijk en de vorm van hun lichaam. Dat alles heeft de nodige levensbeschouwelijke consequenties. Daar willen we aandacht aan besteden in deze lessen.

Opzet
De nummers verwijzen naar de hoofdstukken binnen TDG3. De opzet van de lessenserie is als volgt:

10. Zoeken naar zekerheid: het maakbare lichaam
De leerlingen bevinden zich in een leeftijdsfase waarin zekerheid op de eerste plaats staat. Iedere leerling wil zekerheid, wil weten dat zhij doet wat hem/haar zekerheid geeft. Vandaar dat de peergroup zo sterk is: wil je zeker zijn, dan moet je zeker niet buiten de groep vallen. Alles wat er toe bijdraagt dat je binnen de regels van de groep blijft, is belangrijk. Dodelijk is het als men denkt dat je buitenbeentje bent.

* We beginnen met een bordassociatie over zekerheid en onzekerheid, laten de leerlingen erop los associëren en pogen vervolgens enkele conclusies te laten trekken.
* We tonen enkele youtube filmpjes, waarin mensen met behulp van Photoshop bewerkt worden tot aantrekkelijke mensen en stellen er enkele vragen bij.
* We maken duidelijk dat levensbeschouwingen onder andere als functie hebben om mensen een plaats toe te wijzen in de samenleving. Dat laten we zien aan het voorbeeld vanThirteen, de film die we eerder bij de lessen over ethiek hebben gebruikt. Maar er zijn ook andere vormen te vinden, denk maar aan de manier waarop blanken en zwarten in een apartheidssamenleving met elkaar omgaan.
* We laten een tiental minuten uit Zomergasten met Linda de Mol zien, waarin ze uitdrukkelijk aangeeft voor plastische chirurgie te hebben gekozen vanwege onzekerheid. Vervolgens zien we nog een onderdeel uit de documentaire van Sunny Bergman, waarover Linda erg lyrisch is.
* De leerlingen reageren op het getoonde fragment.

11. De wereld van beeld en manipulatie

In dit hoofdstuk komen de manieren waarop er tegen het lichaam aangekeken wordt en de levensbeschouwelijke kanten ervan aan bod.

* Eerst hebben we een fragment uit Netwerk, waar in 2007 een viertal afleveringen over Lijf en leed werden uitgezonden. Deze aflevering focust op het lichaam als religie, waarin mensen het gevoel hebben hun lichaam te zijn in plaats van een lichaam te hebben. De gevolgen van deze levensbeschouwelijke verschuiving wordt in dit fragment goed duidelijk gemaakt.
* Het tweede deel van het hoofdstuk bevat enkele onderdelen van de documentaire ‘Beperkt houdbaar’ van Sunny Bergman, die in 2007 is uitgezonden. Op de gegevens en beelden uit die documentaire moeten de leerlingen reacties geven en kan een gesprek begonnen worden.

12. Ook jongeren worstelen er al mee
Hier wordt duidelijk gemaakt dat het maakbare lichaam niet beperkt is tot de oudere vrouw die een facelift nodig heeft, maar dat jonge meiden op vroege leeftijd al tot bijvoorbeeld borstvergrotende operaties besluiten.

* Kern van dit hoofdstuk is de onthutsende uitzending van Zembla onder de veelzeggende titel “Borsten voor je verjaardag”.
* In het hoofdstuk ook een kader met het levensbeschouwelijke dagboek van een leerlinge uit 2005, die een jaar met haar lichaam geworsteld heeft en daarna besloten heeft daar niet in mee te gaan.
* Ook het positievere verhaal van de Nederlandse paspop, die nu gelukkig weer in de richting van maat 38 en 40 gaan, is hierin opgenomen.

13. Een andere manier van kijken
Het slothoofdstuk van ‘Het maakbare lichaam’ gaat over de alternatieven die er bestaan om niet in de val van de schoonheidsmythe te trappen.

* Enerzijds is er de mogelijkheid om nieuwe beelden te creëren, die als tegengif kunnen dienen tegen de Photoshopbeelden van de media. We hebben daarvan drie voorbeelden: een uit de documentaire van Sunny Bergman met buikdansende vrouwen en vrouwen die samen een haman bezoeken. Vervolgens een fragment uit de Britse serie ‘How to good naked en we sluiten af met de reclame van Dove met gewone vrouwen.
* Na de bespreking van deze beelden laten we een aflevering zien van ‘Say no to the knife’, waarin Sofie Hilbrand een vrouw volgt, die een veranderingswens heeft, maar die een gesprek heeft met een stylist, een psycholoog en een bezoek brengt aan de operatiekamer in een plastische chirurgiekliniek om vervolgens te besluiten of ze ja of nee tegen het mes zegt. Het zoeken naar zekerheid, dat de basis is van veel van deze keuzes komt hierin goed naar voren.
* Een tweede manier is om aandacht te geven aan het versterken van je zelfbeeld, waarin we terugkomen op het verschil tussen ‘ik heb een lichaam’ en ‘ik ben mijn lichaam’. Enkele oefeningen worden als mogelijkheden gegeven.
* De afronding van het geheel is allereerst een opstel aan de hand van een aantal richtvragen met als duidelijke eis dat in het stuk de beelden en teksten die we in de afgelopen lessen hebben besproken en die in hun aantekeningen dienen te staan terugkomen. De leerlingen mogen wat ons betreft gebruikmaken van hun aantekenschrift, maar niet het boek gebruiken.
* Vervolgens is er nog een keuze uit 6 min of meer creatieve opdrachten, die samen met de eerste naar de ELO opgeladen dienen te worden.

Aan het eind zullen we de leerlingen zeker vragen wat ze zelf vinden van het feit dat we redelijk lang stilstaan bij dit onderwerp. Met name de vraag of de jongens er wat mee kunnen willen we graag beantwoord hebben.

De resultaten van deze leerlingevaluatie zullen we zeker meenemen in de uitwerking voor volgend jaar.