Categoriearchief: nieuwe media

Nog een keer Dropbox

In LIA 154 heb ik eerder aandacht besteed aan Dropbox. Wie er niet mee bekend is, kan via de volgende link [http://www.zininschool.info/index.php/nieuw/artikel/minder-kopzorgen-met-dropbox] informatie over het gebruik ervan opdoen. Op de webstek van Mindshift werd aandacht besteed aan het gebruik ervan in het onderwijs. Ik citeer:
“Dropbox kan een goed gereedschap zijn voor leraren en leerlingen. Je kunt het gebruiken om kopieën van handouts op te slaan, presentaties te distribueren en als een manier voor leerlingen om huiswerkopdrachten in te leveren. Vergeleken met e-mail is het een gemakkelijke manier om huiswerk te droppen en het moment van inleveren wordt eveneens geregistreerd.
Dropbox kan ook een handig gereedschap zijn om de projecten en presentaties van leerlingen te hanteren. Leerlingen kunnen de visuele onderdelen van klaspresentaties inleveren en het is gemakkelijk voor de leraar om te bepalen of leerlingen een gegeven onderdeel van een project- of presentatieopdracht hebben voltooid. Het allerbeste: aangezien alle presentaties op dezelfde virtuele plaats zijn ingeleverd, kan iedere leerling toegang tot zijn of haar presentatie hebben via een inlogcode, wat een behoorlijke tijdwinst oplevert als je in 50 minuten door een aantal presentaties heen moet banjeren.
Leerlingen kunnen DropBox gebruiken op hun mobeltje om handouts te lezen, wat papierbesparend is. En ze kunnen hun bestanden net als jij synchroniseren op verschillende computers buiten de school.”
Wie een gratis account wil regelen, kan dat via http://db.tt/3RJNbChB .

Afscheidsspeech

Eind juni heb ik officieel afscheid genomen van het Newmancollege, uitgeluid door rector en collega’s. Zelf heb ik geprobeerd mijn laatste statement te maken vanuit de 38 jaar lesgeven. Daarvoor heb ik het model van de cd-opdracht die we de vierdeklassers steeds geven: maak een eigen cd met tien nummers en leg uit waarom die voor jou belangrijk zijn. Mijn eigen bezig zijn op school had ik eveneens in tien onderdelen opgesplitst, daarbij een verhaal verteld en een stukje lied laten horen. Mijn eigen tekst en de liedjes werden gelardeerd met foto’s die ik de afgelopen 25 jaar regelmatig gemaakt heb en waar vele collega’s en (oud)-leerlingen voorbijkwamen, een soort van memory lane voor mezelf en soms anderen.

Wie wil zien hoe iemand afscheid neemt, of op zoek is naar ideeën voor een eigen afscheid kan de afscheidspresentatie bekijken via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/wimsafscheid.mp4.

Videogames stellen religie gelijk aan geweld

Nu de spellenindustrie volwassen is geworden en een fikse economische kracht heeft verworven, worden de verhaallijnen van de games ook gedetailleerder en genuanceerder. Veel videogames zijn ertoe overgegaan om religie in hun spel op te nemen als een sleutelaspect ten aanzien van plot en verhaallijnen.

Greg Perreault, een doctoraal student journalistiek, concludeert dat vele games van de nieuwere generatie religie gelijkstellen aan geweld in de verhaallijnen.
Perreault onderzocht vijf recente videogames die een zware nadruk leggen op religie in de verhaallijn. De videogames die hij bestudeerde waren “Mass Effect 2,” “Final Fantasy 13,” “Assassin’s Creed,” “Castlevania: Lords of Shadow” and “Elder Scrolls: Oblivion”. Perreault ontdekte dat al deze games religie problematiseren door ze nauw aan geweld te koppelen.
“In de meeste games was er een stevige nadruk op de Tempelridder en kruistochtmotieven. Niet alleen werd de gewelddadige kant van religie benadrukt, maar in ieder game schiep religie een probleem dat de hoofdpersoon moest overwinnen, hetzij in een directe confrontatie met godsdienstfanaten of omdat hij door godsdienstige schuldgevoelens opgejaagd werd.” aldus Perrault
“Het lijkt me niet dat spelontwerpers bewust proberen uit te halen naar georganiseerde religie. IK geloof dat ze religie alleen gebruiken om stimulerende plotpunten in hun verhaallijn te creëren. Als je naar videogames in zijn algemeenheid kijkt, bevatten de meeste geweld op de een of andere manier. Geweld is conflict en conflict is opwindend. Religie schijnt gekoppeld te worden aan geweld omdat het daarmee een meeslepend verhaal wordt.”
[Bron: God Discussion, 28-2-2012]

Ge-ni-aal

Soms kom je op Facebook bijdragen tegen die je tegen de haren in strijken, tenminste in ieder geval die van mij.
Een facebookvriend zette een foto op het sociale netwerk waarop een afgescheurd vel papier was afgebeeld met de volgende tekst:

Hallo, mijn naam is Tim.
Ik heb bij het uitparkeren per ongeluk uw auto geraakt en een paar mensen hebben mij gezien, dus die ik op dit moment net of ik mijn gegevens aan het opschrijven ben.
Sorry, Tim

Ik ga er even van uit dat deze tekst niet als grap bedoeld is, maar serieus bedoeld is. Mijn facebookvriend had als kopje erboven in hoofdletters gezet: GE-NI-AAL!

Het lijkt me een aardige opgave om de leerlingen met de volgende vragen aan het werk te zetten voor een mooi klassengesprek:
Wat zou jouw reactie zijn als een facebookvriend dit op internet plaatste?
Hoe zou jij reageren als je vader of moeder dit briefje mee naar huis bracht?
Heeft de kop ‘GE-NI-AAL’ van deze vriend nog gevolgen voor de manier waarop jij met hem om zult gaan?

Bethelem Rhapsody

Collega Ingrid Schraven maakte haar Facebookvrienden attent op een interessant en verrassend kerstverhaal. Het gaat hier om de muziek van Bohemian Rhapsody van Queen, voorzien van een tekst van het kerstverhaal en uitgebeeld door poppen.
De uitvoering wordt zelfs in kerken gebruikt en is èn vermakelijk en een met moderne middelen gemaakte versie van het kerstverhaal.
Misschien een idee om leerlingen op een soortgelijke manier aan het werk te zetten met andere onderwerpen. Al moet ik toegeven dat het heel wat vraagt van het taal- en verbeeldingsvermogen van de kinderen.

Naar deze bewerking kijkend kwam mijn oog op een andere bewerking, nu van de nummer twee van de top 2000 van dit jaar Hotel California van The Eagles. In 2004 nota bene produceerde de Puppet Ministry – moet ik dat vertalen met ‘poppenpastoraat? – haar eigen versie in de vorm van ‘Hotel Can’t Afford Ya’.
Omdat de stemmen slecht opgenomen zijn, hieronder de tekst:
From a dark desert highway we pulled into the inn
Rome called for a census — I was from Bethlehem
Up above from a distance a star was giving me light
My wife was heavy cause her child was due — We had to stop for the night

So we stood in the doorway of Bethlehem Hotel
And I was thinking to myself, “I hope to Heaven they’ll give me some help”
But they told us no-can-do and they sent me away
“There’s a place around the corner though where you both can stay”
Welcome, but the hotel can’t afford ya
Such a lovely place but we’re out of space
Ran out of room and the hotel can’t afford ya
It’s the time of year — with the census here

My wife was definitely gifted — That’s what the Lord’s angel said
She was about to have a baby boy while still virgin
Spent the night in a barnyard — cheap slumlord’s rent
Some night to remember — some night to forget
So because of what happened I was grieving for my wife
I said, they probably haven’t cleaned in here since B.C. 65
Animal voices were calling for straw and hay
Keep you up through the middle of the night just as if to say

Welcome, but the hotel can’t afford ya
It’s a lovely place, but we’re out of space
Holiday rush and the hotel can’t afford ya
What a nice surprise for your silent night
He was born that evening and shepherds came that night
And they said, We are all just visitors here — of the Holy Christ
And in an ass’s manger, they found the boy asleep
They started gettin’ teary eyed so they went back to their sheep

Last thing I remember there were wise men at the door
They had a bunch of packages from the place they were before
We’re late, said the wise men, We had problems Christmas Eve
We’ve been checking out your shiny light all through the Middle East

Knappe hertaling, vind ik, en mooi materiaal te vinden op

Waarom docenten zouden moeten bloggen

Steve Wheeler schreef enkele maanden geleden een interessante blogpost onder de titel ‘Zeven redenen waarom docenten zouden moeten bloggen. Ik vat die redenen hieronder samen en geef daarna de complete url voor wie de diepte in wil.
• Bloggen zorgt ervoor dat je gaat reflecteren.
• Bloggen kan je denken uitkristalliseren. “In the act of writing we are written” [Daniel Chandler.
• Bloggen kan je een nieuw gehoor geven: anderen lezen wat je geschreven hebt, gaan erover nadenken en komen vaak met reacties.
• Bloggen kan je vaardigheden ontwikkelen die je als reflecterende docent hard nodig hebt.
• Bloggen kan je waardevolle feedback geven.
• Bloggen kan creatief zijn. Je kunt steeds nieuwe manieren vinden om je ideeën te communiceren.
• Bloggen verhoogt je niveau van schrijven, woordgebruik, spelling, omdat je weet dat wanneer je het publiceert je tekst meteen beschikbaar is voor heel de wereld.
http://steve-wheeler.blogspot.com/2011/07/seven-reasons-teachers-should-blog.html

Ik merk zelf dat een aantal van deze punten ook voor mij gelden. Ik weet dat bijdragen op de weblog komen en dus door iedereen, vooral door collegae, gelezen kunnen worden. Je denkt dan wel twee keer na voor je iets gaat schrijven of zeggen.

Wat gewoon jammer is, is dat het levensbeschouwelijk onderwijs geen expliciete weblog heeft, waar docenten levensbeschouwing nadenken over waarmee ze bezig zijn. Door bijdragen aan zo’n weblog zie je ook ontwikkelingen zich aftekenen in het levensbeschouwelijke veld en kan er brede communicatie plaatsvinden.
We hebben in Nederland meer dan duizend docenten levensbeschouwing. Het moet toch mogelijk zijn om een weblog daarmee te realiseren, waardoor er bijvoorbeeld drie maal per week een bijdrage geplaatst zou worden, mensen die in hun RSS-feed kunnen ontvangen en er ook op zouden kunnen reageren. Als drie maal per week een idee geformuleerd zou worden, een werkvorm gepubliceerd, een hartenkreet gelanceerd, dan zou dat de levendigheid van levensbeschouwelijk Nederland zeer ten goede komen.
Misschien een beleidsidee voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing (en Godsdienst)?
1-11-2011

Steve Jobs als Messias

Hoewel ik een toegewijd, je zelfs fervent Applegebruiker sinds 1990 ben, is de massahysterie na het overlijden van Steve Jobs mij in het verkeerde keelgat gevallen. Vandaar dat ik het badinerende stuk uit de Volkskrant, op 8 oktober door Bert Wagendorp geschreven, graag doorgeef. De koppeling van elementen van Jobs leven en werken aan die van de man van Nazareth laat mooi zien hoe zelfs gewiekste marktkooplui tot een heiligenstatus kunnen geraken.

“Op 24 oktober, een maand eerder dan eigenlijk de bedoeling was, verschijnt bij uitgever Simon and Schuster de biografie van Steve Jobs. Auteur Walter Issacson voerde de laatste weken voor diens dood nog enkele laatste gesprekken met Jobs en nu is het heiligenleven bijna klaar.

Ik kan me, gezien de toon van de in memoriams, althans niet voorstellen dat het iets anders wordt.

Op de bestsellerlijst van Amazon.com staat de biografie nu al bovenaan en bij iTunes ook. Daar zal hij vermoedelijk nooit meer van de eerste plek verdwijnen, zoals in de boekwinkel van het Vaticaan de bijbel ook een eeuwige bestseller is.

Ik dacht altijd dat Steve Jobs een bijzonder goede manager en vooral een slimme marketeer was. In tien jaar tijd vervijfendertigvoudigde hij de beurswaarde van Apple, met gadgets als de iPod, de iPhone en de iPad, de iBook en iTunes.

Ik gebruik de meeste van die producten zelf, en met genoegen, dus ik vind Steve ook daarom een goeie kerel.

Maar Steve was veel meer, zo blijkt bij zijn verscheiden. In de eerste plaats moet het misverstand uit de weg dat Jobs ons zijn producten ‘verkocht’. Dat is veel te ordinair uitgedrukt. Hij ‘gaf’ ze ons. Of, liever gezegd, hij ‘gaf ze aan de wereld’. Daarmee veranderde hij deze. Hem neer te zetten als een bijdehante marktkoopman die een verdomd goede neus had voor wat zijn klanten wilden, doet afbreuk aan zijn diepere betekenis.

Hij was een ‘cultureel leider’, een ‘Einstein’, een ‘Frank Lloyd Wright’. Hij was een ‘kunstenaar’, van wie de 25 mooiste werken werden aangekocht door het MoMa in New York. Hij maakte poëzie van de technologie, hij verbond cultuur en techniek in superieure design. Hij was een visionair en een revolutionair. En dat zijn nog maar de meer bescheiden typeringen die ik her en der tegenkwam.

Hij veranderde jou en mij, zijn gelovigen. Hoe vaak keek je in 2000 op het scherm van je mobieltje? En nu? Nou dan.

Steve Jobs was, iets anders valt er niet van te maken, de messias van de digitale wereld – en het zal niet lang meer duren, of dat is de échte wereld. Hij kwam op aarde als een verschoppeling, maar stierf voor onze zonden, de aanschaf van al die pc’s met de shitsoftware van Microsoft.

Nadat hij bij zijn eigen Apple door John Sculley was verraden en gekuisigd, stond hij op uit de dood en keerde als Redder terug bij zijn volgelingen. Waarna hij Jobs koninkrijk op aarde vestigde, een prestatie die de echte Messias eerst nog maar eens moet zien te evenaren.

Alan Deutschman schreef er het boek The Second Coming of Steve Jobs over, waarmee Jobs’ goddelijke status was bevestigd.

Hij schonk ons de app.

Hoe zou het zijn met de tienduizenden Chinezen in de Foxconnfabriek in de provincie Shenzhen, waar de miljoenen iDingen worden geproduceerd en die zo’n grote rol speelt in het rendement van meer dan 33 procent dat Apple draait? Hoe is daar op de dood van de Grote Leider gereageerd?

Ik keek nog even naar Steve Jobs Bergrede, op een podium van Stanford University, uit 2005. Daar formuleerde Jobs zijn credo, dat voor zovelen op de wereld een leidraad is geworden: ‘Stay hungry, stay foolish.’ Het is wat anders dan ‘Heb uw naaste lief als uzelf’, maar het is óók een uitgangspunt.

Vlak voor zijn dood gaf Steve Jobs zijn ondergeschikten nog enkele adviezen over de lancering van de nieuwe iPhone.

Of hij ook nog de hand heeft gehad in zijn eigen iconisering weet ik niet. Maar zijn lancering naar het Hogere was in elk geval een zeer geslaagde. Ik ga de hagiografie zeker kopen.”

Wikipedia op een andere manier

Iedereen maakt weleens gebruik van webstekken als wikipedia. Vooral leerlingen kunnen er ongegeneerd informatie plukken, die ze graag als zelf vergaard aan docenten willen presenteren. De toenemende mogelijkheden van internet leveren op dit terrein ook nieuwe experimenten op. Een goed voorbeeld daarvan is Qwiki. Wie een onderwerp in het Engels intypt, krijgt – indien aanwezig – een serie miniaturen naast elkaar te zien, een tekst erboven en een vrouwenstem die de tekst voorleest; ondertussen worden de miniaturen als grotere afbeeldingen getoond.

Behalve de informatie in beeld en geluid verschijnen er ook kadertjes met gerelateerde onderwerpen. Als je eerder gekozen onderwerp klaar is, verschijnen er ook deelaspecten van dat onderwerp. Ik tik ‘easter’ in en krijg de summiere informatie erover. daarna kan ik nog kiezen uit quattrodecimanism, passover, reform of the date of easter, chronology of Jesus, easter controversy, computus, resurrection of Jesus en Anno Domini.

Wie een eigen webstek of blog heeft, kan het onderwerp ook via een embedtag op de eigen site opnemen.

Wie voor een onderwerp eerst gebruikmaakt van de in LIA 168 aangeprezen wikimindmap en vervolgens de diverse mogelijkheden ook nog eens in qwiki opzoekt, krijgt een schat van informatie, voorzien van de nodige afbeeldingen. Wie leerlingen uit wil dagen om verder te gaan dan de oppervlakte heeft met deze webstek een goed gereedschap in handen.

Werken met Sign Generator

Als je de strekking van dit artikel in een fortune cookie uitspraak zou moeten vatten, hoe ziet die er dan uit?
Wat zou je op de zijkant van een vrachtwagen zetten om te vertellen wat je levensbeschouwelijke motto is?
Als je een t-shirtopdruk zou moeten maken, dat een levensbeschouwelijke strekking heeft, wat zou het dan worden?
Je hebt een plaatje van de Beatles en een tekstballonnetje, wat zou je hen dan levensbeschouwelijk willen laten zeggen?
Deze vragen en tientallen andere zijn te stellen aan leerlingen en het aardige is dat ze ook praktisch uit te voeren zijn. Op de onderstaande webstek is een ‚sign generator’ te vinden die dat mogelijk maakt.

Je gaat naar de webpagina, kiest een van de miniaturen uit, klikt erop en voert op de aangegeven plek de door jou gemaakte tekst in. Vervolgens gaat het programma aan het werk en je werk verschijnt naast het origineel. Je dowload je werk naar je bureaublad en je kunt het overal als illustratie in verwerken.

Een mooie werkvorm lijkt me om iedere leerling als huiswerk zo’n opdracht mee te geven, hen te vragen die centraal digitaal in te leveren, ze snel in een powerpoint te zetten en de volgende les de uitkomsten van de klas te laten zien, becommentarieren, uit te leggen en er samen om te lachen.
Er zijn meer dan 50 mogelijkheden als basis voor een tekst. Leerlingen kunnen er zeer creatief in zijn.

http://www.redkid.net/generator/sign.php

Internetpoll voor abortus

In NRC-next een artikel van Jacqueline van Dongen die op 24 november 2010 schreef:

“Nog een verhaal over zwangerschap! Wel of geen abortus, het is voor veel vrouwen een pijnlijke en moeilijke keuze. Dat is het ook voor Alisha Arnold en haar man Pete. Zij hebben daarom besloten de keus aan de internetgebruikers over te laten, door middel van een poll.

Op Birthornot.com kun je via een poll bepalen of de vrouw een abortus moet ondergaan of niet, ook zijn er echo’s te zien van “Baby Wiggles”. Volgens de website is het stel onzeker of ze het kindje wel of niet moeten houden. Dit komt omdat Alisha eerder een miskraam gehad heeft en nu bang is dat het weer fout gaat. Negen december is de laatste dag dat Alisha legaal een abortus kan ondergaan, de poll is geopend tot twee dagen ervoor.
Inmiddels is er bijna anderhalf miljoen keer gestemd en inmiddels is ongeveer 75 procent van de stemmers van mening dat ze voor een abortus moet kiezen. Een veelgehoord argument is dat mensen die überhaupt op dit idee komen geen kind zouden moeten mogen krijgen.
Alisha heeft gezegd naar het publiek te zullen luisteren, maar uiteindelijk de beslissing wel zelf te willen maken. Ze vergelijkt het met Amerikaanse verkiezingen:
“It’s kind of like Congress. They might vote for something, but the president has the final veto. If it’s overwhelming one way or the other, that will carry a lot more weight.”
Inmiddels gaan er geruchten rond op internet dat het wellicht om een pro-life stunt gaat. De man Pete heeft namelijk een behoorlijke geschiedenis als het aankomt op anti-abortus acties. Zo omschreef hij de term ‘pro-choice’ als “The term “pro-choice” is used by men and women who support a woman’s right to kill an unborn child.” Ook blogde hij voor verschillende anti-abortus websites. Alisha ontkent dat het om een stunt gaat.
Alisha Arnold is door de actie inmiddels ontslagen.Volgens Eagen, het software bedrijf waar ze werkt, is ze een bedreiging voor de reputatie van het bedrijf.
Wat is nu waar?
Website Gawker heeft drie mogelijkheden op een rijtje gezet:
1. Het is een vreemd soort grap waarmee het stel media-aandacht probeert te krijgen
2. Het is een pro-life stunt
3. Ze zijn echt onzeker over deze keuze
Geen van de opties lijkt ons echt geruststellend.”

Invloed van games op jongeren

In Engeland roepen steeds meer mensen om een verbod van het spel Manhunt. De gewelddadige titel van Rockstar zou namelijk de inspiratie voor een 17-jarige jongen zijn geweest om een 14-jarige stadsgenoot op zeer brute wijze te vermoorden. Warren Leblanc lokte Stefan Pakeerah naar een lokaal parkje waarna hij de jongen met een hamer bewerkte en uiteindelijk doodstak. Hij kan tot een levenslange gevangenisstraf worden veroordeeld. Volgens de advocaat van de jongen zijn dit soort computerspellen moordsimulators. Ook zouden tieners bij het spelen van dit soort games geen verschil tussen fantasie en realiteit kunnen maken.
“The way Warren committed the murder this is how the game is set out, killing people using weapons like hammers and knives,” Stefan’s father, Patrick said. “There is some connection between the game and what he has done.”

“We have got to stop selling them to children because there is hard science – brain scan studies – that show that the games are processed in a different part of the brain in an adolescent than in an adult.

“In a teenager the games are processed in the mid-brain where there is no differentiation between reality and fantasy.
Bron: http://www.gamer.nl/doc/24995/17-jarige-jongen-vermoordt-14-jarige-na-spelen-Manhunt

Onlangs is bekend geworden dat de dader in de geruchtmakende “Manhunt-moord”, de toentertijd 17-jarige Warren Leblanc, tot levenslang veroordeeld is. Hij vermoordde zijn 14-jarige vriend Stefan Pakeerah door hem naar een park te lokken, alwaar hij hem met een mes en een klauwhamer van het leven beroofde.

De moord werd al snel in verband gebracht met het gewelddadige spel Manhunt van Rockstar. De wijze waarop de moord gepleegd was vertoonde namelijk overeenkomsten met de dingen die je in het spel kunt doen, en de dader zou het spel in zijn bezit hebben. Later bleek echter dat enkel het slachtoffer in het bezit van een exemplaar van Manhunt was. De politie liet weten dat diefstal het eigenlijke motief was.
De “Manhunt-moord” was voor veel media een uitgelezen kans om, ten onrechte, weer eens uit te halen naar gewelddadige games en de gamesindustrie in het algemeen. Opvallend was dat de verkopen van het spel na alle media-aandacht juist fors gestegen bleken te zijn.

Bron: http://www.gamer.nl/doc/25528/Levenslang-voor-de-Manhunt-moordenaar

Hebben games echt zo slechte invloed op jongeren? Moeten gewelddadige games van de markt gehaald worden?
Ik denk het niet. Ik geloof niet dat games veel invloed hebben op jongeren, dat hebben ze in ieder geval niet op mij.
De emoties die een game bij je omhoog haalt zijn toch niet te vergelijken met de emoties die je in het echte leven hebt? Als je een spel speelt heb je daar plezier in, Je moet wel aardig ziek zijn wil je plezier hebben in moorden als je het mij vraagt.
En ik denk ook dat als je in een game mensen doodschiet je in je hoofd bezig bent met het halen van een hoge score, en niet met het vermoorden van mensen.

Ik denk dat jongeren beïnvloed worden door de omgeving waar ze in opgroeien en de mensen met wie ze omgaan. Niet door de games die ze spelen.
En waarom altijd de schuld aan games geven, films zijn ook heel gewelddadig en een stuk realistischer, en dan te bedenken dat games en films beide nog fictie zijn.
Wat er tegenwoordig allemaal in het nieuws langskomt is ook niet bepaald mooi, en omdat dit allemaal echt gebeurt ergens op de wereld denk ik dat dit veel meer invloed heeft dan verzonnen games en films. Ik denk dat het probleem daar ligt en niet bij computergames.

Een game is maar een game en niet de oorzaak van geweld in de wereld!

Wallwisher, een digitaal plakbord

Een zeer actieve collega op ict gebied, Margreet van den Berg, verrast ons regelmatig met interessante vondsten die de moeite van het proberen in de klas waard zijn. Haar laatste staat hieronder:

“Wallwisher is een programma waarmee je een digitale aanplakmuur kunt maken. Best handig, als je met een groep mensen op verschillende plaatsen een discussie wilt voeren of een brainstorm wilt organiseren. Maar ook voor gebruik in (laptop-)klassen, al dan niet in combinatie met een digibord of beamer, kan Wallwisher goede diensten bewijzen.
Tijdens een les kan je heel makkelijk en snel reacties vragen van leerlingen, zonder ze allemaal afzonderlijk aan het woord te laten. Handig dus voor een brainstorm.
Wallwisher is ook handig als je leerlingen opdracht hebt gegeven om iets op te zoeken: een plaatje of een tekst. Met Wallwisher krijg je alle antwoorden netjes bij elkaar. Je kunt ook na afloop van een lessenserie leerlingen de opdracht geven om eventuele vragen over dat hoofdstuk achter te laten op de muur. Afhankelijk van het aantal vragen en de moeilijkheidsgraad van de vragen kan je de leerlingen individueel of in groepjes antwoord laten geven op elke vraag.
Wil je leerlingen een betoog laten schrijven? Vraag ze in de week daaraan voorafgaand om argumenten pro en contra te bedenken en laat ze die posten op de muur. Het schrijven van het betoog zelf wordt daarmee een stuk makkelijker!
Wallwisher leent zich ook voor het evalueren van een lessenserie of een cursus: wat vonden de leerlingen leuk en wat zouden ze op een andere manier willen leren?
Als je leerlingen een filmpje hebt laten publiceren op internet, een foto of een audiobestand, dan kan je een link daarnaar opnemen in een berichtje. Zo stel je een prachtig klasse-portfolio samen van de creatieve uitingen van je klas.
Laat leerlingen voor de bespreking van een boek, een gedicht of een artikel een bericht op de muur plakken, eventueel voorzien van een link naar een afbeelding of een uitspraak o.i.d. die daarbij aansluit.
Wallwisher kent ook een aantal beperkingen. Je kunt per bericht maximaal 160 tekens gebruiken, net zoveel dus als bij een SMS-bericht. Dat dwingt je om je tot de kern van de zaak te beperken, maar voor wie diep op de zaken in wil gaan, zal 160 tekens vaak echt te weinig zijn. Een ander nadeel van Wallwisher is dat je de informatie niet kunt exporteren naar een ander bestand of uit kunt printen. Je zult dus altijd online moeten zijn om die informatie te bekijken.”
[bron: http://ict-en-onderwijs.blogspot.com/2010/02/walwisher-interactief-aan-de-slag.html ]

Een voorbeeld van eigen makelij is op de volgende plek te vinden:

Facebook en onderwijs

Op 9 november 2009 meldde ik me aan voor een Facebook account. Een van de redenen is dat ik op gezette tijden mail van mensen kreeg die vroegen of zij mij als vriend op Facebook mochten beschouwen. Facebook is een van de grootste sites, waar sociaal genetwerkt kan worden. Via mijn mail merk ik ook dat Hyves met name door mijn leerlingen gebruikt wordt, een reden om me daar niet aan te melden. Een dag verder op Facebook en ik heb ineens een dikke 70 vrienden, die overal vandaan komen, collega’s docenten levensbeschouwing, oud-leerlingen van mijn school en anderen die via mijn gmail een uitnodiging hebben gekregen. Bij de nieuwe vrienden die je krijgt kom je vaak ook weer namen tegen van mensen die ineens een lichtje bij je doen branden en vervolgens zoek je contact. Het is of je een steen in de vijver gooit en steeds grotere kringen te zien krijgt.

Bezig onder andere met een tekst voor het jubileumboek ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van onze school ben ik via een schoolsite ook een aantal oud-leerlingen tegengekomen, soms uit de eerste jaren van mijn lerarenloopbaan. Enkele vragen stuurde ik hen en het is verbazingwekkend hoeveel mensen uitgebreid reageren en met hun verhaal je eigen geheugen weer eens opfrissen. Als docent ben je lichtjes gehandicapt, omdat je je hele loopbaan vooral met kinderen van 12 tot 18 te maken hebt. Dat kan je op een bepaald moment een beeld van de werkelijkheid geven, waarin jongeren er bekaaider van af komen dan eigenlijk noodzakelijk is.

Wie op reünies en via Facebook en andere sociale netwerken oud-leerlingen tegenkomt, krijgt dan een ander beeld van de werkelijkheid. Allerlei kinderen voor wie we ons hart vastgehouden hebben, blijken het in het volwassen leven uitstekend te doen en sommigen die ons aller vertrouwen kregen, varen in zwaar weer. Een reden te meer om contacten te houden met de mensen die gedurende enkele jeugdjaren aan je zorgen waren toevertrouwd.

De onderwijsvernieuwers in binnen- en buitenland propageren om allerlei reden en ook het gebruik van de sociale netwerken voor onderwijsdoeleinden. Ik ben er te weinig mee bezig geweest om er al een oordeel over te kunnen geven. Ik heb wel enkele plekken gevonden waar over sociale media en onderwijs wordt gesproken. Die staan aan het eind van deze bijdrage.

Maar misschien zijn er onder de collegae wel enkelen die langer dan ondergetekende bezig zijn met sociale media en onderwijs en over hun ervaringen het een en ander kunnen vertellen. Ik ben zeer nieuwsgierig.

LInks:
http://c4lpt.co.uk/handbook/examples.html
http://www.collegedegree.com/library/college-life/15-facebook-apps-perfect-for-online-education

Facebook en de wereldvrede

In NRC.next van 31 oktober 2009 schreef Carola Houtekamer: “Kijk! In de afgelopen 24 uur zijn er 71.002 vriendschappen gesloten tussen moslims en christenen. En 6.809 tussen mensen uit Pakistan en India.
Sinds deze week telt Facebook hoeveel connecties er zijn gelegd tussen verschillende godsdiensten, conflictgebieden en politieke denkbeelden. Op de site peace.facebook.com staat:
“Facebook is proud to play a part in promoting peace by building technology that helps people better understand each other. By enabling people from diverse backgrounds to easily connect and share their ideas, we can decrease world conflict in the short and long term.”
Je leert er ook dat van de Facebookende Egyptenaren bijna 34 procent denkt dat we binnen vijftig jaar wereldvrede hebben. Van de Amerikanen denkt dat slechts 9 procent, nog minder dan de Israëliers.
Of Facebook vrede brengt? De site betekent vast niet veel op de wereld-oorlog-schaal. Maar de cijfertjes maken je toch blij.

Photoshoppende tieners zijn mediawijzer

Fotoshoppende tieners zijn zich meer bewuster van beeldmanipulatie in de media en daardoor zijn ze minder ontevreden over hun eigen uiterlijk.
Dat mediawijsheid kan bijdragen aan het persoonlijk welbevinden van tieners, is een opmerkelijke resultaat van onderzoek onder 500 tieners van 11-17 jaar, uitgevoerd door stichting Mijn Kind Online bij de lancering van de tweede editie van de Mediawijzer-krant die MKO samen met Kidsweek maakt. Mediawijsheid is dus iets wat je niet alleen uit de boekjes leert, maar vooral ook door zelf aan de slag te gaan met het maken van media. Dat kinderen graag op school meer willen leren over het maken van media, kwam vorig jaar uit het onderzoek dat de eerste editie van de Mediawijzer-krant begeleidde. Het hele onderzoek is via www.mijnkindonline.nl te downloaden, zie hier.
Resultaten:
• 61% wil beroemd worden
• Ruim een derde van de meisjes wil dunner zijn
• Tweederde is tevreden met het eigen uiterlijk
• Hoe meer media tieners zien, hoe meer ze willen veranderen aan zichzelf
• Ruim de helft bewerkt hun eigen foto
• 62% denkt dat bijna alle foto’s in bladen en reclames gefotoshopt zijn
• Fotoshop-vaardige tieners zijn bewuster van manipulatie foto’s in de media
• Tieners die operatie willen, zijn minder goed op de hoogte van beeldbewerking door de media
• 96% vindt flink bewerken met Photoshop niet okee.
Dit en andere resultaten komen voort uit het onderzoek ‘(on)bewerkt beroemd’ dat Marion Duimel heeft uitgevoerd voor stichting Mijn Kind Online in samenwerking met www.mediawijzer.net.
Het onderzoek hoort bij de themaweek van het Expertisecentrum Mediawijsheid, ‘Lekker beroemd’, over imago-management. Doel is om kinderen, hun ouders en hun leraren voor te lichten over hoe media werken. Wat is de invloed van media op je identiteit, je imago? Hoe gebruik je media om je imago te managen? Hoe presenteer je je zelf online? Aan de themaweek doen tal van organisaties en bekende Nederlanders mee, van TMF en Zappelin tot de acteurs van SpangaS, Yolanthe van Ceauberg van Kasbergen en Gerard Joling, zie www.mediawijzer.net

61% wil beroemd worden
Van de 11-17-jarigen zegt 61 % beroemd te willen worden. Jongens die beroemd willen worden, hopen dat vooral te doen als sporter en als wetenschapper, expert of uitvinder. Meisjes vergaren liever faam als zangeres, actrice of fotomodel.
Ruim een derde van de meisjes wil dunner zijn
Uit het onderzoek, dat vooral ingaat op de relatie tussen het zelfbeeld van de jongeren en het zien van ideaalbeelden in de media, blijkt verder dat ruim een kwart van de tieners graag dunner wil zijn, vooral meisjes. Op de tweede plaats staat een mooiere huid en op de derde plaats een andere lengte. Ruim een derde van de tieners wil niets veranderen. Leeftijd speelt daarbij een grote rol: hoe ouder de tiener hoe vaker hij/ zij iets wil veranderen.

Tweederde is tevreden met het eigen uiterlijk
Tweederde is wel tevreden met zijn uiterlijk en slechts 5% zegt echt ontevreden te zijn. Hun ogen vinden ze het vaakst mooi aan zichzelf. De neus is iets wat de minste tieners mooi vinden. Een op de zeven ondervraagde tieners die iets wil veranderen aan zichzelf, zou wel een operatie willen, al is slechts 3% bereid ervoor te betalen.

Hoe meer media tieners zien, hoe meer ze willen veranderen aan zichzelf
Hoe meer tieners ideaalbeelden zien in de media, zoals in programma’s als Hollands Next Topmodel, Extreme Make-over en showprogramma’s, hoe vaker ze iets willen veranderen aan hun lichaam. Ze willen vooral iets veranderen aan hun lichaam, huid en dunner zijn. Maar ook vinden tieners meer mooi aan zichzelf naarmate ze naar meer media kijken, vooral hun ogen, mond en haar.

Ruim de helft bewerkt hun eigen foto
Driekwart van de tieners fotografeert zichzelf wel eens. Ruim de helft bewerkt hun foto’s vervolgens, vooral meisjes zijn hiermee bezig. De top drie is foto’s zwart-wit en lichter of donkerder maken, bijsnijden (croppen) en tekst eroverheen zetten. Pukkeltjes wegwerken doet één op de vijf tieners. Driekwart van de fotobewerkers zet na dergelijke creatieve aanpassingen hun foto online.
62% denkt dat bijna alle foto’s in bladen en reclames gefotoshopt zijn
16% gaat ervan uit dat dit ongeveer driekwart is en 22% denkt dat de helft, een kwart of niets bewerkt is. Leeftijd en schooltype zijn daarbij belangrijk: hoe jonger en hoe lager het opleidingsniveau, hoe groter zij het aandeel onbewerkte foto’s in de media inschatten. Zij doorzien dus een stuk minder dat beelden vaak niet echt zijn.

Fotoshop-vaardige tieners zijn bewuster van manipulatie foto’s in de media
Hoe frequenter tieners foto’s maken van zichzelf en hoe meer ze die foto’s bewerken, hoe hoger zij het aandeel gephotoshopte beelden in de media inschatten. Zij zijn dus bewuster van de mate waarin beelden in tijdschriften, op internet en televisie worden gemanipuleerd. “Deze resultaten laten zien dat kinderen ‘mediawijs’ worden door zelf media te leren maken. Het onderzoek onderstreept de noodzaak om al op de basisschool kinderen vaardigheden bij te brengen en zo aandacht te besteden aan mediawijsheid. Je moet zo vroeg mogelijk beginnen”, vindt de stichting Mijn Kind Online.

Tieners die operatie willen minder goed op de hoogte van fotoshoppen door de media
Opvallend is dat de tieners die geopereerd willen worden, minder goed op de hoogte zijn van het aandeel geshopte beelden in de media dan de tieners die geen operatie willen. Zij denken dus vaker dat de modellen er echt zo mooi uitzien. Tieners er extra op wijzen dat bijna niemand er zo uit ziet kan dus geen kwaad.

96% vindt flink bewerken met Photoshop niet okee
Een kwart vindt het stom dat mensen foto’s van zichzelf bewerken. Ruim de helft vindt alleen de foto verbeteren door hem bijvoorbeeld lichter of donkerder te maken goed. De huid mooier maken is volgens hen ‘not done’. Ongeveer een vijfde vindt het ook goed als de huid mooier gemaakt wordt. Slechts 4% is het eens met de fotobewerkingen waarin mensen ook dunner gemaakt worden.
Mijn Kind Online meent dat door de grote aandacht voor uiterlijk in de media en de daarbij horende ‘celebrity culture’ waarin jongeren opgroeien, deze jonge mensen sterk worden beïnvloed in de fase waarin ze bezig zijn met hun identiteit. Daardoor kijken ze kritisch naar hun eigen uiterlijk en vormen er een eigen oordeel over, mogelijk met ontevredenheid tot gevolg.

Hoe hoger de opleiding, hoe bewuster men een kritische houding tegenover media heeft kunnen ontwikkelen, hoe zelfverzekerder dat maakt en hoe minder die media-invloed leidt tot ontevredenheid over het eigen uiterlijk. “Dat houdt in dat media-les ook zou kunnen bijdragen aan het vormen van een gezond zelfbeeld van jongeren, waardoor het bijdraagt aan het persoonlijk welzijn”, aldus MKO.
Marion Duimel en Justine Pardoen

LIA 133 15-6-2009