Categoriearchief: postmodernisme

Technologie verandert cd-analyse

In de tweede fase behandelen we de crisis van de levensbeschouwingen. Wij beweren het volgende: de verlichting bracht het christendom in crisis en verschafte mensen die de antwoorden van het christendom niet meer geloofwaardig vonden een alternatief. Helaas brachten een aantal ontwikkelingen in West-Europa de verlichting op haar beurt ook in een crisis. Dat noemen we de crisis van de geloofwaardigheid van de grote verhalen. Als reactie op die crisis ontwikkelen zich ook weer alternatieven, zoals het fundamentalisme, new age en het postmodernisme. Fundamentalisme en new age bieden ieder ook weer een groot verhaal aan, alleen het postmodernisme zegt dat we het met kleine verhalen moeten doen.

Op grond van de gesprekken en op basis van een door de leerlingen ingevulde enquête stellen we vast dat grote groepen leerlingen postmodern genoemd kunnen worden. Op grond van die vaststelling vervolgen we ons verhaal met een onderdeel ‘levensbeschouwing en cultuur en de kleine verhalen’. Tijdens die lessen geven we aan dat veel leerlingen als postmoderne mensen hun zingeving niet aan de grote verhalen meer ontlenen, maar door kleine verhalen gegrepen worden. Om dat te laten onderzoeken door de leerlingen zelf geven we hen in de vierde de opdracht een levensbeschouwelijke analyse van een cd te maken en in de vijfde hetzelfde te doen met een film. Als we de resultaten ervan terugzien, komen we heel vaak tegen dat leerlingen hun eigen levensverhaal terugzien in en zich gespiegeld voelen door de teksten van een bepaalde cd of in het verhaal van een andere film.

Opmerkelijke ontwikkeling
De laatste jaren kregen we moeite met de levensbeschouwelijke cd-analyse. Waar we er vroeger van uit gingen dat leerlingen complete cd’s in hun cd-rek hadden staan, krijgen we nu van leerlingen te horen, dat ze steeds minder albums kopen, maar vooral afzonderlijke nummers, die hen aanspreken. Wat hen niets zegt, blijft ook ongekocht. Vraag je dan in de klas om een cd-analyse, dan kijkt een grote meerderheid je verbaasd aan, want alle nummers staan op de mps-speler of de Ipod of iets anders dat digitaal alles opslaat.

Dat bracht ons ertoe om een andere weg in te slaan. Nog steeds geven we leerlingen die het wel leuk vinden de mogelijkheid om een album als eenheid op te vatten en daarover een serieuze analyse te schrijven. We gaan er van uit dat een album op een cd of aangekocht via Itunes een eenheid is en in die zin met een roman vergeleken kan worden, waarin een aantal themata telkens weer terug zal keren.

De nieuwe mogelijkheid die we hen nu bieden is het maken van een eigen album. Met andere woorden: breng tien songs met teksten bij elkaar die voor jou op levensbeschouwelijke gronden hèt album zou zijn dat jij nu zou maken. Het is uiteraard een momentopname, maar wel belangrijk in de ontwikkeling van de leerling op dit moment. Het gaat daarbij om teksten en songs, soms allebei tegelijk, die op de een of andere manier levensbeschouwelijk voor je van belang zijn. Het kan gaan om teksten, die je bepaalde antwoorden geven, je uitdagen, bemoedigen, troosten, vragen stellen, je een spiegel voorhouden etc.

Onze ervaring van de afgelopen twee jaar is dat de leerlingen deze zonder meer uitgebreide opdracht zonder veel morren en vaak met veel plezier aanpakken en ze uiteindelijk met een serie teksten komen, die we in tegenstelling tot wat veel van onze generatiegenoten menen allesbehalve van een dubieus of oppervlakkig allooi zijn. Als je de teksten serieus doorneemt, kom je soms ware juweeltjes tegen, die het op kunnen nemen met teksten uit andere maatschappelijke subculturen die met enig dedain over de popmuziek spreken. De opdracht maakt ook duidelijk – als je enkele klassen achter elkaar nakijkt, dat bepaalde teksten steeds terugkomen in de ‘albums’ van de leerlingen, want het zijn vaak niet alleen de zangers die in de topveertig staan, maar vaak zijn het teksten die een bepaald levensgevoel van deze groep leerlingen weergeven of waarin ze zich herkennen.

Wat ik nog niet gedaan heb, is aan de opdracht verbinden dat ze aan hun eigen album ook een titel moeten meegeven. Ik vermoed dat deze toevoeging een extra levensbeschouwelijke dimensie aan het persoonlijke album zal geven. Dat is iets voor het volgende jaar.

Om collega’s te tonen hoe leerlingen met hun teksten omgaan, zal ik in deze en andere afleveringen van LIA enkele voorbeelden van leerlingkeuzes presenteren. Het is de moeite waard.

Het postmodernisme van Maarten van Roozendaal

Elders op deze webstek heb ik het lied ‘Red mij niet’ van Maarten van Roozendaal aangemerkt als een uitstekend voorbeeld van een postmoderne mens: iemand die wars is van de grote verhalen die op hem afkomen en er zeker niet door gered wil worden.

In Trouw van 1 februari 2010 komt Maarten van Roozendaal zelf aan het woord over een door hem geliefde zin, waar hij iets mee heeft. Hier laat hij ook zien, dat een kort simpel gedicht behoorlijk van invloed kan zijn op iemands denken en handelen. Hieronder de tekst van het artikel in Trouw.

’Het ergste dat me kan overkomen is dat ik word uitgelachen, bedenk ik als ik gespannen in mijn kleedkamer zit. Waarom zou ik me, net voordat ik het podium van een theater op loop, zo druk maken? Een zaal die zich bescheurt om mijn afgang is het ergste dat me kan overkomen. Is dat nou zo’n ramp?
Ik moet van mijn krampachtigheid af, realiseer ik me dan. Me ontspannen en niet meer steeds naar die mondaine trots streven. Niet dat ik op zulke momenten een religieuze oefening doe. Noem me een randgelovige. Ik pik van wijze leermeesters af en toe eens iets mee, maar kan me nooit helemaal op één religie of gedachtegoed storten.
En toch, ondanks mijn constante cynisme, kom ik al jarenlang steeds terug bij een taalspelletje van Jan Foudraine, een Nederlandse psychiater.
Die schrijft in één van zijn mystieke werken:

„Ik dacht: ik moest mijn vuisten ballen.
Iemand zei: open je hand.
Ik was bang om door de mand te vallen.
Iemand zei: er is geen mand.”

In de jaren tachtig, toen Freek de Jonge het gedicht van Foudraine in zijn show voordroeg, gingen taalspelletjes als deze in tegen de heersende mentaliteit. Juist in de jaren tachtig moést je van alles. Tegen kruisraketten zijn bijvoorbeeld, of boos zijn op de regering. Ja, bóós zijn – dat hele decennium stond bol van de boosheid.
Foudraine en De Jonge gingen die krampachtigheid met oosterse filosofie te lijf. In plaats van met je vuist te zwaaien naar misstanden kon je je maar beter ontspannen, onderwezen ze. Bij confrontaties en meningsverschillen deed je er verstandiger aan om lichtjes mee te buigen. Niet om toe te geven, maar juist om zo samen aan een oplossing te kunnen werken.
Die gelatenheid heb ik altijd fascinerend gevonden. In plaats van bang te zijn voor confrontaties, probeer ik observerend aan de zijlijn te staan. Wordt iemand boos, dan laat ik zijn woede over me heenkomen, in de hoop dat we het later alsnog eens kunnen worden.
Belangrijker is dat Foudraine’s rijmpje door mijn leven heen een troost voor me geweest is.
Een baan krijgen, werd me tijdens de jaren tachtig constant verteld, kon ik als jongere wel vergeten. Prima, dacht ik, en voor ik het wist was ik jarenlang aan het niksen. Ik verliet op mijn zeventiende de middelbare school, begon te drinken, ging met andere vrijbuiters in een kraakpand wonen en trad zo nu en dan eens ergens op.
Na tien jaar begon dat bestaan natuurlijk te wringen. Ik leefde maar wat aan, gespeend van een doel of iets om trots op te kunnen zijn. Ik werd angstig en ziek van de doelloosheid die me in de greep hield.
Wilde ik écht iets met mijn leven doen, dan moest ik mijn muzikale carrière serieus gaan nemen. Maar wat als ik na alle moeite zou falen als zanger?
Dan is er niets aan de hand, leerde ik van Foudraine’s strofe. Mislukken kon niet, want ik had niets om te verliezen. Hij gaf me het vertrouwen om te doen wat ik eigenlijk al bleek te kunnen. Toen ik eenmaal de moed had verzameld om voltijds artiest te worden, ging de rest eigenlijk vanzelf.
Podiumervaring had ik in die tien jaar immers al opgedaan en levenservaring om doorleefde liedjes te schrijven had ik ook genoeg. Na jaren van doelloos leven bleek ik ineens een geslaagde artiest.
Dát is wat een goed motto kan doen. Foudraine’s poëzie is krachtig genoeg om steeds weer relevant te worden, om me steeds te motiveren en te troosten.
Zonder zijn woorden was ik misschien altijd wel in die halfslapende toestand gebleven en was de drank me misschien nog liever geworden dan hij nu al is. Wat had ik al die jaren zonder die mystieke psychiater gemoeten?”

Robin de Wever
Maarten van Roozendaal (47) is zanger en liedjesschrijver. Vanaf vrijdag tourt hij met zijn nieuwe show ’Zonder vrienden’ langs de kleinere Nederlandse theaters.
Meer informatie en de speellijst op:
w w w. m a a r t e nv a n r o o z e n d a a l . c o m .

[Bron: Trouw 2 februari 2010]

Interessante en bizarre lijsten

Mensen houden van lijstjes maken. Niet zozeer de te-doenlijsten, maar lijsten zoals ‘Tien rampen die de wereldgeschiedenis beïnvloedden’.

Voor collega’s die ervan houden en voor leerlingen die mogelijk vanuit een aparte invalshoek naar een bepaald onderwerp willen kijken is er een lijstensite, www.listverse.com.

De lijst bevat lijsten van de meest verschillende onderwerpen, die voor een groot deel best interessant zijn. Voor docenten levensbeschouwing is een zoekopdracht met ‘religion’ interessant, want dan komen er enkele tientallen lijsten, die serieus materiaal kunnen opleveren. Voor leerlingen is het een mogelijkheid om een grote hoeveelheid Engelse informatie tot zich te nemen.

Enkele voorbeelden
Jezusfiguren elders in de wereld voor Jezus zelf:
http://listverse.com/2009/04/13/10-christ-like-figures-who-pre-date-jesus/

Top tien van religies, waarvan je niet wist dat ze bestonden:
http://listverse.com/2008/07/08/top-10-religions-you-never-knew-existed/

Tien zelf verklaarde messiassen [voorzien van youtubefilms]:
http://listverse.com/2008/06/08/top-10-self-appointed-messiahs/

Tien postmoderne religies:
http://listverse.com/2008/04/12/10-post-modern-religions/

De veertien kruiswegstaties:
http://listverse.com/2008/03/21/14-stations-of-the-cross/

Vijftien uitspraken van beroemde atheïsten:
http://listverse.com/2007/12/07/top-15-quotes-by-famous-atheists/

Tien opmerkelijke moraallessen uit de bijbel
http://listverse.com/2007/09/10/10-curious-biblical-lessons-on-morality/

Toptien problemen met Scientology
http://listverse.com/2007/08/17/top-10-problems-with-scientology/

Killing me softly with his song

Aan het eind van deze serie youtubes over Don Mclean het verhaal van de schrijvers van ‘Killing me softly’: de tekst gaat over Mclean en zijn liedjes. Het is het verhaal van iemand die zich compleet naakt voelt, omdat de zanger zingt alsof hij al haar brieven gelezen heeft. Een heel mooi voorbeeld van de betekenis die muziek voor mensen kan hebben. Voor mij een voorbeeld van het postmoderne kleine verhaal, dat mij ineens iets zegt en waarvan leerlingen er velerlei hebben, in plaats van het grote verhaal, dat hen minder te zeggen heeft.

I heard he sang a good song, I heard he had a style,
And so I came to see him and listen for a while.
And there he was this young boy, stranger to my eyes,
Strumming my pain with his fingers,
Singing my life with his words,
Killing me softly with his song,
Killing me softly with his song,
Telling my whole life with his words,
Killing me softly with his song.
I felt all flushed with fever,
Embarrassed by the crowd,
I felt he found my letters and read each one out loud.
I prayed that he would finish,
But he just kept right on strumming my pain with his fingers,
Singing my life with his words

Red mij niet

Tot mijn grote vreugde is het me gelukt de podcasts van de top 202 van ‘Andermans Veren’, het cabaretprogramma van de AVRO op mijn computer te krijgen. Tijdens het beluisteren van de diverse afleveringen kom je er snel achter dat het Nederlandse cabaret een ware goudmijn voor de docent levensbeschouwing genoemd kan worden. Een mooie vondst vond ik zelf het lied van Maarten van Roozendaal “Red mij niet”, waarin het postmoderne gevoel spreekt, dat degenen die hem een groot verhaal willen aansmeren, beter zijn deur voorbij kunnen gaan. Wat hij wil niet gered worden.

Breivik en het postmodernisme

Eerder maakte ik melding van het feit dat ons publishing-on-demandsysteem het mogelijk maakt nieuw materiaal snel op te nemen. Een voorbeeld daarvan was de typering van Anders Breivik als een losgeslagen postmoderne mens die op zoek is gegaan naar een groot verhaal. Ik laat hieronder de citaten uit het artikel van filosoof Ad Verbrugge volgen:

“Breivik is een losgeslagen jongeman die in de postmoderne consumptiecultuur geen zin meer kan vinden en die wanhopig op zoek is naar richting: jet ‘I can’t get no satisfaction’ dat uitmondt in ‘sympathy for the devil’. (…)
Breivik wil of kan zijn volwassen leven niet vormgeven, hij ziet daar niet meer de zin van in. Bij menig moslimterrorist in het Westen is een vergelijkbare levensproblematiek bespeurbaar: de ervaring van het zinverlies, de afwezigheid van de vader, het losraken uit tradities en de gekunstelde reconstructie ervan door terug te grijpen op een roemrijk verleden, vervreemding en isolatie en het zich terugtrekken in de eigen belevingswereld – al dan niet met behulp van de moderne virtuele biotoop van wargames en internet. De doffe pijn van het culturele zinverlies wordt verdoofd met een gefantaseerde heilsgeschiedenis waarin slechts nog door zware strijd en een groot lijden verlossing mogelijk is.
Breivik compenseert zijn wankele ego en de genoemde ervaring van zinverlies door vanuit het door hem geconstrueerde ‘grote verhaal’ een haast religieuze betekenis aan zijn eigen persoon toe te kennen en zich aan een gefantaseerd nieuw hoger gezag te onderwerpen.
(…)
Daarmee stuiten we onmiskenbaar op een centraal probleem van de (westerse) postmoderne samenleving. Het lijdt geen twijfel dat de woorden en gedachten waarvan Breivik gebruikmaakt, al langer rondwaren door West-Europa. Bij het postmoderne gebrek aan grote verhalen kunnen bij uitstek in onze virtuele biotoop ‘nieuwe grote verhalen’ de kop opsteken en kan iemand zich achter de computer al schietend, schrijvend en scheldend veel groter wanen dan hij in de aardse werkelijkheid is. De geschiedenis neemt voor hem de vorm van een game aan waarin hij de hoofdrol speelt en op zoek is naar ‘volgers’. Het meest verontrustende aan de daad van Breivik is dan ook misschien wel dat zij misschien niet eens zo verbazingwekkend meer is.”
Citaten uit ‘Breivik rekent vooral af met zijn milieu’ door Ad Verbrugge, Financieel Dagblad van 30 juli 2011