Categoriearchief: uitgeverij

Nieuw mavo-curriculum

Intro LIA 202

Deze LIA telt 1 item, waarin ik aandacht besteed aan het mavocurriculum dat de werkgroep BEO de afgelopen drie jaar ontwikkeld heeft, waarvan twee jaar uitgeprobeerd zijn en het derde dit jaar proefdraait.

De volgende LIA’S hebben weer meerdere onderwerpen en deze en eerdere items zijn terug te lezen op www.uitgeverijwvandenoever.com/blog.

De andere uitgaven van de uitgeverij zijn te lezen en door te bladeren via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten.

We houden ons aanbevolen voor tips, bijdragen en reacties.

Wim Mathijssen, eindredacteur

 

Mavo-curriculum

De afgelopen tweeëneenhalf jaar hebben we als werkgroep BEO ons beziggehouden met het opzetten van een nieuw mavo-programma voor klas 1, 2 en 3.

Het blijkt toch steeds weer dat de geijkte methoden vooral geschikt zijn voor de havo en het vwo en dat mavo-leerlingen vaak moeite hebben met die manier van schrijven en formuleren.

We hebben  ons aan de volgende uitgangspunten proberen te houden:

a. Een terugkerende opbouw

Geïnspireerd door de moderne computergames, waar de leerlingen al mee vertrouwd zijn, hebben we ieder hoofdstuk verdeeld in een vijftal levels.  Deze benadering maakt de leerlingen meteen duidelijk dat level 1 een ander niveau is dan level 5. We maken hen steeds duidelijk dat het de bedoeling is om level 5 te halen en dat de andere levels opstapjes naar dat hoogste level zijn.

b. De inhoud van de levels

We hebben de levels als volgt omschreven:

level 1 – inleiding ( waar het in dit hoofdstuk om gaat en welke vragen vooral aan de orde zullen komen)

level 2 – een eerste reactie (ook al heb je nog zo weinig ermee te maken gehad, je kunt wel spontaan reageren of proberen een voorlopige mening te geven)

level 3 – aan de slag ( je krijgt meer informatie om de vraag of het thema beter in beeld te krijgen ofwel: wat valt er allemaal over te zeggen?)

level 4 – verwerking (werken om te laten zien dat je het gesnapt hebt.)

level 5 – wat betekent het voor mij? (Levensbeschouwing heeft te maken met wat bepaalde zaken, mensen en gebeurtenissen voor je betekenen.)

 c. Eindproduct

We doen ons best om in level 4 de leerlingen vormen van toetsing en testen aan te bieden, die hen doen begrijpen of ze er voldoende van opgestoken hebben om aan level 5 te beginnen. Je kunt per slot van rekening nergens een serieuze mening over hebben, als je niet over minimale kennis van het onderwerp beschikt.

In level 5 vragen we de leerlingen op verschillende manieren reflecterend om te gaan met wat er aan levensvragen in de vorige levels aan bod is gekomen. Dat kan op verschillende manieren gebeuren: door het schrijven van een opstel e.d, maar ook door het maken van een collage of andere creatieve opdracht.

d. Portfolio

Ook al zijn mavoleerlingen intellectueel anders geschapen dan havisten of vwo-ers, onze overtuiging is dat ook deze leerlingen hun verstand en gevoel – in deze volgorde graag – kunnen gebruiken als het gaat om existentiële levensvragen. De leerlingen aan het eind van klas 3 zijn twee jaar eerder klaar met curriculum levensbeschouwing dan de leerlingen van de twee andere onderwijstypen. Toch kunnen zij op hun eigen manier en op hun eigen niveau nadenken over levensbeschouwelijke zaken en daarover zich uiten in woord en beeld. Vandaar dat we in de loop van de drie jaar een aantal opdrachten geformuleerd hebben, die als onderdeel van het levensbeschouwelijk portfolio dienen. Aan het eind van de derde heeft de leerling op deze manier een aantal opdrachten verzameld, waarover hij een afrondende opdracht moet schrijven en die hij eventueel kan bewaren als zijn levensbeschouwelijk portfolio. Heel veel leerlingen willen dat ook, omdat ze aangenaam en soms onaangenaam verrast zijn door de opvattingen en zienswijzen die ze in drie jaar opgedaan hebben. De opdracht om terug te kijken naar wat in drie jaar aan ideeën en  uitwerkingen geproduceerd is levert voor de meeste leerlingen een verrassende kijk op henzelf op.

e. Collage

Een werkwijze die het goed doet is het collage aan het begin van het jaar. Drie keer laten we de leerlingen een collage maken onder de titel “wie ben ik?”, gevolgd door een gang door deklas, waarbij de medeleerlingen een liefst levensbeschouwelijke vraag stellen. Uit die vragen uit de klas kiest de leerling er vijf uit en beantwoordt die. Collage + de vragen van de medeleerlingen + de antwoorden op de vijf vragen worden in één worddocument opgenomen en als portfolio-opdracht ingeleverd. Daarmee heeft de leerling in de derde een heel duidelijke portfolio-opdracht te maken: welke veranderingen en overeenkomsten zie je in de drie collages van de drie opeenvolgende jaren? Kun je de ontwikkeling ervan uitleggen?

f. Het levensbeschouwelijke dagboek

Elders heb ik vaker geschreven over het levensbeschouwelijk dagboek en de waarde die het kan hebben, maar in de meeste gevallen heeft, voor de leerling en zijn levensbeschouwelijke opvattingen. De aanwezigheid van het levensbeschouwelijke dagboek geeft de leerling de ruimte om over zaken na te denken die niet per se in het curriculum aan bod komen. Gezien de grote verscheidenheid aan onderwerpen in de loop van de jaren blijkt daar best behoefte aan te zijn. Het vak levensbeschouwing blijkt ook vaak de enige plek te zijn waar de leerling zich uit kan laten over existentiële vragen.

g. Urentabel

De opzet voor drie jaar mavo was in eerste instantie bedoeld voor de mavo-afdeling van de KSE te Etten-Leur. In vergelijking met vele andere scholen beschikt  levensbeschouwing op de mavo-afdeling over een riante urentabel. De mavobrugklas heeft 2 lessen van 60 minuten per week, de klassen 2 en 3 hebben een uur van 60 minuten ieder. Dat verklaart de relatieve grootte van de drie boeken die hieronder weergegeven worden.

h. Materiaal bekijken

Om docenten een idee te geven van wat de werkgroep in de afgelopen drie jaar tot stand heeft gebracht, hebben we de verschillende delen toegankelijk gemaakt op internet. Docenten kunnen de diverse boeken inkijken en doorbladeren via de links die bij de inhoudsoverzichten zijn aangegeven. De bestanden zijn niet te printen of te downloaden, alleen te lezen.

i. Deel 1 – 104 pagina’s, ook te zien via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/mavo/tdgo-ksemavo-1/index.html

Inleiding

1. Kennismaking

1.1 We maken een collage

1.2 Levensvragen

1.3 Tweede taal

2. Kijken naar elkaar

2.1 Hoe zien anderen mij?

2.2 Open of gesloten?

2.3 Levensbeschouwing is je in kunnen leven

3. Je eerste levensbeschouwelijke dagboek

4. Mijn levensbeschouwelijke taart

4.1. De levensbeschouwelijke taart

4.2 De belevingsdimensie

4.3 De taaldimensie

4.4 De rituele dimensie

4.5 De sociale dimensie

4.6 De ethische dimensie

4.7 De doctrinele dimensie

5. Wat geloof ik?

5.1. Algemene inleiding

5.2 Geloven

5.3 De mensen van het boek

5.4 Hindoeïsme

5.5 Boeddhisme

5.6 Niet-godsdienstige levensbeschouwingen

5.7 In God geloven

6. Vragen en antwoorden vinden we in films

 

j. Deel 2 – 64 pagina’s, ook in te zien via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/mavo/tdgo-ksemavo-2/index.html

Inleiding – samenvatting en begrippen

1. We maken weer een collage

2. Wie of wat beïnvloedt mij?

2.1 Inleiding

2.2 Mijn voorouders

2.3 De invloed van mijn omgeving

2.4 Mensen van verre

3. Oordelen

4. Inspiratie

5. Verder met het levensbeschouwelijke dagboek

6. Toekomst

6.1 Is denken en dromen over je toekomst nodig?

6.2 Mijn bucket list

6.3 Toekomstverwachtingen

6.4 Talent en toekomst

6.5 Films en de toekomst

7. Het kwaad in de mens: de waarheid over geweld

8. Het kwaad zit in de mens: zit de fascist in ieder van ons?

k. Deel 3 – 100 pagina’s

Door de te grote omvang van het hele deel, hebben we dit derde jaar in drie inkijkbestanden verdeeld.

Het eerste omvat de eerste 2 hoofdstukken tot aan Je geld of je leven en vind men op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/mavo/tdgo-ksemavo-3.1/index.html

De tweede omvat de hoofdstukken 3,4 en 5 en is te vinden op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/mavo/tdgo-ksemavo-3.2/index.html

De derde omvat hoofdstuk 6 t/m 9 en vind men op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/mavo/tdgo-ksemavo-3.3/index.html

Samenvatting en begrippen

0. We maken weer een collage

1. Verder met het levensbeschouwelijke dagboek

2. Mijn identiteit

2.1 Wie ben ik?

2.2 Kiezen is nadenken over jezelf

2.3 Anders? Goed zo!

3. Je geld of je leven – geld als levensbeschouwelijk verschijnsel

4. Mijn voetafdruk

5. De dood in het leven

6. Ik en mijn lichaam

6.1 Zoeken naar zekerheid: het maakbare lichaam

6.2 Jongeren en seksualiteit

6.3 Homoseksualiteit – een probleem voor de hetero?

6.4 Een verantwoorde seksuele moraal

6.5 Loverboys

7. Wat is dat: ethiek?

8. A simple plan

9. Reflectie portfolio

 

l. Prijzen

Er zijn zoals altijd verschillende aanschafmogelijkheden:

a. U kunt de boeken aanschaffen zoals ze op internet afgebeeld zijn: A4 en full color. Deze versies zijn de duurste.

b. U kunt de boeken ook aanschaffen met het binnenwerk in zwart-wit. Die prijzen liggen heel wat lager dan de kleurendruk.

c. U kunt ook besluiten een selectie uit de boeken te nemen, omdat uw lessentabel niet toelaat alle materiaal aan de leerlingen aan te bieden. Dan worden de boeken kleiner van omvang en daarmee ook goedkoper.

d. U kunt er ook voor kiezen een selectie te maken van het aangeboden materiaal en dat in een band bijeen te laten brengen, zodat de leerling met een boek in de drie jaar levensbeschouwing in de mavo toekan. Dat is ook een goedkopere versie.

Hebt u interesse in een van deze mogelijkheden, stuur dan een mailtje met uw vraag om een offerte aan de uitgeefster. Vergeet daarbij niet het aantal exemplaren dat u af wilt nemen en het aantal pagina’s te vermelden. Het adres is wvdoever@gmail.com.

LIA 200

Precies een half jaar na de vorige LIA, nummer 199, verschijnt nu de tweehonderdste aflevering. Diverse mensen hebben me afgelopen maanden gevraagd of het afgelopen is met LIA, nu ik niet meer in het onderwijs werkzaam ben. Begrijpelijk, hoor je dan, want als je niet meer op de werkvloer komt, is het gauw gedaan met de interesse voor en de deskundigheid betreffende het vak.

Niets is echter minder waar, want de afgelopen maanden heb ik vooral door tijdgebrek de pijp aan Maarten gegeven wat LIA betreft, maar het werk voor het vak is er niet minder op geworden.

Natuurlijk slokken grootouderlijke lusten, vakantiegenoegens, huisverbeteringen of – renovaties en het slow life gebeuren dat eigen is aan ouder wordende mensen veel tijd op.   Tijd die niet aan andere zaken besteed zal worden, omdat ze te leuk zijn om te doen.

Maar het publishing-on-demandmodel, waar we al weer enkele jaren mee werken, vraagt ook de nodige tijd. De afgelopen maanden heb ik met de sectie levensbeschouwing van het Newmancollege gewerkt aan het opnieuw bekijken en eventueel aanpassen van de serie Te  Denken Geven, onder- en bovenbouw. Met de docenten van de KSE te Etten-Leur hebben we diezelfde tijd gewerkt aan een voorlopige versie van een mavo-3-uitgave voor dit schooljaar. Tegelijk hebben we de uitgeprobeerde versie van mavo 2 onder de loep genomen en er een definitieve lay-out aan gegeven.

Tussentijds heb ik een lessenserie over homoseksualiteit geschreven, die een plaats moet krijgen binnen het curriculum. Daarnaast ontwierp ik ook een lesbrief bij de schoolmusical 2013 ‘Like’ over cyberpesten.

Zoals u ziet heb ik niet stilgezeten en ik hoop de producten waaraan afgelopen jaar gewerkt is ook in LIA te kunnen presenteren. Met dit nummer 200 sla ik met frisse moed het lopende schooljaar 2013-2014 in en als alles meezit, verwacht ik tenminste tot nummer 220 te komen aan het eind van het jaar.

 

Uit de sectie geklapt

De afgelopen jaren hebben we een groot aantal projecten geschreven, die de basis vormden voor het curriculum, dat we op mijn oude school, het Newmancollege, hebben kunnen invoeren. Verdergaand overleg zorgde ervoor dat we momenteel alweer enkele jaren een serie boeken onder de titel ‘Te Denken Geven 1 t/m 5’ het licht hebben doen zien. Uiteraard was dat curriculum sterk gekleurd door de opvattingen van de langst lesgevende docent. Maar nieuwe meesters hebben ook nieuwe bezems, die door de kamers van de oude meester gaan.
In die situatie komt de sterke kant van ons gehanteerde systeem naar voren.
Allereerst: de school accepteert dat we elk jaar onze boeken vernieuwen, omdat de prijs die ervoor betaald moet worden, duidelijk minder is dan andere secties voor hun boekenfondsuitgaven doorgeven. Als de boeken van een sectie veertig euro kosten en ze vier jaar mee moeten gaan, kan de sectie levensbeschouwing haar boek van tien euro vier keer aanschaffen.
Ten tweede: aan de kant van de uitgeverij zit de mogelijkheid om in te spelen op de wensen van de sectie, aangezien zij werkt met haar drukkers op basis van het printing-on-demandsysteem. Dat maakt het voor een school mogelijk om haar eigen curriculum te assembleren met het materiaal dat we zelf al hebben en materiaal wat een sectie wil toevoegen.

Het voorbeeld van het Newmancollege

Klas 1

In de editie van 2012 was een hoofdstuk ‘levensvragen dringen zich aan ons op’ geschrapt. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk ‘kijken naar elkaar’.
De ervaringen van het afgelopen jaar leidden ertoe dat in de editie 2013 het verdwenen hoofdstuk weer terug is, en dat het hoofdstuk ‘kijken nar elkaar’ voor een deel verdwijnt, voor een ander deel naar achteren wordt geschoven.

Klas 2
De gesprekken over klas twee, waarin aandacht besteed wordt aan de mensen van het boek, leverden op dat de niet-westerse godsdienstige levensbeschouwingen er bekaaid van af komen. Daarom werden de hoofdstukken over de mensen van het boek voor een deel ingekort en enkele moesten verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk over het hindoeïsme.

Klas 3
Was in 2012 het hoofdstuk over levensbeschouwing en film naar klas vier verplaatst, omdat dat precies paste bij ‘levensbeschouwing en de kleine verhalen’, in de editie 2013 komt het weer terug naar de derde. Enkele redenen: het vierdejaars programma is al overvol en de diepgang komt in het gedrang als we de er materiaal aan toevoegen. Het werken met portfolio-opdrachten levert op bepaalde momenten van het schooljaar erg veel werk op en we moeten zien te vermijden dat die pieken precies in de dagen voor het inleveren van de cijfers opduiken. Door levensbeschouwing en film aan het eind van het jaar te plannen hebben de docenten meer tijd om het voorhanden ingeleverde materiaal na te kijken, aangezien het bij levensbeschouwing en film meer gaat om een klassengesprek over de voorbijkomende levensvragen dan om het schrijven en inleveren van een doorwrocht essay.
Als tegenhanger van de hoofdstukken over het hedonisme, dat hier en daar veranderd is, hebben we een hoofdstuk over het boeddhisme opgenomen.

Klas 4
Zoals gezegd is ‘levensbeschouwing en film’ verdwenen, evenals het hoofdstuk over Oliner en het altruïsme. In de hoofdstukken over relaties en seksualiteit zijn enkele als moeilijk ervaren hoofdstukken verdwenen, maar er is nog geen goed alternatief voor gevonden.

Klas 5 havo en vwo
Voor het eerst hebben we gemeenschappelijk boek voor 5havo en 5vwo. Voor de havo zal het te veel zijn, omdat die een half jaar levensbeschouwing hebben. Maat de docent kan nu ervoor kiezen wat meer zappend met de eindexamenleerlingen langs diverse onderwerpen te gaan. Per slot van rekening is de lessituatie in een havo 5 die eindexamen gaat doen een andere dan die van v5, waar het nog anderhalf jaar van het eindexamen is en van wie ook een hogere en grotere intellectuele inspanning gevraagd kan worden.
De hoofdstukken over ‘zin, onzin en zelfdoding’ uit de editie 2012 zijn verdwenen, omdat een andere docent de lessen gaat geven. Aan de hoofdstukken over ‘levensbeschouwing en geld’ is een hoofdstuk toegevoegd waarin de leerlingen onderzoek doen naar hun eigen moneymindset ofwel geldwaardepatroon. Eveneens zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over ‘vindplaatsen van het religieuze’ en ‘de ontmoeting met God in ‘Joan of Arcadia’.

Met goede moed zijn de docenten weer aan het nieuwe schooljaar begonnen, zullen in de komende maanden nadenken over wat we van de leerlingen mogen vragen, wat in een goed curriculum levensbeschouwing moet zitten en tegen het eind van het jaar zullen ze veranderingen en nieuwe wensen bij de eindredacteur neerleggen. Per slot van rekening veranderen docenten, leerlingen en de werkelijkheid. Waarom zou dat dan niet kunnen en moeten gelden voor het materiaal waarmee ze elk jaar weer werken?

Behoefte aan een multimediale presentatie?

Wie de moeite heeft genomen om onze projecten te bekijken, die we op de webstek hebben geplaatst, ziet bij het openen van een project onderaan de tekst ‘Powered by Uniflip’ staan.
We hebben voor deze oplossing gekozen omdat er duidelijke voordelen aan verbonden zijn. De mensen van Uniflip zorgen er voor dat een bestand dat hun software tot uniflippublicatie omvormt, vervolgens te lezen is op allerlei apparatuur. Wie een Ipad heeft, kan geen Flashbestanden lezen, want Apple heeft voor de tablets voor HTLM5 gekozen.
Dat is vervelend, want je wilt een document in deze moderne wereld overal en op ieder tijdstip tot je kunnen nemen. Als je bestand een flashdocument is, moet je je Ipad met rust laten en wachten tot je thuis bent, waar je wel Flashbestanden op je thuiscomputer kunt lezen. Uniflip maakt het allemaal gemakkelijker, want in een uniflipdocument zit een slimmigheid ingebouwd die ervoor zorgt dat het juiste bestandsformaat voor je leesapparaat gekozen wordt. Bij de Ipad een html5-versie, bij andere de flashversie.
Elke e-publicatie is mogelijk
Kan op ieder platform gelezen worden
Kan gedownload worden voor verdere verspreiding via mail, cd etc.
Wie geen downloads wil toestaan, kan ook kiezen voor alleen lezen.
[Wie het naadje van de kous wil weten: http://www.uniflip.com]

Waarom dit verhaal? Bij het op het plaatsen van onze projecten op het web heb ik bij Uniflip een bulk aan licenties afgenomen, omdat die goedkoper zijn dan enkele licenties.
Wie een licentie koopt, betaalt 79 dollar, wie er veertig aanschaft betaalt 39 dollar per licentie. Helaas zijn de in bulk aangeschafte licenties twee jaar geldig en vervallen dan. Ik heb nog een setje licenties over en bied ze aan aan collega’s die een digitale publicatie op prijs stellen. Het kan daarbij gaan om een brochure, die voor leerlingen publiek toegankelijk moet zijn, maar waarbij het in grotere getale aanschaffen een kostbare zaak kan worden.
Docenten hebben mogelijk extra lesmateriaal, dat ze op een gemakkelijke manier ter beschikking willen stellen, een eigen lesmethode, die ze graag gedigitaliseerd zien.
Het kan ook gaan om andere schriftelijke uitingen, zoals een vakwerkplan, dat een grotere verspreiding nodig. In de e-publicatie kunnen ook links opgenomen worden, naar andere pagina’s, maar ook naar webadressen. Verder kan een publicatie ook video’s invoegen, zoals een youtubefilm, evenals flashanimaties en zelfs achtergrondmuziek is mogelijk.

De omrekenprijs van 39 dollar komt neer op 31 euro, helaas zonder btw.
Wie behoefte heeft aan een dergelijke publicatie kan contact met me opnemen via een mailtje en daarin zijn wensen kenbaar maken.

Hoe nu verder?

Meerdere mensen hebben me afgelopen maanden gefeliciteerd met het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd en spraken de verwachting uit dat het leven als levensbeschouwer er nu wel definitief op zou zetten, want “je bent toch wel aan iets anders toe.”
Dergelijke opmerkingen brachten me ertoe nog eens goed na te denken over de rol die levensbeschouwing en onderwijs in mijn verdere leven zouden kunnen of mogen spelen.
Mijn conclusie is dat het nog veel te leuk is om het levensbeschouwelijke veld achter me te laten. Ik zie voor mezelf nog verschillende mogelijkheden:
• Voortzetten van LIA, zolang er nog stof is om door te geven aan collega’s en ik het gevoel heb nog niet helemaal vervreemd te zijn van de levensbeschouwelijke werkvloer.
• Blijven overleggen met de collega’s van mijn oude sectie en proberen bij te dragen aan het up-to-date-houden van het materiaal dat we afgelopen jaren ontwikkeld hebben.
• Blijven zoeken naar mogelijkheden om de moderne media een plaats te geven in het curriculum en tegelijk in het curriculum aandacht doen besteden aan de impact die deze media ethisch en levensbeschouwelijk op ons mensen kan hebben.
• Belangrijke levensbeschouwelijke onderwerpen vertalen naar een e-learningmodule, waarbij het gedrukte lesmateriaal deels opgenomen, deels ondersteund wordt door interactieve elementen
• Schrijven van lesmateriaal, dat ik belangrijk vind voor het vak en waar niet zo veel over te vinden is.
• Uitwerken van een brochure/boekje over zowel het levensbeschouwelijk dagboek als het levensbeschouwelijk portfolio.
• Uiteraard ben ik ook graag bereid collega’s die met bepaalde vragen zitten te helpen.
7-7-2012

Tweede deel KSE-mavo brugklas

Sinds de collegae van de KSE in de nieuwe lessentabel onverwacht twee volle uren van 60 minuten in de schoot geworpen kregen voor de brugklas – zij het alleen de mavo-brugklas, niet de andere; die blijven 1 uur per week houden – zijn we voortvarend aan de slag gegaan om van de nieuwe situatie te profiteren en te mikken op een curriculum, dat specifiek voor de mavoleerling bedoeld is.
Twee uur per week vreet materiaal, vandaar de beslissing om een boekje te maken dat de eerste helft van het jaar zo bestrijken om in de daarmee gewonnen tijd aan de slag te gaan met een ontwerp voor de tweede helft van het schooljaar.
Dat tweede boekwerk is nu klaar en omvat de volgende inhoud:
Levensbeschouwelijk dagboek
Wat geloof ik?
5.1. Algemene inleiding
5.2. Geloven
5.3. De mensen van het boek
5,4. Hindoeïsme
5.5. Boeddhisme
5.6. Niet-godsdienstige levensbeschouwingen
5.7. In God geloven
5.8. Levensbeschouwelijke vragen en antwoorden vinden we in films.
[Het tweede boek begint met hoofdstuk 4, omdat we in het eerste deel drie hoofdstukken aan de orde hebben gesteld en het de bedoeling is om volgend jaar van de twee deeltjes een boek te maken!]
Wie de inhoud wil doorbladeren kan dat zoals met alle andere boeken doen door te surfen naar http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten/tdgo2-ksemavo .

De toekomst van LIA

Het bericht in de vorige LIA, dat er eind januari 2012 een einde is gekomen aan mijn leven in dienst van een werkgever en dat ik voortaan mijn financiële onafhankelijkheid (?) ga ervaren bij het ABP bracht menigeen ertoe te reageren, enerzijds om me alle goeds te wensen voor de derde leeftijd, te bedanken voor het werk dat in LIA gestoken is, anderzijds om zich af te vragen of hiermee ook een einde aan het verschijnen van LIA is gekomen.

De eerste groep wil ik danken voor de waardering die zij uitgesproken heeft, de tweede groep geruststellen, omdat ik voorlopig nog geen reden zien om ermee te stoppen. De rest van het schooljaar ben ik nog steeds bezig met de afwikkeling van de opdrachten die ik havo 5 het vorige semester heb gegeven; de contacten met mijn sectiegenoten en mede-auteurs zijn ook nog zeer levend en levendig de komende tijd; ik wil uitzoeken wat e-learning en soortgelijke zaken voor het vak levensbeschouwing te betekenen hebben; ik wil proberen enkele zaken die me nauw aan het hart gaan op papier te zetten en heb de intentie daarvan ook een publicatie te maken.

In feite komt het er op neer, dat of lichamelijke obstakels, zoals ziekte, aftakeling e.d. of geestelijke hindernissen in de vorm van het opdrogen van alle creativiteit of belangstelling voor het verschijnsel levensbeschouwing en de realisatie ervan in een levensbeschouwelijk curriculum mij kunnen dwingen om ermee te stoppen. Ik hoop tijdig in de gaten te hebben, dat mijn tijd is gekomen om iets anders te gaan doen. Mocht ik het zelf niet in de gaten hebben, dan hoop ik dat goedwillende collega’s mij er voorzichtig op attent willen maken.
7-2-2012

Nieuwe opzet mavo-curriculum

De docenten van de werkgroep BEO -Breda, Etten-Leur en Omstreken, al moeten we ons van de laatste weinig voorstellen – hebben in het begin van het schooljaar 10-11 de koppen weer bij elkaar gestoken en overlegd op welke wijze een zinvolle samenwerking mogelijk zou kunnen zijn. Na overleg over wat urgent is en wat niet hebben ze gekozen om voor de mavo-klassen 1-3 een nieuwe opzet te maken.

Ander type leerling
Mavo-leerlingen zijn anders dan havo- of vwo-leerlingen, dus is het riskant om hen hetzelfde materiaal aan te bieden als die laatste groepen.
Mavo-leerlingen zijn eerder doeners dan denkers en dat heeft gevolgen voor de didactiek van die stroom.
Mavo-leerlingen zijn niet van de lange spanningsboog en hebben vaak moeite met veel tekst, dus dienen we daar rekening mee te houden.

Levels
Met dit soort zaken in het achterhoofd zijn we vorig jaar aan de slag gegaan en zijn we tot een duidelijke keuze gekomen; ik citeer uit de inleiding van het leerlingenboek:
“We bewandelen steeds een ongeveer gelijke weg om te komen tot waar we jou graag willen hebben.
Om dat aan te geven hebben we ieder hoofdstuk in vijf levels verdeeld. Zoals in de echte games staat level 1 voor het laagst level, level 5 voor het hoogste.
Level 1 – inleiding: waar het in dit hoofdstuk om gaat en welke vragen vooral aan de orde zullen
komen;
Level 2 – een eerste reactie: ook al heb je nog zo weinig ermee te maken gehad, je kunt wel spontaan reageren of proberen een mening te geven;
Level 3 – Aan de slag: je krijgt meer informatie om de vraag beter in beeld te krijgen; wat valt er allemaal over te zeggen
Level 4 – Verwerking: werken om te laten zien dat je het gesnapt hebt.
Level 5 – Wat betekent het voor mij?: levensbeschouwing heeft te maken met wat bepaalde zaken, dingen, mensen, gebeurtenissen voor je betekenen.
De eerste vier levels zijn nodig om in het onderwerp thuis te raken, te snappen waar het om gaat en te laten zien dat je het gesnapt hebt. Ons gaat het als levensbeschouwers met name om het laatste vijfde level, waarin je laat zien dat je over het onderwerp kunt nadenken en het in verband met je eigen leven kunt brengen: wat betekent het voor mij.
Verschillende van deze level 5 opdrachten zullen in je portfolio terechtkomen, want daarover moet
straks in klas 3 verder doorgedacht kunnen worden.”

Herkenbaar stramien
We denken dat het werken met levels niet alleen iets is wat iedere gamende leerling snel snapt, maar dat het ook een stramien geeft waar de leerling houvast aan heeft. De weg van level 1 naar 5 laat ook goed zien dat wij het vijfde level het belangrijkste vinden, anders was het geen level 5 genoemd.
Hoewel we eerder de mavo-leerling doeners noemden, hebben ook zij voldoende in hun mars om op een eigen niveau na te denken over de zin- en betekenisvragen die we hen toch graag willen stellen. Zeker voor deze groep leerlingen lijkt ons kennis om de kennis geen goede doelstelling, maar kennis om tot een beter oordeel te kunnen komen is ook goed aan hen uit te leggen.

Gericht op het portfolio
Daarnaast maken we hen ook duidelijk dat een aantal opdrachten van level 5 terecht zullen komen in het levensbeschouwelijk portfolio, waarover ze aan het eind van de lessen in de derde klas een reflectie zullen moeten maken. De ervaring van de sectie levensbeschouwing van het Newmancollege die de mavo-drieleerlingen die reflectie-opdracht vorig jaar liet maken, was erg positief. Het zien veranderen van de eigen opvattingen in de loop van drie jaar maakte het nodige los in de leerlingen wat ze ook aan het papier konden toevertrouwen.

Schoolbreed op het Newmancollege
De sectie levensbeschouwing van het Newmancollege heeft in tegenstelling tot die van de KSE gemeend alle leerlingen met dit nieuwe materiaal te laten werken. Hun argumenten o.a.:
Alle leerlingen zijn ermee gebaat uitgedaagd te worden om zelf aan het werk te gaan en een product te leveren;
Bij levensbeschouwing is de kans dat je leerlingen te weinig uitdaagt door op het eerste gezicht simpeler lesmateriaal amper aanwezig, omdat de leerling die op level 5 gaat nadenken daarbij zijn eigen hersens en gevoel gebruikt en dan kan een intellectuele leerling veel van zichzelf laten zien. Anders gezegd: ieder zal op een eigen wijze antwoord proberen te geven op de levensvragen en situaties die haar worden voorgelegd.
Te wollig formuleren en te veel teksten zullen ook bij niet-mavo-leerlingen de kans op desinteresse vergroten, terwijl opdrachten waarin ze hun hele ziel kunnen leggen tot meer betrokkenheid leidt en daarmee ook tot verdieping.
De nieuwe opzet is te zien in http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten/tdgo1-2011 voor het Newmancollege en in http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten/tdgo1-ksemavo .
Wie de beide projecten naast elkaar legt ziet ook hier verschillen. Maar die hebben te maken met het feit dat de leerlingen van het Newmancollege het hele jaar een les van 70 minuten per week krijgen terwijl de mavobrugklassers 2 lessen van 60 minuten per week volgen.
Bovenstaande tekst, eventueel aangeviuld met nieuwe aspecten, kun je ook vinden op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten/mavo-opzet.html

Eigen keuze wordt vergemakkelijkt

Wie in zijn eigen tempo de verschillende projecten bekijkt, zal spoedig merken dat er in meerdere projecten hetzelfde materiaal te vinden is. Ze zijn de versies van Te Denken Geven versie 2010 opgenomen naast die van 2011. Alleen het project voor de tweede klas over de mensen van het boek is dit jaar ongewijzigd gebleven, alle andere projecten hebben een inhoudelijke verandering ondergaan. In jaar een hebben we een andere opzet gekozen in samenwerking met sectie levensbeschouwing van de KSE. Verderop wordt de opzet uitgelegd. In klas drie bleken we te veel materiaal te hebben en is de levensbeschouwelijke filmanalyse naar jaar 4 gegaan. Daar vonden we een mooie plaats achter het hoofdstuk over levensbeschouwing en cultuur. Hebben we in de eerste hoofdstukken de leerlingen laten ontdekken dat ze toch wel duidelijk postmoderne mensen zijn, voor wie de grote verhalen hun geloofwaardigheid hebben verloren en die op zoek gaan naar kleinere verhalen voor hun zingeving, dan komt in het hoofdstuk over levensbeschouwing en cultuur naar voren, dat popmuziek, film, cabaret en andere kleine verhalen veel mensen antwoorden op hun levensvragen kunnen geven. In dat kader kan het hoofdstuk over levensbeschouwing en film goed geplaatst worden.
Bij sommige jaren zijn toch maar bepaalde onderdelen geschrapt, meestal wegens tijdgebrek, soms omdat niet de juiste ingang tot de leerling te vinden was. Andere keren hebben we een thema weer uitgebreid of juist kleiner gemaakt, omdat bepaalde onderdelen niet hebben gewerkt in onze setting. Soms hebben we plotseling het licht gezien en een werkvorm gevonden die uitdagend is voor de leerlingen.
Een ander onderdeel zijn de projecten van de KSE. De sectie levensbeschouwing heeft met Queeste een heel andere invalshoek gekozen dan de sectie van het Newmancollege. In de tweede fase is wel een aantal jaren samengewerkt en hebben we de tdgtf-projecten samen opgezet. Wie deze projecten bekijkt en vervolgens het materiaal van Newman en KSE vergelijkt, ziet dat beide secties toch een eigen kant zijn opgegaan met het beschikbare materiaal.
Het is deze manier van werken die tot vruchtbaarheid kan leiden. Mensen van de ene sectie zien wat de andere sectie gedaan heeft en denken daar zelf nog eens over na. Vervolgens kan men op een eigen manier het beschikbare materiaal assembleren tot een eigen curriculum, al dan niet aangevuld met eigen materialen.
Docenten die een eigen versie van TDG willen samenstellen kunnen dankzij de flashbestanden gemakkelijk een eigen keuze maken!

Overzicht beschikbare projecten

Docenten willen zich graag breed oriënteren op datgene wat er levensbeschouwelijk op de markt komt. Zo kunnen ze op basis van het beschikbare materiaal en hun eigen ideeën over het vak een verantwoorde keuze maken voor een nieuwe methode of een boek voor een bepaald leerjaar.
Helaas zit er een kostenplaatje aan als je alle beschikbare middelen in de sectiekast wil hebben staan, want het speelveld is groot en de beschikbare middelen pover.

We zijn blij dat we een manier gevonden hebben om docenten levensbeschouwing een beeld van ons levensbeschouwelijk lesmateriaal te kunnen tonen zonder dat het hen een cent kost.
Dat hebben we bereikt door de beschikbare projecten als flashbestand aan te bieden, die zonder problemen via internet gelezen en doorgebladerd kunnen worden. Op die manier krijgt elke docent een compleet beeld van ons levensbeschouwelijk lesmateriaal en kan zhij gemakkelijk met collegae overleggen wat voor hen een zinnige keuze zou kunnen zijn.

We hebben een overzichtspagina gemaakt, waarop alle beschikbare projecten onder elkaar staan, verdeeld in vier subgroepen.
Via de link onder de miniatuurvoorpagina kan iemand door naar de informatiepagina over dat project. Op die pagina vind je een overzicht van de inhouden, werkvormen en prijzen.
Onderaan de pagina is de link naar het flashbestand te vinden. Klikken opent het flashbestand, dat even nodig heeft om te openen en de docent kan met de navigatiepijlen naar voren en achter bladeren. De zoomfunctie geeft de mogelijkheid de pagina te vergroten.
De bestanden kunnen ook op andere soorten monitors gelezen worden, bijvoorbeeld op een Ipad of een andere tablet.
De overzichtspagina is te vinden op http://www.uitgeverijwvdoever.nl/projecten/index.html

Schaven aan je materiaal

In deze kolommen heb ik meermalen de loftrompet gestoken van het zogenaamde publishing on demandsysteem [pod]. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat schoolbreed gezien levensbeschouwing voor het boekenfonds het laagste budget nodig heeft. Daarmee hebben we de schoolleiding kunnen overreden om het materiaal als verbruiksmateriaal te beschouwen. Dat geeft ons de mogelijkheid om in het materiaal een aantal gelinieerde pagina’s op te nemen waarop de leerlingen aantekeningen kunnen maken en ze daarmee ook van een werkschrift verlost zijn. Het tweede voordeel is dat we aan het eind van het jaar als sectie de koppen bij elkaar kunnen steken om te bezien in hoeverre het huidige materiaal al dan niet gewerkt heeft. Iedereen heeft de ervaring dat in de loop van een jaar ineens je oog valt op een mooi stuk tekst, een aantrekkelijkere opdracht, een beter voorbeeld bij de stof of de mogelijkheid met actualiserend materiaal te komen.

De door ons gehanteerde werkwijze maakt het mogelijk voor het volgende schooljaar hoofdstukken aan te passen, te verwijderen of te vervangen. Het geeft de mogelijkheid enkele nieuwe relevante teksten met daaraan gekoppelde opdrachten in te voegen en opdrachten die niet meer werken te verwijderen.
Zo konden we onder meer toevoegen een bespiegeling van Bert Keizer over de relatie tussen de rellen in Engeland en het ontbreken van een waardevol volwassenheidsritueel, informatie over initiatieriten bij de Hells Angels, aanvullend statistisch materiaal over suicide van de afgelopen jaren en een tekst over Anders Breivik en het postmodernisme, wat hopelijk een interessante discussie met de leerlingen kan opleveren. Mochten we ons daarin toch vergissen, dan is er nog geen mens overboord en kunnen we het eind volgend schooljaar vervangen door iets anders en dan gewoon verwijderen.
Sectie-overleg leidde er ook toe om de lessen over levensbeschouwing en film, die we in de derde klas geprogrammeerd hadden te verplaatsen naar de vierde. Enerzijds omdat het programma in de derde het nauwelijks mogelijk maakt dit onderdeel serieus aan de orde te stellen.

Anderzijds, omdat levensbeschouwing en film een goed voorbeeld is van de wijze waarop mensen tegenwordig aan antwoorden op hun levensvragen komen. We hebben een aantal lessen over levensbeschouwing en/in de crisis, waarin we aan het eind feitelijk kunnen vaststellen dat de meerderheid van onze leerlingen tot de zogenaamde postmodernisten gerekend kunnen worden. Vervolgens besteden we aandacht aan levensbeschouwing en cultuur en stellen vast dat de grote verhalen voor veel leerlingen vervangen zijn door kleine verhalen, zoals songs, films, clips, cabaret etc. Op dat moment de vraag stellen wat films met de levensbeschouwelijke vragen en antwoorden van de leerling te maken heeft, is des te relevanter. Vandaar deze plaatsverandering.

We kunnen het iedereen aanbevelen, de kwaliteit van je materiaal gaat ermee vooruit, je lesplezier neemt ook toe vanwege die kwaliteitsverbetering en de leerling heeft ook het gevoel dat zijn levensbeschouwelijk lesmateriaal akelig actueel is.

Kunnen we ook e-learning inzetten?

Aan internet zit – als alle verbindingen het goed doen – een fantastisch voordeel: je kunt er 7 dagen per week 24 uur per dag op terecht. Dat maakt het veel mensen mogelijk om op de meest vreemde tijden zaken te doen, informatie op te vragen, een formulier in te vullen en een cursus te volgen.

Wie op school over een elo beschikt en er voor zijn vak opdrachten op plaatst, ziet vaak aan de inlevertijden, dat leerlingen meestal geen ochtendwerkers, maar eerder late avondwerkers zijn, om nog maar niet te spreken van de nachtinleveraars. Als ik een deadline op 23.55 dinsdag zet, is er redelijk percentage, dat om 23.50 de gevraagde opdracht heeft opgeladen. Bij een opdracht die op papier moet worden ingeleverd bij de fysieke docente wordt de flexibiliteit al een stuk minder.

Waarschijnlijk komt vanuit die ervaring ook de vraag naar een e-learningmogelijkheid. Daarbij denk ik aan een module of onderdeel van een module, die op internet geplaatst wordt en waar de leerling op zijn eigen tijd aan kan werken en vervolgens ook kan inleveren.

Als leerlingen lesmateriaal op internet kunnen raadplegen, kan dat een voordeel zijn:
– Zieke leerlingen kunnen online -waar ze ook zijn – toch het materiaal inzien en opdrachten maken die ze dan via de elo kunnen inleveren;
– Leerlingen die een les missen door uitval van de docent kunnen de internetles thuis of in de mediatheek maken en door inleveren laten zien dat ze ermee bezig zijn geweest.
– Docenten die aan differentiatie willen doen, via het door ons geroemde gelaagde leerplan of in het kader van een leerarrangement bij een bepaald thema kunnen op deze manier een aantal mogelijkheden aanbieden, die niet in het boek te vinden zijn en waarvoor niet de kosten van drukken etc. gedragen hoeven te worden.
– Als de e-learning goed in elkaar steekt, kan een leerling die moeilijkheden met bepaalde zaken verwacht of heeft, nog eens goed oefenen met extra materiaal.

Een van onze projecten is ‘Surfen op de levenszee”. Het bevat 30 lessen, opgebouwd uit een verhaal rond zes leerlingen op een middelbare school gevolgd door informatie en diverse opdrachten rondom een thema. De bedoeling is eigenlijk dat een les in een lesuur kan worden genuttigd. Om te experimenteren met e-learning heb ik het eerste hoofdstuk omgezet in een e-learningmodule, die heel basaal is, maar de komende tijd probeer ik enkele andere lessen te maken.
Wie geïnteresseerd is, kan de e-learningmodule bekijken via de volgende link

Fondsoverzicht

Wat hebben jullie ons te bieden aan materiaal, is een vraag die vaak gesteld wordt. Om hieraan tegemoet te komen hebben we de afgelopen dagen besteed aan het overzichtelijk bijeenzetten van de titels die we momenteel beschikbaar hebben. Van iedere titel wordt de inhoud weergegeven, een korte toelichting, de omvang en prijs volgen. In de marge kunt u lezen op welke wijze we met dit project ook e-learningzaken doen. Dat komt meestal neer op internettesten en -toetsen, in een geval een module die de leerling zelfstandig kan doorwerken als zhij geen eerdere lessen levensbeschouwing gehad heeft. Een tweede kader in de marge laat zien welke specifieke werkvormen, audiovisueel materiaal en dergelijke bij dit project/boek door ons gebruikt wordt.
De informatie is bereikbaar via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/fonds

Te Denken Geven, een totaalprogramma

Het voordeel van publishing on demand (pod) is dat je in onderling overleg in de sectie een eigen themakeuze kunt maken op grond van het reeds bestaande materiaal en dat kunt aanvullen met nieuw ontworpen materialen. Zo hebben we op onze school, het Newmancollege, sinds dit jaar een doorlopend curriculum, dat in zijn geheel Te Denken Geven gedoopt is.
Te Denken Geven 1 (onderbouw, klas 1) heeft als zwaartepunten het verschijnsel levensvraag, hoe, wat en waarom en de inhoudsdimensies van een levensbeschouwing.
Te Denken Geven 2 (onderbouw, klas 2) concentreert zich op de mensen van het boek, aan de hand van een aantal themata. Het is niet de bedoeling een encyclopedie van de drie monotheistische godsdiensten te geven, maar de leerlingen in contact te brengen met bepaalde vragen en zaken die erin aan de orde gesteld worden.
Te Denken Geven 3 (onderbouw, klas 3) focust o.a. op een ethische analyse, levensbeschouwing en film, het maakbare lichaam en hedonisme.
Te Denken Geven 4 (tweede fase, H/V4) houdt zich bezig met kaderbegrippen, levensbeschouwing en cultuur, fascisme, relaties en seksualiteit.
Te Denken Geven 5 (tweede fase, V5) kent als inhouden het kwaad, de waardeprofielen, levensbeschouwing en economie, dood in het leven, suicide.
Havo 5 heeft een half jaar les en krijgt les over het kwaad, religieuze ervaringen en dood in het leven.

Omdat we het geluk hebben dat de kosten zo laag zijn, dat we elk jaar een nieuwe uitgave kunnen bestellen, kunnen we ook in de loop van het jaar tijdens de sectie-vergaderingen overleggen over werkvormen die wel of niet werken, die vervangen kunnen worden door betere. We kunnen een nieuw video-fragment introduceren met achtergronden in het nieuwe boek, ontwikkelingen in het levensbeschouwelijke veld vragen om aandacht voor een nieuwe materie, meer dan wat we nu aankaarten. Op die manier kan al schavend en polijstend een nooit eindigend werk – want we praten wel over levensbeschouwing – toch in de richting van het meest wenselijke worden gestuwd.

Publishing on demand

De traditionele productiemethode moet het hebben van grote oplagen om een boek of ander drukwerkproduct niet te duur te maken. Grote oplagen betekent grote voorraden en de kans dat als de oplage nog niet uitverkocht is, de inhoud door de actualiteit achterhaald is.

Het betekent ook dat het aanbod vrij eenzijdig is. Je maakt een boek op basis van eigen of andermens aangegeven doelstellingen of ideeën en vervolgens bied je het aan de onderwijswereld aan. Er is door de eenvormigheid ook weinig mogelijkheid er een eigen cachet aan te geven.

Dat gebeurt dan later, als je met het boek gaat werken. Je merkt dat jij wel goed kunt werken met hoofdstuk 1, maar hoofdstuk 2 had je liever gemist. Maar omdat het erin staat en je geen ander materiaal hebt, ga je met hoofdstuk 2 aan de slag. Je vindt enkele leuke teksten over hetzelfde thema, ziet een goede werkvorm en je maakt een kopietje voor alle leerlingen.

Het boek is geen dogma, zegt iedereen, maar Belgische collega’s die jaren geleden tijdens een uitwisselingsweek Nederlandse scholen met Nederlandse docenten levensbeschouwing bezochten, spraken van methodeslaven. Gelukkig krijgt menigeen na enkele jaren het gevoel boven het aangeboden materiaal te kunnen staan en geeft zhij een eigen draai aan het boek = het curriculum.

In de ideale onderwijswereld is er de docent, die zijn doelstellingen formuleert om vervolgens een curriculum te ontwerpen; daarna zoekt zhij er materiaal bij. In de praktijk kiest de docent een methode en die bepaalt het curriculum. Velen zouden het graag anders zien, maar een andere manier betekent heel veel werk en is ook erg kostbaar.

De nieuwe productiemethoden maken een en ander een stuk gemakkelijker. Via Publishing on Demand (POD) kan tegenwoordig materiaal op maat gemaakt worden. Voor een klas van twintig, maar ook voor een leerjaar van 500. Meer dan men nodig heeft hoeft niet geproduceerd worden. Geen onverkochte voorraden meer. Actueel wijzigingen aanbrengen voor een volgend jaar is een fluitje van een cent geworden. Vervangen van een slecht lopend thema door een thema dat meer bij de docent en de leerlingen past kost weinig moeite. Want het materiaal dat zojuist aangepast is, is klaar voor de drukker en kan vervolgens meteen gebruikt worden.

Nieuwe producten
De afgelopen jaren hebben we als sectie meegemaakt, dat het derde leerjaar 1,5 uur per week had, het jaar daarop 1 uur en nu nog 0,5. In de tweede klas hebben we de ontwikkeling van 0,5 blok per week naar 1 blok per week mee mogen maken.

Iedereen weet dat het niet mogelijk is om zomaar het materiaal van drie naar twee over te hevelen. Daar zijn de leerlingen veel te verschillend voor. Dus moet je aan andere zaken gaan denken. Het ontbreken van een vast leerboek verschafte ons de mogelijkheid met allerlei zaken te gaan experimenteren. Experimenteertijd die we goed konden gebruiken om te bezien of dit materiaal in onze ogen voor meerdere jaren geschikt zou zijn. Een luxe die je niet hebt, als je een boek voor een heel jaar hebt aangeschaft en weet dat je met het weinige aantal uren maar de helft van de stof zult afkrijgen. Het ontbreken van het vaste boek leverde ons enkele mooie nieuwe producten op, waarvan we menen dat die ook volgend jaar goed gebruikt kunnen worden.

Tegelijk hebben we gezien dat sommige zaken verkeerd gegaan zijn. Reflectie daarop leverde op dat we met deze zaken de leerlingen verkeerd taxeerden en door onze open opzet konden we die zaken van de rol afvoeren.

Ook kwamen we enkele interessante artikelen voor leerlingen tegen, stootten op goed bruikbaar videomateriaal, waarvan we de opdrachten ook mee konden nemen in de nieuwe opzet van dat jaar. Wat we in de vorige paragraaf meldden, namelijk dat na enkele jaren een leerboek voor jou een eigen invulling krijgt, kan in ons geval goed geïntegreerd worden. Wat we aan nieuwe dingen vinden en uitvinden, krijgt een plaats in de volgende editie en die komt niet na vier jaar beschikbaar.

Nieuwe mogelijkheden ook voor collega’s
Collega’s die zich wel herkennen in de visie die achter POD zit, kunnen uiteraard hun eigen werk op deze wijze laten vervaardigen.

Het betekent o.a. dat

• De leerlingen over een afgerond boekje beschikken, dat snel herzien kan worden, indien noodzakelijk;

• De docent in het bedrag voor het boekje ook een post voor auteursrechtelijke vergoeding kan laten opnemen, zodat zhij al het werk niet voor niets hoeft te doen.

Het enige wat u hoeft te doen is met uw materiaal contact op te nemen met de uitgeverij: wvdoever@gmail.com, uw wensen kenbaar maken en vervolgens krijgt u snel een offerte aangeboden.

Op een andere pagina hebben we het totaaloverzicht gegeven van wat we in de vijf jaar te bieden hebben. U kunt naar eigen inzicht een compilatie maken van die hoofdstukken, thema’s en werkvormen die u het geschiktst acht voor uw leerlingen, die het best bij uw opvattingen over het vak passen. Misschien vind U bepaalde zaken die wij in de derde geplaatst hebben meer geschikt voor de tweede of juist voor de vierde: het pod-systeem geeft u de mogelijkheid zelf keuzes te maken. Uiteraard is het ook hierbij mogelijk om eigen hoofdstukken of materialen die in het verleden goed gewerkt hebben in te voegen, zodat een homogeen geheel ontstaat.