Categoriearchief: Uncategorized

Levensbeschouwing is een partijdig vak

Een van de gevaren die het vak levensbeschouwing bedreigen is dat van supertolerantie, laissez-fairedenken en handelen. Wie de doelstellingen van brochure B er op naslaat, komt daarin weinig formuleringen tegen, die gewag maken van een kritische houding die ontwikkeld zou moeten worden. In de praktijk zie je ook meermalen levensbeschouwelijk onderwijs, dat handelt in de geest van ‘alles mag, niets moet.’  Het raamleerplan van de VDL voor de tweede fase is er wel duidelijker over: ‘de leerlingen kunnen zowel cognitief als emotioneel tot een zekere autonomie t.a.v. zingeving en ethiek komen…’  Dat gaat een bepaalde richting uit.  Dat betekent in mijn ogen: je leven in eigen hand durven nemen, durf hebben om subject te zijn; bereid zijn je weerbaar op te stellen, autonoom zijn met alle gevolgen die daaraan verbonden kunnen zijn.

Vervreemding

Voor mezelf koppel ik daar de ooit geroemde noties van de bevrijdingskatechese (HKI, 1979) aan vast: we leven in een werkelijkheid die vervreemdt en waar mechanismen functioneren die er op uit zijn ons minder mens te maken dan we zouden kunnen zijn.    Docenten levensbeschouwing zijn in mijn visie mensen die in de gaten hebben gekregen dat  het subject worden van de leerling voorop in het onderwijs dient te staan. Ze hebben geen bisschoppelijke accoordverklaring meer nodig om hun geloofsbrieven te kunnen tonen.

Hun geloofsbrieven bestaan uit de serieuze aandacht van de leerlingen, die bereid zijn na te denken over hun levensbeschouwelijke kaders en de keuzes die ze daarbinnen voor hun leven willen maken.  De serieuze dialoog met de leerlingen zal te allen tijde het uitgangspunt van lessen levensbeschouwing zijn. Niet voor niets is communicatie een van de belangrijkste doelstellingen in ons vak. Dat dient machtsvrije communicatie te zijn, zoals Habermas ooit stelde. Docenten en leerlingen zijn in dat opzicht elkaars gelijken. Beiden zijn subject van de communicatie. Niemand is de meerdere. Dat is in mijn ogen de bevrijdende impuls van goede lessen levensbeschouwing. Samen denkend, samen kritiek formulerend komen we een eind verder in onze speurtocht  naar de waarheid.

Gerechtigheid

En gerechtigheid zou ik daaraan willen toevoegen. Mijn bevrijdingskatechetische inspiratie die ik zeker ook in het vak levensbeschouwing kwijt wil, geeft me deze keuze in Levensbeschouwing is geen neutraal vak, maar moet in mijn ogen ,keuzes maken. Autonomie met het oog waarop, moeten we vragen. Een autonomie die naadloos past in een individualistische, hedonistische˙levensstijl heeft mijn waardering geenszins. Autonomie met het oog op een menselijker bestaan en een betere wereld heeft wel wat. Dus zal ik mijn vak op een bepaalde manier moeten inrichten,  want levensbeschouwing is een partijdig vak. In mijn lessen moet ik de vraag stellen, hoe mensen tot hun recht kunnen komen.  Zowel persoonlijk als maatschappelijk. Daarom maak ik ook keuzes in de themata van mijn lessen, omdat ik denk en hoop dat die keuzes meer dan andere mijn leerlingen kunnen helpen zicht te krijgen op de vraag, welke bijdrage hun levensbeschouwing levert aan de humanisering en bevrijding van zichzelf en de wereld.

Taboes

Ik maak een keuze voor bepaalde persoonlijke thema’s. Levensbeschouwing dient  taboes aan de orde te stellen. Taboes zoals dood, zelfdoding en het verschijnsel levensbeschouwing zelf. De meeste leerlingen zitten niet te wachten op deze themata en zullen die klassikaal ook niet snel kiezen. Omdat de docent [de schrijver van deze tekst is man, dus gebruik ik verder voor het gemak de hijvorm!] weet, wat er kan gebeuren als bepaalde zaken niet aan de oppervlakte mogen komen, is hij de aangewezen persoon om die thema’s aan de orde te stellen vanuit zijn zorg voor de volwassenwording van de leerling.  Het zijn vaak ook ouders, die zich zorgen maken over de gemoedsgesteldheid van hun kind, dat aan zulke existentiële zaken blootgesteld wordt. Het lijkt veiliger om over dood en verdriet, angst en eenzaamheid te zwijgen. Wat niet weet, dat niet deert. Maar ouders vergeten dat de kinderen wel weten en er vaak hevig mee worstelen. Dus is de docent levensbeschouwing een van de personen, die deze zaken bespreekbaar kan maken in de klas. Om kunnen gaan met negativiteit in het leven vergroot de kans op een gezondere volwassenheid is mijn stellige  overtuiging. Daarom zal iedere leerling er aan moeten geloven. Niet omdat ik hem of haar angstig op de kast wil krijgen, maar omdat het proces van nadenken over bijvoorbeeld zelfdoding de leerling een betere en heldere kijk op zijn eigen staan in de wereld geeft. Daarmee is hij ook weer een stukje meer subject geworden.

Samenleving

Ik maak keuzes voor maatschappelijke thema’s.  Een van de hoofdstukken in mijn Sprokkelen 2 gaat over protest. Een bijzonder fraai voorbeeld van protest is te zien in de grootse film Novecento.  Atilla de voorman en fascistenleider is afgegaan omdat Olmo’s dochter hem paardenstront in het gezicht gegooid heeft, een voorbeeld dat de rest van de aanwezigen volgde en besmeurd met uitwerpselen moet de fascist het veld ruimen. Hij komt terug met zijn kornuiten en een aantal dorpelingen wordt bijeengedreven en enkelen doodgeschoten. Een arbeider begint het socialistenlied ‘Bandiera Rossa’ te fluiten. Hij fluit door als Atilla hem met een pistool nadert. Daarop wordt hij doodgeschoten.  De gesprekken na de fragmenten gaan over de vraag, wat de man bezielt om deze keuze te maken en wat de zin ervan zou kunnen zijn.  Het gesprek gaat dan verder over de vraag, wat de leerling zelf zou doen, hoever hij zou gaan.  Een concrete aanleiding was het afschaffen van het carnavalsfeest dat al tientallen jaren op onze school gehouden werd. Omdat de staf vermoedde dat er vorig jaar mogelijk drugs gebruikt waren, schafte ze met een pennenstreek het gebeuren af. In een 5V kwam deze vorm van machtsmisbruik ter sprake. Op de vraag wie er het voortouw wilde nemen om zoiets moois als een staking te organiseren, bleef het opvallend stil. Je nek uitsteken voor anderen, solidair zijn met elkaar, het bleek allemaal erg ver van het bed te zijn. De  confrontatie met de Italiaanse arbeider maakte helaas niets los in de leerlingen. Het was vooral: het helpt toch niets, je moet zo’n hoop energie investeren, waarom zou ik me druk maken!

Gevaarlijke grote verhalen

Op zulke momenten bedenk ik weer, dat de tijd van de grote verhalen nog steeds niet voorbij is: het is nog steeds het grote verhaal van onverschilligheid en kortzichtigheid, dat het nog altijd beter doet dan een concrete en actieve inzet voor een betere school of omgeving. Dat een ander groot verhaal nog springlevend is, merk ik, als ik de leerlingen confronteer met opvattingen, die te maken hebben met versobering,  consuminderen, tijd en aandacht inruimen in plaats van achter je pinpas en chipknip aan te hollen. Het grote verhaal van de markteconomie, die alles doordringt, wordt dan steevast weer van stal gehaald.  Meneer, het kan niet, want niemand doet het. Waarom zouden we niet genieten van de luxe die we krijgen? Wat hebben we met het milieu en de derde wereld te maken? Het zal mijn tijd wel duren en voor wie ben ik dan verantwoordelijk meneer? Dat er wel degelijk grote groepen mensen zijn, die de waarde van onthaasting, consuminderen en  soberheid inzien, is te veel voor sommigen en ze beginnen te schelden. Mijn bescheiden maatschappij-analyse zegt, dat momenteel deze grote, in mijn visie gevaarlijke verhalen de plaats hebben ingenomen van wat vroeger de grote verhalen werden genoemd.  Ze oefenen een anonieme macht uit, die  veel leerlingen niet in de gaten hebben. Die vanzelfsprekendheid van de moderne grote verhalen problematiseren is een vreugdevolle opdracht voor een docent levensbeschouwing. Het is soms zwaar trappen, maar wel uitermate boeiend om in communicatie met de leerlingen die vragen aan de orde te stellen waar het volgens de tradities van de menselijkheid nog steeds om gaat. Vragen als: ben ik mijn broeders hoeder? Wie is de mens? Wie is mijn naaste? Waar gaat het uiteindelijk om in het leven?  Voor het aan de orde stellen en beantwoorden van die vragen hebben we gelukkig nog steeds de beschikking over een heleboel kleine verhalen uit de joods-christelijke en humanistische traditie. Ben ik even blij, dat ik ooit als catecheet begonnen ben!

Bron: Peter van den Aardweg & Jan Simons, Godgeleerd, ’s Hertogenbosch, 1997, pg. 161-164. Het boek verscheen ter gelegenheid van het afscheid van Jan van Lier als medewerker bij het KPC, voorheen bij het HKI.

Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Tien wetenschappelijke blunders van geniale geesten

Wetenschap moeten we bloedserieus nemen, daar ben ik van overtuigd. Dat sommige wetenschappers zich wel erg bloedserieus nemen en weinig oog hebben voor andere vormen van waarheid zoeken is in de vorige bijdragen wel duidelijk geworden. Het kan nooit kwaad om aan die bloedserieusheid, die we ook bij leerlingen aantreffen als een vorm van eerstetaalarrogantie, wat te knagen. Niet om de poten onder de stoel van de wetenschappers uit te halen, maar om hen opmerkzaam te maken op gepaste bescheidenheid waar het om menselijk handelen gaat. Mijn onvolprezen lijstenfabriek ‘Listverse’ heeft bij monde van Radu Alexander een mooie lijst van tien wetenschappelijke blunders van geniale mensen geproduceerd. Daar komen mensen in voor als Tesla, Edison, Einstein,  Hoyle, Franklin, Hubble, Pauling, Darwin, Galileo en Newton zelfs. Goed lezen en op het gepaste moment in de strijd werpen.

http://listverse.com/2014/07/30/10-scientific-blunders-of-genius-minds/

Legitimatie van het vak (1) -docenten aan de slag

Als waar is dat het vak qua uren onder druk staat, omdat staven hun begerig bezuinigingsoog laten vallen op het onbeschermde vak levensbeschouwing dan wel om due uren aan een vak als filosofie te geven, wordt het tijd dat de docenten in actie komen. Wat mij opvalt in het nummer is dat de feiten ten aanzien van de achteruitgang dan wel het overhevelen naar filosofie nergens gegeven worden. Ik heb er de volgende vragen bij:

  • Om hoeveel scholen gaat het hier?
  • Is de voornaamste reden voor afschaffen of verminderen de overtuiging van de staven dat het vak geen echt vak is?
  • Hebben op deze scholen docenten geen rol gespeeld bij het legitimeren van het vak?
  • Hebben docenten zich beziggehouden met de legitimatie door een gesprek met de schoolleiding en daar hun argumenten op tafel gelegd voor het belang van het vak op deze school?
  • Hebben de docenten in deze ook contact gehad met de onderwijsbisschop om hem zijn juridische steun te vragen?
  • Hebben docenten de legitimatie overgelaten aan de methoden die ze kiezen en houden ze het verder voor gezien? Een gevaarlijke positie, lijkt me.

Levensbeschouwing is geen vak dat door de wet beschermd wordt zoals andere schoolvakken. Wie pleit voor afschaffing van het Frans ten gunste van Spaans of Chinees vindt de wet op zijn pad en kan hooguit een dergelijk vak als extra-vak aanbieden, terwijl het getalsmatige argument best hout snijdt. Er zijn per slot van rekening meer mensen die Chinees spreken dan  Frans en de invloed van de Chinese economie is groter dan die van de Franse.

Omdat levensbeschouwing op een kleine David lijkt, die zich moet meten met het Goliatesk heersende onderwijssysteem, zal de docent, de sectie of wie zich warm maakt voor het vak vele interessante stenen in zijn slingerzak moeten hebben om allerlei bedreigingen het hoofd te kunnen bieden. Ik onderschrijf dan ook het spreekwoord dat de aanval de beste verdediging is.  Het lijkt me onverstandig te wachten tot  begerige klauwen hun nagels zetten in het zachte vlees van het vak levensbeschouwing, maar het lijkt me beter actief en positief de waarde van het vak onder de aandacht van de staf brengen.

Daarom stel ik voor dat iedere sectie levensbeschouwing met het nummer van Narthex en andere relevante documenten in de hand zich ertoe zet om binnen de eigen school een legitimatiedocument te schrijven, waarin de verschillende aspecten van een serieuze legitimatie aan de orde komen:

  • Juridische legitimatie
  • Pedagogische legitimatie
  • Cultureel-antropologische legitimatie
  • Ideologiekritische legitimatie
  • Vakinhoudelijke legitimatie
  • Kwalitatieve legitimatie
  • Legitimatie vanuit de leerling
  • En eindigen met de vraag aan de staf: wordt het niet eens tijd dat andere vakken eens gaan nadenken over hun eigen legitimatie, stel dat ze niet beschermd zouden worden door de onderwijswetgeving. Levensbeschouwing moet zich steeds in zeven bochten wringen om serieus genomen te worden, terwijl aan andere vakken geen enkele vraag gesteld wordt.

 

Amerikanen en de dood

In een studie van het Pew Research Center, dat begin november 2013 verscheen, komen opmerkelijke resultaten naar voren, als het gaat om de vraag of artsen door moeten gaan met behandelen, ook als er geen sprake is van hoop op verbetering of in de situatie dat men heel veel pijn te verdragen heeft.

In 1990 zei 15 procent van de Amerikaanse volwassenen, dat de artsen nooit moesten opgeven om de ziekte te bestrijden, in 2013 ondersteunt 31 procent dat standpunt.

De verdubbeling van het aantal, dat ‘nooit opgeven’ zegt, kan niet door de onderzoekers verklaard worden. Het was voor hen ook een verrassing. “Het zou kunnen zijn dat artsen altijd een beetje hoop aanbieden en nog een behandeling. Je weet niet wat de mogelijkheden zijn.” En dus misschien maar doorgaan, want je weet nooit.

Als het gaat om globale getallen is 57 procent van de volwassenen van mening, dat op een gegeven moment de behandeling gestaakt moet worden om de patiënt te laten overlijden.

De getallen worden opmerkelijker, als je naar religieuze visie of ras kijkt.

Meer dan 60 procent van de blanke evangelische christenen, katholieken en mensen zonder religieuze identiteit zouden hun arts vertellen te stoppen met behandelen. 72 procent van de doorsnee protestanten zou voor stoppen kiezen.

 

De duidelijke meerderheid van de zwarte protestanten (61 %) en de Spaanssprekende Amerikanen (57%) zeiden dat de artsen alles moeten blijven doen om hun leven te redden.

Uit de enquête kwam ook naar voren, dat  slechts 37 procent van de volwassenen aandacht aan dit probleem besteed heeft. 35 procent heeft zijn wensen opgeschreven, informeel of in een wilsbeschikking. Nog zo’n 27 procent zegt over hun visies met anderen gesproken te hebben.

Over de redenen met de behandeling te stoppen is men het redelijk eens. Een meerderheid van 57 procent zegt dat ze liever de kans krijgen te sterven dan te moeten doorgaan met een ongeneselijke ziekte met veel pijn. Bijna evenveel (52 procent) zou hetzelfde zeggen als de ziekte hen totaal afhankelijk van anderen zou maken voor hun verzorging. Dat komt overeen met wat het onderzoek opleverde aan een invulling van ‘kwaliteit van leven’. De mate van communicatie en genoegen in het leven waren beide belangrijker dan vrij zijn van pijn.

Bron:

Docenten moeten duidelijk zijn

Dat docenten vaak denken dat leerlingen het wel zullen begrijpen, is een ervaring die veel leerlingen met het hoofd doet knikken. Het is me al vele malen overkomen dat ik dacht een opdracht correct geformuleerd te hebben, maar dat de uitkomst van wat leerlingen ervan maakten me achter de oren deed krabben. Ook tijdens surveillance bij proefwerken van andere collega’s in de proefwerkweek was het handopsteken van leerlingen schering en inslag, omdat bepaalde zaken onduidelijk geformuleerd waren.

Op de webstek www.hetkanwel.nl staat een aardige foto van een opdracht Engels, waarbij de opdracht was een aantal woorden in alfabetische volgorde op te schrijven. Op de volgende link zie je wat een autistische jongen van 6 ervan gemaakt heeft: