Categoriearchief: waarden

Vijftien levenslessen

De onderstaande levenslessen, overgenomen uit een nieuwsbrief van Philip Humbert dienen met een glimlach bekeken te worden:

1. If you had to identify, in one word, the reason why the human race has not achieved its full potential, that word would be “meetings.”

2. There is a very fine line between “hobby” and “mental illness.”

3. People who want to share their religious views with you almost never want you to share yours with them.

4. You should not confuse your career with your life.

5. No matter what happens, somebody will find a way to take it too seriously.

6. When trouble arises and things look bad, there is always one individual who perceives a solution and is willing to take command. Very often, that individual is crazy.

7. Nobody cares if you can’t dance well. Just get up and dance. If anybody cares how you dance, feel sorry for them. They need to get a life and learn how to have fun.

8. The most powerful force in the universe is gossip.

9. You will never find anybody who can give you a clear and compelling reason why we observe daylight savings time.

10. There comes a time when you should stop expecting other people to make a big deal about your birthday. That time is age eleven.

11. The main accomplishment of almost all organized protests is to annoy people who are not in them.

12. A person who is nice to you, but rude to the waiter, is not a nice person.

13. Don’t think that because a person is having fun they are drinking to excess. Some people have fun naturally, andyou need to find out how they do it.

14. Never fry anything when you are naked.

15. And always remember, real friends will love you anyway.

 

Welke reclame kan echt niet meer?

Reclames zijn per definitie waardegeladen en daarmee een dankbaar onderwerp voor levensbeschouwelijk kijken. Als opvattingen veranderen, veranderen de reclames mee, want zij drukken een tijdsgevoel uit. Als de samenleving stevig verandert, zie je dat bepaalde advertenties echt niet meer kunnen. Op de webstek van Hetkanwel is een selectie van die advertenties te zien.
Bij een foto van een verbaasde vrouw en een flesje tomatensap lees je: “ You mean a woman can open it?
Elders: ‘Hoe harder een vrouw werkt, des te leuker ziet ze er uit!”
Een vrouw die op de grond verlekkerd naar een schoen ligt te staren: “Keep her where she belongs…”
Een man met een sigaartje in zijn hand en een vrouw tegenover zich krijgt mee: “Blow in her face and she’ll follow you anywhere.”

Met dit webstekonderwerp kunnen we meerdere dingen doen:
De leerlingen krijgen de afbeeldingen te zien en de docent vraagt hen na te denken over de waarden die erin weerspiegeld worden.
De docent geeft vervolgens aan, dat volgens de auteur van het webstekartikel deze reclames echt niet meer kunnen. Voor de leerlingen: “Waarom zou de auteur dat zeggen? Wat zeg jij ervan?
Na de reclames die echt niet meer kunnen laat de auteur Emile van den Berg nog enkele moderne uitingen zien en zet er zijn bedenkingen onder. Hij meent dat ook in de toekomst bepaalde reclames niet meer kunnen. Als duidelijk voorbeeld: Het grootste sportevenement ter wereld wordt gesponsord door fast-foodketens en frisdrankfabrikanten. Voor de leerling een mooie opdracht om na te gaan welke reclames in de toekomst volgens hem of haar niet meer zullen kunnen en waarom? Anders gezegd: welke voor dan belangrijke waarden worden hier met voeten getreden?

Het artikel is te vinden op http://www.hetkanwel.net/2012/09/11/watdenkenwijover40jaarvanreclamevannu/

Lesbrief – De Jeugd van Tegenwoordig

De schoolmusical die Eva Mathijssen en Arto Boyadjian dit jaar geschreven hebben heet ‘De jeugd van tegenwoordig’. Informatie over de musical is te vinden via http://www.deschoolmusical.nl . Het verhaal gaat als volgt:
De leerlingen zitten bij elkaar en missen Khadiza. De geschiedenisleraar (Albert) van Hoffen gaat zijn laatste geschiedenisles geven, en wel over het jaar 1969. Als de les net begonnen is, komt Khadiza binnen die meldt dat haar verblijfsvergunning ingetrokken is. Het zou nu veilig genoeg zijn in Irak. De leerlingen zijn er beduusd van en reageren nauwelijks op de opmerking van van Hoffen: “Het enige verzet is collectief verzet.”
Hij laat hen een super8filmpje zien dat geschoten is tijdens een demonstratie in 1956 en waar van Hoffen duidelijk aanwezig is en de groep toespreekt. Er ontstaat een fictief gesprek tussen de jongeren van 1969 en die van 2012 en aan het eind ervan staan de moderne jongeren op de tafels in hun lokaal. Ze zijn bereid te protesteren tegen het feit dat Khadiza naar Irak teruggestuurd wordt. Al praten bedenken het plan van een sleep-in of een stay awake-verbijf op school. Na een gesprek met enkele leden van de schoolleiding krijgen ze ook officieel toestemming om de stay awake te houden.
Veel mensen doen mee met de stay awake en de volgende morgen blijft de klas achter om op te ruimen. Als ze daarmee bezig zijn, komt Khadiza binnen met de mededeling dat het protest geen resultaat heeft opgeleverd en haar familie toch terug moet naar Irak. De leerlingen zijn heel teleurgesteld dat hun protestnacht geen succes heeft gehad, maar worden door Khadiza terechtgewezen: “Jullie hebben de hele school in beweging
gezet, voor mij en m’n vader. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga dit niet vergeten. Nooit. Hoe vaak doen mensen dit nou, voor iemand, laat staan voor mij? Dat is toch bizar. Te gek voor woorden ook. Dat Norbert en Tobias het überhaupt ooit met elkaar eens zouden worden, dat neem ik mee. Dat jullie allemaal voor mij op tafel zijn gaan staan. Ook dat neem ik mee.”

Bij deze schoolmusical heb ik een lesbrief gemaakt, die goed te gebruiken is in de lessen levensbeschouwing. Een aantal elementen uit de lesbrief heb ik in andere onderdelen van het Newmancurriculum als eens gebruikt.
De opzet is als volgt:
Het verhaal
De vragen waar het om draait
Terug naar Irak
Wat voor protest
Wat heb jij er voor over?
Wat heeft het opgeleverd?

Om auteursrechtelijke redenen is de lesbrief alleen te lezen, niet te veranderen of af te drukken. Hij is te downloaden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/lesbriefjeugdvantegenwoordig.pdf.

Het opmerkelijke leven van Dolores Hart

In 1959 was ze 21 jaar en had gespeeld in films met Elvis Presley, George Hamilton en Montgomery Clift. Ze was degene die Elvis zijn eerste filmkus gaf op negentienjarige leeftijd. Enkele jaren later kreeg ze een miljoenencontract aangeboden en was ze verloofd met de zakenman Don Robinson uit Los Angeles.
Tijdens een interval van een Broadwaytoneelstuk verbleef hart op advies van vriendinnen in het klooster van Regina Laudis, waar men over gastverblijven beschikte.
Drie jaar later liet ze haar miljoenendeal, veelbelovende carrière en haar verloofde schieten om novice te worden. Haar definitieve gelofte legde ze af in 1970.

In een eerder interview zei ze: “Ik heb met deze roeping heel mijn leven geworsteld. Ik kan begrijpen waarom mensen twijfels hebben, want wie begrijpt God? Ik niet! Als je te maken krijgt met iets op dit niveau, heb je te maken met mysterie.”

Ergens anders omschrijft ze haar keuze als volgt: “Ik verliet Hollywood omdat ik een geheim ervoer dat roeping heet. Het is een roep die van een andere plaats, die we God noemen omdat we geen andere manier hebben om het te zeggen. Het is een roep om liefde. Waarom beklim jij een berg?”

Dolores Hart kwam afgelopen maand in het nieuws, omdat een documentaire over haar leven als slotzuster voor een Oscar genomineerd was. De titel ervan is “God is the bigger Elvis”. Ze is naar de uitreiking in haar habijt gegaan; helaas ging de Oscar naar een andere documentaire.

Opmerkelijk
Hart besloot het klooster in te gaan nadat ze een zevenjaars contract met MGM had getekend. Toen ze promotie moest maken voor de film ‘Come Fly with me’ vertelde ze dat vrienden wilde bezoeken. De limousine zette haar af bij Regina Laudis en abrupt stopte Dolores’ witte doekleven.

De overgang naar het kloosterleven was extreem moeilijk voor haar. Haar filmcarrière had haar slecht voorbereid op de discipline van het kloosterbestaan. Pas na zeven jaar voelde zich voldoende toegerust om zich bij de orde aan te sluiten.

Haar verloofde leefde nog steeds in Los Angeles en is nooit meer getrouwd. Hij bleef de vrouw die hij als Moeder Dolores nu kent ieder jaar bezoeken. “We zijn samen gegroeid. Zoals we in ons huwelijk gedaan zouden hebben. Ze is mijn leven.” Enkele maanden geleden is Don overleden.

Een ABC-interview van 15 minuten met zuster Dolores kan via youtube bekeken worden.

Het moet voor onze leerlingen bijna onvoorstelbaar zijn om zo’n keuze te maken. Daarom is het misschien wel aardig om hen ermee te confronteren en te laten zoeken naar de waarden die deze mensen erop na houden. Zowel Dolores als haar verloofde. Ook de opmerkingen over roeping en God en mysterie zijn zeer het bespreken waard.

The Great Dictator Speech

In 1940 verschijnt The Great Dictator in de Amerikaanse bioscopen. Charly Chaplin speelt daarin de joodse kapper die leeft in Tomainia, waar Adenoid Hynkel aan de macht is gekomen als dictator met wereldomspannende aspiraties. De joodse kapper heeft een sterke gelijkenis met de dictator en als hij met zijn vriend Schultz de gevangenis ontlucht in militair uniform wordt hij door de troepen van Hynkel aangezien voor de dictator zelf. Hij moet voor de troepen een toespraak houden en die klinkt heel anders dan de machthebbers verwachtten.

Het is een van de mooiste toespraken in de geschiedenis van de film. Hij gaat over menselijkheid, hebzucht, gelijkheid, onderdrukking, macht van het volk, democratie en wat al niet meer.

Bij veel verschillende themata is dit fragment te gebruiken. Met name als het gaat om inspiratie – wat drijft je – is het een prachtig voorbeeld van wat woorden met mensen kunnen doen. De speech is in het Engels op youtube te vinden. Een mooie bewerking, met Nederlandse ondertitels, maar ook met beelden van actuele en brandende kwesties die de tekst nog grotere impact geven, is te vinden in de videodatabank van Thomas via http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/videodatabank/view/12347/

Voor wie de tekst niet kent, het begin ervan:
I’m sorry, but I don’t want to be an emperor. That’s not my business. I don’t want to rule or conquer anyone. I should like to help everyone, if possible, Jew, gentile, black man, white. We all want to help one another. Human beings are like that. We want to live by each other’s happiness — not by each other’s misery. We don’t want to hate and despise one another.
In this world there is room for everyone. And the good earth is rich and can provide for everyone. The way of life can be free and beautiful, but we have lost the way. Greed has poisoned men’s souls, has barricaded the world with hate, has goose-stepped us into misery and bloodshed. We have developed speed, but we have shut ourselves in. Machinery that gives abundance has left us in want. Our knowledge has made us cynical. Our cleverness, hard and unkind. We think too much and feel too little. More than machinery we need humanity. More than cleverness we need kindness and gentleness. Without these qualities, life will be violent and all will be lost.
The aeroplane and the radio have brought us closer together. The very nature of these inventions cries out for the goodness in men, cries out for universal brotherhood, for the unity of us all.
Rest van de Engelse toespraak is te vinden op http://en.wikiquote.org/wiki/The_Great_Dictator

Van kwantiteit naar kwaliteit

Relaties tussen mensen bestaan in allerlei soorten. Het varieert van de intense betrokkenheid van mensen die elkaar in de ogen hebben gekeken en hopeloos verliefd zijn tot de onverschillig naast elkaar in de schoolbanken zittende leerlingen, die niets van elkaar weten en niets met elkaar te maken willen hebben. Door het alfabet en een mentor zijn ze echter tot elkaar veroordeeld.
Opmerkelijk vind ik het gedrag van mensen, die in termen van kwantiteit over hun relaties spreken liever dan in kwaliteit. Leerlingen schrijven in hun teksten over de tientallen vrienden die ze hebben. Waarbij tussendoor ook nog even een onderscheid gemaakt wordt tussen vrienden en ‘echte’ vrienden. Nog verwarrender: zijn de vrienden de mensen die ik kennissen noem en de echte vrienden de mensen die aan een duidelijke definitie van vrienden voldoen?
Kwantiteit vind je ook op Facebook: vol trots schrijft iemand in een levensbeschouwelijk dagboek over vriendschap dat zij niet minder dan 250 vrienden heeft. Hoort iemand anders dat, dan heft hij triomfantelijk zijn hand op en vraagt om aandacht: ik heb er 325. Baas boven baas.
Vrienden op Facebook geven je een vertekend beeld van hun leven. Alledaagse dingen, zaken waar je trots op kunt zijn of anderen de ogen mee uit kunt steken, komen om de haverklap langs. Nooit de andere kant van de medaille: verdriet, teleurstelling, eenzaamheid, mislukkingen, het bestaat allemaal niet op facebook. Ook hier meer kwantiteit dan kwaliteit, want als facebook werkelijk het levensverhaal van iemand vertelt, dan is het een wel zeer armetierig bestaan, oppervlakkig en nietszeggend.
Hetzelfde geldt voor de school, zowel voor leerling als docent. Je kunt in een klas of in een personeelskamer zitten en geen weet hebben van wat er in anderen omgaat of wat er met anderen gebeurt. Je zit in een grote groep en wat je ervaart is nietszeggend en oppervlakkig gedaas en geleuter.
Als je je afkeert van kwantiteit en je meer oog voor kwaliteit van relaties wilt hebben, wat doe je dan? Hoe kun je onderscheid maken tussen een onbeduidende, betekenisloze relatie en een die er wel toe doet? Waar moet je dan naar kijken?
Mijn eigen oplossing zoek ik in het volgende twee vragen: 1. kan ik twee vragen aan je stellen die over jou gaan en waardoor je een verhaal gaat vertellen dat iets over jou zelf zegt. Iedereen heeft weleens over zichzelf iets losgelaten dat vervolgens wegzakt. Stel: je hebt drie maanden geleden een oma verloren die je dierbaar was. Als ik je dan morgen vraag, hoe het nu met je is, of je nog steeds aan je oma denkt, dan weet je dat de ander zich bij je verdriet betrokken voelt en krijg je ook het vertrouwen dat je gerust over je verdriet en huilpartijen kunt praten.
Mijn tweede vraag is vervolgens: kun jij twee vragen aan mij stellen, waardoor ik mijn verhaal kan vertellen en jij meer over mij te weten komt. Zonder wederzijdse – het moet niet altijd van een kant komen – betrokkenheid zal de relatie snel verwateren en overgaan.
Ik heb het hier niet over liefdes- of vriendschapsrelaties: daar moet je meteen twee keer ja horen, anders is er iets aan de hand. Het gaat mij hier om de alledaagse relaties waarmee we te maken krijgen: ook daar is meer te halen dan we soms denken. Een goede buur is nog steeds beter dan een verre vriend, zegt het spreekwoord.
Je zou de proef op de som kunnen nemen en om je heen kijken om te zien bij welke mensen mijn twee vragen met ja beantwoord kunnen worden.
Noem me gerust een pessimist: als het aantal werkelijke vrienden op de vingers van een hand te tellen valt, dan zal het aantal betekenisvolle alledaagse relaties waarschijnlijk de twee handen niet overschrijden.
[Verschenen in Keten nr. 366, november 2011]

Studeren is ook werken

Soms moet ik in een Bredase winkel zijn en word dan tot mijn verbazing geholpen door leerlingen van het Newmancollege, die een bijbaantje hebben. Ze werken gedisciplineerd, zijn attent en zorgen ervoor dat je tevreden de zaak verlaat.  Op school zijn ze anders: ze zijn tevreden met een zesje en omdat ze alles met de zakjapanner uitrekenen, komen ze daar ineens een eind onder. Ze leveren hun zaakjes te laat en slecht uitgewerkt in en ik verbaas me dan ook over de tegenstelling tussen de houding binnen en buiten onze school.
Mijn redenering in deze: in de echte wereld worden ze afgerekend in harde euro’s en op school in zachte cijfers.  De bijbaan is werk en de studie is een vorm van vrijblijvend vrijwilligerswerk. Op de een of andere manier zien leerlingen school niet als een onderdeel van de echte wereld. Voor hen is het een schijnwereld die compleet verschilt van de wereld daarbuiten.
Ouders, docenten en andere delen van de samenleving klagen steen en been over de inzet, prestaties, luiheid, ongeïnteresseerdheid en ga zo maar door van een deel van de schoolgaande jeugd.  Een heleboel maatregelen om daar iets aan te doen zijn al voorgesteld en sommige uitgeprobeerd. Maar volgens mij is de enige oplossing die hout snijdt een maatregel, die studeren op dezelfde manier behandelt als het werken in de echte wereld.
Onze minister van onderwijs dient leerlingen te zien en te behandelen als werknemers, die voor hun inspanningen betaald worden.  Te beginnen in de brugklas krijgen de leerlingen een maandelijkse vergoeding die hoger wordt naarmate de leerling ouder wordt.  Over de hoogte heb ik het even niet, maar ik begrijp wel dat de overheid voor 940.000 middelbare scholieren enkele miljarden zal moeten uittrekken.?Binnen het bestek van deze ene pagina wil ik niet ingaan op de eventuele nadelen van mijn voorstel, maar ik wil een aantal voordelen ervan wel schetsen:?• De leerling weet nu dat studeren een vorm van beloond werken is en ziet elke maand wat de samenleving ervoor overheeft.?• Zhij hoeft tijdens de middelbare school geen bijbaan meer te zoeken. De vrijgekomen tijd kan tussen vrije tijd en studeren voor de school verdeeld worden.?• Omdat elke leerling maandelijks een salarisstrookje krijgt, is het voor diverse vakken zeer motiverend om met die cijfers aan het werk te gaan en leerlingen voor te bereiden op een leven, waarin zhij moet nadenken over de wijze van besteden van je gelden.?• Wie beloond wordt voor zijn werk, moet ook laten zien dat zhij dat waard is. Wanprestatie en luiheid worden financieel afgestraft. De meeste leerlingen die ik de afgelopen jaren heb zien doubleren deden dat niet omdat ze dom waren, maar omdat ze een ruggengraat van niks hebben.  Wie bij AH als vakkenvuller de kantjes er van af loopt, krijgt snel de rekening gepresenteerd. En dat gebeurt op school ook.?• Met de negatieve leerling zijn we gemiddeld veel meer tijd kwijt dan met de positieve hardwerkende leerling.  Als een leerling door eigen schuld de school veel extra tijd kost, kan hem de financiële rekening gepresenteerd worden: zhij heeft immers een inkomen, gebaseerd op een positieve en actieve instelling.  Wie dat niet laat zien, ziet de gevolgen in zijn portemonnee.  Het onverwacht gevolg hiervan is dat de school dankzij de onvrijwillige bijdragen van deze leerlingen extra inkomsten krijgt om voor de overige leerlingen leuke dingen te doen.
Met andere woorden: wie de inspanningen van onze jongeren op school bloedserieus neemt ofwel vertaalt in een financiële beloning, zal binnen enkele jaren een hardwerkende,  gemotiveerde en goed presterende schoolbevolking hebben.?Nu nog een minister die het een kans wil geven! Ik weet zeker dat de leerlingen van het Newmancollege graag voor proefschool willen spelen.
(Gepubliceerd in ‘De wereld volgens C13’ in schoolkrant De Keten, november 2008

Dierenliefde, hè getver

Er zijn weinig zaken waar ik zulke heftige discussies met leerlingen kan krijgen als het thema mens en dier. Voor mij zijn het twee verschillende zaken, ook al zijn er zeker overeenkomsten op te merken. ?Maar ik gruw als ik leerlingen dieren allerlei menselijke eigenschappen zie toeschrijven die ze helemaal niet hebben.  Een hond die kwispelt, laat niet zien dat hij van je houdt, maar meldt dat de baas er weer is die hem straks eten zal geven. Een parkiet die kopjes geeft, doet niets wat met menselijke gevoelens te maken kan hebben, maar alles met zijn instinct. ?Ik vind het vanzelfsprekend dat je dieren met respect behandelt, dat je ze verzorgt en eten geeft, maar ook dat je ze op tijd afmaakt of laat afmaken, als het om de een of andere reden nodig is. Toen ik zelf nog kippen had in de tuin, heb ik alle dieren eigenhandig de kop afgehakt met het scherpste bijltje dat er te vinden was. Ze waren op slag dood en ik heb er vervolgens goed van gegeten. Wat voor compliment kun je een dier nog meer maken?
Ronduit misselijk word ik van alle vormen van omgang met dieren, die wijzen op een verstoorde relatie met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld als ik een dame met een bontjas voor haar schoothondje een lading accessoires in een sjieke dierenwinkel in de PC Hooftstraat zie kopen voor een bedrag waar meerdere derdewereldkinderen een jaar lang goed te eten zouden hebben gehad.
Of wanneer iemand schrijft over de noodzaak alles voor het dier te doen wat je ook voor een mens zou doen. Zo kun je tussen Etten-Leur en Prinsenbeek een heus dierenkerkhof aantreffen, waar van alles voor je dode dier mogelijk is, van begraven in een echt graf tot het cremeren en het op de schoorsteen zetten van de asresten. Of wanneer iemand het nodig vindt om zijn doodzieke hond een aantal bestralingen te laten ondergaan, omdat een mens ook bestraald wordt als hij aan kanker lijdt.
Het blijft een vreemde zaak om dieren die toch echt anders dan mensen zijn gevoelens toe te dichten die bijna uitsluitend bij mensen voorkomen. Mijn hond luistert zo goed naar me, schrijft een leerling, vooral als ze verdrietig en down is. Het beestje merkt dat meteen en je zit hem ook daar op reageren. Veel beter dan mensen dat doen.
Als ik zulke opmerkingen hoor, begint er iets boosaardigs in me te groeien. Ik krijg het donkerbruine vermoeden dat er iets aan de hand is met die mensen. Contact leggen met mensen is moeilijk, is vaak frusterend, mensen vallen bijna altijd tegen, je wordt voortdurend teleurgesteld. En dat gebeurt niet bij dieren, zeggen ze dan. Natuurlijk niet, omdat dieren niet kunnen doen wat mensen doen. Ze kunnen alleen hun instinct volgen en hun baasje gehoorzamen of het naar de zin maken.
Zo denkend kom ik misschien wel op een mooi promotiethema voor de tijd dat ik gepensioneerd zal zijn. Het lijkt me alleszins de moeite waard om de volgende stelling aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen: “Dierenliefde komt voort uit mensenhaat.”
26 april 2008

Aan de slag met zin en suïcide

In eerdere berichten heb ik gemeld dat het aanpakken van existentiële zaken als dood en zelfdoding niet bij iedere ouder goed valt. Een uitvoerige correspondentie tussen een ouder en de school, enkele gesprekken van de sectie met schoolleiding en counselors en een gesprek met twee mensen van de GGZ leidden ertoe dat de door de sectie ingeslagen weg als positief beschouwd kan worden.
Mijn laatste lesjaar — in feite half lesjaar — neem ik de 3 H5 klassen voor mijn rekening. Omdat existentiële zaken voor havo-leerlingen even belangrijk zijn als voor V5-leerlingen, moeten we de volgens ons te behandelen thema’s in een half jaar proppen. Dat betekende enig voorwerk voor dit jaar. Omdat ik besloten had de thematiek van suïcide toch aan de orde te stellen in vier lessen, kwam ik tot de volgende indeling:

1. Als de dood je beste vriend wordt.. inleiding
In ons inleidende hoofdstuk noemen we man en paard, geven aan dat het voor mensen een taboe kan zijn en benadrukken we dat voor ons als sectie/lesmakers ‘zelfdoding een permanente oplossing voor een tijdelijk probleem is”

2. Een eerste verkenning
We beginnen met denken over zin en zinloosheid. We zien vier modellen die we kort bespreken. Vervolgens hebben we een lijst met 24 uitspraken die ontleend zijn aan de statistische en wetenschappelijke literatuur over zelfdoding. We vragen de leerlingen op die gegevens te reageren. Tot slot laten we een stuk uit de film “Dead Poets Society” zien waarin Neil Perry — dol op toneelspelen — door zijn vader uit het theater gehaald wordt om hem op een andere school te plaatsen. In de nacht na zijn thuiskomst schiet Neil zich met het pistool van zijn vader door het hoofd. In het nagesprek praten we vooral over de alternatieven die er voor Neil hadden kunnen zijn.

3. Poging tot verklaring
De wetenschap heeft een poging tot verklaring van de zelfdoding gedaan. Uit de beschikbare informatie blijkt vooral dat mensen in een crisis komen waarin gebruikelijke oplossingsstrategieën niet meer voldoen. In crisis komen mensen als een belangrijke waarde van een persoon bedreigd wordt. Deze verklaring laat ruimte voor tussenkomst van onszelf, gewone mensen, die een ander bij willen staan.

4. Heb jij dat nu ook of ben ik de enige?
We vragen leerlingen een aantal zaken te bekijken die met onlustgevoelens, zelfbeeld en onzekerheid te maken hebben. Tot mijn opluchting zijn de leerlingen daar erg open in en je komt er dan ineens achter dat ook de mooiste meiden — in mijn mannenogen dan — ook onzeker zijn over haar uiterlijk. De uitkomst van het vinger opsteken en turven is dat de leerlingen in de gaten krijgen dat iedereen met dit soort gevoelens te maken krijgt.

5. Als je dit tegenkomt
In dit hoofdstuk komen de leerlingen een tekst tegen die vele jaren geleden een derdeklasser bij mij heeft ingeleverd en waarachter ik suïcidale gevoelens vermoedde. We doen een rollen spel, enkele malen en de overige leerlingen maken aantekeningen over ‘hoe kan ik helpen?’ Daarna is er een aflevering van Family Ties, waarin Alex Keaton, de vleesgeworden zakelijke student met alleen aandacht voor geld en materiele zaken, in een hulpcentrale een leeftijdsgenoot die zegt zelfmoord te willen plegen te woord staat. Ook hierna vragen we naar wat een goede manier is om te helpen.

6. Als je dit alleen maar onthoudt en toepast
Hoofdstuk 6 geeft een aantal aandachtspunten voor ons mensen die suïcidale mensen op hun levensweg tegenkomen. Ik maak de leerlingen duidelijk dat we het hier niet hebben over psychiatrische situaties, psychoses e.d., maar over die tijdelijke gevoelens van zinloosheid en onmacht waarvoor zelfdoding een te drastisch middel is om ze op te lossen. De gegevens in dit hoofdstuk kunnen we zo confronteren met wat leerlingen n.a.v. het rollenspel hebben opgemerkt.

7. De formule voor geluk
Omdat we deze lessen niet exclusief aan zelfdoding willen besteden, komen we terug op zingeving. Opvallend is dat veel leerlingen die koppelen aan geluk. We vragen hen na te denken over een geluksformule die ergens op internet is ontwikkeld.

8. Veronica besluit te sterven
Een mooie roman van Paolo Coello is het boek met bovengenoemde titel. Veronika heeft een zelfmoordpoging gedaan en komt in een inrichting terecht. Ze krijgt te horen dat haar overdosis haar hartspier zo beschadigd heeft dat ze nog maar een dag of vijf zal hebben. De naderende dood die ze zo gewenst had wordt steeds minder aantrekkelijk en andere voorheen onderdrukte gevoelens doen zich gelden. De angst voor de dood is de motor van het leven, schreef Ernst Becker eens en dat gaat ook voor haar op. Ze heeft aan het eind van de week zin aan haar leven gegeven en wil de laatste dagen doorbrengen met de jongen op wie ze verliefd is geworden.

9. Wie verder wil lezen of denken
In dit hoofdstuk komen in korte stukjes diverse mensen aan het woord en worden webstekken vermeld die voor de leerlingen bruikbaar kunnen zijn in geval van eventuele depressieve of andere negatieve gevoelens.

Afgelopen week heb ik mijn vier lessen afgerond. Ik moet toegeven dat ik de laatste drie hoofdstukken niet besproken heb wegens tijdgebrek. Jammer daarvan is eigenlijk alleen hoofdstuk 7, de formule voor geluk, waarover een stevig gesprek goed mogelijk is. De twee andere hoofdstukken zie ik meer als extra. Ik geef ook aan dat ik van de leerlingen verwacht dat ze die hoofdstukken lezen en er aandacht aan besteden, zodat ik die aandacht ook terug kan zien in hun afronding van dit thema.

Wat me na de lessen wel opgevallen is, is dat leerlingen soms met redelijk onbetrouwbare ideeën over suïcide en — suïcidepoging zitten, dat ze snel geneigd zijn om geluk en zin te koppelen, dat de statistieken hen onbekend waren en ook verrasten. Opvallend was ook dat de leerlingen als een van de manieren om te helpen het benadrukken van de leuke dingen in het leven was, terwijl alle onderzoek aangeeft dat dat voor geen meter helpt als je in een negatieve spiraal zit. Bij mijn rollenspel rondom de tekst ‘Graven’ herhaalde zich de patronen van eerdere jaren. Op een leerling na vroeg niemand van de gespreksdeelnemers uitdrukkelijk naar het suïcidegehalte van de tekst.
Een reflectie op zin en suïcide heb ik verplaats naar de afrondende opdracht betreffende dood in het leven, waar ze kunnen kiezen uit enkele grote thema’s zoals levensbeschouwing en suïcide of school en suïcide. Pas als die opdrachten ingeleverd zijn, weet ik meer over wat het met de leerlingen doet. En uiteindelijk zal er in de portfolioreflecties aan het eind van dit halve jaar mogelijk ook het nodige van gezegd worden.
Met de gegevens die daarmee naar boven komen, kunnen we beoordelen of we op deze manier in de ogen van de leerlingen goed bezig zijn. Dat het in onze ogen belangrijk is om er aandacht aan te besteden, is een ding. Dat de leerlingen het uiteindelijk ook waarderen, zou wel erg mooi zijn.

Statistieken van het Gallupinstituut

Konden in 1958 zich slechts vier procent vinden in een positieve houding tegenover interraciale huwelijken, in het bijzonder zwart-witte, het laatste onderzoek van Gallup geeft aan dat momenteel 86 procent van de Amerikanen er positief tegenover staat.

Tien jaar na de vernietiging van de Twin Towers gelooft 46 procent van de Amerikanen dat de VS de oorlog tegen het terrorisme zal winnen, tegenover 41 procent die het daar niet mee eens is. In oktober 2001 was dat percentage 42 procent en januari 2002 zelfs 66 procent, waarna het geleidelijk is teruggekeerd naar het niveau van 2001.

Een analyse van meer dan 130 landen tien jaar na de aanval van 11 september 2001 blijken iemands religieuze overtuiging en mate van devotie weinig te maken te hebben met iemands houding ten aanzien van het aanvallen van burgers. Van de volwassenen die zeggen dat religie een belangrijk deel van hun dagelijkse leven is meent 99 procent van de Aziaten, 95 procent van de landen onder de Sahara, 96 procent van de Arabische landen, 50 procent van de inwoners van de Vs en Canada en 61 procent van de Europeanen, dat militaire aanvallen op burgers nooit geoorloofd zijn.

Een op de vier Amerikanen zeggen dat hun persoonlijk leven veranderd is na de tragedie van 11 september, terwijl 58 procent meen dat de gemiddelde Amerikaan zijn leven veranderd heeft na de tragedie.

Tevredenheid met hun levensstandaard is voor een grote groep Amerikanen boven de 65 een gezondheidssleutel voor emotioneel welzijn. Oudere Amerikanen die deze tevredenheid uiten kloppen hun mede-ouderen die het niet zijn met 200 procent. [39% tegenover 16%]. Ook de ouderen die nog werken hebben een hoger emotioneel welzijn dan de ouderen die niet werken.

Driekwart van de Amerikanen steunen het idee om getalenteerde en intelligente studenten te stimuleren om leraar te worden. Waar het gaat om de beta-vakken is 48 procent die mening toegedaan, terwijl 47 procent vindt, dat die mensen wetenschappers moeten worden.

Als het gaat om obesitas is Colorado de minst zware staat, me 20 procent obese mensen. De hoogste score wat zwaarlijvigheid betreft heeft West-Virginia, met 34,3 procent. Het nationale gemiddelde ligt op 26,3 procent, dus een op de vier Amerikanen is te dik. Een onderzoek een jaar eerder wees erop dat obesitas gekoppeld kan worden aan een lager emotioneel welzijn.

De Life Evaluation Index kent drie categorieën: voorspoedig, worstelend en lijdend. De algemene Life Evaluation Index door het percentage van de voorspoedige Amerikanen te verminderen met het percentage van de lijdende Amerikanen. De LEI stond halverwege dit jaar op 47,6 procent, met een dieptepunt van 37,3 procent in januari 2009 en is nu enkele procenten hoger dan in januari 2008, toen de crisis zichtbaar werd. Toch is de index sinds januari van dit jaar weer drie procent gezakt.

Dezelfde index toegepast in Groot Brittannië levert op dat werkloze Britten vaker lijden dan de bevolking als geheel. Het verschil is twee keer zo hoog: 8 tegenover 4 procent. Britten die lijden noemen hogere niveaus van boosheid, zorgen en verdriet dan de Britten, die worstelen of welvarend zijn.

14 Procent van de Amerikaanse ouders geven de lokale scholen een A, terwijl 37 procent de school van hun kinderen een A – keurmerk geeft. Als het gaat om de landelijke scholen geeft slechts 1 procent de scholen een A. Volgens respondenten is het grote verschil te verklaren door de kennis over de lokale scholen en de trots op hun gemeenschap. Om de school een A te laten verdienen meent 34% dat de kwaliteit van het onderwijzen verbeterd moet worden.

Uit het onderzoek naar emotioneel welzijn valt op, dat Amerikanen met een college-opleiding of hoger emotioneel beter af zijn dan lager opgeleiden, dat mannen iets beter scoren dan vrouwen, dat spaanssprekende ouderen lager scoren en dat het al-dan-niet-getrouwd-zijn er nauwelijks toe doet.

Mensen met een baan van minstens 15 uur per week die voor een familielid zorgen zijn werkende mantelzorgers. Zeventig procent van hen zorgt voor een ouder. Bij een op de drie mantelzorgers woont de hulpbehoevende bij hen thuis. Twee op de drie woont 15 kilometer of minder van de hulpbehoevende. Het gemiddeld aantal dagen dat men zorgt per maand is 13. De meerderheid van de mantelzorgers doet dit al meer dan drie jaar. Mantelzorgers maken 16 procent van de voltijdswerkende Amerikanen uit. Zij scoren gemiddeld lager op de gezondheidsindex dan niet-mantelzorgers. Datzelfde geldt voor het emotionele welzijn van deze mensen. Het mantelzorger-zijn beïnvloedt hun betaalde baan op enigerlei wijze. 36 procent meldt een tot vijf werkdagen kwijt te zijn wegens mantelzorgactiviteiten, terwijl 30 procent zes of meer dagen kwijt was. Gallup becijfert dan dat deze afwezigheid van het werk de Amerikaanse economie 25,2 miljard dollar arbeidsproductiviteit per jaar kost.

Mijn woonplaats of regio is een goede plek om te leven voor geestelijk gehandicapten. Daarop zegt 55 % van de wereldbevolking ja, 45 procent nee. Europa scoort het hoogst met 80 procent, Azië met 46 % het laagst. In Europa zegt 52 procent van de Bulgaren ja, tegenover 91 procent van de Nederlanders. Het percentage ja’s stijgt met het stijgen van de genoten opleiding.

Altruïstisch of wereldvreemd?

De Amerikaan Josh Ferrin kocht enige tijd geleden een woning in de buurt van Salt Lake City, blij dat zijn gezin eindelijk een eigen huis kon bezitten. Kort na de aankoop besloot hij de garage te verkennen en zag een stuk stof op de zolder van de garage hangen. Nieuwsgierig klom door het luik de zolder op en voelde achter het gordijn. Hij ontdekte acht metalen dozen, min of meer gelijkend op munitiedozen uit de tweede wereldoorlog. Toe hij er een opende, belde hij meteen zijn vrouw om haar op de hoogte van zijn vondst te brengen. De zeven dozen zaten ieder vol met opgerolde bankbiljetten, alles bij elkaar minstens 45.000 dollar.
“Ik ben niet perfect en ik wou dat ik kon zeggen dat ik in het geheel niet twijfelde. We wisten dat we het terug moesten geven, maar dat betekende niet dat ik niet aan de noodzakelijke reparatie van mijn auto, onze behoefte om een kind te adopteren, wat we op dit moment niet kunnen, of het achterstallig onderhoud aan ons pas gekochte huis heb gedacht. Maar het geld niet van ons om te houden en ik geloof niet dat je vaak een kans krijgt om iets radicaal eerlijks te doen, om iets belachelijk geweldigs voor iemand anders te doen en ik hoop dat het een les is die ik mijn kinderen hoop te leren.”

Ferrin stelde zich de vorige eigenaar, Arnold Bangerter, voor, die op bepaalde momenten een bundeltje van honderd dollar in elkaar rolde, naar zijn zolder ging en het daar in een doos opborg. “Hij spaarde die dollars waarschijnlijk voor zijn kinderen, maar zeker niet voor mij.”
“Ik hoop vader te worden en dan maak ik me zorgen over de toekomst van mijn kinderen. Ik kan hem in mijn gedachten het geld weg zien leggen voor sombere tijden en het zou fout van me zijn hem dat te ontzeggen waar hij jaren voor gewerkt heeft. Het voelde als moest ik nog een hoofdstuk uit zijn leven schrijven, een hoofdstuk dat hij niet zelf heeft kunnen schrijven en het op de juiste manier afronden,” liet Ferrin de journalist noteren.

Bron AP 19-05-2011

Wat voor reacties zouden leerlingen geven op deze situatie?
Hoe zouden ze voor zichzelf een eventuele andere keuze rechtvaardigen?
Wat zou hun reactie zijn op de argumentatie van John Ferrin?

Waarom bidden ertoe doet?

Onderstaande tekst is een ruwe vertaling van een bijdrage op de webstek http://www.becomingminimalist.com van de hand van Joshua Becker.

“Gebed verandert God niet, maar het verandert de bidder.” Soren Kierkegaard

De meeste mensen gaan door het leven zonder een duidelijk beeld van hun ware waarden. Integendeel, hun verlangens worden gevormd door de cultuur en de advertenties met hun dagelijkse bombardement vanuit televisie, radio, tijdschriften en beroemdheden. Als gevolg daarvan vinden ze geen vastheid in hun leven. Geen eenheid. Hun verlangens veranderen even snel als de cultuur en ze worden snel van hun stuk gebracht door de nieuwste mode, de recentste technologie of de laatste vermageringshype.

Daartegenover leidt een stevige overtuiging ten aanzien van je hartswaarden tot een eenduidig leven. Het wordt niet heen en weer geslingerd door de cultuur. Het wordt gebouwd op de zaken die je het meest ter harte gaan. En geen nieuwe advertentiecampagne kan dat tenietdoen.

Het eenvoudige, eenduidige leven wordt daar gevonden – in de waarden die jou het meest ter harte gaan. En daarom doet bidden ertoe.
Gebed vertraagt je geest, kalmeert onze geest en focust ons hart. Het verwijdert onze geest van de consumptiecultuur die ons omgeeft en focust ons op iets groters en belangrijkers. Het roept ons op om onze verlangens te identificeren en onze waarden te articuleren.

Het biedt ons de voordelen van eenzaamheid met een toegevoegde dimensie: het vragen.
In het gebed vragen we om de meest belangrijke zaken – de waardevolste. In het gebed snelt onze geest naar onze hartswaarden. Bezie het feit dat we zelden in het gebed om grotere auto’s, grotere huizen of een uitgebreidere garderobe vragen. Nee, we denken aan onze gezinnen, vrienden, gezondheid, onze inhouden en onze grootste ambities.
En dat is waarom bidden ertoe doet, zelfs als God dat niet doet.

Ik geloof in een God, die enthousiast met me is, me helpt, en mijn gebeden beantwoordt. Voor mij is gebed een win-winvoorstel. Het focust mijn hart en aandacht op wat het meest belangrijk is. Het dwingt mijn ogen te focussen op het onzichtbare meer dan het zichtbare. Het herinnert je eraan dat ware vreugde gevonden wordt in relaties. Het dwingt je ‘te vragen’ en stelt je focus af op de belangrijkste zaken in het leven.

Maar zelfs voor wie niet in God gelooft is gebed een winsituatie. Het focust nog steeds mijn hart en aandacht op wat het meest belangrijk is. Het dwingt nog steeds mijn ogen te focussen op het onzichtbare meer dan het zichtbare. Het herinnert je nog eens eraan dat ware vreugde gevonden wordt in relaties. Het dwingt je nog steeds ‘te vragen’ en stelt je focus af op de belangrijkste zaken in het leven.

Dus zoek een rustig moment. Zoek een rustige plaats. En zoek een rustig hart. Onderzoek het voor je grootste verlangens. En misschien voor de eerste keer, vraag! Omdat het ertoe doet, ook als God dat niet doet.”

Een beetje zwanger?

Bernard Madoff, de Wall Street handelaar, die via zijn piramideconstructie 50 miljard dollar wist te vergaren en te verliezen, deed alleen maar alsof hij het geld van zijn cliënten voor hen investeerde.  Gedurende de laatste 13 jaar kocht Madoffs firma geen geldswaarden ondanks dat die op de rekeningen van zijn klanten te zien waren. Met andere woorden. Madoff loog zijn klanten maar wat voor.?Ik vraag me af of hier iets achter zit van”jong geleerd is oud gedaan”.  Zou het gedrag van iemand die er geen been in ziet om anderen 50 miljard lichter te maken al begonnen zijn, toen hij jong was. ?In gesprekken met leerlingen merk ik dat een fikse minderheid er geen probleem mee heeft om als het uitkomt te spieken, dingen over te schrijven en als het niet gemerkt wordt plagiaat te plegen door te doen alsof wat ze in hun teksten schrijven niet van internet geplukt is. ?In een telefonische enquête in de VS meldde 49 % van de ondervraagde tieners dat liegen tegen ouders en opvoeders o.k. is. 61 % had dat ook het afgelopen jaar gedaan.  38 procent meent dat het breken van de regels op school nodig is om te slagen.  Niet meer dan 54 procent ziet de eigen ouders als rolmodel en veel tieners hebben helemaal geen rolmodel.?Toch zijn het ook deze mensen die verontwaardigd wijzen op de enorme zelfverrijking die de afgelopen jaren plaatsgevonden heeft op allerlei gebieden. Meteen wordt het vingertje uitgestoken in de richting van de anderen.  Zelden wordt het vingertje naar de eigen boezem gericht. Terwijl het zonneklaar is dat jaarlijks vele miljarden verloren gaan door diefstal op het werk, ziekmelding zonder het te zijn, oplichting van verzekeringsmaatschappijen en zo verder. “Ik heb niets illegaals gedaan,” hoor je dan. “Iedereen doet het toch.”?Als je aan het eind van je schoolloopbaan met je papiertje in de hand triomfantelijk loopt te verkondigen, dat je met een minimum aan inzet, een maximum aan andermans werk en enig liegen en bedriegen je diploma hebt gehaald, ben je niet anders dan de eerder genoemde Madoff.  Het gaat immers niet om de hoeveelheid foute toestanden, het gaat om het gedrag zelf.  Je bent niet integer, jij niet en Madoff niet.  Integriteit is geen vestje dat je af en toe aantrekt als het je uitkomt. Het is net als met zwanger zijn, je kunt niet een beetje zwanger zijn. Zo kun je ook niet een beetje integer zijn.  Als je aan je integriteit knabbelt, verlies je niet een beetje, maar heel je integriteit. ?Daarom hoop ik ook een aantal mensen in de toekomst niet meer tegen te komen. Zou ik hen ontmoeten in een zakelijke functie, als adviseur, als iemand die aan mij geld wil verdienen – waar in het algemeen niets mis mee is – dan zou ik toch besluiten om niet met hen in zee te gaan. Ik heb hen aan werk gezien in de klas en hen zonder blikken of blozen hun integriteit te grabbel zien gooien. Vaak zonder dat ze in de gaten hadden wat ze zich ermee aandeden.  Als de baan die ze nu hebben hen de kans biedt dat weer te doen, omdat ze er mee wegkomen dan wil ik graag degene zij die hen daartoe niet de kans geeft.  En ik ga weg met de gedachte: je was toen niet integer, waarom zou je het nu wel zijn?  Jong geleerd is immers oud gedaan.
Gepubliceerd in “De wereld volgens C13” in Schoolkrant de Keten, juni 2009

Wie ben ik boek

Ik! Wie is dat?

Uit de achterflap: “In het boek “Ik! Wie is dat?’ word je aangespoord om na te denken over wie je bent en wat jij nu juist jou maakt. We willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wel wie je wilt zijn of speel je een rol?……”
Het boek is speciaal voor jongeren vanaf tien geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
ISBN: 978 90 487 0653 2 Prijs 14,95
www.dekinderuniversiteit.nl
www.zwijsen.nl

Deze tekst is ook als pdf te downloaden: IK!_Wie_is_dat.pdf

Mijn oordeel
Een fijn boek om aan puberende zoon of neef danwel dochter of nichtje te geven.
Een boek dat een aantal themata aanroert, waarvan de docent levensbeschouwing zich duidelijk af moet vragen of ze in zijn curriculum aanwezig zijn.
Een boek dat duidelijk maakt dat levensbeschouwing uiteindelijk het schrijven van je eigen levensverhaal is.
Een boek dat duidelijk maakt dat het levensbeschouwelijk dagboek een integrerend bestanddeel van een levensbeschouwelijk portfolio dient te zijn.
Een boek dat ook laat zien dat voor levensbeschouwing een groot aantal Bezugswissenschaften aanwezig dienen te zijn om leerlingen verantwoord in te leiden in de wereld van hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling.

Wie meer over de inhoud wil weten, kan hieronder een samenvatting van de verschillende hoofdstukken vinden.

Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn [Wie ben ik?]
Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ is afhankelijk van de plaats, tijd en persoon die de vraag stelt. De psychologen Kuhn en Portland vroegen mensen in 20 verschillende situaties antwoord op de vraag te geven. Als je kijkt naar de punten die op alle lijstjes staan, kom je toch tot een soort kern van jezelf, volgens hen.
Wie ik kan zeggen, heeft zelfbewustzijn ontwikkeld: een kind van twee noemt zichzelf bij de voornaam, zal het niet over ik hebben; een kind van vier al veel meer.
Waar dat zelfbewustzijn zit, is niet precies aan te geven; het blijkt in ieder geval niet op één plaats te zitten.
Je ben ik, van top tot teen. Als je een teen verliest, ben je dan nog jij? De meeste mensen zeggen ja, maar als je een beroemde toptennisser bent en door het verlies van die teen geen bal meer raak slaat, verandert dan je ik?
We leven in een tijd, waarin niet meer anderen zoals ouders en omgeving bepalen wat jij doet en gaat worden en denken, maar we leven in een iktijdperk. Wie je bent, je identiteit, bepaal je steeds meer zelf. Je identiteit is een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.
We hebben verschillende ikken in ons leven, met andere woorden, we spelen verschillende rollen, afhankelijk van de positie die we telkens innemen. Tegelijk kijken we niet naar anderen als mensen die rollen spelen: “Alles wat iemand doet en zegt, schrijven we toe aan die persoon.”

Je bent nooit alleen op de wereld [Ik, jij en wij]
Al in de oertijd leefden mensen in groepen. Dat was nodig om samen te jagen en samen te vechten tegen gevaarlijke gebeurtenissen of dieren of mensen.
Lid zijn van een groep bepaalt een deel van je identiteit. Je vertelt dat je dit bent, maar tegelijk ook, dat je dat niet bent.
Bij groepsgevoel hoort ook een ‘wij tegen zij’ gevoel. Je vindt dat de mensen in jouw groep slimmer, eerlijker en mooier zijn dan de mensen in een andere groep. Dat betekent dat jij dus ook mooier, slimmer etc, bent, want jij behoort tot die groep. Op die manier krik je je gevoel van eigenwaarde op.
We komen er dan ook sneller toe om de negatieve dingen aan HEN toe te schrijven, want WIJ doen zulke dingen niet.
We willen ook graag erbij horen, we zijn niet graag buitenbeentje. Mensen gaan heel ver om niet van de groep af te wijken. Het experiment van Asch laat zien dat mensen geneigd zijn de meerderheid van de groep te volgen, ook al is het zonneklaar dat het antwoord van die meerderheid fout is.
Wie zich niet wil aanpassen aan de groepsdruk, heeft het niet altijd gemakkelijk en moet over een positief zelfbeeld beschikken. Als je bereid bent, aan te geven dat je het er niet mee eens bent, is de kans groot, dat anderen ineens het met je eens durven te zijn. Opmerkelijk t.a.v. een positief zelfbeeld is, dat mooie mensen niet altijd gelukkiger of zelfverzekerder zijn dan minder mooie mensen. Hun probleem is dat ze vaak niet weten of ze gewaardeerd worden wegens hun mooie uiterlijk of om wat ze gepresteerd hebben. Daardoor twijfelen deze mensen vaak aan hun kunnen.
Ook in de verschillende groepen waartoe je behoort speel je altijd sociale rollen.

De oma van je oma, van je oma, van je oma [Ben ik een aap]
Honderdduizend oma’s geleden komen we uit bij een vrouw die twee miljoen jaar geleden leefde, een Australopithecus, een aapmens. Nog verder terug vinden we de mensaap-oma, die twee kinderen kreeg. De ene is stammoeder van de mens, de ander van de chimpansee, met wie we 99 procent van het DNA delen.
Dankzij de evolutie hebben de mensen zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, waardoor ze niet ten onder zijn gegaan, zoals andere diersoorten, die zich niet konden aanpassen.
Wat de mens is is een discussiepunt. Voorbeeld is het eten van vlees. Volgens de darwinisten is vlees eten natuurlijk, want de energie die uit vlees komt hebben we nodig gehad om onze grotere hersenen te ontwikkelen.
Daar staan de kantianen tegenover: mens is wie nee kan zeggen tegen zijn natuurlijke neigingen.
Darwin zegt we onszelf gerust een aap kunnen noemen. Kant zegt dat de mens een zelfbewust wezen is met een vrije wil, met verantwoordelijkheid. Dat heeft een dier niet. Als een hond een kind bijt, wordt niet de hond maar de eigenaar aansprakelijk en verantwoordelijk gesteld.

Stamppot of Allah [Wij en zij]
Twintig procent van de Nederlanders heeft buitenlandse wortels. Dat was honderd jaar geleden heel anders. Je woonde in een kleine gemeenschap, trouwde werkte en stierf in die gemeenschap en je kwam zelden buiten die gemeenschap. Dat is nu anders. En aan mensen die niet dezelfde achtergrond als zijzelf hadden moesten veel Nederlanders erg wennen. Anders zijn is een rare zaak, vonden ze. Hun vertrouwde beelden van Nederland en de Nederlander verdwenen en dat maakte hen onzeker en ze voelden zich onveilig.
We zullen nu moeten leren leven met de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving. Als mensen elkaar ontmoeten en elkaars gewoonten leren kennen en begrijpen, wordt de kloof al snel minder breed. Maar vaak wonen allochtonen en autochtonen in verschillende wijken en bezoeken verschillende scholen.
Hieraan gekoppeld is het gevoel van meer dan vijftig procent van de allochtonen dat ze weleens gediscrimineerd worden, vooral op hun werk. Onderzoek van de Universiteit van Tilburg bracht aan het licht, dat mensen het meest gediscrimineerd worden op de plaatsen waar bazen zeggen dat iedereen gelijk is. “Juist in die bedrijven gelooft niemand dat iemand anders (ongelijk) behandeld worden en kan er dus niet over gepraat worden.”

God en ik, ik en God [Waarin geloof je?]
God is een behoorlijk twistpunt tussen mensen. iedereen denkt dat hij gelijk heeft en dat heeft soms tot bloedige twisten geleid. Ook is waar dat mensen veel aan hun geloof hebben. Alle geloven hebben gemeenschappelijk dat ze lessen in het leven zijn. Geen enkele godsdienst is uit op vernietiging van de aarde.
Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft niet in God, en dat doen ze ook op verschillende manieren. Daarnaast hebben we ook nog een groot aantal ietsisten.
Opmerkelijk is dat in twee van de drie huizen een boeddhabeeld staat: een gezellige dikkerd oogt toch anders dan een lijdende Christus op een kruisbeeld.
Je geloof is mede van invloed op de manier waarop je tegen jezelf aankijkt.
Kijkend naar de rol van de mens in de ogen van hun God:
In de islam kiest de mens om dienaar van Allah te zijn.
In het christendom is de mens slecht, maar kan beter worden door het voorbeeld van Jezus.
In het boeddhisme hebben we geen ik; ik word steeds herboren in een nieuwe vorm omdat dat ik nog niet af is.
Een van de gevolgen van de moderne tijd, waarin de mensen steeds minder naar de kerk gaan, is dat de boodschap om een goed mens te proberen te zijn minder gehoord wordt. We zijn als het ware van God los. Letterlijk, dat iemand de regels van God niet meer naleeft. Figuurlijk, dat iemand zo op zijn eigen houtje bezig is dat het hem niet kan schelen of anderen er last van hebben.

Chips in je hoofd [Ik, versie 2.0]
De computer is momenteel al in staat de wereldkampioen schaken te verslaan. We gebruiken de computer, robots en andere zaken om ons leven te veraangenamen. Tegelijk worden we er ook door beïnvloed. Je speelt op internet met een avatar en iedereen denkt dat jij dat bent, omdat de anderen je nog nooit in het echt hebben gezien.
We maken van allerlei hulpmiddelen gebruik om onszelf beter te maken en te voelen. Studenten slikken Ritalin, niet omdat ze AGHD hebben, maar om een examen beter te kunnen maken.
We staan ambivalent tegenover de techniek. In boeken als Brave New World en 1984 staat de mens tegenover een zich ontwikkelde techniek die hem in zijn macht heeft. De mens moet vechten om weer vrij te worden.
We zien drie denkrichtingen als het gaat om het verbeteren van de mens met electronica.
De Kantianen zeggen: niet doen
De utilisten zijn van mening dat als het nuttig je het moet doen.
De autonomen vinden dat ieder mens zelf moet beslissen hoever hij daarin gaat.
Daarover moet de discussie gaan: in wat voor wereld wil ik wonen? Wie wil ik zijn?

Onbeschoft en asociaal [Steeds meer ‘ik’]
Veertig jaar geleden was de tijd van de verzuiling nagenoeg ten einde. Het tijdperk van de individualisering brak aan. Het individu werd belangrijk dan de groep waartoe hij behoorde.
Dat heeft zijn goede kanten. Daar is iedereen het over eens.
Sinds enkele jaren zien we ook dat er negatieve kanten aan zitten. Mensen denken dan vooral aan zichzelf. Het ‘ik’ is te belangrijk geworden. We hebben minder kinderen, zij krijgen veel meer aandacht dan die van vroeger.
We zijn rijker geworden, alles moet kunnen en mogen.
De opvoeding is veranderd. We zijn onbewust asociaal geworden.
De zingevingssystemen zijn niet meer actief zoals vroeger. Naastenliefde wordt vervangen door de 15 minuten roem op de televisie.
We willen respect en als we het niet denken te krijgen, worden we gefrustreerd.
Frustratie leidt vaak tot agressie, zinloos geweld [ sinds 1997]. We leven in een agressievere samenleving dan vroeger.

Hoe je een talent wordt [Je wordt wat je doet]
Wie schade oploopt in zijn hersenen, kan als het ware een ander worden. De hersenwetenschappers zeggen dat je ik bepaald wordt door je aanleg, je omgeving en je eigen invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die aanleg hebben, 10.000 uur nodig hebben om dat talent ook volledig uit te buiten: Mozart, Beatles, Bill Gates hebben allemaal die tijd doorgebracht alvorens ze tot uitzonderlijke bloei kwamen.
Door bepaalde dingen te oefenen, veranderen je hersenen. Wie verlegen is en zich erop toelegt om stoerder te worden en te doen, ziet een verandering in de hersenen.
Door nieuwe dingen te doen en te oefenen maken je hersenen nieuwe netwerken aan die die taak ter hand kunnen nemen.
Je hersenen kunnen niet alleen nieuwe dingen positief leren, maar ook negatieve gewoontes vormen een hersennetwerk. Duidelijk is wel dat wat je niet doet, zul je ook niet ontwikkelen.
Belangrijk: hoe meer nieuwe dingen je doet, hoe meer je hersenen worden uitgedaagd.

Een onderbroek van Björn Borg voelt anders [Je ben wat je hebt]
Ons zelfbeeld schijnt samen te hangen met wat we bezitten. Evolutiebiologen zeggen dat het te maken heeft met onze drang om te overleven.
Topbestuurders kijken niet naar wat ze verdienen, maar vergelijken hun salaris met anderen die meer verdienen. Jaloezie is de drijfveer.
Dingen die we kopen helpen ons om een beeld van onszelf te scheppen: ons imago.
Dat imago krijgt een extra impuls als we dingen hebben die anderen niet hebben.
Het geeft zelfvertrouwen èn het laat ons bij een groep horen.
Je uiterlijk bepaalt voor een deel hoe je omgeving op je reageert. Ga collecteren voor een goed doel in dure merkkleren en je haalt meer op.
Dure spullen kopen die we eigenlijk niet nodig hebben, heeft te maken met het snobeffect.
Er is ook sprake van het countersnobeffect: ik heb geen dingen nodig om iemand te zijn.
Je ziet de gevolgen van het imago-opkrikken in het toenemen van schulden bij mensen die luxe schulden hebben: een goed inkomen, maar veel te veel uitgaven aan luxe artikelen.
Op iemand die veel heeft kunnen mensen reageren met afgunstig zijn of benijden.
Wie hard voor een Iphone heeft gewerkt, werd benijd, maar men gunde hem het ding. Wie vertelt dat hij die van zijn vader heeft gekregen, kreeg afgunstige reacties en men gunde hem het ding niet!

Op avontuur met wonderlijke vragen [Waarom ik?]
Als over allerlei dingen die normaal lijken te zijn diepere vragen gaat stellen, word je een Alice en leef je in Wonderland.
Vragen die dieper gaan noemen we levensvragen, het zijn vragen die vaak een leven lang meegaan. We weten een heleboel over het hoe van de dingen, maar niet van het waarom.
“Door al die levenservaringen groeit je kijk op het leven. Je rijgt net zo lang je favorieten aan elkaar totdat er een glinsterend juweel overblijft: een halssnoer of stoere armband vol met kleine waarheden die samen een prachtig juweel zijn. OM dit sieraad met trots te dragen, moet het helemaal JIJ zijn.” [100]

De geheimzinnige dood [Het einde van ik]
Het ik houdt op bij de dood. Mensen proberen wel een antwoord te geven op wat erna komt.
In schema gezet zijn er twee uitersten: een van weten en een van geloven. Natuurwetenschappers meten; bijna dood ervaringen stellen vragen bij dit meten. Maar je moet zelf bepalen of die BDE’s ook werkelijk een kijkje achter het gordijn van de dood zijn.
Tussen weten en geloven is ook niet weten, zich laten verrassen, een knutselantwoord.
Wie iemand verliest, gaat een rouwperiode in, die ieder op een eigen manier meemaakt. rouwen blijkt het snelst te gaan als je de rottige gevoelens er gewoon laat zijn.
Ervaringen met de dood maken soms van mensen andere mensen. Ze leren dat leven niet draait om geld en succes, maar om liefde en samenzijn.
“Wanneer de dood plots dichtbij komt, beginnen veel volwassenen dus pas aan het echte leven. eigenlijk is dat doodzonde. Want draai het eens om. Heb je er ooit aan gedacht dat het niet voor niets is dat er een soort gordijn aan het einde van het leven hangt waar we niet achter kunnen kijken? Misschien is de zin van het leven: leven. Je bent niet geboren om dood te gaan, maar om te leven. Een mens heeft niet eeuwig de tijd. Maar weinig tijd maakt het leven gewild en kostbaar. Niet de dood is bijzonder, het leven is bijzonder.” [110]

Trends in 2011

Van alle kanten zijn we bestookt met de verwachtingen voor het jaar 2011, zoals ieder jaar opnieuw gebeurt. Wie de trends die vorig jaar zijn uitgesproken voor 2010 wil controleren vindt er weinig of geen sporen meer van. Het lijkt of de trendwatchers na hun glazenboluitspraken daar later niet meer aan herinnerd willen worden. Ze zouden eens misgekleund kunnen hebben.
Second Sight is een bedrijf, dat serieus probeert de tijdgeest te analyseren en daar regelmatig publicaties over verzorgt.

In hun nieuwsbrief hebben ze een elftal analyses van trendwatchers verzameld en die aan de lezers doorgegeven. Ik neem deze lijst ongewijzigd over en laat de collegae graag spitten naar de levensbeschouwelijke aspecten van de verschillende voorspellingen. Als ik het goed heb, heeft levensbeschouwing de wind meer mee dan vroeger. De wal keert het schip, zullen we maar zeggen.

1. Maatschappij: 24/7 – realtime –flat –‘Wiki – world?
Er gloort hoop in de vorm van een ongekende creatieve energie die voortkomt uit de ‘24/7 – realtime –flat –‘Wiki – world’, zegt trendwatcher Christine Boland. “In deze platte, dynamische wereld ontstaan allerlei mogelijke verbindingen, tussen mensen en ideeën, tussen mensen en idealen en tussen wetenschap en technologie (nerds zijn hip!) en de creatieve sector.”

2. Maatschappij: Elitewissel?
2011 wordt een jaar waarin het economisch nationalisme doorzet en de politieke onrust blijft”, verwacht trendwatcher Adjiedj Bakas. “Overal komen nieuwe politici op die de gevestigde politieke orde tarten: Desi Bouterse in Suriname, Sarah Palin in de VS, Thilo Sarrazin in Duitsland, Nichi Vendola in Italië, Thaksin Sinawatra in Thailand, Geert Wilders in Nederland, Pia Kjaersgaerd in Denemarken, Jimmie Aakesson in Zweden en ga zo maar door. ”

3. Economie: Groei emerging markets?
“Wij denken in Europa altijd dat we het meest innovatieve continent zijn. Ik waag het meer en meer te betwijfelen”, zegt trendwatcher Carl Rohde (oprichter van Science of the Time en TrendWatcher Of The Year 2010). “En als we op innovatief niveau ook nog eens onder de voet gelopen worden door de emerging economies, dan krijgen we het helemaal zwaar.”

4. Jongeren: Menselijke maat
“Er lijkt een generatie te zijn opgestaan die carrière en ‘voor grote tenten werken’ niet cool vindt, die zelfvoorzienend wil zijn, die gunnen en ruilen OK vindt, die sterk hecht aan menselijke relaties en menselijke maat”, zegt Herman Rottinghuis (Stratix Consulting Group).

5. Ondernemerschap: Sociaal ondernemen
“De verdeling van de welvaart moet gewoon eerlijker”, aldus mede-oprichter Geraldo Vallen van Join the Pipe. Hij is niet de enige ondernemer die er zo over denkt, constateert hij. ‘Giving is the new taking’, bleek volgens hem in 2010. Hij wijst op de ‘giving pledge van Warren Buffet’. “Hier gaan we in 2011 nog veel meer van zien.”

6. Maatschappij: Betekeniseconomie?
De beleveniseconomie is passé, zegt marktonderzoeker Hedwig Boerboom (Motivaction). “Er is meer nodig dan alleen het prikkelen van de zintuigen, daarvan alleen wordt men niet (meer) gelukkig. Waar we naar toe gaan is een betekeniseconomie. ”

7. Maatschappij: Polarisatie?
Polarisatie is het devies in 2011, meer nog dan in 2010: “Instituten worden gewantrouwd. Het politieke midden is gekortwiekt. Godsdiensten en culturen botsen”, zegt Joost Augusteijn (Rabobank). “Iedereen wil verandering, maar er is grote onenigheid over wat we precies moeten doen. De ene groep wil dat doen door muren te bouwen”, de andere juist door bruggen te bouwen, in de woorden van trendwatcher Hilde Roothart.

8. Fashion: Kleinschaligheid
“De grote global megabrands ontberen de emotie en intimiteit van kleine micro initiatieven, plaatselijke evenementen, locale ingrediënten. Een groeiende interesse voor het intieme en kleinschalige”, zegt Anne Marie Commandeur (Stijlinstituut Amsterdam en TrendWatcher Of The Year, Fashion & Design). In 2011 zullen kleine oplages in kleding ‘in’ zijn, verwacht Nanon Soeters (Rozenbrood).

9. Mode
Expressieve kleuren?”In de komende jaren willen we alle ellende links laten liggen. We gaan voor love, peace en happiness. De ‘feel-good’ factor, daar draait het om. Niets geen poespas, hip en happening, maar gewoon ouderwetse gezelligheid, back to the roots, met een flinke knipoog naar de jaren vijftig en zestig”, zegt forecaster Vivian Sneep. ”

10. Maatschappij: Transparantie?
De ontwikkeling naar een transparantere samenleving is een van de belangrijkste kenmerken van 2010, stellen Thomas Spronk en Ingeborg Bruinewoud (Science of the Time). “Denk aan Wikileaks. Of kijk naar de manier waarop potentieel nieuws steeds vaker streaming wordt gebracht, bijvoorbeeld bij het ‘mijnwerkersdrama’ in Chili. We willen het zien, we willen het weten. In 2011 zullen we meer voorbeelden van de drang naar transparantie zien.”

11. Consument: Hand op de knip als lifestyle?
Consumenten blijven voorzichtig met hun geld omgaan in 2011, verwacht Jeannette van Zee van onderzoeksbureau De Informatiekamer. “Het is een nieuwe levensstijl geworden om met minder ongeveer hetzelfde te doen. Dus wel op vakantie, maar minder ver en luxe. Wel leuke feestjes, met lekkere, wat minder dure, hapjes en drankjes. ”

Bron: http://www.secondsight.nl/page/22556/nl