Categoriearchief: werken met…

Slidedocs

Oudere docenten zoals ikzelf hebben weinig problemen met lange teksten en uitgebreide uitleg. Leerlingen hebben daar meer moeite mee. Jongere docenten eveneens. Het gevolg daarvan is een toename van het aantal powerpoints dat over leerlingen wordt uitgestort. Korte, onaffe zinnen, onder elkaar gezet en voorafgegaan door wat de Amerikanen zo mooi ‘bullets’ noemen. De informatie moet als kogels op de leerlingen afgevuurd worden. Het gevolg is dat de leerling zowel lange teksten niet meer aankan – want dat kost enige moeite – en dat diezelfde leerling powerpointmoe wordt – want de dia’s lijken allemaal op elkaar.

Tot ik  via via het werk van Nancy Duarte tegenkwam. Nancy is eigenaar of anders wel iets hoogs in de Duartefirma, die presentaties levert voor ongeveer alle grote namen in de Amerikaanse bedrijfswereld. Nancy Duarte is ook de auteur van een voor levensbeschouwers razend interessant boek , ‘Resonate’. Daarin laat ze zien dat het onderwerp van de presentatie, het publiek, de eigenlijke held dient te zijn en niet de presentator. Ze sluit aan bij het werk van Joseph Campbell, The Hero’s Journey, waarin hij laat zien dat alle mythologische en heldenverhalen in alle wereldculturen volgens eenzelfde schema zijn opgebouwd. Hij onderscheidt 18 stadia, die de verhalenanalist Chistopher Vogler, schrijver van The Writer’s Journey, teruggebracht heeft tot 12 stadia. Het zijn ook de stadia die je in alle goede romans en films zult tegenkomen.

Hoewel ik het boek van Duarte nog niet helemaal gelezen, maar wel goed gescand heb, durf ik te zeggen dat levensbeschouwelijke lessen en lessencycli heel veel kunnen profiteren van haar werk en inzichten.

Duarte is ook de schrijfster van Slide:ology, waarin ze spreekt over het scheppen van een nieuwe dia-ideologie. Ze roept op om “geen carrière suislide te plegen”, maar de powerpoint bullets en vinkjes door iets beters te vervangen. Ook een kennisname met dit boek door docenten kan voor leerlingen aangenaam werkende presentaties opleveren.

Haar laatste vondst is die van slidedocs. Ze geeft de volgende definitie: “A slidedoc is a document created using presentation software, where visuals and words unite to illustrate one clear point per page. The result is a medium that can be read and digested more quickly than either a document or a presentation. Slidedocs are meant to be printed or distributed and read on screen without the accompaniment of a presenter. “

Zij gebruikt het model van de slidedoc om haar ideeën naar voren te brengen en doet dat in 165 slidedocs. Ze gebruikt gewoon programma’s als Powerpoint of Keynote, die op dit moment op meer dan een miljard computers en tablets geïnstalleerd zijn, maar waar slechts een minimum van de mogelijkheden gebruikt worden.  Belangrijk in onze beeldcultuur is natuurlijk ook de illustratie, waar ze ruim gebruik van maakt. Uit de manier waarop ze de illustraties gebruikt blijkt dat tekst en beeld op elkaar betrokken worden. De een ondersteunt de ander en ze verhelderen elkaar.

Haar slidedoc is te vinden op http://www.duarte.com/slidedocs/.

(Laten) werken met Twine

[Wie de tekst ervan – met illustraties – als pdf-bestand wil downloaden kan terecht bij http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/twine.pdf ]

In de kinderjaren van mijn zoon kon ik hem bezig zien met een avonturenpocket, die  hem de mogelijkheid bood om gedurende het verhaal verschillende keuzes te maken, waardoor het verloop van het verhaal ook anders werd. Na een episode las je aan het eind van de bladzijde: je volgt de linkerweg, ga naar pagina 45. Je opent de blinkende doos, ga verder op pagina 67. Je kiest voor het rechterpad, lees verder op pagina 78.

Het leverde daarmee tenminste drie verschillende verhalen op, ieder met een eigen afloop of in ieder geval een andere weg naar misschien dezelfde afloop. Maar daar kwam je pas achter als je ook de andere twee wegen zelf geprobeerd had.

Met het verschijnen van hypertext en de computer is het allemaal stukken gemakkelijker geworden. Door in een tekst links te maken kun je de lezer in feite alle kanten opsturen en hem eventueel ook weer op dezelfde plek terug laten komen, als je daar zin in hebt.

Twine is zo’n programma, dat deze hypertextkoppelingen mogelijk maakt. Aan het eind van  dit artikel laat ik mogelijkheden zien die je kunt gebruiken met dit programma. Nu laat ik zien wat je moet doen om ermee te werken.

1. Als je Twine hebt gedownload en geïnstalleerd, afhankelijk van je besturingssysteem, dubbelklik ik op de Mac het ikoontje van het programma en er verschijnt een ‘Untitled Story’.

2. Linksboven verschijnt een vierkant ‘Start’ geheten. In blauw staat de naam van het vierkant. Daaronder lees je ‘Your story will display this passage first. Edit it by double clicking it.”

3. De vierkantjes die verschijnen als je de rechtermuisknop indrukt en de tekst ervan aanklikt of als je commando+N indrukt heten voortaan in Twine ‘passages’  Door op een passage te dubbelklikken, kun je die bewerken.

4. De Title staat bovenaan. Laat de titel Start staan, want anders werkt het programma later niet!

5. Als je een nieuwe passage maakt, kun je de titel zelf bepalen. Meestal is een passage een vervolg of vervolgkeuze van een eerdere passage.

6. Om de titel van het verhaal en de auteursnaam te kunnen plaatsen, maak je een passage onder Start met als titel ‘StoryTitle’ . Daaronder komt een passage met als titel ‘StoryAuthor’

7. Het uiterlijk van de html-pagina is aan te passen via een CSS-passage. Voor mij was het volgende voldoende:

Title: CSS

Tags: stylesheet [vergeet niet hier de tag in te vullen]

In het tekstgedeelte:

a { color: blue !important }

#sidebar li:hover{color:grey;cursor:pointer;}

body {background-color:white;}

body {color:black;}

8. Als je in de eerste passage de lezer een keuze wilt laten maken, maak je een link. Dat doe je door de titel van de passage die moet volgen tussen twee haken te zetten: [[hij gaat weg]]  [[hij blijft]]

9. Als er geen passage is waarnaar de twee links linken, blijven ze rood gekleurd. Heb je een link gemaakt door een nieuwe passage te maken met als titel ‘hij gaat weg’, dan wordt de link blauw en weet je dat de link klopt. Let op dat de link en de passagetitel exact hetzelfde moeten zijn: het is allemaal hoofdlettergevoelig, maar ook spaties die verschillen zorgen voor een rode kleur, dus wordt er niet gelinkt.

10. Mijn eerste Twineproduct is het verhaal van Exodus, meer specifiek het verhaal van Mozes. In elke passage wordt een stukje van het verhaal vertelt en elke passage eindigt met een keuzemoment: wat doet Mozes? Als de leerling het verhaal van Mozes kent, kan zhij de juiste keuzes maken en het verhaal tot aan Mozes’ dood volgen. Kiest de leerling verkeerd, dan volgt er een passage met een bedachte inhoud, die eindigt met ‘einde verhaal’ (want als Mozes deze keus had gemaakt, was de hele Exodus een flop geworden) en wordt de leerling teruggestuurd naar de beginpassage onder ‘Start’

11. Helaas constateerde ik dat wie naar Start werd teruggeleid niet te zien kreeg wat er feitelijk staat: het geboorteverhaal van Mozes met de keuzes voor zijn moeder.  Om dat probleem – waar het vandaan komt, mag Joost weten – op te lossen, heb ik een nieuwe passage gemaakt met als naam ‘Intro’ . In het tekstgedeelte staat hetzelfde als in het tekstgedeelte van ‘Start’. De lezer die de verkeerde keuzes maakt, wordt  teruggeleid naar ‘Intro’ en nu werkt het wel.

12. Manieren om met Twine te (laten) werken:

In mijn visie kan dit vrij simpele programma zowel door de docent als door de leerlingen gebruikt worden. De leerling een uitwerking laten maken zoals ik met het Exodusverhaal gedaan heb, vraagt hem om zeer nauwkeurig naar een verhaal te kijken, dat goed op te delen en te zoeken naar relevante keuzelinks.

Als de leerling zoiets gemaakt heeft, geeft dat de mogelijkheid om het in de klas te laten spelen door andere leerlingen. Op die manier wordt het persoonlijke product van de leerling publiek en zal hij zijn best doen om voor de anderen niet af te gaan. De  kwaliteit van het werk stijgt hierdoor meestal.

Ook de docent kan zijn voordeel met het Twineprogramma doen. Ik noem lukraak enkele mogelijkheden:

– controleren of een verhaal begrepen is

– zelf een verhaal maken

– een ethisch dilemma schetsen

– een levensverhaal met keuzes  maken

 

De goede verstaander begrijpt dat het plaatsen van het werkwoord ‘laten’ voor het laatste woord in bovengenoemde voorbeelden ook meteen een idee oplevert om leerlingen aan het werk te zetten.

13. Als je je verhaal, spel, of hoe je het ook wil noemen af hebt, kun je het met een handeling laten verwerken tot een html-pagina. Gebruik bij het benoemen van het bestand in ieder geval het achtervoegsel .html, anders gebeuren er dingen die je liever niet wilt. Het bestand is dan in elke browser te openen, maar kan ook op internet op een webpagina geplaatst worden. Meer informatie is te vinden in de map ‘doc’ die standaard aanwezig is, als je het programma downloadt.

14. Relevante webstekken

• De plaats om het programma te downloaden: http://twinery.org//

• Uitgebreidere handleiding dan ik hierboven heb gegeven:

http://www.gamasutra.com/blogs/DanCox/20130203/185939/Learning_Twine_Part_1.php

http://www.gamasutra.com/blogs/DanCox/20130208/186341/Learning_Twine_Part_2.php

http://www.gamasutra.com/blogs/DanCox/20130218/186810/Learning_Twine_Part_3.php

De link naar het verhaal van Mozes: http://www.uitgeverijwvdoever.nl/games/exodus.html

 

Succes met je eigen producten en die van de leerlingen.

Uiteraard houd ik me aanbevolen voor verwijzingen naar gelukte uitwerkingen van Twine door collega’s of leerlingen.

 

Games en levensbeschouwing

Ik moet toegeven, dat me de lust ontbreekt om me in te laten met de regelmatig verschijnende nieuwe games, waar onze leerlingen zo graag heel veel tijd aan spenderen.  Zo nu en dan kom ik recensies van games tegen.

In een eerdere aflevering van LIA,  te lezen via deze link  maakte ik melding van een studie van Greg Perrault, die vaststelde dat religie in veel nieuwe games gelijkgesteld wordt aan geweld.

In Engeland is veel te doen geweest over het spel ‘Manhunt’, lees daarover hier

In het verleden is er ook in Nederland een webstek geweest, waar nagedacht werd over de relatie tussen games en ethiek. Je kon er ook een lesbrief downloaden over hetzelfde onderwerp, maar de link blijkt momenteel dood te zijn.

Bioshock Infinite

In een recensie in Spits enkele maanden geleden schreef Daniel Verlaan over het pas uitgekomen spel Bioshock Infinite. Het gaat over Booker DeWitt, ex-geheimagent bij het particuliere detectivebureau Pinkerton, die in zijn koffer een briefje vindt: Red het meisje Elizabeth en los je schuld in. “Even later neemt hij plaats in een rode fluwelen stoel, wordt hij met ijzeren klemmen vastgeketend en knalt hij vervolgens in een capsule naar de zwevende stad Columbia.

Columbia is de verwezenlijking van het Amerikaanse imperialisme uit het begin van de twintigste eeuw. Een eigen staat waar de evangelisatie van het christendom en een met xenofobie gevoed patriotisme centraal staan. De eerste ontmoeting met Columbia heeft echter een heel ander effect: de zwevende stad lijkt een weerspiegeling van de hemel. Je komt aan in een kathedraal waar een kerkkoor je heel rustig toezingt. Een misdienaar bevestigt de eerste gedachte: “Je bent in de hemel. Of in ieder geval heel dichtbij.”(…..) Religie is in BioShock: Infinite allesoverheersend. De inwoners van Columbia eren massaal Comstock, de profeet die ‘onder het oog van God’ Columbia heeft gesticht en sindsdien met ijzeren vuist regeert. Door heel Columbia hangen aanplakbiljetten waarop Comstock als grote leider wordt gepresenteerd en die jonge kinderen voor het jeugdleger oproepen. Een soort van pre-Hitlerjügend die opereert in een kleurrijke en o zo vredelievende stad waar iedereen je vriendelijk begroet.”

“Elizabeth speelt een enorm belangrijke rol in BioShock: Infinite. Ze helpt je tijdens schietgevechten door ammunitie en medicijnen naar je te gooien en kan een tear (de Nederlandse vertaling is scheur, geen traan) openen die een andere dimensie laat zien.(…..) Dat Elizabeth veel meer dan alleen een hulpje is, wordt al snel duidelijk. Ze is de personificatie van onschuld en biedt tegenwicht aan het gewelddadige en norse karakter van DeWitt. De eerste keer dat DeWitt een vijand doodschiet, is ze boos en verontwaardigd. Ze kan het niet geloven dat iemand zoiets zou doen. Waar je bij de meeste first-person shooters hersenloos knalt, tikt BioShock: Infinite je op de vingers en vraagt aan jou als speler of het neerknallen van mensen echt zo normaal is, ook al ben je een game aan het spelen.”

Op een andere plaats en tijd, maar in dezelfde krant – je leest er heel wat als je regelmatig de trein pakt – kwam ik het volgende berichtje tegen:

“‘Het is maar een spelletje’, zouden u en wij denken, maar niets blijkt minder waar. In de populaire game Bioshock Infinite begin je het spel door je te laten dopen in een religieuze  ceremonie. En dat trok de christelijke gamer Breen Malmberg niet, zo vertelt hij aan gamesite Kotaku.

Zijn eigen religieuze overtuiging weerhield hem ervan zijn character in het spel te laten ‘dopen’, dus kwam Malmberg niet zo heel ver in Bioshock Infinite. Zonder deze halve verdrinking kom je namelijk het hoofdgebied, Columbia, niet in.

“Aangezien de doop de basis is van de Christelijkheid – waar ik hartstochtelijk in geloof – word ik gedwongen een keuze te maken tussen extreme godslastering door dit te accepteren of het spel te beëindigen voor ik eigenlijk ben begonnen”, zo stelt de verongelijkte christengamer. Hij maakte hierom dus de laatste keuze: hij stopte met het spel.”

Bron

Leerlingen aan de slag

Mijn eigen lespraktijk en de daarop geënte opdrachten hebben altijd ruimte gegeven aan leerlingen om ook eigen stukjes van hun werkelijkheid aan een levensbeschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Zo waren leerlingen meestal erg  positief over de opdracht een levensbeschouwelijke cd-analyse te maken, die de laatste jaren tot het ontwerpen van een eigen tien liederenlijst is uitgegroeid – mede omdat leerlingen geen cd’s meer kopen. Ook een opdracht om een eigen levensbeschouwelijke filmanalyse te maken leverde ruimte voor een eigen inbreng op. Last but not least kunnen de leerlingen veel van hun levensbeschouwelijke eieren kwijt in het levensbeschouwelijke dagboek, waar ze zich uitspreken over zaken die wel belangrijk zijn, maar niet in het curriculum aanwezig zijn.

Bij deze vrije-keusopdrachten zou ook een levensbeschouwelijke game-analyse gevoegd kunnen worden. Aan de hand van enkele richtvragen kunnen leerlingen dan laten zien hoe levensbeschouwelijk en ethisch de games zijn waar ze zich mee bezighouden.

Ik suggereer enkele vragen – die ieder zelf kan uitbreiden naar eigen voorkeur – :

1. Geef een overzicht van de verhaallijn in het spel.

2. Wie zijn de hoofdrolspelers en wat is hun missie, doel, etc.?

3. In wat voor maatschappij speelt de game? Hoe ziet die eruit? Positief? Negatief? Wat zijn de zwakke en sterke kanten van deze virtuele samenleving?

4. Welke middelen worden gebruikt om doelen te bereiken? Worden er vragen bij de middelen gesteld?

5. Welke waarden komen sterk naar voren? Welke waarden botsen in het spel? Wat is de mogelijke uitkomst?

6. Voor welke ethische dilemma’s komen de hoofdpersonen te staan?

7. Zijn de gebruikte oplossingen ook jouw opossingen of zou jij het anders doen?

8. Stel dat je de virtuele werkelijkheid naar onze werkelijkheid kon overplaatsen, zou je daar dan gelukkig mee zijn of juist niet?

9. Hoe beoordeel jij het spel in termen van ‘menselijkheid’, ieder in zijn waarde laten, opkomen voor anderen, e.d.?

 

Werken met citaten

De meeste lezers van LIA weten ondertussen dat onze sectie levensbeschouwing een warm pleitbezorger is van het portfolio en dat ook al jaren op het programma heeft staan. Daarbij is het de bedoeling dat een leerling de opdrachten van de afgelopen vijf jaar levensbeschouwing nog eens doorneemt en gebruikmakend van eigen citaten zijn of haar ontwikkeling schetst aan de hand van een aantal richtvragen.

Zolang het gaat om leerlingen van ‘eigen kweek’ is er niets aan de hand, moeilijker wordt het als een leerling in klas 3 of 4 binnenkomt en dan aan het eind van leerjaar 5 dezelfde opdracht als de andere leerlingen krijgt. Deze leerling beschikt niet over de vereiste 90 procent van de gemaakte opdrachten en zou de reflectie op het portfolio dus niet kunnen maken. Voor deze leerlingen hebben we een alternatief voor de reflectie op het portfolio ontwikkeld, waarbij we hen vragen serieus op een aantal andersoortige reflectie-opdrachten in te gaan.

Een van deze opdrachten is het werken vanuit citaten. We geven hen een citatensite op en vragen hen vijf voor hen belangrijke thema’s te kiezen, daarover 5 serieuze citaten te kiezen en dieper in te gaan op het citaat, dat het meest waardevol is bij dat thema.

Een van mijn laatste leerlingen, Fleur, vroeg ik om toestemming om haar uitwerking in LIA op te nemen. Hieronder volgt hij:
Vijf thema’s:
– Liefde
– Afscheid
– Droom
– Dood
– Fantasie

Liefde:
– Liefde maakt een smal bed breed
– De schoonste liefde gaat niet ver als men haar laat lopen. Men kan haar beter in de armen dragen als een geliefd kind.
– Een van de gevolgen van wederzijdse liefde is dat een slecht humeur door de ander ongemerkt wordt overgenomen.
– Liefde doen moet je met liefde doen.
– Het is gemakkelijker te sterven dan lief te hebben. Daarom doe ik moeite mijn liefde te beleven.

Mooiste citaat bij het thema liefde: Het is gemakkelijker te sterven dan lief te hebben. Daarom doe ik moeite mijn liefde te beleven.
Dit is het mooiste citaat dat ik ben tegengekomen omdat liefde voor mij een van de belangrijkste dingen in het leven is. Het hoeft dat niet alleen liefde voor een persoon (in mijn geval) van het andere geslacht te zijn maar ook liefde voor je familie en vrienden. Voor die liefde moet je vechten en daar moet je dingen voor opgeven, het is niet altijd gemakkelijk maar ik doe er wel moeite voor. Daarom vond ik dit citaat bijzonder.

Afscheid:
– Het afscheid verlengen is niets waard ; je verlengt niet de aanwezigheid maar het vertrek.
– Het leven is een voortdurend afscheid nemen.
– Degenen die ons verlaten, voelen niet de pijn van het afscheid; de achterblijvers lijden.
– Afscheid nemen is met zachte vingers, wat voorbij is, dichtdoen en verpakken in de goede gedachten der herinnering.
– Dankbaar voor haar leven, verdrietig over haar afscheid.

Mooiste citaat bij het thema afscheid: Het leven is een voortdurend afscheid nemen.
Dit citaat vind ik niet zo zeer de mooiste maar is wel de harde waarheid. In je leven neem je constant afscheid of je nou wil of niet. Nu zit ik in een fase wat een goed voorbeeld is. Dit jaar ga ik namelijk afscheid nemen van het Newman, van mijn middelbare schooltijd. Dit is niet leuk maar er gaat wel weer een nieuwe wereld voor me open, de studententijd. EN van die studententijd zal ik ook ooit weer afscheid van moeten nemen. Het leven is tenslotte voortdurend afscheid nemen!

Droom:
– Wie verschil maakt tussen droom en werkelijkheid is nog niet voldoende wakker geworden.
– Een doel is een droom met een deadline
– Droom alsof je eeuwig zult leven. Leef alsof je vandaag zult sterven.
– Niets is een zwaardere opgave dan het waarmaken van een droom.
– Het leven is een droom, maar dromen is geen leven.

Mooiste citaat bij het thema droom: Wie verschil maakt tussen droom en werkelijkheid is nog niet voldoende wakker geworden.
Maak geen verschil tussen droom en werkelijkheid. Het thema droom sprak me samen met fantasie meteen aan omdat het de twee mooiste dingen zijn die er bestaan. Je moet dromen zien als een deel van je leven maar je kunt het niet met de werkelijkheid vergelijken. Je dromen hoeven niet waar gemaakt te kunnen worden maar het is iets van jezelf, waar je zelf heerlijk bij weg kunt ‘dromen’.

Dood:
– ’s Morgens gezond ontwaken is al een overwinning op de dood.
– Ik ben niet bang om dood te gaan. Ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt.
– Vlug vliegt de tijd, maar nog vlugger vliegt de dood – voor de tijd bestond de dood en na de tijd zal de dood nog bestaan.
– De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven.
– Veracht de dood niet, maar aanvaard hem, daar ook hij een van de dingen is, die de natuur wil.

Mooiste citaat bij het thema dood: De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven.
Ik vind dit een mooi citaat omdat ik zelf altijd zeg dat de dood niets lelijks is. Het is iets dat moet gebeuren, sommige mensen gaan alleen te vroeg uit het leven.. Zeker na het einde van een goed leven is de dood een goede afsluiting.

Fantasie:
– De mens heeft zijn fantasie om hem voor te bereiden op de werkelijkheid.
– Iemands vrijheid is niet groter dan zijn fantasie.
– Geluk is misschien wat fantasie, wat inbeelding. Wanneer men dat niet heeft, blijven slechts de alledaagsheden van het leven over.
– Ik definieer fantasie wel eens als iets wat mij is verteld door een ander die ik nooit zelf gezien heb.
– Veel weten doodt de fantasie.

Mooiste citaat bij het thema fantasie: iemands vrijheid is niet groter dan zijn fantasie.
Je vrijheid kan niet groter zijn dan je fantasie. Ik zie mijn fantasie als het uiterste, het onbereikbare. Niets kan verder gaan want alles is mogelijk in je eigen fantasie.

Aan de slag met zin en suïcide

In eerdere berichten heb ik gemeld dat het aanpakken van existentiële zaken als dood en zelfdoding niet bij iedere ouder goed valt. Een uitvoerige correspondentie tussen een ouder en de school, enkele gesprekken van de sectie met schoolleiding en counselors en een gesprek met twee mensen van de GGZ leidden ertoe dat de door de sectie ingeslagen weg als positief beschouwd kan worden.
Mijn laatste lesjaar — in feite half lesjaar — neem ik de 3 H5 klassen voor mijn rekening. Omdat existentiële zaken voor havo-leerlingen even belangrijk zijn als voor V5-leerlingen, moeten we de volgens ons te behandelen thema’s in een half jaar proppen. Dat betekende enig voorwerk voor dit jaar. Omdat ik besloten had de thematiek van suïcide toch aan de orde te stellen in vier lessen, kwam ik tot de volgende indeling:

1. Als de dood je beste vriend wordt.. inleiding
In ons inleidende hoofdstuk noemen we man en paard, geven aan dat het voor mensen een taboe kan zijn en benadrukken we dat voor ons als sectie/lesmakers ‘zelfdoding een permanente oplossing voor een tijdelijk probleem is”

2. Een eerste verkenning
We beginnen met denken over zin en zinloosheid. We zien vier modellen die we kort bespreken. Vervolgens hebben we een lijst met 24 uitspraken die ontleend zijn aan de statistische en wetenschappelijke literatuur over zelfdoding. We vragen de leerlingen op die gegevens te reageren. Tot slot laten we een stuk uit de film “Dead Poets Society” zien waarin Neil Perry — dol op toneelspelen — door zijn vader uit het theater gehaald wordt om hem op een andere school te plaatsen. In de nacht na zijn thuiskomst schiet Neil zich met het pistool van zijn vader door het hoofd. In het nagesprek praten we vooral over de alternatieven die er voor Neil hadden kunnen zijn.

3. Poging tot verklaring
De wetenschap heeft een poging tot verklaring van de zelfdoding gedaan. Uit de beschikbare informatie blijkt vooral dat mensen in een crisis komen waarin gebruikelijke oplossingsstrategieën niet meer voldoen. In crisis komen mensen als een belangrijke waarde van een persoon bedreigd wordt. Deze verklaring laat ruimte voor tussenkomst van onszelf, gewone mensen, die een ander bij willen staan.

4. Heb jij dat nu ook of ben ik de enige?
We vragen leerlingen een aantal zaken te bekijken die met onlustgevoelens, zelfbeeld en onzekerheid te maken hebben. Tot mijn opluchting zijn de leerlingen daar erg open in en je komt er dan ineens achter dat ook de mooiste meiden — in mijn mannenogen dan — ook onzeker zijn over haar uiterlijk. De uitkomst van het vinger opsteken en turven is dat de leerlingen in de gaten krijgen dat iedereen met dit soort gevoelens te maken krijgt.

5. Als je dit tegenkomt
In dit hoofdstuk komen de leerlingen een tekst tegen die vele jaren geleden een derdeklasser bij mij heeft ingeleverd en waarachter ik suïcidale gevoelens vermoedde. We doen een rollen spel, enkele malen en de overige leerlingen maken aantekeningen over ‘hoe kan ik helpen?’ Daarna is er een aflevering van Family Ties, waarin Alex Keaton, de vleesgeworden zakelijke student met alleen aandacht voor geld en materiele zaken, in een hulpcentrale een leeftijdsgenoot die zegt zelfmoord te willen plegen te woord staat. Ook hierna vragen we naar wat een goede manier is om te helpen.

6. Als je dit alleen maar onthoudt en toepast
Hoofdstuk 6 geeft een aantal aandachtspunten voor ons mensen die suïcidale mensen op hun levensweg tegenkomen. Ik maak de leerlingen duidelijk dat we het hier niet hebben over psychiatrische situaties, psychoses e.d., maar over die tijdelijke gevoelens van zinloosheid en onmacht waarvoor zelfdoding een te drastisch middel is om ze op te lossen. De gegevens in dit hoofdstuk kunnen we zo confronteren met wat leerlingen n.a.v. het rollenspel hebben opgemerkt.

7. De formule voor geluk
Omdat we deze lessen niet exclusief aan zelfdoding willen besteden, komen we terug op zingeving. Opvallend is dat veel leerlingen die koppelen aan geluk. We vragen hen na te denken over een geluksformule die ergens op internet is ontwikkeld.

8. Veronica besluit te sterven
Een mooie roman van Paolo Coello is het boek met bovengenoemde titel. Veronika heeft een zelfmoordpoging gedaan en komt in een inrichting terecht. Ze krijgt te horen dat haar overdosis haar hartspier zo beschadigd heeft dat ze nog maar een dag of vijf zal hebben. De naderende dood die ze zo gewenst had wordt steeds minder aantrekkelijk en andere voorheen onderdrukte gevoelens doen zich gelden. De angst voor de dood is de motor van het leven, schreef Ernst Becker eens en dat gaat ook voor haar op. Ze heeft aan het eind van de week zin aan haar leven gegeven en wil de laatste dagen doorbrengen met de jongen op wie ze verliefd is geworden.

9. Wie verder wil lezen of denken
In dit hoofdstuk komen in korte stukjes diverse mensen aan het woord en worden webstekken vermeld die voor de leerlingen bruikbaar kunnen zijn in geval van eventuele depressieve of andere negatieve gevoelens.

Afgelopen week heb ik mijn vier lessen afgerond. Ik moet toegeven dat ik de laatste drie hoofdstukken niet besproken heb wegens tijdgebrek. Jammer daarvan is eigenlijk alleen hoofdstuk 7, de formule voor geluk, waarover een stevig gesprek goed mogelijk is. De twee andere hoofdstukken zie ik meer als extra. Ik geef ook aan dat ik van de leerlingen verwacht dat ze die hoofdstukken lezen en er aandacht aan besteden, zodat ik die aandacht ook terug kan zien in hun afronding van dit thema.

Wat me na de lessen wel opgevallen is, is dat leerlingen soms met redelijk onbetrouwbare ideeën over suïcide en — suïcidepoging zitten, dat ze snel geneigd zijn om geluk en zin te koppelen, dat de statistieken hen onbekend waren en ook verrasten. Opvallend was ook dat de leerlingen als een van de manieren om te helpen het benadrukken van de leuke dingen in het leven was, terwijl alle onderzoek aangeeft dat dat voor geen meter helpt als je in een negatieve spiraal zit. Bij mijn rollenspel rondom de tekst ‘Graven’ herhaalde zich de patronen van eerdere jaren. Op een leerling na vroeg niemand van de gespreksdeelnemers uitdrukkelijk naar het suïcidegehalte van de tekst.
Een reflectie op zin en suïcide heb ik verplaats naar de afrondende opdracht betreffende dood in het leven, waar ze kunnen kiezen uit enkele grote thema’s zoals levensbeschouwing en suïcide of school en suïcide. Pas als die opdrachten ingeleverd zijn, weet ik meer over wat het met de leerlingen doet. En uiteindelijk zal er in de portfolioreflecties aan het eind van dit halve jaar mogelijk ook het nodige van gezegd worden.
Met de gegevens die daarmee naar boven komen, kunnen we beoordelen of we op deze manier in de ogen van de leerlingen goed bezig zijn. Dat het in onze ogen belangrijk is om er aandacht aan te besteden, is een ding. Dat de leerlingen het uiteindelijk ook waarderen, zou wel erg mooi zijn.

Vrienden zonder grenzen

Op schooltv.nl las ik de volgende tekst:
Educatief minidrama over vraagstukken van de vmbo-jeugd. Leerlingen herkennen de problemen van de hoofdrolspelers van Vrienden zonder grenzen en kunnen zich al dan niet identificeren met de oplossingen.
“De eerste reeks Vrienden zonder grenzen (6 afleveringen) gaat over de liefde tussen de Nederlandse Kees en de buitenlandse Fatma, wat niet door iedereen wordt geaccepteerd. Na de eerste drie afleveringen volgen drie filmpjes gemaakt door leerlingen naar aanleiding van het programma.

De tweede reeks (3 afleveringen) gaat over het ontdekken van de eigen seksualiteit. Astrid komt er achter dat ze eigenlijk niet verliefd is op haar vriendje Lars, maar dat ze gevoelens heeft voor vriendin Tuana. Astrid vindt het moeilijk om hier met iemand over te praten.

In de derde reeks (4 afleveringen) staan vier jongeren centraal die samen een pand bewonen. In elke aflevering staat één van de personages en de bijbehorende verhaallijn centraal. Lezen is in de afleveringen een natuurlijke bezigheid van de verschillende personages. Uw leerlingen lezen de teksten die in het programma voorkomen, voeren de bijbehorende opdrachten uit en ontdekken dat zij door goed te lezen problemen het hoofd kunnen bieden.”
Het gaat om een project dat in vmbo klas 1-3 te gebruiken is bij Nederlands en levensbeschouwing. Mijn vraag aan de collegae is of je het al eens gebruikt hebt, wat je ervaringen zijn en of de doelgroep specifiek vmbo is of dat er ook mogelijkheden zijn bij andere onderwijsstromen. Wie reageert?

http://www.schooltv.nl/docent/project/1552290/vrienden-zonder-grenzen/1552339/producten/

Op nieuwe ideeën komen

Wie met een bepaald onderwerp aan de slag wil gaan, probeert zoveel mogelijk invalshoeken en aspecten te bedenken, alvorens de eerste zin op papier te zetten. Vroeger deden we dat op een kladblaadje, momenteel gebruiken we er een mindmap voor. Dat levert een aardig plaatje op van allerlei zaken die we in het oog moeten houden bij het aanpakken van ons onderwerp.

Nu is er ook een wikimindmap. Je kiest voor een van de wikipedia’s die we in velerlei talen hebben. Dus wij nemen de Nederlandse uitgave. In het zoektermenvak typen we ons onderwerp en enkele seconden later komt er een mooie lijst uit met allerlei termen die in de wikipedia aan dit onderwerp gekoppeld worden. Dat levert soms onvermoede en verrassende resultaten op, die je een heel andere kant op kunnen sturen dan je aanvankelijk gedacht hebt.

Behalve voor docenten lijkt het me ook te gebruiken door leerlingen in de tweede fase, die op zoek zijn naar een meer originele invalshoek bij het schrijven van een levensbeschouwelijk opstel of andere opdracht.
http://www.wikimindmap.org/

Werken met Sign Generator

Als je de strekking van dit artikel in een fortune cookie uitspraak zou moeten vatten, hoe ziet die er dan uit?
Wat zou je op de zijkant van een vrachtwagen zetten om te vertellen wat je levensbeschouwelijke motto is?
Als je een t-shirtopdruk zou moeten maken, dat een levensbeschouwelijke strekking heeft, wat zou het dan worden?
Je hebt een plaatje van de Beatles en een tekstballonnetje, wat zou je hen dan levensbeschouwelijk willen laten zeggen?
Deze vragen en tientallen andere zijn te stellen aan leerlingen en het aardige is dat ze ook praktisch uit te voeren zijn. Op de onderstaande webstek is een ‚sign generator’ te vinden die dat mogelijk maakt.

Je gaat naar de webpagina, kiest een van de miniaturen uit, klikt erop en voert op de aangegeven plek de door jou gemaakte tekst in. Vervolgens gaat het programma aan het werk en je werk verschijnt naast het origineel. Je dowload je werk naar je bureaublad en je kunt het overal als illustratie in verwerken.

Een mooie werkvorm lijkt me om iedere leerling als huiswerk zo’n opdracht mee te geven, hen te vragen die centraal digitaal in te leveren, ze snel in een powerpoint te zetten en de volgende les de uitkomsten van de klas te laten zien, becommentarieren, uit te leggen en er samen om te lachen.
Er zijn meer dan 50 mogelijkheden als basis voor een tekst. Leerlingen kunnen er zeer creatief in zijn.

http://www.redkid.net/generator/sign.php

Leerlingen activeren met Cornell

Ondanks mijn 37 jaar leservaring slaag ik er niet altijd in leerlingen actief aan het werk te zetten, op een wijze die hen doet nadenken en de hersens pijnigen en die mij enige ontspanning geeft.

Een activiteit waar ik weinig leerlingen op kan betrappen is het maken van aantekeningen. Regelmatig laat ik horen dat een bepaalde opmerking van een leerling duidelijk meer niveau heeft dan wat je dagelijks in de klas kunt horen, dat die opmerking een goed en soms zelfs een gouden begin is voor een mooie levensbeschouwelijke bespiegeling en alles wat ik zie zijn enkele tientallen wenkbrauwen die vragend opgetrokken worden.

Sinds ik duidelijk verkondig dat de afrondende teksten die zij moeten inleveren OOK verwijzingen naar gesprekken en opmerkingen in de klas moeten bevatten willen ze boven het niveau van net voldoende uitkomen, is er wat meer activiteit te bespeuren.

Een tweede manier denk ik gevonden te hebben in het verplicht stellen van het vullen van een wiki-pagina, waarop de leerlingen om de beurt een lesverslag plaatsen, dat alle andere leerlingen aan het eind van de lessenreeks kunnen gebruiken voor hun afrondende opdracht.

Een derde manier heb ik overgenomen van het hoger onderwijs in de Verenigde Staten. Het kan best zijn dat het ook hier algemeen is, maar daar heeft het een mooie naam en die ben ik tegengekomen bij enkele sites die zich met productiviteitsontwikkeling bezighouden. Het heet het ‘Cornell Note-taking System’.

IK vertaal hieronder de zaken die ik erover gevonden heb en leg daarna mijn gebruik ervan uit.

Een A4-pagina wordt verdeeld in drie stukken. Links een kolom van 6 cm, de ‘sleutelkolom’ genoemd. Rechts een kolom van 15 centimeter die de aantekeningenkolom genoemd wordt. Onderaan de pagina is een ruimte van 5 centimeter, de zogenaamde samenvattingsruimte.

De pagina is in de eerste plaats bedoeld voor het maken van college-aantekeningen en daar gaan de opmerkingen ook vooral over:

Verslagleggen: gebruik de aantekeningenkolom om een collegeverslag te maken met korte telegraafachtige zinnen.
Vragen: zodra het college over is formuleer je vragen op basis van wat je in je aantekeningen hebt weergegeven. Vragen opschrijven helpt je betekenissen te verduidelijken, relaties te ontdekken, continuïteit te creëren en het geheugen te verstevigen. Ook levert het schrijven van vragen een goede voorbereidingen op het latere tentamen.
Reciteren: bedek het aantekeningendeel met een stuk papier. Kijk dan naar de sleutelvragen en – woorden die je neergeschreven hebt en probeer hardop in je eigen woorden antwoord te geven op de vragen en uitleg bij de sleutelwoorden.
Reflecteer: reflecteer op het materiaal door jezelf vragen te stellen, zoals: “Wat is de betekenis van deze feiten? Op welke principes zijn ze gebaseerd? Hoe kan ik ze toepassen? Hoe passen ze in wat ik reeds weet? Wat zit er achter?”
Overzien: besteed tenminste iedere week tien minuten om je vorige aantekeningen te bekijken. Als je dat doet, zul je een groot deel ervan actief houden voor direct gebruik, maar ook voor het tentamen.

De ruimte onderaan ‘de samenvattingsruimte – is bedoeld om de aantekeningen van die pagina in enkele zinnen samen te vatten.

Wat ga ik ermee doen?

Met name voor mijn leerlingen in de tweede fase lijkt me een aangepaste vorm van dit model uitstekend geschikt om actieve leerlingen te worden en hen ook in te leiden in een goede manier om later een actieve student te worden.

Ik maak de teksten die leerlingen moeten bestuderen en bespreken zo op, dat de ‘sleutelkolom’ en de ‘samenvattingsruimte standaard aanwezig zijn.
De aantekeningenruimte gebruik ik om de teksten van de cursus te plaatsen.
Als docent kan ik dus steeds zien, of de leerling in de linkerkolom dan wel aan de onderkant aan het werk zijn geweest.
Na bestudering van een tekst kan ik vragen om reacties vanuit de sleutelkolom.
Ik kan hen vragen hoe ze de pagina samengevat hebben en anderen die invulling voorleggen.
Ik kan ze elkaars samenvattingen laten beoordelen.
Ik kan de ander de vragen van de een laten beantwoorden.
Door te verlangen dat er naast en onder de tekst actief eigen opmerkingen gekrabbeld worden kan ik de actieve inspanning van leerlingen doen toenemen. Althans, dat verwacht ik.

Wie andere methoden heeft, hier vraagtekens bij heeft, reageer a.u.b.!
Een voorbeeld in pdf-bestand heb ik toegevoegd.
cornellsystem.pdf

Werken met een tijdlijn 2

In LIA 152 schreef ik over de mogelijkheid op internet allerlei tijdlijnen uit te zetten, waarmee leerlingen actief aan de slag kunnen. Van onze Belgische collega Jef Vekemans kreeg ik kort daarna een mail, waarin hij meldde dat hij met zijn leerlingen al een hele tijd met een tijdlijn werkte, die hij in Excel had opgezet,
Hij schreef:
“[De bijgevoegde tijdslijn] is een verzamelstaat van verschillende klassen uit verschillende jaren van het Algemeen Secundair Onderwijs. 
Het leereffect is het grootste geweest voor leerlingen die een deel van de lijn zelf samengesteld hebben.
 Een ander belangrijk effect duikt op wanneer de lijn uitgerold wordt en opgehangen en de lln ze van op afstand kunnen bekijken.  Dan vallen namelijk de “gaten” in onze kennis op, dan wordt ook duidelijk dat een heel slimme mens alleen maar een grotere tijdslijn in zijn hoofd heeft.
Echt iets bijleren is vanaf dan voor de leerlingen niet meer : kennis opstapelen, maar nieuwe dingen opzoeken, antwoorden op de persoonlijke vragen zoeken, verbanden leggen.   Er is vanaf dan niet meer alleen verruiming van het wereldbeeld van de leerlingen, maar ook verdieping.
 
Ook kunnen kleurpatronen herkend worden en vragen uitlokken, vb over de geschiedenis van Noord-Amerika, over de oecumenische tendensen in de verschillende godsdiensten, over de missioneringsijver van de katholieken enz….”
 
Jef Vekemans voegt er met nadruk nog aan toe: “ Je kunt de tijdslijn in LIA opnemen, Zolang je vermeldt dat het geen werk van mij alleen is, maar van een heleboel LEERLINGEN van het Koninklijk Atheneum in Keerbergen, is er NATUURLIJK geen probleem.
Zelf heb ik nog geprobeerd om de leerlingen hyperlinks te laten toevoegen achter de namen en gebeurtenissen, maar dat is niet gelukt. Ze beleefden dat als “bandwerk” en beperkten zich tot links in wikipedia. Dat was net niet de bedoeling.
Een probleem dat de leerlingen niet automatisch opmerken : de schaal van de tijdslijn wordt groter van links naar rechts. Dezelfde afstand, gemeten van links naar rechts, bestrijkt niet altijd hetzelfde aantal jaren/eeuwen aan de linkerkant en aan de rechterkant van de tijdsband.
Het is misschien nuttig om zelf de tijdslijn eens af te drukken (in kleur, op kosten van je school) en uit te rollen voor de ogen van de leerlingen. Dan kunnen de leerlingenreacties vergeleken worden en eventueel de vormgeving enzovoort aangepast.
Een tijdslijn die opgehangen aan de muur aangetroffen wordt, trekt lang niet zo veel aandacht.
Jefs tijdslijn in Excel is te downloaden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/download/tijdslijn.xls
Ervaringen met deze tijdlijn zijn uiteraard van harte welkom. En heel veel dank aan collega Jef Vekemans.

Minder kopzorgen met Dropbox

Wie heeft het volgende nooit meegemaakt?
– Je hebt een bestand op je computer gemaakt voor de volgende les, maar vergeten het mee te nemen;
– Je hebt een bestand op je computer gewijzigd, maar vergeten het op je usb-stick te zetten, dus werk je nog met het ongewijzigde exemplaar;
– Je hebt een bestand nodig op je usb stick, maar die is zo klein dat je hem thuis hebt laten liggen;
– Je hebt op een schoolcomputer in een tussenuur een worddocument gemaakt, je werd door een collega gestoord met een uiteraard belangrijke vraag en een dag later weet je niet meer op welke computer het bestand is opgeslagen.

Als deze en soortgelijke ervaringen je onbekend zijn, hoef je eigenlijk niet verder te lezen, want dan heb je verder niks nodig. Maar het kan ook zijn, dat je in je sectie elkaar wilt helpen met uitgewerkte werkvormen, toetsen, extra materialen en die voortdurend naar elkaar mailt. Of je werkt samen met enkele andere collega’s in den lande en hebt beloofd relevant materiaal aan elkaar ter beschikking te stellen.

Dan is het misschien toch aardig om eens naar Drop Box te kijken.
Dropbox bestaat uit twee onderdelen: een programma dat je moet downloaden en een account op de dropboxservers. Ik heb twee computers thuis en een computer op school. Ik maak een dropbox account aan via internet. Ik download het programma op iedere computer die ik ervoor wil gebruiken en stel de daarmee gemaakte dropboxmap in op de dropbox account. Elke keer dat ik een bestand in een van de dropboxmappen plaats of een bestand naar de dropbox account op internet upload, zie ik het bestand zowel op de door mij gekozen computers als op het internet verschijnen.

Bestanden die ik voor school nodig heb, plaats ik in een dropboxmap. Zodra er toegang tot internet is, synchroniseert Dropbox de bestanden op de verschillende computers. Valt een computer tijdelijk uit, dan kan ik aan bestanden op de andere computer werken. Ben ik op school of elders, waar een internetverbinding is, dan kan ik via de dropbox account mijn dierbare bestanden openen en de leerlingen ermee lastig vallen.

Als ik met anderen samenwerk of anderen wil laten delen in mijn bestanden, dan kan ik via de share functie op internet mappen openzetten, niet voor de hele wereld, maar voor mensen die een e-mailbericht ontvangen hebben, dat mijn map over ‘levensbeschouwing’ met hen gedeeld wordt. Zij hebben dan via de hen toegezonden link toegang tot de gedeelde bestanden, die ze kunnen openen, wijzigen en verwijderen. Als eigenaar van de account kan ik te allen tijde de uitnodiging voor de gedeelde bestanden intrekken.

Mensen die in een sectie of werkverband samenwerken en bestanden willen delen, zouden een aparte Dropbox account kunnen openen, waar alleen de relevante bestanden in staan en via het downloaden van het Dropbox programma, dat verwijst naar de account heeft iedereen dezelfde mogelijkheden. Is het verband niet meer nodig, dan kan de dropbox account ook opgeheven worden.

Dropbox is gratis tot 2 gigabite. Wie meer wil aan ruimte of extra mogelijkheden, moet gaan betalen. Wie een account wil openen, dan dat via de volgende link.

Werken met een digitale tijdlijn

Docenten houden er vaak van zaken in een chronologische volgorde te zetten. Dat kun je doen met jaartallen, met gebeurtenissen, met biografische gegevens en zo meer.

Docenten laten die tijdlijn vaak door leerlingen maken. Dat gebeurt dan met papier en potlood of pen; het gebeurt soms op de computer en nu kan het ook voor niets op het internet.
Op de webstek Preceden kun je mooie en duidelijke tijdslijnen maken.

Je schrijft je in en kunt aan de slag. De tijdlijn die je maakt, kan allerlei gebeurtenissen bevatten, bijvoorbeeld een biografie. Bij het invullen van de gebeurtenis kun je de nodige extra informatie meegeven, die getoond wordt als je met de cursor over de gebeurtenis gaat. Een docent kan daarmee leerlingen verplichten meer informatie te geven dan een datum en een gebeurtenis, maar ook een kort verslag, de belangrijkste hoofdpersonen e.d.

Om de zaak niet te ingewikkeld te maken kun je lagen toepassen. Bij een biografie bijvoorbeeld: een laag voor de relaties, woonplaatsen, schoolleven, hobbies in de loop der jaren, etc.
In het onderwijs zou je leerlingen enkele tijdlijnen naast elkaar kunnen laten maken, bijvoorbeeld gebeurtenissen in de geschiedenis van jodendom, christendom en islam naast elkaar.

In eerste instantie zijn de tijdlijnen privé, maar ze kunnen ook publiek gemaakt worden of beperkt worden met een wachtwoord, dat aan een bepaalde groep mensen is meegedeeld.

Wie ermee gaat werken en zijn tijdlijnen publiek maakt, vraag ik vriendelijk die door te geven, zodat we collegae ook levensbeschouwelijke tijdlijnen kunnen laten zien.

Je vindt de webstek hier.

TDG4- een les over autonomie en heteronomie

Te Denken Geven 4, hoofdstuk 2 “De kaders van mijn levensbeschouwing houdt zich bezig met de vijf kaderbegrippen die we gedefinieerd hebben: autonomie, heteronomie, waarde, waarheid en waardigheid.

Het is altijd interessant om te zien hoe een stagiaire die voorheen niet met het materiaal gewerkt heeft ermee omgaat. Stagiaire Karlijn Snoeck van de Universiteit voor Humanistiek heeft een poging gedaan om de wat abstracte begrippen dichter bij de leerlingen te brengen.
Mijn eigen opzet was:
1. de globale defintie van autonomie en heteronomie bespreken.
2. de verschillen tussen beide begrippen toespitsen door de leerlingen kenmerkende criteria van beide begrippen met eigen woorden te laten uitleggen.
3. de leerlingen een standpunt in laten nemen ten aanzien van de vraag of zij zelf autonoom dan wel heteronoom of beide zijn aan de hand van een negental discussiepunten.

Karlijn heeft er de volgende opzet van gemaakt:
Na bespreking van de twee begrippen laat ze het volgende youtubefilmpje zien:

De autonome robot

De vraag erbij: wat kun je over deze autonomie robot zeggen?
[Uit de antwoorden komt meestal duidelijk naar voren dat de term áutonoom’ die in het boek gehanteerd wordt duidelijk niet op deze robot van toepassing is. Hij kan zich bewegen op basis van door anderen geprogrammeerde elementen. De robot is juist een voorbeeld van heteronomie]

Daarna volgt het weede youtubefilmpje:

Pink, Stupid Girl

De clip van Pink wordt eerst getoond, daarna wordt de tekst geprojecteerd op het scherm en de leerlingen krijgen de vraag voorgelegd: Wat zegt deze clip over autonomie en heteronomie? Uit welke teksten en beelden blijken de twee begrippen? Hoe staat Pink in de discussie over autonoom en heteronoom?

of als de vorige niet werkt – het lied met de tekst in beeld:

Twee mooie filmpjes om de aandacht van de leerlingen te vangen voor enkele moeilijke begrippen binnen het vak levensbeschouwing.
Tekst Stupid Girl:

Stupid girl, stupid girls, stupid girls
Maybe if I act like that, that guy will call me back
Porno Paparazzi girl, I don’t wanna be a stupid girl

Go to Fred Segal, you’ll find them there
Laughing loud so all the little people stare
Looking for a daddy to pay for the champagne
(Drop a name)
What happened to the dreams of a girl president
She’s dancing in the video next to 50 Cent
They travel in packs of two or three
With their itsy bitsy doggies and their teeny-weeny tees
Where, oh where, have the smart people gone?
Oh where, oh where could they be?

Maybe if I act like that, that guy will call me back
Porno Paparazzi girl, I don’t wanna be a stupid girl
Baby if I act like that, flipping my blond hair back
Push up my bra like that, I don’t wanna be a stupid girl

(Break it down now)
Disease’s growing, it’s epidemic
I’m scared that there ain’t a cure
The world believes it and I’m going crazy
I cannot take any more
I’m so glad that I’ll never fit in
That will never be me
Outcasts and girls with ambition
That’s what I wanna see
Disasters all around
World despaired
Their only concern
Will they **** up my hair

Maybe if I act like that, that guy will call me back
Porno Paparazzi girl, I don’t wanna be a stupid girl
Baby if I act like that, flipping my blond hair back
Push up my bra like that, I don’t wanna be a stupid girl

[Interlude]
Oh my god you guys, I totally had more than 300 calories
That was so not sexy, no
Good one, can I borrow that?
[Vomits]
I WILL BE SKINNY

(Do ya thing, do ya thing, do ya thing)
(I like this, like this, like this)
Pretty will you **** me girl, silly as a lucky girl
Pull my head and suck it girl, stupid girl!
Pretty would you **** me girl, silly as a lucky girl
Pull my head and suck it girl, stupid girl!

Baby if I act like that, flipping my blond hair back
Push up my bra like that, stupid girl!

Maybe if I act like that, that guy will call me back
Porno Paparazzi girl, I don’t wanna be a stupid girl
Baby if I act like that, flipping my blond hair back
Push up my bra like that, I don’t wanna be a stupid girl

Een eigen startpagina met YURLS

Yurls.net is een gratis service waarmee je favoriete websites, YouTube video’s en feeds kunt verzamelen en ordenen op een eigen startpagina. Met Yurls.net zijn al je favoriete websites en nieuwsfeeds overal ter wereld voor j bereikbaar. Yurls kun je het best vergelijken met startpagina.nl, waar op een pagina allerlei websites over een bepaald onderwerp bijeengezet worden. In het geval van Yurls ben je vooral bezig met zaken die voor het onderwijs handig en belangrijk zijn.
Ga naar http://www.yurls.net

en verken de verschillende mogelijkheden.

Een eigen account aanmaken
Klik op ‘Create your free account!’ en maak uw eigen account aan door uw e-mailadres, een wachtwoord en een naam in te vullen. Hierna krijgt u een e-mail toegezonden. Klik op de url in deze e-mail. U kunt inloggen door uw e-mailadres en wachtwoord in te vullen. Klik daarna op Go.

ICT en school
De eerste reden om anderen op yurls opmerkzaam temaken is de volgende pagina:
http://bekijkhetmaar.yurls.net/
Het is de Yurlspagina van André Manssen van Computers in de klas. Op zijn pagina vind je een hele reeks verwijzingen naar manieren van gebruik van allerlei web- en softwareprogramma’s. Wie bijvoorbeeld het gevoel heeft door leerlingen voorbijgestreefd te zijn in het werken met Powerpoint, vindt op deze pagina een hele reeks links naar handleidingen voor dit programma. Voor de beginnende, maar ook voor de gevorderde ict-ende levensbeschouwer is er heel veel moois te zien en te leren

Voor de leerlingen
Als je rondstruint op de yurlspagina’s kom je vooral pagina’s tegen die voor de basisschool interessant materiaal bevatten. Maar het is niet gezegd dat we in het middelbaar onderwijs niet kunnen leren van wat onze collegae in het primair onderwijs doen. Er zijn enkele mogelijkheden te zien, die ook in het voortgezet onderwijs leuke dingen kunnen opleveren.

Neem bijvoorbeeld een kijkje op http://webpad-zintuigen.yurls.net/, waar een aantal opdrachten gekoppeld aan webstekken, zowel tekst als video, achter elkaar gezet zijn. Het lijkt me goed mogelijk zo’n webpad op te zetten voor onderwerpen die in de lessen levensbeschouwing aan bod komen. Het lijkt op een bepaalde manier op wat we elders een webquest noemen, maar het voordeel hierbij is dat opdrachten en te bezoeken websteks overzichtelijk gegroepeerd staan. Door van een opdracht een yurlpagina te maken is het ook erg gemakkelijk later een controle uit te voeren op zogenaamde dode links via

http://nlsubmit.nl/linkchecker.

Wie in het verleden weleens gewerkt heeft met webquests e.d., kan zich na een jaar al ergeren aan het feit dat nogal wat eerst springlevende links ineens verdwenen blijken te zijn, waardoor het moeilijk wordt de opdracht van zo’n webquest nog goed te maken. Met de linkchecker is snel te zien welke links dood zijn en die vervolgens te verwijderen. Het tweede voordeel van het yurlmodel is dat de docent zelf meester is over de pagina en daar zelfstandig wijzigingen in aan kan brengen zonder op anderen te hoeven wachten. Derde voordeel is dat de docent op het moment zelf dat zhij een interessante link qua tekst of beeld gevonden heeft die kan opnemen in zijn yurlspagina.

Weetjespagina’s
Een tweede manier om te werken met de yurlspagina’s kun je zien op

http://weetje-willibrord.yurls.net/.

Hier is een aantal links met weetjes over Willibrord en zijn leven samengebracht. Het zijn uiteraard links die de docent zelf gekozen heeft en ook gecontroleerd. Dat betekent voor de leerling dat zhij zich geen zorgen hoeft te maken over de kwaliteit van de informatie die op deze pagina verzameld is. Zhij kan zich rustig bezighouden met het vergaren van informatie met het oog op een presentatie of een werkstuk. Het controleren van betrouwbare informatie is ook in het voortgezet onderwijs belangrijk, maar is een andere competentie dan het maken van een goede inhoudelijke presentatie. Voor het eerste is een andere yurlpagina te maken, zodat de leerling zicht krijgt op de zaken die bij het controleren van data belangrijk zijn.

Meervoudige intelligentie
Een belangwekkende yurlpagina is http://webje.yurls.net/. Het is de pagina van Jack Nowee, een bevlogen docent, die in zijn lessen uitgaat van de meervoudige intelligenties zoals die door Howard Garner ontwikkeld zijn. In zijn pagina’s probeert Nowee de verschillende intelligenties aan te boren zodat leerlingen vanuit hun eigen specifieke intelligentie zich verder kunnen ontwikkelen. Het loont de moeite daar even rond te kijken en je te bezinnen op de mogelijkheden die het ons biedt om kinderen op meer dan een manier aan het werk en denken te krijgen. Ik ben er met name gecharmeerd van, omdat we zelf in onze onderbouwmaterialen proberen de leerlingen visueel, auditief en tactiel te raken. Dat gebeurt door middel van het gelaagde leerplan, dat we uit de VS van Kathy Nunly overgenomen hebben.

Om te kijken hoe snel en gemakkelijk een en ander is, heb ik de proef op de som genomen en een pagina aangemaakt. Het resultaat is te vinden op http://levensbeschouwing.yurls.net en ik heb meteen enkele ervaringsgegevens op die pagina gezet.

Samen aan de slag?
YURLS is weer zo’n uitstekende mogelijkheid om de kwaliteit van je onderwijs te verbeteren. Door er goed mee te werken zal het ook tijds- en arbeidsbesparend kunnen werken. Dat geldt voor de individuele docent die eenmaal iets gemaakt heeft er vervolgens meerdere jaren mee kan werken. Hij kan het bij de tijd houden door regelmatig de links te controleren en nieuw gevonden materiaal erbij te plaatsen.

Het zou nog beter werken als mensen die met hetzelfde materiaal bezig zijn ook elkaar konden vinden om voor en met elkaar een aantal yurlspagina’s te maken. Het werk kan zo verdeeld worden en aan het eind van het jaar weten we dat voor volgend jaar een aantal mooie dingen voor de leerlingen klaar hebben staan.

Ik weet dat het een stokpaardje van me is: dat dat gebeurt geloof ik voor geen meter. In het verleden niet behaalde resultaten doen het ergste vrezen voor de toekomst. Het is het cynisme van de oude garde, zullen velen zeggen. Ik hoop dat het waar is.

Een idee zou mogelijk zijn om het bestuur van de VDLG of andere levensbeschouwelijke organisaties te vragen gelden ter beschikking te stellen om enkele mensen in opdracht een aantal yurlspagina’s te laten maken, waar dan de leden van die vereniging hun voordeel mee kunnen doen. Het is het voorstellen waard op de jaarvergadering van 23 januari 2009!

Werken met Thirteen

In ons Te Denken Geven 3 hebben een aantal hoofdstukken ingeruimd voor ethiek en een ethische analyse. Om de leerlingen extra te motiveren hebben we een film uit hun leefwereld gekozen, die aan de hand van drie verschillende opdrachten in zijn geheel gezien wordt. De film is ‘Thirteen’ en we hebben ons onder andere door opmerkingen als de volgende laten leiden:

“Een tienerfilm op zich kan al niet veel zijn. Een tienerfilm die Thirteen heet is ronduit bespottelijk. Maar een tienerfilm die Thirteen heet en ook nog eens is geschreven door een tiener, dat gaat mijn net uitgetienerde hoofd echt een beetje te ver. Dacht ik.

Neem een school met heel veel stoere negers, een paar nerds en een tros hotte chicks. Voeg een overdosis drama toe. Ga vervolgens met de camera in een kruiwagen zitten en laat die door een dronkelap heen en weer duwen. Dan heb je Thirteen. Een niet al te sterk verhaal over een meisje dat graag bij het populairste meisje van de school wil horen. Dat lukt en samen doen ze alles wat niet mag. Tot het uit hand loopt. Een verhaal van thirteen in een dozijn. Geen opbouw, geen spanningsbogen. Niets vernieuwends eigenlijk.

Hoe kan het dan dat je af en toe toch bijna in huilen uitbarst? Dat je een continue spanning in je lichaam voelt? Dat je meeleeft zoals je nog nooit mee hebt geleefd. Dat komt omdat het echt is. Op de een of andere manier hebben ze dit slappe verhaal geloofwaardig weten te maken. Het spel is geen spel meer. De hoofdrolspeelsters worden je vriendinnen, de moeder wordt je eigen moeder. Het is zo ontzettend goed geacteerd, je wordt er bang van. De scène waarin moeder en dochter huilend op de keukenvloer zitten is hartverscheurend. Misschien duurt hij wel vijf minuten. Je gelooft het. Het is naar, echt naar. Ga kijken. Ga gewoon kijken. Soms is tienerleed best heel mooi.”
ontleend aan http://www.spunk.nl/article/article.php?id=1078487790484

Het verhaal
“Thirteen vertelt het verhaal van Tracy. Ze begint de film als een veelbelovende leerlinge die nog met knuffels en Barbie-poppen speelt. Wanneer ze voet zet in de middelbare school, waar de seksuele spanning te snijden is, raakt ze onder de indruk van zelfzekere en hippe Evie Zamora, die bekend staat als ‘de coolste meid van de school’. Evie is enorm populair, superknap en snobistisch. Ze is alles wat Tracy plotseling wil en moet zijn. Eerst is er geen hoop dat Tracy ooit zou aanvaard worden in Evie’s selecte clubje. Ze heeft niet de juiste houding, niet de juiste vrienden en zeker niet de juiste look. Maar Tracy verandert stap voor stap in de ideale tiener. Ze leert alles over make-up, kleding, kapsels, hoe haar te gedragen… Zo ontcijfert ze de code van populariteit, wint ze Evie als haar levenslustige beste vriendin en begint ze zelfs de aandacht van jongens te trekken. Maar Tracy’s wens om vroegtijdig volwassen te worden, heeft ook zijn gevolgen. De goede band die ze heeft met haar hardwerkende moeder gaat verloren, ze begint te spijbelen en ondanks haar diepgaande haatgevoelens voor de ex-junkie waarmee haar moeder momenteel omgaat, begint ze zelf drugs te gebruiken. Een aangrijpend verhaal over een meisje, gevangen in een wervelwind van gevoelens. En ze is nog steeds slechts 13 jaar…”

Bron: http://www.cinebel.be/nl/film/10990-Thirteen.htm

Op de website van www.scholieren.com is een samenvatting te vinden, die als opdracht voor levensbeschouwing is gemaakt.

Een aantal levensbeschouwelijke en ethische vragen die aan bod komen worden in de samenvatting genoemd:

* Waarom wil ik met de coolste meiden omgaan?
* Waarom verleg ik mijn eigen grenzen om bij de meiden te horen. Zelfs stelen?
* Wat heb ik voor erkenning over?
* Waarom en wat doe ik mijn moeder aan?
* Waarom doe ik de dingen die ik de vriend van mijn moeder zelf verwijt?
* Wat bezielt Evie om anderen kapot te willen maken?
* Wie ben ik nu eigenlijk?
* Hoe moeten jongens en meisjes met elkaar omgaan?
* Wat betekent ouderliefde?
* Tracy’s oude vriendin staat voor haar klaar ook al heeft ze haar laten vallen. Moet je dat accepteren? Is het niet naief?
* Moet je als ouder onvoorwaardelijk je kind liefhebben?
* Kun je het gedrag van je kind afwijzen en toch van haar houden?
* Hoe geloofwaardig is het einde?

Uitwerking van de werkvorm
Het eerste gedeelte tot en met de scène waarin Tracy de portefeuille van een bellende vrouw steelt en met Evie en haar vriendinnen aan de koop slaat gebruiken we om de leerlingen een aantal ethische vragen te laten formuleren. Zo wordt het verschijnsel ethische vraag snel onderscheiden van de levensbeschouwelijke vraag.

Vervolgens gebruiken we het middenstuk van de film om aan de hand van Tracy, Evie en Mel erachter te komen hoe de drie met waarden, normen en geweten omgaan. We vragen de leerlingen de waarden van de drie hoofdpersonen die ze zijn tegengekomen te noteren. vervolgens de normen die uit de waarden voortvloeien en zichtbaar zijn in het gedrag van ieder. En tenslotte vragen we of ze ergens iets merken van het geweten van de drie vrouwen.

Als verderop het begrip ‘ethische analyse’ duidelijk gemaakt is en de leerlingen weten welke stappen daarbij gedaan moeten worden, laten we de rest van de film zien, vragen de leerlingen een duidelijke ethische vraag te formuleren en die via het model van de ethische analyste te beantwoorden. Ze maken dan gebruik van het materiaal dat ze in de film gezien hebben. Voordeel is dat iedere leerling dezelfde informatie heeft en dus ook iedereen evenveel weet over de film en de hoofdpersonen. Dat maakt het gesprek over de ethische analyse een stuk gemakkelijker dan wanneer een leerling een andere ethische vraag neemt, daarover informatie verzamelt en zhij ineens de deskundige in de klas blijkt te zijn.

De leerlingen zijn uiteraard nieuwsgierig naar het vervolg van de film na de eerste vertioning, wat enige motivatie oplevert om zo snel mogelijk te werken om het vervolg ook snel te kunnen zien.