Categoriearchief: werken met…

Werken met een wiki

Een wiki is een webpagina, die gezien en bewerkt wordt via een webbrowser met internettoegang. Er zijn voorzieningen om lezers of redacteuren te weren of toe te laten. Het woord betekent ‘snel’ in de Hawaiaanse taal.

Karakteristiek voor een wiki is, dat het een medium is dat uitermate geschikt is voor samenwerken. Het is een toegankelijk medium, zowel om te communiceren als om snel te redigeren. Daarnaast is het een platform dat onderdak kan bieden aan verschillende andere bestandstypen, zoals video, podcasts en pdf-bestanden.

Pbworks en zijn mogelijkheden
Natuurlijk is er een zee van wiki-mogelijkheden te vinden. Ik heb naar volle tevredenheid al enkele jaren gebruik gemaakt van Pbworks . Wie als docent of leerling iets wil doen met een wiki, kan bij deze maatschappij binnen een minuut zijn eigen wiki maken die bovendien nog gratis is ook.

De lezer moet het me niet euvel duiden dat ik me tot Pbworks beperk. Anderen hebben mogelijk eigen ervaringen met andere wiki-mogelijkheden, maar je kunt niet alles uitproberen. Mochten er collega’s zijn die hun ervaringen met andere wiki’s willen delen, dan kan op een gelinkte pagina hun artikel meteen geplaatst worden! Op een gegeven moment maak je een keuze en exploreer je de mogelijkheden ervan, totdat zich zodanige beperkingen aandienen dat een verhuizing naar een andere wiki noodzakelijk is.

Wie meer wil en tegen de grenzen van de gratis wiki aanloopt – en dan moet je wel heel veel ermee gedaan hebben – kan tegen een meerprijs uitgebreidere mogelijkheden aanschaffen.

Het gebruikersgemak is erg groot. Door middel van plugins kunnen er allerlei extra mogelijheden toegevoegd worden. Een niet uitputtend lijstje:

* een kalender
* een spreadsheet
* htlm
* recente veranderingen
* recente bezoekers
* aantal bezoekers
* chatroom
* diaserie
* een video opladen
* een youtube video plaatsen
* voetnoten

Nieuwe zaken worden voortdurend toegevoegd.

Erg handig is de mogelijkheid om pagina’s te sluiten, zodat er geen veranderingen in aangebracht kunnen worden. De andere mogelijkheid om pagina’s te verbergen kan ook goed bruikbaar zijn. In de nieuwste versie van PBworks is er de mogelijkheid om per pagina toegangsprivileges toe te kennen, iets wat de eerste versie niet had. Daarin moest je met een algemeen wachtwoord werken om anderen de kans te geven de stof te redigeren.

Wat heb ik er tot nu toe mee gedaan?

In LIA 102 heb ik al eens aangegeven wat ik gedaan heb met een havo 5 klas waarmee ik een leerarrangement over de dood had afgesproken.

Daarnaast heb ik de volgende ideeën uitgeprobeerd:

* Voor de derde klassen die een project over het fascisme kregen, heb ik een overzichtsartikel geschreven, waarin de belangrijkste elementen uit het fascisme naar voren kwamen. Van een aantal trefwoorden heb ik een link gemaakt. Deze woorden heb ik onder de leerlingen uitgedeeld om er een achtergrondverhaal over te maken. Zij maakten een eigen pagina achter de link en werkten het trefwoord uit. Op deze manier kan een klassikaal product gemaakt worden. Met het product kan vervolgens op verschillende manieren gewerkt worden.
* Omdat ik de pest heb aan inactieve leerlingen zoek ik allerlei mogelijkheden uit de kast om hen actief aan het werk te zetten. Dat betekende in de praktijk dat ik iedere leerling in de vierde klas, waarin ik met het thema kwaad aan de slag ga een wiki-pagina geef. De bedoeling is dat ze na iedere les een aantal opmerkingen maken over de zaken die ze in de les over het kwaad gehoord, gelezen of gezien hebben. In mijn uitwerking van de werktijd die de leerling aan levensbeschouwing moet besteden koppel ik 20 minuten aan de 70 minuten contacttijd om de opmerkingen op de wikipagina te zetten. Voor de leerlingen – want ze zijn er altijd – die de discipline niet kunnen opbrengen om regelmatig hun reflecties neer te schrijven, is er dan het alternatief om twee extra levensbeschouwelijke vragen aan de reeds voorgeschreven twee toe te voegen. Als eis stel ik ook, dat in de bespreking van de levensbeschouwelijke vragen zowel de besproken teksten als pmerkingen uit de wiki-pagina’s terug moeten komen. Bijkomend voordeel is ook dat de leerlingen elkaars opmeringen kunnen lezen en er ook op kunnen reageren. Tot nu toe is van die mogelijkheid niet veel gebruik gemaakt.

* Het model van de eigen wiki-pagina heb ik ook gebruikt in de vijfde klas voor het thema ‘dood’ en ‘relaties’.

* In mijn eigen klas, A3b, waar ik klassenleraar van ben, heb ik iedere leerling een wiki-pagina gegeven, waarop ik een aantal vragen geformuleerd had over de manieren waarop de leerlingen leren. Doordat ieder zijn eigen ideeën op de pagina zette, kon ik vervolgens in latere studielessen erop terugkomen, zodat leerlingen elkaars manieren kritisch onder de loep konden nemen, maar ook manieren die werkten over konden nemen. Gezien het tijdgebrek in de derde heb ik maar enkele malen naar kunnen verwijzen, maar het moet mogelijk zijn de leerlingen op deze manier beter te laten nadenken over de manieren waarop leerlingen leren en wat de beste manieren zijn.

* Na terugkeer uit Italië van de uitwisseling heb ik de lijst van onderwerpen waarover de leerlingen een presentatie moeten maken voor het eind van het schooljaar op een wikipagina gezet. De aan het onderwerp gelinkte pagina bevat de namen van de leerlingen die deze presentatie voorbereiden, gevolgd door ruimte voor afspraken en ideeën. De bedoeling is dat de Nederlandse en later ook de Engelse tekst van de presentatie op de wiki-pagina verschijnt zodat de docent te allen tijde een overzicht heeft, correcties kan maken, tips kan geven en tenslotte ook het signaal kan geven, dat deze tekst een goede basis is om een serieuze presentatie in elkaar te steken. Idealiter kunnen de leerlingen ook elkaar helpen door elkaars pagina af en toe te bekijken en daar commentaar op te geven.

* Sinds iedere klas de beschikking heeft over een beamer en computer is het een fluitje van een cent om aan het begin van de les een wiki-pagina te laten zien en de leerlingen daar commentaar op te laten leveren. Deze werkwijze heb ik gebruikt toen leerlingen in de tweede de opdracht kregen een onderzoeksvraag uit te werken over de mensen van het boek. De leerlingen kregen de opdracht per week een onderdeel van de onderzoeksvraag uit te werken en die op hun wikipagina te zetten. Lukraak koos ik dan enkele teksten uit om door de andere leerlingen te laten becommentariëren. Toen alle onderdelen klaar moesten zijn, heb ik als huiswerkopdracht iedere leerling naar de pagina’s van twee medeleerlingen laten kijken met als aandachtspunten: is de tekst helder en duidelijk? Staan er woorden in die we nooit zouden gebruiken of die niet uitgelegd worden? Is de informatie volledig of blijven er nog vragen over? Op deze manier zagen leerlingen waaraan ze moesten voldoen om een goed onderzoeksverslag te schrijven en konden ze met de opmerkingen van anderen een betere tekst maken voordat die door de docent beoordeeld zou worden.

Enkele hulpmiddelen

Wie zelf verder wil kijken en eventueel nog andere mogelijkheden in ogenschouw wil nemen, kan met de volgende links een eind verder komen:

How to use a wiki in the Classroom: http://wikitlc.pbwiki.com/

Ideeën om een wiki te gebruiken: http://yummy.pbwiki.com/Ideas+for+using+PBwiki

Wie geholpen wil worden om sneller wegwijs te worden in het werken met een wiki: http://educators.pbwiki.com/How+To

RSS feeds
Pbwiki kent ook de mogelijkheid om RSS-feeds door te geven. De docent, maar ook anderen, bijvoorbeeld de leerlingen kunnen zich op RSS-feeds abonneren zodat ze de laatste gegevens binnen krijgen. Onder aan de pagina vind je een link getiteld ‘RSS feed’; door hierop te klikken krijg je de url voor de feed. Deze url plak je dan in je RSS-verzamelende programma, dat of een onderdeel is van je webbrowser of een apart programma is, dat speciaal hiervoor gemaakt is.

De docent ziet zo meteen alle wijzigingen die aangebracht zijn op de verschillende pagina’s.

Werken met bndestem.nl

Regionaal dagblad in Zuid-West Nederland ‘BN-De Stem’ heeft een aantrekkelijk initiatief genomen. Op de website http://www.bndestemopschool.nl bieden ze een hoop informatie over de krant zelf en het maken ervan. Er is echter ook een afdeling, waar de leerlingen een krant zelf kunnen maken. Dat wil zeggen, een pagina waarbij de titel van de krant zichtbaar blijft en niet veranderd kan worden. En er is een tweede pagina mogelijk, die niet de dominante kop heeft, maar andere mogelijkheden.

Alle teksten en illustraties zijn klikbaar en daarmee ook te veranderen. Dat biedt mogelijkheden voor docenten die hun leerlingen binnen het format van een krantenpagina iets willen laten doen.

De pagina’s zijn te bewaren en worden als pdf-bestanden opgeslagen. Wie beschikt over een programma dat losse pdf-bestanden achter elkaar kan plaatsen in een document, zoals Acrobat [niet de Reader] kan daarmee leerlingen een leuk boekje laten maken, voorzien van attractieve koppen en eigen illustraties.

Er is een handleiding op de site beschikbaar.

Enkele mogelijkheden die ik zelf zie binnen mijn werkzaamheden:

Mijn mentorleerlingen van A3b maken ieder een eigen pagina over hun profielkeuze, favoriete beroepen, interviews met mensen die een bepaald beroep uitoefenen.

De leerlingen die met de uitwisseling met Italië meedoen, krijgen als opdracht tijdens de uitwisselingsweek samen met hun Italiaanse partner een pagina of twee te vullen over een beknopt onderwerp, het verslag van een bepaalde dag, achtergrondinformatie over Nederland, etc. Het is ook mogelijk de Nederlandse leerlingen informatieve pagina’s te laten maken voordat de Italianen in Nederland arriveren. Dan kan het ‘boekje’ van tevoren naar de gasten gemaild worden, zodat ze al over de nodige informatie beschikken. Is er vrijheid van werken, dan kunnen de krantenpagina’s afgewisseld worden met andere informatieve stukken.

Leerlingen in de brugklas die na moeten denken over de manieren waarop ze met media en internet bezig zijn, kunnen met zijn tweeën een pagina maken, waarin ze informatie geven over de mogelijkheden en gevaren die ze zien, en uitleggen of en hoe de nieuwe media hen levensbeschouwelijk vormen.

Leerlingen die een werkstukje moeten maken over een onderdeel van ‘de mensen van het boek’ kunnen op de twee pagina’s uileggen bijvoorbeeld hoe joden, christenen en moslims het huwelijk zien en vormgeven aangevuld met hun eigen ideeën over trouwen en relaties.

En dan kom ik nog maar net op gang!
[LIa 106] 31-5-2009

Bespreken van een collage

Op onze school willen we werken met een portfolio dat uitwerkingen bevat van klas 1 tot en met 5. We hopen daarmee de leerling zoveel materiaal te laten verzamelen, dat zhij aan het eind in staat is om over de ontwikkeling van die vijf cruciale jaren te reflecteren. Aan het begin van elk schooljaar in de onderbouw vragen we de leerling een collage onder de titel ‘Wie ben ik?’ te maken. Het is een ontspannen opdracht die de leerlingen met veel plezier maken.

Ze krijgen er een les voor, bij ons een lesblok van 70 minuten. De collages leveren de leerlingen aan het eind van de les in en de docent bewaart ze tot de volgende les. De tweede les bespreken we de collages op de volgende manier.

Iedere leerling legt zijn collage voor zich op zijn tafeltje. Naast de collage legt zhij een leeg vel. Vervolgens laten we de leerlingen een tocht door de klas maken tot ze weer bij hun eigen collage uit komen. Bij ieder collage gaan ze rustig zitten en bekijken de collage aandachtig. Ze schrijven hun naam op het vel naast de collage en noteren er een vraag op. Liefst een levensbeschouwelijke, maar daar hebben diverse leerlingen in de onderbouw nog best moeite mee. Op deze manier krijgt iedere leerling een vette 25 vragen van zijn medeleerlingen toegespeeld. Vervolgens is het de bedoeling dat zhij er vijf vragen uitkiest, waarover zhij best het een en ander weet te vertellen. De vragen die ze kiezen moet wel een levensbeschouwelijke of ethische lading hebben.

Ik laat de leerlingen zo door de klas gaan dat ze automatisch weer op hun eigen plaats terugkeren. Bij gebrek aan een plaatje kan mogelijk de volgende uitleg helpen. De leerling links achter in de klas – vanuit de docent gezien – komt naar voren via de linkerkant, draait aan het eind van de rij rechts weer terug naar achteren en steekt vanuit de voorlaatste stoel in rij 1 over naar de voorlaatste plaats in rij 2. Het doorlopen van de stoelen in rij 2, eerst de linkse, dan de rechtse kant, gebeurt zoals in rij 1. Bij de voorlaatste rechtse stoel steekt de leerling over naar rij 3, opnieuw de voorlaatste stoel links en maakt ook nu de rit naar voren, gaat de bocht om en huppelt over de rechterzijde naar achteren. Op de laatste rij aangekomen verwerkt hij de collages die op de laatste rij tegen de muur aan liggen en komt zo weer terug bij zijn plaats links achteraan.

Opvallend is dat het geluidsniveau aanmerkelijk lager ligt dan wanneer ik – zoals andere jaren in een groter lokaal – de collages overal liet opplakken en de leerlingen een rondje door de klas maakten en zo ook alle collages te zien kregen. Het is gewoon stil in de klas op het moment dat iedereen zich concentreert op de collage. En als het zo stil is, durven de grote monders ineens ook veel minder.

Wat we van de leerlingen vragen is een worddocument, waarin terug te vinden zijn:
• een digitale foto van de collage [niet te zwaar formaat, anders vertraagt dat het zichtbaar worden]
• de lijst met vragen van de medeleerlingen met namen erbij;
• de antwoorden op de vijf gekozen vragen [een minimum van 5 regels per vraag]

Het totale worddocument moeten ze vervolgens opladen naar de ELO, waarna we een beoordeling kunnen geven.

In havo- en vwo-klassen vraag ik hen ook om de volgende vragen antwoord te geven:
• Mijn oordeel over het type vragen dat mij gesteld is [ bedoeld om de leerling na te laten denken over de soorten vragen die naar voren zijn gekomen en waarvan sommige vragen kantje boord zijn]

• De volgende vragen zijn belangrijk, maar die wil of kan ik niet beantwoorden. [Door zich te realiseren dat sommige vragen te vroeg of verkeerd zijn, kan de leerling op een later tijdstip tot de conclusie komen dat zhij over bepaalde vragen anders is gaan denken.]
[LIA 103]

Werken met RSS

Wat is RSS

Als je nadenkt over alle informatie die via het web toegankelijk is, dan valt op dat je veel van die soorten informatie kunt zien als lijsten. Denk bijvoorbeeld aan: zoekresultaten van een zoekmachine, nieuwskoppen, aangeboden goederen op een internetveiling, onderwerpen op een forum, etcetera.

Als internetter bezoek je waarschijnlijk dagelijks een aantal vaste websites die hun specifieke lijst publiceren. Vaak is er niets veranderd en verlaat je vervolgens de site weer. Dit wordt lastig als je dit met vele sites moet doen. Iedere keer de site laden, kijken of er iets nieuws is of kijken waar je ook al weer gebleven was. Het wordt al snel onoverzichtelijk en tijdrovend.

Met RSS kan je het je bezoekers een stuk makkelijker maken. Stel dat je een nieuw artikel hebt geschreven. Je kunt nu geïnteresseerden laten weten dat dit artikel verschenen is door de pagina als “item” op te nemen in het RSS bestand van je site. Mensen die je RSS feed bekijken met een RSS reader zien nu dat er wat nieuws is verschenen en kunnen met een druk op de knop het nieuwe artikel lezen. Hiervoor hoeven ze niet eens meer een browser te openen.

Een RSS feed kun je goed vergelijken met een nieuwsbrief. Het grote verschil is dat bezoekers geen e-mailadres hoeven op te geven om je RSS feed te lezen en dat hun RSS reader bepaalt hoe de informatie in de feed wordt weergegeven.

[bron: http://www.mijnhomepage.nl/rss/over-rss.php]