Categoriearchief: zelfdoding

Dood voor beginners

Deze informatie ontleen ik aan de webstek van www.reliwerk.nl:

Vanaf zondag 14 september zenden IKON en EO een achtdelige documentaireserie uit over de kunst van het sterven. Want of we nu willen of niet, dood gaan we allemaal. Maar wat weten we eigenlijk van sterven, afscheid nemen, rouwen en het leven na de dood? Zijn we er bang voor of verlangen we ernaar? En kunnen we het leren?

In een tijd waarin we ons hartstochtelijk vastklampen aan het leven, onder het motto: forever young is het adagium memento mori – gedenk te sterven – geen alledaagse levenswijsheid meer. We zijn als de dood voor de dood: carpe diem, pluk de dag. Maar als het onvermijdelijke einde daar is, hebben we dan nog rituelen om te rouwen? Lastige vragen en geen gemakkelijke antwoorden.

Sluit acht weken lang op rituele wijze de zondag af met Dood voor Beginners, uw survival kit op weg naar het einde, voor beginners & gevorderden.

Dood voor Beginners is te zien vanaf zondagavond 14 september om 23.45 uur op NPO 2.

Aflevering 1 – Ik ga niet dood (14 september)

Aflevering 2 – Als de dood

Aflevering 3 – De dood, de dokter en de anderen

Aflevering 4 – Uit het leven gestapt

Aflevering 5 – Het olifantenkerkhof

Aflevering 6 – Rituelen om te rouwen

Aflevering 7 – Aan gene zijde

Aflevering 8 – Memento Mori

Voor meer informatie: ikon.nl/doodvoorbeginners.

 

Zelfmoordcijfer stijgt opnieuw

In de 38 jaar van mijn werkzame leven heb ik in het mij bekende lesmateriaal geen expliciete aandacht gezien voor het feit, dat het leven voor veel mensen elk jaar weer zo zinloos lijkt te zijn dat ze een einde aan hun leven maken. Daarnaast doen vier keer zo veel mensen een poging een einde aan hun leven te maken.
Deze navrante uitkomst op de vraag ‘Is het leven voor mij zinvol’ is voor mij al vele jaren aanleiding geweest om het thema zin, onzin en zelfdoding in het curriculum op te nemen. En tot mijn ontzetting ben ik de enige gebleven, lijkt het wel. Terwijl allerlei onderzoek erop wijst, dat aandacht op een bepaalde manier positief werken kan op de zinloosheidsgevoelens van ook leerlingen, in ieder geval dat het niet aanzet tot het negatieve gedrag, zoals velen vermoeden en waarom zij er niets mee doen.
Bovenstaande opmerkingen moest ik even kwijt naar aanleiding van het volgende krantenbericht, afkomstig van het ANP:

“1647 mensen hebben vorig jaar een einde aan hun leven gemaakt. Het aantal zelfdodingen ligt daarmee 47 hoger dan in 2010, zo blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het zelfdodingscijfer is voor het vierde opeenvolgende jaar gestegen en was vorig jaar 9,9 per 100.000 mensen. Het aantal zelfmoorden is daarmee op het zelfde niveau als eind jaren ’90 en het begin van deze eeuw.

In verschillende andere landen is net als in Nederland het aantal zelfdodingen sinds 2008, het begin van de financiële crisis, toegenomen. Het CBS kan echter niets zeggen over een mogelijke samenhang.

Mannen plegen vaker zelfmoord dan vrouwen, zeven op de tien mensen die zelfmoord pleegt, is man. Bij zowel mannen als vrouwen die een einde aan zijn of haar leven maakt, is bijna de helft tussen de 40 en 60 jaar. In grotere steden ligt het aantal zelfdodingen ongeveer 30 procent hoger dan in kleinere gemeenten.

De meest gekozen manier om een einde aan het leven te maken is door ophanging. Alleen bij jongeren onder de 20 jaar is voor de trein springen de meest gekozen methode.”

De duiklok en de vlinder

Tijdens de eerste les over zin en onzin van het leven zochten we naar de grenzen van zin en onzin. Wanneer is het leven zinloos geworden, was een vraag van diverse leerlingen. Ze hadden zelf wel herkenbare voorbeelden, die mij iets te gemakkelijk gingen. Ik herinnerde me enkele jaren geleden de film Le scaphandre et le papillon, het verhaal van de hoofdredacteur van Elle, Jean-Dominique Bauby, die een hersenbloeding krijgt, in het ziekenhuis wakker wordt en ontdekt dat hij nog bij zijn volle verstand is maar alleen met zijn linkeroog kan knipperen. Bauby slaagt erin zijn zelfmedelijden opzij te zetten en besluit het boek te schrijven waarvoor hij al een contract met een uitgeverij had getekend voor het ongeluk. Alleen met zijn linkeroog knipperend lukt het hem het gehele boek te dicteren aan Claude, zijn hulp en secretaresse.

Om te laten zien hoe Bauby toch weer zin geeft, liet ik een fragment van de film zien, ongeveer 20 minuten, van minuut 20 tot 42 ongeveer. We zien daarin het volgende:
De logopediste Heriëtte heeft een alfabetkaart ontwikkeld, waarop de letters in volgorde van de mate van gebruik in het dagelijkse leven staan geordend. Ze leest de letters voor en als het de gewenste letter is, moet Bauby een keer knipperen: ja. Twee keer knipperen betekent nee.
Vervolgens krijgt hij gezoek van Pierre Roussin, een journalist aan wie Bauby zijn plaats in het vliegtuig afstond, waarna het gekapt werd en Roussin meer dan vier jaar in gijzeling heeft gezeten. Hij wist zijn menselijkheid te bewaren door elke dag de grote wijnmerken van Bordeaux te herhalen om zo niet in een zinloze hel te verzeilen. “Houd u vast aan de mens die u bent en u overleeft het.” wilde Roussin hem komen zeggen, ook al heeft Bauby nooit contact met hem opgenomen nadat zijn collega uit de gijzeling in Frank was teruggekeerd.

Een van zijn eerste gedicteerde zinnen aan Henriëtte is: “Ik wil dood”, wat de logopediste heel boos maakt, maar waarvoor ze zich later excuseert. Iets verderop in de film ziet hij beelden van kusten die in zee vallen en hem het leven als een reeks mislukkingen laten zien.
Als hij door die fase van zelfmedelijden heen is, zegt hij tot zichzelf: “Behalve mijn ogen heb ik mijn verbeelding en mijn geheugen nog.” Hij besluit dan het boek te schrijven waar hij al een contract voor heeft en hij gaat aan de slag.

Hoewel er in een film met een hoofdrolspeler die alleen met een oog kan knippen weinig actie zit, viel het me op dat het de leerlingen toch boeide en hen confronteerde met de grenzen van wat zij zelf onder zin verstaan. In de klassen waar zin voortdurend samenviel voor de leerlingen met geluk en genieten, kwam de beslissing van Bauby om niet meer dood te willen als een complete verrassing.
Een aanrader.

Aan de slag met zin en suïcide

In eerdere berichten heb ik gemeld dat het aanpakken van existentiële zaken als dood en zelfdoding niet bij iedere ouder goed valt. Een uitvoerige correspondentie tussen een ouder en de school, enkele gesprekken van de sectie met schoolleiding en counselors en een gesprek met twee mensen van de GGZ leidden ertoe dat de door de sectie ingeslagen weg als positief beschouwd kan worden.
Mijn laatste lesjaar — in feite half lesjaar — neem ik de 3 H5 klassen voor mijn rekening. Omdat existentiële zaken voor havo-leerlingen even belangrijk zijn als voor V5-leerlingen, moeten we de volgens ons te behandelen thema’s in een half jaar proppen. Dat betekende enig voorwerk voor dit jaar. Omdat ik besloten had de thematiek van suïcide toch aan de orde te stellen in vier lessen, kwam ik tot de volgende indeling:

1. Als de dood je beste vriend wordt.. inleiding
In ons inleidende hoofdstuk noemen we man en paard, geven aan dat het voor mensen een taboe kan zijn en benadrukken we dat voor ons als sectie/lesmakers ‘zelfdoding een permanente oplossing voor een tijdelijk probleem is”

2. Een eerste verkenning
We beginnen met denken over zin en zinloosheid. We zien vier modellen die we kort bespreken. Vervolgens hebben we een lijst met 24 uitspraken die ontleend zijn aan de statistische en wetenschappelijke literatuur over zelfdoding. We vragen de leerlingen op die gegevens te reageren. Tot slot laten we een stuk uit de film “Dead Poets Society” zien waarin Neil Perry — dol op toneelspelen — door zijn vader uit het theater gehaald wordt om hem op een andere school te plaatsen. In de nacht na zijn thuiskomst schiet Neil zich met het pistool van zijn vader door het hoofd. In het nagesprek praten we vooral over de alternatieven die er voor Neil hadden kunnen zijn.

3. Poging tot verklaring
De wetenschap heeft een poging tot verklaring van de zelfdoding gedaan. Uit de beschikbare informatie blijkt vooral dat mensen in een crisis komen waarin gebruikelijke oplossingsstrategieën niet meer voldoen. In crisis komen mensen als een belangrijke waarde van een persoon bedreigd wordt. Deze verklaring laat ruimte voor tussenkomst van onszelf, gewone mensen, die een ander bij willen staan.

4. Heb jij dat nu ook of ben ik de enige?
We vragen leerlingen een aantal zaken te bekijken die met onlustgevoelens, zelfbeeld en onzekerheid te maken hebben. Tot mijn opluchting zijn de leerlingen daar erg open in en je komt er dan ineens achter dat ook de mooiste meiden — in mijn mannenogen dan — ook onzeker zijn over haar uiterlijk. De uitkomst van het vinger opsteken en turven is dat de leerlingen in de gaten krijgen dat iedereen met dit soort gevoelens te maken krijgt.

5. Als je dit tegenkomt
In dit hoofdstuk komen de leerlingen een tekst tegen die vele jaren geleden een derdeklasser bij mij heeft ingeleverd en waarachter ik suïcidale gevoelens vermoedde. We doen een rollen spel, enkele malen en de overige leerlingen maken aantekeningen over ‘hoe kan ik helpen?’ Daarna is er een aflevering van Family Ties, waarin Alex Keaton, de vleesgeworden zakelijke student met alleen aandacht voor geld en materiele zaken, in een hulpcentrale een leeftijdsgenoot die zegt zelfmoord te willen plegen te woord staat. Ook hierna vragen we naar wat een goede manier is om te helpen.

6. Als je dit alleen maar onthoudt en toepast
Hoofdstuk 6 geeft een aantal aandachtspunten voor ons mensen die suïcidale mensen op hun levensweg tegenkomen. Ik maak de leerlingen duidelijk dat we het hier niet hebben over psychiatrische situaties, psychoses e.d., maar over die tijdelijke gevoelens van zinloosheid en onmacht waarvoor zelfdoding een te drastisch middel is om ze op te lossen. De gegevens in dit hoofdstuk kunnen we zo confronteren met wat leerlingen n.a.v. het rollenspel hebben opgemerkt.

7. De formule voor geluk
Omdat we deze lessen niet exclusief aan zelfdoding willen besteden, komen we terug op zingeving. Opvallend is dat veel leerlingen die koppelen aan geluk. We vragen hen na te denken over een geluksformule die ergens op internet is ontwikkeld.

8. Veronica besluit te sterven
Een mooie roman van Paolo Coello is het boek met bovengenoemde titel. Veronika heeft een zelfmoordpoging gedaan en komt in een inrichting terecht. Ze krijgt te horen dat haar overdosis haar hartspier zo beschadigd heeft dat ze nog maar een dag of vijf zal hebben. De naderende dood die ze zo gewenst had wordt steeds minder aantrekkelijk en andere voorheen onderdrukte gevoelens doen zich gelden. De angst voor de dood is de motor van het leven, schreef Ernst Becker eens en dat gaat ook voor haar op. Ze heeft aan het eind van de week zin aan haar leven gegeven en wil de laatste dagen doorbrengen met de jongen op wie ze verliefd is geworden.

9. Wie verder wil lezen of denken
In dit hoofdstuk komen in korte stukjes diverse mensen aan het woord en worden webstekken vermeld die voor de leerlingen bruikbaar kunnen zijn in geval van eventuele depressieve of andere negatieve gevoelens.

Afgelopen week heb ik mijn vier lessen afgerond. Ik moet toegeven dat ik de laatste drie hoofdstukken niet besproken heb wegens tijdgebrek. Jammer daarvan is eigenlijk alleen hoofdstuk 7, de formule voor geluk, waarover een stevig gesprek goed mogelijk is. De twee andere hoofdstukken zie ik meer als extra. Ik geef ook aan dat ik van de leerlingen verwacht dat ze die hoofdstukken lezen en er aandacht aan besteden, zodat ik die aandacht ook terug kan zien in hun afronding van dit thema.

Wat me na de lessen wel opgevallen is, is dat leerlingen soms met redelijk onbetrouwbare ideeën over suïcide en — suïcidepoging zitten, dat ze snel geneigd zijn om geluk en zin te koppelen, dat de statistieken hen onbekend waren en ook verrasten. Opvallend was ook dat de leerlingen als een van de manieren om te helpen het benadrukken van de leuke dingen in het leven was, terwijl alle onderzoek aangeeft dat dat voor geen meter helpt als je in een negatieve spiraal zit. Bij mijn rollenspel rondom de tekst ‘Graven’ herhaalde zich de patronen van eerdere jaren. Op een leerling na vroeg niemand van de gespreksdeelnemers uitdrukkelijk naar het suïcidegehalte van de tekst.
Een reflectie op zin en suïcide heb ik verplaats naar de afrondende opdracht betreffende dood in het leven, waar ze kunnen kiezen uit enkele grote thema’s zoals levensbeschouwing en suïcide of school en suïcide. Pas als die opdrachten ingeleverd zijn, weet ik meer over wat het met de leerlingen doet. En uiteindelijk zal er in de portfolioreflecties aan het eind van dit halve jaar mogelijk ook het nodige van gezegd worden.
Met de gegevens die daarmee naar boven komen, kunnen we beoordelen of we op deze manier in de ogen van de leerlingen goed bezig zijn. Dat het in onze ogen belangrijk is om er aandacht aan te besteden, is een ding. Dat de leerlingen het uiteindelijk ook waarderen, zou wel erg mooi zijn.

Belgische jongeren en zelfdodingsplannen

In de Gazet van Antwerpen [20 mei 2010] kwam ik het volgende verontrustende bericht tegen:
“Steeds meer jongeren maken gebruik van de chatfunctie van Tele-Onthaal om te praten over hun zelfmoordplannen. Dat blijkt uit een rapport van de zelfhulporganisatie.

In 2009 is het aantal zelfmoordoproepen bij jongeren met 11 procent gestegen. Die stijging zet zich ook in de eerste vier maanden van 2010 verder.

Uit het rapport blijkt dat 31 procent van de jongeren tussen 12 en 17 concrete plannen heeft om uit het leven te stappen. Bij de iets oudere generatie (18 tot 36 jaar) ligt dat percentage lager, namelijk op 18 procent.

Nieuwe website
Vrijdag lanceert Tele-Onthaal een nieuwe website waar jongeren met suïcidale gedachten terecht kunnen. Die zal meer toegankelijk zijn.
Chatrooms zijn open van maandag tot en met zaterdag, van 18 tot 23 uur. Wie nood heeft aan een gesprek, kan er ook woensdagnamiddag terecht.”

Info: www.tele-onthaal.be

Noodnummer: 106

Recessie maakt ongelukkiger

De volgende tekst ontleen ik aan Trouw van 16 december 2009:

“Minder huwelijken, minder geboorten, meer echtscheidingen en waarschijnlijk meer zelfdodingen. Een economische recessie heeft niet alleen financiële, maar ook sociale gevolgen. In een recessie neemt het aantal werklozen toe en in tijden van hoge werkloosheid zijn mensen minder gelukkig en minder tevreden met het leven. Dat geldt zowel voor mensen met als mensen zonder baan.

Dat staat in het rapport Werkloos in crisistijd dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) woensdag heeft gepubliceerd. Het SCP heeft gekeken wie het meeste risico loopt werkloos te worden, hoe werkloosheid het inkomen van huishoudens beïnvloedt en hoe dit doorwerkt in het persoonlijk welzijn.

Wie zonder werk zit, is minder gelukkig dan mensen met een baan. Is de werkloosheid hoog, dan raakt dit ook mensen die (nog) wel werk hebben. Zij zien om zich heen het aantal werklozen toenemen en vrezen vaak ook zelf voor hun baan.

Zelfdodingen
In de periode tussen 1980 en 2007 ging een toename van het aantal werklozen gepaard aan een stijging van het aantal zelfdodingen. Het schommelde in die jaren tussen de 1350 en 1900 per jaar. Volgens het SCP kan ook in de huidige recessie het aantal zelfdodingen en pogingen daartoe omhoog gaan. Het verband is wel complex, aldus het SCP. “Werkloosheid leidt tot meer zelfdodingen, maar mensen met suïcideneigingen en psychische problemen hebben ook een grotere kans op werkloosheid.”

De financiële gevolgen van werkloosheid lopen sterk uiteen. Sommige groepen gaan er in de WW in inkomen ongeveer de helft op achteruit, andere maar 13 procent. Wie relatief veel verdiende, valt het meeste in inkomen terug omdat de WW-uitkering een maximumdagloon kent waarop de uitkering is gebaseerd.”

Aanvaring met een ouder

In mijn inmiddels 35-jarige schoolcarrière heb ik het de ouders nooit allemaal naar de zin kunnen maken. Er zijn altijd wel enkele ouders geweest die opmerkingen moesten maken over de themata die we in de klas aan de orde stelden. De eerste jaren waren het ouders, die onze vrijzinnige lezing van Oude en Nieuwe Testament maar niks vonden en daarover contact met de schoolleiding opnamen. Opmerkelijk, want ik was degene die de lessen gaf. Mijn eerste rector was ook van het type van dik-hout-zaagt-men-planken, en hij sprak me aan over dat de ouders geklaagd hadden. Bij nadere informatie bleek het een ouder te zijn geweest, maar je kunt altijd denken dat een klagende ouder een heel nest klagers vertegenwoordigt.

Later waren het ouders die ongelukkig waren met opdrachten, waarin inkomensongelijkheid aan de orde kwam. Wie daarbinnen een tandarts een gediplomeerde loodgieter noemde, was zeker van een reactie. Er waren ook ouders die vonden dat hun kinderen geen levensbeschouwing hoefden te volgen, want ze hadden er al een: jehova getuigen bijvoorbeeld. Tot die ouders in de gaten kregen dat juist in het vak levensbeschouwing hun kind wel gerespecteerd werd en alle ruimte kreeg om vanuit zijn opvattingen te reflecteren op de behandelde onderwerpen. Van mormoonse en streng islamitische ouders hebben we daarna ook nooit meer een afkeurende reactie gehoord.

Mijn ervaringen van de laatste jaren betreffen de lessen over dood en zelfdoding. Een ouder, wiens dochter serieuze moeilijkheden had met het leven belde verontwaardigd de staf op zonder ondergetekende erin te kennen. De afdelingsleider was zo attent de vader naar mij door te verwijzen, waarna ik hem kon vertellen, dat we de eerste les over dit soort onderwerpen de leerlingen op het hart drukken, dat als ze problemen met de materie hebben ze ook een alternatieve opdracht kunnen maken.
De laatste ouder die het speelde via de interimafdelingsleider was van mening dat we veel te zware onderwerpen aan de orde stelden, dat we akelige films lieten zien en dat we in ons curriculum veel meer luchtigere onderwerpen moesten opnemen. Deze moeder eiste ook dat we een enquête onder de leerlingen van de betreffende klassen moesten houden om te zien hoe zij erover dachten. Meer daarover in de volgende bijdrage.

Een ervaren collega die ik het verhaal vertelde, suggereerde dat we nu te maken krijgen met de Happinezgeneratie, die als echte newagers de werkelijkheid van wat een mensenleven nu eenmaal is aan hun kinderen willen onthouden door hen vooral leuke, luchtige en niet te zware levenslessen te geven. Docenten die er hun beroep van maken het leven te problematiseren, waardoor de goede en minder goede kanten van het leven alle ruimte krijgen zijn dan vervelende beren op de weg, die de pas afgesneden moet worden.

Mijn vraag aan de collegae is of zij ook soortgelijke ervaringen hebben dan wel hoe ze daarmee gevaren zijn, met of zonder steun van de schoolleiding.

Dead Poets Society is nog steeds een aanrader

Dead Poets Society
Regie: Peter Weir
Acteurs: Robin Williams e.a.
Jaar: 1989

Traditie, Eer, Discipline en Uitmuntendheid zijn de vier pijlers van de dure kostschool Welton. Daar wordt het licht der kennis ontstoken. We maken de openingsceremonie in september 1959 mee. De jongens noemen de school zelf ‘Helton’.
De nieuwe leerlingen maken kennis met elkaar. Neil Perry deelt met Tod Anderson een kamer. Tods broer heeft hier ook gestudeerd, knappe kop en alom gewaardeerd.
Alvorens te vertrekken verbiedt Neils vader hem in de redactie van het jaarboek te zitten. “Je doet er teveel dingen bij.” “Dat is niet eerlijk,” reageert Neil. Zijn vader neemt hem mee naar de gang en zegt: “Spreek me niet meer tegen in het openbaar. Zolang je geen arts bent, doe je wat ik zeg!”
0.11) De eerste les van mr. Keating, docent Engels en oud-leerling. Hij neemt hen mee naar de hal, waar de oude foto’s hangen van reeds lang overleden oud-leerlingen. ‘Captain, my captain” is een tekst van de dichter Whitman. “Pluk de rozen, nu het nog mag.” Carpe Diem, we zijn vergankelijk, maak wat van je leven, zegt Keating.
Knox Overstreet gaat eten bij de familie Danbury, waar wordt opengedaan door Chris, het vriendinnetje van Chet, de footballplayer van de familie.
Tijdens de les poëzie laat Keating het eerste hoofdstuk uit het studieboek scheuren. “Bedenk dat woorden en gedachten de wereld kunnen veranderen!”
0.17) Waarom lezen we poëzie? Omdat we behoren tot het menselijke ras. Het menselijke ras is vol passie. Poëzie, schoonheid , liefde geven het leven inhoud.
-Ach ik, leven vol terugkerende vragen, treinen vol oogkleppen, steden vol dwazen, wat heeft mijn leven daarin voor zin?
Antwoord: Het feit dat jij bestaat
Dat jij uniek bent in dit leven
dat je aan dit machtige stuk
je eigen vers zult toevoegen.
Keating besluit: “Wat wordt jullie vers?”

De groep studenten nemen de oude jaarboeken ter hand om achter de gegevens van Keating te komen. Daarin wordt gerept over Het dode dichters gezelschap , Dead Poets Society. Ermee geconfronteerd vertelt de docent: We wilden het merg uit het leven zuigen. In een indiaanse grot lazen de romantische dichters.
Neil wil dit herhalen en haalt de groep over om in de nacht op zoek te gaan naar de grot.
Hij heeft het citaat van Keating gevonden: “Ik ging naar het bos om het merg uit het leven te zuigen, om niet bij mijn dood te ontdekken dat ik niet geleefd heb.”

0.40) Tijdens een volgende les gaat Kating op de tafel staan in zijn lokaal. “Om mezelf eraan te herinneren de dingen steeds anders te zien.”
Er komt een auditie voor een Shakespearestuk. Neil wil acteur worden en krijgt de rol van Puck. Namens zijn vader schrijft hij zelf een brief aan de rector zelf, om toestemming te krijgen voor het extra-werk.
1.01) Keating laat de leerlingen rondkuieren op de binnenplaats, iedereen in een eigen tempo, dan komen ze in hetzelfde ritme. Hij laat zien dat iedereen zich aanpast. Het gaat hierom non-conformisme, jezelf blijven te midden van anderen. “Zoek je eigen pas, je eigen ritme. Kies je eigen weg, hoe gek die ook is.”
Tod is jarig en zit op de toegangsweg tot de school. Hij heeft dezelfde bureauset gekregen als vorig jaar. Na een gesprek met Neil gooit deze de set in het water. Samen lachen ze erom.

Tijdens een feestje zit Knox bij dronken wordende footballers. Hij zit naast Chris. Haar gezicht is heel dichtbij. Hij wil haar kussen. Chet die gewaarschuwd wordt door zijn vrienden, gaat een vechtpartij met hem aan.

Er verschijnt een anoniem artikel in de schoolkrant, waarin een pleidooi wordt gehouden om meisjes toe te laten op de school. Tijdens een bijeenkomst laat de rector merken dat hij de onderste steen boven wil halen om de dader te pakken te krijgen. Dan gaat de telefoon. Dalton zegt: “Het is God, voor meneer Nolan. Hij wil meisjes op Welton.”
Knox krijgt met de klopper op de kamer van rector Nolan.
Er volgt een gesprek tussen Keating en Nolan over de onorthodoxe lesmethoden. Het verband met de vorige affaire wordt ontkend, maar ‘je weet dat ze gemakkelijk beïnvloedbaar zijn.’ Keating vertelt Nolan over de exercitie op de binnenplaats: “Ik leer ze zelfstandig te denken.”
Nolan: “Op deze leeftijd , nooit! Je weet het, traditie en discipline.”

1.17) Neil keert terug van een repetitie en vindt zijn vader op zijn kamer. Deze heeft een eenzijdige discussie met hem over de absurde acteertoestanden. “Je bedroog me, heeft Keating je opgestookt?”
“Ik wilde je verrassen, ik heb allemaal negens.”
“Je stopt. Ik heb me veel ontzegd om je hier te krijgen. Je zult me niet teleurstellen.” Neil moet het toneel gaan afzeggen. Daarna heeft hij een gesprek met Keating, die adviseert: “Ga praten met hem en vertel hem duidelijk wat je wil.”
Intussen presteert Dalton het om de school van Chris te bezoeken, waar hij in haar klas een gedicht voorleest en haar bloemen geeft. De jongens gaan samen met Keating naar de voorstelling waarin Neil zal optreden. Neil meldt dat hij een gesprek met zijn vader gehad heeft en nu toestemming heeft. Als de jongens op het punt staan naar de schouwburg te gaan, verschijnt Chris om Dalton te waarschuwen voor het optreden van Chet. Ze gaat met hem mee naar de voorstelling en ze krijgen iets samen.
Tijdens het stuk ziet Neil vanachter de coulissen zijn vader staan. Als de groep het applaus in ontvangst neemt en zich afschminkt, wordt Neil geroepen en gaat met zijn vader naar huis. Hij krijgt te horen dat hij naar de strenge militaire school zal gaan, dan naar Harvard om dokter te worden. Hij heeft blijkbaar toch niet met zijn vader gesproken en zijn moeder doet er hier het zwijgen toe. Neil zal worden wat zijn vader nooit heeft kunnen worden en zo de naam van de familie verder brengen dan wel hooghouden. Er vindt weer geen communicatie plaats, omdat de vader niet wil luisteren naar de plannen van zijn zoon. Als iedereen in bed ligt, doet Neil het raam open, zet de kroon van bladeren die hij tijdens het spel op had op zijn hoofd en loopt naar beneden. Hij opent het kastje waar zijn vader een pistool bewaart en schiet zichzelf voor zijn hoofd. Radeloos en ontredderd treffen de ouders hun zoon aan.
1.40) Tod wordt wakker gemaakt en krijgt te horen dat Neil dood is. De jongens doen een jas over hun pyjama aan en lopen de sneeuw in. Tod loopt gillend naar voren en geeft over, terwijl hij de vader van Neil beschuldigt.
Keating vindt vervolgens de Thoreautekst over het merg en het leven in Neils lessenaar en huilt om de dood van de jongen. Tijdens het afscheid van Neil meldt Nolan, dat er een onderzoek naar de oorzaak van Neils dood gedaan zal worden, op verzoek van diens ouders.

1.48) De groep studenten houdt een stiekeme bijeenkomst. Cameron is de zaak aan het verlinken. “Ze zoeken een zondebok. Er is een erecode. Je moet de waarheid vertellen. Werk mee. Wij zijn de slachtoffers, ze willen Keating. Keating heeft ons gek gemaakt.”
Tod: “Keating is niet schuldig. Neil wilde zelf graag acteren.”
Cameron: “Ik vind dat Keating moet hangen. Ik vergooi mijn toekomst niet.”
Dalton slaat hem tegen de grond.
De jongens worden achtereenvolgens bij Nolan geroepen. Ze moeten tekenen dat Keating hen opgezet heeft. Dat zijn gedrag Neil het leven heeft gekost. Ook Tod tekent, onder dwang van zijn ouders.
1.55) Nolan neemt de klas over voor Engels. Cameron moet Prittchards tekst lezen, de inleiding die Keating eruit heeft laten scheuren. Ondertussen komt Keating zijn spullen halen. Hij loopt terug, richting deur. Tod staat op, als Keating langsloopt. “Ze dwongen me, meneer Keating.”
K.: “Ik geloof je, Tod”
Nolan dreigt met sancties als Tod niet stopt en sist Keating toe te verdwijnen. Tod gaat op tafel staan en zegt: “Captain, my captain.”
Ondanks de woedeaanvallen van Nolan volgen anderen Tod’s voorbeeld en op een paar mensen als Cameron na, staat iedereen op zijn tafel. Nolan is machteloos.
Geroerd zegt Keating: “Thank you, boys.”
Het laatste shot is Tod tussen de benen van een ander door gezien. Zo werkt het op tafel gaan staan ook omgekeerd!

Werken in de klas

a. In diverse fragmenten komt de geweldige kracht van de tweede taal naar voren. De kracht van poëzie e.d.

b. In meerdere fragmenten komt de vraag aan bod, wat iemand van zijn leven maakt: wat wordt jullie vers? Het merg uit het leven zuigen. Leerlingen kan de vraag gesteld worden om daar zelf antwoord op te geven. Ook kan de vraag gesteld worden wie van de leerlingen in de film het merg werkelijk uitgezogen heeft.

c. Het stuk van het gesprek met de vader na de repetitie tot en met de zelfdoding van Neil werkt heel goed als intro op vragen als:
– waarom doet Neil zo iets?
– kun je hier op de een of andere manier van schuld spreken?
– waren er andere manieren om deze situatie op te lossen? Welke andere oplossingen hadden ook kunen werken voor Neil?

Uit het gesprek over deze situatie kan heel goed duidelijk worden, dat suïcide geen oplossing is, omdat er in de meeste gevallen nog reële andere mogelijkheden zijn.

d. Het fragment aan het eind, van de druk op de jongens tot de slotscène’ is heel sterk en ontroerend. Een gesprek hierover kan de volgende ingrediënten hebben:
– waarom doet Tod dit?
– Wat is de zin ervan? Wat is het nut ervan?
Binnen deze scènes kan het verschil tussen nut en zin uitstekend verduidelijkt worden. Soms moet je dingen doen die je niet nuttig vindt, maar om zin te houden moet je het wel.
Wie werkt met een lessenserie over functies van levensbeschouwingen, kan hier een goed voorbeeld aan ontlenen voor de functie ‘inspireren en uitdagen’. Het gevoel van ‘hier sta ik, ik kan niet anders,” kan er duidelijk mee worden geïllustreerd.

Eenderde jongeren ziet leven niet zitten

Elk jaar zijn in Nederland zeker 100.000 jongeren tussen 8 en 18 jaar in meer of mindere mate depressief. Bijna eenderde daarvan is de terneergeslagenheid zo groot dat zij het leven niet meer zien zitten en een poging tot suïcide ondernemen. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

door Lizet van Triet
Volgens prof. dr. J.K. Buitelaar, kinder- en jeugdpsychiater in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen, is het probleem inmiddels zo omvangrijk dat depressiviteit een ernstig punt van zorg is geworden in het onderwijs. “In elke schoolklas in ons land zitten een of meer kinderen of jongeren, die door gevoelens van depressiviteit enige weken of langer moeten verzuimen. Bovendien worden leerlingen regelmatig beheerst door gedachten aan zelfdoding.”

Herkennen
Op school wordt een kind met een depressie al snel over het hoofd gezien, signaleert Buitelaar. Hij maakt zich er zorgen over. Daarom werken deskundigen momenteel aan het opstellen van een ‘signalement’ waardoor leerkrachten straks gemakkelijker symptomen van depressiviteit bij hun leerlingen kunnen herkennen.
“Een kind met de (concentratie)stoornis adhd herkent de leerkracht wèl, want zo’n kind trekt nu eenmaal de aandacht. Maar een kind dat niet lekker in zijn vel zit, zich teruggetrokken heeft, somber en verdrietig is en geen zin heeft in de dingen waar hij of zij anders wel veel plezier in had, valt niet meteen op.” Een triest contrast in de herkenning, meent hij. “Één van de dingen die wel zichtbaar is, is dat de schoolprestaties duidelijk minder worden. Dat kan ook een signaal van de ziekte zijn.”

Veel slapen
Voor ouders kan het ineens anders eten, veel aankomen of afvallen, niet of juist te veel slapen en het niet meer zien zitten een teken zijn dat er iets mis is met hun zoon of dochter. “Iedereen heeft wel eens een dip”, zegt professor Jan Buitelaar. “Maar een goed gesprek helpt dan meestal om weer vrolijker te worden. Bij een depressie werkt dat echter niet.”

Foutloos

Gesprekstherapie kan wel zinvol zijn, meent de hoogleraar. “Zo’n gesprek gaat over hoe iemand over zichzelf en anderen denkt. Vaak wordt alles negatief ingekleurd en denkt een kind of jong volwassene dat hij niets kan. Ga je daarop in, dan blijkt dat de verwachtingen niet altijd reëel zijn. Zo wilde een kind na twee keer oefenen een moeilijk pianostuk helemaal foutloos spelen. Het realiseerde zich niet, dat concertpianisten meestal dagenlang moeten oefenen voordat ze dat kunnen.”

Ernstige vorm
In de behandeling wordt ook het gezin betrokken. De therapeut wil de opvoeders dan wekelijks zien. Als een jongere veel symptomen tegelijk heeft en bovendien vaak gedachten heeft aan zelfdoding, is er sprake van een ernstige vorm van depressie.
In dat geval worden, naast de gedragstherapie, eveneens medicijnen gegeven. Buitelaar: “De kinder- en jeugdpsychiater, de enige die dit mag voorschrijven, let daarbij goed op het effect ervan. Bovendien is het belangrijk dat zowel het kind als de ouder het eens zijn met de behandeling. Want de kans dat die aanslaat, wordt veel groter als je erachter staat.”
LIA 133 15-6-2009

Om alles wat er niet meer is

“Om alles wat er niet meer is” is de intrigerende, door jongeren zelf gekozen titel van een belangwekkend boek. Het boek is gebaseerd op interviews met enkele tientallen jongeren die nabestaanden zijn geworden van iemand die zelfdoding gepleegd heeft. De twee auteurs zijn zeer deskundig in deze materie. Monique van ’t Erve begeleidt jonge nabestaanden van zelfdoding en verloor op veertienjarige leeftijd haar moeder aan zelfdoding. Riet Fiddelaers-Jaspers is rouwdeskundige en auteur van diverse boeken over rouw.

Zelfdoding meemaken hakt er gruwelijk in. Je blijft achter met een heel scala aan gevoelens, die heftig, steeds terugkerend en tegenstrijdig zijn. Boosheid en verdriet, maar ook schuld en opluchting. Gevoelens die eigenlijk te groot zijn voor opgroeiende kinderen, maar als iemand zichzelf doodt, kom je ze gewoon tegen.

De ervaring van de auteurs is dat deze jongeren geen behoefte hebben aan theoretische verklaringen, maar sterk verlangen naar verhalen van lotgenoten. Ze willen weten of hun eigen gevoelens door die van anderen zijn, ze willen weten dat ze niet gek zijn of gek worden als gevolg van de traumatische ervaringen die ze vaak heel lang ondergaan. Geconfronteerd met twijfels en vragen heeft de jongere behoefte aan bevestiging door leeftijdsgenoten die mee kunnen voelen, omdat ze in dezelfde hel hebben gezeten.

Aparte opzet
Het boek is geen verzameling interviews geworden, maar de reacties van de jongeren zijn thematisch gebundeld tot zestien hoofdstukken, waarin steeds verschillende jongeren hun ervaringen vertellen met dat thema. Het gaat dan om zaken als hoe, wat en waar kreeg je de waarheid te horen, voordat het gebeurde, afscheidsberichten, de uitvaart, troost en een luisterend oor, vervelende reacties, etc.

In ieder hoofdstuk zijn stukjes tekst van de jongeren verzameld, die heel direct vertellen wat er gebeurd en gevoeld is, soms allemaal in dezelfde richting wijzend, maar andere keren ook zeer verschillend in ervaring en reactie. Deze hoofdstukken beslaan tweederde van het boek en maken ieder weldenkend mens duidelijk dat alleen al vanwege het leed dat kinderen aangedaan wordt, zelfdoding geen wenselijke, misschien zelfs geen menselijke keuze is. Dat het toch gebeurt, ook bij mensen die zelf kinderen hebben, doet je daarmee tegelijk beseffen, dat iemand de band met de realiteit al verloren moet hebben om die daad te kunnen plegen. De rauwe, dieptrieste verhalen van de kinderen lezend kan ik slechts concluderen, dat ik weinig geloof hecht aan mensen die zeggen dat suïcide ook een bewuste keuze kan zijn.

Het laatste gedeelte van het boek is een privé deel, getiteld Wat helpt. Daarin komen in een zestal hoofdstukken met vragen en opdrachten en suggesties zaken aan de orde als wat is er gebeurd, gevoelens, herinneringen, troost, wat helpt en toekomst. De jongere wordt uitgedaagd om in woorden en beelden uiting te geven aan wat hem of haar naar aanleiding van de zelfdoding allemaal bezighoudt. Op deze manier kan zhij weer een beetje greep op het leven krijgen, een greep die hem of haar meestal ontschoten is.

Helemaal aan het eind vindt de lezer een boeken-, website- en adressenlijst waar zhij verder mee kan.

Op school?
Na lezing van het boek ben ik ervan overtuigd dat het in geen enkele bibliotheek van school dan wel de sectie levensbeschouwing zou mogen ontbreken. Dat wordt mede onderstreept door het feit dat het boek dankzij subsidie van de Vlaamse overheid op alle scholen voor voortgezet onderwijs is verspreid.

Nu we een aantal jaren gewerkt hebben met het levensbeschouwelijke dagboek kan ik zeggen dat tenminste enkele malen per jaar ervaringen met zelfdoding aan de orde komen. ‘Om alles wat er niet meer is’ kan enerzijds aan een jongere gegeven worden ter lezing en informatie, omdat het een boek is dat speciaal voor die leeftijdscategorie geschreven is, anderzijds zouden jongeren die bevriend zijn met een nabestaande er uit kunnen halen wat er door iemand heengaat die deze schokkende ervaring heeft meegemaakt. Als het boek in enkele exemplaren in de schoolbieb staat, kan een docent leerlingen die er baat bij kunnen hebben daarheen verwijzen. Het zal de geestelijke gezondheid van veel kinderen zeker verbeteren.

Monique van ’t Erve en Riet Fiddelaers-Jaspers, Om alles wat er niet meer is, jongeren over achterblijven na zelfdoding; Ten Have, Averbode, ISBN 978-90-784-3410-8, prijs 17, 95

Zelfdoding en MySpace

Megan Meier uit de Amerikaanse staat Missouri was een jaar lang in de veronderstelling dat ze de leuke 16-jarige Josh aan de haak had geslagen. Josh bleek echter alleen in het hoofd van de buurvrouw te bestaan. Zes weken na de zelfmoord van het meisje kwamen haar ouders erachter wat zich allemaal had afgespeeld tussen Megan en Lori Drew. En nog schokkender: Lori was de moeder van één van de vriendinnetjes van Megan.

Megan en de dochter van Lori waren hartsvriendinnen, maar na een rotperiode van depressiviteit en een gevecht tegen overgewicht besloot Megan de vriendin te dumpen. De moeder was daar zo boos over dat ze besloot online wraak te nemen.

Op MySpace maakte ze een nep-profiel aan. Later zou ze tegen de politie zeggen dat dat was om te kijken wat Megan over haar dochter zou zeggen tegen een vreemde.

Op het moment dat de ‘relatie’ op een hoogtepunt was, stuurde de 47-jarige een mail dat Megan niet deugde en haar vrienden slecht behandelde.’Je bent een slecht iemand en iedereen haat je’, gaf de genadeklap, want het was de laatste mail die het meisje voor haar zelfmoord binnenkreeg. ‘De wereld is beter af zonder jou’, aldus de wraakzuchtige moeder. Haar ouders vonden haar hangend aan een riem in de slaapkamer.

Pas weken later hoorden de ouders dat het om een internetpesterij ging en dat notabene de moeder van een vriendinnetje erachter zat. De woedende vader van Megan sloeg een kerstkado dat ze voor de familie Drew in bewaring hielden met een hamer aan stukken en gooide de onderdelen op de oprit van de Drews.

Die haalden de politie erbij en zo kwam het hele verhaal in de openbaarheid. Omdat internetpesten niet strafbaar is in Amerika, gaat ‘Josh’ vrijuit.

Bron: telegraaf.nl 2 december 2007

In strijd met vijf kernwaarden

In de nieuwsbrief van het Institute on Global Ethics van 10 december schrijft directeur Rushworth M. Kidder over deze zaak. Met name de verontwaardiging van het Amerikaanse publiek dat de pestende vrouw vrijuit gaat omdat internetpesten niet strafbaar is in de VS doet hem vragen wat de grens is wanneer ethiek tot wetten wordt. “Wat doen we voor voordat iets onethisch illegaal wordt? En als het eenmaal een wet is, hoe helpen we onze kinderen die te begrijpen?

Voor beginners: we kunnen specifieke acties testen aan onze vijf voornaamste kernwaarden. De buurvrouw – zo schijnt het toch wel – schond ieder van de vijf.

Oprechtheid [honesty]– ze was afhankelijk van misleiding, zonder welke ‘Josh Evans’ door Megan als een verzinsel zou zijn ontmaskerd.

Verantwoordelijkheid – door niet de verantwoordelijkheid op zich te nemen van volwassenen voor de veiligheid en zekerheid van kinderen om hen heen schudde ze bewust iedere zorg voor Megans welzijn van zich af.

Respect – Bewust en weloverwegen gebrek aan respect was de strategie om Megan over haar grenzen te laten gaan.

Eerlijkheid [Fairness] – Terwijl ze doelbewust een kwelling voor Megan creëerde, zou ze zich enorm verzet hebben tegen iedereen die hetzelfde naar haar eigen dochter deed.

Medeleven – zonder gevoel voor de medemens lachte ze daarentegen met een andere buur over haar plan om ‘zich met Megan te bemoeien’

Gevaarlijke snelweg

Het web is niet zonder gevaren. “Wie onderwijst onze kinderen tegenover zulke bedreigingen om alert en voorzichtig te zijn en zichzelf te beschermen? We besteden uren aan zulke instructie voordat we kinderen een rijbewijs geven. Waarom? Omdat zonder dat bewijs we onze kinderen blootstellen aan een asfaltomgeving die verlokkelijk, ongewoon en gevaarlijk is – hen blootstellen aan risico’s en hen anderen in gevaar laten brengen.

Het web, zoals Megans verhaal bewijst, is een soortelijke gevaarlijke omgeving. Toch, zoals in de vroege jaren van de twintigste eeuw voordat een rijbewijs vereist was, geven we kinderen vrij baan om te navigeren zoals ze willen zonder hen te begeleiden bij de gevaren. Wetten zullen helpen, vooral als ze snelle zekere straffen geven voor het soort opzettelijk kwaad dat Megan vernietigde. Maar echt behoefte hebben we aan heldere programma’s en beleid die defensieve ethiek onderwijzen. Megan, zelfs op de leeftijd van 13, had kunnen leren zich te verdedigen. We hebben er nooit aan gedacht het haar te vertellen.”

Megans verhaal op You tube

Een videoverhaal over Megan vind je hier: The Megan Meier Story

Actieplan tegen zelfdoding

Het aantal zelfdodingen en pogingen daartoe moet de komende vijf jaar met 10 procent afnemen. Daartoe moeten hulpverleners signalen van suïcidaliteit leren herkennen, zelfmoordmiddelen minder makkelijk beschikbaar zijn, en ziekenhuizen betere zorg bieden na een zelfmoordpoging.

Dit schrijft het Trimbos-instituut in een advies voor het ministerie van Volksgezondheid. Het aantal zelfdodingen is sinds de jaren tachtig gedaald door betere geestelijke gezondheidszorg. Nu dat aantal al vijf jaar stabiel blijft op een kleine 1.600 acht het ministerie aanvullende maatregelen nodig. Europese lidstaten hebben twee jaar geleden afgesproken zich in te zetten voor de preventie van psychische problemen en suïcide.

Het Trimbos-instituut meent dat een landelijk actieplan nodig is, waarbij gezondheidszorg, onderwijs en spoorwegen betrokken moeten worden. In Nieuw-Zeeland, Engeland en Schotland heeft dat succes.

De beschikbaarheid van zelfmoordmiddelen moet zo veel mogelijk worden beperkt, schrijft het instituut. Het spoor en hoge gebouwen dienen te worden beveiligd, de verkrijgbaarheid van dodelijke medicijnen verminderd.

Hulpverleners moeten in hun opleiding het risico op suïcidaliteit leren herkennen. Huisartsen moeten vaker naar zelfmoordgedachten vragen. Voorkomen moet worden dat patiënten die na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis belanden opnieuw een poging doen. Omdat ruim 6 procent van de jongeren een zelfmoordpoging doet of zichzelf verwondt, moeten scholen bij het plan worden betrokken.

8-12-2007 Volkskrant

Opmerkelijk is in bovenstaand bericht, dat het onderwijs uitdrukkelijk genoemd wordt. Hoe het onderwijs een bijdrage kan leveren, wordt niet duidelijk. Je zou kunnen denken aan counselors, die signalen opvangen en leerlingen door kunnen verwijzen.

Wat ik tijdens mijn docentenloopbaan heb begrepen is dat weinig docenten levensbeschouwing staan te springen om het thema zelfdoding expliciet in hun curriculum op te nemen. Tot voor kort dacht ik de enige te zijn die in de tweede fase uitdrukkelijk stilstond bij de ervaringen en theorieën die leerlingen hebben ten aanzien van zelfdoding. Misschien is het ondertussen veranderd.

Vandaar mijn vraag: heb jij ervaring met lessen die over zelfdoding gaan? Wat doe je? Hoe reageren mensen: zowel leerlingen als ouders als collega’s? Heb je daarover contact met de counselor [gehad]?

Ik ben erg nieuwsgierig naar je reactie!
[31-5-2009]

Leerlingen en onzinervaringen

Tienerleed
Het leven van een tiener gaat niet over rozen, begin ik te merken. Over allerlei ellende die je op onze leeftijd tegen kunt komen, kan ik een heel boek schrijven. Ik heb een tijd gehad dat ik het echt niet meer zag zitten. Op school ging het niet zo goed. Het was nog niet eens Kerst en ik zat me al druk te maken over de mogelijkheid dat ik zou blijven zitten. Thuis waren er problemen. Ik had niemand om mee te praten. Als ik zou willen waarschijnlijk wel, maar ik ben zo iemand die alles eerst opkropt. Ik voelde me ontzettend alleen. ’s Avonds in bed huilde ik me vaak in slaap en toen heb ik wel een paar keer gedacht: ”Wat doe ik nog hier? van mij hoeft het niet meer!” Maar iets uitvoeren kon ik (gelukkig?) niet. Iets hield me tegen; wat dat was weet ik niet. Waarschijnlijk was ik toch te bang om zoiets te doen. Niemand weet dat ik zo dacht, alleen mijn drie vriendinnen heb ik het pas geleden verteld. Ze verklaren mij volgens mij echt voor gestoord, maar ze weten ook niet hoe ik me toen voelde. Het is gewoon niet uit te leggen.Afgelopen tijd ben ik geestelijk sterk in de weer geweest met twee moeilijke zaken in mijn leven.Begin van dit jaar was ik ongelofelijk depressief. Een goede vriend van mij is toen verongelukt. Niemand wist hoe ik daarmee zat. Ik vond hem namelijk heel erg leuk, misschien zelfs meer dan dat! De volgende dag op school hoefde iemand maar over het ongeluk te beginnen en de tranen kwamen al. Dat heeft zo een week geduurd. Na de crematie was dat wel een stuk over. Maar ik kon er toen eigenlijk met niemand over praten. Niels was dood en het leven ging door. Omdat niemand wist van mijn gevoelens voor deze jongen, kon ik het eigenlijk niet steeds over hem hebben. Ik heb mijn verdriet toen vooral verwerkt in het schrijven van gedichten en in mijn dagboek. Vooral die gedichten helpen bij mij erg goed. Het is alsof ik na elk gedicht weer een beetje van mijn verdriet heb weggeschreven. Maar vooral die eerste week dacht ik steeds: ”Ik wil niet meer… ik wil naar Niels toe!” Ik schreef toen: Het leven, zo onrechtvaardig. Waarom jij? Ik houd me flink en blijf vrolijk, maar tranen zijn er in het binnenste van mij. Waarom jij? Die vraag blijft maar door mijn hoofd gaan. Het is zo moeilijk te begrijpen: waarom ging jij bij ons vandaan? Je bent weg van deze aarde voorgoed Ik zal je nooit meer zien; niemand weet hoeveel pijn me dat doet.? In het begin dacht ik nog elke dag aan hem. Na verloop van tijd werd het vanzelf minder. Omdat ik zo slecht erover kon praten, hebben de gedichten me heel sterk geholpen om alles van me af te schrijven. Langzamerhand dacht ik alleen nog bij speciale dingen aan hem, bijvoorbeeld bij zijn verjaardag.
Nog steeds dat onbeschrijfelijke gevoel je te moeten missen.
Al die gedachten en herinneringen,je kunt ze niet wissen.
Ze zullen er altijd blijven, een deel worden van mijn leven.
Ik zal aan je blijven denken, niet te veel daar zal ik naar streven.
Aan je denken doet toch alleen maar pijn en verdriet.
Wat ik er ook van vind,terugkomen doe je niet!
Mijn leven gaat door maar heel diep in mijn hart
is een speciaal plekje?voor altijd voor jou…..
En nu, bijna een jaar na zijn dood, kan ik gewoon over hem praten zonder meteen een brok in mijn keel te krijgen. Het constant over hem denken is ook voorbij. Gelukkig maar, hoe hard het ook klinkt, maar je wordt er zelf niet echt vrolijker op. Het heeft lang geduurd, maar het is me gelukt dit verdriet te verwerken. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik zelf veel over de dood ben ga nadenken.
Het is alweer zo lang geleden maar ik herinner me alles nog
tot op de dag van vandaag.
Waarom jij?
Dat blijft nog altijd de grote vraag
Het verdriet om jou wordt minder
ja zeker, het slijt.
Maar je raakt bij mij nooit in vergetelheid.
Met mijn andere moeilijkheid zal ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben dik, niet meer te dik. Altijd al geweest trouwens en dat is het hem nu juist. Dat eeuwige vet ben ik zat! Op de lagere school was er al dat eeuwige schelden en zeuren. Als die opmerkingen nu eens origineel waren, maar nee, zelfs dat niet. De laatste jaren van de basisschool waren toch nog wel leuk. Iedereen was ondertussen aan het idee gewend. Er kwam nog weleens een enkele opmerking, maar daar trok ik mezelf niet veel meer van aan. Op het moment, dat iedereen er vrede mee had dat ik niet zo’n figuur had als iedereen – en ikzelf eigenlijk ook – , kwam ik hier op de middelbare school. En jawel hoor, de ellende begon weer van voren af aan.Je zou toch denken dat leerlingen op een grote school zich ook te groot voelen voor dit soort kinderachtige dingen, maar wat viel dat tegen!
Ik voelde mezelf ook steeds ronder worden bij elke opmerking die ik te horen kreeg. Vol goede moed begon ik aan allerlei diëten, maar er kwam geen enkel resultaat. Ik werd alleen misselijk en chagrijnig. Maar ook op deze school waren ze er op den duur wel aan gewend. Maar enkele maanden geleden heb ik weer eens al mijn woede en verdriet in een gedicht gestopt. Ik was voor de zoveelste keer weer bezig met een dieet. Naomi zou op een vrijdag haar verjaardag vieren. Toen begonnen ze meteen met opmerkingen, dat ik dit en dat niet mocht hebben in combinatie met weer iets anders. Ze legden me mijn dieet uit. Toen werd ik echt kwaad, want ik was al chagrijnig wegens een verknald proefwerk. Ik ben tegen mijn vriendinnen ongelofelijk uitgevallen. Ik heb gezegd dat ik dan beter thuis kon blijven met een bak wortels. Dat was ook weer niet hun bedoeling, zeiden ze. Maar ik kon wel janken.

Niemand begreep dus hoe erg ik er zelf mee zat en ik schreef daarom dit gedicht. Ik zag alles hartstikke negatief en met mezelf afkraken heb ik in zo’n situatie ook geen enkele moeite.
Een grote bonk vet
en verder weinig anders meer:
zo kun je me omschrijven
na elk dieet weer.
Zelf vind ik het ook niet alles
maar als je weet wat ik allemaal al heb gedaan
Misschien dat je dan kunt begrijpen.
dat mijn hoop al ver is heengegaan.
Een vinger in mijn keel
en zo mijn maag weer omkeren
ik heb het nooit gedurfd
maar misschien moet ik het eens proberen.
Of als kluizenaar gaan leven
nooit meer naar een verjaardag of op visite gaan
om zo de confrontatie met taart, koekjes,
chips en snoep tegen te gaan.
Er moet wel iets veranderen
Want één blik in de spiegel
en je raadt al wat ik zie……
Staat mijn toekomst dan hierboven beschreven?
Ik weet het niet.
Maar daarna werd ik het zelf ook beu. Ik was gewoon te dik. Wat de anderen ook te zeggen hadden over mijn figuur, er moest het nodige van af. Een vinger in mijn keel zou een oplossing kunnen zijn, maar ik weet ook wel dat dat niet dè oplossing kan zijn. Ik vraag me af of het wel zou kunnen.Maar van een vriendin kreeg ik een dieet en het bleek heel goed vol te houden. Ik ben er nu al enkele maanden mee bezig en met goede resultaten. Vrijwel niemand heeft de laatste tijd gezegd dat ik dik was. Ze zeggen nu wel dat je het goed aan me kunt zien dat ik zoveel afgevallen ben…….?Maar het doet me niets, ìk voel me nu lekker en daar gaat het om.

“Ik wil ermee stoppen”
Lieve Sas,?Het spijt me, ik kon niet anders.Het ligt niet aan jou. Ik zal je missen.Sorry! Liefs, Kaar.
Nu Karin de afscheidsbrief voor haar hartsvriendin had geschreven, was ze helemaal klaar. Ze had net haar tanden gepoetst en ’welterusten’ naar beneden geroepen. Ze kroop in bed en slikte alle pillen door die ze de afgelopen maanden had gespaard. Niemand kon haar meer stoppen. Het idee om zelfmoord te plegen spookte zeker al een half jaar door Karins hoofd. Niet dat ze de laatste tijd geen plezier meer had, ze ging ieder weekend met Saskia uit en dat was altijd dikke pret. Ook op school ging het erg goed. Ze zat in de vijfde van de HAVO en haar eindexamen ging ze zeker halen. Karin had geen vriend. Wel aanzoeken genoeg hoor, maar voor haar geen vastigheid. Waarom zag ze het dan niet meer zitten? Ze had toch alles wat haar hartje begeerde? Nee dus. Het grote probleem heerste bij haar thuis. In ieder gezin is weleens ruzie, maar die worden meestal snel weer bijgelegd. Bij Karin thuis niet. Bij Karin thuis waren er eeuwig ruzies. Ruzies over kleding, school, werk, familie, vrienden, uitgaan; zelfs over de afwas, het strijken en de televisiezenders. Had pa eens geen ruzie met ma, dan begon een van de twee wel tegen Karin of haar broertje Bas. De sfeer was werkelijk ondraaglijk. Twee maanden geleden moesten Karin en Bas bij hun ouders aan tafel komen. Ze keken heel serieus en Karin wist eigenlijk al wat er zou gaan komen. En ja hoor: ze vertelden dat het zo niet langer kon en dat ze zo snel mogelijk wilden gaan scheiden. Bas begon te huilen en rende naar zijn kamertje. Karin bleef zitten en wachtte op wat er nog meer zou komen. Haar vader zou zo lang bij opa en oma gaan wonen en Karin en Bas bleven dan bij hun moeder. Misschien dat de ruzies nu eindelijk eens ophielden, dat het thuis een beetje leefbaar werd. Maar nee, dit bleek te mooi om waar te zijn. De situatie bleef precies hetzelfde als voorheen en een normaal gesprek kon nog steeds niet gevoerd worden. Karin had het er nooit met Saskia over. Ze wilde haar niet met zo’n probleem opzadelen. Saskia had al problemen genoeg op school. Voor haar was het eigenlijk wel zeker dat ze voor haar examen zou zakken en daar zat ze behoorlijk mee in haar maag. De kindertelefoon of het vertrouwensteam op school vond Karin maar niks; ze had geen zin haar ellende met vreemden te delen. De enige uitweg die Karin nog zag was een eind aan haar leven te maken. Haar ouders zouden haar toch niet missen en de rest van haar familie… ach, daar had ze de laatste tijd eigenlijk ook geen contact meer mee. Alleen voor Saskia zou het een ramp zijn. Ze waren vanaf de kleuterschool onafscheidelijk geweest; ze hadden samen van alles uitgevreten en beleefd. Saskia was dan ook de enige die Karin in haar besluit had doen twijfelen. De volgende morgen werd Karin wakker in het ziekenhuis. Toen ze die morgen niet op tijd beneden was, was haar moeder naar boven gegaan en had haar afscheidsbrief gevonden. Toen ze Karin niet wakker kreeg, belde ze het alarmnummer en in het ziekenhuis moest Karins maag leeggepompt worden. Karin keek vreemd om zich heen. Waar was ze? Waarom was ze niet dood? Naast haar bed zaten haar vader en moeder, Bas en Saskia. Haar moeder huilde. Ze vroeg Karin hoe ze zich voelde, ze noemde haar zelfs lieverd. Al die belangstelling opeens: was haar moeder echt blij of deed ze maar alsof? Ook Saskia zat te huilen en zei dat ze zo blij was dat Karin er nog was. Toen Karin dit hoorde, was ze diep in haar hart ook blij dat haar poging mislukt was. Ze pakte Saskia’s hand en voelde een golf van geluk en liefde. Even later zat ze alleen met Saskia op bed. Ze vertelde haar het hele verhaal. Van alle ruzies en het feit dat ze die niet meer aankon. Saskia luisterde aandachtig en stelde gelukkig geen akelige vragen. Saskia zei haar dat Karins moeder zo gelukkig was dat Karin nog leefde, ze had aan een stuk door haar naam gefluisterd. De hele morgen zaten ze samen op het ziekenhuisbed te praten en uiteindelijk had Karin beloofd een goed gesprek met haar ouders te zullen voeren. De enige voorwaarde die Karin had was dat Saskia erbij zou zijn. Het gesprek verliep rustig; zonder enige stemverheffing of verwijten. Het was lang geleden dat Karin zo met haar ouders had kunnen praten. Haar moeder had zo’n spijt dat ze altijd maar had lopen vitten en pas nu zag ze in hoe fout ze was geweest. Ook haar vader mompelde zo iets er achter aan. Karin vertelde dat ze had gedacht dat haar ouders haar toch niet zouden missen. Haar moeder huilde tranen met tuiten, zei hoeveel ze van Karin hield en dat ze haar echt niet kon missen. Ook zei ze dat ze best zou begrijpen als Karin ergens anders wilde gaan wonen; haar daden waren immers onvergeeflijk. Maar ergens anders wonen wilde Karin helemaal niet. Ze wilde haar ouders een nieuwe kans geven, een nieuwe start maken.

Het is nu inmiddels drie weken geleden dat Karin haar ouders een nieuwe kans gaf. Het gaat goed met haar. Ze begint langzaam aan weer een beetje te leven. Voor haar examen gaat ze waarschijnlijk wel slagen en ze gaat ‘s zaterdagavonds ook weer met Saskia uit. Met haar klassenleraar heeft ze al een paar keer gepraat over alles wat er gebeurd is. Hij lijkt haar te begrijpen en ze vindt het fijn om het met hem erover te hebben. Ook haar klasgenootjes reageerden heel lief. En thuis….thuis is het leefbaar. Niet alles gaat perfect, maar haar moeder doet echt haar best. Ook haar vader belt regelmatig om te vragen hoe het met haar is en wat ze allemaal op school beleefd heeft. Karin is blij dat ze nog leeft, ze moet er niet aan denken als ze er nu niet meer zou zijn. Ook heeft ze een jongen ontmoet die behoorlijk de ware Jacob lijkt te zijn. Karin is positief over haar toekomst en ziet het leven weer helemaal zitten. Ze ziet in, dat zelfmoord geen goede oplossing is, praten met anderen juist wel.

Waarom heb ik dit gedicht geschreven?
Een tijdje terug was mijn leven een echte puinzooi. Het leek er op alsof alles wat ik deed gedoemd was te mislukken. Ik had met iedereen ruzie. Iedereen irriteerde mij. Niemand deed iets goeds – in mijn ogen-. Ik voelde me eenzaam en dacht dat iedereen me in de steek liet. Terwijl het eigenlijk andersom was. Ik was degene die anderen wegjoeg met mijn botte opmerkingen. Ik voelde me zo onbegrepen. Op een gegeven moment wilde niemand, of nee, niemand wist hoe ze met mij moesten praten zonder afgesnauwd te worden. Ik werd steeds bozer op de mensen om me heen. Ik reageerde mijn woede op iedereen af. Thuis had ik steeds vaker ruzie met mijn moeder. Maar als je ruzie hebt met je ouder, dan werkt dat als een bal die je tegen de muur aan gooit en die met dubbele kracht terugstuitert, erg vervelend dus.?Het ging steeds slechter met mij en het werd een tijd dat zelfmoordgedachten steeds vaker in mijn geest opkwamen. Ik heb ooit geprobeerd aan mijn beste vriendin te vertellen, dat ik overwoog om zelfmoord te plegen. Want zo iets is best moeilijk te vertellen, want je loopt er niet graag mee te koop. Zo van: ”Ik zie het leven niet meer zitten, dus ik ga maar zelfmoord plegen.” Ze geloofd e me niet en dacht dat ik een geintje maakte. Hoewel ik me dat niet kan voorstellen; over zelfmoord maak je toch geen geintjes? Maar ik besloot er toch mee door te gaan. En zomaar op een dag besloot ik dat dit de dag was dat ik wilde sterven. De zon scheen, het was lekker warm, de perfecte dag. Ja, nu kan ik er grapjes over maken, maar toen echt niet.?Daar zat ik dan met een mes in mijn handen en een zelfmoordgedachte in mijn hoofd. Ik had wel een dag uitgekozen dat mijn familie niet thuis was. Op het moment dat ik het mes aan mijn pols zette, hoorde ik diep in mij een stem van binnen. Ik bedoel, ik wil niet heilig overkomen, of zo, ik ben niet een echte gelovige, denk ik. Maar de stem zei tegen mij het niet te doen. Waarop ik hardop heb geantwoord dat het leven voor mij niet meer hoefde. Er was voor mij op dat moment geen reden om door te gaan met leven, maar de stem beloofde mij dat hij zou helpen. Hij vertelde me dat er nog mensen waren die om me gaven; en dat ik hen veel verdriet zou doen als ik zou doorzetten. En dat was wel het laatste wat ik hen wilde aandoen: ik wilde niet meer leven omdat het leven me zo had gekwetst. De stem haalde me over om het nog een keer te proberen. En dat deed ik dus. En ik kan nu wel zeggen dat ik blij ben naar hem geluisterd te hebben. Het is een van de beste beslissingen die ik ooit gemaakt heb.

Ik geniet nu meer van het leven en wat het me schenkt aan gelukkige momenten… en de rotmomenten neem ik dan maar voor lief. De stem had trouwens gelijk. Er waren inderdaad mensen die om me geven. Ik had ze alleen niet gezien. Het waren er weliswaar een handjevol, maar genoeg voor mij om verder te leven. Ik heb van die tijd veel geleerd. Ik heb nu veel meer zelfvertrouwen. Ikk heb geleerd om niet meer zo zelfzuchtig te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat je ook geholpen wilt worden als je in zo’n situatie zit. Ik ben ook geholpen. Niet door een persoon, maar door iets heel anders… door dat deel in mij dat van het leven houdt. Het deel dat mij is geschonken door iemand van daarboven, of je het nu God of iets anders noemt. Ik kan gewoon niet ontkennen dat er iets meer is dan wij mensen alleen. Het klinkt -vind ik zelf – raar, maar zo voel ik het: als ik iets leuks meemaak of ik kom ongeschonden uit iets negatiefs, dan zeg ik zachtjes tegen mezelf: ”Dank je wel, wie je ook bent en waar je ook bent. Dank je wel, dat je over mij waakt.” Ik werd later ook sterk aangesproken door een grafschrift: ”Ik hoop dat je nu hebt gevonden waar je naar zocht en wat wij je blijkbaar niet konden geven.” Het was het grafschrift van een jongen, die zelfmoord bleek te hebben gepleegd. Als je zelf bijna zelfmoord hebt gepleegd, weet je waarom zo’n jongen de stap heeft genomen. Het komt er allemaal op neer dat de jongen problemen had, zoals zovelen van ons. Het enige verschil tussen hem en mij is, dat ik toch sterk genoeg bleek te zijn om mijn problemen in de ogen te kijken en naar een oplossing te zoeken. Misschien was die jongen niet zo sterk of zag hij het nut van zoeken niet meer in. Er zijn zoveel pubers die die problemen hebben, en er zijn er heel wat die over zelfmoord nadenken en gelukkig zijn het er enkelen die ook echt doorzetten. Ik vind nu dat ik laf was om die mogelijkheid bijna te kiezen. Ik was gewoon te laf om te leven. Te laf geweest om mijn problemen te bespreken of een andere uitweg te zoeken. Maar gelukkig ben ik een van hen die niet doorgezet hebben.?Ik heb nu een weg gevonden om met mijn problemen om te gaan: ik heb mijn dagboek en mijn beste vriendin. Het opschrijven van al je problemen geeft je een goede uitweg om alles wat er die dag gebeurd is van je af te zetten. Mijn beste vriendin weet nu hoe ik in elkaar zit en zij voelt mij perfect aan. Ze weet gelijk of het goed met mij gaat of dat ik lieg. Soms wel vervelend, maar ik ben hartstikke blij, dat ze er is.

Ik heb het gelukkig niet gedaan

Hoe is je tekst ”Graven” tot stand gekomen?
Ik houd een dagboek bij, waarin ik schrijf vooral als ik depressief ben. Deze tekst was de eerste en enige keer, dat ik in de vorm van een soort gedicht mijn gevoeelens geuit heb. Je hoort mensen altijd zeggen, dat je je eigen graf graaft. Van die gedachte ben ik in die situatie uitgegaan. Ik heb er drie kladjes aan gewijd, toen was de tekst er zoals hij hier staat. Meestal ben ik breedvoerig om iets aan de orde te stellen, maar in deze tekst was ik erg direct. Meteen de koe bij de horens pakken. Geen omwegen, maar over de zaak praten.

Hoe voelde je je na het formuleren van deze tekst?
Ik was trots op mezelf, toen hij af was. Ik was trots dat ik me zo kon uitdrukken over mijn gevoelens van dat moment. Ik had het idee dat mijn woorden en gevoelens zaten waar ik ze wilde hebben. Mijn vriendin heb ik de tekst laten lezen. Ze vond hem goed, wat me een stuk zelfvertrouwen heeft gegeven. Het is nu weer een tijd geleden dat ik hem gelezen heb. In het begin kon ik niet anders dan huilen als ik de tekst onder ogen kreeg. Ik hem heel vaak gelezen, om te wennen aan de keiharde werkelijkheid om me heen.

Wat gebeurde er met jou om over zelfdoding te gaan denken?
Het was een tijd, waarin het leek of mijn vrienden mij niet nodig hadden. Ik heb eigen principes, waar ze geen rekening mee wilden houden. Ik moest me voortdurend aanpassen, wat ik niet wilde. Mijn vriendin vond andere mensen op een bepaald moment belangrijker. Ik had moeilijkheden thuis en de gezamenlijke uitstap naar het buitenland was in een woord rot. Ik had in die tijd een heel verkeerd gevoel, waarin ik alles negatief zag. Ik zag ook overal negatieve zaken, terwijl ik nu me kan afvragen of ze er ook wel waren. De vraag kwam toen heel indringend naar boven, waarom ik eigenlijk leefde. Als ik dood zou zijn, zouden we me wel de aandacht geven, die mij nu niet gegeven werd. Niemand zel tegen me: je bent lief. Ik had alleen maar problemen en op een bepaald moment hoef je daar niet meer mee aan te komen. Ik dacht toen echt gek te worden. Als ik problemen en gevoelens heb, uit ik ze ook. Dat voelt erg verkeerd. Ik wilde per se dat mijn vrienden naar mij luisterden. In plaats daarvan zeiden ze tegen me: ”Ga eens iets leuks doen”, maar ik kon dat echt niet. Ik was helemaal ingepakt in mijn negativiteit. De kracht ontbrak me om de andere kant in te gaan. Zoals ik me voel, zo ben ik ook. Als ik een nacht slecht geslapen heb, ga ik me niet aan alle kanten bepoederen, om dat effect weg te werken. Ik heb in die tijd geprobeerd om anders te zijn, maar ik kon het niet. Ik was dan gewoon niet mezelf.

Hoe is het mogelijk dat een meisje met jouw kwaliteiten, lichamelijk, geestelijk en sociaal tot de gedachten kan komen, die zelfdoding niet uitsluiten? Ik ken veel mensen met veel minder talenten en uitstraling, die aan zo’n gedachte helemaal niet toekomen. Jij bent in alle opzichten bevoorrecht, maar je begon wel over zelfdoding na te denken.
Ik zie me niet zoals jij me beschrijft. Ik zie de negatieve kanten van mezelf. Uiterlijk vind ik wel een belangrijke zaak, maar ik wil vooral het goed doen. En dat positieve moeten andere mensen voortdurend beamen. Ondanks de kwaliteiten die jij me toeschrijft, had ik niet het gevoel dat ze me nodig hadden. Voor mij was het gevoel dat ze me nodig hadden, heel belangrijk. Interesse in mij als persoon moet wel blijken. Ik vond en vind het goed, dat mijn vriendin even afhankelijk van mij is als ik van haar. Als iemand je niet nodig heeft, voel je je ook een nul, ben je zelf ook niets. Ik had destijds een zwak ik-gevoel. De bevestiging moest van buiten, van anderen, komen. Ik kon mezelf niet aaien als anderen het mij niet deden. Ik weet best in mijn binnenste dat ik een aantal talenten heb. Ik vind het echter heel erg om erover op te scheppen. En dat gevoel heb ik erg snel. Als mensen mij niet positief bejegenen in de dingen die ik doe, heb ik soms het gevoel niet te weten of ik op de goede weg ben. De reactie van de anderen maakt mij duidelijk dat ik goed zit. Ik had schouderklopjes van anderen nodig om te weten dat ik goed ben. Toentertijd was het heel belangrijk wat de anderen van mij dachten. En de groep waarin ik verkeerde, stelde heel hoge eisen. Ze kraken je snel af, als het ze niet zint. In die negatieve periode stond ik een half uur eerder op, als iemand een negatieve opmerking gemaakt had over mij. Dan besteedde ik die tijd heel nadrukkelijk om er die dag patent uit te zien en dus geen negatieve reacties van mijn vriendengroep te krijgen. Nu ben ik zover, dat ik mijzelf opmaak, als ik er zelf zin in heb, als ik vanuit mijzelf het gevoel heb dat ik me mooi wil maken. Als ik geen zin heb om me voor anderen op te tutten, kunnen ze nu barsten. Het moet nu wel uit mijzelf komen.

Waarom kunnen in zo’n situatie ouders of vrienden niet helpen?
Mijn ouders wisten het niet eens. Ik heb duidelijk wel signalen gegeven dat er iets met mij aan de hand was. Ik heb een keer tegen mijn moeder gezegd, dat ik het raam uit zou springen. Ze zag het niet, of ze wilde het niet zien. Mijn vader evenmin, maar daar kwam ik ook minder. Mijn vriendin heb ik het open verteld. Ze heeft goed naar mij geluisterd. Het was naar mijn idee te weinig, want zij ging gewoon door met leven, en dat wilde ik niet. Ik vroeg haar in die tijd iets onmogelijks. Ik wilde eigenlijk dat ze mij van dat raam en de sprong eruit weg zou houden, dat ze mijn zelfdoding daadwerkelijk zou verhinderen. Als je bepaalde dingen vaak zegt, worden ze niet meer serieus genomen. Dat gold ook voor mijn vriendin. Ze had net zoveel kracht, dat ze me ervan weerhield om mijn daad ook meteen uit te voeren. Ze had niet de kracht om mij zover te krijgen dat ik weer aan de andere kant van de lijn, de levenslijn, terechtkomen zou, waardoor ik een positievere kijk op het leven zou krijgen. Nu weet ik dat ze dat ook niet kon. Ik vroeg in feite het onmogelijke van haar. Mijn reden om dood te willen, was de anderen te laten zien, dat ze werkelijk zouden missen. Ik had het gevoel dat ze me konden missen als kiespijn. Ik had niet het idee, zoals ik eerder zei, dat ze me nodig hadden. Ik wilde dat ze geschokt zouden zijn. Door mijn daad wilde ik hen als het ware wakker schudden en hen zich laten realiseren dat ik er wel toe deed in hun leven.

Wat deed je op die bewuste avond?
Ik had ruzie met de vriend van mijn moeder en ik heb steeds geleerd dat je niet weg moet gaan zonder over de ruzie te praten. Er was toen geen gesprek mogelijk en ik ben naar mijn kamer gegaan. Toen kwam mijn moeder naar boven en ze zei dat ze er niets mee te maken wilde hebben: zoek het zelf maar uit. Ik vind dat hij als volwassene erover had moeten beginnen en de zaak had moeten uitpraten. Toen mijn moeder zei, dat ik het zelf moest uitzoeken, kwam alles bij elkaar. Stik maar, klonk haar opmerking en ik deed het raam open en deed de hor naar boven. Met een been zat ik over de rand. Ik keek naar beneden en zag de donkerte. Onderaan straalde het licht van de woonkamer en brak door in het donker. Ik zei tegen mezelf: denk goed na. Als je naar beneden wilt springen, doe het dan als je goed hebt nagedacht. Doe geen overhaaste dingen. Ik dacht kijkend naar het licht beneden: als het daar licht en gezellig is, wat doe ik dan hier? Het duurde werkelijk alles bijeen maar een paar seconden. Ik voelde dat het niet goed was om te springen. Ik ben blij dat ik toen wijs ben geweest. Ik ben terug naar binnen gegaan en naar beneden gelopen om te praten. Daarna hebben we er nooit meer over gepraat. Toen heb ik mijn tekst ”Graven” geschreven. Het gaf me wel een klap dat die mensen van wie ik houd het niet opgepakt hebben en erover gepraat hebben.

Je schrijft over een droomwereld. Wat is dat en wat doet die jou?
Ik heb mijn kamer vol hangen met posters van Johny Depp. Het is een hele gave kerel, tegen wie ik hele gesprekken kon voeren. HHij zei weliswaar niets terug, maar ik kreeg ook geen verkeerde en negatieve dingen te horen. Deze droomwereld is spontaan gegroeid in bed. Ik kan in het gewone leven eigenlijk slecht mijn fantasie gebruiken, maar als ik in bed lig, ben ik enorm goed in fantaseren. In zo’n negatieve tijd had ik die droomwereld nodig om ergens kracht uit te putten. Ik kon fantaseren dat iemand als Johnny Depp mij leuk vond. Die fantasie gaf me net genoeg kracht om bijvoorbeeld naar school te gaan en hoge punten te halen, waar ik verder niets bij voelde. Ik leefde van de ene nacht naar de andere. Ik had geen enkel gevoel bij de dagelijkse realiteit, de nacht was in feite het echte voor mij. Het was een eigen wereld, waarin ik kon doen en laten wat ik wilde. Zo’n fantasie is wel erg fijn, maar je krijgt er geen echte liefde mee, geen gevoelens van mensen van vlees en bloed. Alle mensen die ik liefhad, kwamen er wel in voor, maar allemaal op een dromerige, verwrongen manier, die niets met de werkelijkheid van alledag te maken had. Die droom is echt te weinig. Je moet doorleven en handelen in het echte leven. Je blijft er niet door in leven, want je bent alleen met jezelf bezig. Ik zou willen dat de wereld eruit zou zien als mijn droomwereld, maar dat is helaas onmogelijk. We kunnen niet altijd zijn zoals we het zelf willen. Ik heb die posters nog wel, maar de droomwereld bestaat niet meer zoals toen. Johnnny Depp is en blijft een gave gozer, maar hij maakt me zowel vrolijk als verdrietig. Hij hoort bij die negatieve verleden tijd, ik wil nu echt leven.?

Wat heb je voor jezelf van die akelige tijd overgehouden?
Mij is heel rauw en direct duidelijk geworden: het leven is iets heel moois, waar je wel hard voor moet knokken. Ik heb erdoor veel meer zelfrespect en zelfvertrouwen gekregen, want ik heb een daad gesteld die andere mensen nog nooit gesteld hebben. Ik heb op een punt gestaan, waarin ik moest kiezen tussen leven en dood. Het geeft je ook het gevoel van alleen zijn, want de anderen hebben deze ervaring niet. Je kunt die ervaring niet met anderen delen. Ik ben door die fase heengekomen. Ik weet nu dat ik sterker ben dan veel mensen denken. Mijn gevoel tegenover mezelf en het leven is nog steeds niet optimaal. Maar ik heb het gevoel dat ik hoe dan ook door moet leven. Ik weet niet wat de dood is, ik denk dat ik er niet voor moet kiezen, ik moet wachten tot iets of iemand me komt halen. Ik weet nu dat ik van het leven iets moet proberen te maken, ook al zal dat soms moeilijk zijn. Ik kan voor mezelf accepteren, dat ik niet steeds tienen meer hoef te halen, want er is meer dan dat gymnasium. Het gymnasium is wel een toffe opleiding, maar je weet niet wat je er in de toekomst mee kunt doen, je weet niet wat voor toekomst er voor je is weggelegd. Ik wil niet meer kiezen voor de dood. Ik heb een andere keuze: het beste ervan proberen te maken. Door deze ervaring heb ik het gevoel dat er weinig dingen zijn die ik nu niet meer aan zou kunnen. Als ik hoor wat anderen meemaken, dan denk ik, dat mijn eigen negatieve diepte-ervaring me zal helpen dergelijke dingen aan te kunnen. Ook de scheiding en het verdriet om mijn ouders die uit elkaar zijn, ook de wetenschap dat ik met veel mensen, zoals mijn moeder, niet over deze ervaring kan praten. Ze begrijpen het niet, willen er niets van weten, sluiten zich ervoor af. Ik heb dat geaccepteerd, ook al wat dat bijzonder verdrietig en moeilijk te aanvaarden, dat degene, van wie je het meest houdt, niet in staat is om een eindje met je mee te lopen als het je moeilijk gaat. Mijn vriendin kan het wel. Met haar kan ik erover praten. Dat is voor mij het belangrijkste in deze situatie. Ik hoop dat anderen die in mijn situatie belanden, in ieder geval ook zo iemand hebben om je op te vangen en serieus te nemen. Dat heb je echt nodig!?
Wim Mathijssen

Leerlingverhalen over zelfdoding

Voor altijd in mijn gedachten
Als ik dit verhaal begin, rolt er een traan over mijn wang. Het is nu ongeveer zes jaar geleden dat mijn nicht voor de trein sprong. Ze was toen pas zestien. Ik denk nog erg vaak aan haar. Ze was mijn lievelingsnichtje en ik heb nooit echt afscheid van haar kunnen nemen.?Ik heb haar dood nooit echt kunnen verwerken. Ze liet ons achter met vragen die niemand kon beantwoorden. Ik was te jong om alles te begrijpen en pas juist nu, nu ik de leeftijd heb waarop zij zelfmoord pleegde, denk ik er veel over na. Ze had vaak lichamelijke klachten maar was voor de omgeving geestelijk gezond. We waren precies hetzelfde; we deden veel samen, hadden het samen altijd naar onze zin. En toen sprong ze voor de trein.??Pas nu voel ik de pijn en het verdriet. Pas nu mis ik haar. Waarom, vraag ik me af, waarom wilde ze niet meer leven? Ze was zo’n mooi, lief meisje. Als ik nu naar mezelf kijk, herken ik veel van haar. Die onzekerheid over mijn uiterlijke persoonlijkheid, ik kan daar heel moeilijk mee omgaan. Ze was de enige die me moed kon geven en dat doet ze nog steeds. De gedachte aan haar geeft me moed. Al kan ze mij geen antwoorden meer geven, antwoorden die ik nodig heb om haar dood te kunnen verwerken. Naar haar crematie ben ik niet geweest; ik was te jong om te beseffen wat er precies gebeurd was. Nu heb ik veel spijt, ik had graag nog een laatste keer afscheid van haar genomen.??Ik heb nu het gevoel of ze elk moment de kamer kan binnenlopen en we weer net als vroeger elkaar lievelingsnichtjes kunnen zijn. Ik weet dat het niet meer kan. Soms sta ik voor haar foto en vraag me af waar ze nu is, wat zij verwachtte van het leven na de doood. Hoopte ze een beter leven te krijgen en liet ze ons daarvoor alleen achter? Of kon ze misschien haar identiteit niet vinden? Werd haar door de omgeving een negatief zelfbeeld opgelegd, dat haar de zin van het bestaan deed vergeten???Nu is ze dood, hoor je nu nog negatieve dingen over haar? Nee, alleen goede mooie herinneringen. Ik wil me haar herinneren zoals ze was, niet vergeten en een mooi beeld van haar onthouden, maar me haar levend en levendig herinneren. Het was haar levendige persoonlijkheid die ik bewonderde en die zal ik altijd blijven bewonderen. Weten dat ik haar nooit meer zal zien, verdriet zal voelen en we verder moeten leven zonder haar, zonder antwoorden. Soms voel ik me eenzaam, niemand is er met wie ik over haar dood kan praten. Was ze hier nog maar geweest, zij die mij leerde alles van de positieve kant te bekijken. Ik weet dat ik me door haar zekerder zou voelen en op dit moment is zij het positieve in mijn leven: de herinnering aan haar geeft me moed om verder te leven. We moeten verder met ons leven, een leven zonder haar, maar een leven met herinneringen die blijven bestaan. Herinneringen die mij de moed zullen geven het leven positief te blijven zien. Antwoorden zal ik nooit krijgen. Berusting in haar dood begin ik langzaam te vinden. Ik zal haar altijd blijven missen, mijn lievelingsnichtje. Ik hoop dat ze nu rust heeft gevonden.?22-05-97 ?M.K.

Zeven jaar na mijn vaders zelfdoding
Ik schrijf dit stuk naar aanleiding van een verhaal dat in de vorige schoolkrant De Keten stond, over een meisje dat op de basisschool een poging tot zelfmoord heeft gepleegd. Ik heb zelf ook op een zeer directe manier ervaring met zelfmoord en wilde er al enige tijd iets over kwijt in de schoolkrant. Omdat het verhaal me raakte en omdat dit mijn laatste jaar op het Newman is, besloot ik dat het eens tijd werd om mijn verhaal op te schrijven.??Het is nu bijna zeven jaar geleden dat mijn vader zelfmoord heeft gepleegd en ik was toen nog maar net 12 jaar jong. Mijn ouders waren al gescheiden toen ik zo’n drie jaar oud was en mijn moeder had al weer een hele tijd een nieuwe vriend (nu mijn stiefvader). Mijn zus en ik gingen ongeveer eens in de twee weken in het weekend naar mijn vader en in de grote vakantie zagen we hem natuurlijk wel wat vaker en langer.?Ik weet nu nog steeds niet waarom mijn vader mij en mijn zus op deze manier in de steek heeft gelaten. Hij had toen net een nieuwe vriendin, een schat van een vrouw, met een zoon en een dochter, die iets ouder waren dan wij en we konden het allemaal hartstikke goed met elkaar vinden. Maar uit enkele notities die de politie her en der verspreid in zijn huis heeft gevonden, bleek dat hij al geruime tijd over zijn leven had nagedacht en waarschijnlijk kon ook deze nieuwe liefde dat leven toen al niet meer redden; er is namelijk ook uit gebleken dat hij zijn zelfmoord zorgvuldig had gepland.?Je zult ongetwijfeld begrijpen dat dit een enorme klap voor me is geweest, maar gek genoeg ben ik er vrij snel overheen gekomen en misschien heb ik het allemaal ook wel te snel naar de achtergrond gedrongen. Ik denk dat ik mijn verdriet zo snel heb kunnen verwerken, omdat ik nog niet echt een diepgaande relatie mijn vader had: grote problemen had ik nooit en als er al iets was, dan kon ik het meestal sneller bij mijn moeder kwijt. Bovendien zag ik mijn vader eigenlijk ook niet overdreven veel. Ik zou nu wel willen dat mijn zus en ik wat vaker spontaan bij mijn vader waren langsgegaan, maar daar dachten wij toen gewoon nooit aan en ik weet eigenlijk ook niet of dat iets uitgemaakt zou hebben.??Pas de laatste tijd ben ik dieper gaan nadenken over hetgeen met mijn vader gebeurd is, maar ik heb er nooit echt over gepraat, ook niet met mijn zus. Voor mijn gevoel valt er gewoon niet zoveel te zeggen en we weten allebei hoe het voelt, woorden zijn eigenlijk overbodig. Tegen andere mensen vertel ik er sowieso al niets over, want op medelijden zit ik niet te wachten en het zou er waarschijnlijk ook alleen maar voor zorgen dat deze mensen zich er ongemakkelijk bij voelen.?? Ik vind het verontrustend dat er vrij veel kinderen zijn die zelfmoord(pogingen) plegen, maar erg verrassend vind ik dit feit eigenlijk niet. Als mijn vader, een volwassene, en eigenlijk een sterke man, al zelfmoord kan plegen, dan is het niet zo verwonderlijk dat jonge kinderen, die nog zo onstevig in hun schoenen staan, zichzelf en hun leven al snel niet meer de moeite waard vinden. Sommigen van jullie, die echt hun hele leven nog nooit erg gekwetst of gepest zijn, kunnen zich daar misschien niets bij voorstellen, maar over het algemeen beseft iedereen heus wel dat je iemand zelfs met enkele woorden al veel pijn kan doen. Ik wil niet zeggen dat ik nooit iemand klier, maar ik zou nooit iemand opzettelijk kwetsen. Ik zou willen dat iedereen elkaar eens gewoon zou kunnen accepteren, maar dat zit er geloof ik niet zo erg in. We leven nu eenmaal in een maatschappij waarin presteren ontzettend belangrijk is, terwijl die maatschappij zelf steeds onpersoonlijker wordt. Kijk maar naar onze school: pasjes- en briefjessysteem, openingstijden voor de balie. . . (Toen ik dit in de vorige Keten las, sloeg ik pas echt steil achterover, veel erger kan het volgens mij niet meer worden !!??)??Tot slot: ook al zie ik het leven zelf soms niet zo zitten, ik geloof absoluut niet in zelfmoord. Er zijn altijd mensen die je met veel verdriet – en waarschijnlijk ook met een schuldgevoel- achterlaat. Probeer altijd zoveel mogelijk over je problemen te praten! !! Volgens mij is dat echt heel belangrijk. Vaak zie je zelf problemen, die er eigenlijk helemaal niet zijn, of die je met de hulp van anderen misschien wel op kunt lossen. Maar je zult toch zelf die eerste stap moeten zetten!?

Een ingrijpende verandering?
”Ingrijpende veranderingen zijn voor ieder mens anders. Ze kunnen positief of negatief zijn, maar ze hebben altijd invloed op je leven of je manier van leven. Toch sta je eerder stil bij negatieve veranderingen dan bij positieve. Positieve ervaringen worden pas echt gewaardeerd als er een negatieve heeft plaats gevonden.?Zo is mijn ingrijpende verandering gebeurd op 27 september 1993. Een zwarte dag net na mijn verjaardag. Een dag die nooit meer gewoon 27 september zal zijn, een dag waarvan ik hoopte dat die niet bestaan had. Toch was die dag er en hij zal mijn verdere leven beheersen. Het was de dag waarop mijn vriend zelfmoord pleegde, vlak voor zijn 18e verjaardag.?

Twee weken bedenktijd
Het was een gewone morgen. De wekker liep af en ik ging naar beneden. Het was heerlijk weer buiten: fris, helder, zonnig. De telefoon ging. Ik nam hem rustig op. Dat zal vast en zeker M. zijn om zijn excuses aan te bieden. We hadden gisteren zo’n ruzie gehad. Ook al was onze verkering om moeilijke redenen een week geleden uitgegaan, we zagen elkaar nog elke dag. Ik had gewoon twee weken nodig om na te denken en hem dat ook duidelijk verteld, maar deze ochtend was ik eruit. Ik wist wat ik wilde.?“Er was iets gebeurd met M.,” zei zijn moeder aan de telefoon. Ik schrok niet eens zo erg. Je verwacht geen echte rampen in je eigen omgeving, ook al weet je in theorie best dat ze kunnen gebeuren. Misschien was M. ziek en vroeg hij of ik langs wou komen. Tenslotte had ik hem gisteren nog gezien. Je denkt dat zo’n ontmoeting iemand onsterfelijk maakt. “M. wordt vermist, hij heeft een afscheidsbrief achtergelaten waar alleen jouw naam in vermeld wordt. Is hij misschien bij jou?” vroeg ze hoopvol. Ik antwoordde dat hij niet hier was. Ze raakte een beetje in paniek. “Weet je echt niet waar hij is?” Gedachten flitsten door mijn hoofd, maar ik kon niets bedenken. “De politie komt zo, dus ik moet ophangen”, zei ze. De verbinding werd verbroken. Langzaam ging ik zitten. Tranen verschenen in mijn ogen. M. was tot zoiets in staat. Ik kende zijn gevoelswereld als mijn eigen broekzak. Hij vertelde mij alles. We waren niet voor niets bij elkaar gekomen. We hadden dezelfde gevoelens, dezelfde gedachten. Nee, M. was niet tot zoiets in staat, dat kon niet, hij was al bang voor de dokter. Maar dat angstige gevoel dat mij bekroop, raakte ik niet kwijt. Ik pakte de hoorn op en belde terug. “Ik kom eraan”, zei ik. “Ja, kom maar, de politie wil jou ook wat vragen stellen”, zei zijn moeder. Een klap recht in mijn gezicht, nee dit kon mij niet overkomen.

Afscheidsbrief
Langzaam legde ik de brief terug op tafel. Zo vol gevoel, pijn, liefde en verdriet, de mooiste brief die ik ooit gelezen had. Ik kon het niet helpen, de tranen bleven komen. Vragen werden op mij afgevuurd. Automatisch gaf ik antwoord. Ik hield het niet meer uit en rende de gang in. De twee politiemannen kwamen achter mij aan. Ik vertelde dat M. er wel toe in staat was. Nee, waarschijnlijk was het gewoon aandachttrekkerij. Waarom kon ik ze niet overtuigen, waarom geloofde niemand mij??Ik moest er even uit. Ik pakte zijn middelste broertje van drie op. “Kom we gaan wandelen”. Hij had zoveel plezier, zou hij het beseffen. “Cola, waar in Mijne?” Ik antwoordde niet, ik wist het niet. Langzaam liepen we langs het vogelreservaat. Zo mooi was het daar, maar iets beviel me niet. Het was eng. Zwarte vogels vlogen kraaiend over. Als ik ergens blij over ben, is het wel dat ik er niet in ben gegaan.?Ik zat er al bijna tien uur. De bel ging; twee andere politiemannen kwamen binnen. “We hebben vervelend bericht, hij is dood”. Dus toch, ik wist het. Flitsen van gedachten, razendsnel, wirwar, chaos, ongeloof, verbijstering, ontkenning. Het was meer alsof mijn hoofd op slot ging. Zoiets verschrikkelijks kon niet gebeurd zijn, dus kon ik het niet gehoord hebben. Het was een grap. We hadden het over een andere persoon en ik speelde even de rol van diens vriendin en dan houden we op en doen we weer normaal. Het kon niet waar zijn. Slechts héél even, één moment, drong de verslagenheid door. Zijn moeder begon te gillen, het ging door merg en been. Ik herinner me dat ik met mijn hoofd tegen zijn broer van zestien aan stond te huilen. Heel kort. Daarna kwam weer het besef dat we een toneelstuk speelden en het einde naderde.?Ik moest naar het mortuarium. Ik moest hem zien, me ervan overtuigen dat het om hem ging en dat hij echt dood was. Ik moest bij hem zijn.?

Mortuarium
Terwijl ik mijn adem inhield, stapte ik met zijn familie het kamertje in. De dodelijke stilte viel als een blok op mij. M. lag er vredig bij, haast gelukkig met onze trui aan; alsof hij sliep, alleen zo onbeweeglijk stil. Alsof ik zweefde, stond ik opeens naast hem. Geen reactie. Heel zacht, om niemand het te laten horen zie ik: “M., word wakker.” Geen reactie. Ik was verbijsterd: hij gaf om mij, hij zou op mij moeten reageren! Voor het eerst voelde ik me echt machteloos, een gevoel dat ik sindsdien niet meer ben kwijtgeraakt. En nog steeds geloofde ik het niet. Dat was niet mijn lieve vriend, dat was M. niet en toen raakte ik in shock. Later ben ik teruggegaan, op de dag dat vrienden ook mochten komen. Langzaam liet ik mijn hand over zijn haren glijden, zijn gezicht, zijn arm, zijn hand, zijn mond. Het was koud. Maar toch geloofde ik het niet, het was niet waar!?Hij had zich opgehangen in het vogelreservaat. ‘s Ochtends was hij gewoon aan zijn krantenwijk begonnen. Op de helft was hij gestopt, had zijn fiets tegen een boom geplaatst en was gaan lopen. In het vogelreservaat had het onbegrijpelijke plaatsgevonden.?

Mensen vol onbegrip
Zelfmoord is iets onbegrijpelijks. Men pleegt zelfmoord om niet meer geconfronteerd te worden met zijn problemen, gevoelens, verdriet om het bestaan. In de hoop dat er iets beters bestaat. Maar het leven heb je niet voor niets gekregen., Je moet het voltooien. Maar als iemand zo in de knoop zit met zichzelf kan ik het me voorstellen. Alleen creëren mensen vaak zelf problemen, gaan ze zelf geloven in dingen die helemaal niet waar zijn. Ik weet nu hoe het voelt, dat hopeloze gevoel. Ook merk je wat belangrijk is in het leven: vrienden en liefde. Nu besef je pas wat je hebt en vooral wat ik had., Het is gewoon te laat. Ik vroeg om twee weken en kreeg een heel leven. Zelfmoord is iets egoïstisch en tegelijkertijd iets moedigs. Jezelf daar toe zetten, daar is veel kracht voor nodig maar ondertussen richt je alleen maar meer schade aan. Al je dierbaren zitten vol schuldgevoelens, vol verdriet. Elk probleem erbij, elke opmerking die niet op zijn plaats is kan fataal zijn. Toch moeten nabestaanden door, dat eist de samenleving nou eenmaal. Daar is amper plaats voor verwerking. Zoveel mensen vol onbegrip. Het leven wordt door mij nu anders bekeken. Elk positief deeltje sla ik goed op, bewaar ik vol liefde. Nu weet ik pas hoe belangrijk dat is, ook al is er meer negatiefs.?Na de begrafenis zou het wel beter gaan, dacht ik. Blijkbaar was die begrafenis voor mij een mijlpaal, een teken dat het voorbij was en dat alles vervolgens weer normaal zou worden. Maar zo zit het leven niet in elkaar; de begrafenis bleek dan ook geen afronding. Jammer voor mij en jammer voor diegenen die vinden het nu maar eens ‘over’ moet zijn.”