De filosofie van de heuvel

In 2008 vertrok Ila Pfeijffer, multitalent, met zijn Russische vriendin Gelya Bogatishcheva op de fiets naar Rome, vertrekkend vanuit Leiden.
Na terugkeer schreef hij daarover in 2009 “de filosofie van de heuvel, Op de fiets naar Rome” (Arbeiderspers 2009) Gelya maakte de foto’s bij het boek.
Totaal onvoorbereid vertrokken ze op een plotselinge ingeving van Gelya. Hij op een blauwe Batavus voor 85 euro gekocht, zij op een gele mountainbike.

Toen het vlakke land in België plaats maakte voor heuvels, was het tijd voor Pfeijffer om een filosofie van de heuvel te ontwikkelen.
De eerste filosofie kreeg hij van Gelya: berg is vlak, dat is de waarheid. Daar kan hij niets mee, want de berg zag er niet vlak uit en voelde ook niet vlak aan.
Hij ontwikkelde een tweede filosofie: opzij kijken in plaats van naar boven. Het gaat niet om de berg, maar om het landschap.
Daarna kwam de derde filosofie: gaat een beetje sneller dan lopen.
De vierde vond hij uit: elke heuvel is een reus die heel lekker ligt te slapen en om hem niet wakker te maken moet je zo licht mogelijk fietsen.

Opmerkelijk zijn de volgende bespiegelingen over plannen en niet-plannen:
“Naar Rome fietsen is een makkie als je niet naar Rome fietst. Iedereen is in staat elke dag een stukje naar het zuiden te fietsen. En als je niet nadenkt over snelheid, afstand of een mogelijk doel, gaat alles vanzelf. Volgens het klassieke Japanse model van de do, de weg, voert de reis naar de top van de heilige berg Fuji. Eerst moet je een lange kronkelige weg volgen naar de voet van de berg. Je komt hindernissen tegen en dorpjes waar je spullen kunt vergaren die van  pas komen voor de beklimming. Het zal jaren duren totdat je de voet van de berg bereikt en voordat de eigenlijke beklimming kan beginnen. Al die tijd is Fuji zichtbaar in de verte. Maar de top is in nevelen gehuld. Het doel van je grote lange reis is gedurende de hele reis onzichtbaar. Dat is omdat het niet gaat om het doel. Het doel is de reis. (84)

En:
“Gelya’s vrolijke flodderfilosofie van ‘prosto tak’ schrijft voor dat we ‘gewoon zo’ leven, van het ene moment buitelend in het andere. Ze vindt het stom om over de toekomst na te denken, want er gebeurt toch wat er gebeurt. En als je alles van tevoren hebt bedacht, gebeurt het toch anders. En als het precies zo gebeurt als je had bedacht, is het al saai terwijl het gebeurt, omdat je het precies zo al tevoren had bedacht. En bovendien gebeuren dingen alleen maar als je ze laat gebeuren. Als je plannen maakt, gebeurt er niets, omdat je alleen maar bezig bent met je plannen en niet met wat er gebeurt.(…..)
Door zo te reizen wordt de reis een reeks momenten in plaats van een reeks frustraties over gefnuikte plannen en ongehaalde doelstellingen. Teleurstellingen zijn er niet omdat er geen verwachtingen waren. Er is alleen een ver, abstract doel, dat steeds abstracter en minder belangrijk wordt.” (110)
Na ruim veertig dagen bereiken de twee Rome, maar de verwachte juichstemming blijft uit. “We hadden niet echt een stemming. Er overheerste een gevoel van leegte en van een vreemd soort onverschilligheid. Het doel was bereikt en daarmee heeft het doel al zijn glans verloren.”  (198)

Aan het eind van zijn boek komt Pfeijffer tot de werkelijke filosofie van de heuvel: “De filosofie van de heuvel was achteraf heel simpel. Bijna te banaal om op te schrijven. De beklimming en afdaling horen bij elkaar. Ze zullen elkaar blijven opvolgen tot het einde der tijden. En de beste manier om daarover na te denken is er niet over na te denken, maar erop te vertrouwen.” (208)

De hiervoor geciteerde passages lijken me aardig geschikt om leerlingen in de tweede fase hun hersenen erover te laten doordenken.
• Wat zijn de voordelen van een dergelijke houding?
• Wat zijn de nadelen ervan?
• Welke manier maakt me gelukkiger?
• Welke manier maakt me tevredener?
• Kun je een dergelijke houding je hele leven volhouden of is het iets voor een ‘vakantietijd’?
• Hoe zou jouw filosofie van de heuvel eruit zien?

Maar ook voor wie niets met deze vragen heeft, is het een boek dat met veel humor de stukjes naar het Zuiden beschrijft, de moeilijkheden, de emotionele hoogte- en dieptepunten. De twee Romereizigers komen in Rome aan, maar besluiten meteen om de trein te nemen naar Genua, waar ze na negen uur stoptreinen (fietsen mogen niet in de intercity’s mee) in La Superba aankomen en er anderhalf jaar blijven.
Tegenwoordig wonen ze nagenoeg permanent in Genua en is zojuist Pfeijffers boek “La Superba” over Genua verschenen.
Lia 199 – 21 maart 2013