Die is echt gek!

Opgeleid als docent heb ik weinig zin om politie-agentje te spelen. Dat vergeten sommige leerlingen en ze proberen me uit om te kijken hoe die nieuwe baan mij afgaat. Ik weiger en reageer redelijk fel op dit soort spelletjes. In havo 4 ging het als volgt. Ik probeer de club na te laten denken over wat mensen van bepaalde zaken in het leven vinden en zet hen daarom voor de klas. Ze beginnen een vraag te beantwoorden en hopen vervolgens dat de andere leerlingen met goede hulpvragen komen, zodat ze een goede indruk op de docent maken. De leerling heeft een vraag uit 21 gekozen en doet zijn best. In de rij tegen de muur zit een leerlinge meermalen en geruime tijd naar de achterbuurvrouw gekeerd volop te kletsen. De dame in kwestie heeft geen aandacht of respect of belangstelling voor de leerling die voor de klas zit. Dat schiet me in het verkeerde keelgat en zonder er verder bij te denken bijt ik haar toe, dat ze naar de balustrade kan en in plaats van 5 de hele serie van 21 levensbeschouwelijke vragen kan inleveren. Ze loopt verontwaardigd naar buiten.
Na de les komt de dame in kwestie terug in de klas, begeleid door twee vrouwelijke advocaten, die haar als vriendinnen graag bijstaan. Ze vinden het geen stijl en overdreven en nog veel meer. Ik laat de woordenstroom even over mij heen golven en besef, dat 21 vragen wel heel veel tijd zullen vergen en dat de gepleegde wandaad minder straf waard is. Ik doe een tegenbod. “Je maakt 6 vragen en levert die uiterlijk over zeven dagen in,” is mijn voorstel. Ook dat roept verontwaardiging op van de drie musketiers en allerlei hele en halve argumenten slingeren ze mij om de oren.
“Als je dit te veel vindt, moet je maar gaan klagen bij de afdelingsleider. Die kan een onterechte straf ongedaan maken en mevrouw Hersmis kennende zal ze eerlijk maar rechtvaardig oordelen,” besluit ik. Dat is weer tegen het verkeerde been, want iedereen weet – zo weten zij stellig – dat leraren altijd door de mensen boven hen gesteund worden en dat leerlingen altijd aan het kortste eind trekken.?“Als je duidelijk je argumenten op een rijtje zet en de afdelingsleider duidelijk maakt, waarom deze straf te veel of misschien wel helemaal onterecht is, dan komt ze zeker naar me toe om over de zaak te praten. En argumenten zijn de enige zaken waarmee je mevrouw Hersmis aan je kant kunt krijgen.”
De dames kijken me aan alsof ze water zien branden. Officieel protesteren met een mooie brief aan de afdelingsleider is het laatste waar ze blijkbaar zin in hebben. Je moet dan je verstand gaan gebruiken om een aantal argumenten op een rijtje te krijgen in liefst fatsoenlijk Nederlands. Liever proberen ze de betreffende docent met een eigen tactiek omver te lullen. Dat levert geen succes op en ze staan helemaal verbijsterd, als ik verder ga: “Als je het moeilijk vindt om een brief te schrijven met een goed overzicht van je argumenten tegen wat ik gedaan heb, dan wil ik je wel helpen om de goede formuleringen te vinden. Ik vind dat je het recht hebt om tegen een beslissing van een docent in beroep te gaan, als je het met elkaar niet eens bent. Ik heb een schikkingsvoorstel gedaan [6 vragen binnen een week]. maar jullie hebben daar nog steeds moeite mee. Ik help je de brief te schrijven, waarna ik door mevrouw Hersmis opgeroepen word en zij kan jullie en mijn argumenten tegen elkaar afwegen en een weloverwogen beslissing nemen. Daar kan ik mee leven en hopelijk jullie ook.”
Het water brandt nu echt, gezien de reactie van de dames. Ik ga verder: “Het moet toch mogelijk zijn om jullie argumenten op een rijtje te zetten zodat de afdelingsleider ziet hoe jullie erover denken. Mijn hulp om er mooi Nederlands van te maken en je argumenten wat aan te scherpen is dan toch mooi meegenomen. Je moet als docent toch in staat zijn je in te leven in wat je leerlingen willen uitdrukken en dat te scheiden van wat je er zelf van vindt. Dat is toch best mogelijk. lijkt jullie niet!?”
De dames kijken elkaar aan en je ziet haar denken: “Hier is iemand echt gek geworden en wij zijn het geen van drieën.” Hoofdschuddend en tandenknarsend omdat de omlulmethode niet gewerkt heeft, lopen ze naar buiten, vastbesloten om in de pauze aan iedereen die het wil horen mee te delen, dat C13 het domein is van een helaas nog niet officieel ontdekte psychiatrische patiënt, waarvoor je het best heel goed uit kunt kijken. Want leraren die aanbieden een brief tegen henzelf te helpen schrijven, zijn mogelijk tot heel veel andere, nog gekkere dingen in staat!?
(Gepubliceerd in “De wereld volgens C13” in schoolkrant De Keten, april 2009)