Dierenliefde, hè getver

Er zijn weinig zaken waar ik zulke heftige discussies met leerlingen kan krijgen als het thema mens en dier. Voor mij zijn het twee verschillende zaken, ook al zijn er zeker overeenkomsten op te merken. ?Maar ik gruw als ik leerlingen dieren allerlei menselijke eigenschappen zie toeschrijven die ze helemaal niet hebben.  Een hond die kwispelt, laat niet zien dat hij van je houdt, maar meldt dat de baas er weer is die hem straks eten zal geven. Een parkiet die kopjes geeft, doet niets wat met menselijke gevoelens te maken kan hebben, maar alles met zijn instinct. ?Ik vind het vanzelfsprekend dat je dieren met respect behandelt, dat je ze verzorgt en eten geeft, maar ook dat je ze op tijd afmaakt of laat afmaken, als het om de een of andere reden nodig is. Toen ik zelf nog kippen had in de tuin, heb ik alle dieren eigenhandig de kop afgehakt met het scherpste bijltje dat er te vinden was. Ze waren op slag dood en ik heb er vervolgens goed van gegeten. Wat voor compliment kun je een dier nog meer maken?
Ronduit misselijk word ik van alle vormen van omgang met dieren, die wijzen op een verstoorde relatie met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld als ik een dame met een bontjas voor haar schoothondje een lading accessoires in een sjieke dierenwinkel in de PC Hooftstraat zie kopen voor een bedrag waar meerdere derdewereldkinderen een jaar lang goed te eten zouden hebben gehad.
Of wanneer iemand schrijft over de noodzaak alles voor het dier te doen wat je ook voor een mens zou doen. Zo kun je tussen Etten-Leur en Prinsenbeek een heus dierenkerkhof aantreffen, waar van alles voor je dode dier mogelijk is, van begraven in een echt graf tot het cremeren en het op de schoorsteen zetten van de asresten. Of wanneer iemand het nodig vindt om zijn doodzieke hond een aantal bestralingen te laten ondergaan, omdat een mens ook bestraald wordt als hij aan kanker lijdt.
Het blijft een vreemde zaak om dieren die toch echt anders dan mensen zijn gevoelens toe te dichten die bijna uitsluitend bij mensen voorkomen. Mijn hond luistert zo goed naar me, schrijft een leerling, vooral als ze verdrietig en down is. Het beestje merkt dat meteen en je zit hem ook daar op reageren. Veel beter dan mensen dat doen.
Als ik zulke opmerkingen hoor, begint er iets boosaardigs in me te groeien. Ik krijg het donkerbruine vermoeden dat er iets aan de hand is met die mensen. Contact leggen met mensen is moeilijk, is vaak frusterend, mensen vallen bijna altijd tegen, je wordt voortdurend teleurgesteld. En dat gebeurt niet bij dieren, zeggen ze dan. Natuurlijk niet, omdat dieren niet kunnen doen wat mensen doen. Ze kunnen alleen hun instinct volgen en hun baasje gehoorzamen of het naar de zin maken.
Zo denkend kom ik misschien wel op een mooi promotiethema voor de tijd dat ik gepensioneerd zal zijn. Het lijkt me alleszins de moeite waard om de volgende stelling aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen: “Dierenliefde komt voort uit mensenhaat.”
26 april 2008