Eenderde jongeren ziet leven niet zitten

Elk jaar zijn in Nederland zeker 100.000 jongeren tussen 8 en 18 jaar in meer of mindere mate depressief. Bijna eenderde daarvan is de terneergeslagenheid zo groot dat zij het leven niet meer zien zitten en een poging tot suïcide ondernemen. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

door Lizet van Triet
Volgens prof. dr. J.K. Buitelaar, kinder- en jeugdpsychiater in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen, is het probleem inmiddels zo omvangrijk dat depressiviteit een ernstig punt van zorg is geworden in het onderwijs. “In elke schoolklas in ons land zitten een of meer kinderen of jongeren, die door gevoelens van depressiviteit enige weken of langer moeten verzuimen. Bovendien worden leerlingen regelmatig beheerst door gedachten aan zelfdoding.”

Herkennen
Op school wordt een kind met een depressie al snel over het hoofd gezien, signaleert Buitelaar. Hij maakt zich er zorgen over. Daarom werken deskundigen momenteel aan het opstellen van een ‘signalement’ waardoor leerkrachten straks gemakkelijker symptomen van depressiviteit bij hun leerlingen kunnen herkennen.
“Een kind met de (concentratie)stoornis adhd herkent de leerkracht wèl, want zo’n kind trekt nu eenmaal de aandacht. Maar een kind dat niet lekker in zijn vel zit, zich teruggetrokken heeft, somber en verdrietig is en geen zin heeft in de dingen waar hij of zij anders wel veel plezier in had, valt niet meteen op.” Een triest contrast in de herkenning, meent hij. “Één van de dingen die wel zichtbaar is, is dat de schoolprestaties duidelijk minder worden. Dat kan ook een signaal van de ziekte zijn.”

Veel slapen
Voor ouders kan het ineens anders eten, veel aankomen of afvallen, niet of juist te veel slapen en het niet meer zien zitten een teken zijn dat er iets mis is met hun zoon of dochter. “Iedereen heeft wel eens een dip”, zegt professor Jan Buitelaar. “Maar een goed gesprek helpt dan meestal om weer vrolijker te worden. Bij een depressie werkt dat echter niet.”

Foutloos

Gesprekstherapie kan wel zinvol zijn, meent de hoogleraar. “Zo’n gesprek gaat over hoe iemand over zichzelf en anderen denkt. Vaak wordt alles negatief ingekleurd en denkt een kind of jong volwassene dat hij niets kan. Ga je daarop in, dan blijkt dat de verwachtingen niet altijd reëel zijn. Zo wilde een kind na twee keer oefenen een moeilijk pianostuk helemaal foutloos spelen. Het realiseerde zich niet, dat concertpianisten meestal dagenlang moeten oefenen voordat ze dat kunnen.”

Ernstige vorm
In de behandeling wordt ook het gezin betrokken. De therapeut wil de opvoeders dan wekelijks zien. Als een jongere veel symptomen tegelijk heeft en bovendien vaak gedachten heeft aan zelfdoding, is er sprake van een ernstige vorm van depressie.
In dat geval worden, naast de gedragstherapie, eveneens medicijnen gegeven. Buitelaar: “De kinder- en jeugdpsychiater, de enige die dit mag voorschrijven, let daarbij goed op het effect ervan. Bovendien is het belangrijk dat zowel het kind als de ouder het eens zijn met de behandeling. Want de kans dat die aanslaat, wordt veel groter als je erachter staat.”
LIA 133 15-6-2009