Games en levensbeschouwing

Ik moet toegeven, dat me de lust ontbreekt om me in te laten met de regelmatig verschijnende nieuwe games, waar onze leerlingen zo graag heel veel tijd aan spenderen.  Zo nu en dan kom ik recensies van games tegen.

In een eerdere aflevering van LIA,  te lezen via deze link  maakte ik melding van een studie van Greg Perrault, die vaststelde dat religie in veel nieuwe games gelijkgesteld wordt aan geweld.

In Engeland is veel te doen geweest over het spel ‘Manhunt’, lees daarover hier

In het verleden is er ook in Nederland een webstek geweest, waar nagedacht werd over de relatie tussen games en ethiek. Je kon er ook een lesbrief downloaden over hetzelfde onderwerp, maar de link blijkt momenteel dood te zijn.

Bioshock Infinite

In een recensie in Spits enkele maanden geleden schreef Daniel Verlaan over het pas uitgekomen spel Bioshock Infinite. Het gaat over Booker DeWitt, ex-geheimagent bij het particuliere detectivebureau Pinkerton, die in zijn koffer een briefje vindt: Red het meisje Elizabeth en los je schuld in. “Even later neemt hij plaats in een rode fluwelen stoel, wordt hij met ijzeren klemmen vastgeketend en knalt hij vervolgens in een capsule naar de zwevende stad Columbia.

Columbia is de verwezenlijking van het Amerikaanse imperialisme uit het begin van de twintigste eeuw. Een eigen staat waar de evangelisatie van het christendom en een met xenofobie gevoed patriotisme centraal staan. De eerste ontmoeting met Columbia heeft echter een heel ander effect: de zwevende stad lijkt een weerspiegeling van de hemel. Je komt aan in een kathedraal waar een kerkkoor je heel rustig toezingt. Een misdienaar bevestigt de eerste gedachte: “Je bent in de hemel. Of in ieder geval heel dichtbij.”(…..) Religie is in BioShock: Infinite allesoverheersend. De inwoners van Columbia eren massaal Comstock, de profeet die ‘onder het oog van God’ Columbia heeft gesticht en sindsdien met ijzeren vuist regeert. Door heel Columbia hangen aanplakbiljetten waarop Comstock als grote leider wordt gepresenteerd en die jonge kinderen voor het jeugdleger oproepen. Een soort van pre-Hitlerjügend die opereert in een kleurrijke en o zo vredelievende stad waar iedereen je vriendelijk begroet.”

“Elizabeth speelt een enorm belangrijke rol in BioShock: Infinite. Ze helpt je tijdens schietgevechten door ammunitie en medicijnen naar je te gooien en kan een tear (de Nederlandse vertaling is scheur, geen traan) openen die een andere dimensie laat zien.(…..) Dat Elizabeth veel meer dan alleen een hulpje is, wordt al snel duidelijk. Ze is de personificatie van onschuld en biedt tegenwicht aan het gewelddadige en norse karakter van DeWitt. De eerste keer dat DeWitt een vijand doodschiet, is ze boos en verontwaardigd. Ze kan het niet geloven dat iemand zoiets zou doen. Waar je bij de meeste first-person shooters hersenloos knalt, tikt BioShock: Infinite je op de vingers en vraagt aan jou als speler of het neerknallen van mensen echt zo normaal is, ook al ben je een game aan het spelen.”

Op een andere plaats en tijd, maar in dezelfde krant – je leest er heel wat als je regelmatig de trein pakt – kwam ik het volgende berichtje tegen:

“‘Het is maar een spelletje’, zouden u en wij denken, maar niets blijkt minder waar. In de populaire game Bioshock Infinite begin je het spel door je te laten dopen in een religieuze  ceremonie. En dat trok de christelijke gamer Breen Malmberg niet, zo vertelt hij aan gamesite Kotaku.

Zijn eigen religieuze overtuiging weerhield hem ervan zijn character in het spel te laten ‘dopen’, dus kwam Malmberg niet zo heel ver in Bioshock Infinite. Zonder deze halve verdrinking kom je namelijk het hoofdgebied, Columbia, niet in.

“Aangezien de doop de basis is van de Christelijkheid – waar ik hartstochtelijk in geloof – word ik gedwongen een keuze te maken tussen extreme godslastering door dit te accepteren of het spel te beëindigen voor ik eigenlijk ben begonnen”, zo stelt de verongelijkte christengamer. Hij maakte hierom dus de laatste keuze: hij stopte met het spel.”

Bron

Leerlingen aan de slag

Mijn eigen lespraktijk en de daarop geënte opdrachten hebben altijd ruimte gegeven aan leerlingen om ook eigen stukjes van hun werkelijkheid aan een levensbeschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Zo waren leerlingen meestal erg  positief over de opdracht een levensbeschouwelijke cd-analyse te maken, die de laatste jaren tot het ontwerpen van een eigen tien liederenlijst is uitgegroeid – mede omdat leerlingen geen cd’s meer kopen. Ook een opdracht om een eigen levensbeschouwelijke filmanalyse te maken leverde ruimte voor een eigen inbreng op. Last but not least kunnen de leerlingen veel van hun levensbeschouwelijke eieren kwijt in het levensbeschouwelijke dagboek, waar ze zich uitspreken over zaken die wel belangrijk zijn, maar niet in het curriculum aanwezig zijn.

Bij deze vrije-keusopdrachten zou ook een levensbeschouwelijke game-analyse gevoegd kunnen worden. Aan de hand van enkele richtvragen kunnen leerlingen dan laten zien hoe levensbeschouwelijk en ethisch de games zijn waar ze zich mee bezighouden.

Ik suggereer enkele vragen – die ieder zelf kan uitbreiden naar eigen voorkeur – :

1. Geef een overzicht van de verhaallijn in het spel.

2. Wie zijn de hoofdrolspelers en wat is hun missie, doel, etc.?

3. In wat voor maatschappij speelt de game? Hoe ziet die eruit? Positief? Negatief? Wat zijn de zwakke en sterke kanten van deze virtuele samenleving?

4. Welke middelen worden gebruikt om doelen te bereiken? Worden er vragen bij de middelen gesteld?

5. Welke waarden komen sterk naar voren? Welke waarden botsen in het spel? Wat is de mogelijke uitkomst?

6. Voor welke ethische dilemma’s komen de hoofdpersonen te staan?

7. Zijn de gebruikte oplossingen ook jouw opossingen of zou jij het anders doen?

8. Stel dat je de virtuele werkelijkheid naar onze werkelijkheid kon overplaatsen, zou je daar dan gelukkig mee zijn of juist niet?

9. Hoe beoordeel jij het spel in termen van ‘menselijkheid’, ieder in zijn waarde laten, opkomen voor anderen, e.d.?