Het onnut van het levensbeschouwelijke dagboek

Op velerlei manieren heb ik al de loftrompet gestoken van het levensbeschouwelijke dagboek, dat we op onze school ingevoerd hebben als onderdeel van het portfolio levensbeschouwing. Leerlingen hebben er in eerste instantie veel moeite mee, om verder te denken dan de dagelijkse routines. Maar in de loop van de jaren zie je de kwaliteit toenemen en blijken ze steeds verder door te dringen in het web van levensbeschouwelijke vragen en antwoorden.

Niet iedereen is er tevreden over en soms hoor je dat op bedekte toon. Soms is er ook een leerling die haar ongenoegen over wat wij eisen gestalte geeft in de vorm van een levensbeschouwelijk dagboek. Een paradoxale handeling: schrijven in een levensbeschouwelijk dagboek over de onzin van het levensbeschouwelijk dagboek. Tegelijk geeft een dergelijke tekst ook goed weer, dat leerlingen geen moeite hebben om zich uit te spreken en ook niet de angst hebben dat een negatieve opmerking over (elementen uit het) vak levensbeschouwing hen ook een negatieve kwalificatie als punt zal opleveren. Voor ons een bewijs dat zij voldoende veiligheid ervaren om hun zegje te doen.

De tekst van leerlinge J.
Nu begin ik aan het schrijven van mijn 14e levensbeschouwelijk dagboek (als het goed is). Al dertien keer hiervoor ongeveer heb ik een pagina lang vol getypt over hoe ik over een onderwerp denk. Al dertien keer hiervoor heb ik mijn kostbare tijd moeten besteden aan het typen van onzin. Waarom? Dat vraag ik mezelf telkens weer af. Vanaf de eerste klas werden we al gedwongen tot het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek.

Voor een deel kan ik wel begrijpen waarom u ons dit laat doen. U wilt ons laten nadenken over een onderwerp, laat ons nadenken over wat dit onderwerp voor ons betekent en laat ons onze gedachten daarover op papier (in word) zetten. Maar vindt u dit zelf ook niet een beetje tijdsverspilling? U kan dan alles nakijken (wat vast ook niet een van uw leukste bezigheid is) en oordelen of u het wel levensbeschouwelijk genoeg vindt. Ikzelf zou het niet leuk vinden om van tientallen kinderen hun mening over een onderwerp te lezen. Zou het daarom niet beter zijn om het schrijven van levensbeschouwelijke dagboeken af te schaffen?

Als ik eerlijk ben verzin ik maar altijd het een en ander bij het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek. Nadenken over levensbeschouwelijke onderwerpen doe ik toch al wel. Hoe belangrijk is liefde voor mij? Heb ik behoefte aan een vriendje? Zal de kredietcrises ooit effect hebben op mij? Bestaat de Kerstman? Iedereen denkt wel eens na over levensbeschouwelijke onderwerpen is het dan echt zo nodig dat wij deze opschrijven en inleveren? Over bepaalde onderwerpen kan ik echt goed praten en denk ik veel over na maar zal ik nooit in een levensbeschouwelijk dagboek zetten. Sommige dingen zijn gewoon privé en daar heeft een leraar niets mee te maken. Dus vandaar dat ik telkens weer een of ander onderwerp tevoorschijn moet toveren en er weer een verhaaltje omheen moet verzinnen en een stuk erbij schrijven wat dat onderwerp nou voor mij betekent.

Na een pagina (met een zo groot mogelijk lettertype en een heel grote titel zodat ik een pagina vol krijg) vol te hebben geschreven lever ik het in. U kijkt het daarna na en er is weer kostbare tijd verspild voor ons beide. Een week later weet ik niet eens wat ik ook alweer had gezegd in het levensbeschouwelijke dagboek en twee weken later weet ik niet eens meer het onderwerp. Misschien dat u nog een levensbeschouwelijk dagboek gebruikt voor de Keten en u er hier en daar nog een aantal bewaart omdat u deze geniaal vind. De rest verdwijnt in een map op uw computer tussen de rest van de bestanden.

Het schrijven van een levensbeschouwelijk dagboek is en zal voor mij gewoon tijdsverspilling blijven en het beste lijkt mij het afschaffen van het schrijven van levensbeschouwelijke dagboeken. Als u mijn gedachtes en meningen over iets wilt weten kunt u dat ook gewoon in de klas vragen. Maar als u het echt zo nodig vindt om ons al die moeite te laten doen om onze gedachte op papier te zetten en u daar blij van wordt… dan wil ik best nog twee jaartjes een kantje voltypen met onzin!