Ik heb het gelukkig niet gedaan

Hoe is je tekst ”Graven” tot stand gekomen?
Ik houd een dagboek bij, waarin ik schrijf vooral als ik depressief ben. Deze tekst was de eerste en enige keer, dat ik in de vorm van een soort gedicht mijn gevoeelens geuit heb. Je hoort mensen altijd zeggen, dat je je eigen graf graaft. Van die gedachte ben ik in die situatie uitgegaan. Ik heb er drie kladjes aan gewijd, toen was de tekst er zoals hij hier staat. Meestal ben ik breedvoerig om iets aan de orde te stellen, maar in deze tekst was ik erg direct. Meteen de koe bij de horens pakken. Geen omwegen, maar over de zaak praten.

Hoe voelde je je na het formuleren van deze tekst?
Ik was trots op mezelf, toen hij af was. Ik was trots dat ik me zo kon uitdrukken over mijn gevoelens van dat moment. Ik had het idee dat mijn woorden en gevoelens zaten waar ik ze wilde hebben. Mijn vriendin heb ik de tekst laten lezen. Ze vond hem goed, wat me een stuk zelfvertrouwen heeft gegeven. Het is nu weer een tijd geleden dat ik hem gelezen heb. In het begin kon ik niet anders dan huilen als ik de tekst onder ogen kreeg. Ik hem heel vaak gelezen, om te wennen aan de keiharde werkelijkheid om me heen.

Wat gebeurde er met jou om over zelfdoding te gaan denken?
Het was een tijd, waarin het leek of mijn vrienden mij niet nodig hadden. Ik heb eigen principes, waar ze geen rekening mee wilden houden. Ik moest me voortdurend aanpassen, wat ik niet wilde. Mijn vriendin vond andere mensen op een bepaald moment belangrijker. Ik had moeilijkheden thuis en de gezamenlijke uitstap naar het buitenland was in een woord rot. Ik had in die tijd een heel verkeerd gevoel, waarin ik alles negatief zag. Ik zag ook overal negatieve zaken, terwijl ik nu me kan afvragen of ze er ook wel waren. De vraag kwam toen heel indringend naar boven, waarom ik eigenlijk leefde. Als ik dood zou zijn, zouden we me wel de aandacht geven, die mij nu niet gegeven werd. Niemand zel tegen me: je bent lief. Ik had alleen maar problemen en op een bepaald moment hoef je daar niet meer mee aan te komen. Ik dacht toen echt gek te worden. Als ik problemen en gevoelens heb, uit ik ze ook. Dat voelt erg verkeerd. Ik wilde per se dat mijn vrienden naar mij luisterden. In plaats daarvan zeiden ze tegen me: ”Ga eens iets leuks doen”, maar ik kon dat echt niet. Ik was helemaal ingepakt in mijn negativiteit. De kracht ontbrak me om de andere kant in te gaan. Zoals ik me voel, zo ben ik ook. Als ik een nacht slecht geslapen heb, ga ik me niet aan alle kanten bepoederen, om dat effect weg te werken. Ik heb in die tijd geprobeerd om anders te zijn, maar ik kon het niet. Ik was dan gewoon niet mezelf.

Hoe is het mogelijk dat een meisje met jouw kwaliteiten, lichamelijk, geestelijk en sociaal tot de gedachten kan komen, die zelfdoding niet uitsluiten? Ik ken veel mensen met veel minder talenten en uitstraling, die aan zo’n gedachte helemaal niet toekomen. Jij bent in alle opzichten bevoorrecht, maar je begon wel over zelfdoding na te denken.
Ik zie me niet zoals jij me beschrijft. Ik zie de negatieve kanten van mezelf. Uiterlijk vind ik wel een belangrijke zaak, maar ik wil vooral het goed doen. En dat positieve moeten andere mensen voortdurend beamen. Ondanks de kwaliteiten die jij me toeschrijft, had ik niet het gevoel dat ze me nodig hadden. Voor mij was het gevoel dat ze me nodig hadden, heel belangrijk. Interesse in mij als persoon moet wel blijken. Ik vond en vind het goed, dat mijn vriendin even afhankelijk van mij is als ik van haar. Als iemand je niet nodig heeft, voel je je ook een nul, ben je zelf ook niets. Ik had destijds een zwak ik-gevoel. De bevestiging moest van buiten, van anderen, komen. Ik kon mezelf niet aaien als anderen het mij niet deden. Ik weet best in mijn binnenste dat ik een aantal talenten heb. Ik vind het echter heel erg om erover op te scheppen. En dat gevoel heb ik erg snel. Als mensen mij niet positief bejegenen in de dingen die ik doe, heb ik soms het gevoel niet te weten of ik op de goede weg ben. De reactie van de anderen maakt mij duidelijk dat ik goed zit. Ik had schouderklopjes van anderen nodig om te weten dat ik goed ben. Toentertijd was het heel belangrijk wat de anderen van mij dachten. En de groep waarin ik verkeerde, stelde heel hoge eisen. Ze kraken je snel af, als het ze niet zint. In die negatieve periode stond ik een half uur eerder op, als iemand een negatieve opmerking gemaakt had over mij. Dan besteedde ik die tijd heel nadrukkelijk om er die dag patent uit te zien en dus geen negatieve reacties van mijn vriendengroep te krijgen. Nu ben ik zover, dat ik mijzelf opmaak, als ik er zelf zin in heb, als ik vanuit mijzelf het gevoel heb dat ik me mooi wil maken. Als ik geen zin heb om me voor anderen op te tutten, kunnen ze nu barsten. Het moet nu wel uit mijzelf komen.

Waarom kunnen in zo’n situatie ouders of vrienden niet helpen?
Mijn ouders wisten het niet eens. Ik heb duidelijk wel signalen gegeven dat er iets met mij aan de hand was. Ik heb een keer tegen mijn moeder gezegd, dat ik het raam uit zou springen. Ze zag het niet, of ze wilde het niet zien. Mijn vader evenmin, maar daar kwam ik ook minder. Mijn vriendin heb ik het open verteld. Ze heeft goed naar mij geluisterd. Het was naar mijn idee te weinig, want zij ging gewoon door met leven, en dat wilde ik niet. Ik vroeg haar in die tijd iets onmogelijks. Ik wilde eigenlijk dat ze mij van dat raam en de sprong eruit weg zou houden, dat ze mijn zelfdoding daadwerkelijk zou verhinderen. Als je bepaalde dingen vaak zegt, worden ze niet meer serieus genomen. Dat gold ook voor mijn vriendin. Ze had net zoveel kracht, dat ze me ervan weerhield om mijn daad ook meteen uit te voeren. Ze had niet de kracht om mij zover te krijgen dat ik weer aan de andere kant van de lijn, de levenslijn, terechtkomen zou, waardoor ik een positievere kijk op het leven zou krijgen. Nu weet ik dat ze dat ook niet kon. Ik vroeg in feite het onmogelijke van haar. Mijn reden om dood te willen, was de anderen te laten zien, dat ze werkelijk zouden missen. Ik had het gevoel dat ze me konden missen als kiespijn. Ik had niet het idee, zoals ik eerder zei, dat ze me nodig hadden. Ik wilde dat ze geschokt zouden zijn. Door mijn daad wilde ik hen als het ware wakker schudden en hen zich laten realiseren dat ik er wel toe deed in hun leven.

Wat deed je op die bewuste avond?
Ik had ruzie met de vriend van mijn moeder en ik heb steeds geleerd dat je niet weg moet gaan zonder over de ruzie te praten. Er was toen geen gesprek mogelijk en ik ben naar mijn kamer gegaan. Toen kwam mijn moeder naar boven en ze zei dat ze er niets mee te maken wilde hebben: zoek het zelf maar uit. Ik vind dat hij als volwassene erover had moeten beginnen en de zaak had moeten uitpraten. Toen mijn moeder zei, dat ik het zelf moest uitzoeken, kwam alles bij elkaar. Stik maar, klonk haar opmerking en ik deed het raam open en deed de hor naar boven. Met een been zat ik over de rand. Ik keek naar beneden en zag de donkerte. Onderaan straalde het licht van de woonkamer en brak door in het donker. Ik zei tegen mezelf: denk goed na. Als je naar beneden wilt springen, doe het dan als je goed hebt nagedacht. Doe geen overhaaste dingen. Ik dacht kijkend naar het licht beneden: als het daar licht en gezellig is, wat doe ik dan hier? Het duurde werkelijk alles bijeen maar een paar seconden. Ik voelde dat het niet goed was om te springen. Ik ben blij dat ik toen wijs ben geweest. Ik ben terug naar binnen gegaan en naar beneden gelopen om te praten. Daarna hebben we er nooit meer over gepraat. Toen heb ik mijn tekst ”Graven” geschreven. Het gaf me wel een klap dat die mensen van wie ik houd het niet opgepakt hebben en erover gepraat hebben.

Je schrijft over een droomwereld. Wat is dat en wat doet die jou?
Ik heb mijn kamer vol hangen met posters van Johny Depp. Het is een hele gave kerel, tegen wie ik hele gesprekken kon voeren. HHij zei weliswaar niets terug, maar ik kreeg ook geen verkeerde en negatieve dingen te horen. Deze droomwereld is spontaan gegroeid in bed. Ik kan in het gewone leven eigenlijk slecht mijn fantasie gebruiken, maar als ik in bed lig, ben ik enorm goed in fantaseren. In zo’n negatieve tijd had ik die droomwereld nodig om ergens kracht uit te putten. Ik kon fantaseren dat iemand als Johnny Depp mij leuk vond. Die fantasie gaf me net genoeg kracht om bijvoorbeeld naar school te gaan en hoge punten te halen, waar ik verder niets bij voelde. Ik leefde van de ene nacht naar de andere. Ik had geen enkel gevoel bij de dagelijkse realiteit, de nacht was in feite het echte voor mij. Het was een eigen wereld, waarin ik kon doen en laten wat ik wilde. Zo’n fantasie is wel erg fijn, maar je krijgt er geen echte liefde mee, geen gevoelens van mensen van vlees en bloed. Alle mensen die ik liefhad, kwamen er wel in voor, maar allemaal op een dromerige, verwrongen manier, die niets met de werkelijkheid van alledag te maken had. Die droom is echt te weinig. Je moet doorleven en handelen in het echte leven. Je blijft er niet door in leven, want je bent alleen met jezelf bezig. Ik zou willen dat de wereld eruit zou zien als mijn droomwereld, maar dat is helaas onmogelijk. We kunnen niet altijd zijn zoals we het zelf willen. Ik heb die posters nog wel, maar de droomwereld bestaat niet meer zoals toen. Johnnny Depp is en blijft een gave gozer, maar hij maakt me zowel vrolijk als verdrietig. Hij hoort bij die negatieve verleden tijd, ik wil nu echt leven.?

Wat heb je voor jezelf van die akelige tijd overgehouden?
Mij is heel rauw en direct duidelijk geworden: het leven is iets heel moois, waar je wel hard voor moet knokken. Ik heb erdoor veel meer zelfrespect en zelfvertrouwen gekregen, want ik heb een daad gesteld die andere mensen nog nooit gesteld hebben. Ik heb op een punt gestaan, waarin ik moest kiezen tussen leven en dood. Het geeft je ook het gevoel van alleen zijn, want de anderen hebben deze ervaring niet. Je kunt die ervaring niet met anderen delen. Ik ben door die fase heengekomen. Ik weet nu dat ik sterker ben dan veel mensen denken. Mijn gevoel tegenover mezelf en het leven is nog steeds niet optimaal. Maar ik heb het gevoel dat ik hoe dan ook door moet leven. Ik weet niet wat de dood is, ik denk dat ik er niet voor moet kiezen, ik moet wachten tot iets of iemand me komt halen. Ik weet nu dat ik van het leven iets moet proberen te maken, ook al zal dat soms moeilijk zijn. Ik kan voor mezelf accepteren, dat ik niet steeds tienen meer hoef te halen, want er is meer dan dat gymnasium. Het gymnasium is wel een toffe opleiding, maar je weet niet wat je er in de toekomst mee kunt doen, je weet niet wat voor toekomst er voor je is weggelegd. Ik wil niet meer kiezen voor de dood. Ik heb een andere keuze: het beste ervan proberen te maken. Door deze ervaring heb ik het gevoel dat er weinig dingen zijn die ik nu niet meer aan zou kunnen. Als ik hoor wat anderen meemaken, dan denk ik, dat mijn eigen negatieve diepte-ervaring me zal helpen dergelijke dingen aan te kunnen. Ook de scheiding en het verdriet om mijn ouders die uit elkaar zijn, ook de wetenschap dat ik met veel mensen, zoals mijn moeder, niet over deze ervaring kan praten. Ze begrijpen het niet, willen er niets van weten, sluiten zich ervoor af. Ik heb dat geaccepteerd, ook al wat dat bijzonder verdrietig en moeilijk te aanvaarden, dat degene, van wie je het meest houdt, niet in staat is om een eindje met je mee te lopen als het je moeilijk gaat. Mijn vriendin kan het wel. Met haar kan ik erover praten. Dat is voor mij het belangrijkste in deze situatie. Ik hoop dat anderen die in mijn situatie belanden, in ieder geval ook zo iemand hebben om je op te vangen en serieus te nemen. Dat heb je echt nodig!?
Wim Mathijssen