Ik houd van deadlines

Het lijkt wel of wij mensen geboren worden met een ingebouwde neiging tot uitstelgedrag. Hoe vaak hoor ik niet in de loop van december mensen zeggen: op 1 januari stop ik met roken, ga ik afvallen, minder geld uitgeven, terwijl het enig juiste moment om met een verkeerde gewoonte te stoppen nù is, geen minuut later.
Mijn stelling is dat daarom ook de dood in ons systeem ingebouwd is: als we niet dood zouden gaan, zou er bijzonder weinig uit onze handen komen. Als ik bij een gedachtenexperiment in de bovenbouw vraag, wat zou je doen als je duizend jaar zou worden, is er altijd een stevige minderheid die grapt: “dan zou ik 200 jaar over de middelbare school doen!”.
Het is ook om die reden dat ik van deadlines houd, zelfs en zeker voor mijzelf. Zonder de deadline van deze Keten zou dit stukje misschien nooit geschreven zijn. Ik weet van mezelf dat ik een deadlinewerker ben en daar ben ik niet trots op. Het heeft mijzelf en anderen best weleens in de problemen gebracht. Vandaar dat ik nu op latere leeftijd er alles aan doe om toch enig respijt in te bouwen.

Voor leerlingen lijken deadlines meer op bewuste pogingen van docenten om hen het leven zo zuur mogelijk te maken. Helaas voor hen heb ik daar een andere mening over. Deadlines op de middelbare school zijn uitstekende leermomenten om rampen in het latere leven te voorkomen. Er zijn nu eenmaal altijd grenzen, die anderen mij stellen en waar ik niet ongestraft overheen kan gaan. Een leerling was boos op me, omdat hij een opdracht 16 minuten te laat had ingeleverd en daarvoor twee punten aftrek kreeg. Het was maaaar 16 minuten, etc. “Zo raak ik mijn compensatiepunt voor levensbeschouwing kwijt, meneer!” met een gezicht alsof ik verantwoordelijk zou zijn voor zijn punten. Hoe flauw het ook mag zijn, ik ben niet op mijn beslissing teruggekomen. Ik heb geen zin om de problemen die mensen zelf creëren voor hen op te lossen. Wie op een middelbare school is geraakt, kan rekenen, gemiddeldes berekenen en in zijn agenda schrijven wanneer een opdracht moet zijn ingeleverd. Wie blindelings vertrouwt op de virtuele wereld van internet en vervolgens geen toegang tot Itslearning kan krijgen, leert dan misschien enige ruimte in te bouwen om risico’s voor te zijn. Deze leerlingen kunnen dan grotere problemen later voorkomen door serieus op dit soort grenzen te letten. Als ik mijn belastingaangifte te laat inlever, krijg ik een boete. Wordt er achter mijn tuin een reeks huizen gebouwd, waar ik niet van gecharmeerd ben en waarvoor ik schadeloos gesteld wil worden, dan moet ik de wettelijke termijn om bezwaar te maken in acht nemen, anders kan het me duizenden euro’s kosten. Als je straks in een bedrijf wilt werken en je sollicitatieformulier komt na de datum, die in de advertentie staat, dan heb je het nakijken. En als je in dat bedrijf werkt en je moet tijdig een offerte uitbrengen, kun je naar de opdracht fluiten als je na de gestelde tijd alsnog met een leuke aanbieding komt.
Mijn 16-minuten-te-laatleerling lijkt op die leerling die naar zijn pta-cijfers kijkt en dan ontdekt, dat zhij een 5,4 gemiddeld staat. “Meneer, als u die opdracht wat hoger waardeert, wordt het gemiddelde een 5,45, dat wordt 5,5 en dan krijg ik een 6.” Hoewel ik het 5,45-verhaal volstrekt maf vind – maar ja, het is verordonneerd door de wetgever – gaat het tegen mijn principes in om alweer iemand anders problemen, die hij zelf had kunnen voorkomen op te lossen.
Wie zo graag de grenzen opzoekt, moet ook de risico’s ervan aanvaarden en niet die op een ander afschuiven!