Kind moet leren omgaan met eigen fouten

„Jongeren hebben vooral onvoorwaardelijke steun van volwassenen nodig om hen te helpen een reëel beeld van zichzelf te krijgen.”

Jongeren zijn narcistischer dan ouderen, zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant en de NCRV (RD van 13 november). Het is goed als volwassenen de uitkomst van dit onderzoek ter harte nemen, vindt mw. drs. J. A. Engelfriet-Kok.

Jongeren hebben een hoge mate van eigenliefde en zelfwaardering, zo blijkt uit het onderzoek van de Volkskrant en de NCRV. Kenmerkend in het onderzoek is dat een relatief groot deel van de jongeren zichzelf „heel speciaal” vindt. Verder vindt de jeugd zichzelf te verwend. Jongeren worden te veel aangemoedigd zich goed te voelen over zichzelf en zouden mede daardoor te weinig rekening houden met anderen.

In de conclusie wordt genoemd dat narcisme lang niet altijd ongunstig uitpakt. Er is sprake van dat mensen met narcistische trekken meer initiatief tonen en meer doorzettingsvermogen en positieve zelfwaardering hebben.

Het onderzoek en de interpretaties daarvan roepen vragen op. Voor een deel heeft dat te maken met het gebruik van de termen narcisme en positieve zelfwaardering. Het is verwarrend dat deze termen door elkaar worden gebruikt.

Narcisme is een persoonlijkheidstrek waarbij sprake is van ongezonde positieve zelfwaardering. Jongeren met een ongezonde positieve zelfwaardering hebben een opgeblazen gevoel van eigenwaarde. Het is niet voldoende om goed genoeg te zijn, je moet beter zijn dan anderen. Succes wordt sterk benadrukt en falen wordt geminimaliseerd of ontkend.

Jongeren met een gezonde positieve zelfwaardering daarentegen hebben meer intrinsieke motivatie. Ze streven naar positieve resultaten, niet in eerste instantie omdat dat nodig is voor hun zelfbeeld, maar omdat ze er plezier aan beleven iets goed te kunnen. Ze verdragen het wanneer ze falen en kunnen kritiek gebruiken om ervan te leren. Dit maakt hen minder kwetsbaar dan jongeren met een ongezonde positieve zelfwaardering.

Dat jongeren tussen de 16 en de 24 narcistischer zijn dan ouderen, is voorspelbaar. In de ontwikkelingspsychologie kennen we twee fasen waarin het kind meer op zichzelf is gericht dan in andere levensfasen. Dat zijn de eerste levensjaren, waarin het kind zichzelf als middelpunt van de wereld beleeft, en de periode van de puberteit, waarin de jongere vooral bezig is te ontdekken wie hij zelf is, alvorens zich evenwichtig tot anderen te kunnen verhouden.

Dat jongeren zelf zeggen dat ze te veel worden aangemoedigd zich goed te voelen en te veel worden verwend, relativeert de uitkomst over hun narcisme en ongezonde positieve zelfwaardering. Dit neemt echter niet weg dat het goed is de tendens die in het onderzoek beschreven wordt serieus te nemen: namelijk dat het aantal jongeren met een ongezonde positieve zelfwaardering toeneemt.

Ik denk dat er verband bestaat tussen deze toename en de eenzijdige nadruk die vaak wordt gelegd in opvoeding, onderwijs en hulpverlening op een vorm van zelfwaardering waarbij het belangrijkste is dat je positief denkt over jezelf.

Een positief zelfgevoel heeft alleen waarde wanneer het geworteld is in de realiteit. En de realiteit is dat we leven in een gebroken wereld, een wereld die soms hard is en waarin eisen worden gesteld. Opvoeders hebben de verantwoordelijkheid om kinderen te leren met hun mogelijkheden en beperkingen in die maatschappij een plek te vinden.

In het onderzoek wordt gesteld dat jongeren te veel worden verwend. Verwenning is een vorm van verwaarlozing wanneer jongeren alles krijgen wat hun hartje begeert en te horen krijgen dat ze bijzonder zijn, maar ondertussen niet leren om te gaan met hun beperkingen en met negatieve reacties.

Jongeren hebben vooral onvoorwaardelijke steun van volwassenen nodig om hen te helpen een reëel beeld van zichzelf te krijgen. Opvoeders, leerkrachten en hulpverleners helpen pas echt wanneer ze jongeren prijzen en aanmoedigen in wat ze kunnen, confronteren met wat ze niet goed doen en hen vooral ook leren met beperkingen en fouten om te gaan. Dat vraagt inzet, tijd en soms ook zelfopoffering.

Het is daarom goed wanneer we, met name als volwassenen, de uitkomsten van dit onderzoek ter harte nemen.

De auteur is klinisch psycholoog-psychotherapeut bij Eleos en in een eigen praktijk.

Reformatorisch Dagblad 24-11-2008