Leerlingen en onzinervaringen

Tienerleed
Het leven van een tiener gaat niet over rozen, begin ik te merken. Over allerlei ellende die je op onze leeftijd tegen kunt komen, kan ik een heel boek schrijven. Ik heb een tijd gehad dat ik het echt niet meer zag zitten. Op school ging het niet zo goed. Het was nog niet eens Kerst en ik zat me al druk te maken over de mogelijkheid dat ik zou blijven zitten. Thuis waren er problemen. Ik had niemand om mee te praten. Als ik zou willen waarschijnlijk wel, maar ik ben zo iemand die alles eerst opkropt. Ik voelde me ontzettend alleen. ’s Avonds in bed huilde ik me vaak in slaap en toen heb ik wel een paar keer gedacht: ”Wat doe ik nog hier? van mij hoeft het niet meer!” Maar iets uitvoeren kon ik (gelukkig?) niet. Iets hield me tegen; wat dat was weet ik niet. Waarschijnlijk was ik toch te bang om zoiets te doen. Niemand weet dat ik zo dacht, alleen mijn drie vriendinnen heb ik het pas geleden verteld. Ze verklaren mij volgens mij echt voor gestoord, maar ze weten ook niet hoe ik me toen voelde. Het is gewoon niet uit te leggen.Afgelopen tijd ben ik geestelijk sterk in de weer geweest met twee moeilijke zaken in mijn leven.Begin van dit jaar was ik ongelofelijk depressief. Een goede vriend van mij is toen verongelukt. Niemand wist hoe ik daarmee zat. Ik vond hem namelijk heel erg leuk, misschien zelfs meer dan dat! De volgende dag op school hoefde iemand maar over het ongeluk te beginnen en de tranen kwamen al. Dat heeft zo een week geduurd. Na de crematie was dat wel een stuk over. Maar ik kon er toen eigenlijk met niemand over praten. Niels was dood en het leven ging door. Omdat niemand wist van mijn gevoelens voor deze jongen, kon ik het eigenlijk niet steeds over hem hebben. Ik heb mijn verdriet toen vooral verwerkt in het schrijven van gedichten en in mijn dagboek. Vooral die gedichten helpen bij mij erg goed. Het is alsof ik na elk gedicht weer een beetje van mijn verdriet heb weggeschreven. Maar vooral die eerste week dacht ik steeds: ”Ik wil niet meer… ik wil naar Niels toe!” Ik schreef toen: Het leven, zo onrechtvaardig. Waarom jij? Ik houd me flink en blijf vrolijk, maar tranen zijn er in het binnenste van mij. Waarom jij? Die vraag blijft maar door mijn hoofd gaan. Het is zo moeilijk te begrijpen: waarom ging jij bij ons vandaan? Je bent weg van deze aarde voorgoed Ik zal je nooit meer zien; niemand weet hoeveel pijn me dat doet.? In het begin dacht ik nog elke dag aan hem. Na verloop van tijd werd het vanzelf minder. Omdat ik zo slecht erover kon praten, hebben de gedichten me heel sterk geholpen om alles van me af te schrijven. Langzamerhand dacht ik alleen nog bij speciale dingen aan hem, bijvoorbeeld bij zijn verjaardag.
Nog steeds dat onbeschrijfelijke gevoel je te moeten missen.
Al die gedachten en herinneringen,je kunt ze niet wissen.
Ze zullen er altijd blijven, een deel worden van mijn leven.
Ik zal aan je blijven denken, niet te veel daar zal ik naar streven.
Aan je denken doet toch alleen maar pijn en verdriet.
Wat ik er ook van vind,terugkomen doe je niet!
Mijn leven gaat door maar heel diep in mijn hart
is een speciaal plekje?voor altijd voor jou…..
En nu, bijna een jaar na zijn dood, kan ik gewoon over hem praten zonder meteen een brok in mijn keel te krijgen. Het constant over hem denken is ook voorbij. Gelukkig maar, hoe hard het ook klinkt, maar je wordt er zelf niet echt vrolijker op. Het heeft lang geduurd, maar het is me gelukt dit verdriet te verwerken. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik zelf veel over de dood ben ga nadenken.
Het is alweer zo lang geleden maar ik herinner me alles nog
tot op de dag van vandaag.
Waarom jij?
Dat blijft nog altijd de grote vraag
Het verdriet om jou wordt minder
ja zeker, het slijt.
Maar je raakt bij mij nooit in vergetelheid.
Met mijn andere moeilijkheid zal ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben dik, niet meer te dik. Altijd al geweest trouwens en dat is het hem nu juist. Dat eeuwige vet ben ik zat! Op de lagere school was er al dat eeuwige schelden en zeuren. Als die opmerkingen nu eens origineel waren, maar nee, zelfs dat niet. De laatste jaren van de basisschool waren toch nog wel leuk. Iedereen was ondertussen aan het idee gewend. Er kwam nog weleens een enkele opmerking, maar daar trok ik mezelf niet veel meer van aan. Op het moment, dat iedereen er vrede mee had dat ik niet zo’n figuur had als iedereen – en ikzelf eigenlijk ook – , kwam ik hier op de middelbare school. En jawel hoor, de ellende begon weer van voren af aan.Je zou toch denken dat leerlingen op een grote school zich ook te groot voelen voor dit soort kinderachtige dingen, maar wat viel dat tegen!
Ik voelde mezelf ook steeds ronder worden bij elke opmerking die ik te horen kreeg. Vol goede moed begon ik aan allerlei diëten, maar er kwam geen enkel resultaat. Ik werd alleen misselijk en chagrijnig. Maar ook op deze school waren ze er op den duur wel aan gewend. Maar enkele maanden geleden heb ik weer eens al mijn woede en verdriet in een gedicht gestopt. Ik was voor de zoveelste keer weer bezig met een dieet. Naomi zou op een vrijdag haar verjaardag vieren. Toen begonnen ze meteen met opmerkingen, dat ik dit en dat niet mocht hebben in combinatie met weer iets anders. Ze legden me mijn dieet uit. Toen werd ik echt kwaad, want ik was al chagrijnig wegens een verknald proefwerk. Ik ben tegen mijn vriendinnen ongelofelijk uitgevallen. Ik heb gezegd dat ik dan beter thuis kon blijven met een bak wortels. Dat was ook weer niet hun bedoeling, zeiden ze. Maar ik kon wel janken.

Niemand begreep dus hoe erg ik er zelf mee zat en ik schreef daarom dit gedicht. Ik zag alles hartstikke negatief en met mezelf afkraken heb ik in zo’n situatie ook geen enkele moeite.
Een grote bonk vet
en verder weinig anders meer:
zo kun je me omschrijven
na elk dieet weer.
Zelf vind ik het ook niet alles
maar als je weet wat ik allemaal al heb gedaan
Misschien dat je dan kunt begrijpen.
dat mijn hoop al ver is heengegaan.
Een vinger in mijn keel
en zo mijn maag weer omkeren
ik heb het nooit gedurfd
maar misschien moet ik het eens proberen.
Of als kluizenaar gaan leven
nooit meer naar een verjaardag of op visite gaan
om zo de confrontatie met taart, koekjes,
chips en snoep tegen te gaan.
Er moet wel iets veranderen
Want één blik in de spiegel
en je raadt al wat ik zie……
Staat mijn toekomst dan hierboven beschreven?
Ik weet het niet.
Maar daarna werd ik het zelf ook beu. Ik was gewoon te dik. Wat de anderen ook te zeggen hadden over mijn figuur, er moest het nodige van af. Een vinger in mijn keel zou een oplossing kunnen zijn, maar ik weet ook wel dat dat niet dè oplossing kan zijn. Ik vraag me af of het wel zou kunnen.Maar van een vriendin kreeg ik een dieet en het bleek heel goed vol te houden. Ik ben er nu al enkele maanden mee bezig en met goede resultaten. Vrijwel niemand heeft de laatste tijd gezegd dat ik dik was. Ze zeggen nu wel dat je het goed aan me kunt zien dat ik zoveel afgevallen ben…….?Maar het doet me niets, ìk voel me nu lekker en daar gaat het om.

“Ik wil ermee stoppen”
Lieve Sas,?Het spijt me, ik kon niet anders.Het ligt niet aan jou. Ik zal je missen.Sorry! Liefs, Kaar.
Nu Karin de afscheidsbrief voor haar hartsvriendin had geschreven, was ze helemaal klaar. Ze had net haar tanden gepoetst en ’welterusten’ naar beneden geroepen. Ze kroop in bed en slikte alle pillen door die ze de afgelopen maanden had gespaard. Niemand kon haar meer stoppen. Het idee om zelfmoord te plegen spookte zeker al een half jaar door Karins hoofd. Niet dat ze de laatste tijd geen plezier meer had, ze ging ieder weekend met Saskia uit en dat was altijd dikke pret. Ook op school ging het erg goed. Ze zat in de vijfde van de HAVO en haar eindexamen ging ze zeker halen. Karin had geen vriend. Wel aanzoeken genoeg hoor, maar voor haar geen vastigheid. Waarom zag ze het dan niet meer zitten? Ze had toch alles wat haar hartje begeerde? Nee dus. Het grote probleem heerste bij haar thuis. In ieder gezin is weleens ruzie, maar die worden meestal snel weer bijgelegd. Bij Karin thuis niet. Bij Karin thuis waren er eeuwig ruzies. Ruzies over kleding, school, werk, familie, vrienden, uitgaan; zelfs over de afwas, het strijken en de televisiezenders. Had pa eens geen ruzie met ma, dan begon een van de twee wel tegen Karin of haar broertje Bas. De sfeer was werkelijk ondraaglijk. Twee maanden geleden moesten Karin en Bas bij hun ouders aan tafel komen. Ze keken heel serieus en Karin wist eigenlijk al wat er zou gaan komen. En ja hoor: ze vertelden dat het zo niet langer kon en dat ze zo snel mogelijk wilden gaan scheiden. Bas begon te huilen en rende naar zijn kamertje. Karin bleef zitten en wachtte op wat er nog meer zou komen. Haar vader zou zo lang bij opa en oma gaan wonen en Karin en Bas bleven dan bij hun moeder. Misschien dat de ruzies nu eindelijk eens ophielden, dat het thuis een beetje leefbaar werd. Maar nee, dit bleek te mooi om waar te zijn. De situatie bleef precies hetzelfde als voorheen en een normaal gesprek kon nog steeds niet gevoerd worden. Karin had het er nooit met Saskia over. Ze wilde haar niet met zo’n probleem opzadelen. Saskia had al problemen genoeg op school. Voor haar was het eigenlijk wel zeker dat ze voor haar examen zou zakken en daar zat ze behoorlijk mee in haar maag. De kindertelefoon of het vertrouwensteam op school vond Karin maar niks; ze had geen zin haar ellende met vreemden te delen. De enige uitweg die Karin nog zag was een eind aan haar leven te maken. Haar ouders zouden haar toch niet missen en de rest van haar familie… ach, daar had ze de laatste tijd eigenlijk ook geen contact meer mee. Alleen voor Saskia zou het een ramp zijn. Ze waren vanaf de kleuterschool onafscheidelijk geweest; ze hadden samen van alles uitgevreten en beleefd. Saskia was dan ook de enige die Karin in haar besluit had doen twijfelen. De volgende morgen werd Karin wakker in het ziekenhuis. Toen ze die morgen niet op tijd beneden was, was haar moeder naar boven gegaan en had haar afscheidsbrief gevonden. Toen ze Karin niet wakker kreeg, belde ze het alarmnummer en in het ziekenhuis moest Karins maag leeggepompt worden. Karin keek vreemd om zich heen. Waar was ze? Waarom was ze niet dood? Naast haar bed zaten haar vader en moeder, Bas en Saskia. Haar moeder huilde. Ze vroeg Karin hoe ze zich voelde, ze noemde haar zelfs lieverd. Al die belangstelling opeens: was haar moeder echt blij of deed ze maar alsof? Ook Saskia zat te huilen en zei dat ze zo blij was dat Karin er nog was. Toen Karin dit hoorde, was ze diep in haar hart ook blij dat haar poging mislukt was. Ze pakte Saskia’s hand en voelde een golf van geluk en liefde. Even later zat ze alleen met Saskia op bed. Ze vertelde haar het hele verhaal. Van alle ruzies en het feit dat ze die niet meer aankon. Saskia luisterde aandachtig en stelde gelukkig geen akelige vragen. Saskia zei haar dat Karins moeder zo gelukkig was dat Karin nog leefde, ze had aan een stuk door haar naam gefluisterd. De hele morgen zaten ze samen op het ziekenhuisbed te praten en uiteindelijk had Karin beloofd een goed gesprek met haar ouders te zullen voeren. De enige voorwaarde die Karin had was dat Saskia erbij zou zijn. Het gesprek verliep rustig; zonder enige stemverheffing of verwijten. Het was lang geleden dat Karin zo met haar ouders had kunnen praten. Haar moeder had zo’n spijt dat ze altijd maar had lopen vitten en pas nu zag ze in hoe fout ze was geweest. Ook haar vader mompelde zo iets er achter aan. Karin vertelde dat ze had gedacht dat haar ouders haar toch niet zouden missen. Haar moeder huilde tranen met tuiten, zei hoeveel ze van Karin hield en dat ze haar echt niet kon missen. Ook zei ze dat ze best zou begrijpen als Karin ergens anders wilde gaan wonen; haar daden waren immers onvergeeflijk. Maar ergens anders wonen wilde Karin helemaal niet. Ze wilde haar ouders een nieuwe kans geven, een nieuwe start maken.

Het is nu inmiddels drie weken geleden dat Karin haar ouders een nieuwe kans gaf. Het gaat goed met haar. Ze begint langzaam aan weer een beetje te leven. Voor haar examen gaat ze waarschijnlijk wel slagen en ze gaat ‘s zaterdagavonds ook weer met Saskia uit. Met haar klassenleraar heeft ze al een paar keer gepraat over alles wat er gebeurd is. Hij lijkt haar te begrijpen en ze vindt het fijn om het met hem erover te hebben. Ook haar klasgenootjes reageerden heel lief. En thuis….thuis is het leefbaar. Niet alles gaat perfect, maar haar moeder doet echt haar best. Ook haar vader belt regelmatig om te vragen hoe het met haar is en wat ze allemaal op school beleefd heeft. Karin is blij dat ze nog leeft, ze moet er niet aan denken als ze er nu niet meer zou zijn. Ook heeft ze een jongen ontmoet die behoorlijk de ware Jacob lijkt te zijn. Karin is positief over haar toekomst en ziet het leven weer helemaal zitten. Ze ziet in, dat zelfmoord geen goede oplossing is, praten met anderen juist wel.

Waarom heb ik dit gedicht geschreven?
Een tijdje terug was mijn leven een echte puinzooi. Het leek er op alsof alles wat ik deed gedoemd was te mislukken. Ik had met iedereen ruzie. Iedereen irriteerde mij. Niemand deed iets goeds – in mijn ogen-. Ik voelde me eenzaam en dacht dat iedereen me in de steek liet. Terwijl het eigenlijk andersom was. Ik was degene die anderen wegjoeg met mijn botte opmerkingen. Ik voelde me zo onbegrepen. Op een gegeven moment wilde niemand, of nee, niemand wist hoe ze met mij moesten praten zonder afgesnauwd te worden. Ik werd steeds bozer op de mensen om me heen. Ik reageerde mijn woede op iedereen af. Thuis had ik steeds vaker ruzie met mijn moeder. Maar als je ruzie hebt met je ouder, dan werkt dat als een bal die je tegen de muur aan gooit en die met dubbele kracht terugstuitert, erg vervelend dus.?Het ging steeds slechter met mij en het werd een tijd dat zelfmoordgedachten steeds vaker in mijn geest opkwamen. Ik heb ooit geprobeerd aan mijn beste vriendin te vertellen, dat ik overwoog om zelfmoord te plegen. Want zo iets is best moeilijk te vertellen, want je loopt er niet graag mee te koop. Zo van: ”Ik zie het leven niet meer zitten, dus ik ga maar zelfmoord plegen.” Ze geloofd e me niet en dacht dat ik een geintje maakte. Hoewel ik me dat niet kan voorstellen; over zelfmoord maak je toch geen geintjes? Maar ik besloot er toch mee door te gaan. En zomaar op een dag besloot ik dat dit de dag was dat ik wilde sterven. De zon scheen, het was lekker warm, de perfecte dag. Ja, nu kan ik er grapjes over maken, maar toen echt niet.?Daar zat ik dan met een mes in mijn handen en een zelfmoordgedachte in mijn hoofd. Ik had wel een dag uitgekozen dat mijn familie niet thuis was. Op het moment dat ik het mes aan mijn pols zette, hoorde ik diep in mij een stem van binnen. Ik bedoel, ik wil niet heilig overkomen, of zo, ik ben niet een echte gelovige, denk ik. Maar de stem zei tegen mij het niet te doen. Waarop ik hardop heb geantwoord dat het leven voor mij niet meer hoefde. Er was voor mij op dat moment geen reden om door te gaan met leven, maar de stem beloofde mij dat hij zou helpen. Hij vertelde me dat er nog mensen waren die om me gaven; en dat ik hen veel verdriet zou doen als ik zou doorzetten. En dat was wel het laatste wat ik hen wilde aandoen: ik wilde niet meer leven omdat het leven me zo had gekwetst. De stem haalde me over om het nog een keer te proberen. En dat deed ik dus. En ik kan nu wel zeggen dat ik blij ben naar hem geluisterd te hebben. Het is een van de beste beslissingen die ik ooit gemaakt heb.

Ik geniet nu meer van het leven en wat het me schenkt aan gelukkige momenten… en de rotmomenten neem ik dan maar voor lief. De stem had trouwens gelijk. Er waren inderdaad mensen die om me geven. Ik had ze alleen niet gezien. Het waren er weliswaar een handjevol, maar genoeg voor mij om verder te leven. Ik heb van die tijd veel geleerd. Ik heb nu veel meer zelfvertrouwen. Ikk heb geleerd om niet meer zo zelfzuchtig te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat je ook geholpen wilt worden als je in zo’n situatie zit. Ik ben ook geholpen. Niet door een persoon, maar door iets heel anders… door dat deel in mij dat van het leven houdt. Het deel dat mij is geschonken door iemand van daarboven, of je het nu God of iets anders noemt. Ik kan gewoon niet ontkennen dat er iets meer is dan wij mensen alleen. Het klinkt -vind ik zelf – raar, maar zo voel ik het: als ik iets leuks meemaak of ik kom ongeschonden uit iets negatiefs, dan zeg ik zachtjes tegen mezelf: ”Dank je wel, wie je ook bent en waar je ook bent. Dank je wel, dat je over mij waakt.” Ik werd later ook sterk aangesproken door een grafschrift: ”Ik hoop dat je nu hebt gevonden waar je naar zocht en wat wij je blijkbaar niet konden geven.” Het was het grafschrift van een jongen, die zelfmoord bleek te hebben gepleegd. Als je zelf bijna zelfmoord hebt gepleegd, weet je waarom zo’n jongen de stap heeft genomen. Het komt er allemaal op neer dat de jongen problemen had, zoals zovelen van ons. Het enige verschil tussen hem en mij is, dat ik toch sterk genoeg bleek te zijn om mijn problemen in de ogen te kijken en naar een oplossing te zoeken. Misschien was die jongen niet zo sterk of zag hij het nut van zoeken niet meer in. Er zijn zoveel pubers die die problemen hebben, en er zijn er heel wat die over zelfmoord nadenken en gelukkig zijn het er enkelen die ook echt doorzetten. Ik vind nu dat ik laf was om die mogelijkheid bijna te kiezen. Ik was gewoon te laf om te leven. Te laf geweest om mijn problemen te bespreken of een andere uitweg te zoeken. Maar gelukkig ben ik een van hen die niet doorgezet hebben.?Ik heb nu een weg gevonden om met mijn problemen om te gaan: ik heb mijn dagboek en mijn beste vriendin. Het opschrijven van al je problemen geeft je een goede uitweg om alles wat er die dag gebeurd is van je af te zetten. Mijn beste vriendin weet nu hoe ik in elkaar zit en zij voelt mij perfect aan. Ze weet gelijk of het goed met mij gaat of dat ik lieg. Soms wel vervelend, maar ik ben hartstikke blij, dat ze er is.