Leerlingverhalen over zelfdoding

Voor altijd in mijn gedachten
Als ik dit verhaal begin, rolt er een traan over mijn wang. Het is nu ongeveer zes jaar geleden dat mijn nicht voor de trein sprong. Ze was toen pas zestien. Ik denk nog erg vaak aan haar. Ze was mijn lievelingsnichtje en ik heb nooit echt afscheid van haar kunnen nemen.?Ik heb haar dood nooit echt kunnen verwerken. Ze liet ons achter met vragen die niemand kon beantwoorden. Ik was te jong om alles te begrijpen en pas juist nu, nu ik de leeftijd heb waarop zij zelfmoord pleegde, denk ik er veel over na. Ze had vaak lichamelijke klachten maar was voor de omgeving geestelijk gezond. We waren precies hetzelfde; we deden veel samen, hadden het samen altijd naar onze zin. En toen sprong ze voor de trein.??Pas nu voel ik de pijn en het verdriet. Pas nu mis ik haar. Waarom, vraag ik me af, waarom wilde ze niet meer leven? Ze was zo’n mooi, lief meisje. Als ik nu naar mezelf kijk, herken ik veel van haar. Die onzekerheid over mijn uiterlijke persoonlijkheid, ik kan daar heel moeilijk mee omgaan. Ze was de enige die me moed kon geven en dat doet ze nog steeds. De gedachte aan haar geeft me moed. Al kan ze mij geen antwoorden meer geven, antwoorden die ik nodig heb om haar dood te kunnen verwerken. Naar haar crematie ben ik niet geweest; ik was te jong om te beseffen wat er precies gebeurd was. Nu heb ik veel spijt, ik had graag nog een laatste keer afscheid van haar genomen.??Ik heb nu het gevoel of ze elk moment de kamer kan binnenlopen en we weer net als vroeger elkaar lievelingsnichtjes kunnen zijn. Ik weet dat het niet meer kan. Soms sta ik voor haar foto en vraag me af waar ze nu is, wat zij verwachtte van het leven na de doood. Hoopte ze een beter leven te krijgen en liet ze ons daarvoor alleen achter? Of kon ze misschien haar identiteit niet vinden? Werd haar door de omgeving een negatief zelfbeeld opgelegd, dat haar de zin van het bestaan deed vergeten???Nu is ze dood, hoor je nu nog negatieve dingen over haar? Nee, alleen goede mooie herinneringen. Ik wil me haar herinneren zoals ze was, niet vergeten en een mooi beeld van haar onthouden, maar me haar levend en levendig herinneren. Het was haar levendige persoonlijkheid die ik bewonderde en die zal ik altijd blijven bewonderen. Weten dat ik haar nooit meer zal zien, verdriet zal voelen en we verder moeten leven zonder haar, zonder antwoorden. Soms voel ik me eenzaam, niemand is er met wie ik over haar dood kan praten. Was ze hier nog maar geweest, zij die mij leerde alles van de positieve kant te bekijken. Ik weet dat ik me door haar zekerder zou voelen en op dit moment is zij het positieve in mijn leven: de herinnering aan haar geeft me moed om verder te leven. We moeten verder met ons leven, een leven zonder haar, maar een leven met herinneringen die blijven bestaan. Herinneringen die mij de moed zullen geven het leven positief te blijven zien. Antwoorden zal ik nooit krijgen. Berusting in haar dood begin ik langzaam te vinden. Ik zal haar altijd blijven missen, mijn lievelingsnichtje. Ik hoop dat ze nu rust heeft gevonden.?22-05-97 ?M.K.

Zeven jaar na mijn vaders zelfdoding
Ik schrijf dit stuk naar aanleiding van een verhaal dat in de vorige schoolkrant De Keten stond, over een meisje dat op de basisschool een poging tot zelfmoord heeft gepleegd. Ik heb zelf ook op een zeer directe manier ervaring met zelfmoord en wilde er al enige tijd iets over kwijt in de schoolkrant. Omdat het verhaal me raakte en omdat dit mijn laatste jaar op het Newman is, besloot ik dat het eens tijd werd om mijn verhaal op te schrijven.??Het is nu bijna zeven jaar geleden dat mijn vader zelfmoord heeft gepleegd en ik was toen nog maar net 12 jaar jong. Mijn ouders waren al gescheiden toen ik zo’n drie jaar oud was en mijn moeder had al weer een hele tijd een nieuwe vriend (nu mijn stiefvader). Mijn zus en ik gingen ongeveer eens in de twee weken in het weekend naar mijn vader en in de grote vakantie zagen we hem natuurlijk wel wat vaker en langer.?Ik weet nu nog steeds niet waarom mijn vader mij en mijn zus op deze manier in de steek heeft gelaten. Hij had toen net een nieuwe vriendin, een schat van een vrouw, met een zoon en een dochter, die iets ouder waren dan wij en we konden het allemaal hartstikke goed met elkaar vinden. Maar uit enkele notities die de politie her en der verspreid in zijn huis heeft gevonden, bleek dat hij al geruime tijd over zijn leven had nagedacht en waarschijnlijk kon ook deze nieuwe liefde dat leven toen al niet meer redden; er is namelijk ook uit gebleken dat hij zijn zelfmoord zorgvuldig had gepland.?Je zult ongetwijfeld begrijpen dat dit een enorme klap voor me is geweest, maar gek genoeg ben ik er vrij snel overheen gekomen en misschien heb ik het allemaal ook wel te snel naar de achtergrond gedrongen. Ik denk dat ik mijn verdriet zo snel heb kunnen verwerken, omdat ik nog niet echt een diepgaande relatie mijn vader had: grote problemen had ik nooit en als er al iets was, dan kon ik het meestal sneller bij mijn moeder kwijt. Bovendien zag ik mijn vader eigenlijk ook niet overdreven veel. Ik zou nu wel willen dat mijn zus en ik wat vaker spontaan bij mijn vader waren langsgegaan, maar daar dachten wij toen gewoon nooit aan en ik weet eigenlijk ook niet of dat iets uitgemaakt zou hebben.??Pas de laatste tijd ben ik dieper gaan nadenken over hetgeen met mijn vader gebeurd is, maar ik heb er nooit echt over gepraat, ook niet met mijn zus. Voor mijn gevoel valt er gewoon niet zoveel te zeggen en we weten allebei hoe het voelt, woorden zijn eigenlijk overbodig. Tegen andere mensen vertel ik er sowieso al niets over, want op medelijden zit ik niet te wachten en het zou er waarschijnlijk ook alleen maar voor zorgen dat deze mensen zich er ongemakkelijk bij voelen.?? Ik vind het verontrustend dat er vrij veel kinderen zijn die zelfmoord(pogingen) plegen, maar erg verrassend vind ik dit feit eigenlijk niet. Als mijn vader, een volwassene, en eigenlijk een sterke man, al zelfmoord kan plegen, dan is het niet zo verwonderlijk dat jonge kinderen, die nog zo onstevig in hun schoenen staan, zichzelf en hun leven al snel niet meer de moeite waard vinden. Sommigen van jullie, die echt hun hele leven nog nooit erg gekwetst of gepest zijn, kunnen zich daar misschien niets bij voorstellen, maar over het algemeen beseft iedereen heus wel dat je iemand zelfs met enkele woorden al veel pijn kan doen. Ik wil niet zeggen dat ik nooit iemand klier, maar ik zou nooit iemand opzettelijk kwetsen. Ik zou willen dat iedereen elkaar eens gewoon zou kunnen accepteren, maar dat zit er geloof ik niet zo erg in. We leven nu eenmaal in een maatschappij waarin presteren ontzettend belangrijk is, terwijl die maatschappij zelf steeds onpersoonlijker wordt. Kijk maar naar onze school: pasjes- en briefjessysteem, openingstijden voor de balie. . . (Toen ik dit in de vorige Keten las, sloeg ik pas echt steil achterover, veel erger kan het volgens mij niet meer worden !!??)??Tot slot: ook al zie ik het leven zelf soms niet zo zitten, ik geloof absoluut niet in zelfmoord. Er zijn altijd mensen die je met veel verdriet – en waarschijnlijk ook met een schuldgevoel- achterlaat. Probeer altijd zoveel mogelijk over je problemen te praten! !! Volgens mij is dat echt heel belangrijk. Vaak zie je zelf problemen, die er eigenlijk helemaal niet zijn, of die je met de hulp van anderen misschien wel op kunt lossen. Maar je zult toch zelf die eerste stap moeten zetten!?

Een ingrijpende verandering?
”Ingrijpende veranderingen zijn voor ieder mens anders. Ze kunnen positief of negatief zijn, maar ze hebben altijd invloed op je leven of je manier van leven. Toch sta je eerder stil bij negatieve veranderingen dan bij positieve. Positieve ervaringen worden pas echt gewaardeerd als er een negatieve heeft plaats gevonden.?Zo is mijn ingrijpende verandering gebeurd op 27 september 1993. Een zwarte dag net na mijn verjaardag. Een dag die nooit meer gewoon 27 september zal zijn, een dag waarvan ik hoopte dat die niet bestaan had. Toch was die dag er en hij zal mijn verdere leven beheersen. Het was de dag waarop mijn vriend zelfmoord pleegde, vlak voor zijn 18e verjaardag.?

Twee weken bedenktijd
Het was een gewone morgen. De wekker liep af en ik ging naar beneden. Het was heerlijk weer buiten: fris, helder, zonnig. De telefoon ging. Ik nam hem rustig op. Dat zal vast en zeker M. zijn om zijn excuses aan te bieden. We hadden gisteren zo’n ruzie gehad. Ook al was onze verkering om moeilijke redenen een week geleden uitgegaan, we zagen elkaar nog elke dag. Ik had gewoon twee weken nodig om na te denken en hem dat ook duidelijk verteld, maar deze ochtend was ik eruit. Ik wist wat ik wilde.?“Er was iets gebeurd met M.,” zei zijn moeder aan de telefoon. Ik schrok niet eens zo erg. Je verwacht geen echte rampen in je eigen omgeving, ook al weet je in theorie best dat ze kunnen gebeuren. Misschien was M. ziek en vroeg hij of ik langs wou komen. Tenslotte had ik hem gisteren nog gezien. Je denkt dat zo’n ontmoeting iemand onsterfelijk maakt. “M. wordt vermist, hij heeft een afscheidsbrief achtergelaten waar alleen jouw naam in vermeld wordt. Is hij misschien bij jou?” vroeg ze hoopvol. Ik antwoordde dat hij niet hier was. Ze raakte een beetje in paniek. “Weet je echt niet waar hij is?” Gedachten flitsten door mijn hoofd, maar ik kon niets bedenken. “De politie komt zo, dus ik moet ophangen”, zei ze. De verbinding werd verbroken. Langzaam ging ik zitten. Tranen verschenen in mijn ogen. M. was tot zoiets in staat. Ik kende zijn gevoelswereld als mijn eigen broekzak. Hij vertelde mij alles. We waren niet voor niets bij elkaar gekomen. We hadden dezelfde gevoelens, dezelfde gedachten. Nee, M. was niet tot zoiets in staat, dat kon niet, hij was al bang voor de dokter. Maar dat angstige gevoel dat mij bekroop, raakte ik niet kwijt. Ik pakte de hoorn op en belde terug. “Ik kom eraan”, zei ik. “Ja, kom maar, de politie wil jou ook wat vragen stellen”, zei zijn moeder. Een klap recht in mijn gezicht, nee dit kon mij niet overkomen.

Afscheidsbrief
Langzaam legde ik de brief terug op tafel. Zo vol gevoel, pijn, liefde en verdriet, de mooiste brief die ik ooit gelezen had. Ik kon het niet helpen, de tranen bleven komen. Vragen werden op mij afgevuurd. Automatisch gaf ik antwoord. Ik hield het niet meer uit en rende de gang in. De twee politiemannen kwamen achter mij aan. Ik vertelde dat M. er wel toe in staat was. Nee, waarschijnlijk was het gewoon aandachttrekkerij. Waarom kon ik ze niet overtuigen, waarom geloofde niemand mij??Ik moest er even uit. Ik pakte zijn middelste broertje van drie op. “Kom we gaan wandelen”. Hij had zoveel plezier, zou hij het beseffen. “Cola, waar in Mijne?” Ik antwoordde niet, ik wist het niet. Langzaam liepen we langs het vogelreservaat. Zo mooi was het daar, maar iets beviel me niet. Het was eng. Zwarte vogels vlogen kraaiend over. Als ik ergens blij over ben, is het wel dat ik er niet in ben gegaan.?Ik zat er al bijna tien uur. De bel ging; twee andere politiemannen kwamen binnen. “We hebben vervelend bericht, hij is dood”. Dus toch, ik wist het. Flitsen van gedachten, razendsnel, wirwar, chaos, ongeloof, verbijstering, ontkenning. Het was meer alsof mijn hoofd op slot ging. Zoiets verschrikkelijks kon niet gebeurd zijn, dus kon ik het niet gehoord hebben. Het was een grap. We hadden het over een andere persoon en ik speelde even de rol van diens vriendin en dan houden we op en doen we weer normaal. Het kon niet waar zijn. Slechts héél even, één moment, drong de verslagenheid door. Zijn moeder begon te gillen, het ging door merg en been. Ik herinner me dat ik met mijn hoofd tegen zijn broer van zestien aan stond te huilen. Heel kort. Daarna kwam weer het besef dat we een toneelstuk speelden en het einde naderde.?Ik moest naar het mortuarium. Ik moest hem zien, me ervan overtuigen dat het om hem ging en dat hij echt dood was. Ik moest bij hem zijn.?

Mortuarium
Terwijl ik mijn adem inhield, stapte ik met zijn familie het kamertje in. De dodelijke stilte viel als een blok op mij. M. lag er vredig bij, haast gelukkig met onze trui aan; alsof hij sliep, alleen zo onbeweeglijk stil. Alsof ik zweefde, stond ik opeens naast hem. Geen reactie. Heel zacht, om niemand het te laten horen zie ik: “M., word wakker.” Geen reactie. Ik was verbijsterd: hij gaf om mij, hij zou op mij moeten reageren! Voor het eerst voelde ik me echt machteloos, een gevoel dat ik sindsdien niet meer ben kwijtgeraakt. En nog steeds geloofde ik het niet. Dat was niet mijn lieve vriend, dat was M. niet en toen raakte ik in shock. Later ben ik teruggegaan, op de dag dat vrienden ook mochten komen. Langzaam liet ik mijn hand over zijn haren glijden, zijn gezicht, zijn arm, zijn hand, zijn mond. Het was koud. Maar toch geloofde ik het niet, het was niet waar!?Hij had zich opgehangen in het vogelreservaat. ‘s Ochtends was hij gewoon aan zijn krantenwijk begonnen. Op de helft was hij gestopt, had zijn fiets tegen een boom geplaatst en was gaan lopen. In het vogelreservaat had het onbegrijpelijke plaatsgevonden.?

Mensen vol onbegrip
Zelfmoord is iets onbegrijpelijks. Men pleegt zelfmoord om niet meer geconfronteerd te worden met zijn problemen, gevoelens, verdriet om het bestaan. In de hoop dat er iets beters bestaat. Maar het leven heb je niet voor niets gekregen., Je moet het voltooien. Maar als iemand zo in de knoop zit met zichzelf kan ik het me voorstellen. Alleen creëren mensen vaak zelf problemen, gaan ze zelf geloven in dingen die helemaal niet waar zijn. Ik weet nu hoe het voelt, dat hopeloze gevoel. Ook merk je wat belangrijk is in het leven: vrienden en liefde. Nu besef je pas wat je hebt en vooral wat ik had., Het is gewoon te laat. Ik vroeg om twee weken en kreeg een heel leven. Zelfmoord is iets egoïstisch en tegelijkertijd iets moedigs. Jezelf daar toe zetten, daar is veel kracht voor nodig maar ondertussen richt je alleen maar meer schade aan. Al je dierbaren zitten vol schuldgevoelens, vol verdriet. Elk probleem erbij, elke opmerking die niet op zijn plaats is kan fataal zijn. Toch moeten nabestaanden door, dat eist de samenleving nou eenmaal. Daar is amper plaats voor verwerking. Zoveel mensen vol onbegrip. Het leven wordt door mij nu anders bekeken. Elk positief deeltje sla ik goed op, bewaar ik vol liefde. Nu weet ik pas hoe belangrijk dat is, ook al is er meer negatiefs.?Na de begrafenis zou het wel beter gaan, dacht ik. Blijkbaar was die begrafenis voor mij een mijlpaal, een teken dat het voorbij was en dat alles vervolgens weer normaal zou worden. Maar zo zit het leven niet in elkaar; de begrafenis bleek dan ook geen afronding. Jammer voor mij en jammer voor diegenen die vinden het nu maar eens ‘over’ moet zijn.”