Legitimatie van het vak (3) – Alle van Steenis

In het interview van Loes Mulders met Alle van Steenis – als ik me niet vergis, in een vorig leven opleider van aankomende docenten levensbeschouwing – nu rector van het Kaj Munk College in Hoofddorp, noemt hij drie functies van onderwijs:

  • Kwalificatie, anders gezegd het opleiden van leerlingen op een dusdanige intellectuele wijze dat ze een diploma kunnen halen en aan een vervolgstudie beginnen.
  • Socialisatie ofwel burgerschapsvorming.
  • Identiteitsontwikkeling

Bij met name de laatste twee functies kan levensbeschouwing een belangrijke rol spelen.

Het lijkt me een interessant en mogelijk onthullend experiment om andere schoolleiders de vraag voor te leggen of ze zich herkennen in de visie van Van Steenis. Mochten ze alleen gaan voor de eerste functie, wat je wel eens denkt als je de nadruk op cijferen en meten beziet, dan vallen ze in mijn ogen door de mand. School is altijd meer geweest dan een opleidingsplek met het oog op een diploma. Het chique woord ‘Bildung’ was geruime tijd een term die velen voor in de mond lag, als het om onderwijs gaat. Je leert niet alleen Frans spreken, maar maakt ook kennis met de Franse literatuur en cultuur.

School leidt ook op tot burgerdom, en liefst niet tot domme burgers. Het hoe en wat van de samenleving, de krachten die er in spelen, de keuzes die je er kunt maken en ook niet maken, ze zijn allemaal van belang om een volwassene deel te kunnen laten nemen aan de moderne samenleving.

Scholen hebben kinderen in hun gebouwen tussen de 12 en 18, bij uitstek een tijd waarin de jongeren aan hun identiteitsontwikkeling gaan doen. Dat aan de wilde spinnen overlaten is een zeer onpedagogische houding en de school onwaardig. De jongere moet uitgedaagd worden om na te denken over wie hij is en wie hij straks denkt te zijn in het leven.

Een legitieme vraag van de sectie levensbeschouwing aan een schoolleiding, die korte metten wil maken met de levensbeschouwelijke lesruimte: “Als jullie de drie functies van Van Steenis onderschrijven, waar gebeuren functie 2 en 3 dan in het schoolcurriculum, als het niet meer mogelijk is binnen het vak levensbeschouwing?”

Een schoolleiding die de drie functies als waardevol en onontbeerlijk voor goed onderwijs ziet, kan zich dan verantwoorden tegenover anderen, de docenten, de ouders en de leerlingen.

Zelf verantwoordelijk voor het vak

Een tweede zaak die in het interview met Van Steenis naar voren komt is het volgende:

“Zoals gezegd geeft van Steenis zelf ook een uur levensbeschouwing. Omdat hij vindt dat geen enkele lesmethode goed genoeg is, daagt hij de sectie uit om eigen materiaal te maken. Als ze dat doen wil hij dat faciliteren. Hij weet dat het werken los van een methode een hele kluif is. Maar hij vindt het belangrijk en roept de sectie levensbeschouwing op om meer eigenzinnigheid te tonen.  Hij wil dat de vakgroep weet dat er aan het vak levensbeschouwing en aan de systemen gemorreld mag worden. Een vorm van legitimatie van het vak levensbeschouwing is dat het gewoon ook anders mag. Van Steenis praat op dit punt sterk vanuit zijn eigen historie en dromen” (21)

Een passage die bij mij enkele vragen oproept:

  • Is het niet veel gevraagd om van de sectie te verwachten dat ze eigen lesmateriaal maakt?
  • Wordt dat eigen lesmateriaal dan ineens zoveel beter dan het bestaande lesmateriaal? Waarom zouden de veldwerkers wel goed lesmateriaal maken en de methodemakers niet?
  • Van Steenis spreekt hier over een legitimatie van het vak, die ik niet zo goed begrijp. Wat levert morrelen en op zijn kop zetten op aan legitimatie van het vak?

Ik hoop dat hij het ons een keer duidelijk maakt.