Levensbeschouwelijk portfolio

Vanaf hetschooljaar 2007-2008 is levensbeschouwing eindexamenvak binnen het combinatiecijfer met maatschappijleer, ANW en profielwerkstuk..

Onze ideeën over hoe we dit eindexamenvak willen invullen, hebben ook gevolgen voor hetgeen in de eerdere jaren gedaan wordt.

In een reflectie op het werkdocument van de KBVO over ‘levensbeschouwing als eindexamenvak’ hebben we als doelstelling voor het vak geformuleerd:

“Levensbeschouwing levert een bijdrage aan de levensbeschouwelijke identiteit van leerlingen. Dat gebeurt door
a. het ontwikkelen van gevoeligheid voor de tweede taal als voertuig van levensbeschouwing;
b. het leren hanteren van levensbeschouwelijke en ethische vragen en de antwoorden daarop die in verschillende levensbeschouwelijke tradities gegeven worden;
c. het leren hanteren van de levensbeschouwelijke communicatie met het oog op deelname aan onze multiculturele en pluriforme samenleving;
d. het kritisch leren reflecteren op de antwoorden, visies en gedragingen van zichzelf en anderen.

In dit perspectief kiezen we voor het portfolio als middel om bovenstaande doelen te verwezenlijken. In ieder jaar krijgt de leerling op zijn/haar niveau te maken met deze leerelementen en daarvan doet zhij verslag in het portfolio. Het gaat er ons ook in de onderbouw minder om, dat de leerling bijvoorbeeld de tien geboden van buiten zou kennen dan dat zhij een eerlijke poging doet om te onderzoeken of zhij alle geboden nog relevant acht voor een goede samenleving in onze 21e eeuw. Afwegen wat waardevol of minder waardevol is, daarover communiceren, nadat zhij begrepen heeft waarom de vroegere joden en christenen deze geboden de moeite waard vonden en vervolgens tot een eigen afgewogen visie komen, lijkt ons een goede opzet om een bijdrage aan de levensbeschouwelijke identiteit van de leerling te leveren.

Dat betekent voor ons dat de leerling per jaar een aantal van dit soort opdrachten in het eigen portfolio moet verzamelen. We bereiken dan enkele belangrijke doelen:

* De leerlinge werkt in een gestaag tempo aan het verzamelen van een aantal producten die haar worstelen met de levensbeschouwelijke en ethische optiek documenteren;

* De leerling is minder met reproductieve zaken bezig en meer met reflectie, kritisch denken en gravend bezig zijn;

* De leerlinge heeft aan het eind van de leergang levensbeschouwing na vier of vijf jaar een aantal documenten gecreëerd die zhij aan het eind van het jaar waarin zhij het vak afrondt kan gebruiken om een gedocumenteerde reflectie op haar eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling te schrijven.

* Het gerealiseerde en goedgekeurde portfolio gecombineerd met de slotreflectie leveren samen het eindexamenpunt voor levensbeschouwing op.

* Waar een leerling er waarschijnlijk niet naar taalt om gemaakte en beoordeelde reproductieve toetsen te bewaren, is de kans erg groot dat veel leerlingen aan het eind van hun levensbeschouwelijke loopbaan op school het eigen portfolio zullen bewaren als een ego-document dat zich heeft beziggehouden met een aantal wezenlijke zaken in hun eigen leven en dat als een soort middelbareschooldagboek de herinneringen levend zal houden.