Mijn eigen motivatie

Het moet mogelijk zijn de motivatie van leerlingen systematisch te verhogen. Maar je ontkomt er niet aan dat soms de twijfel toeslaat. Het verhaal van de studiedag van de VDLG 2015 ging met name over het motiveren van anderen, je leerlingen met name, met wie je in de dagdagelijkse praktijk te maken hebt.

Dan nog zijn er momenten dat ik me heb afgevraagd: waar doe ik het voor? Er zijn altijd wel klassen of groepen bij wie je het gevoel hebt aan een dood paard te moeten sjorren. Er zijn leerlingen die nooit hun mond opendoen, uit verlegenheid, negativiteit of om heel andere redenen. En je ziet niet wat er in de hoofden omgaat, of er wel iets gebeurt met de stof die jij hen aanbiedt. Toetsen, die vooral reproductief van aard zijn, laten dan alleen maar zien of de leerling de avond(en) tevoren voor het proefwerk geleerd heeft. Of zhij er iets mee heeft, erdoor geraakt is, komt dan niet naar voren.

In een dergelijke situatie helpt het dan enorm als je opdrachten hebt, waarbij de leerling dieper in kan gaan op wat hem of haar in deze beweegt. Bij een aantal leerlingen had ik altijd het gevoel dat weinig van wat ik inbracht ook iets bij hen had gedaan. Des te verrassender is het dan om te merken in een reflecterende afrondende opdracht dat ze er wel degelijk mee bezig zijn geweest en dat ze in hun reflectie tot niveaus komen die ik – maar zij waarschijnlijk ook – niet voor mogelijk heb gehouden.

Op mijn oude school wordt in de tweede klas veel aandacht besteed aan de mensen van het boek, jodendom, christendom en islam. Bij de docent heerst dan vaak het gevoel dat zhij het wel belangrijk vindt om aan de orde stellen, maar dat het bij de leerlingen niet echt te merken is. Aan het eind van het jaar vraag je je dan af, of er iets moet veranderen, of jij het wel goed gedaan hebt. En andere brandende vragen.

Aan het eind van klas 3 eindigt de levensbeschouwelijke loopbaan van de mavoleerling en ook zhij krijgt dan de opdracht via de gemaakte opdrachten een eigen portfolio-afronding te schrijven. Als de docent – zoals afgelopen jaar gebeurde – bij best veel leerlingen te lezen krijgt, dat nu een half jaar verder de informatie en opdrachten over de mensen van het boek best geholpen heeft om een ander beeld van die mensen te krijgen en dat terugkijkend de informatie en lessen best  interessant waren, waar ze ook wat aan gehad hebben, dan  weet je als docent weer, dat de werkelijkheid vaak anders is dan ze lijkt. Dan kun je als docent weer verder, wetend dat je op de goede weg bent.

Maar je moet de leerlingen wel de mogelijkheid bieden om op de gelopen levensbeschouwelijke weg te reflecteren. Dat gebeurt in ieder geval als de leerling reflectie-opdrachten krijgt en aan het eind van zijn levensbeschouwelijk leerlingleven zijn eigen portfolio kritisch moet doorlopen om de stand van zaken op te nemen en een evaluatie schrijft van wat hij aan levensbeschouwelijk denken tot stand heeft gebracht.

Ik kan iedereen deze methode van harte aanbevelen.