Mikhail Katsnelson

Een heel ander geluid dan dat van de boze biologen is te horen van de Russische wetenschapper Mikhail Katsnelson. Hij is door Elma Drayer voor Trouw geïnterviewd en heeft de volgende mooie citaten:

Hij geldt als een van de knapste fysici van deze tijd, en is behalve dichter ook belijdend christen. Zelf vindt de Nijmeegse hoogleraar Mikhail Katsnelson, geboren in de toenmalige Sovjet-Unie, dat geen contradictie. ‘Ik verzet me tegen de gedachte dat de wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn.’

Nee, zegt hij, hij gelooft niet dat de natuurwetenschap op een dag alle raadselen zal oplossen. “Als je de kranten moet geloven is de wetenschappelijke vooruitgang enorm. Dat komt ook door de slechte gewoonte van mijn collega’s om publiekelijk wel te vertellen over hun successen en niet over hun falen. Omdat ik géén buitenstaander ben, weet ik hoe extreem moeilijk wetenschap in werkelijkheid is. Je kunt alleen volkomen zeker zijn over enkele zeer eenvoudige systemen. Ik ben sowieso heel sceptisch over wetenschappelijke vooruitgang.”

(….)

Menigeen denkt dat religie en natuurwetenschap niet samengaan.

“Waarom niet? De wereldbeschouwing van de Sovjet-Unie was gebaseerd op wetenschap. Alles wat je niet wetenschappelijk kon aantonen was onwaar of niet belangrijk. Als je deze visie nog steeds aanhangt, dan kan natuurwetenschap inderdaad niet samengaan met religie. Maar zo heb ik er nooit tegenaan gekeken. Ik ben een praktisch mens, in de zin dat ik iets nodig had om mijn mystieke ervaring te ordenen en te kanaliseren. De natuurwetenschap kon me daar niet bij helpen, de christelijke traditie wel. Nu kon ik bidden, rituelen volgen, een bijbels onderscheid maken tussen kwade en goede entiteiten. Als ik me daartoe niet had gewend, was ik vermoedelijk gek geworden.”

Natuurwetenschap en religie, vindt Katsnelson, spelen zich af ‘op twee totaal verschillende’ niveaus. “Ik verzet me tegen de gedachte dat wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn. Als ik wil begrijpen wat magnetisme is dan kan ik dat niet vinden in de Bijbel. Omgekeerd is de menselijke psyche veel te gecompliceerd voor de wetenschappelijke benadering. Ik betwijfel sowieso of je daarover ook maar iets wetenschappelijk betrouwbaars kunt beweren. Religie biedt wél antwoorden. Religie gáát over de ziel, over de mens, over zijn plaats in de wereld. Mijn geloof vertelt me hoe ik mijn vrienden en mijn vijanden moet behandelen. Vanuit mijn geloof kan ik uitleggen waarom eerlijkheid goed is, en bedrog slecht. In al dat soort zaken heb ik niets aan de wetenschap.”

Wetenschap helpt u niet bij de moraal, bedoelt u?

“Om een probleem wetenschappelijk op te lossen moet je diep nadenken, je moet lezen wat andere mensen erover hebben geschreven, jaren onderzoek doen. Als je moet kiezen tussen goed en kwaad heb je daar geen tijd voor. Dan moet je meteen beslissen.”

Stel, zegt Katsnelson, iemand heeft je iets aangedaan en je komt hem tegen. “Moet je hem de hand schudden? Omhelzen? Moet je hem zeggen op te hoepelen? Moet je hem doden? Ik kan niet dertig jaar van mijn leven besteden aan uitzoeken wat het juiste is. Ik heb iets anders nodig, en wel onmiddellijk. Weet u, als de wetenschap zou beweren dat ik mijn vijanden moet doden terwijl mijn religie dat verbiedt, dan zou dat een contradictie zijn. Maar mijn wetenschap zegt daar niets over. Dus hoe kun je volhouden dat wij alles in de werkelijkheid wetenschappelijk moeten benaderen?”