Nawoord Reflectie Portfolio

Aan het einde van een serieuze reflectie op zijn portfolio levensbeschouwing kwam een van mijn leerlingen met een nawoord. Ik geef het zo weer en heb de leerling beloofd dat ik er nog op zou reageren.
“Na vijf jaar levensbeschouwing komt er dan bij deze toch echt een einde aan. Over een kleine 10 minuten ben ik volledig klaar met deze opdracht en lever ik hem definitief in op Its Learning. Ik zou bijna de moeite willen nemen om een afscheidsrede te maken over levensbeschouwing maar er wacht toch echt nog heel wat PTA-stof op mij.

Sinds het begin zijn er enorm veel ontwikkelingen geweest met betrekking tot de klas, de omgeving, de wereld, U als docent en mij als leerling. Een aantal daarvan zijn te danken aan het denken over jezelf en je omgeving, anderen. Levensbeschouwing is een mooi vak gebleken en ik ben blij dat ik het mocht volgen. Ik had nooit verwacht dat ik er zo positief over zou gaan denken sinds de bovenbouw. Er is nu echter een definitief einde in aantocht, ik heb echter nog één mededeling en persoonlijke conclusie:

“Levensbeschouwing draaide voor mij voor vijf jaar over nadenken, vragen, en antwoorden. Ik ben dan ook blij om mijn laatste opdracht hiervoor af te sluiten met een vraag. U leest het goed, opnieuw een vraag. Vragen acht ik immers veel interessanter. Achter een vraag schuilt meer dan een antwoord, het gaat ook om het denkproces. Dus na twee jaar vragen van u wilde ik er een aan u stellen

“Denkt u dat het goed is om over alles na te denken? Er zijn in mijn ogen onderwerpen waar men als het ware ‘van af moet blijven’. Onderwerpen als liefde en de geest. Alles is namelijk zowel wetenschappelijk, psychologisch, biologisch, natuurkundig en levensbeschouwelijk te verklaren. Maar willen wij dat wel? Wil men weten hoe liefde psychologisch in elkaar zit? Ik denk dat het beter is om die paar ‘speciale’ onderwerpen zo te laten en ze eerder (in dit geval) met elkaar te beleven en er samen achter te komen wat het voor iemand betekend. Men moet niet altijd op zoek zijn naar een antwoord…”